Luddevedu

Het is zo ver. Het eerste hart werd hier thuis gebroken. Verrassend genoeg is het niet het fragiele hart van onze oudste dochter, maar het kleine hartje van haar drie jaar jongere broer.

Tot over zijn oren was hij verliefd. Grenzeloos, zoals we van hem gewoon zijn. Vurig en ongeremd. Onmogelijk in te tomen. Zijn gedachten slechts op één ding gericht. Lag zijn interesse voor de start van zijn zomerliefde nog uitsluitend bij het skaten, sinds hij haar leerde kennen moest alles wijken. Zo is hij, zijn focus afwisselend op één enkel ding gericht. Een obsessie haast.

Nu had dit blonde meisje van het speelplein dus zijn tere hart gestolen. Twee weken lang deelden ze lief en leed. Hoe langer het duurde, hoe banger ik werd. Want hoe stoer hij zich de laatste tijd ook gedraagt, hij blijft een gevoelig jongetje dat snel geraakt wordt en dan totaal het noorden kwijt is.

Het begon met een sms-je …

“Wil je straks ff niet langskomen. Ik heb tijd voor mezelf nodig.”

Het begin van het einde, opperde mijn wederhelft met een bedenkelijke blik. Zelf was ik eerst nog te verbaasd door het besef dat de twaalfjarige meisjes van tegenwoordig dus echt niet meer met de barbies spelen. Tijd voor mezelf nodig … Waar halen die snotneuzen het toch.

Al snel groeide bij mij de bezorgdheid. Hij vertoefde zelf nog steeds hoog boven de zevende hemel. Zich van geen kwaad bewust. Het zou kei hard aankomen wanneer zijn vriendinnetje hem vertelt dat ze niet langer verliefd op hem is. Na heel wat rond de pot gedraai kwam dan toch de mokerslag. Een kort berichtje gedecoreerd met de nodige emoticons, alsof het meisje de ernst ervan wou verbloemen …

“Ik denk dat we beter gewoon vrienden kunnen blijven.”

Het duurde even voor het tot hem doordrong, maar zodra de boodschap hem duidelijk werd, gebeurde waar ik zo bang voor was: zijn wereld stortte in. Tranen met tuiten, een verdriet dat uit het diepste van zijn tengere lichaampje leek te komen. Hij was ongewoon rustig en stil, trok zich vaker terug op zijn kamer, maar kwam dan weer naar beneden om te knuffelen. De ‘liefde’ die hij niet meer van zijn meisje kreeg, zocht hij nu bij ons.

Het is hartverscheurend om je kind zo te zien. Als in een reflex wou ik zijn verdriet wegwuiven: minimaliseren en negeren. Ik wou het niet beter maken voor hem, maar simpelweg onder de mat vegen en doen alsof het er niet was.

‘Het is toch allemaal zo erg niet! Doe niet zo flauw. Stop nu maar met wenen. Er zijn nog zo veel meisjes …’

Tot ik bedacht hoe erg ik het zelf vind wanneer manlief mijn verdriet niet serieus neemt. Ik gaf zoonlief dus de aandacht die hij nodig had. Ik liet hem als een klein jongetje op mijn schoot uithuilen en zei dat hij zich daar niet voor hoefde te schamen. Dat ik wist hoe het voelde. Dat iedereen het wel eens meemaakt. En vooral … dat het beter wordt.

Zo geschiedde ook. Een paar dagen beheerste de luddevedu zijn leven, maar toen hij zijn skatebord weer oppakte en me vroeg hem naar het parkje te brengen wist ik dat het grootste leed geleden was. Dat het weer helemaal goed zou komen met hem wist ik toen hij in de auto met een grijns op zijn gezicht zei: “En nu ga ik chickies scoren … ”

gebrokenhart

 

 

 

Tijd

De tijd vliegt.

Je kan de klok niet stoppen. Ook al is ze stuk, de seconden blijven genadeloos wegtikken. Het grijpt me soms bij de keel als ik naar mijn kinderen kijk en het tot me doordringt hoe groot ze al geworden zijn. Als ik in de spiegel kijk en mijn rimpels tel, vraag ik me wel eens af waar mijn andere ik gebleven is. Mijn jonge versie, fris en fruitig … Voor eeuwig vervlogen, samen met de tijd.

Waar is de tijd?

