Arrebol

“Wauw, mama, kijk hoe mooi de lucht is.” Mijn hart maakt een sprongetje. En vervolgens een dubbele salto wanneer een stemmetje “Oh ja, echt práchtig!” toevoegt. We zitten in de auto op weg naar school. De jongste dochter naast mij. De jongste zoon achterin. De lucht kleurt inderdaad prachtig roze, zelfs een beetje paars.

“Jouw lievelingskleur, mama.”

Eindelijk, denk ik bij mezelf. Ein-de-lijk is het gelukt om mijn kinderen de schoonheid rondom zich te laten zien. De schoonheid der simpele dingen. Bij de oudste twee lijkt die missie minder geslaagd. Wanneer ik hen wijs op een mooie wolkenformatie of op de maan die als een enorme witte bol aan de hemel staat, kijken ze even op van hun scherm en mompelen iets dat als een bevestiging kan geïnterpreteerd worden. Onze pubers zitten zo opgesloten in hun eigen wereldje dat al die pracht en praal aan hen voorbij gaat. Jammer vind ik dat.

Het heeft me dus twee kinderen ‘gekost’ om mijn doel te bereiken. Misschien is het omdat ik nu ouder ben, beduidend rustiger en daardoor zélf meer oog heb voor al het schoons dat de aarde en het leven te bieden heeft én hen er ook op wijs. Toch één ding dat ik opvoedingsgewijs voor elkaar gekregen heb, want oprommelen, de lichten doven en de deuren achter zich sluiten, zijn dingen die ik hen tot op heden nog niet heb kunnen aanleren. De afwasmachine leeg maken én ook weer vullen met het vuile gerief dat op het aanrecht staat. Het gaat er bij hen niet in. Schoenen uitdoen en jas aan de kapstok evenmin. Soit, ik wijk af.

Het is grappig dat onze zevenjarige, die voor de rest een vrij beperkte woordenschat heeft, vlotjes woorden als verrukkelijk, prachtig en adembenemend uitspreekt. Hij ziet schoonheid en benoemt het. Net als onze jongste dochter. Zij denkt in beelden en kan ze ook heel gedetailleerd beschrijven. Wanneer ze dan (soms iets te) uitgebreid vertelt, komt die schoonheid bovendrijven en wordt duidelijk dat ook zij het mooie in de dingen herkent.

De oudste zoon heeft ADHD waardoor heel veel zaken aan hem voorbij gaan. Hij raast door het leven aan zo’n immens tempo dat veel voor hem verloren gaat. Hij komt vaak uit de lucht gevallen wanneer hij iets te weten komt dat we nochtans binnen ons gezin besproken hebben. Hij is aanwezig, maar sommige dingen dringen niet tot hem door. Zo merk ik dat de simpele, maar zo mooie details hem niet opvallen. Laten we hopen dat zijn kijk met het opgroeien verruimt en hij ook leert genieten van die kleine details die het leven kleur geven.

De zeventienjarige dochter is een twijfelgeval. Ze lijkt de schoonheid van de kleine dingen niet op te merken. Op het eerste zicht besteedt ze er weinig aandacht aan. Wanneer ik dan op haar Instagram een foto zie verschijnen van een prachtige zonsondergang, weet ik dat ze het wél ziet, maar er gewoon geen woorden aan vuil maakt.

Dit alles bedenk ik me. Op een doordeweekse dinsdag op weg van school naar kantoor. Dankzij de paarse lucht waar mijn twee jongste kinderen me op wezen terwijl ik in mijn hoofd al een to-do-lijstje aan het opstellen was voor de werkdag die nog moest beginnen. Dankbaar dat ik dankzij die twee kleine koters enkele minuten heb genoten, voldoende om de dag met een glimlach aan te vatten.

Wist je dat er in het Spaans een woord bestaat voor de lucht die roodachtig kleurt door de zon? Arrebol, zo noemen ze het. Echte levensgenieters, die Spanjaarden. Adiós!

Lie(f)s

Flexibelen

Flexibelen … het is niet echt een werkwoord, maar als het er één was, dan heeft iemand het ongetwijfeld uitgevonden toen hij of zij aan ons gezin dacht. Want flexibel zijn we. Flexibel moeten we zijn om het gezinsleven draagbaar te houden met 6 personen die ieder hun eigen agenda hebben. Een dynamische eenheid die ook nog eens beïnvloed wordt door tal van externe factoren waar we absoluut geen controle over hebben.

