Mama heeft het druk, druk, druk …

drukdrukdruk

Gisteren bij het ontbijt passeerde deze afbeelding met bijhorende tekst op mijn schermpje. Nooit eerder heb ik er echt bij stil gestaan of me eraan gestoord dat we van alle kanten nog steeds worden belaagd door het klassieke rollenpatroon.

Het is niet langer ‘vrouw aan de haard en man zorgt voor brood op de plank’. Het is geëvolueerd. Ondertussen mogen wij vrouwen gelukkig wel buitenshuis werken en onszelf ontplooien, maar de opvoeding van de kinderen en het huishouden moeten we er nog steeds geheel of grotendeels bij nemen. Tussen de regels door wordt ons dan ook nog eens duidelijk gemaakt dat moeder de vrouw van die combinatie vaak een potje maakt.

Kijk maar naar de foto. De piepkleine tekst erbij richt zich aan ‘de ouder’, man en vrouw dus. Nochtans zien we op de overheersende afbeelding een mama die alleen met de kinderen aan de ontbijttafel zit. Papa is al lang naar het werk vertrokken. Niks mis mee, maar is het nodig om de rommel op het aanrecht zo fijntjes in beeld te brengen?

Mama worstelt duidelijk met de combinatie gezin en werk. Komt daar nog een hobby, sport en een boeiend sociaal leven bij. Makkelijk is het niet, dat weet ik uit ervaring. Maar waar zit papa in heel dit verhaal?

Voor vrouwen zoals ik die het allemaal willen, worden infoavonden georganiseerd waar je o.a leert beter om te gaan met de stress en hoe je al je prioriteiten beter kan combineren. Ongetwijfeld interessant, maar volgens mij kan en moet het anders.

Als het van mij afhangt voortaan meer van dat, maar dan uitsluitend voor de papa’s waarin zij aangeleerd krijgen hoe ze eindelijk hun vader- en partnerrol actiever kunnen opnemen zonder het daarbij te verkloten op de werkvloer.

Kan eindelijk iemand die vaders uitleggen dat ook zij de wekker een half uur vroeger kunnen zetten zodat er na het ontbijt nog tijd rest om de afwasmachine leeg te maken, de brooddozen van de kroost alvast te vullen, de tien schoolbriefjes te tekenen, de kat eten te geven en de was op te hangen?

Maar ach, laten we een kat een kat noemen. De meeste vrouwen wíllen zelf zorgen voor hun kroost, de was en de plas. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat niemand het zo goed doet als wij. Misschien moeten we leren wat meer uit handen te geven en meer vertrouwen te hebben in onze wederhelften, de kinderopvang en het sociale netwerk rondom ons.

We hoeven toch niet altijd de oplossing bij onszelf te zoeken door bijv. yoga- en mindfulnesslessen te volgen, te dauwtrippen en bomen te knuffelen in de hoop toch maar die innerlijke rust te vinden.

Mag ik af en toe de chaos in mijn hoofd gewoon omarmen en het even aan een ander overlaten om de rommel op mijn aanrecht weg te werken?

 

 

Ik kan mezelf soms niet besturen

We botsten opnieuw tegen een muur aan met ons Jefke. Hij is vurig, temperamentvol, licht ontvlambaar … dat wisten we al, maar de laatste tijd was er geen land meer mee te bezeilen. Zijn uitbarstingen werden frequenter, groter en groter. Zijn slechte humeur bepaalde de sfeer in huis, hij nam te veel plaats in binnen ons gezin.

Het werd tijd om toe te geven dat het misliep thuis. Dat het vierkant draaide. Geloof mij, het is ongelooflijk moeilijk dit ook echt uit te spreken, maar het vat is af. Als moeder ben ik leeg.

Al weken nu is de rust ver zoek. Elke dag opnieuw gaan we de strijd aan. Kamer opruimen, aan tafel komen, extra oefenen voor school, gedaan met tv-kijken, een fatsoenlijke broek aandoen ipv die joggingbroek,  … Ga zo maar door. Werkelijk alles is een strijd. Voor de kleinste vraag, voor elke -zelfs positief bedoelde – opmerking krijgen we een explosie van verontwaardiging, een eruptie van verbale agressie.

