MOOI

Wat is het leven mooi. Mijn vingers kriebelen om dit neer te schrijven, dit zinnetje. Het leven is mooi. Geen idee waarom. Het is een gevoel dat een weg naar buiten zoekt. Dat heb ik wel eens. Alleen wordt het vaker aangedreven door een bezorgdheid of een onstabiele emo-toestand dan door een positieve noot.

Hoewel, nu ik er zo over nadenk, gebeurt het wel vaker dat ik een hele aangename, positieve jeuk voel en het van de daken wil schreeuwen. Maar dan begin ik te denken en is het spontane er meteen weer af. Wie heeft er hier nu boodschap aan? Mag ik het in deze moeilijke tijden überhaupt wel tonen dat ik af en toe ook gewoon gelukkig ben? Klinkt het allemaal niet te melig?

Het gevoel van uiterste vreugde neemt dan vreemd genoeg ook meteen een beetje af. Maar vandaag voel ik me zo heerlijk licht, fris en fruitig dat het mij geen barst kan schelen wat jij denkt over mij of over mijn euforische staat van zijn.

Is het de zon die staat te popelen om te schijnen en eindelijk gaat komen? Of omdat ik vanochtend sinds lang weer naar de kapper kon? De dalende grafiek van de coronacijfers? Het weekend dat dadelijk begint? Geen idee en het maakt me ook niet uit. Ik ga mijn gevoel niet overanalyseren tot er helemaal niks meer van overblijft. Ik grijp het vast en laat het de eerstkomende dagen niet meer los.

Voilà, dit was mijn bolgje. Je hebt er niks aan, maar ik wou het toch maar even laten weten.

Lie(f)s

De casserol van moemoe

Stel: je huis staat in brand en je man en kinderen zijn veilig. Wat zou je dan absoluut willen redden?

Er is weinig materieels waarvoor ik de vlammenzee zou trotseren. Ik denk dan in de eerste plaats aan de fotoboeken die me helpen om herinneringen vast te houden want mijn manke geheugen heeft het daar soms moeilijk mee. Verder is er haast niets …

Er is echter één ding waarvoor ik een risico wil nemen en dat is de casserole van moemoe. Niet omdat het een duur ding is. Integendeel, hij moet minstens 50 jaar oud zijn en ziet er ook zo uit. De buitenkant is nochtans prachtig blauw met grote wit/rode bloemen op. Geweldig retro en hij blendt heerlijk met ons gasfornuis. Er zit zelfs nog een deksel bij. Ik redde deze en nog een kleinere pot van de afvalcontainer toen moemoe verhuisde naar het woonzorgcentrum.

Mijn god, wat riep dat ding herinneringen op toen ik het daar tussen een hoop troep zag liggen wegkwijnen. Ik rook weer moemoe haar weergaloze ‘poddingpap’, zoete vanillepudding met daarin macaroni. Ik zag de kalkoenrollade weer sudderen op het vuur of hoorde het gesis van het witloof dat erin lag te stoven. De kriekenspijs voor bij de frikadellen met haar secret ingrediënt: groseille.

Moemoe is er ondertussen al ruim vijf jaar niet meer, maar haar casserole staat hier nog wel parmantig op ons vuur te pronken. Niet weggestoken in de rommelige lade die zij ongetwijfeld een schande zou vinden, maar prominent aanwezig in de keuken.

Soms zie ik haar dan weer staan, aan haar kleine gasfornuis, in die blauw/paarse keukenschort. Zo eentje als die van ma Flodder. Die grijze haren die er altijd zijn geweest, want vroeger waren alle grootmoeders nog grijs en hadden ze een leven lang dezelfde snit.

Elke keer ik in haar casserole de patatten kook of een soep maak, proef ik die poddingpap weer en ruik ik de stevig gekruide kalkoen. Dan denk ik weer aan die avonden voor de tv in het pikkedonker terwijl ik met mijn hoofd op haar schoot lag en ze onophoudelijk mijn paternosterbollekes telde. Ze ging dan met haar vinger over mijn ruggengraat en drukte eventjes op elke wervel. Dan krijg ik weer zin in een chocoas die in de Nescafé Gold oploskoffie werd gesopt, soms net iets te lang zodat een stuk afbrak en naar de bodem van de zjat zonk.