Zelf heb ik er weinig problemen mee wanneer de dag – of bij uitbreiding het leven – anders verloopt dan gepland. Wanneer je niets plant, kan er ook weinig ‘verkeerd’ lopen natuurlijk. We zetten geen uitstapjes weken op voorhand in onze agenda. Nee, wij staan ’s ochtends op en zien wel wat de dag ons brengt. Kriebelt het om naar zee te gaan, valt het weer wel mee en staat er geen sociale of andere verplichting op de gezinsplanner, dan doen we dat.

Je leest het goed! Als fervente niet-planners hebben wij wel degelijk zo’n gezinsplanner aan de muur hangen. Die staat behoorlijk vol met vaste activiteiten zoals voetbaltrainingen, muzieklessen, logopediesessies, datenights, oudercontacten, werkvergaderingen en doktersbezoekjes. Het is de enige houvast in die heerlijke chaos van ons bestaan.

Ik moet toegeven dat niet elk gezinslid hier thuis even buigzaam door het leven danst. Onze oudste zoon heeft soms meer moeite om de knop om te draaien en mee te gaan met onze grillige flow. Hij doet dan eerst een beetje moeilijk, wringt wat tegen, maar meestal draait ook hij wel bij. Wanneer dit toch niet gebeurt, mag hij ook al wel eens thuis blijven. De oudste dochter leidt haar eigen leven ondertussen en past haar planning niet altijd graag aan, maar na een korte onderhandeling en de belofte tegemoet te komen aan haar bourgondische interesses is ook zij meestal bereid mee op de kar te springen. De twee kleinsten staan altijd enthousiast klaar om mee op avontuur te gaan. Op hun leeftijd is elke dag opnieuw een onbeschreven blad met hier en daar een vlek waar nog gretig rond geschreven of getekend kan worden.

Pleegzorg en al wat het engagement met zich meebrengt is zo’n vlekje op het blad van onze jongste zoon. Er zijn dingen waar een ‘gewoon’ gezin geen rekening mee moet houden zoals bezoeken met de ouders, huisbezoeken van de begeleiders, zittingen op de rechtbank, afspraken met jeugdconsulenten, … Een flinke dosis flexibiliteit is dan ook nodig om al die afspraken een plekje te geven in je agenda.

Dromen

Mama, kunnen dromen uitkomen?

Ja, jongen. Als je ze heel zorgvuldig uitkiest, kunnen ze uitkomen.

Ons ventje bedoelde het natuurlijk niet zo. Hij droomt de laatste tijd nogal vaak en veel. ’s Ochtends vertelt hij dan enthousiast wat hij die nacht beleefd heeft. Of hij maakt me midden in de nacht wakker om vol vuur te vertellen over dinosaurussen, oceanen, vulkanenuitbarstingen, hevige branden en brandweerwagens die hij zelf bestuurde… Het kan allemaal in zijn dromen.

Hij wou gewoon weten of hij die knotsgekke, nachtelijke avonturen ook in het echte leven kan meemaken. Nu komt het voor zo’n ventje wel op hetzelfde neer. Voor een zesjarige zijn dat de dingen waar hij van droomt, de avonturen die hij wil waarmaken.

Het was meteen ook de aanzet tot een geanimeerd gesprek met de rest van het gezin.

Wat zijn jullie dromen? Met leeftijden tussen de 6 en 16 krijg je heel uiteenlopende antwoorden. Best wel interessant.

De negenjarige dochter droomt ervan om bekend te worden en ooit mee te spelen in #likeme. Ze werkt ook hard om die droom te laten uitkomen. Ze volgt muziekles, dans- en acteerles. Heerlijk om te zien hoe ze op die leeftijd weet wat ze wil en er vol voor gaat.