Het lukt me altijd vrij goed dit gedrag een tijdje te negeren, maar wanneer dit te langvulkaan blijft duren bereik ook ik wel eens mijn kookpunt en barst ik uit als een vulkaan die jarenlang geslapen heeft, met alle gevolgen vandien. Dan word ik te boos en flap ik er dingen uit waar ik later spijt van krijg. Het is sterker dan mezelf.

Op de duur zijn we in die oh zo bekende vicieuze cirkel beland van boos worden, roepen en terug roepen, hard roepen en harder roepen. Alsof niemand in ons gezin nog iets op een rustige, vriendelijke manier kon zeggen. Iedereen leek constant kwaad. Alsof we  elkaar niet meer leuk vonden. We waren weer dat gezin dat ik niet wil zijn, ik was weer de moeder die ik niet wil zijn.

Als ook de oudste duidelijk maakt dat ze het thuis niet meer tof vindt, dan moet je als moeder aan de alarmbel trekken en de dingen proberen te veranderen. We zijn met z’n allen rond de tafel gaan zitten. Iedereen mocht het zijne zeggen, iedereen moest luisteren, elkeen gaf zijn fouten toe, beloofde beterschap en zocht mee naar oplossingen.

Het was hartverwarmend om te zien hoe Marie weer het heft in handen nam en een taakverdeling opstelde. Het was ontroerend om te merken hoe zelfbewust Josefien is, zich weinig aantrekt van wat anderen denken, maar toch heel veel aandacht heeft voor de gevoelens van de mensen rondom haar. Het was hoopgevend om te zien hoe Jef na een moment van verzet toch probeerde deel te nemen aan het gesprek en op zijn manier toegaf dat hij inderdaad te ver was gegaan. En de kleinste … die was blij dat hij ongestoord en veel te lang tv kon kijken.

’s Avonds in bed keek Jef me met zijn grote ogen aan, ik zag de tranen terwijl hij snikkend zei: ‘Ik kan mezelf soms niet besturen. Ik wil niet boos zijn, maar ik word het toch. Vanbinnen ben ik eigenlijk niet boos, maar ik doe wel boos. Weet jij waarom, mama? Ik wil zo niet zijn.’

Daar sta je dan als mama, totaal machteloos. Hij is ondertussen oud genoeg om zelf na te denken over zijn gedrag en over hoe hij dat kan veranderen. Dat heb ik hem gezegd. En dat we hulp kunnen zoeken als hij er zelf niet uit geraakt. Dat we er voor hem zijn en hem graag zien, óók wanneer hij boos is. Dan hebben we zachtjes samen gehuild en  oprecht sorry tegen elkaar gezegd. We knuffelden lang, alsof we de verloren tijd van de voorbije moeilijke weken wilden inhalen.

49864418_583960268751690_7863445907583270912_o
Bron afbeelding: Mama Magie

 

 

 

 

Dagelijkse sleur

2019 is alweer twee weken oud. Voorafgegaan door twee weken feest waarbij twee kilootjes gewonnen werden. Iets zegt mij dat ik die luttele twee kilo’s niet in twee weken weer ga kwijtspelen. Dit geheel terzijde.

De vakantie was leuk. Gezellig. Cosy. Feestelijk. Anders dan anders, met minder verplichtingen wat het allemaal een beetje makkelijker te verteren maakte, letterlijk en figuurlijk. Het was leuk omdat manlief het grootste deel van de twee weken ook thuis was. Thuis, bij mij, bij de kinderen. Vakantie met hem en vakantie zonder hem … een wereld van verschil. Zonder hem is voor mij als moeder niet altijd vakantie, integendeel.

Vakantie mét hem is altijd even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Dat is ongelooflijk leuk en hoe kort ook, altijd het moment om zelf even op adem te komen en bij te tanken.

Na anderhalve week samen thuis, af en toe een feestje afgewisseld met een gezinsuitstapje, doet het pijn om weer in de realiteit te stappen. Niet meer allemaal constant samen, opnieuw vroeg opstaan, weer naar school, terug aan het werk. Het is even aanpassen voor iedereen, maar we pikken de routine verrassend snel op. We komen al gauw tot het besluit dat dagelijkse sleur zo slecht niet is.