Het zijn zulke herinneringen waar ik belang aan hecht, ongrijpbaar maar van waarde onschatbaar. Het zijn zulke herinneringen die ik mijn (pleeg)kinderen wil meegeven. Dat ze later ook zo’n waardeloos ding bewaren, een hulpmiddeltje om af en toe met de glimlach terug te denken aan hun kindertijd.

2020

Het jaar loopt op zijn einde. Je zou zeggen dat een exemplaar als 2020 met zijn chaos en uitdagingen ons gezin op het lijf geschreven is. We gedijen inderdaad het best omgeven door een beetje wanorde en houden van enige onvoorspelbaarheid en avontuur. We zijn dan ook niet voor niks een pleeggezin, maar ook voor ons zijn er grenzen.

Het begon nochtans veelbelovend. Voor het eerst vierden we eindejaar in de zon en voetjes in het zand. Voor we kinderen hadden waren we bescheiden globetrotters. Met kleine kinderen lieten we de grote reizen aan ons voorbij gaan, maar ondertussen begon het weer te kriebelen. We maakten begin 2020 dan ook heel wat plannen om met het gezin onze wereld letterlijk te verruimen.

En dan was het maart. De vage berichten in het nieuws over een nieuw virus werden heel concreet. Het kwam beangstigend dichtbij tot we er plots middenin zaten: een lockdown. In plaats van de wijde wereld te verkennen, moesten we de weg in onze kleine bubbel vinden. Niet direct wat we in gedachten hadden, maar op zijn minst een even groot avontuur als een verre reis naar een exotische bestemming.

Als pleeggezin zijn we het gewend om te gaan met onvoorspelbaarheden en kunnen we vaak niet anders dan gewoon aanvaarden dat de dingen niet lopen zoals gewenst. Daarom was de lockdown, of het ‘verplicht cocoonen’ zoals we het noemden, niet echt een straf. De wereld was weer kleiner en het doodgewone werd bijzonder. We konden niet anders dan ons ook bij deze nieuwe realiteit neerleggen en er het beste van maken. Zelfs de kinderen leken dit te begrijpen. Ze pasten zich verrassend makkelijk aan. Ik wil graag geloven dat onze jarenlange ervaring als crisisgezin daar voor iets tussen zit. Ook toen stonden ze telkens opnieuw vol enthousiasme klaar het onbekende toe te laten en de veranderingen ermee gepaard op zich af te laten komen.

Ons pleegzoontje zocht eveneens probleemloos zijn weg dit jaar. Nochtans was de verandering voor hem het ingrijpendst door het tijdelijk wegvallen van de bezoeken. Het leek grotendeels aan hem voorbij te gaan, maar af en toe stak het gemis de kop op. Voor ons was het dan weer een verademing om even als een ‘gewoon’ gezin te kunnen leven. Het gevoel dat hij ‘ene van ons is’ werd nog maar eens bevestigd. Met een klein hartje en ja, met een beetje tegenzin, lieten we hem na de lockdown weer naar zijn papa gaan, maar opnieuw paste hij zich zonder moeite aan.

De zomer gleed gezapig voorbij. De zon deed overuren en maakte veel goed. Even leek alles weer min of meer normaal, al was het soms moeilijk balanceren tussen het veilig houden en toch een beetje van de herwonnen vrijheid proeven. Wanneer we op uitstap wilden, haalden mijn man en ik inspiratie uit onze jeugdherinneringen: een ijsje eten aan de lekdreef in Averbode en daarna een kaarsje gaan branden in Scherpenheuvel of een wandelingetje in Bokrijk. De eigen streek werd herontdekt en die koelbox weer bovengehaald zodat we ver weg van de drukte konden eten en drinken.

Wanneer ik dit schrijf is het volop herfst en lonkt er een nieuwe lockdown. Het wordt zelfs mij, een onverbeterlijke optimist, soms te veel. Geen idee hoe het zal zijn tegen de tijd dat deze Kleurrijk in onze brievenbus valt, laat staan met de feestdagen. Toch wil ik iedereen alvast een warm eindejaar toewensen en een stevige dosis veerkracht om er telkens opnieuw het beste van te maken.

Gelukkig nieuwjaar!

