Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.
“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.
Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.
Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.
Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.
Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.
Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!
Lie(f)s



blijft duren bereik ook ik wel eens mijn kookpunt en barst ik uit als een vulkaan die jarenlang geslapen heeft, met alle gevolgen vandien. Dan word ik te boos en flap ik er dingen uit waar ik later spijt van krijg. Het is sterker dan mezelf.


Door zelf te beseffen dat je het goed hebt, heb je sowieso volgens mij al een streepje voor wat ‘gelukkig zijn’ betreft. Wanneer je dan door Pleegzorg in contact komt met mensen van allerlei pluimage die het duidelijk veel minder goed en moeilijker hebben, dan besef je des te meer hoe gelukkig je jezelf mag prijzen. Je wordt regelmatig met de neus op je eigen geluk gedrukt.



Het is die onzekerheid die moeilijk is, soms zelfs ondraaglijk, maar tegelijkertijd ook hoop geeft. Het is die onzekerheid die me af en toe wanhopig verdrietig maakt, maar me nog vaker van het beste doet uitgaan. Door die onzekerheid krijgt hij vaak dubbel zo veel liefde, zolang het nog kan … en wordt hij soms extra verwend, zolang hij er nog is …

2 jaar geleden stierf ons moemoe. Geen dag gaat voorbij dat ik niet aan haar denk. Wanneer we langs het rusthuis rijden, kijk ik altijd even binnen in de eetzaal naar haar tafel aan het raam. Alsof ik verwacht haar daar weer aan te treffen. Gezellig keuvelend met Rachel. Rachel stierf dezelfde week als moemoe. Alsof ze er echt geen zin in hadden om zonder elkaars gezelschap hun dagen verder te slijten in het rusthuis.