Het verplicht ons meer aandacht te geven aan onze zwakke plek: structuur. Ik ben nogal chaotisch van aard. Met mijn man is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het is dus bijna onvermijdelijk dat onze kinderen deze minder positieve eigenschap ook in zich hebben. We weten dat, maar liggen er niet van wakker. Zolang we zo goed als overal en altijd op tijd zijn, kunnen we er zelf mee leven. Al onderneem ik af en toe een poging om wat structuur op te dringen, maar door mijn eigen laksheid sterft elke maatregel steevast een stille dood.

Structuur, routine, regelmaat … als groot gezin hebben we dit nodig om het hoofd te bieden aan het hoge tempo en alle verplichtingen die onze hedendaagse maatschappij met zich meebrengt.

Na twee heerlijke, ontspannen weken is de dagelijkse sleur een welgekomen verademing. Opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, vertrekken naar school, thuiskomen van school, huiswerk maken, eten, vertrekken naar de hobby’s, weer thuis komen, nog iets eten, ‘Thuis’ kijken, wassen en pyjama aan, bed in.

Zo waar, merk ik daar enige structuur in ons gezinsleven?

 

Lang leve Marie

Ik heb sinds vandaag een dochter van 14 jaar. VEERTIEN! Een puber, een tiener, een grote meid. Los van het feit wat dat over míjn leeftijd zegt, kan ik het maar moeilijk geloven. Als ik naar haar kijk, dan zie ik al een echte jongedame. In niks te vergelijken met het pasgeboren baby’tje dat na de eerste wee 40 uur op zich liet wachten, dat mij 40 uur behoorlijk liet afzien … maar wat was ze het waard! Een topgriet hebben wij 14 jaar geleden op de wereld gezet.

De bevalling begon. Het zou thuis gebeuren, onder water, in een opblaasbaar kinderzwembadje. Ik weet het, het klinkt belachelijk en achteraf gezien was het ook een idioot idee. Al was het maar omdat dat badje na de bevalling ook weer opgekraamd moet worden …

Mijn toegewijde wederhelft begon vol goede moed het badje op te blazen en te vullen. Piece of cake, hoor ik je denken, maar dat water moet lekker warm zijn én blijven. Als de bevalling snel vooruit gaat valt dat nog wel mee, maar in mijn geval duurde het thuis ongeveer 30 uur. 30 uur van koud water eruit scheppen en weer emmers met heet water bij gieten. Dat heeft hij goed gedaan, die man van mij.

Het was helaas een maat voor niets, want toen mijn vliezen 24 uur gebroken waren, moesten we onverbiddelijk naar het ziekenhuis. Het risico op infecties is dan te groot. Naargelang de deadline dichterbij kwam, hebben de vroedvrouwen nochtans alles uit de kast gehaald: voetmassages, kruidendrankjes, tincturen, bachbloesems, de trap op en af lopen, een glaasje porto om te ontspannen, … Het mocht allemaal niet baten, mijn lichaam was uitgeput en de weeën vielen volledig stil.

Zelf was ik heel de tijd uiterst rustig en op geen enkel moment maakte ik mij zorgen. Onze familie daarentegen heeft het heel anders ervaren. Zij waren echt ongerust en bang dat het fout zou lopen.

Bij mij sloeg de angst pas toe in het ziekenhuis waar we bijzonder onaangenaam ontvangen werden door de gynaecologe van dienst. Zij werd een uur voor het einde van haar nachtshift nog uit bed gebeld voor een mislukte thuisbevalling. Daar was ze niet blij mee. Ze heeft onze vroedvrouw die niet van mijn zijde week, uitgescholden en haar uiteindelijk de toegang tot de verloskamer verboden. Gelukkig kon onze vroedvrouw haar nog wel een onnodige keizersnede uit het hoofd praten. Er was geen enige indicatie dat het kindje in mijn buik in nood was.

