Over samen oud worden …

Elke ochtend wanneer ik de kinderen naar school breng, kom ik haar tegen. Een oud vrouwtje dat haar keeshondje uitlaat. Het vrouwtje is oud. Dat merken we aan haar voorzichtige en wankele manier van stappen en vooral aan haar grijze haren die bijna zo wit zijn als die van haar hondje. Elke ochtend rond hetzelfde tijdstip hetzelfde toertje. Het hoort ondertussen ook bij ons ochtendritueel.

Wanneer ik haar zie, verschijnt er spontaan een glimlach op mijn gezicht. Wanneer ik haar niet zie, weet ik hoe laat het is … te laat, de schoolbel is al gegaan. Of  ik word ongerust na een blik op de klok die me vertelt dat we keurig op tijd zijn. Ze zal toch niet ziek zijn, of erger … overleden. Iets dat gezien haar leeftijd zomaar eens zou kunnen gebeuren. 

Ook de kinderen rekenen op haar korte passage, merk ik. De jongste dochter scant onbewust de route af en wanneer ze het vertrouwde duo opmerkt, stoot ze mij zachtjes aan en knikt haar hoofdje in de richting van het moemoeke, want zo noemen we haar ondertussen: moemoeke.

Ze laat zich niet tegenhouden door een beetje regen of kou. Bewonderenswaardig vind ik dat. Aangespoord door de liefde voor haar hond trekt ze ook in deze gure periode haar warme jas aan en – bij regenval – het obligate doorschijnende regenkapje. Gewapend tegen elk weertype gaat ze steevast de deur uit. Ze is waarschijnlijk bang om te vallen, want erg stevig staat ze niet meer op haar benen, maar voor die kleine Kees zet ze zich elke dag opnieuw over die angst. Hij houdt haar ‘jong’, actief en dus gezond.

Ik stel me voor hoe ze na hun wandelingetje in haar huisje komen en ze de pootjes van de hond proper maakt waarna hij zich bij de oude Leuvense stoof nestelt in zijn gouden mandje. Ze controleert of hij nog voldoende korreltjes en water heeft en schenkt zichzelf dan een kopje koffie in uit de onverwoestbare Tiger thermos die eigenlijk veel te groot is nu ze, sinds de dood van haar man, de enige in huis is die nog koffie drinkt. Ze zet zich in de zetel naast de hondenmand en leest de krant. Van voor naar achter en terug. Het sportnieuws legt ze in de lege fauteuil naast zich, waar vava zaliger altijd zat. Af en toe werpt ze een weemoedige blik naar de leegte naast zich en voelt het gemis. Ze klopt zachtjes met haar verrimpelde handen op haar knieën waarmee ze haar hondje zonder woorden uitnodigt plaats te nemen op haar schoot. Zo kijken ze samen naar Mooi en Meedogenloos en Sturm der Liebe

Ik heb bewondering voor haar en respect. Ze verzet zich tegen haar leeftijd en blijft bewegen, ondanks haar tegensputterende lichaam. Zelf hoop ik op dezelfde manier oud te worden, gezond en wel, fris van geest. Al hoop ik vooral dat manlief dan ook nog aan mijn zijde staat en mij bij elk wandelingetje – al dan niet met hond, rollator of wandelstok  – gezelschap houdt waarna hij zich in de zetel naast mij nestelt om samen hand in hand en met twee Westmalle Extra’s naar Days of Our Lives te kijken.

Suske, zet ze al maar koud, want jij bent nog steeds mijn Valentijn!

liefde-is-gelukkig-samen-oud-worden

 

 

 

 

Het volmaakte geluk

Volmaakt gelukkig zijn bestaat niet … Of wel?

Ik zou het graag geloven, en soms ontmoet je mensen die inderdaad 24/7 gelukkig lijken te zijn. Ze staan ’s ochtends met de glimlach op en kruipen zo ook weer in bed.

Zulke mensen ken ik. Ik kén ze en weet bijgevolg ook dat ze niet altijd heel gelukkig zijn. Wanneer je mensen beter leert kennen, sta je wel eens versteld van het leed en verdriet waar ze mee te maken hebben en wat er schuil gaat achter die vrolijke gevel.

“Ach, het is overal iets …” , zei ons moemoe zaliger steevast, wanneer ik bij haar op bezoek kwam en mijn hart luchtte. Ik werd er een beetje kregelig van wanneer ze dat dan zei, alsof ze mijn besognes niet serieus genoeg nam. Tegelijkertijd moest ik toegeven dat ze wél een punt had. Het is stil waar het nooit waait …

Tijdens windstille periodes kan ik intens gelukkig zijn, de volmaakte 100%. Maar dan gebeurt er iets binnen in mij waardoor mijn gelukspeil (vaak omgekeerd evenredig met dat van mijn hormonen) één of meer levels zakt. Soms hebben externe factoren een invloed en stort dat gelukzalig gevoel de dieperik in.  Dit zullen dan de ups&downs van het leven zijn die ervoor zorgen dat het volmaakte geluk nooit echt blijft duren.

Gelukkig ben ik nu eenmaal positief ingesteld. Ik heb mijn dipjes, maar geraak er meestal snel weer zelf uit. Ik heb alles om gelukkig te zijn én véél meer. Het feit dat ik dat besef, geeft me al heel wat voorsprong.

Er zijn zeker dingen in mijn leven die het geluk ‘verstoren’. Zo is er de onzekerheid die ons pleegzorgavontuur onvermijdelijk met zich meebrengt. Dit hangt wel eens als een donkere wolk boven ons gezinsgeluk, maar al snel nemen het vertrouwen en de hoop dat alles nog lang blijft zoals het is, steeds weer de bovenhand. Niemand kan op voorhand zeggen hoe de dingen zullen lopen, dus laten we gewoon genieten van het hier en nu zonder ons zorgen te maken over iets dat we zelf niet in de hand hebben.

Ik zie het als het bovenste laagje van de berg geluk waarop we leven dat soms beschadigd wordt, maar de basis – die minstens 100 keer zo groot en stevig is als dat topje – blijft onaangeroerd. Ook al wordt er met de regelmaat van de klok stevig tegenaan gebeukt, het houdt stand zolang we zelf die basis in de watten leggen. En geef nu toe, er bestaan ergere dingen dan je eigen geluk soigneren.

berg

 

 

 

 

 

 

Tijd

De tijd vliegt.

Je kan de klok niet stoppen. Ook al is ze stuk, de seconden blijven genadeloos wegtikken. Het grijpt me soms bij de keel als ik naar mijn kinderen kijk en het tot me doordringt hoe groot ze al geworden zijn. Als ik in de spiegel kijk en mijn rimpels tel, vraag ik me wel eens af waar mijn andere ik gebleven is. Mijn jonge versie, fris en fruitig … Voor eeuwig vervlogen, samen met de tijd.

Waar is de tijd?

Je kan je tijd verprutsen. Je tijd verdoen aan een nutteloze bezigheid of door gewoon niks te doen. Dolce far niente. Het is maar hoe je het bekijkt. De ene vindt het verloren tijd, de andere heeft genoten van dat uurtje lummelen. Ik kan me eindeloos druk maken wanneer een flutwerkje maar niet lukt en dubbel zo lang duurt dan gepland. Dat noem ik zonde van de tijd. Anderzijds heb ik er geen problemen mee af en toe mijn tijd te spenderen aan schaamteloos lui zijn, aan heerlijk niks doen. Dat noem ik tijd voor mezelf.

De tijd gaat snel, gebruik hem wel.

We zien tijd – of het gebrek eraan – vaak als iets negatiefs, waarschijnlijk omdat we er zelf geen controle over hebben. We kunnen de tijd, in tegenstelling tot de meeste dingen, niet naar onze hand zetten. Daar houden wij mensen niet van. Maar is dat wel zo?

Je kan tijd maken …

Het mooie aan tijd, vind ik, is dat je het kan maken. Een uurtje extra toveren is niemand gegeven, behalve bij de omschakeling van winter- naar zomertijd. Je kan tijd maken voor iets door bijv. bewust te kiezen langer van een zwoele zomeravond te genieten. Het kost je wat nachtrust, meer niet. Je kan tijd maken voor je gezin, voor jezelf of voor elkaar. Het kost je niks, tenzij jouw tijd geld is.

