Dromen

Mama, kunnen dromen uitkomen?

Ja, jongen. Als je ze heel zorgvuldig uitkiest, kunnen ze uitkomen.

Ons ventje bedoelde het natuurlijk niet zo. Hij droomt de laatste tijd nogal vaak en veel. ’s Ochtends vertelt hij dan enthousiast wat hij die nacht beleefd heeft. Of hij maakt me midden in de nacht wakker om vol vuur te vertellen over dinosaurussen, oceanen, vulkanenuitbarstingen, hevige branden en brandweerwagens die hij zelf bestuurde… Het kan allemaal in zijn dromen.

Hij wou gewoon weten of hij die knotsgekke, nachtelijke avonturen ook in het echte leven kan meemaken. Nu komt het voor zo’n ventje wel op hetzelfde neer. Voor een zesjarige zijn dat de dingen waar hij van droomt, de avonturen die hij wil waarmaken.

Het was meteen ook de aanzet tot een geanimeerd gesprek met de rest van het gezin.

Wat zijn jullie dromen? Met leeftijden tussen de 6 en 16 krijg je heel uiteenlopende antwoorden. Best wel interessant.

De negenjarige dochter droomt ervan om bekend te worden en ooit mee te spelen in #likeme. Ze werkt ook hard om die droom te laten uitkomen. Ze volgt muziekles, dans- en acteerles. Heerlijk om te zien hoe ze op die leeftijd weet wat ze wil en er vol voor gaat.

De dertienjarige zoon wil een bekende youtuber worden zodat hij ook met een Lamborghini kan rijden en hele dagen kan vullen met de meest onzinnige dingen. Af en toe zie ik een filmpje van hem waarin hij vlogt. Hij is duidelijk nog op zoek naar zijn eigen stijl, maar hij pakt op beeld. Dus wie weet …

De zestienjarige dochter bekijkt het allemaal gelukkig een beetje realistischer. Ze is volop op zoek naar zichzelf, verandert af en toe van richting, maar laat regelmatig een glimp zien van de fantastische jongedame die ze zal worden. Ze kan niet echt antwoorden wanneer ik naar haar dromen vraag, maar ik gok erop dat zij de meeste kans maakt om ze waar te maken. Het is een harde werker, dus zodra zij weet wat ze wil, zal ze er ongetwijfeld alles aan doen om dat te bereiken.

En dan volgt onvermijdelijk diezelfde vraag aan ons. Waar dromen jullie van, mama en papa?

De grootse plannen die we twintig jaar geleden samen maakten zijn ondertussen gerealiseerd of een work in progress. We wilden de wereld zien, dus profiteerden we van onze vrijheid voor we aan kinderen begonnen. We droomden van een groot gezin en dat viel zelfs nog iets groter uit dan initieel bedoeld. Nu de kinderen ondertussen iets ouder zijn, pikken we wat dat reizen betreft de draad weer op. Ook op professioneel gebied loopt voorlopig alles zoals gepland. 

Dat betekent nochtans niet dat we geen dromen meer hebben, integendeel! Ik merk dat er nu meer ruimte komt voor onze individuele dromen. Waar we vroeger samen doelen stelden, kunnen we nu voorzichtig weer een beetje aan onze eigen weg timmeren. Leren zeilen, een boek schrijven, een muziekinstrument leren spelen, … We blijven plannen maken en proberen die tot een goed einde te brengen, maar we zijn tevreden met waar we nu staan. En wanneer we op één van de vele zwoele zomeravonden samen naar de hemel staren en een vallende ster zien, doen we – nog steeds – elke keer opnieuw dezelfde, simpele wens.

Dat alles blijft zoals het is …

Ik hou van jou

We staan vertrekkensklaar. Naar school. Hij heeft zijn jas al flink zelf aangetrokken, maar zijn schoenen aandoen lukt nog niet altijd even goed. Hij probeert het wel en geeft niet snel op, maar omdat de klok tikt, neem ik het – vaker dan nodig – van hem over.

‘Kom, mama zal even helpen.’ Ik zet me op mijn hukken bij hem neer en begin eraan. Binnensmonds vloek ik weer. We moeten echt eens makkelijke, brede schoenen kopen die vlotter aan en uit glijden. En volgende keer geen veters meer, maar klevers.

Vanuit mijn ooghoek zie ik ons ventje naar me kijken. Hij lijkt me te bestuderen. Wanneer ik dan even naar hem opkijk en onze blikken elkaar kruisen, zegt hij: “Ik hou van jou!”

