Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl

Column #9 Kleurrijk: Pleegzorg en corona

Wanneer ik dit schrijf zitten we in volle coronacrisis. Al heb ik er na een maand behoorlijk mijn buik van vol, ik krijg weinig op papier dat niet met het virus te maken heeft. Ik mag hopen dat tegen de tijd dat deze Kleurrijk in jullie bus valt, we weer ons oude leventje leiden, maar voorlopig blijft alles zoals het is. We kregen net het nieuws dat we nog tot minstens 3 mei verplicht zullen moeten cocoonen. Ik kan niet zeggen dat het een zware opdoffer is voor mij, voor de kinderen al zeker niet. Behalve de oudste is er hier niemand die school mist.

We moeten in deze semi-quarantaine veel missen, maar er komt ook heel wat voor in de plaats. De druk is er af. Er is tijd en ruimte voor alle dingen die vroeger al te vaak opzij geschoven werden, dingen die niet belangrijk genoeg leken, maar nu door het wegvallen van alle randanimatie onze enige houvast blijken te zijn. Ik denk dan aan de rust in ons gezin, de harmonie, de orde en structuur.

Naast het wegvallen van de sporttrainingen, de logopediesessies en muzieklessen werd ook de bezoekregeling van ons pleegzoontje on hold gezet, met alle gevolgen vandien. De bezoeken liepen, na een moeilijkere periode, eindelijk weer goed. Hoe het ‘live’ weerzien zal zijn na al die weken, valt af te wachten. Vader en zoon facetimen geregeld en dat doet hen beiden deugd. Ons ventje heeft er nood aan, want regelmatig overvalt hem het gemis van zijn papa. Dan is hij intens verdrietig. Op de vraag wanneer hij papa C. weer kan zien, kunnen we helaas nog steeds geen antwoord geven. Voor een kind van vijf is dat moeilijk te vatten.


Het wegvallen van de bezoeken voelt dan ook heel dubbel aan. Enerzijds is er dat verdriet bij ons kleine ventje. Anderzijds vallen ook de lastige dagen na zo’n weekendje weg. De weerslag kon best pittig zijn. 

Het is nu vooral leuk ons gezinsleven te leiden zonder rekening te moeten houden met de dagen dat onze kleinste er niet is. Het is bovendien fijn te beseffen dat er hier thuis niemand op zijn vertrek zit te wachten. Het bevestigt nog maar eens het gevoel dat hij echt bij ons gezin hoort en er een volwaardig deel van uitmaakt.

Ik moet nochtans bekennen dat ik soms uitkeek naar de bezoeken omdat zo’n weekendje zonder een levendige en veeleisende kleuter in huis toch ook altijd weer een welkome verademing was. Dit zadelde me vervolgens op met een torenhoog schuldgevoel omdat het lijkt alsof ik van hem af wil. Ik suste me dan met de gedachte dat we onze andere drie kinderen vroeger ook vaak met een iets te groot enthousiasme bij de grootouders dropten. Daar heb ik me nooit schuldig over gevoeld …

Misschien kan je pleegzorg wel een beetje vergelijken met de hele coronaquarantaine. Beiden hebben voor- en nadelen. Pleeggezin zijn brengt onvermijdelijk ook minder leuke dingen met zich mee, maar die nadelen wegen – wat ons betreft – gelukkig niet op tegen wat we er allemaal voor in de plaats krijgen. Zo voelt het ook met dit corona-gedoe: het is niet leuk om thuis vast te zitten, maar we kunnen er maar beter het beste van maken en ons focussen op de positieve dingen die we hiervoor in de plaats krijgen.
Dit lukt ons (voorlopig) wonderwel en maakt dat we toch nog van deze crisis kunnen genieten. 

Ik hoop dat ook jullie erin geslaagd zijn om het positieve te blijven zien, maar bovenal dat jullie en jullie liefsten gezond gebleven zijn.


