Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl

The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ dinsdag – 1 september – begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

De lokroep van de zon

(EERGISTEREN)

Kan de zon eindelijk stoppen met zo enthousiast te schijnen? Ze leidt me af en lijkt me naar buiten te roepen. Ze wekt me elke ochtend en belooft me een heerlijke zonovergoten dag boordevol zomerse activiteiten … Tot de corona-realiteit tot me doordringt. En de nieuwe fase waarin we zijn beland: het pre-teaching-tijdperk.

Even terzijde: wat een afschuwelijk woord is dat trouwens ook. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om een mooie Nederlandstalige variant te bedenken? Hallo, Mijnheer Weyts? Vorige week hoorde ik de term ‘aanlooplessen’ waaien. Wat mij betreft een geslaagd alternatief.

De leute is er af nu. Gedaan met dat pseudo-vakantiesfeertje waar ik in een vorig blogje nog zo lyrisch over schreef. Gedaan met ’s ochtends opstaan en wat aanmodderen tot de prut uit onze ogen is verdwenen om dan toch maar aan dat schoolwerk te beginnen. Een paar herhalingsoefeningen en klaar!

De lat werd heel wat hoger gelegd nu en dat bezorgt me stress. Gedaan met de leuke mama die hen grotendeels hun gangetje liet gaan met tv-kijken, trampolinespringen, cupcakes bakken, wandelen en fietsen. Daar is Juf Mama die orde op zaken stelt en noodgedwongen een beetje structuur probeert te brengen in onze dagdagelijkse chaos. Tevergeefs natuurlijk, want op Juf Mama zat hier niemand te wachten.

In een vorig leven was ik leerkracht. Zo een die met hart en ziel voor de klas stond. Aan onze keukentafel wordt dat enthousiasme allerminst geapprecieerd. Telkens ik transformeer van mama in juf loopt het mis. De kinderen aanvaarden mijn alter ego niet.

Voor hun juf in de klas en gedreven door de groepssfeer maken ze die oefeningen zonder boeh of bah. Voor dat schepsel aan de keukentafel dat wel heel erg op hun moeder lijkt, willen ze best de afwasmachine leegmaken of de tafel dekken, maar 10 staartdelingen met een kommagetal oplossen … daar is heel wat overtuigingskracht voor nodig. Die dubbelrol bevalt hen allerminst.

Ook ik loop tegen die dualiteit aan. Als juf aanvaard ik het zonder meer wanneer een leerling, al dan niet door een leerstoornis, iets niet kan. Als mama brengt dit me van mijn stuk en kost het me enorm veel moeite om me erbij neer te leggen. Over die strijd schreef ik twee jaar geleden ook al een blogje. Ik merk nu des te meer dat dit een werkpuntje blijft.

Dit alles wordt van tijd tot tijd royaal gekruid uit het gezinspotje zelfmedelijden. “Het is buiten stralend weer. Moet ik nu echt uren binnen zitten met staartdelingen, procentberekeningen, zinsontleding en spellingsoefeningen?”  Gelukkig zijn de weergoden ons de komende tijd beter gezind. De zon zullen we even moeten missen en dat vind ik voor deze ene keer niet erg.

(VANDAAG)

Euh, kan de zon weer beginnen schijnen?

 

 

 

 

 

 

 

 

Pseudo-vakantiesfeer

De voorbije weken van verplicht cocoonen verliepen vrij vlot, tegen alle verwachtingen in. Verwachtingen … daar zit hem het nu net. We zijn na 4 weken wel min of meer gewend aan dit nieuw leven, maar het is niet altijd even makkelijk om mijn verwachtingen aan te passen, om de lat lager te leggen.

Vaak lukt het me om mee te drijven op het pseudo-vakantiesfeertje dat hier in huis hangt. Later opstaan, uitgebreid ontbijten en dan toch maar in gang schieten met dat schoolwerk en het huishouden zodat we na de middag volop kunnen genieten van dat zonnetje. Nu manlief ook een weekje werkloos was, ging dat als vanzelf. De barbecue ging geregeld aan. Er werd ijs en frisdrank in huis gehaald, dus ook de kinderen vinden het prima.

Ik geniet enorm van de rust die we de voorbije weken cadeau kregen, de rust waar ik zo naar verlangde toen alles nog normaal was. Ik kan – of is het wil? – nu de tijd nemen om écht met mijn kroost bezig te zijn. Ik krijg de kans om mijn kinderen opnieuw en beter te leren kennen. Er is ruimte in mijn hoofd om het leven vaker vanuit hun standpunt te bekijken. Dat zorgt voor minder conflicten. Er is tijd om met hén bezig te zijn en daarna met een boek in de zon wat tijd voor mezelf te nemen. Er is zelfs nog tijd om hier en daar een kast te rommelen en de was weg te werken. Het kan tegenwoordig zomaar allemaal op één dag!

