Tijd

De tijd vliegt.

Je kan de klok niet stoppen. Ook al is ze stuk, de seconden blijven genadeloos wegtikken. Het grijpt me soms bij de keel als ik naar mijn kinderen kijk en het tot me doordringt hoe groot ze al geworden zijn. Als ik in de spiegel kijk en mijn rimpels tel, vraag ik me wel eens af waar mijn andere ik gebleven is. Mijn jonge versie, fris en fruitig … Voor eeuwig vervlogen, samen met de tijd.

Waar is de tijd?

Je kan je tijd verprutsen. Je tijd verdoen aan een nutteloze bezigheid of door gewoon niks te doen. Dolce far niente. Het is maar hoe je het bekijkt. De ene vindt het verloren tijd, de andere heeft genoten van dat uurtje lummelen. Ik kan me eindeloos druk maken wanneer een flutwerkje maar niet lukt en dubbel zo lang duurt dan gepland. Dat noem ik zonde van de tijd. Anderzijds heb ik er geen problemen mee af en toe mijn tijd te spenderen aan schaamteloos lui zijn, aan heerlijk niks doen. Dat noem ik tijd voor mezelf.

De tijd gaat snel, gebruik hem wel.

We zien tijd – of het gebrek eraan – vaak als iets negatiefs, waarschijnlijk omdat we er zelf geen controle over hebben. We kunnen de tijd, in tegenstelling tot de meeste dingen, niet naar onze hand zetten. Daar houden wij mensen niet van. Maar is dat wel zo?

Je kan tijd maken …

Het mooie aan tijd, vind ik, is dat je het kan maken. Een uurtje extra toveren is niemand gegeven, behalve bij de omschakeling van winter- naar zomertijd. Je kan tijd maken voor iets door bijv. bewust te kiezen langer van een zwoele zomeravond te genieten. Het kost je wat nachtrust, meer niet. Je kan tijd maken voor je gezin, voor jezelf of voor elkaar. Het kost je niks, tenzij jouw tijd geld is.

Tijd is een bewuste keuze …

Hoe je het ook draait of keert, je kiest zelf voor wat en voor wie je al dan niet tijd maakt. Daarbij is het heel belangrijk om die keuze bewust te maken en voor de volle 100%. Tijd maken voor iets, maar eigenlijk ergens anders willen zijn … daar wordt niemand beter van. FOMO (Fear Of Missing Out) is aan mij niet besteed. Het is niet altijd makkelijk, maar ik probeer te leven in het hier en nu. Door de tijd bewuster te beleven hoop ik dat één seconde kan aanvoelen als twee.  Zo zet ik de tijd een klein beetje naar mijn hand. Hier en daar pits ik er een uurtje af, zestig minuten die ik dan later kan inzetten voor iets of iemand die ik de moeite waard vind.

tijd

 

 

 

 

Mama heeft het druk, druk, druk …

drukdrukdruk

Gisteren bij het ontbijt passeerde deze afbeelding met bijhorende tekst op mijn schermpje. Tot gisteren heb ik er nooit eerder echt bij stil gestaan of me eraan gestoord dat we van alle kanten nog steeds worden belaagd door het klassieke rollenpatroon.

Het is niet langer ‘vrouw aan de haard en man zorgt voor brood op de plank’. Het is – godzijdank – geëvolueerd. Ondertussen mogen wij vrouwen gelukkig wel buitenshuis werken en onszelf ontplooien, maar de opvoeding van de kinderen en het huishouden moeten we er nog steeds geheel of grotendeels bij nemen. Tussen de regels door wordt ons dan ook nog eens duidelijk gemaakt dat moeder de vrouw van die combinatie vaak een potje maakt.

Kijk maar naar de foto. De piepkleine tekst erbij richt zich aan ‘de ouder’, man en vrouw dus. Nochtans zien we op de overheersende afbeelding een mama die alleen met de kinderen aan de ontbijttafel zit. Papa is al lang naar het werk vertrokken. Niks mis mee, maar is het nodig om de rommel op het aanrecht zo fijntjes in beeld te brengen?

Mama worstelt duidelijk met de combinatie gezin en werk. Komt daar nog een hobby, sport en een boeiend sociaal leven bij. Makkelijk is het niet, dat weet ik uit ervaring. Maar waar zit papa in heel dit verhaal?