Lie(f)s

 

De andere mama

Onze jongste is een knuffelbeer. Hij overlaadt mij met knuffels. ‘Jij bent zo warm, mama’, zegt hij dan. Hij slorpt mijn warmte op en komt tot rust. Rust die hij hoe langer hoe moeilijker kan vinden. ‘Je blijft toch bij mij, he?’ Dat hij verlatingsangst heeft, wordt steeds duidelijker. De blik in zijn ogen wanneer hij denkt alleen achtergebleven te zijn, breekt mijn hart. Dat we nog steeds bij hem in bed blijven tot hij in slaap gevallen is, is niet altijd leuk, maar voorlopig de beste oplossing. Hij ligt bij zijn grote broer in bed en zoekt in zijn slaap steeds diens nabijheid op. Elk kind heeft geborgenheid nodig, maar hij duidelijk iets meer.

Wanneer ik hem knuffel zeg ik wel eens hoe blij ik ben dat ik zijn mama mag zijn. Tot voor kort toverde het steevast een glimlach op zijn gezicht. De laatste weken merk ik dat het hem aan zijn biologische moeder doet denken. ‘Ik wil bij mijn andere mama zijn. Bij mama D.’

Auwch, ik voel een steekje in mijn hart.

Hij wil bij iemand zijn die hij niet kent. Eén foto hebben we van haar. Daarop heeft ze een piepklein baby’tje in haar armen en lijkt ze oprecht gelukkig naar de camera te lachen. Op basis van dit ene beeld heeft hij zijn andere mama ‘gevormd’. De ideale mama die hem niet verplicht zijn bord leeg te eten. Die nooit boos wordt. De perfecte moeder van wie hij laat mag opblijven en die hem honderden cadeautjes koopt. Hij verzint verhaaltjes en droomt over haar.

Het is hem gegund en ik laat hem in de waan. De minder fraaie waarheid wil ik hem besparen. Al moet ik heel soms de neiging onderdrukken om in de verdediging te gaan, om de strijd aan te gaan met de andere mama die waarschijnlijk alles is wat ik niet ben. Mijn twijfels en onzekerheid als moeder steken dan de kop op en tegen beter weten in voel ik me opzij geduwd door iemand die niet bestaat, door een illusie, een ideaalbeeld van een kleuter.

Het zijn die zwakke momentjes die me met de voeten op de grond houden en ons eraan herinneren dat we een pleeggezin zijn, met alle zorgen en onzekerheden die erbij horen. Maar wanneer ons ventje me even later weer vol overgave vastneemt en zegt dat ik de liefste mama van de hele wereld ben, dan weet ik dat er niets op kan tegen de werkelijkheid, ook al is die verre van perfect.

What’s in a name

“Ik ben Lau Van Herck, want mijn zus heet Josefien Van Herck.”

Totaal onverwacht werden we wakker geschud. Ik moest even slikken, het laten bezinken. Uit het niets werden we met onze neus op het feit gedrukt dat we in een  volgende fase zijn aanbeland. Dat onze kleinste man zonder het te weten een hele grote stap had gezet.

Het zat er nochtans aan te komen. Hij wordt ouder – vijf bijna – en zijn wereld wordt groter. Hij ervaart de dingen en mensen rondom hem, zijn leefwereld als vanzelfsprekend terwijl het dat allesbehalve is.

“Ik ben Lau Van Herck”

Een schijnbaar onschuldig zinnetje, maar voor ons een teken dat hij besef krijgt van zijn eigen identiteit. Hét teken dat we binnenkort heel wat uit te leggen hebben.

Tot nu was hij dus gewoon Lau, meer niet. Door de complexe omstandigheden bij zijn geboorte kreeg hij de naam van een man die geen enkele band met hem had en samen met de moeder al snel uit zijn leven verdween. We zijn die familienaam dan ook altijd bewust een beetje uit de weg gegaan. Zijn ‘echte’ papa is er al lang mee bezig om de naam te veranderen, maar dit is niet zo simpel en vraagt tijd. Tijd die we nu plots niet meer lijken te hebben.

