Helse nachten

Je zou denken dat je bij het vierde kind wel weet hoe je moet opvoeden. Niets is minder waar. Bij elk kind doemen nieuwe problemen op, bij elke leeftijd word je geconfronteerd met andere issues, bij elke verandering spelen onverwachte zorgen op.


Zo zijn we nu met onze kleinste in een onbekende opvoedingssituatie beland. Hij wil niet meer slapen. Punt, komma, andere lijn.

Tot voor enkele weken legde ik hem in bed, viel hij in slaap en werd pas de volgende ochtend of zelfs middag wakker. Een goede slaper noemen ze dat. En plots kwam daar verandering in. Hij wil niet blijven liggen, begint te roepen en te tieren. Tot overmaat van ramp heeft hij ook ontdekt dat hij zelf uit het bed kan klimmen.

De eerste avond met zo’n zenuwslopende scène probeerde ik het nog op te lossen door hem op mijn schoot te nemen, te troosten, begripvol te zijn. Yeah right! Dat maakt het dus alleen maar erger. Natuurlijk ligt hij liever op mijn schoot te baden in mijn liefde en warmte dan in zijn eigen koude, donkere bedje.

De volgende avonden dan maar de goede raad van de nanny op tv opgevolgd, want dit werkte perfect bij onze andere zoon: geen oogcontact, niets zeggen, kordaat weer in zijn bed leggen … keer op keer … op keer op keer … op keer …

Wat een koppig kind hebben wij! Een uur ging voorbij waarin hij constant uit zijn bed kwam. Hoeveel energie kan een kind van 2,5 hebben? Met slaapzak en al stond hij op welgeteld 10 seconden weer naast zijn bed. In het begin gaf ik hem de kans niet om uit het bed te kruipen, maar omdat het er niet naar uitzag dat hij snel zou opgeven, veranderde ik mijn strategie. Ik zou hem uitputten, afmatten tot hij niet meer kon. Dat werkte, op den duur gaf hij zich gewonnen en bleef hij liggen, maar schijn bedriegt.

Wanneer ik dacht dat hij eindelijk sliep en zelf in bed kon kruipen, stak hij zijn hoofdje omhoog. Als hij mij zag, ging hij weer liggen. Zag hij mij niet, dan begon het allemaal van voor af aan.  Even gerust, weer klaar om er vol tegen aan te gaan. Soms viel hij wel in slaap, maar werd hij na een paar uur weer wakker en speelde hetzelfde scenario zich opnieuw af.

Er waren avonden dat dit spelletje ruim twee uur duurde. Om gek van te worden. Er waren nachten dat ik totaal uitgeput moest vechten tegen mijn tranen. Dat ik diep in mij dingen voelde die ik niet durf neerschrijven. Enkele nachten van dat kaliber kan een mens wel aan, maar na 7 nachten ben je zo moe dat je jezelf al slapend met het voorhoofd tegen de deurstijl betrapt.

Gelukkig heb ik ook nog een vent die het na 5 nachten niet meer kon aanzien en zichzelf mee in de strijd wierp. Zijn ‘hardere’ aanpak in combinatie met het schrappen van de middagdutjes en het laat opblijven doen vermoeden dat het einde in zicht is. De scènes worden korter en hij slaapt af en toe weer eens een hele nacht door, al wordt hij ’s ochtends nog te vroeg wakker en lukt het zelden om hem dan nog terug in slaap te krijgen.

Maar ach, de wallen onder mijn ogen zijn alweer een beetje kleiner geworden en we hebben opnieuw een paar gezellige avondjes met twee gehad, mijn vent en ik. Vroeg opstaan heeft ook zo zijn voordelen: er is al heel wat werk verricht wanneer de rest van het gezin uit bed strompelt. En dat kleine ettertje, dat is zelfs om vijf uur ’s ochtends om op te eten.

iNsOmNiA

Ik heb het altijd een mooi woord gevonden,  te mooi voor zo’n lelijk ding. In-som-nia.  Slapeloosheid klinkt beter, dekt de lading al wat meer. Niet dat ik er echt last van heb, maar een slapeloze nacht af en toe hoort erbij. Wat er dan allemaal door mijn hoofd raast … beelden, flashbacks, flashforwards, worstcasescenario’s, visioenen, … levensecht. Mijn hartslag die op hol slaat bij de gedachte dat het echt zou kunnen zijn. Dat ik een gave heb en in de toekomst kan kijken. Dat wat er in die donkere uren voorbij flitst ook echt staat te gebeuren.

Ik begin dan heen en weer te wiegen in bed om de spanning in mijn lijf kwijt te raken. Ik probeer me te focussen op die beweging en op mijn ademhaling zodat mijn gedachten niet meer afdwalen. Meestal lukt dat en zak ik enkele seconden weg in een vederlichte slaap tot ik plots wakker schrik door een grijze bestelwagen die langzaam voorbij de schoolpoort van mijn kinderen rijdt of een IS-strijder die uit het niets tevoorschijn springt. Een zoveelste adrenalineshot om u tegen te zeggen, klaarwakker, opgefokt.

Ik zie de kleinste van het speeltuig vallen, de oudste omvergereden worden terwijl ze de straat oversteekt met haar nieuwe fiets. Ik hoor de dokter zeggen dat nummer drie ongeneeslijk ziek is. En ik zie onze tweede in rij als puber van de vijfde verdieping recht in het zwembad springen van een goedkoop all inclusive hotelletje ergens aan de Costa Blanca.

Ze passeren allemaal de revue, één voor één, meerder keren per nacht. Tot ik het niet meer uithoud en het warme bed met lichte tegenzin verlaat. Even gaan schrijven, lezen of wat tv kijken, tot mijn brein te moe is om nog te denken, te uitgeput om horrorverhalen te verzinnen.

Dat gebeurt zo af en toe, één keer per maand misschien. Maar mijn god, wat een marteling moet het zijn als je nacht na nacht wakker ligt, even wegzakt en weer  opschrikt. Doodmoe en toch niet kunnen slapen. Geen pauzeknop die de thriller even op stop kan zetten. Om gek van te worden.

Aan leuke dingen denk je niet, zo na middernacht. Dat deel van je hersenen is tegen die tijd al vredig ingedommeld. Alleen de donkerste kronkels van je brein volharden en bestoken je geest met je ergste nachtmerries.

Al is het niet alleen kommer en kwel, de grootste artiesten werken ’s nachts en creëren de mooiste dingen wanneer de wereld slaapt. Vraag maar aan Maxi Jazz.

 

content_InsomniaDefinition_insomniathenandnow