Voor vrouwen zoals ik die het allemáál willen, worden infoavonden georganiseerd waar je o.a leert beter om te gaan met de stress en hoe je al je prioriteiten beter kan combineren. Ongetwijfeld interessant, maar volgens mij kan en moet het anders.

Als het van mij afhangt voortaan meer van dat, maar dan uitsluitend voor de papa’s waarin zij aangeleerd krijgen hoe ze eindelijk hun vader- en partnerrol actiever kunnen opnemen zonder het daarbij te verkloten op de werkvloer.

Kan eindelijk iemand die vaders uitleggen dat ook zij de wekker een half uur vroeger kunnen zetten zodat er na het ontbijt nog tijd rest om de afwasmachine leeg te maken, de brooddozen van de kroost alvast te vullen, de tien schoolbriefjes te tekenen, de kat eten te geven en de was op te hangen?

Maar ach, laten we een kat een kat noemen. De meeste vrouwen wíllen zelf zorgen voor hun kroost, de was en de plas. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat niemand het zo goed doet als wij. Misschien moeten we leren wat meer uit handen te geven en meer vertrouwen te hebben in onze wederhelften, de kinderopvang en het sociale netwerk rondom ons.

We hoeven toch niet altijd de oplossing bij onszelf te zoeken door bijv. yoga- en mindfulnesslessen te volgen, te dauwtrippen en bomen te knuffelen in de hoop toch maar die innerlijke rust te vinden.

Mag ik af en toe de chaos in mijn hoofd gewoon omarmen en het even aan een ander overlaten om de rommel op mijn aanrecht weg te werken?

 

 

Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder

iNsOmNiA

Ik heb het altijd een mooi woord gevonden,  te mooi voor zo’n lelijk ding. In-som-nia.  Slapeloosheid klinkt beter, dekt de lading al wat meer. Niet dat ik er echt last van heb, maar een slapeloze nacht af en toe hoort erbij. Wat er dan allemaal door mijn hoofd raast … beelden, flashbacks, flashforwards, worstcasescenario’s, visioenen, … levensecht. Mijn hartslag die op hol slaat bij de gedachte dat het echt zou kunnen zijn. Dat ik een gave heb en in de toekomst kan kijken. Dat wat er in die donkere uren voorbij flitst ook echt staat te gebeuren.

Ik begin dan heen en weer te wiegen in bed om de spanning in mijn lijf kwijt te raken. Ik probeer me te focussen op die beweging en op mijn ademhaling zodat mijn gedachten niet meer afdwalen. Meestal lukt dat en zak ik enkele seconden weg in een vederlichte slaap tot ik plots wakker schrik door een grijze bestelwagen die langzaam voorbij de schoolpoort van mijn kinderen rijdt of een IS-strijder die uit het niets tevoorschijn springt. Een zoveelste adrenalineshot om u tegen te zeggen, klaarwakker, opgefokt.

Ik zie de kleinste van het speeltuig vallen, de oudste omvergereden worden terwijl ze de straat oversteekt met haar nieuwe fiets. Ik hoor de dokter zeggen dat nummer drie ongeneeslijk ziek is. En ik zie onze tweede in rij als puber van de vijfde verdieping recht in het zwembad springen van een goedkoop all inclusive hotelletje ergens aan de Costa Blanca.

Ze passeren allemaal de revue, één voor één, meerder keren per nacht. Tot ik het niet meer uithoud en het warme bed met lichte tegenzin verlaat. Even gaan schrijven, lezen of wat tv kijken, tot mijn brein te moe is om nog te denken, te uitgeput om horrorverhalen te verzinnen.

Dat gebeurt zo af en toe, één keer per maand misschien. Maar mijn god, wat een marteling moet het zijn als je nacht na nacht wakker ligt, even wegzakt en weer  opschrikt. Doodmoe en toch niet kunnen slapen. Geen pauzeknop die de thriller even op stop kan zetten. Om gek van te worden.

Aan leuke dingen denk je niet, zo na middernacht. Dat deel van je hersenen is tegen die tijd al vredig ingedommeld. Alleen de donkerste kronkels van je brein volharden en bestoken je geest met je ergste nachtmerries.

