Brei je vrij

Tik tik tik … tik tik tik … tik tik tik …

Het monotone ritme van de breinaalden die elkaar onophoudelijk raken, brengt me tot rust. De eerste minuten kost het me moeite, maar geleidelijk aan verdwijnen de vertrouwde geluiden van ons nest naar de achtergrond en slaag ik erin me alleen nog maar te focussen op ‘rechts-averechts-rechts-averechts-…’

Zo gaat het verder, 48 keer volledig ontspannen. Bij de 49e keer stijgt de spanning, want de 50e moet averechts zijn. Die laatste steek is erop of eronder. Hij maakt het verschil tussen succes of falen. Gelukkig loopt het meestal goed af en bezorgt elke foutloos afgewerkte rij me een mini-succeservaring.

Ik heb meditatie geprobeerd om meer grip te krijgen op mijn soms warrige gedachten, maar door de jaren heen heb ik vastgesteld dat het tot rust brengen van mijn geest pas lukt wanneer mijn lichaam toch een klein beetje kan of mag bewegen. Tijdens het breien bijvoorbeeld, hangt mijn lijf ontspannen in de zetel, maar mijn handen blijven actief bezig.

Bovendien moet mijn brein eerst uitgedaagd worden alvorens het volledig tot rust kan komen. Alsof het zich niet zomaar gewonnen wil geven en er eerst een prijs betaald moet worden voor dat zalige zen-gevoel. Het moet eerst iets onder de knie krijgen, een nieuwe beweging tot een automatisme maken. Eens dat doel bereikt, is het verstand op nul en gaan! Eens op dat punt, kan mijn lijf volledig ontspannen en kunnen mijn gedachten een hoge vlucht nemen.

Tijdens het breien komen de herinneringen aan vroeger. De schoolbus die me ’s namiddags voor de deur afzette. ‘s Maandags ging ik dan eerst thuis mijn breitas halen om me vervolgens naar mijn grootmoeder te haasten die naast ons woonde. Daar zat namelijk een vijftal olijke dames op leeftijd in de woonkamer te tetteren, te lachen, liters slappe koffie te drinken én te breien. Ze zaten aan de grote, rechthoekige tafel waarop, rond de tijd dat ik van school kwam, toevallig, minstens twee versgebakken slagroomtaarten stonden. Het was het wekelijkse ‘breiklikje’ van een groepje vriendinnen die jarenlang elke maandag beurtelings bij elkaar samenkwamen om te breien. En om taart te eten.

De oudere dames onthaalden me steevast met een warme glimlach en leken telkens oprecht blij me weer te zien. Ik zette me bij aan tafel en na het eerste stukje taart nam ik mijn eigen breiwerk om volledig mee op te gaan in het keuvelende en schaterende gezelschap. Als ik dan toch eens een steek liet vallen, was dat niet erg, want de doorwinterde breisters hadden die in een mum van tijd zo weer voor me opgeraapt.

Falen was daar aan die tafel geen ramp.

Ik denk dat mijn grootmoeder de enige is die nog overblijft van het breiklikje. Mit van Bertha, Margeritte, Maria … ze zijn er al even niet meer. Mijn grootmoeder daarentegen breit nog steeds, maar dan minder snel. Ze bakt nog steeds taarten, maar dan zonder slagroom. Ze ontvangt me nog steeds met een glimlach, maar dan nóg enthousiaster dan dertig jaar geleden.

En ik? Ik brei ook nog. Al is het maar af en toe. Ik ben nooit verder gekomen dan het creëren van een simpele sjaal. Ik brei dan ook alleen maar om weer even tussen Mit van Bertha en Margeritte te zitten en die heerlijke slagroomtaart met vers fruit van moemoe te proeven.

De casserol van moemoe

Stel: je huis staat in brand en je man en kinderen zijn veilig. Wat zou je dan absoluut willen redden?

Er is weinig materieels waarvoor ik de vlammenzee zou trotseren. Ik denk dan in de eerste plaats aan de fotoboeken die me helpen om herinneringen vast te houden want mijn manke geheugen heeft het daar soms moeilijk mee. Verder is er haast niets …

Er is echter één ding waarvoor ik een risico wil nemen en dat is de casserole van moemoe. Niet omdat het een duur ding is. Integendeel, hij moet minstens 50 jaar oud zijn en ziet er ook zo uit. De buitenkant is nochtans prachtig blauw met grote wit/rode bloemen op. Geweldig retro en hij blendt heerlijk met ons gasfornuis. Er zit zelfs nog een deksel bij. Ik redde deze en nog een kleinere pot van de afvalcontainer toen moemoe verhuisde naar het woonzorgcentrum.