De dertienjarige zoon wil een bekende youtuber worden zodat hij ook met een Lamborghini kan rijden en hele dagen kan vullen met de meest onzinnige dingen. Af en toe zie ik een filmpje van hem waarin hij vlogt. Hij is duidelijk nog op zoek naar zijn eigen stijl, maar hij pakt op beeld. Dus wie weet …

De zestienjarige dochter bekijkt het allemaal gelukkig een beetje realistischer. Ze is volop op zoek naar zichzelf, verandert af en toe van richting, maar laat regelmatig een glimp zien van de fantastische jongedame die ze zal worden. Ze kan niet echt antwoorden wanneer ik naar haar dromen vraag, maar ik gok erop dat zij de meeste kans maakt om ze waar te maken. Het is een harde werker, dus zodra zij weet wat ze wil, zal ze er ongetwijfeld alles aan doen om dat te bereiken.

En dan volgt onvermijdelijk diezelfde vraag aan ons. Waar dromen jullie van, mama en papa?

De grootse plannen die we twintig jaar geleden samen maakten zijn ondertussen gerealiseerd of een work in progress. We wilden de wereld zien, dus profiteerden we van onze vrijheid voor we aan kinderen begonnen. We droomden van een groot gezin en dat viel zelfs nog iets groter uit dan initieel bedoeld. Nu de kinderen ondertussen iets ouder zijn, pikken we wat dat reizen betreft de draad weer op. Ook op professioneel gebied loopt voorlopig alles zoals gepland. 

Dat betekent nochtans niet dat we geen dromen meer hebben, integendeel! Ik merk dat er nu meer ruimte komt voor onze individuele dromen. Waar we vroeger samen doelen stelden, kunnen we nu voorzichtig weer een beetje aan onze eigen weg timmeren. Leren zeilen, een boek schrijven, een muziekinstrument leren spelen, … We blijven plannen maken en proberen die tot een goed einde te brengen, maar we zijn tevreden met waar we nu staan. En wanneer we op één van de vele zwoele zomeravonden samen naar de hemel staren en een vallende ster zien, doen we – nog steeds – elke keer opnieuw dezelfde, simpele wens.

Dat alles blijft zoals het is …

Ik hou van jou

We staan vertrekkensklaar. Naar school. Hij heeft zijn jas al flink zelf aangetrokken, maar zijn schoenen aandoen lukt nog niet altijd even goed. Hij probeert het wel en geeft niet snel op, maar omdat de klok tikt, neem ik het – vaker dan nodig – van hem over.

‘Kom, mama zal even helpen.’ Ik zet me op mijn hukken bij hem neer en begin eraan. Binnensmonds vloek ik weer. We moeten echt eens makkelijke, brede schoenen kopen die vlotter aan en uit glijden. En volgende keer geen veters meer, maar klevers.

Vanuit mijn ooghoek zie ik ons ventje naar me kijken. Hij lijkt me te bestuderen. Wanneer ik dan even naar hem opkijk en onze blikken elkaar kruisen, zegt hij: “Ik hou van jou!”

Ik hou van jou. Of ik zie je graag. Het wordt zo vaak gezegd. Soms omdat het zo hoort of als een automatisme wanneer je je kind in bed legt of afzet aan de schoolpoort bijvoorbeeld. Soms gooi je het er nog snel uit wanneer je afscheid hebt genomen en alweer op weg bent naar ergens anders. “Lof joe!” Het klinkt dan heel luchtig, zelfs een beetje hol, ook al meen je het. We zeggen het soms zó vaak en zó tussendoor dat de betekenis en de waarde ervan vervaagt. Heel anders dan wanneer Lou het ’s ochtends zegt. Hij neemt zijn tijd en observeert me eerst heel aandachtig alsof hij mijn goede kwaliteiten als moeder afweegt tegen mijn zwakke momenten en dan toch nog tot de conclusie komt dat hij mij graag ziet. Heel oprecht en gemeend.

Er was een tijd, nog niet eens zo lang geleden, dat de ‘love you’s’ en de ‘ik zie je graags’ me rond de oren vlogen. Toen de oudsten nog kleiner waren, liepen hier vier kinderen in huis rond die naar mijn aandacht en liefde snakten. Ondertussen zijn er twee van de vier al heuse pubers die van nature een beetje afstand nemen en er makkelijker ‘Laat me met rust!’ of zelfs ‘Ik haat jou!’ uitfloepen dan ‘Ik wil een knuffel’ of ‘Ik hou van jou’. Gelukkig zijn er dan de twee kleinsten die alles min of meer in balans houden.