Al is het niet alleen kommer en kwel, de grootste artiesten werken ’s nachts en creëren de mooiste dingen wanneer de wereld slaapt. Vraag maar aan Maxi Jazz.

 

content_InsomniaDefinition_insomniathenandnow

 

 

 

Familie Flodder

Mijn huis is soms één grote rommelhoop. Vind ik dat erg? Meestal niet. Krijg ik daar stress van? Soms wel. Stoor ik mij daaraan? Helaas niet genoeg.

Ik benijd andere vrouwen met kinderen waarvan het huis altijd op orde is, zélfs wanneer ik onverwachts binnenval. Hoe doen die dat in godsnaam? Hossen zij dan constant achter hun kroost aan om de achtergebleven speeltjes netjes weg te stoppen?

Evenzeer benijd ik vrouwen waarvan het huis nóg rommeliger lijkt dan het mijne, zélfs wanneer ik op een afgesproken tijdstip binnenwip. Ik wou dat ik ook die nonchalance had, dat ik niet tegen honderd per uur en als een kip zonder kop door het huis raas, een half uur voor er bezoek komt. Ik wou dat ik niet door de grond zak van schaamte telkens er iemand onaangekondigd langskomt en ze zich een weg moeten banen door het speelgoed en pas kunnen gaan zitten wanneer alle rommel die in de zetel ligt opzij wordt geschoven.

Het ergst schaam ik mij wanneer het bezoek langs de garage binnenkomt. Dat privilege is voorbehouden aan mensen die we heel goed kennen en waarvan ik het gevoel heb dat zij het wel begrijpen dat je met 4 kinderen niet altijd alles mooi aan de kant kan hebben. Meestal is de garagedeur los, maar wanneer we bepaald bezoek verwachten gaat die toegang onverbiddelijk op slot. Het zit namelijk zo dat onze garage alleen maar dienst doet als extra opslagruimte. Een auto heeft daar nog nooit in gestaan wegens plaatsgebrek. Alleen maar fietsen, steps, grasmachine, tuingereedschap, versleten speelgoed, 2 wasrekjes, glasbak, oud papier, oude meubelen, kapotte apparaten, vuilniszakken, schoenen, …

Na de garage moeten de bezoekers onze berging nog door om onze keuken en woonkamer te bereiken. Deze bufferzone is meestal een slagveld van vuile was. Zes mensen maken al wel wat vuil en nooit zijn er genoeg wasmanden. Die staan waarschijnlijk boven volgeladen met gestreken was te wachten om leeggemaakt te worden. Meestal ligt de vloer dan ook bezaaid met vuile kleren die liggen te wachten om per kleur gesorteerd te worden.

Wanneer alles echter netjes gepland is en het bezoek langs de voordeur binnenkomt, zijn die vervloekte garage en berging een zegen. Er kan altijd nog wel wat rommel bij. Alles wat al dagen onterecht op het keukenaanrecht of boven op de koelkast ligt, verdwijnt dan in één beweging in de berging of in de garage. Ik ben dan ook getraind in het oprommelen. Het is een rekbaar begrip: wanneer het snel moet gaan betekent het niet meer dan de rommel naar een andere ruimte verhuizen. Het echte oprommelen doe ik later wel.

ma-flodderGelukkig komen die momenten waarop ik me Ma Flodder voel niet zó vaak voor. Niet omdat de rommel weg is, maar omdat ik me er niet al te druk in kan maken. Ik ben al blij als onze ‘leefruimtes’ aanvaardbaar zijn, weliswaar aanvaardbaar volgens mijn normen. Dat is mijn redding, dat mijn normen niet dezelfde zijn als die van die andere moeder wiens huis altijd spic en span is omdat ze ’s avonds wanneer Temptation Island begint nog met haar stofzuiger en dweil in de weer is, terwijl ik me zonder schuldgevoel in de zetel nestel, helemaal klaar voor mijn guilty pleasure.