Ik hou van jou. Of ik zie je graag. Het wordt zo vaak gezegd. Soms omdat het zo hoort of als een automatisme wanneer je je kind in bed legt of afzet aan de schoolpoort bijvoorbeeld. Soms gooi je het er nog snel uit wanneer je afscheid hebt genomen en alweer op weg bent naar ergens anders. “Lof joe!” Het klinkt dan heel luchtig, zelfs een beetje hol, ook al meen je het. We zeggen het soms zó vaak en zó tussendoor dat de betekenis en de waarde ervan vervaagt. Heel anders dan wanneer Lou het ’s ochtends zegt. Hij neemt zijn tijd en observeert me eerst heel aandachtig alsof hij mijn goede kwaliteiten als moeder afweegt tegen mijn zwakke momenten en dan toch nog tot de conclusie komt dat hij mij graag ziet. Heel oprecht en gemeend.

Er was een tijd, nog niet eens zo lang geleden, dat de ‘love you’s’ en de ‘ik zie je graags’ me rond de oren vlogen. Toen de oudsten nog kleiner waren, liepen hier vier kinderen in huis rond die naar mijn aandacht en liefde snakten. Ondertussen zijn er twee van de vier al heuse pubers die van nature een beetje afstand nemen en er makkelijker ‘Laat me met rust!’ of zelfs ‘Ik haat jou!’ uitfloepen dan ‘Ik wil een knuffel’ of ‘Ik hou van jou’. Gelukkig zijn er dan de twee kleinsten die alles min of meer in balans houden.

Ik weet ook wel dat wat je zegt niet altijd het meeste indruk maakt, maar vooral dat wat je doet. Daarom voeg ik graag het woord bij de daad en gaat mijn ‘Ik zie je graag’ meestal gepaard met een dikke knuffel om de liefdesverklaring extra kracht bij gezet. Kwestie van zeker begrepen te worden!

Lie(f)s

afbeelding: mamaliefde.nl

MOOI

Wat is het leven mooi. Mijn vingers kriebelen om dit neer te schrijven, dit zinnetje. Het leven is mooi. Geen idee waarom. Het is een gevoel dat een weg naar buiten zoekt. Dat heb ik wel eens. Alleen wordt het vaker aangedreven door een bezorgdheid of een onstabiele emo-toestand dan door een positieve noot.

Hoewel, nu ik er zo over nadenk, gebeurt het wel vaker dat ik een hele aangename, positieve jeuk voel en het van de daken wil schreeuwen. Maar dan begin ik te denken en is het spontane er meteen weer af. Wie heeft er hier nu boodschap aan? Mag ik het in deze moeilijke tijden überhaupt wel tonen dat ik af en toe ook gewoon gelukkig ben? Klinkt het allemaal niet te melig?

Het gevoel van uiterste vreugde neemt dan vreemd genoeg ook meteen een beetje af. Maar vandaag voel ik me zo heerlijk licht, fris en fruitig dat het mij geen barst kan schelen wat jij denkt over mij of over mijn euforische staat van zijn.

Is het de zon die staat te popelen om te schijnen en eindelijk gaat komen? Of omdat ik vanochtend sinds lang weer naar de kapper kon? De dalende grafiek van de coronacijfers? Het weekend dat dadelijk begint? Geen idee en het maakt me ook niet uit. Ik ga mijn gevoel niet overanalyseren tot er helemaal niks meer van overblijft. Ik grijp het vast en laat het de eerstkomende dagen niet meer los.

Voilà, dit was mijn bolgje. Je hebt er niks aan, maar ik wou het toch maar even laten weten.

Lie(f)s

Brei je vrij

Tik tik tik … tik tik tik … tik tik tik …

Het monotone ritme van de breinaalden die elkaar onophoudelijk raken, brengt me tot rust. De eerste minuten kost het me moeite, maar geleidelijk aan verdwijnen de vertrouwde geluiden van ons nest naar de achtergrond en slaag ik erin me alleen nog maar te focussen op ‘rechts-averechts-rechts-averechts-…’

Zo gaat het verder, 48 keer volledig ontspannen. Bij de 49e keer stijgt de spanning, want de 50e moet averechts zijn. Die laatste steek is erop of eronder. Hij maakt het verschil tussen succes of falen. Gelukkig loopt het meestal goed af en bezorgt elke foutloos afgewerkte rij me een mini-succeservaring.