Een uur later kwam er een andere gynaecoloog opdagen die door een klacht over zijn te hoge cijfer wat keizersnedes betreft, alle tijd nam om ons Marie op een natuurlijke manier geboren te laten worden. Het duurde nóg acht uur voor ze het levenslicht zag. Acht lange en, ondanks de epidurale verdoving, pijnlijke uren.

Ze was een sterrekijkertje en kwam met haar rechterhandje eerst naar buiten.

Onze ervaring in het ziekenhuis was geen succes. We bleven dan ook maar net zo lang als nodig was. Toen ik weer op mijn benen kon staan en zelf kon plassen, zowat acht uur na de geboorte, kreeg ik van een verpleegster toestemming om naar huis te gaan. Dat deden we dan ook. Net thuis kregen we telefoon van het ziekenhuis: we moesten onmiddellijk terugkomen want het was onverantwoord. Niemand zou ons toestemming gegeven hebben. Ze wilden moeder en kind, gezien de uitzonderlijk lange en zware bevalling, van dichtbij in het oog houden. Het leek onze vroedvrouw, die de volgende ochtend sowieso zou langskomen, niet nodig. We zijn dan ook heerlijk in ons eigen bedje gekropen en hebben met zijn drietjes een rustige, lange nacht gehad.

De toon was gezet. Heerlijk, rustig en wat meer tijd nodig soms … dat is onze oudste dochter!

Lieve Marie, zoek maar rustig verder je eigen weg. Vaar vooral je eigen koers! Je komt er wel. De wereld ligt aan je voeten!

We zien je graag, tot de maan en terug.

Lang leve Jefke

Ons Jefke is jarig. Elf wordt hij al. Elf jaar geleden kwam hij ter wereld, helemaal zoals we het gepland hadden. Thuis, in bad, zonder problemen.

Voor ons tweede kind gingen we het opnieuw proberen: thuis bevallen. De eerste poging met onze oudste eindigde uiteindelijk toch in het ziekenhuis. Het vertrouwen in onze vroedvrouwen van het Geboorte Informatiecentrum in Geel was gebleven. Hoe zij ons, ook in het ziekenhuis, bijstonden … daar zijn geen woorden voor! De begeleiding tijdens de zwangerschap was ook deze keer weer een verademing. Geen steriele bedoening, maar aandacht voor de vrouw, het lichaam én de geest. De toekomstige vader, zelfs de andere kinderen van het gezin worden erbij betrokken. Een heerlijke ervaring!

Op 23 november 2007, ’s ochtendsvroeg begonnen de weeën. Vroedvrouw Jo (die eigenlijk een man is) werd opgebeld. Hij zou tegen de latere ochtend aan wel eens langskomen. Zo gaat dat met die vroedvrouwen, die zijn er allemaal heel erg gerust in. Ze vragen aan de partner hoe de vrouw is en weten dan uit ervaring of er al dan niet haast bij is.

De grote zus werd naar school gebracht en niet veel later was Jo daar. Hij ging ook weer even weg, er stond nog een afspraak op de planning. Geen reden tot paniek. Ik voelde me toch niet zo op mijn gemak. We woonden toen namelijk op het appartement boven de zaak waar mijn wederhelft werkte. Handig, behalve wanneer je moet bevallen. Het is dan bijvoorbeeld geen probleem om beneden snel nog even wat klanten verder te helpen en, waarom ook niet, in de rapte nog een auto te verkopen. Ondertussen gingen mijn weeën rustig door en probeerde ik in mijn eentje de pijn op te vangen. Af en toe kwam Gert eens kijken of het nog lukte. Lief van hem.

De geest is een sterk iets, want zonder de juiste steun en zolang ik me niet 100% op mijn gemak voelde, kwam er geen schot in de zaak. Toen Jo dan eindelijk terug was en ook bleef, ging het in een snelvaart vooruit. De weeën kwamen sneller, het bad werd gevuld, Gert trok zijn werkoverall dan toch uit en week niet meer van mijn zijde. Eens in bad was het niet meer te stoppen en binnen het uur ving Gert onze zoon op en legde dat kleine Jefke in mijn armen, aan de borst. Onze vroedman Jo keek de hele tijd vanop een afstand toe en deed eigenlijk niet veel meer. De natuur zijn gang laten gaan en vertrouwen hebben, meer niet.