Lie(f)s

Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl

The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ op 1 september begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

De rustige optie

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

De lokroep van de zon

(EERGISTEREN)

Kan de zon eindelijk stoppen met zo enthousiast te schijnen? Ze leidt me af en lijkt me naar buiten te roepen. Ze wekt me elke ochtend en belooft me een heerlijke zonovergoten dag boordevol zomerse activiteiten … Tot de corona-realiteit tot me doordringt. En de nieuwe fase waarin we zijn beland: het pre-teaching-tijdperk.

Even terzijde: wat een afschuwelijk woord is dat trouwens ook. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om een mooie Nederlandstalige variant te bedenken? Hallo, Mijnheer Weyts? Vorige week hoorde ik de term ‘aanlooplessen’ waaien. Wat mij betreft een geslaagd alternatief.

De leute is er af nu. Gedaan met dat pseudo-vakantiesfeertje waar ik in een vorig blogje nog zo lyrisch over schreef. Gedaan met ’s ochtends opstaan en wat aanmodderen tot de prut uit onze ogen is verdwenen om dan toch maar aan dat schoolwerk te beginnen. Een paar herhalingsoefeningen en klaar!

De lat werd heel wat hoger gelegd nu en dat bezorgt me stress. Gedaan met de leuke mama die hen grotendeels hun gangetje liet gaan met tv-kijken, trampolinespringen, cupcakes bakken, wandelen en fietsen. Daar is Juf Mama die orde op zaken stelt en noodgedwongen een beetje structuur probeert te brengen in onze dagdagelijkse chaos. Tevergeefs natuurlijk, want op Juf Mama zat hier niemand te wachten.

In een vorig leven was ik leerkracht. Zo een die met hart en ziel voor de klas stond. Aan onze keukentafel wordt dat enthousiasme allerminst geapprecieerd. Telkens ik transformeer van mama in juf loopt het mis. De kinderen aanvaarden mijn alter ego niet.

Voor hun juf in de klas en gedreven door de groepssfeer maken ze die oefeningen zonder boeh of bah. Voor dat schepsel aan de keukentafel dat wel heel erg op hun moeder lijkt, willen ze best de afwasmachine leegmaken of de tafel dekken, maar 10 staartdelingen met een kommagetal oplossen … daar is heel wat overtuigingskracht voor nodig. Die dubbelrol bevalt hen allerminst.

Ook ik loop tegen die dualiteit aan. Als juf aanvaard ik het zonder meer wanneer een leerling, al dan niet door een leerstoornis, iets niet kan. Als mama brengt dit me van mijn stuk en kost het me enorm veel moeite om me erbij neer te leggen. Over die strijd schreef ik twee jaar geleden ook al een blogje. Ik merk nu des te meer dat dit een werkpuntje blijft.

Dit alles wordt van tijd tot tijd royaal gekruid uit het gezinspotje zelfmedelijden. “Het is buiten stralend weer. Moet ik nu echt uren binnen zitten met staartdelingen, procentberekeningen, zinsontleding en spellingsoefeningen?”  Gelukkig zijn de weergoden ons de komende tijd beter gezind. De zon zullen we even moeten missen en dat vind ik voor deze ene keer niet erg.

(VANDAAG)

Euh, kan de zon weer beginnen schijnen?

 

 

 

 

 

 

 

 

Pseudo-vakantiesfeer

De voorbije weken van verplicht cocoonen verliepen vrij vlot, tegen alle verwachtingen in. Verwachtingen … daar zit hem het nu net. We zijn na 4 weken wel min of meer gewend aan dit nieuw leven, maar het is niet altijd even makkelijk om mijn verwachtingen aan te passen, om de lat lager te leggen.

Vaak lukt het me om mee te drijven op het pseudo-vakantiesfeertje dat hier in huis hangt. Later opstaan, uitgebreid ontbijten en dan toch maar in gang schieten met dat schoolwerk en het huishouden zodat we na de middag volop kunnen genieten van dat zonnetje. Nu manlief ook een weekje werkloos was, ging dat als vanzelf. De barbecue ging geregeld aan. Er werd ijs en frisdrank in huis gehaald, dus ook de kinderen vinden het prima.

Ik geniet enorm van de rust die we de voorbije weken cadeau kregen, de rust waar ik zo naar verlangde toen alles nog normaal was. Ik kan – of is het wil? – nu de tijd nemen om écht met mijn kroost bezig te zijn. Ik krijg de kans om mijn kinderen opnieuw en beter te leren kennen. Er is ruimte in mijn hoofd om het leven vaker vanuit hun standpunt te bekijken. Dat zorgt voor minder conflicten. Er is tijd om met hén bezig te zijn en daarna met een boek in de zon wat tijd voor mezelf te nemen. Er is zelfs nog tijd om hier en daar een kast te rommelen en de was weg te werken. Het kan tegenwoordig zomaar allemaal op één dag!

En toch bekruipt me soms een gevoel van onbehagen dat moeilijk onder woorden te brengen is. Doen alsof het vakantie is, is leuk voor even. Het lijkt niet te kloppen in mijn hoofd. Mogen we wel genieten van deze semi-quarantaine? Het voelt niet eerlijk t.o.v. al die mensen die in de gevaarlijke buitenwereld gewoon doorwerken. Ik besef dat door hun harde werk wij hier veilig in onze bubbel kunnen blijven.

Hoe zeer ons leven nu ook aanvoelt als één langgerekte vakantie, het mag voor mij weer snel zoals vroeger worden al was het maar om dat schuldgevoel weg te werken. Maar tot dan kan je mij in onzen hof vinden met één van de kinderen om ons beach-tennis-record te verbreken.

Lockdown Light week 1

De voorbije week, de eerste van deze lockdown light, was om te wennen aan onze nieuwe – tijdelijke – realiteit. Vooral ik had het er moeilijk mee. Niet alleen de angst voor het onbekende en voor wat er komen zou, speelden me parten. Ik geef toe dat ik mezelf de eerste dagen verloor in zelfmedelijden. Geen me-time meer, geen qualitytime met hubby meer, geen liefdes- noch sociaal leven. Het lukte me de eerste dagen niet verder te kijken dan al wat de komende weken niet meer zou kunnen. Ik was zelfs even jaloers op mijn wederhelft die net zoals altijd ’s morgensvroeg naar het werk kon vertrekken om pas ’s avonds laat weer terug te keren.

Het spreekt dan ook voor zich dat het de eerste dagen hier thuis niet echt vlotjes liep. Door het allemaal zo erg voor mezelf te vinden vergat ik dat het voor die vier koters rondom mij minstens even verwarrend en frustrerend is. Ik zag niet hoe mijn lief gebukt ging onder de stress die een eigen zaak in deze coronacrisis met zich meebrengt. Ik vergat al die ouders die het alleen moeten doen. Of de ouders die thuis zitten met hun kroost, maar tegelijkertijd aan telewerken moeten doen. De ouders die buitenshuis blijven werken en hun kinderen moeten achterlaten in de opvang. Ik zag hen even over het hoofd.

Tegen woensdag had ik het dan allemaal op een rijtje. De komende weken zijn we op elkaar aangewezen en moeten we er samen het beste van maken. Stilaan zag ik wat er allemaal in de plaats komt voor al het gemiste. Eén blik op mijn lege agenda doet een ongekende rust over mij neerdalen. Geen sociale verplichtingen meer, dus meer tijd en zin om écht als gezin samen te zijn. Geen logopedie, geen muziekschool, geen voetbal, geen badminton, …  Ook de kinderen genieten vooral van die rust. Het enige dat nog écht moet is elke dag even voor school werken. Het klinkt heerlijk, maar enige regelmaat drong zich toch al snel op.

Het zoeken naar structuur in deze eindeloze zee van tijd is een werk van lange adem. Het ene dagschema na het andere belandde in de prullenmand. Schoolwerk, huishoudelijke taakjes, schermtijd, speeltijd, … dit alles in een haalbaar schema gieten is  onbegonnen werk. Ons gezin gedijt al zo lang op chaos dat het niet realistisch is om nu plots een haast militaire discipline te eisen van mijn kinderen. Tot dat besef kwam ik gelukkig al vrij snel. Zolang ze hun schoolwerk doen, hun steentje bijdragen in het huishouden en genoeg buiten spelen, kan ik ermee leven. De ergernis dat ze te veel achter een scherm zitten, heb ik moeten loslaten.

Loslaten … het lijkt hét codewoord om hier zonder kleerscheuren uit te komen. Het isolement zorgt voor een nieuwe dynamiek in ons gezin en eerlijk gezegd vond ik al langer dat dat nodig was. Eén voor één beginnen we te beseffen dat we het de komende tijd uitsluitend met ons zessen zullen moeten doen. We kunnen dus maar beter een beetje lief zijn voor elkaar.

img_9015