Iedereen heeft een naam. We staan niet stil bij het belang van onze naam, die hoort en past bij ons. Die bepaalt wie jij bent, voor jezelf maar ook voor anderen. Je familienaam vertelt je waar je vandaan komt, waar je wortels liggen, bij wie je hoort. Wat doet het met een kind als hij beseft dat zijn afkomst en de familie die hij als de zijne beschouwt niet dezelfde zijn? Dat zijn wortels niet bij ons liggen en dat de familienaam die hij – voorlopig nog – draagt niet staat voor wie hij is?

Er zullen heel wat vragen komen en we moeten samen met hem de ingewikkelde knoop ontwarren. Dat hij niet zoals zijn broer en twee zussen uit mijn buik geboren is, dat weet hij ondertussen wel. Dat er twee papa’s zijn, daar heeft hij vrede mee. Waarom dit zo is en welke onbekenden nog mee deel uitmaken van zijn roots, dat is niet zo’n mooi verhaal waarvoor we hem liefst zo lang mogelijk wilden en konden beschermen. Tot nu …

Nog minder dan in het gewone leven, heb je in de pleegzorgwereld niet alles in de hand. De jeugdrechter, consulenten, begeleiders, ouders en de kinderen zelf houden je regelmatig met de voetjes op de grond. Dat maakt het er zeker niet makkelijker op en soms is het ronduit vervelend, maar al bij al maakt het ons leven vooral boeiend en uitdagend.

Ook hier komen we wel weer uit. We kunnen niet meer doen dan er voor hem zijn als dat nodig is en ervoor zorgen dat hij zich deel van ons gezin voelt en blijft voelen.

Hoe ons ventje ook heet, hij hoort bij ons.

 

 

 

Column #4: Daar gaat hij

Het is vrijdag, het is weer zover. Zijn valiesje is gepakt, zijn favoriete verhaaltje voor het slapengaan en zijn lievelingsknuffel erin. Ons ventje staat proper gewassen en gestreken klaar voor ‘het bezoek’.

Om de twee weken gaat Lau logeren bij zijn echte papa. Hij vindt het niet altijd even leuk. Hetdaarmee bedoel ik dan het afscheid nemen en het niet bij ons kunnen blijven. Dat valt hem soms een beetje zwaar, maar zijn papa vindt hij wél leuk. Dat merken we aan zijn enthousiasme wanneer papa Chel voor de deur staat.

Hij begrijpt nog niet hoe het allemaal in elkaar zit, hij heeft er zelfs geen besef van dat wij zijn echte ouders niet zijn. Hij heeft gewoon twee papa’s en met de regelmaat van de klok gaat hij bij papa Chel slapen. Wanneer hij echt geen zin heeft, vraagt hij wel eens waarom.

Waarom moet ik gaan? Waarom kan ik niet bij jou blijven, mama?

Mijn hart breekt in honderdduizend stukjes. Het liefst van al zou ik dan zeggen dat hij bij mij mag blijven. Hij moest eens weten hoe graag mama dat zelf ook wil. Maar het is en blijft Pleegzorg, dus negeer ik de krop in mijn keel en probeer een antwoord op kindermaat te geven.

Papa Chel houdt van jou, net zoals mama en papa. Hij heeft je heel erg gemist. Hij is óók jouw papa. Hij wil je heel graag zien en bij jou zijn.

Hij lijkt het wel te snappen en wanneer hij beseft dat hij de volgende dag alweer thuis zal zijn, vertrekt hij meestal met de glimlach. Ook bij mij wordt de knop verrassend makkelijk omgedraaid zodra hij de deur uit is. Ik weet dat er goed voor hem gezorgd wordt en dat hij graag gezien wordt. Die geruststellende gedachte maakt dat ook ik kan genieten van de tijd zonder hem. Hij durft mij nogal opeisen en wijkt niet vaak van mijn zijde. Dat kan al eens vermoeiend zijn.

Net zoals de meeste vierjarigen is hij erg aanwezig en drukt hij stevig zijn stempel op ons gezin. Zijn afwezigheid is soms een welgekomen moment van rust voor iedereen. Hij wordt gemist en we zijn altijd weer blij wanneer hij terug thuis is, maar we profiteren ook van de tijd zonder hem. Er zijn activiteiten genoeg die minder evident zijn met een vinnige kleuter: een stevige wandeling, shoppen, op restaurant, naar de bioscoop, een museumbezoek …

We kunnen er niet onderuit, dus maken we er maar beter het beste van.

Deze laatste zin  lijkt hoe langer hoe meer ons gezinsmotto te zijn. Een positieve ingesteldheid, een draai kunnen geven aan de dingen zodat het onvermijdelijke niet persé een tegenvaller hoeft te zijn. Het is een belangrijke boodschap die we graag meegeven aan onze kinderen én aan kandidaat-pleegouders. Deze gedachtengang zal het hele avontuur en bij uitbreiding het leven een pak aangenamer en mooier maken.

 

Week van de Pleegzorg: dag 9

Pleegzorg is zoveel meer …

Zoveel meer dan wat ik de voorbije week heb verteld. Ik ben nog lang niet uitgeschreven, maar de Week van de Pleegzorg zit erop.

Het was een uitdaging om elke dag opnieuw iets uit mijn mouw te schudden. Een uitdaging … net als pleegzorg zelf.

We zijn gelukkig nogal avontuurlijk aangelegd. We kunnen wel wat chaos en drukte aan. Het hoeft voor ons allemaal niet zo perfect te zijn.

Pleegzorg is een verrassing. Verrast worden door een telefoontje met de vraag of we een kindje kunnen opvangen. Verrast worden door het kind dat onverwacht voor de deur staat. Verrast worden door een aangenaam gesprek met de ouders.

We houden gelukkig wel van een verrassing. We laten dingen graag op hun beloop en zien wel wat er gebeurt.

Pleegzorg is voor ons de perfecte match. Laurens is onze perfecte match!

Week van de Pleegzorg: dag 8

Pleegzorg is bewondering.

Als pleeggezin krijgen we heel wat schouderklopjes. ‘Nobel’ is het woord dat we de laatste 5 jaar al heel vaak gehoord hebben. Doorgaans hebben de mensen bewondering voor wat we doen. Zoals ik eerder deze week al zei doen die complimentjes en positieve reacties enorm veel deugd.

Ik sta er zelf al lang niet meer bij stil, maar wanneer ik naar mijn man kijk en onze drie andere kinderen, dan moet ik toegeven dat ik voor hen toch ook vaak een enorme bewondering voel.

Onze kinderen hebben ieder kind met open armen ontvangen. Bij elke crisisplaatsing img_7661hielpen ze enthousiast mee het bedje klaarmaken, zochten ze gepast speelgoed uit, ze overlegden welke knuffel het kind mocht hebben om te slapen als het de zijne misschien vergeten zou zijn. Er werd besproken waar het kindje aan de keukentafel mocht zitten … Ze gaven letterlijk een deeltje van hun eigen thuis af, mét plezier. Elke keer opnieuw deden ze hun best zodat het kind zich thuis zou voelen. Laurens beschouwen ze als hun kleine broer, zorgen voor hem, letten op hem.

Ik geef toe dat onze drie kinderen af en toe op de tweede plaats kwamen. Dat is onvermijdelijk. Er is minder aandacht en tijd voor hen, maar nooit heb ik enige jaloezie gemerkt, bij geen één van de drie. Ze bewijzen dat ze een heel groot hart hebben en dat daar plaats is voor iedereen. Daar mogen veel volwassenen een voorbeeld aan nemen!

Ze hebben een open geest, tonen bezorgdheid en oprechte interesse. Ze voelen verontwaardiging wanneer ze horen wat het kind heeft meegemaakt. Daar even bij stil staan als mama, maakt me ontzettend trots op mijn kinderen. Het zijn zij die de pluim verdienen.

Het idee om met Pleegzorg te beginnen kwam van mij. Mijn man had wat tijd nodig, maar zonder al te veel twijfel is hij mee in het avontuur gestapt. Vaak kwam hij thuis van het werk en kreeg hij letterlijk tussen de soep en de patatten te horen dat er de volgende dag een bordje bij zou staan. Het was voor hem af en toe minder evident om zich open te stellen, maar hij deed het toch maar, elke keer opnieuw. Ook hij zorgde er mee voor dat elk kind zich welkom voelde. Hij zorgt voor Laurens als voor onze andere drie kinderen. Hij ziet hem graag, hij mist hem wanneer hij weg is, hij is blij wanneer hij weer thuiskomt.

Misschien is het inderdaad allemaal niet zo vanzelfsprekend als ik denk.

Misschien heb ik het gewoon heel erg getroffen met hem aan mijn zij!

2543497018_429d3559-c207-4ea8-bba6-bf521df72001

Week van de Pleegzorg: dag 7

Pleegzorg is liefde.

Kinderen zijn fantastische wezentjes. Ontroerend in al hun naïviteit. Veerkrachtig en vergevingsgezind. Loyaal.

Een pleegkind is vaak die naïviteit kwijt, zijn veerkracht werd op de proef gesteld en soms is de rek er uit. Dan sta je als pleegouder voor een grote uitdaging. Het duurt vaak even voor het kind je toelaat. Voor het behoefte heeft aan je warmte en liefde. In de meeste gevallen is het de aanhouder die wint. Het is hartverwarmend om te zien hoe de muur die het kind ter bescherming rond zich heeft opgetrokken, stilaan afbrokkelt.

Een nachtzoentje dat toch voorzichtig toegelaten wordt. Een poging tot een knuffel die niet meer brutaal weggeduwd wordt. Een hand op zijn of haar frêle schoudertje die daar eventjes mag blijven liggen. Die eerste keer dat het kind het gezelschap van je andere kinderen opzoekt, na het halsstarrig afstoten van elk contact. De eerste keer dat het kind zelf je hand vastneemt wanneer je samen op straat wandelt. Het bewijs dat het kind zich veilig voelt bij jou en nood heeft aan je geruststellende aanwezigheid. Je probeert voorzichtig je liefde te geven en soms krijg je die onmiddellijk weer terug in je gezicht gesmeten, maar even vaak krijg je gewoon ook liefde terug.

Moet ik je nog vertellen dat die kleine dingen je als pleegouder een fantastisch gevoel geven? Dat die kleine, soms minuscule blijk van liefde alle minder mooie momenten ruimschoots compenseert?

Ik dacht het niet …

hand in hand

Week van de Pleegzorg: dag 6

Pleegzorg is gratis gezinstherapie.

De voorbije dagen heb ik het al vaak gehad over de ouders die je er willens nillens bij krijgt. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. In ons geval verloopt het contact heel vlot en met wederzijds respect.

Wie je er nog zomaar bij krijgt is de pleegzorgbegeleider/ster. In ons geval een toffe, vooral heel gedreven jongedame die geregeld op bezoek komt om het over Laurens te hebben. Het zijn altijd gezellige babbels, hoewel ik er soms een beetje tegenop zie, want het moet weer ingepland worden en het is niet altijd makkelijk om met de vier kinderen erbij een rustig gesprek te voeren. Toch heb ik na elk gesprek steeds weer een goed gevoel.

Je wordt verplicht om kritisch na te denken over je eigen gezinsleven, over hoe het gaat. Meer nog, je moet er over práten. Zo worden er soms pijnpunten binnen het gezin blootgelegd waar ik niet van wist dat ze er waren. Er wordt naar oplossingen gezocht indien nodig. Of je kan gewoon je ei kwijt. Het is eigenlijk free counseling, gratis therapie.

Het is geruststellend om te weten dat er een heel team van hulpverleners ter beschikking staat. Voorlopig is hij zich nog niet bewust van zijn complexe situatie: wij zijn zijn mama en papa. Hij heeft twee zussen en een broer. Om de twee weken gaat hij slapen bij zijn andere papa. Zo is het nu eenmaal, hij weet niet anders. Zodra hij zich vragen begint te stellen en onze antwoorden misschien niet meer volstaan, kunnen we bij Pleegzorg terecht om het van ons over te nemen.

Je staat er dus niet alleen voor als pleeggezin. Niet elke plaatsing is een succesverhaal, maar je wordt intensief begeleid en hulp is voorhanden indien nodig.