Terwijl Gert en ik in de badkamer nog even samen genoten van onze zoon , maakten Jo en de intussen aangekomen assistente een gezellig nestje in de zetel. We verhuisden naar daar en onmiddellijk kreeg ik een heerlijk zoet, warm drankje op basis van melk dat de naweeën draaglijker zou maken. Ze gaven me een ontspannende voetmassage. Er werd een geurkaarsje aangestoken. Pure verwennerij voor lichaam en geest. De sfeer die thuis hing, stond in schril contrast met die in de verloskamer drie jaar eerder.

De grote zus kwam thuis en mocht met de vroedvrouw mee de eerste testjes doen. Kleine broer werd goedgekeurd! Tegen de avond aan zag Jo dat hij niet langer nodig was en vertrok weer. Hij zou de volgende dagen elke voormiddag even langskomen om de nodige controles te doen.

Het opperste gezinsgeluk in je eigen huiselijke warmte ervaren, is voor ons onbetaalbaar. ’s Avonds gewoon in je eigen bed kunnen kruipen met je baby’tje naast je. ’s Nachts niet gestoord worden door een verpleegster om de zoveel uur. Je oudste dochtertje niet moeten missen. Kleine details, maar voor ons van grote waarde.

Dat kleine Jefke is nu al een hele kerel. Ene die elke dag een warm bad neemt omdat hij daar naar eigen zeggen rustig van wordt. Hij maakt het ons niet altijd even makkelijk. Zijn grote drang naar vrijheid en zijn innerlijke onrust maken van ons gezinsleven vaak een hele uitdaging.  Zijn humor, zijn lieve knuffels en kusjes, zijn enorme behoefte aan liefde en warmte maken dat dan weer ruimschoots goed.

Jef, geniet van je verjaardag! We zien je graag, elke dag opnieuw.

img_7411

Lang leve Josefien

Bij ons beginnen de feestdagen al in oktober. Dan is Josefien jarig. Vanaf dan volgen de verjaardagen elkaar in sneltempo op. Een echte feestmarathon die pas eindigt op 1 januari.

We beginnen dus met Josefien.

Zij werd dit weekend in de bloemetjes gezet. Uitgebreid. Eerst met de vriendjes van de klas. Dan met de familie. We vieren graag. Dat had je misschien al wel door.

Tussen alle feestvreugde door staan we toch ook altijd even stil bij hoe het destijds, nu acht jaar geleden allemaal verliep. Turbulent, traumatisch, emotioneel … Kortom, het was miserie. Die miserie begon al heel vroeg in de zwangerschap, bij de eerste bloedafname.

‘Proficiat, u bent zwanger, maar … ‘

‘Maar wat?’

‘Je bent besmet met toxoplasmose. We starten direct met medicatie om de kans op besmetting van het vruchtje te beperken. 6 tabletten antibiotica per dag en dat tot we een vruchtwaterpunctie kunnen doen om zo vast te stellen of het vruchtje ‘beschadigd’ is of niet.’

Een beetje van slag, uit het lood geslagen, maar de angst slaat pas echt toe wanneer je begint te googlen en je alle mogelijke worstcasescenario’s voorgeschoteld krijgt. Hoe vroeger in de zwangerschap, hoe meer kans op besmetting en schade aan de foetus. Ernstige afwijkingen, mentale achterstand, oogproblemen, blindheid …

De kans was er dat dat baby’tje in mijn buik niet gezond ging zijn, een leven lang veel zorgen zou nodig hebben. Dan denk je als moeder in de eerste plaats aan die andere twee kleintjes die thuis rondlopen, aan de impact op hen, op ons gezin. Kunnen we dat wel aan? Zijn we als gezin sterk genoeg? Willen we het onze andere kinderen aandoen?

Diep vanbinnen dachten we allebei hetzelfde. Neen! En eerlijk, hadden we toen een gynaecoloog gehad die niet verbonden was aan een ‘katholiek’ ziekenhuis en een ethische commissie, dan hadden we de zwangerschap afgebroken. Daar voelen we ons nu nog schuldig over.