Maar … als de volgende dag mijn pa, veruit de rommeligste man die ik ken, langs de garage binnenkomt en na het aanschouwen van onze berging zegt ‘Hier wordt precies geleefd!’ dan weet ik dat het hoog tijd is om in actie te schieten en mijn zetel de komende avonden te laten voor wat hij is.

messyhouse

Ik heb je precies gemist …

Al 3 keer vandaag ben ik begonnen met schrijven. Evenveel keer ben ik gestopt omdat het een te negatief verhaal dreigde te worden. Ik zat dan ook al enkele dagen in een dipje. 2 weken kerstvakantie met 4 kids 24/7 onder mijn hoede begon zijn tol te eisen.

Dringend behoefte aan wat tijd alleen. Weer naar toilet kunnen gaan zonder gezelschap, een half uurtje douchen zonder lastig gevallen te worden, over iets kunnen nadenken zonder 5 keer onderbroken te worden of 2 paar billen schoon te vegen.

img_7669
Het ‘zorgen voor’ viel me de laatste dagen zwaar. De hele dag door zat ik te vitten op de kinderen waardoor zij dan weer nerveus werden en nog meer op mijn zenuwen gingen werken. Een vicieuze  cirkel noemen ze dat. Het duurt dan altijd even voor ik besef dat niet mijn kinderen het probleem zijn, maar ikzelf.

Vooral onze oudste zoon reageert slecht op mijn occasionele dipjes. Van onze 4 kinderen is hij degene die mij haarfijn aanvoelt. Ben ik verdrietig, dan voelt hij zich ook niet bepaald happy en zegt hij dingen als “Ik ben verdrietig, maar ik weet niet waarom…”  Hij zal de eerste en vaak de enige zijn die het merkt en me (on)bewust meer aandacht geven.

Ben ik chagrijnig, boos, kwaad, … dan zal hij zich ook behoorlijk lastig gedragen.

img_2372-2Zo draaien we regelmatig naar een dieptepunt toe, zoals gisteren en vandaag. Vandaag besloten we dan maar na een lange dag vloeken, zagen en vitten op de kinderen om met zijn allen uit eten te gaan. Wokken. Tegen openingstijd zou het wel rustig zijn, dan hoeven we ons niet te erg te schamen als het ook daar niet lukt om het perfecte gezinnetje te spelen.
Tijdens de autorit heen hadden mijn man en ik het er, tussen het gesakker en geruzie door, over hoe zwaar het de laatste tijd was en dat er dringend iets moet veranderen … Je kent dat wel, veel meer dan dat wordt er dan meestal ook niet gezegd. Geen concrete maatregelen, geen nieuwe afspraken of dwingende veranderingen.

Het eerste uur was het inderdaad erg rustig in het restaurant en de kinderen zo mak als een lammetje. We strooiden dan ook royaal met de nodige complimentjes. Hoelang was dat in godsnaam geleden? Dat ik mijn kinderen nog eens een complimentje heb gegeven, een beloning voor goed gedrag. Praise your child … We hebben het nochtans tot vervelens toe gehoord en geleerd in de Tripple P cursus enkele jaren geleden.

Onze kinderen genoten zichtbaar van het moment, van het eten, van de rust, maar vooral van de aandacht. Ook ik had plots weer het gevoel te genieten van mijn eigen kinderen, van hun verhalen, hun gekke bekken, hun aanwezigheid.

Na anderhalf uur liep het restaurant stilaan vol en dropen wij af. Iedereen happy en voldaan. De sfeer in de auto op de terugweg was in niets te vergelijken met de heenreis. Ik leek wel 10 keer meer energie te hebben dan enkele uren daarvoor.

Thuis gaf onze oudste zoon Jef me een knuffel en zei: “Ik heb jou precies gemist.”

9 jaar en hij weet mij als geen ander telkens weer diep in mijn hart te raken. Het is dat woordje precies dat het ‘em doet. Hij voelt iets vaags binnenin en probeert het in woorden uit te drukken. En hij doet dat hartverscheurend goed.

Hij drukt mij onbewust met mijn neus op de feiten: de moeder die hij nodig heeft, was er de voorbije dagen niet. Hij had de lieve versie van mij gemist. Dit noemen ze een wake-up call. Een eyeopener. Een sjot onder uw gat. Maar vooral: een keerpunt.

Morgen wordt een fantastische dag!

Instagram: liesscheers