En toch bekruipt me soms een gevoel van onbehagen dat moeilijk onder woorden te brengen is. Doen alsof het vakantie is, is leuk voor even. Het lijkt niet te kloppen in mijn hoofd. Mogen we wel genieten van deze semi-quarantaine? Het voelt niet eerlijk t.o.v. al die mensen die in de gevaarlijke buitenwereld gewoon doorwerken. Ik besef dat door hun harde werk wij hier veilig in onze bubbel kunnen blijven.

Hoe zeer ons leven nu ook aanvoelt als één langgerekte vakantie, het mag voor mij weer snel zoals vroeger worden al was het maar om dat schuldgevoel weg te werken. Maar tot dan kan je mij in onzen hof vinden met één van de kinderen om ons beach-tennis-record te verbreken.

Lockdown Light week 1

De voorbije week, de eerste van deze lockdown light, was om te wennen aan onze nieuwe – tijdelijke – realiteit. Vooral ik had het er moeilijk mee. Niet alleen de angst voor het onbekende en voor wat er komen zou, speelden me parten. Ik geef toe dat ik mezelf de eerste dagen verloor in zelfmedelijden. Geen me-time meer, geen qualitytime met hubby meer, geen liefdes- noch sociaal leven. Het lukte me de eerste dagen niet verder te kijken dan al wat de komende weken niet meer zou kunnen. Ik was zelfs even jaloers op mijn wederhelft die net zoals altijd ’s morgensvroeg naar het werk kon vertrekken om pas ’s avonds laat weer terug te keren.

Het spreekt dan ook voor zich dat het de eerste dagen hier thuis niet echt vlotjes liep. Door het allemaal zo erg voor mezelf te vinden vergat ik dat het voor die vier koters rondom mij minstens even verwarrend en frustrerend is. Ik zag niet hoe mijn lief gebukt ging onder de stress die een eigen zaak in deze coronacrisis met zich meebrengt. Ik vergat al die ouders die het alleen moeten doen. Of de ouders die thuis zitten met hun kroost, maar tegelijkertijd aan telewerken moeten doen. De ouders die buitenshuis blijven werken en hun kinderen moeten achterlaten in de opvang. Ik zag hen even over het hoofd.

Tegen woensdag had ik het dan allemaal op een rijtje. De komende weken zijn we op elkaar aangewezen en moeten we er samen het beste van maken. Stilaan zag ik wat er allemaal in de plaats komt voor al het gemiste. Eén blik op mijn lege agenda doet een ongekende rust over mij neerdalen. Geen sociale verplichtingen meer, dus meer tijd en zin om écht als gezin samen te zijn. Geen logopedie, geen muziekschool, geen voetbal, geen badminton, …  Ook de kinderen genieten vooral van die rust. Het enige dat nog écht moet is elke dag even voor school werken. Het klinkt heerlijk, maar enige regelmaat drong zich toch al snel op.

Het zoeken naar structuur in deze eindeloze zee van tijd is een werk van lange adem. Het ene dagschema na het andere belandde in de prullenmand. Schoolwerk, huishoudelijke taakjes, schermtijd, speeltijd, … dit alles in een haalbaar schema gieten is  onbegonnen werk. Ons gezin gedijt al zo lang op chaos dat het niet realistisch is om nu plots een haast militaire discipline te eisen van mijn kinderen. Tot dat besef kwam ik gelukkig al vrij snel. Zolang ze hun schoolwerk doen, hun steentje bijdragen in het huishouden en genoeg buiten spelen, kan ik ermee leven. De ergernis dat ze te veel achter een scherm zitten, heb ik moeten loslaten.

Loslaten … het lijkt hét codewoord om hier zonder kleerscheuren uit te komen. Het isolement zorgt voor een nieuwe dynamiek in ons gezin en eerlijk gezegd vond ik al langer dat dat nodig was. Eén voor één beginnen we te beseffen dat we het de komende tijd uitsluitend met ons zessen zullen moeten doen. We kunnen dus maar beter een beetje lief zijn voor elkaar.

img_9015

 

 

 

Herinneringen

Dat ik durf te twijfelen aan mijn capaciteiten als moeder is al lang geen geheim meer. Om mezelf ervan te overtuigen dat af en toe falen geen ramp is, stel ik mezelf wel eens de vraag wat mijn kinderen zich later zullen herinneren. Hoe zullen ze terugkijken op hun kindertijd en jeugd? Hoe zullen ze zich mij binnen pakweg 20 jaar herinneren?