Soms, wanneer we haar samen gadeslaan, kijken we naar elkaar en zeggen heel stilletjes: stel je voor dat we toen … Maar toen, toen was er gelukkig Dokter Persyn Junior die ons probeerde gerust te stellen en alles van heel dichtbij opvolgde.

Maar toch, het was ongetwijfeld de donkerste en zwaarste periode uit mijn leven. Door de reële kans dat het niet goed zou komen, vertelden we niemand dat ik zwanger was. Zelfs thuis werd er niet over gepraat. Mijn buik groeide ook niet. Ik durfde niet blij te zijn. Ik voelde me niet zwanger. Alleen maar … slecht.

We overleefden de eerste helft van de zwangerschap en konden de verlossende vruchtwaterpunctie laten doen. Verlossend inderdaad, want er waren geen tekenen van een acute infectie van de foetus. Geen schade aan de oogjes, de hersentjes leken ok.

‘Je mag stoppen met de antibiotica, mevrouw. Het ziet er op het eerste zicht goed uit. 100% zekerheid is er echter nooit.’

Geen 6 pillen meer per dag. Voor de eerste keer in 5 maanden een beetje gerust gesteld en voorzichtig blij. We vertelden onze familie eindelijk het heuglijke nieuws en vanaf toen haalde mijn buik op een wonderbaarlijke wijze zijn schade in. Op een week tijd was ik 5 maanden zwanger.

Beetje bij beetje lukte het de knop in mijn hoofd om te draaien en begon het genieten. Toch bleef er een stemmetje in mijn hoofd zitten dat me steeds opnieuw met de voeten op de grond zette. Niet té blij zijn, er zal nog wel iets mislopen, deze zwangerschap is gedoemd van in het begin.

Het leek ook zo toen ik begin september op weg van school naar huis de auto in de prak reed. Perte totale, dus de schok was enorm. Weer angst om dat baby’tje in de buik. Gelukkig stelde Persyn Senior ons gerust na een grondig onderzoek en een paar uurtjes aan de monitor. Eind goed al goed. Voorlopig …

’s Ochtends vroeg 14 oktober 2010, een maandje te snel. Kleine broer moest naar toilet. Ik hef hem op de pot en voel een warme gloed langs mijn benen. Oeps, ik denk dat mijn water gebroken is. Wanneer ik kijk, zie ik bloed, allemaal bloed. Veel te veel om me geen zorgen te maken.

Ambulance, paniek, geen beweging meer in de buik, nog meer paniek, pure angst. Een grote zus die enthousiast roept dat het broertje of zusje eraan komt. Een kleine Jef die zich voorzichtig tegen mij aan vlijt en stille traantjes weent.

In het ziekenhuis halen ze een echoapparaat en zoeken de hartslag van de baby. Tevergeefs. Dan beginnen de tranen voor de eerste keer te stromen en wel honderd keer zeg ik tegen mijn man ‘Ik heb het toch gezegd dat het nog fout ging lopen. Ik wist het. Het is dood. Het is gedaan.’

De tranen blijven komen, maar tegelijkertijd ontspant mijn lichaam zich eindelijk en plots beweegt mijn buik. Iedereen schiet recht en krijgt weer hoop. Er wordt een ander echoapparaat gezocht en dat vindt zonder veel moeite een vrolijke hartslag. Het mooiste geluid dat ik ooit te horen kreeg.

Het vorige apparaat bleek kapot te zijn.

De gynaecoloog die er ondertussen bijgekomen was, besloot een spoedkeizersnede te doen en een paar uur later kon ik mijn dochtertje in de couveuse gaan bewonderen. Kerngezond was ze.

Ik wou dat ik kon zeggen dat ik daarmee de voorbije acht maanden op slag vergeten was, maar dat is niet zo. Acht maanden in spanning leven hakt er in en tot op vandaag krijg ik kippenvel wanneer ik erover praat.

Ook tijdens het schrijven moet ik af en toe de tranen bedwingen, maar hé, er loopt hier wel een pracht van een meid rond die elke dag ons leven zoveel mooier maakt.

Stel je voor dat we toen …

Côte d'Azur 014

Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder