Herinneringen

Dat ik durf te twijfelen aan mijn capaciteiten als moeder is al lang geen geheim meer. Om mezelf ervan te overtuigen dat af en toe falen geen ramp is, stel ik mezelf wel eens de vraag wat mijn kinderen zich later zullen herinneren. Hoe zullen ze terugkijken op hun kindertijd en jeugd? Hoe zullen ze zich mij binnen pakweg 20 jaar herinneren?

Als die stresskip die roepend en tierend 20 keer de trap op en af rent ’s ochtends voor schooltijd wanhopig op zoek naar matching sokken wanneer we weer maar eens te laat dreigen te komen?

Ongetwijfeld …

Of als die chaotische vrouw die elke dag opnieuw het hele huis overhoop haalt op zoek naar de autosleutels? Die minstens twee keer per trimester over en weer naar huis moet omdat één van de boekentassen nog op het keukenaanrecht staat?

Ik vrees het wel …

Zullen ze zich de aangebrande ovenschotel van vorige week herinneren? Dat het eten niet op tijd klaar was? Of toch eerder de gezellige knuffelmomentjes samen in de zetel terwijl de diepvriespizza in de oven stond?

Ik wil geloven dat ze met een glimlach op hun gezicht terugdenken aan onze ongeplande uitstapjes, de vergeten regenjassen incluis. Ik hoop dat ze later samen rond de keukentafel hartelijk zullen lachen om die ene keer dat we zonder papa naar zee gingen en Jef daar aankwam zonder schoenen. Liever dan dat hij er na al die jaren nog mee in zijn maag zit …

Staan mijn gekke dancemoves in hun geheugen gegrift? Of de keren dat ze gingen logeren en ik de pampers of propere onderbroeken vergat?

Ik sus mijn twijfel weg door te denken dat ze eerder de vrijgekomen tijd en wat we daarmee samen deden zullen herinneren dan de wasmanden vol strijk die hiervoor in de plaats bleven staan.

Ik verjaag de onzekerheid met de gedachte dat ze zich als volwassene niet zullen beklagen dat ze soms hun huiswerk vergaten te maken. Maar dat ze wel met een warm gevoel terugdenken aan de avondwandeling of het fietstochtje dat daarvoor in de plaats kwam.

Ik denk niet dat ze later met een wrang gevoel zullen terugkijken op de talloze avondjes met de babysit, maar dat ze zich de verliefde blikken van mama en papa de dag erna herinneren.

Ik vraag me soms af wat ik hen als moeder en mens bijbreng. Dat niemand perfect is bijvoorbeeld, een belangrijke les die ik hen met mijn geploeter tegen wil en dank elke dag opnieuw duidelijk maak. Uit de grond van mijn hart hoop ik dat ze leren uit mijn fouten en het op sommige vlakken beter zullen doen dan ik. Hoe ze me zich ook herinneren, ik troost me met de gedachte dat ik mijn uiterste best doe. De tijd zal uitwijzen of dat genoeg is.

Het volmaakte geluk

Volmaakt gelukkig zijn bestaat niet … Of wel?

Ik zou het graag geloven, en soms ontmoet je mensen die inderdaad 24/7 gelukkig lijken te zijn. Ze staan ’s ochtends met de glimlach op en kruipen zo ook weer in bed.

Zulke mensen ken ik. Ik kén ze en weet bijgevolg ook dat ze niet altijd heel gelukkig zijn. Wanneer je mensen beter leert kennen, sta je wel eens versteld van het leed en verdriet waar ze mee te maken hebben en wat er schuil gaat achter die vrolijke gevel.

“Ach, het is overal iets …” , zei ons moemoe zaliger steevast, wanneer ik bij haar op bezoek kwam en mijn hart luchtte. Ik werd er een beetje kregelig van wanneer ze dat dan zei, alsof ze mijn besognes niet serieus genoeg nam. Tegelijkertijd moest ik toegeven dat ze wél een punt had. Het is stil waar het nooit waait …

Tijdens windstille periodes kan ik intens gelukkig zijn, de volmaakte 100%. Maar dan gebeurt er iets binnen in mij waardoor mijn gelukspeil (vaak omgekeerd evenredig met dat van mijn hormonen) één of meer levels zakt. Soms hebben externe factoren een invloed en stort dat gelukzalig gevoel de dieperik in.  Dit zullen dan de ups&downs van het leven zijn die ervoor zorgen dat het volmaakte geluk nooit echt blijft duren.

Gelukkig ben ik nu eenmaal positief ingesteld. Ik heb mijn dipjes, maar geraak er meestal snel weer zelf uit. Ik heb alles om gelukkig te zijn én véél meer. Het feit dat ik dat besef, geeft me al heel wat voorsprong.

Er zijn zeker dingen in mijn leven die het geluk ‘verstoren’. Zo is er de onzekerheid die ons pleegzorgavontuur onvermijdelijk met zich meebrengt. Dit hangt wel eens als een donkere wolk boven ons gezinsgeluk, maar al snel nemen het vertrouwen en de hoop dat alles nog lang blijft zoals het is, steeds weer de bovenhand. Niemand kan op voorhand zeggen hoe de dingen zullen lopen, dus laten we gewoon genieten van het hier en nu zonder ons zorgen te maken over iets dat we zelf niet in de hand hebben.

Ik zie het als het bovenste laagje van de berg geluk waarop we leven dat soms beschadigd wordt, maar de basis – die minstens 100 keer zo groot en stevig is als dat topje – blijft onaangeroerd. Ook al wordt er met de regelmaat van de klok stevig tegenaan gebeukt, het houdt stand zolang we zelf die basis in de watten leggen. En geef nu toe, er bestaan ergere dingen dan je eigen geluk soigneren.

berg

 

 

 

 

 

 

My best friend’s wedding

Één jaar later…

Hans en Caroline. Caroline en Hans. Welke volgorde ook, je hoort dat het samen gaat. De twee namen passen perfect bij elkaar, net zoals de twee mensen die naar die namen luisteren. Het is dan ook ondertussen den Hans van Caroline en Caroline van den Hans …

Hun verhaal is mooi, een modern sprookje. Al was de start een aantal jaren geleden minder ‘conventioneel’ … het maakt het er allemaal alleen maar mooier op. Ze hebben voor elkaar gevochten en heel bewust voor elkaar gekozen. Je neemt al die shit er alleen maar bij als je elkaar oprecht heel graag ziet.

Maar hun strijdlust werd beloond en ze kregen hun langverwachte leven samen, eerst gezellig met hun tweetjes en Fiene, later met Julia en Roza er nog bij.  Er is zelfs plek voor een ex-vrouw en haar nieuwe man. Het is een aparte situatie waar vele gescheiden koppels zich niets bij kunnen voorstellen maar waar zij zelf én vooral de kinderen misschien wel heel erg naar verlangen.

Op een gezellige zomeravond met beide gezinnen bedachten ze zelfs een term voor hun manier van omgaan met elkaar: frex+. Respectvol omgaan met je partners ex, er zelfs een innige vriendschap mee opbouwen. Niet evident, maar voor Hans en Caro is het allemaal heel normaal. Het kost hen weinig moeite.

Ik schrijf dit hoog in de lucht met een dubbel gevoel. Enerzijds uitkijkend en genietend van de hoognodige qualitytime met mijn wederhelft, maar tegelijkertijd met diepe spijt denkend aan die speciale dag van een speciaal persoon waar ik ook bij had moeten en willen zijn.

We hebben nog geprobeerd om ons weekendje te verzetten, maar het is niet gelukt. Nu vieren we onze eigen liefde en checken elk uur de sociale media om toch een glimp op te vangen van de bezegeling van de liefde tussen twee mensen die ons nauw aan het hart liggen.

Het is jammer dat we ze niet kunnen zien stralen, dat we de liefde niet kunnen voelen. Maar vanop een afstand genieten we intens mee en zijn we oprecht blij dat deze twee na al die jaren hun ja-woord geven.

Caroline en Hans, Hans en Caroline,

Geniet van jullie huwelijksdag. We denken aan jullie. Straal als nooit tevoren en zie elkaar vandaag nog net iets liever.

Luddevedu

Het is zo ver. Het eerste hart werd hier thuis gebroken. Verrassend genoeg is het niet het fragiele hart van onze oudste dochter, maar het kleine hartje van haar drie jaar jongere broer.

Tot over zijn oren was hij verliefd. Grenzeloos, zoals we van hem gewoon zijn. Vurig en ongeremd. Onmogelijk in te tomen. Zijn gedachten slechts op één ding gericht. Lag zijn interesse voor de start van zijn zomerliefde nog uitsluitend bij het skaten, sinds hij haar leerde kennen moest alles wijken. Zo is hij, zijn focus afwisselend op één enkel ding gericht. Een obsessie haast.

Nu had dit blonde meisje van het speelplein dus zijn tere hart gestolen. Twee weken lang deelden ze lief en leed. Hoe langer het duurde, hoe banger ik werd. Want hoe stoer hij zich de laatste tijd ook gedraagt, hij blijft een gevoelig jongetje dat snel geraakt wordt en dan totaal het noorden kwijt is.

Het begon met een sms-je …

“Wil je straks ff niet langskomen. Ik heb tijd voor mezelf nodig.”

Het begin van het einde, opperde mijn wederhelft met een bedenkelijke blik. Zelf was ik eerst nog te verbaasd door het besef dat de twaalfjarige meisjes van tegenwoordig dus echt niet meer met de barbies spelen. Tijd voor mezelf nodig … Waar halen die snotneuzen het toch.

Al snel groeide bij mij de bezorgdheid. Hij vertoefde zelf nog steeds hoog boven de zevende hemel. Zich van geen kwaad bewust. Het zou kei hard aankomen wanneer zijn vriendinnetje hem vertelt dat ze niet langer verliefd op hem is. Na heel wat rond de pot gedraai kwam dan toch de mokerslag. Een kort berichtje gedecoreerd met de nodige emoticons, alsof het meisje de ernst ervan wou verbloemen …

“Ik denk dat we beter gewoon vrienden kunnen blijven.”

Het duurde even voor het tot hem doordrong, maar zodra de boodschap hem duidelijk werd, gebeurde waar ik zo bang voor was: zijn wereld stortte in. Tranen met tuiten, een verdriet dat uit het diepste van zijn tengere lichaampje leek te komen. Hij was ongewoon rustig en stil, trok zich vaker terug op zijn kamer, maar kwam dan weer naar beneden om te knuffelen. De ‘liefde’ die hij niet meer van zijn meisje kreeg, zocht hij nu bij ons.

Het is hartverscheurend om je kind zo te zien. Als in een reflex wou ik zijn verdriet wegwuiven: minimaliseren en negeren. Ik wou het niet beter maken voor hem, maar simpelweg onder de mat vegen en doen alsof het er niet was.

‘Het is toch allemaal zo erg niet! Doe niet zo flauw. Stop nu maar met wenen. Er zijn nog zo veel meisjes …’

Tot ik bedacht hoe erg ik het zelf vind wanneer manlief mijn verdriet niet serieus neemt. Ik gaf zoonlief dus de aandacht die hij nodig had. Ik liet hem als een klein jongetje op mijn schoot uithuilen en zei dat hij zich daar niet voor hoefde te schamen. Dat ik wist hoe het voelde. Dat iedereen het wel eens meemaakt. En vooral … dat het beter wordt.

Zo geschiedde ook. Een paar dagen beheerste de luddevedu zijn leven, maar toen hij zijn skatebord weer oppakte en me vroeg hem naar het parkje te brengen wist ik dat het grootste leed geleden was. Dat het weer helemaal goed zou komen met hem wist ik toen hij in de auto met een grijns op zijn gezicht zei: “En nu ga ik chickies scoren … ”

gebrokenhart

 

 

 

Tijd

De tijd vliegt.

Je kan de klok niet stoppen. Ook al is ze stuk, de seconden blijven genadeloos wegtikken. Het grijpt me soms bij de keel als ik naar mijn kinderen kijk en het tot me doordringt hoe groot ze al geworden zijn. Als ik in de spiegel kijk en mijn rimpels tel, vraag ik me wel eens af waar mijn andere ik gebleven is. Mijn jonge versie, fris en fruitig … Voor eeuwig vervlogen, samen met de tijd.

Waar is de tijd?

Je kan je tijd verprutsen. Je tijd verdoen aan een nutteloze bezigheid of door gewoon niks te doen. Dolce far niente. Het is maar hoe je het bekijkt. De ene vindt het verloren tijd, de andere heeft genoten van dat uurtje lummelen. Ik kan me eindeloos druk maken wanneer een flutwerkje maar niet lukt en dubbel zo lang duurt dan gepland. Dat noem ik zonde van de tijd. Anderzijds heb ik er geen problemen mee af en toe mijn tijd te spenderen aan schaamteloos lui zijn, aan heerlijk niks doen. Dat noem ik tijd voor mezelf.

De tijd gaat snel, gebruik hem wel.

We zien tijd – of het gebrek eraan – vaak als iets negatiefs, waarschijnlijk omdat we er zelf geen controle over hebben. We kunnen de tijd, in tegenstelling tot de meeste dingen, niet naar onze hand zetten. Daar houden wij mensen niet van. Maar is dat wel zo?

Je kan tijd maken …

Het mooie aan tijd, vind ik, is dat je het kan maken. Een uurtje extra toveren is niemand gegeven, behalve bij de omschakeling van winter- naar zomertijd. Je kan tijd maken voor iets door bijv. bewust te kiezen langer van een zwoele zomeravond te genieten. Het kost je wat nachtrust, meer niet. Je kan tijd maken voor je gezin, voor jezelf of voor elkaar. Het kost je niks, tenzij jouw tijd geld is.

Tijd is een bewuste keuze …

Hoe je het ook draait of keert, je kiest zelf voor wat en voor wie je al dan niet tijd maakt. Daarbij is het heel belangrijk om die keuze bewust te maken en voor de volle 100%. Tijd maken voor iets, maar eigenlijk ergens anders willen zijn … daar wordt niemand beter van. FOMO (Fear Of Missing Out) is aan mij niet besteed. Het is niet altijd makkelijk, maar ik probeer te leven in het hier en nu. Door de tijd bewuster te beleven hoop ik dat één seconde kan aanvoelen als twee.  Zo zet ik de tijd een klein beetje naar mijn hand. Hier en daar pits ik er een uurtje af, zestig minuten die ik dan later kan inzetten voor iets of iemand die ik de moeite waard vind.

tijd

 

 

 

 

What’s in a name

“Ik ben Lau Van Herck, want mijn zus heet Josefien Van Herck.”

Totaal onverwacht werden we wakker geschud. Ik moest even slikken, het laten bezinken. Uit het niets werden we met onze neus op het feit gedrukt dat we in een  volgende fase zijn aanbeland. Dat onze kleinste man zonder het te weten een hele grote stap had gezet.

Het zat er nochtans aan te komen. Hij wordt ouder – vijf bijna – en zijn wereld wordt groter. Hij ervaart de dingen en mensen rondom hem, zijn leefwereld als vanzelfsprekend terwijl het dat allesbehalve is.

“Ik ben Lau Van Herck”

Een schijnbaar onschuldig zinnetje, maar voor ons een teken dat hij besef krijgt van zijn eigen identiteit. Hét teken dat we binnenkort heel wat uit te leggen hebben.

Tot nu was hij dus gewoon Lau, meer niet. Door de complexe omstandigheden bij zijn geboorte kreeg hij de naam van een man die geen enkele band met hem had en samen met de moeder al snel uit zijn leven verdween. We zijn die familienaam dan ook altijd bewust een beetje uit de weg gegaan. Zijn ‘echte’ papa is er al lang mee bezig om de naam te veranderen, maar dit is niet zo simpel en vraagt tijd. Tijd die we nu plots niet meer lijken te hebben.

Iedereen heeft een naam. We staan niet stil bij het belang van onze naam, die hoort en past bij ons. Die bepaalt wie jij bent, voor jezelf maar ook voor anderen. Je familienaam vertelt je waar je vandaan komt, waar je wortels liggen, bij wie je hoort. Wat doet het met een kind als hij beseft dat zijn afkomst en de familie die hij als de zijne beschouwt niet dezelfde zijn? Dat zijn wortels niet bij ons liggen en dat de familienaam die hij – voorlopig nog – draagt niet staat voor wie hij is?

Er zullen heel wat vragen komen en we moeten samen met hem de ingewikkelde knoop ontwarren. Dat hij niet zoals zijn broer en twee zussen uit mijn buik geboren is, dat weet hij ondertussen wel. Dat er twee papa’s zijn, daar heeft hij vrede mee. Waarom dit zo is en welke onbekenden nog mee deel uitmaken van zijn roots, dat is niet zo’n mooi verhaal waarvoor we hem liefst zo lang mogelijk wilden en konden beschermen. Tot nu …

Nog minder dan in het gewone leven, heb je in de pleegzorgwereld niet alles in de hand. De jeugdrechter, consulenten, begeleiders, ouders en de kinderen zelf houden je regelmatig met de voetjes op de grond. Dat maakt het er zeker niet makkelijker op en soms is het ronduit vervelend, maar al bij al maakt het ons leven vooral boeiend en uitdagend.

Ook hier komen we wel weer uit. We kunnen niet meer doen dan er voor hem zijn als dat nodig is en ervoor zorgen dat hij zich deel van ons gezin voelt en blijft voelen.

Hoe ons ventje ook heet, hij hoort bij ons.

 

 

 

Bedankt voor alle kritiek

Betekenis ‘kritiek’
1 kri·tiek (bijvoeglijk naamwoord)
1.1 hachelijk, gevaarlijk: een kritieke toestand
2 kri·tiek (de; v; meervoud: kritieken)
2.1 aanmerking op iemands optreden of daden: kritiek hebben op iem. of iets; niet tegen kritiek kunnen
2.2 beoordeling, m.n. van kunstwerken: de film kreeg lovende kritieken

Heb je moeite met het krijgen van kritiek? Ga je onmiddellijk in de verdediging, ben je verontwaardigd of aanvaard je nederig de negatieve opmerking op je persoon, je gedrag, je werk, …

Ik heb het er niet altijd makkelijk mee, dat geef ik toe. Mijn eerste reactie is meestal hevige ontkenning die wel eens gepaard gaat met boosheid. Ze blijven dan in mijn hoofd spoken, de woorden van mijn belager. Dagenlang soms.  Ze hebben wat tijd nodig om te bezinken, om verwerkt te worden. Ondertussen knagen ze genadeloos aan mijn zelfbeeld, aan mijn zelfvertrouwen. De twijfel slaat toe … 

Wanneer dat tergend trage proces doorlopen is, komt de objectieve kijk op de zaak: Wat werd er gezegd? Door wie? Wat was de context? De bedoeling? 

Stilaan komt dan ook de enige vraag die er echt toe doet. De vraag die de zelfreflectie in gang zet: Zit er een grond van waarheid in de negatieve commentaar?

Of dat al dan niet het geval is, dat maakt op dat punt volgens mij niet meer uit. Het gaat vanaf dan vooral over het kritisch nadenken over jezelf. Van op een afstand naar jezelf kijken. Je kleine, scherpe kantjes onder ogen durven zien en ermee aan de slag gaan. Een aartsmoeilijke opdracht.

Geeft men commentaar over de dingen die ik schrijf, over hoe ik schrijf, dan denk ik daar over na en leer er meestal iets uit. Ook al ga ik niet akkoord, ik probeer het toch eens op een andere manier. Soms komt daar zelfs iets verrassends leuk uit voort.

Krijg ik kritiek op de job die ik doe, op de manier dat ik het doe, dan is dat even slikken, maar al gauw bekijk ik het vanuit een ander standpunt wat vaak leidt tot nieuwe inzichten, verbeteringen en extra motivatie.

Ontvang ik negatieve feedback op de chaotische manier waarop ik mijn huishouden probeer te beredderen, dan kan ik niet anders dan beamen, toegeven dat het me soms boven het hoofd groeit. Vervolgens steek ik een tandje bij om even later te beseffen dat ook dat niet voldoende is. Een diepe zucht en … foert!

Trakteert men mij op een heuse aanval op mijn ‘moeder zijn’, de kern van mijn bestaan dan … dan word ik serieus uit mijn lood geslagen. Het kleinst puntje van kritiek, hoe van de pot gerukt het ook mag zijn, kan mij – net als iedere moeder die haar taak ernstig neemt – met de grond gelijk maken. Moeders weten dat en kunnen elkaar in het slechtste geval wat dat betreft ferm den duvel aandoen.

Gelukkig sta ik nogal stevig in mijn schoenen en slaag ik er na een tijdje ook dan weer in om uit de put te kruipen en de enorme berg der kritiek te beklimmen om dan vanop de top, hoog boven iedereen uit, mezelf als moeder te bekijken, alle aspecten van mijn mama zijn. De fouten die ik al kende en waar ik aan probeerde te werken komen weer boven drijven en worden beoordeeld. De nieuwe puntjes die mij ten laste werden gelegd en al dan niet terecht bevonden, worden gewikt en gewogen. Ik ontdek zelf puntjes waar best aan gewerkt mag worden en ga vastberaden aan de slag.

Hoe pijnlijk de kritiek ook is, laat het een reden zijn om even naar jezelf te kijken. Ook al is de commentaar ongegrond, neem jezelf onder de loep. Durf eerlijk zijn. Ik ben er zeker van dat je – net als ik – een heleboel nieuwe tekortkomingen vindt waarmee je aan de slag kan.

Eigenlijk moet ik dus dankbaar zijn voor de criticasters rondom mij. Wat hun bedoelingen ook mogen zijn, het maakt op zich niet veel uit. Élk puntje van kritiek maakt van mij een beter mens. Elke aanval op mijn manier van moederen, maakt van mij een betere mama. Het motiveert mij om voortaan nog meer mijn best te doen.

Dikke merci!

kritiek
Quote van Aristoteles