Als die stresskip die roepend en tierend 20 keer de trap op en af rent ’s ochtends voor schooltijd wanhopig op zoek naar matching sokken wanneer we weer maar eens te laat dreigen te komen?

Ongetwijfeld …

Of als die chaotische vrouw die elke dag opnieuw het hele huis overhoop haalt op zoek naar de autosleutels? Die minstens twee keer per trimester over en weer naar huis moet omdat één van de boekentassen nog op het keukenaanrecht staat?

Ik vrees het wel …

Zullen ze zich de aangebrande ovenschotel van vorige week herinneren? Dat het eten niet op tijd klaar was? Of toch eerder de gezellige knuffelmomentjes samen in de zetel terwijl de diepvriespizza in de oven stond?

Ik wil geloven dat ze met een glimlach op hun gezicht terugdenken aan onze ongeplande uitstapjes, de vergeten regenjassen incluis. Ik hoop dat ze later samen rond de keukentafel hartelijk zullen lachen om die ene keer dat we zonder papa naar zee gingen en Jef daar aankwam zonder schoenen. Liever dan dat hij er na al die jaren nog mee in zijn maag zit …

Staan mijn gekke dancemoves in hun geheugen gegrift? Of de keren dat ze gingen logeren en ik de pampers of propere onderbroeken vergat?

Ik sus mijn twijfel weg door te denken dat ze eerder de vrijgekomen tijd en wat we daarmee samen deden zullen herinneren dan de wasmanden vol strijk die hiervoor in de plaats bleven staan.

Ik verjaag de onzekerheid met de gedachte dat ze zich als volwassene niet zullen beklagen dat ze soms hun huiswerk vergaten te maken. Maar dat ze wel met een warm gevoel terugdenken aan de avondwandeling of het fietstochtje dat daarvoor in de plaats kwam.

Ik denk niet dat ze later met een wrang gevoel zullen terugkijken op de talloze avondjes met de babysit, maar dat ze zich de verliefde blikken van mama en papa de dag erna herinneren.

Ik vraag me soms af wat ik hen als moeder en mens bijbreng. Dat niemand perfect is bijvoorbeeld, een belangrijke les die ik hen met mijn geploeter tegen wil en dank elke dag opnieuw duidelijk maak. Uit de grond van mijn hart hoop ik dat ze leren uit mijn fouten en het op sommige vlakken beter zullen doen dan ik. Hoe ze me zich ook herinneren, ik troost me met de gedachte dat ik mijn uiterste best doe. De tijd zal uitwijzen of dat genoeg is.

My best friend’s wedding

Één jaar later…

Hans en Caroline. Caroline en Hans. Welke volgorde ook, je hoort dat het samen gaat. De twee namen passen perfect bij elkaar, net zoals de twee mensen die naar die namen luisteren. Het is dan ook ondertussen den Hans van Caroline en Caroline van den Hans …

Hun verhaal is mooi, een modern sprookje. Al was de start een aantal jaren geleden minder ‘conventioneel’ … het maakt het er allemaal alleen maar mooier op. Ze hebben voor elkaar gevochten en heel bewust voor elkaar gekozen. Je neemt al die shit er alleen maar bij als je elkaar oprecht heel graag ziet.

Maar hun strijdlust werd beloond en ze kregen hun langverwachte leven samen, eerst gezellig met hun tweetjes en Fiene, later met Julia en Roza er nog bij.  Er is zelfs plek voor een ex-vrouw en haar nieuwe man. Het is een aparte situatie waar vele gescheiden koppels zich niets bij kunnen voorstellen maar waar zij zelf én vooral de kinderen misschien wel heel erg naar verlangen.

Op een gezellige zomeravond met beide gezinnen bedachten ze zelfs een term voor hun manier van omgaan met elkaar: frex+. Respectvol omgaan met je partners ex, er zelfs een innige vriendschap mee opbouwen. Niet evident, maar voor Hans en Caro is het allemaal heel normaal. Het kost hen weinig moeite.

Ik schrijf dit hoog in de lucht met een dubbel gevoel. Enerzijds uitkijkend en genietend van de hoognodige qualitytime met mijn wederhelft, maar tegelijkertijd met diepe spijt denkend aan die speciale dag van een speciaal persoon waar ik ook bij had moeten en willen zijn.