Je kan je tijd verprutsen. Je tijd verdoen aan een nutteloze bezigheid of door gewoon niks te doen. Dolce far niente. Het is maar hoe je het bekijkt. De ene vindt het verloren tijd, de andere heeft genoten van dat uurtje lummelen. Ik kan me eindeloos druk maken wanneer een flutwerkje maar niet lukt en dubbel zo lang duurt dan gepland. Dat noem ik zonde van de tijd. Anderzijds heb ik er geen problemen mee af en toe mijn tijd te spenderen aan schaamteloos lui zijn, aan heerlijk niks doen. Dat noem ik tijd voor mezelf.

De tijd gaat snel, gebruik hem wel.

We zien tijd – of het gebrek eraan – vaak als iets negatiefs, waarschijnlijk omdat we er zelf geen controle over hebben. We kunnen de tijd, in tegenstelling tot de meeste dingen, niet naar onze hand zetten. Daar houden wij mensen niet van. Maar is dat wel zo?

Je kan tijd maken …

Het mooie aan tijd, vind ik, is dat je het kan maken. Een uurtje extra toveren is niemand gegeven, behalve bij de omschakeling van winter- naar zomertijd. Je kan tijd maken voor iets door bijv. bewust te kiezen langer van een zwoele zomeravond te genieten. Het kost je wat nachtrust, meer niet. Je kan tijd maken voor je gezin, voor jezelf of voor elkaar. Het kost je niks, tenzij jouw tijd geld is.

Tijd is een bewuste keuze …

Hoe je het ook draait of keert, je kiest zelf voor wat en voor wie je al dan niet tijd maakt. Daarbij is het heel belangrijk om die keuze bewust te maken en voor de volle 100%. Tijd maken voor iets, maar eigenlijk ergens anders willen zijn … daar wordt niemand beter van. FOMO (Fear Of Missing Out) is aan mij niet besteed. Het is niet altijd makkelijk, maar ik probeer te leven in het hier en nu. Door de tijd bewuster te beleven hoop ik dat één seconde kan aanvoelen als twee.  Zo zet ik de tijd een klein beetje naar mijn hand. Hier en daar pits ik er een uurtje af, zestig minuten die ik dan later kan inzetten voor iets of iemand die ik de moeite waard vind.

tijd

 

 

 

 

What’s in a name

“Ik ben Lau Van Herck, want mijn zus heet Josefien Van Herck.”

Totaal onverwacht werden we wakker geschud. Ik moest even slikken, het laten bezinken. Uit het niets werden we met onze neus op het feit gedrukt dat we in een  volgende fase zijn aanbeland. Dat onze kleinste man zonder het te weten een hele grote stap had gezet.

Het zat er nochtans aan te komen. Hij wordt ouder – vijf bijna – en zijn wereld wordt groter. Hij ervaart de dingen en mensen rondom hem, zijn leefwereld als vanzelfsprekend terwijl het dat allesbehalve is.

“Ik ben Lau Van Herck”

Een schijnbaar onschuldig zinnetje, maar voor ons een teken dat hij besef krijgt van zijn eigen identiteit. Hét teken dat we binnenkort heel wat uit te leggen hebben.

Tot nu was hij dus gewoon Lau, meer niet. Door de complexe omstandigheden bij zijn geboorte kreeg hij de naam van een man die geen enkele band met hem had en samen met de moeder al snel uit zijn leven verdween. We zijn die familienaam dan ook altijd bewust een beetje uit de weg gegaan. Zijn ‘echte’ papa is er al lang mee bezig om de naam te veranderen, maar dit is niet zo simpel en vraagt tijd. Tijd die we nu plots niet meer lijken te hebben.

Iedereen heeft een naam. We staan niet stil bij het belang van onze naam, die hoort en past bij ons. Die bepaalt wie jij bent, voor jezelf maar ook voor anderen. Je familienaam vertelt je waar je vandaan komt, waar je wortels liggen, bij wie je hoort. Wat doet het met een kind als hij beseft dat zijn afkomst en de familie die hij als de zijne beschouwt niet dezelfde zijn? Dat zijn wortels niet bij ons liggen en dat de familienaam die hij – voorlopig nog – draagt niet staat voor wie hij is?

Er zullen heel wat vragen komen en we moeten samen met hem de ingewikkelde knoop ontwarren. Dat hij niet zoals zijn broer en twee zussen uit mijn buik geboren is, dat weet hij ondertussen wel. Dat er twee papa’s zijn, daar heeft hij vrede mee. Waarom dit zo is en welke onbekenden nog mee deel uitmaken van zijn roots, dat is niet zo’n mooi verhaal waarvoor we hem liefst zo lang mogelijk wilden en konden beschermen. Tot nu …

Nog minder dan in het gewone leven, heb je in de pleegzorgwereld niet alles in de hand. De jeugdrechter, consulenten, begeleiders, ouders en de kinderen zelf houden je regelmatig met de voetjes op de grond. Dat maakt het er zeker niet makkelijker op en soms is het ronduit vervelend, maar al bij al maakt het ons leven vooral boeiend en uitdagend.

Ook hier komen we wel weer uit. We kunnen niet meer doen dan er voor hem zijn als dat nodig is en ervoor zorgen dat hij zich deel van ons gezin voelt en blijft voelen.

Hoe ons ventje ook heet, hij hoort bij ons.

 

 

 

Bedankt voor alle kritiek

Betekenis ‘kritiek’
1 kri·tiek (bijvoeglijk naamwoord)
1.1 hachelijk, gevaarlijk: een kritieke toestand
2 kri·tiek (de; v; meervoud: kritieken)
2.1 aanmerking op iemands optreden of daden: kritiek hebben op iem. of iets; niet tegen kritiek kunnen
2.2 beoordeling, m.n. van kunstwerken: de film kreeg lovende kritieken

Heb je moeite met het krijgen van kritiek? Ga je onmiddellijk in de verdediging, ben je verontwaardigd of aanvaard je nederig de negatieve opmerking op je persoon, je gedrag, je werk, …

Ik heb het er niet altijd makkelijk mee, dat geef ik toe. Mijn eerste reactie is meestal hevige ontkenning die wel eens gepaard gaat met boosheid. Ze blijven dan in mijn hoofd spoken, de woorden van mijn belager. Dagenlang soms.  Ze hebben wat tijd nodig om te bezinken, om verwerkt te worden. Ondertussen knagen ze genadeloos aan mijn zelfbeeld, aan mijn zelfvertrouwen. De twijfel slaat toe … 

Wanneer dat tergend trage proces doorlopen is, komt de objectieve kijk op de zaak: Wat werd er gezegd? Door wie? Wat was de context? De bedoeling? 

Stilaan komt dan ook de enige vraag die er echt toe doet. De vraag die de zelfreflectie in gang zet: Zit er een grond van waarheid in de negatieve commentaar?

Of dat al dan niet het geval is, dat maakt op dat punt volgens mij niet meer uit. Het gaat vanaf dan vooral over het kritisch nadenken over jezelf. Van op een afstand naar jezelf kijken. Je kleine, scherpe kantjes onder ogen durven zien en ermee aan de slag gaan. Een aartsmoeilijke opdracht.

Geeft men commentaar over de dingen die ik schrijf, over hoe ik schrijf, dan denk ik daar over na en leer er meestal iets uit. Ook al ga ik niet akkoord, ik probeer het toch eens op een andere manier. Soms komt daar zelfs iets verrassends leuk uit voort.

Krijg ik kritiek op de job die ik doe, op de manier dat ik het doe, dan is dat even slikken, maar al gauw bekijk ik het vanuit een ander standpunt wat vaak leidt tot nieuwe inzichten, verbeteringen en extra motivatie.

Ontvang ik negatieve feedback op de chaotische manier waarop ik mijn huishouden probeer te beredderen, dan kan ik niet anders dan beamen, toegeven dat het me soms boven het hoofd groeit. Vervolgens steek ik een tandje bij om even later te beseffen dat ook dat niet voldoende is. Een diepe zucht en … foert!

Trakteert men mij op een heuse aanval op mijn ‘moeder zijn’, de kern van mijn bestaan dan … dan word ik serieus uit mijn lood geslagen. Het kleinst puntje van kritiek, hoe van de pot gerukt het ook mag zijn, kan mij – net als iedere moeder die haar taak ernstig neemt – met de grond gelijk maken. Moeders weten dat en kunnen elkaar in het slechtste geval wat dat betreft ferm den duvel aandoen.

Gelukkig sta ik nogal stevig in mijn schoenen en slaag ik er na een tijdje ook dan weer in om uit de put te kruipen en de enorme berg der kritiek te beklimmen om dan vanop de top, hoog boven iedereen uit, mezelf als moeder te bekijken, alle aspecten van mijn mama zijn. De fouten die ik al kende en waar ik aan probeerde te werken komen weer boven drijven en worden beoordeeld. De nieuwe puntjes die mij ten laste werden gelegd en al dan niet terecht bevonden, worden gewikt en gewogen. Ik ontdek zelf puntjes waar best aan gewerkt mag worden en ga vastberaden aan de slag.

Hoe pijnlijk de kritiek ook is, laat het een reden zijn om even naar jezelf te kijken. Ook al is de commentaar ongegrond, neem jezelf onder de loep. Durf eerlijk zijn. Ik ben er zeker van dat je – net als ik – een heleboel nieuwe tekortkomingen vindt waarmee je aan de slag kan.

Eigenlijk moet ik dus dankbaar zijn voor de criticasters rondom mij. Wat hun bedoelingen ook mogen zijn, het maakt op zich niet veel uit. Élk puntje van kritiek maakt van mij een beter mens. Elke aanval op mijn manier van moederen, maakt van mij een betere mama. Het motiveert mij om voortaan nog meer mijn best te doen.

Dikke merci!

kritiek
Quote van Aristoteles

 

 

 

 

 

Ik ben Josefien

Onze jongste dochter is een ‘vedette’. Ze heeft een sterk eigen willetje en is heel erg zelfbewust. Ik denk dat ze die eigenschappen vooral van mij heeft geërfd, al was ik als kind heel gehoorzaam en gedwee. Ik was een stille rebel. Wanneer de juf in de lagere school zei de titel met een groene pen te onderstrepen, nam ik stiekem een ander kleurtje. Pas later kwam ik ertoe mijn eigen mening te uiten en – als ik het de moeite vond – er ook voor te strijden.

Onze dochter is echter al van heel klein heel erg zichzelf. Ze bleef vaak onder de radar als jongste van drie waardoor ze ongestoord haar gang kon gaan. Stout kan je haar niet noemen. Ze is eerder eigengereid. Ze is niet tegendraads. Eerder eigenzinnig.

Wanneer ze ’s ochtends voor school zelf haar kleren kiest en klaar lijkt voor één of ander Bal Marginal, dan kan ik haar ook heel direct zeggen dat het absoluut niet mooi is. Ze voelt zich dan niet aangevallen, maar zegt met zelfzekere blik: “Ik vind het zelf ook niet zo mooi, maar daar heeft toch niemand last van. ”

Is het ok dat ik die reactie geweldig vind? Is het gepermitteerd dat ik haar dan ook zo naar school laat gaan? En dat ik mij niet druk maak over de onvermijdelijke reacties van de andere ouders en juffen?

Vanmorgen was het weer van dat. img_2046Eerst dacht ik nog dat het een grap was, maar toen het niet zo bleek, maakte ik haar duidelijk dat die kledij niet echt conform de huidige modetrends was, waarop zij haar kousen liet zakken en heel overtuigd vroeg of het zo dan beter was.

Ze aanvaardt niet elke nee, legt zich niet zomaar neer bij elk antwoord. Ze is kritisch en kan haar mening vaak ook heel gevat verwoorden, waardoor we meer dan eens begrip krijgen voor haar verzet. Ze zal zelden uit haar krammen schieten wanneer ze haar zin niet krijgt. Ze zal eerder een onderbouwd betoog afsteken met weloverwogen argumenten om ons te overtuigen van ons ongelijk.

Ik hou wel van dat kantje. Ik herken het. Later zal ik het me nog vaak beklagen en niet iedereen zal haar die eigenschap in dank afnemen, maar als ze mettertijd leert nog iets meer rekening te houden met anderen, zonder weliswaar haar eigenheid te verliezen, dan zal het haar nog ver brengen.

wees jezelf

 

Liefde is een scheet

“Love is like a fart. If you have to force it, it’s probably shit.”

Deze quote blies facebook enkele dagen geleden in mijn gezicht. Een quote die me deed schaterlachen. Eén die me werkelijk op het – ik geef het toe – winderige lijf geschreven is. Ik hoef me daar trouwens niet om te schamen, want iederéén doet het … scheetjes laten. En inderdaad, als je te veel kracht zet, kan er al eens iets meer bij zijn.

Ik stuurde de quote door naar mijn zus, want flatulentie is volgens mij erfelijk. We lachen heel wat af samen en vaak ligt een onschuldig scheetje aan de basis van ons buitensporig plezier. We hebben nu eenmaal niet veel nodig om gelukkig te zijn …

Eens de lachbui voorbij drong de diepere betekenis van de quote door. Een scheetje moet vanzelf komen. Je mag niks forceren. Dat is toch wat ons moemoe altijd zei. De link met de liefde is dan inderdaad snel gemaakt.

Je kan niemand verplichten om lief te hebben, om jou graag te hebben. Je kan al het mogelijke doen om die persoon van het tegendeel te bewijzen, om hem of haar ervan te overtuigen dat je de slechtste niet bent. Maar het risico dat het niets uithaalt en je het deksel weer op de neus krijgt, is meer dan reëel.

Als naïef pubermeisje heb ik me daar wel eens aan bezondigd. Je bent tot over je oren verliefd, maar de gevoelens blijven onbeantwoord. Je probeert dan extra in de kijker te lopen, je van je mooiste kant te laten zien. Soms lukt het. Soms niet, en dat was dan inderdaad shit. Op amoureus vlak zit ik gelukkig al vele jaren op mijn plaats. Hem heb ik lang geleden al omver geblazen met mijn charmes en andere kwaliteiten.

Wat platonische relaties betreft, heb ik doorheen de jaren veel geleerd. Waar ik als kind en tiener graag beste vrienden was met iedereen, hoeft dat nu niet meer zo nodig. Moeten ze me niet, dan maak ik het hen gemakkelijk en blijf ik uit de buurt. Leven en laten leven dus, maar met het nodige respect, van mijn kant althans.

Gaat het niet vanzelf, groeit de vriendschap of genegenheid niet spontaan, dan trek je maar beter snel je conclusies in plaats van, tegen beter weten in, krampachtig je stinkende best te blijven doen..

Liefde is dus een scheet. Het mag een beetje moeite kosten, maar niet te veel.

img_2017

Column #4: Daar gaat hij

Het is vrijdag, het is weer zover. Zijn valiesje is gepakt, zijn favoriete verhaaltje voor het slapengaan en zijn lievelingsknuffel erin. Ons ventje staat proper gewassen en gestreken klaar voor ‘het bezoek’.

Om de twee weken gaat Lau logeren bij zijn echte papa. Hij vindt het niet altijd even leuk. Hetdaarmee bedoel ik dan het afscheid nemen en het niet bij ons kunnen blijven. Dat valt hem soms een beetje zwaar, maar zijn papa vindt hij wél leuk. Dat merken we aan zijn enthousiasme wanneer papa Chel voor de deur staat.

Hij begrijpt nog niet hoe het allemaal in elkaar zit, hij heeft er zelfs geen besef van dat wij zijn echte ouders niet zijn. Hij heeft gewoon twee papa’s en met de regelmaat van de klok gaat hij bij papa Chel slapen. Wanneer hij echt geen zin heeft, vraagt hij wel eens waarom.

Waarom moet ik gaan? Waarom kan ik niet bij jou blijven, mama?

Mijn hart breekt in honderdduizend stukjes. Het liefst van al zou ik dan zeggen dat hij bij mij mag blijven. Hij moest eens weten hoe graag mama dat zelf ook wil. Maar het is en blijft Pleegzorg, dus negeer ik de krop in mijn keel en probeer een antwoord op kindermaat te geven.

Papa Chel houdt van jou, net zoals mama en papa. Hij heeft je heel erg gemist. Hij is óók jouw papa. Hij wil je heel graag zien en bij jou zijn.

Hij lijkt het wel te snappen en wanneer hij beseft dat hij de volgende dag alweer thuis zal zijn, vertrekt hij meestal met de glimlach. Ook bij mij wordt de knop verrassend makkelijk omgedraaid zodra hij de deur uit is. Ik weet dat er goed voor hem gezorgd wordt en dat hij graag gezien wordt. Die geruststellende gedachte maakt dat ook ik kan genieten van de tijd zonder hem. Hij durft mij nogal opeisen en wijkt niet vaak van mijn zijde. Dat kan al eens vermoeiend zijn.

Net zoals de meeste vierjarigen is hij erg aanwezig en drukt hij stevig zijn stempel op ons gezin. Zijn afwezigheid is soms een welgekomen moment van rust voor iedereen. Hij wordt gemist en we zijn altijd weer blij wanneer hij terug thuis is, maar we profiteren ook van de tijd zonder hem. Er zijn activiteiten genoeg die minder evident zijn met een vinnige kleuter: een stevige wandeling, shoppen, op restaurant, naar de bioscoop, een museumbezoek …

We kunnen er niet onderuit, dus maken we er maar beter het beste van.

Deze laatste zin  lijkt hoe langer hoe meer ons gezinsmotto te zijn. Een positieve ingesteldheid, een draai kunnen geven aan de dingen zodat het onvermijdelijke niet persé een tegenvaller hoeft te zijn. Het is een belangrijke boodschap die we graag meegeven aan onze kinderen én aan kandidaat-pleegouders. Deze gedachtengang zal het hele avontuur en bij uitbreiding het leven een pak aangenamer en mooier maken.