Mijn god, wat riep dat ding herinneringen op toen ik het daar tussen een hoop troep zag liggen wegkwijnen. Ik rook weer moemoe haar weergaloze ‘poddingpap’, zoete vanillepudding met daarin macaroni. Ik zag de kalkoenrollade weer sudderen op het vuur of hoorde het gesis van het witloof dat erin lag te stoven. De kriekenspijs voor bij de frikadellen met haar secret ingrediënt: groseille.

Moemoe is er ondertussen al ruim vijf jaar niet meer, maar haar casserole staat hier nog wel parmantig op ons vuur te pronken. Niet weggestoken in de rommelige lade die zij ongetwijfeld een schande zou vinden, maar prominent aanwezig in de keuken.

Soms zie ik haar dan weer staan, aan haar kleine gasfornuis, in die blauw/paarse keukenschort. Zo eentje als die van ma Flodder. Die grijze haren die er altijd zijn geweest, want vroeger waren alle grootmoeders nog grijs en hadden ze een leven lang dezelfde snit.

Elke keer ik in haar casserole de patatten kook of een soep maak, proef ik die poddingpap weer en ruik ik de stevig gekruide kalkoen. Dan denk ik weer aan die avonden voor de tv in het pikkedonker terwijl ik met mijn hoofd op haar schoot lag en ze onophoudelijk mijn paternosterbollekes telde. Ze ging dan met haar vinger over mijn ruggengraat en drukte eventjes op elke wervel. Dan krijg ik weer zin in een chocoas die in de Nescafé Gold oploskoffie werd gesopt, soms net iets te lang zodat een stuk afbrak en naar de bodem van de zjat zonk.

Het zijn zulke herinneringen waar ik belang aan hecht, ongrijpbaar maar van waarde onschatbaar. Het zijn zulke herinneringen die ik mijn (pleeg)kinderen wil meegeven. Dat ze later ook zo’n waardeloos ding bewaren, een hulpmiddeltje om af en toe met de glimlach terug te denken aan hun kindertijd.

Tweedehands

Niets leuker dan rondlopen in een tweedehandswinkel. Opnieuw&co heeft al langer niet meer die negatieve bijklank van weleer. Ondertussen schaamt niemand zich nog om te zeggen dat hij die mooie jas of lamp in de Krinkel kocht. Toch lukt het me niet. Ik kan er uren rondlopen, meubels en accessoires bekijken, ruiken, voelen … om het dan weer terug te zetten.

Het kan te wijten zijn aan mijn iets te rijke verbeelding, maar elk ding draagt zijn verhaal mee. Het heeft al een heel leven achter de rug. Het hoorde ergens thuis, in een gezin, bij een oud paar of een eeuwige vrijgezel. Het heeft waarschijnlijk jarenlang een vast plekje gehad, de sfeer in huis opgesnoven en de geur, willens nillens, geabsorbeerd. Die geur, dat is nu net het probleem …

Het is zoals kinderen en hun nestgeur hebben. Een mengeling van moeders vertrouwde wasverzachter en de favoriete douchezeep, overgoten met een zweem van huiselijk parfum. Je mag die kinderen onder de douche zetten en andere kleren aantrekken, die nestgeur krijg je er niet meer uit. Het zit in ons vel.

Je eigen nestgeur neem je niet meer waar, maar die van anderen des te meer. Soms overvalt je een gevoel van herkenning omdat de kleren van de persoon dichtbij je gewassen werden met hetzelfde middel. Of je wordt terug gekatapulteerd naar je kindertijd door het ruiken van een bepaald aroma dat herinneringen oproept aan de logeerpartijtjes bij de grootouders, de saaie lessen op de middelbare school of de zorgeloze zondagen in dat muffe chirolokaal.

Zo’n tweedehandsding, hoe mooi ook, heeft een geur die niet bij de mijne past. En daarom koop ik het niet. Jammer eigenlijk, want er zitten soms echte schatten tussen. Maar ik geef de moed niet op en zet mijn zoektocht in de Kringloopwinkel verder naar die ene geur die probleemloos blendt met de mijne. Hopelijk hoort er bij die herkenbare odeur dan ook nog een geweldig mooie fauteuil of kast.

2020

Het jaar loopt op zijn einde. Je zou zeggen dat een exemplaar als 2020 met zijn chaos en uitdagingen ons gezin op het lijf geschreven is. We gedijen inderdaad het best omgeven door een beetje wanorde en houden van enige onvoorspelbaarheid en avontuur. We zijn dan ook niet voor niks een pleeggezin, maar ook voor ons zijn er grenzen.