Ik weet ook wel dat wat je zegt niet altijd het meeste indruk maakt, maar vooral dat wat je doet. Daarom voeg ik graag het woord bij de daad en gaat mijn ‘Ik zie je graag’ meestal gepaard met een dikke knuffel om de liefdesverklaring extra kracht bij gezet. Kwestie van zeker begrepen te worden!

Lie(f)s

afbeelding: mamaliefde.nl

MOOI

Wat is het leven mooi. Mijn vingers kriebelen om dit neer te schrijven, dit zinnetje. Het leven is mooi. Geen idee waarom. Het is een gevoel dat een weg naar buiten zoekt. Dat heb ik wel eens. Alleen wordt het vaker aangedreven door een bezorgdheid of een onstabiele emo-toestand dan door een positieve noot.

Hoewel, nu ik er zo over nadenk, gebeurt het wel vaker dat ik een hele aangename, positieve jeuk voel en het van de daken wil schreeuwen. Maar dan begin ik te denken en is het spontane er meteen weer af. Wie heeft er hier nu boodschap aan? Mag ik het in deze moeilijke tijden überhaupt wel tonen dat ik af en toe ook gewoon gelukkig ben? Klinkt het allemaal niet te melig?

Het gevoel van uiterste vreugde neemt dan vreemd genoeg ook meteen een beetje af. Maar vandaag voel ik me zo heerlijk licht, fris en fruitig dat het mij geen barst kan schelen wat jij denkt over mij of over mijn euforische staat van zijn.

Is het de zon die staat te popelen om te schijnen en eindelijk gaat komen? Of omdat ik vanochtend sinds lang weer naar de kapper kon? De dalende grafiek van de coronacijfers? Het weekend dat dadelijk begint? Geen idee en het maakt me ook niet uit. Ik ga mijn gevoel niet overanalyseren tot er helemaal niks meer van overblijft. Ik grijp het vast en laat het de eerstkomende dagen niet meer los.

Voilà, dit was mijn bolgje. Je hebt er niks aan, maar ik wou het toch maar even laten weten.

Lie(f)s

Brei je vrij

Tik tik tik … tik tik tik … tik tik tik …

Het monotone ritme van de breinaalden die elkaar onophoudelijk raken, brengt me tot rust. De eerste minuten kost het me moeite, maar geleidelijk aan verdwijnen de vertrouwde geluiden van ons nest naar de achtergrond en slaag ik erin me alleen nog maar te focussen op ‘rechts-averechts-rechts-averechts-…’

Zo gaat het verder, 48 keer volledig ontspannen. Bij de 49e keer stijgt de spanning, want de 50e moet averechts zijn. Die laatste steek is erop of eronder. Hij maakt het verschil tussen succes of falen. Gelukkig loopt het meestal goed af en bezorgt elke foutloos afgewerkte rij me een mini-succeservaring.

Ik heb meditatie geprobeerd om meer grip te krijgen op mijn soms warrige gedachten, maar door de jaren heen heb ik vastgesteld dat het tot rust brengen van mijn geest pas lukt wanneer mijn lichaam toch een klein beetje kan of mag bewegen. Tijdens het breien bijvoorbeeld, hangt mijn lijf ontspannen in de zetel, maar mijn handen blijven actief bezig.

Bovendien moet mijn brein eerst uitgedaagd worden alvorens het volledig tot rust kan komen. Alsof het zich niet zomaar gewonnen wil geven en er eerst een prijs betaald moet worden voor dat zalige zen-gevoel. Het moet eerst iets onder de knie krijgen, een nieuwe beweging tot een automatisme maken. Eens dat doel bereikt, is het verstand op nul en gaan! Eens op dat punt, kan mijn lijf volledig ontspannen en kunnen mijn gedachten een hoge vlucht nemen.

Tijdens het breien komen de herinneringen aan vroeger. De schoolbus die me ’s namiddags voor de deur afzette. ‘s Maandags ging ik dan eerst thuis mijn breitas halen om me vervolgens naar mijn grootmoeder te haasten die naast ons woonde. Daar zat namelijk een vijftal olijke dames op leeftijd in de woonkamer te tetteren, te lachen, liters slappe koffie te drinken én te breien. Ze zaten aan de grote, rechthoekige tafel waarop, rond de tijd dat ik van school kwam, toevallig, minstens twee versgebakken slagroomtaarten stonden. Het was het wekelijkse ‘breiklikje’ van een groepje vriendinnen die jarenlang elke maandag beurtelings bij elkaar samenkwamen om te breien. En om taart te eten.