We hebben nog geprobeerd om ons weekendje te verzetten, maar het is niet gelukt. Nu vieren we onze eigen liefde en checken elk uur de sociale media om toch een glimp op te vangen van de bezegeling van de liefde tussen twee mensen die ons nauw aan het hart liggen.

Het is jammer dat we ze niet kunnen zien stralen, dat we de liefde niet kunnen voelen. Maar vanop een afstand genieten we intens mee en zijn we oprecht blij dat deze twee na al die jaren hun ja-woord geven.

Caroline en Hans, Hans en Caroline,

Geniet van jullie huwelijksdag. We denken aan jullie. Straal als nooit tevoren en zie elkaar vandaag nog net iets liever.

Luddevedu

Het is zo ver. Het eerste hart werd hier thuis gebroken. Verrassend genoeg is het niet het fragiele hart van onze oudste dochter, maar het kleine hartje van haar drie jaar jongere broer.

Tot over zijn oren was hij verliefd. Grenzeloos, zoals we van hem gewoon zijn. Vurig en ongeremd. Onmogelijk in te tomen. Zijn gedachten slechts op één ding gericht. Lag zijn interesse voor de start van zijn zomerliefde nog uitsluitend bij het skaten, sinds hij haar leerde kennen moest alles wijken. Zo is hij, zijn focus afwisselend op één enkel ding gericht. Een obsessie haast.

Nu had dit blonde meisje van het speelplein dus zijn tere hart gestolen. Twee weken lang deelden ze lief en leed. Hoe langer het duurde, hoe banger ik werd. Want hoe stoer hij zich de laatste tijd ook gedraagt, hij blijft een gevoelig jongetje dat snel geraakt wordt en dan totaal het noorden kwijt is.

Het begon met een sms-je …

“Wil je straks ff niet langskomen. Ik heb tijd voor mezelf nodig.”

Het begin van het einde, opperde mijn wederhelft met een bedenkelijke blik. Zelf was ik eerst nog te verbaasd door het besef dat de twaalfjarige meisjes van tegenwoordig dus echt niet meer met de barbies spelen. Tijd voor mezelf nodig … Waar halen die snotneuzen het toch.

Al snel groeide bij mij de bezorgdheid. Hij vertoefde zelf nog steeds hoog boven de zevende hemel. Zich van geen kwaad bewust. Het zou kei hard aankomen wanneer zijn vriendinnetje hem vertelt dat ze niet langer verliefd op hem is. Na heel wat rond de pot gedraai kwam dan toch de mokerslag. Een kort berichtje gedecoreerd met de nodige emoticons, alsof het meisje de ernst ervan wou verbloemen …

“Ik denk dat we beter gewoon vrienden kunnen blijven.”

Het duurde even voor het tot hem doordrong, maar zodra de boodschap hem duidelijk werd, gebeurde waar ik zo bang voor was: zijn wereld stortte in. Tranen met tuiten, een verdriet dat uit het diepste van zijn tengere lichaampje leek te komen. Hij was ongewoon rustig en stil, trok zich vaker terug op zijn kamer, maar kwam dan weer naar beneden om te knuffelen. De ‘liefde’ die hij niet meer van zijn meisje kreeg, zocht hij nu bij ons.

Het is hartverscheurend om je kind zo te zien. Als in een reflex wou ik zijn verdriet wegwuiven: minimaliseren en negeren. Ik wou het niet beter maken voor hem, maar simpelweg onder de mat vegen en doen alsof het er niet was.

‘Het is toch allemaal zo erg niet! Doe niet zo flauw. Stop nu maar met wenen. Er zijn nog zo veel meisjes …’

Tot ik bedacht hoe erg ik het zelf vind wanneer manlief mijn verdriet niet serieus neemt. Ik gaf zoonlief dus de aandacht die hij nodig had. Ik liet hem als een klein jongetje op mijn schoot uithuilen en zei dat hij zich daar niet voor hoefde te schamen. Dat ik wist hoe het voelde. Dat iedereen het wel eens meemaakt. En vooral … dat het beter wordt.

Zo geschiedde ook. Een paar dagen beheerste de luddevedu zijn leven, maar toen hij zijn skatebord weer oppakte en me vroeg hem naar het parkje te brengen wist ik dat het grootste leed geleden was. Dat het weer helemaal goed zou komen met hem wist ik toen hij in de auto met een grijns op zijn gezicht zei: “En nu ga ik chickies scoren … ”

gebrokenhart