Het begon nochtans veelbelovend. Voor het eerst vierden we eindejaar in de zon en voetjes in het zand. Voor we kinderen hadden waren we bescheiden globetrotters. Met kleine kinderen lieten we de grote reizen aan ons voorbij gaan, maar ondertussen begon het weer te kriebelen. We maakten begin 2020 dan ook heel wat plannen om met het gezin onze wereld letterlijk te verruimen.

En dan was het maart. De vage berichten in het nieuws over een nieuw virus werden heel concreet. Het kwam beangstigend dichtbij tot we er plots middenin zaten: een lockdown. In plaats van de wijde wereld te verkennen, moesten we de weg in onze kleine bubbel vinden. Niet direct wat we in gedachten hadden, maar op zijn minst een even groot avontuur als een verre reis naar een exotische bestemming.

Als pleeggezin zijn we het gewend om te gaan met onvoorspelbaarheden en kunnen we vaak niet anders dan gewoon aanvaarden dat de dingen niet lopen zoals gewenst. Daarom was de lockdown, of het ‘verplicht cocoonen’ zoals we het noemden, niet echt een straf. De wereld was weer kleiner en het doodgewone werd bijzonder. We konden niet anders dan ons ook bij deze nieuwe realiteit neerleggen en er het beste van maken. Zelfs de kinderen leken dit te begrijpen. Ze pasten zich verrassend makkelijk aan. Ik wil graag geloven dat onze jarenlange ervaring als crisisgezin daar voor iets tussen zit. Ook toen stonden ze telkens opnieuw vol enthousiasme klaar het onbekende toe te laten en de veranderingen ermee gepaard op zich af te laten komen.

Ons pleegzoontje zocht eveneens probleemloos zijn weg dit jaar. Nochtans was de verandering voor hem het ingrijpendst door het tijdelijk wegvallen van de bezoeken. Het leek grotendeels aan hem voorbij te gaan, maar af en toe stak het gemis de kop op. Voor ons was het dan weer een verademing om even als een ‘gewoon’ gezin te kunnen leven. Het gevoel dat hij ‘ene van ons is’ werd nog maar eens bevestigd. Met een klein hartje en ja, met een beetje tegenzin, lieten we hem na de lockdown weer naar zijn papa gaan, maar opnieuw paste hij zich zonder moeite aan.

De zomer gleed gezapig voorbij. De zon deed overuren en maakte veel goed. Even leek alles weer min of meer normaal, al was het soms moeilijk balanceren tussen het veilig houden en toch een beetje van de herwonnen vrijheid proeven. Wanneer we op uitstap wilden, haalden mijn man en ik inspiratie uit onze jeugdherinneringen: een ijsje eten aan de lekdreef in Averbode en daarna een kaarsje gaan branden in Scherpenheuvel of een wandelingetje in Bokrijk. De eigen streek werd herontdekt en die koelbox weer bovengehaald zodat we ver weg van de drukte konden eten en drinken.

Wanneer ik dit schrijf is het volop herfst en lonkt er een nieuwe lockdown. Het wordt zelfs mij, een onverbeterlijke optimist, soms te veel. Geen idee hoe het zal zijn tegen de tijd dat deze Kleurrijk in onze brievenbus valt, laat staan met de feestdagen. Toch wil ik iedereen alvast een warm eindejaar toewensen en een stevige dosis veerkracht om er telkens opnieuw het beste van te maken.

Gelukkig nieuwjaar!

Lie(f)s

Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Later is al lang begonnen …

Vanochtend aan de ontbijttafel lag er iets onverteerbaars op mijn bord. Een vrouw, nog te jong en zo vitaal, was er plots niet meer. Ik kende haar, maar niet goed, niet echt. Het was zo’n vrouw waar de positieve energie afspatte. Een vrouw die opviel, zonder al te veel moeite en waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen. Dat maakte haar zo mooi.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch raakt het mij. Is het omdat ze maar iets ouder was dan ik? Ook een moeder was en haar gezin nu alleen achterblijft? Is het omdat ik vanochtend weer maar eens herinnerd werd aan het feit dat het leven, sowieso al kort, voor sommigen wel heel snel afgelopen is. Het kan elk moment gedaan zijn, voor ieder van ons, ook voor mij.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch ben ik al heel de dag verdrietig. En boos. Boos omdat ik mensen ken die er, in tegenstelling tot haar, een heel ongezonde levensstijl op nahouden. Roken, drinken, niet sporten, … dichtgeslibte aders die keer op keer worden opengemaakt. Een overbruggingske meer of minder … Mensen die keer op keer een kans krijgen en het dan gewoon weer verkloten. Terwijl zij een voorbeeld was, ze genoot van het leven, maar op een gezonde manier. En dan wordt ze ziek en sterft amper twee maanden later. Zonder een kans te krijgen.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch komt het hard aan. Want net als ik zat ze ongetwijfeld nog vol plannen. Zo veel dingen die ze nog wou doen. Nog zo veel dromen te verwezenlijken, net als ik. Later …

Maar vandaag besef ik nog maar eens: later is al lang begonnen. We moeten leven in het hier en nu. Nu doen waar we van dromen. We moeten leven en ervan genieten. Zo veel het kan.

Het ga je goed daarboven, K. Ik kende je, maar niet goed. En toch zal ik je missen.

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl

The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ dinsdag – 1 september – begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Column #9 Kleurrijk: Pleegzorg en corona

Wanneer ik dit schrijf zitten we in volle coronacrisis. Al heb ik er na een maand behoorlijk mijn buik van vol, ik krijg weinig op papier dat niet met het virus te maken heeft. Ik mag hopen dat tegen de tijd dat deze Kleurrijk in jullie bus valt, we weer ons oude leventje leiden, maar voorlopig blijft alles zoals het is. We kregen net het nieuws dat we nog tot minstens 3 mei verplicht zullen moeten cocoonen. Ik kan niet zeggen dat het een zware opdoffer is voor mij, voor de kinderen al zeker niet. Behalve de oudste is er hier niemand die school mist.

We moeten in deze semi-quarantaine veel missen, maar er komt ook heel wat voor in de plaats. De druk is er af. Er is tijd en ruimte voor alle dingen die vroeger al te vaak opzij geschoven werden, dingen die niet belangrijk genoeg leken, maar nu door het wegvallen van alle randanimatie onze enige houvast blijken te zijn. Ik denk dan aan de rust in ons gezin, de harmonie, de orde en structuur.

Naast het wegvallen van de sporttrainingen, de logopediesessies en muzieklessen werd ook de bezoekregeling van ons pleegzoontje on hold gezet, met alle gevolgen vandien. De bezoeken liepen, na een moeilijkere periode, eindelijk weer goed. Hoe het ‘live’ weerzien zal zijn na al die weken, valt af te wachten. Vader en zoon facetimen geregeld en dat doet hen beiden deugd. Ons ventje heeft er nood aan, want regelmatig overvalt hem het gemis van zijn papa. Dan is hij intens verdrietig. Op de vraag wanneer hij papa C. weer kan zien, kunnen we helaas nog steeds geen antwoord geven. Voor een kind van vijf is dat moeilijk te vatten.


Het wegvallen van de bezoeken voelt dan ook heel dubbel aan. Enerzijds is er dat verdriet bij ons kleine ventje. Anderzijds vallen ook de lastige dagen na zo’n weekendje weg. De weerslag kon best pittig zijn. 

Het is nu vooral leuk ons gezinsleven te leiden zonder rekening te moeten houden met de dagen dat onze kleinste er niet is. Het is bovendien fijn te beseffen dat er hier thuis niemand op zijn vertrek zit te wachten. Het bevestigt nog maar eens het gevoel dat hij echt bij ons gezin hoort en er een volwaardig deel van uitmaakt.

Ik moet nochtans bekennen dat ik soms uitkeek naar de bezoeken omdat zo’n weekendje zonder een levendige en veeleisende kleuter in huis toch ook altijd weer een welkome verademing was. Dit zadelde me vervolgens op met een torenhoog schuldgevoel omdat het lijkt alsof ik van hem af wil. Ik suste me dan met de gedachte dat we onze andere drie kinderen vroeger ook vaak met een iets te groot enthousiasme bij de grootouders dropten. Daar heb ik me nooit schuldig over gevoeld …

Misschien kan je pleegzorg wel een beetje vergelijken met de hele coronaquarantaine. Beiden hebben voor- en nadelen. Pleeggezin zijn brengt onvermijdelijk ook minder leuke dingen met zich mee, maar die nadelen wegen – wat ons betreft – gelukkig niet op tegen wat we er allemaal voor in de plaats krijgen. Zo voelt het ook met dit corona-gedoe: het is niet leuk om thuis vast te zitten, maar we kunnen er maar beter het beste van maken en ons focussen op de positieve dingen die we hiervoor in de plaats krijgen.
Dit lukt ons (voorlopig) wonderwel en maakt dat we toch nog van deze crisis kunnen genieten. 

Ik hoop dat ook jullie erin geslaagd zijn om het positieve te blijven zien, maar bovenal dat jullie en jullie liefsten gezond gebleven zijn.


Lie(f)s