De oudere dames onthaalden me steevast met een warme glimlach en leken telkens oprecht blij me weer te zien. Ik zette me bij aan tafel en na het eerste stukje taart nam ik mijn eigen breiwerk om volledig mee op te gaan in het keuvelende en schaterende gezelschap. Als ik dan toch eens een steek liet vallen, was dat niet erg, want de doorwinterde breisters hadden die in een mum van tijd zo weer voor me opgeraapt.

Falen was daar aan die tafel geen ramp.

Ik denk dat mijn grootmoeder de enige is die nog overblijft van het breiklikje. Mit van Bertha, Margeritte, Maria … ze zijn er al even niet meer. Mijn grootmoeder daarentegen breit nog steeds, maar dan minder snel. Ze bakt nog steeds taarten, maar dan zonder slagroom. Ze ontvangt me nog steeds met een glimlach, maar dan nóg enthousiaster dan dertig jaar geleden.

En ik? Ik brei ook nog. Al is het maar af en toe. Ik ben nooit verder gekomen dan het creëren van een simpele sjaal. Ik brei dan ook alleen maar om weer even tussen Mit van Bertha en Margeritte te zitten en die heerlijke slagroomtaart met vers fruit van moemoe te proeven.

De casserol van moemoe

Stel: je huis staat in brand en je man en kinderen zijn veilig. Wat zou je dan absoluut willen redden?

Er is weinig materieels waarvoor ik de vlammenzee zou trotseren. Ik denk dan in de eerste plaats aan de fotoboeken die me helpen om herinneringen vast te houden want mijn manke geheugen heeft het daar soms moeilijk mee. Verder is er haast niets …

Er is echter één ding waarvoor ik een risico wil nemen en dat is de casserole van moemoe. Niet omdat het een duur ding is. Integendeel, hij moet minstens 50 jaar oud zijn en ziet er ook zo uit. De buitenkant is nochtans prachtig blauw met grote wit/rode bloemen op. Geweldig retro en hij blendt heerlijk met ons gasfornuis. Er zit zelfs nog een deksel bij. Ik redde deze en nog een kleinere pot van de afvalcontainer toen moemoe verhuisde naar het woonzorgcentrum.

Mijn god, wat riep dat ding herinneringen op toen ik het daar tussen een hoop troep zag liggen wegkwijnen. Ik rook weer moemoe haar weergaloze ‘poddingpap’, zoete vanillepudding met daarin macaroni. Ik zag de kalkoenrollade weer sudderen op het vuur of hoorde het gesis van het witloof dat erin lag te stoven. De kriekenspijs voor bij de frikadellen met haar secret ingrediënt: groseille.

Moemoe is er ondertussen al ruim vijf jaar niet meer, maar haar casserole staat hier nog wel parmantig op ons vuur te pronken. Niet weggestoken in de rommelige lade die zij ongetwijfeld een schande zou vinden, maar prominent aanwezig in de keuken.

Soms zie ik haar dan weer staan, aan haar kleine gasfornuis, in die blauw/paarse keukenschort. Zo eentje als die van ma Flodder. Die grijze haren die er altijd zijn geweest, want vroeger waren alle grootmoeders nog grijs en hadden ze een leven lang dezelfde snit.

Elke keer ik in haar casserole de patatten kook of een soep maak, proef ik die poddingpap weer en ruik ik de stevig gekruide kalkoen. Dan denk ik weer aan die avonden voor de tv in het pikkedonker terwijl ik met mijn hoofd op haar schoot lag en ze onophoudelijk mijn paternosterbollekes telde. Ze ging dan met haar vinger over mijn ruggengraat en drukte eventjes op elke wervel. Dan krijg ik weer zin in een chocoas die in de Nescafé Gold oploskoffie werd gesopt, soms net iets te lang zodat een stuk afbrak en naar de bodem van de zjat zonk.

Het zijn zulke herinneringen waar ik belang aan hecht, ongrijpbaar maar van waarde onschatbaar. Het zijn zulke herinneringen die ik mijn (pleeg)kinderen wil meegeven. Dat ze later ook zo’n waardeloos ding bewaren, een hulpmiddeltje om af en toe met de glimlach terug te denken aan hun kindertijd.