Tijd is een bewuste keuze …

Hoe je het ook draait of keert, je kiest zelf voor wat en voor wie je al dan niet tijd maakt. Daarbij is het heel belangrijk om die keuze bewust te maken en voor de volle 100%. Tijd maken voor iets, maar eigenlijk ergens anders willen zijn … daar wordt niemand beter van. FOMO (Fear Of Missing Out) is aan mij niet besteed. Het is niet altijd makkelijk, maar ik probeer te leven in het hier en nu. Door de tijd bewuster te beleven hoop ik dat één seconde kan aanvoelen als twee.  Zo zet ik de tijd een klein beetje naar mijn hand. Hier en daar pits ik er een uurtje af, zestig minuten die ik dan later kan inzetten voor iets of iemand die ik de moeite waard vind.

tijd

 

 

 

 

Bedankt voor alle kritiek

Betekenis ‘kritiek’
1 kri·tiek (bijvoeglijk naamwoord)
1.1 hachelijk, gevaarlijk: een kritieke toestand
2 kri·tiek (de; v; meervoud: kritieken)
2.1 aanmerking op iemands optreden of daden: kritiek hebben op iem. of iets; niet tegen kritiek kunnen
2.2 beoordeling, m.n. van kunstwerken: de film kreeg lovende kritieken

Heb je moeite met het krijgen van kritiek? Ga je onmiddellijk in de verdediging, ben je verontwaardigd of aanvaard je nederig de negatieve opmerking op je persoon, je gedrag, je werk, …

Ik heb het er niet altijd makkelijk mee, dat geef ik toe. Mijn eerste reactie is meestal hevige ontkenning die wel eens gepaard gaat met boosheid. Ze blijven dan in mijn hoofd spoken, de woorden van mijn belager. Dagenlang soms.  Ze hebben wat tijd nodig om te bezinken, om verwerkt te worden. Ondertussen knagen ze genadeloos aan mijn zelfbeeld, aan mijn zelfvertrouwen. De twijfel slaat toe … 

Wanneer dat tergend trage proces doorlopen is, komt de objectieve kijk op de zaak: Wat werd er gezegd? Door wie? Wat was de context? De bedoeling? 

Stilaan komt dan ook de enige vraag die er echt toe doet. De vraag die de zelfreflectie in gang zet: Zit er een grond van waarheid in de negatieve commentaar?

Of dat al dan niet het geval is, dat maakt op dat punt volgens mij niet meer uit. Het gaat vanaf dan vooral over het kritisch nadenken over jezelf. Van op een afstand naar jezelf kijken. Je kleine, scherpe kantjes onder ogen durven zien en ermee aan de slag gaan. Een aartsmoeilijke opdracht.

Geeft men commentaar over de dingen die ik schrijf, over hoe ik schrijf, dan denk ik daar over na en leer er meestal iets uit. Ook al ga ik niet akkoord, ik probeer het toch eens op een andere manier. Soms komt daar zelfs iets verrassends leuk uit voort.

Krijg ik kritiek op de job die ik doe, op de manier dat ik het doe, dan is dat even slikken, maar al gauw bekijk ik het vanuit een ander standpunt wat vaak leidt tot nieuwe inzichten, verbeteringen en extra motivatie.

Ontvang ik negatieve feedback op de chaotische manier waarop ik mijn huishouden probeer te beredderen, dan kan ik niet anders dan beamen, toegeven dat het me soms boven het hoofd groeit. Vervolgens steek ik een tandje bij om even later te beseffen dat ook dat niet voldoende is. Een diepe zucht en … foert!

Trakteert men mij op een heuse aanval op mijn ‘moeder zijn’, de kern van mijn bestaan dan … dan word ik serieus uit mijn lood geslagen. Het kleinst puntje van kritiek, hoe van de pot gerukt het ook mag zijn, kan mij – net als iedere moeder die haar taak ernstig neemt – met de grond gelijk maken. Moeders weten dat en kunnen elkaar in het slechtste geval wat dat betreft ferm den duvel aandoen.

Gelukkig sta ik nogal stevig in mijn schoenen en slaag ik er na een tijdje ook dan weer in om uit de put te kruipen en de enorme berg der kritiek te beklimmen om dan vanop de top, hoog boven iedereen uit, mezelf als moeder te bekijken, alle aspecten van mijn mama zijn. De fouten die ik al kende en waar ik aan probeerde te werken komen weer boven drijven en worden beoordeeld. De nieuwe puntjes die mij ten laste werden gelegd en al dan niet terecht bevonden, worden gewikt en gewogen. Ik ontdek zelf puntjes waar best aan gewerkt mag worden en ga vastberaden aan de slag.

Hoe pijnlijk de kritiek ook is, laat het een reden zijn om even naar jezelf te kijken. Ook al is de commentaar ongegrond, neem jezelf onder de loep. Durf eerlijk zijn. Ik ben er zeker van dat je – net als ik – een heleboel nieuwe tekortkomingen vindt waarmee je aan de slag kan.

Eigenlijk moet ik dus dankbaar zijn voor de criticasters rondom mij. Wat hun bedoelingen ook mogen zijn, het maakt op zich niet veel uit. Élk puntje van kritiek maakt van mij een beter mens. Elke aanval op mijn manier van moederen, maakt van mij een betere mama. Het motiveert mij om voortaan nog meer mijn best te doen.

Dikke merci!

kritiek
Quote van Aristoteles

 

 

 

 

 

Liefde is een scheet

“Love is like a fart. If you have to force it, it’s probably shit.”

Deze quote blies facebook enkele dagen geleden in mijn gezicht. Een quote die me deed schaterlachen. Eén die me werkelijk op het – ik geef het toe – winderige lijf geschreven is. Ik hoef me daar trouwens niet om te schamen, want iederéén doet het … scheetjes laten. En inderdaad, als je te veel kracht zet, kan er al eens iets meer bij zijn.

Ik stuurde de quote door naar mijn zus, want flatulentie is volgens mij erfelijk. We lachen heel wat af samen en vaak ligt een onschuldig scheetje aan de basis van ons buitensporig plezier. We hebben nu eenmaal niet veel nodig om gelukkig te zijn …

Eens de lachbui voorbij drong de diepere betekenis van de quote door. Een scheetje moet vanzelf komen. Je mag niks forceren. Dat is toch wat ons moemoe altijd zei. De link met de liefde is dan inderdaad snel gemaakt.

Je kan niemand verplichten om lief te hebben, om jou graag te hebben. Je kan al het mogelijke doen om die persoon van het tegendeel te bewijzen, om hem of haar ervan te overtuigen dat je de slechtste niet bent. Maar het risico dat het niets uithaalt en je het deksel weer op de neus krijgt, is meer dan reëel.

Als naïef pubermeisje heb ik me daar wel eens aan bezondigd. Je bent tot over je oren verliefd, maar de gevoelens blijven onbeantwoord. Je probeert dan extra in de kijker te lopen, je van je mooiste kant te laten zien. Soms lukt het. Soms niet, en dat was dan inderdaad shit. Op amoureus vlak zit ik gelukkig al vele jaren op mijn plaats. Hem heb ik lang geleden al omver geblazen met mijn charmes en andere kwaliteiten.

Wat platonische relaties betreft, heb ik doorheen de jaren veel geleerd. Waar ik als kind en tiener graag beste vrienden was met iedereen, hoeft dat nu niet meer zo nodig. Moeten ze me niet, dan maak ik het hen gemakkelijk en blijf ik uit de buurt. Leven en laten leven dus, maar met het nodige respect, van mijn kant althans.

Gaat het niet vanzelf, groeit de vriendschap of genegenheid niet spontaan, dan trek je maar beter snel je conclusies in plaats van, tegen beter weten in, krampachtig je stinkende best te blijven doen..

Liefde is dus een scheet. Het mag een beetje moeite kosten, maar niet te veel.

img_2017

40

Veertig. VEERTIG. Een vier en een nul. 10 keer 4 … Hoe ik het ook draai of keer, het wordt niet minder. Het blijft 40. Gelukkig maar!

Ik geef toe, het voelt anders dan mijn andere verjaardagen. Specialer. Een jaartje erbij, het heeft me nooit veel gedaan. Ik heb er altijd naar uitgekeken, al was het maar voor de cadeautjes. Het hoeft niet veel te zijn, maar elke kleine attentie maakt mij blij.

Dit jaar is het niet anders. Veertig worden schrikt mij niet af. Integendeel!

Nog nooit heb ik me zo goed gevoeld. Nog nooit was ik zo gelukkig als de laatste jaren. Ik voel me véél beter in mijn vel dan toen ik 30 was. Ik ben rustiger, ik heb meer zelfvertrouwen en sta steviger in mijn schoenen. Dat is niet vanzelf gekomen. Doorheen de jaren heb ik hard aan mezelf gewerkt. Ik heb geleerd uit mijn fouten en mezelf bijgestuurd. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen.

Samen met mijn leeftijd komt ook het besef dat ik geen snotaap meer ben die altijd maar ja moet knikken en dingen over zich heen moet laten gaan. Ik ben verdomme een volwassen vrouw met een eigen mening die ik niet langer voor mezelf hoef te houden. Na 40 jaar voel ik me sterk genoeg om voor mezelf en mijn dierbaren op te komen als dat nodig is. Om foert te zeggen tegen alle negativiteit rondom mij die ik kan missen als de pest.

De voorbije veertig jaar heb ik niet alleen veel geleerd over mezelf, maar ook over andere mensen, namelijk dat we voor een groot deel zijn zoals we zijn. Daar is niks mis mee, maar we hoeven elkaar niet persé leuk te vinden. Ik verspil liever geen energie door me druk te maken in anderen, door me te ergeren aan andermans kleine kantjes.

Na veertig jaar vind ik dat ik het recht heb om te kiezen aan wat en aan wie ik mijn kostbare tijd besteed. Na veertig jaar weet ik op wie ik kan rekenen en op wie niet. Ik weet wie echt belangrijk is en wie niet. Ik weet wat ik wil en vooral wat niet.

Wat ík wil vandaag, is twee stukken taart eten en schaamteloos genieten van de aandacht die ik krijg. Vandaag draait het rond mij en daar voel ik mij niet schuldig over. Daar ben ik te oud voor geworden.

images84NTRQRO

 

 

 

 

 

 

Er is een baby’tje dood

Er is een baby’tje dood.

Ik veronderstel dat dat wel meer gebeurt. Dagelijks. Wereldwijd misschien wel om het uur, elke minuut, elke seconde …  In de buik, in het kraambed, in zijn wiegje, in de armen van zijn ouders, omringd door liefde en tranen, zoon of dochter van …

Er is een baby’tje dood.

Gevonden, ergens langs de kant van de weg. Om de hoek of in een ver arm land, in oorlogsgebied, moederziel alleen, omringd door kogels, bloed en haat. Zoon of dochter van …

Er is een baby’tje dood.

Een baby’tje dat we kennen. Amper, maar genoeg. Genoeg om ons te raken, om ons uit het lood te slaan. Graag gezien, enorm gemist. Nog maar net, heel plots, onverwachts, heel snel en zinloos. Badend in liefde, onschuldig en onterecht. Onrechtvaardig en onjuist. Zoontje van S en S, broertje van W, neefje, kleinkind, petekind van … Slechts zes maanden op handen gedragen door een grote, warme familie. Slechts één zomer vertroeteld, gesust en gewiegd. Een zomer die oneindig leek te duren, tot dinsdag …

Er is een baby’tje dood.

Weer een sterretje erbij. Weer een bedje leeg.

Een piepklein kistje gevuld. Een immens grote leegte nagelaten.

Weer een papa die verzuipt in zijn oerverloos verdriet.

Weer een mama die zich wanhopig vastklampt aan de herinneringen. Een glimlach op het netvlies gebrand. Het gekir in het geheugen gegrift.

Een broer, een zus, een lieve oma & opa, een tante, een nonkel, een meter, een peter, een …

Weer een waarom zonder antwoord.

baby loss