Ik heb meditatie geprobeerd om meer grip te krijgen op mijn soms warrige gedachten, maar door de jaren heen heb ik vastgesteld dat het tot rust brengen van mijn geest pas lukt wanneer mijn lichaam toch een klein beetje kan of mag bewegen. Tijdens het breien bijvoorbeeld, hangt mijn lijf ontspannen in de zetel, maar mijn handen blijven actief bezig.

Bovendien moet mijn brein eerst uitgedaagd worden alvorens het volledig tot rust kan komen. Alsof het zich niet zomaar gewonnen wil geven en er eerst een prijs betaald moet worden voor dat zalige zen-gevoel. Het moet eerst iets onder de knie krijgen, een nieuwe beweging tot een automatisme maken. Eens dat doel bereikt, is het verstand op nul en gaan! Eens op dat punt, kan mijn lijf volledig ontspannen en kunnen mijn gedachten een hoge vlucht nemen.

Tijdens het breien komen de herinneringen aan vroeger. De schoolbus die me ’s namiddags voor de deur afzette. ‘s Maandags ging ik dan eerst thuis mijn breitas halen om me vervolgens naar mijn grootmoeder te haasten die naast ons woonde. Daar zat namelijk een vijftal olijke dames op leeftijd in de woonkamer te tetteren, te lachen, liters slappe koffie te drinken én te breien. Ze zaten aan de grote, rechthoekige tafel waarop, rond de tijd dat ik van school kwam, toevallig, minstens twee versgebakken slagroomtaarten stonden. Het was het wekelijkse ‘breiklikje’ van een groepje vriendinnen die jarenlang elke maandag beurtelings bij elkaar samenkwamen om te breien. En om taart te eten.

De oudere dames onthaalden me steevast met een warme glimlach en leken telkens oprecht blij me weer te zien. Ik zette me bij aan tafel en na het eerste stukje taart nam ik mijn eigen breiwerk om volledig mee op te gaan in het keuvelende en schaterende gezelschap. Als ik dan toch eens een steek liet vallen, was dat niet erg, want de doorwinterde breisters hadden die in een mum van tijd zo weer voor me opgeraapt.

Falen was daar aan die tafel geen ramp.

Ik denk dat mijn grootmoeder de enige is die nog overblijft van het breiklikje. Mit van Bertha, Margeritte, Maria … ze zijn er al even niet meer. Mijn grootmoeder daarentegen breit nog steeds, maar dan minder snel. Ze bakt nog steeds taarten, maar dan zonder slagroom. Ze ontvangt me nog steeds met een glimlach, maar dan nóg enthousiaster dan dertig jaar geleden.

En ik? Ik brei ook nog. Al is het maar af en toe. Ik ben nooit verder gekomen dan het creëren van een simpele sjaal. Ik brei dan ook alleen maar om weer even tussen Mit van Bertha en Margeritte te zitten en die heerlijke slagroomtaart met vers fruit van moemoe te proeven.

De casserol van moemoe

Stel: je huis staat in brand en je man en kinderen zijn veilig. Wat zou je dan absoluut willen redden?

Er is weinig materieels waarvoor ik de vlammenzee zou trotseren. Ik denk dan in de eerste plaats aan de fotoboeken die me helpen om herinneringen vast te houden want mijn manke geheugen heeft het daar soms moeilijk mee. Verder is er haast niets …

Er is echter één ding waarvoor ik een risico wil nemen en dat is de casserole van moemoe. Niet omdat het een duur ding is. Integendeel, hij moet minstens 50 jaar oud zijn en ziet er ook zo uit. De buitenkant is nochtans prachtig blauw met grote wit/rode bloemen op. Geweldig retro en hij blendt heerlijk met ons gasfornuis. Er zit zelfs nog een deksel bij. Ik redde deze en nog een kleinere pot van de afvalcontainer toen moemoe verhuisde naar het woonzorgcentrum.

Mijn god, wat riep dat ding herinneringen op toen ik het daar tussen een hoop troep zag liggen wegkwijnen. Ik rook weer moemoe haar weergaloze ‘poddingpap’, zoete vanillepudding met daarin macaroni. Ik zag de kalkoenrollade weer sudderen op het vuur of hoorde het gesis van het witloof dat erin lag te stoven. De kriekenspijs voor bij de frikadellen met haar secret ingrediënt: groseille.

Moemoe is er ondertussen al ruim vijf jaar niet meer, maar haar casserole staat hier nog wel parmantig op ons vuur te pronken. Niet weggestoken in de rommelige lade die zij ongetwijfeld een schande zou vinden, maar prominent aanwezig in de keuken.

Soms zie ik haar dan weer staan, aan haar kleine gasfornuis, in die blauw/paarse keukenschort. Zo eentje als die van ma Flodder. Die grijze haren die er altijd zijn geweest, want vroeger waren alle grootmoeders nog grijs en hadden ze een leven lang dezelfde snit.

Elke keer ik in haar casserole de patatten kook of een soep maak, proef ik die poddingpap weer en ruik ik de stevig gekruide kalkoen. Dan denk ik weer aan die avonden voor de tv in het pikkedonker terwijl ik met mijn hoofd op haar schoot lag en ze onophoudelijk mijn paternosterbollekes telde. Ze ging dan met haar vinger over mijn ruggengraat en drukte eventjes op elke wervel. Dan krijg ik weer zin in een chocoas die in de Nescafé Gold oploskoffie werd gesopt, soms net iets te lang zodat een stuk afbrak en naar de bodem van de zjat zonk.

Het zijn zulke herinneringen waar ik belang aan hecht, ongrijpbaar maar van waarde onschatbaar. Het zijn zulke herinneringen die ik mijn (pleeg)kinderen wil meegeven. Dat ze later ook zo’n waardeloos ding bewaren, een hulpmiddeltje om af en toe met de glimlach terug te denken aan hun kindertijd.

Tweedehands

Niets leuker dan rondlopen in een tweedehandswinkel. Opnieuw&co heeft al langer niet meer die negatieve bijklank van weleer. Ondertussen schaamt niemand zich nog om te zeggen dat hij die mooie jas of lamp in de Krinkel kocht. Toch lukt het me niet. Ik kan er uren rondlopen, meubels en accessoires bekijken, ruiken, voelen … om het dan weer terug te zetten.

Het kan te wijten zijn aan mijn iets te rijke verbeelding, maar elk ding draagt zijn verhaal mee. Het heeft al een heel leven achter de rug. Het hoorde ergens thuis, in een gezin, bij een oud paar of een eeuwige vrijgezel. Het heeft waarschijnlijk jarenlang een vast plekje gehad, de sfeer in huis opgesnoven en de geur, willens nillens, geabsorbeerd. Die geur, dat is nu net het probleem …

Het is zoals kinderen en hun nestgeur hebben. Een mengeling van moeders vertrouwde wasverzachter en de favoriete douchezeep, overgoten met een zweem van huiselijk parfum. Je mag die kinderen onder de douche zetten en andere kleren aantrekken, die nestgeur krijg je er niet meer uit. Het zit in ons vel.

Je eigen nestgeur neem je niet meer waar, maar die van anderen des te meer. Soms overvalt je een gevoel van herkenning omdat de kleren van de persoon dichtbij je gewassen werden met hetzelfde middel. Of je wordt terug gekatapulteerd naar je kindertijd door het ruiken van een bepaald aroma dat herinneringen oproept aan de logeerpartijtjes bij de grootouders, de saaie lessen op de middelbare school of de zorgeloze zondagen in dat muffe chirolokaal.

Zo’n tweedehandsding, hoe mooi ook, heeft een geur die niet bij de mijne past. En daarom koop ik het niet. Jammer eigenlijk, want er zitten soms echte schatten tussen. Maar ik geef de moed niet op en zet mijn zoektocht in de Kringloopwinkel verder naar die ene geur die probleemloos blendt met de mijne. Hopelijk hoort er bij die herkenbare odeur dan ook nog een geweldig mooie fauteuil of kast.

2020

Het jaar loopt op zijn einde. Je zou zeggen dat een exemplaar als 2020 met zijn chaos en uitdagingen ons gezin op het lijf geschreven is. We gedijen inderdaad het best omgeven door een beetje wanorde en houden van enige onvoorspelbaarheid en avontuur. We zijn dan ook niet voor niks een pleeggezin, maar ook voor ons zijn er grenzen.

Het begon nochtans veelbelovend. Voor het eerst vierden we eindejaar in de zon en voetjes in het zand. Voor we kinderen hadden waren we bescheiden globetrotters. Met kleine kinderen lieten we de grote reizen aan ons voorbij gaan, maar ondertussen begon het weer te kriebelen. We maakten begin 2020 dan ook heel wat plannen om met het gezin onze wereld letterlijk te verruimen.

En dan was het maart. De vage berichten in het nieuws over een nieuw virus werden heel concreet. Het kwam beangstigend dichtbij tot we er plots middenin zaten: een lockdown. In plaats van de wijde wereld te verkennen, moesten we de weg in onze kleine bubbel vinden. Niet direct wat we in gedachten hadden, maar op zijn minst een even groot avontuur als een verre reis naar een exotische bestemming.

Als pleeggezin zijn we het gewend om te gaan met onvoorspelbaarheden en kunnen we vaak niet anders dan gewoon aanvaarden dat de dingen niet lopen zoals gewenst. Daarom was de lockdown, of het ‘verplicht cocoonen’ zoals we het noemden, niet echt een straf. De wereld was weer kleiner en het doodgewone werd bijzonder. We konden niet anders dan ons ook bij deze nieuwe realiteit neerleggen en er het beste van maken. Zelfs de kinderen leken dit te begrijpen. Ze pasten zich verrassend makkelijk aan. Ik wil graag geloven dat onze jarenlange ervaring als crisisgezin daar voor iets tussen zit. Ook toen stonden ze telkens opnieuw vol enthousiasme klaar het onbekende toe te laten en de veranderingen ermee gepaard op zich af te laten komen.

Ons pleegzoontje zocht eveneens probleemloos zijn weg dit jaar. Nochtans was de verandering voor hem het ingrijpendst door het tijdelijk wegvallen van de bezoeken. Het leek grotendeels aan hem voorbij te gaan, maar af en toe stak het gemis de kop op. Voor ons was het dan weer een verademing om even als een ‘gewoon’ gezin te kunnen leven. Het gevoel dat hij ‘ene van ons is’ werd nog maar eens bevestigd. Met een klein hartje en ja, met een beetje tegenzin, lieten we hem na de lockdown weer naar zijn papa gaan, maar opnieuw paste hij zich zonder moeite aan.

De zomer gleed gezapig voorbij. De zon deed overuren en maakte veel goed. Even leek alles weer min of meer normaal, al was het soms moeilijk balanceren tussen het veilig houden en toch een beetje van de herwonnen vrijheid proeven. Wanneer we op uitstap wilden, haalden mijn man en ik inspiratie uit onze jeugdherinneringen: een ijsje eten aan de lekdreef in Averbode en daarna een kaarsje gaan branden in Scherpenheuvel of een wandelingetje in Bokrijk. De eigen streek werd herontdekt en die koelbox weer bovengehaald zodat we ver weg van de drukte konden eten en drinken.

Wanneer ik dit schrijf is het volop herfst en lonkt er een nieuwe lockdown. Het wordt zelfs mij, een onverbeterlijke optimist, soms te veel. Geen idee hoe het zal zijn tegen de tijd dat deze Kleurrijk in onze brievenbus valt, laat staan met de feestdagen. Toch wil ik iedereen alvast een warm eindejaar toewensen en een stevige dosis veerkracht om er telkens opnieuw het beste van te maken.

Gelukkig nieuwjaar!

Lie(f)s

Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Later is al lang begonnen …

Vanochtend aan de ontbijttafel lag er iets onverteerbaars op mijn bord. Een vrouw, nog te jong en zo vitaal, was er plots niet meer. Ik kende haar, maar niet goed, niet echt. Het was zo’n vrouw waar de positieve energie afspatte. Een vrouw die opviel, zonder al te veel moeite en waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen. Dat maakte haar zo mooi.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch raakt het mij. Is het omdat ze maar iets ouder was dan ik? Ook een moeder was en haar gezin nu alleen achterblijft? Is het omdat ik vanochtend weer maar eens herinnerd werd aan het feit dat het leven, sowieso al kort, voor sommigen wel heel snel afgelopen is. Het kan elk moment gedaan zijn, voor ieder van ons, ook voor mij.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch ben ik al heel de dag verdrietig. En boos. Boos omdat ik mensen ken die er, in tegenstelling tot haar, een heel ongezonde levensstijl op nahouden. Roken, drinken, niet sporten, … dichtgeslibte aders die keer op keer worden opengemaakt. Een overbruggingske meer of minder … Mensen die keer op keer een kans krijgen en het dan gewoon weer verkloten. Terwijl zij een voorbeeld was, ze genoot van het leven, maar op een gezonde manier. En dan wordt ze ziek en sterft amper twee maanden later. Zonder een kans te krijgen.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch komt het hard aan. Want net als ik zat ze ongetwijfeld nog vol plannen. Zo veel dingen die ze nog wou doen. Nog zo veel dromen te verwezenlijken, net als ik. Later …

Maar vandaag besef ik nog maar eens: later is al lang begonnen. We moeten leven in het hier en nu. Nu doen waar we van dromen. We moeten leven en ervan genieten. Zo veel het kan.

Het ga je goed daarboven, K. Ik kende je, maar niet goed. En toch zal ik je missen.

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl