Engagement op kindermaat

Een staking hier, een demonstratie daar. Altijd, overal en over alles klinkt protest. Werknemers leggen het werk neer, leerlingen hun boeken. Het klimaat, het onderwijs, gele hesjes, zware beroepen, kerncentrales, … Ik denk er het mijne van, voel verontwaardiging, knik begrijpend, maar verder dan dat ga ik niet. Op straat komen, samen met duizenden gelijkgestemden, schrikt me af. Geen haar op mijn kop dat eraan denkt om me met mijn kroost midden in het strijdgewoel te begeven.

De maatschappelijke issues vliegen ons rond de oren. Als ik mijn stem wil laten horen voor elk thema dat me raakt, komt er van werken, het huishouden en opvoeden niet veel meer in huis.Toch wil ik mijn kinderen een gezonde dosis maatschappijkritiek en sociaal engagement bijbrengen. Zelfs wat de grote wereldproblemen betreft, leven we in een overvloedige samenleving. Als we ook op dat vlak bijna kunnen spreken van keuzestress, is het mijns inziens ver gekomen. Maar bon, we kunnen niet achterblijven.

Dankzij een vriendin was de beslissing snel gemaakt: de Eneco Clean Beach Cup, Sociaal engagement op kindermaat wat mij betreft. De enige keuze die ons nu nog restte, was welk strand we onder handen gingen nemen. Westende dus.

Het werd een topdag. De zon scheen, de wind bleef liggen. De kinderen kregen supercoole, handige grijpers. Kwestie van hen te motiveren. Zonder het zelf te beseffen legden ze toch een indrukwekkende afstand af, zoekend naar afval. Steeds fanatieker, want het is verslavend. De vuilniszak die we kregen raakte snel behoorlijk vol.

Tussendoor werd er gespeeld in de duinen , pootje gebaad, gepicknickt en genoten. Het geeft enorm veel voldoening als moeder je kinderen gemotiveerd te zien voor de goede zaak, voor het milieu.

We zijn zee-mensen. Wanneer we op vakantie gaan, willen we de zee elke dag kunnen ruiken, voelen en zien. Het was voor onze kinderen dus geen ‘ver van hun bed show’. Ze hebben met hun eigen ogen kunnen zien hoe hun zomers speelterrein eraan toe is. Het heeft hen echt wel wakker geschud. Dat die wake-up call er komt door zo’n leuke activiteit maakt het plaatje compleet.

 

 

 

Ik kan mezelf soms niet besturen

We botsten opnieuw tegen een muur aan met ons Jefke. Hij is vurig, temperamentvol, licht ontvlambaar … dat wisten we al, maar de laatste tijd was er geen land meer mee te bezeilen. Zijn uitbarstingen werden frequenter, groter en groter. Zijn slechte humeur bepaalde de sfeer in huis, hij nam te veel plaats in binnen ons gezin.

Het werd tijd om toe te geven dat het misliep thuis. Dat het vierkant draaide. Geloof mij, het is ongelooflijk moeilijk dit ook echt uit te spreken, maar het vat is af. Als moeder ben ik leeg.

Al weken nu is de rust ver zoek. Elke dag opnieuw gaan we de strijd aan. Kamer opruimen, aan tafel komen, extra oefenen voor school, gedaan met tv-kijken, een fatsoenlijke broek aandoen ipv die joggingbroek,  … Ga zo maar door. Werkelijk alles is een strijd. Voor de kleinste vraag, voor elke -zelfs positief bedoelde – opmerking krijgen we een explosie van verontwaardiging, een eruptie van verbale agressie.

Het lukt me altijd vrij goed dit gedrag een tijdje te negeren, maar wanneer dit te langvulkaan blijft duren bereik ook ik wel eens mijn kookpunt en barst ik uit als een vulkaan die jarenlang geslapen heeft, met alle gevolgen vandien. Dan word ik te boos en flap ik er dingen uit waar ik later spijt van krijg. Het is sterker dan mezelf.

Op de duur zijn we in die oh zo bekende vicieuze cirkel beland van boos worden, roepen en terug roepen, hard roepen en harder roepen. Alsof niemand in ons gezin nog iets op een rustige, vriendelijke manier kon zeggen. Iedereen leek constant kwaad. Alsof we  elkaar niet meer leuk vonden. We waren weer dat gezin dat ik niet wil zijn, ik was weer de moeder die ik niet wil zijn.

Als ook de oudste duidelijk maakt dat ze het thuis niet meer tof vindt, dan moet je als moeder aan de alarmbel trekken en de dingen proberen te veranderen. We zijn met z’n allen rond de tafel gaan zitten. Iedereen mocht het zijne zeggen, iedereen moest luisteren, elkeen gaf zijn fouten toe, beloofde beterschap en zocht mee naar oplossingen.

Het was hartverwarmend om te zien hoe Marie weer het heft in handen nam en een taakverdeling opstelde. Het was ontroerend om te merken hoe zelfbewust Josefien is, zich weinig aantrekt van wat anderen denken, maar toch heel veel aandacht heeft voor de gevoelens van de mensen rondom haar. Het was hoopgevend om te zien hoe Jef na een moment van verzet toch probeerde deel te nemen aan het gesprek en op zijn manier toegaf dat hij inderdaad te ver was gegaan. En de kleinste … die was blij dat hij ongestoord en veel te lang tv kon kijken.

’s Avonds in bed keek Jef me met zijn grote ogen aan, ik zag de tranen terwijl hij snikkend zei: ‘Ik kan mezelf soms niet besturen. Ik wil niet boos zijn, maar ik word het toch. Vanbinnen ben ik eigenlijk niet boos, maar ik doe wel boos. Weet jij waarom, mama? Ik wil zo niet zijn.’

Daar sta je dan als mama, totaal machteloos. Hij is ondertussen oud genoeg om zelf na te denken over zijn gedrag en over hoe hij dat kan veranderen. Dat heb ik hem gezegd. En dat we hulp kunnen zoeken als hij er zelf niet uit geraakt. Dat we er voor hem zijn en hem graag zien, óók wanneer hij boos is. Dan hebben we zachtjes samen gehuild en  oprecht sorry tegen elkaar gezegd. We knuffelden lang, alsof we de verloren tijd van de voorbije moeilijke weken wilden inhalen.

49864418_583960268751690_7863445907583270912_o
Bron afbeelding: Mama Magie

 

 

 

 

Dagelijkse sleur

2019 is alweer twee weken oud. Voorafgegaan door twee weken feest waarbij twee kilootjes gewonnen werden. Iets zegt mij dat ik die luttele twee kilo’s niet in twee weken weer ga kwijtspelen. Dit geheel terzijde.

De vakantie was leuk. Gezellig. Cosy. Feestelijk. Anders dan anders, met minder verplichtingen wat het allemaal een beetje makkelijker te verteren maakte, letterlijk en figuurlijk. Het was leuk omdat manlief het grootste deel van de twee weken ook thuis was. Thuis, bij mij, bij de kinderen. Vakantie met hem en vakantie zonder hem … een wereld van verschil. Zonder hem is voor mij als moeder niet altijd vakantie, integendeel.

Vakantie mét hem is altijd even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Dat is ongelooflijk leuk en hoe kort ook, altijd het moment om zelf even op adem te komen en bij te tanken.

Na anderhalve week samen thuis, af en toe een feestje afgewisseld met een gezinsuitstapje, doet het pijn om weer in de realiteit te stappen. Niet meer allemaal constant samen, opnieuw vroeg opstaan, weer naar school, terug aan het werk. Het is even aanpassen voor iedereen, maar we pikken de routine verrassend snel op. We komen al gauw tot het besluit dat dagelijkse sleur zo slecht niet is.

Het verplicht ons meer aandacht te geven aan onze zwakke plek: structuur. Ik ben nogal chaotisch van aard. Met mijn man is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het is dus bijna onvermijdelijk dat onze kinderen deze minder positieve eigenschap ook in zich hebben. We weten dat, maar liggen er niet van wakker. Zolang we zo goed als overal en altijd op tijd zijn, kunnen we er zelf mee leven. Al onderneem ik af en toe een poging om wat structuur op te dringen, maar door mijn eigen laksheid sterft elke maatregel steevast een stille dood.

Structuur, routine, regelmaat … als groot gezin hebben we dit nodig om het hoofd te bieden aan het hoge tempo en alle verplichtingen die onze hedendaagse maatschappij met zich meebrengt.

Na twee heerlijke, ontspannen weken is de dagelijkse sleur een welgekomen verademing. Opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, vertrekken naar school, thuiskomen van school, huiswerk maken, eten, vertrekken naar de hobby’s, weer thuis komen, nog iets eten, ‘Thuis’ kijken, wassen en pyjama aan, bed in.

Zo waar, merk ik daar enige structuur in ons gezinsleven?

 

Column Kleurrijk #4: Gene van ons

“Hoe jouw naam?”

Onbevreesd en zelfzeker stapt hij op iemand af en stelt oprecht geïnteresseerd de vraag. Mensen lijken altijd eventjes verrast wanneer een klein ventje allesbehalve verlegen iets van hen te weten wil komen.

“Ik ben Lauwjens” , volgt er dan meestal nog met een ontwapenende glimlach op zijn gezichtje.

Mijn man en ik kijken dan even naar elkaar en knikken begrijpend, want we weten wat de ander denkt: “Het is toch echt gene van ons …”

Zelf waren we als kind en puber eerder verlegen en terughoudend. Onze andere drie kinderen erfden deze eigenschap van ons. De oudste dochter was als kind zelfs extreem verlegen en we hebben er heel bewust en lang aan gewerkt om die timiditeit te overwinnen. Met succes, al zal ze nooit een tafelspringer worden. De andere twee hadden hier iets minder last van, maar waren toch ook eerder verlegen te noemen. Iets waar onze jongste absoluut geen problemen mee heeft.

In de wachtkamer bij de logopedist  laat hij zonder twijfelen zijn geschaafde elleboog zien aan een wachtende mama en begint honderduit te vertellen wat hem op school overkomen is. Dit zouden onze andere drie nooit gedaan hebben.

Iemand vroeg me onlangs hoe wij het hele ‘nature nurture* – concept’ ervaren. Een goeie vraag die me aan het denken zette.

Er zijn veel details waardoor we met de neus op het feit gedrukt worden dat hij gene van ons is, maar het is vaak moeilijk om er de vinger op te leggen.

Anderzijds zijn er ook veel gelijkenissen met onze kinderen. Hij is een even grote waterrat als de anderen, maar dat komt dan weer omdat we veel zwemmen. Hij is even zot van auto’s als onze oudste zoon destijds, maar dat is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat mijn man carrossier is. Hij is een even grote – misschien zelfs grotere – knuffelbeer, daar heb ik zelf met veel plezier voor gezorgd. Hij brengt ons aan het lachten met dezelfde oneliners  als zijn broer en zussen, maar het komt op een zoveel grappigere en schattigere manier uit zijn mond omdat hij nog zo klein is. Hij heeft een even sterke wil als zijn jongste zus en is even koppig als zijn broer.

Ik maak me wel eens zorgen als ik aan zijn biologische moeder denk, aan de problemen waarmee zij te kampen heeft. Het soort problemen dat vaak genetisch bepaald wordt. Het soort problemen waarvan iedere ouder vurig hoopt dat zijn kind er nooit mee te maken krijgt. Dan hoop ik dat de opvoeding die wij hem geven sterker zal doorwegen dan zijn genen. Dat we hem weerbaar en emotioneel sterk genoeg kunnen maken zodat hij de eventuele spoken in zijn hoofd zelf de baas kan.

Hoe ouder hij wordt, hoe kleiner onze invloed zal zijn en hoe zwaarder zijn aanleg zal wegen. Het boezemt ons angst in voor de toekomst, das waar, maar het motiveert ons daarentegen nog meer om onze kinderen een warm nest te geven, een veilige thuis waar ze terecht kunnen met hun zorgen en problemen. We proberen bewust te werken aan een goede band met onze kinderen zodat ze zonder bang te zijn bepaalde dingen aan ons kunnen vertellen. Vooral die dingen die we misschien liever niet hadden geweten …

*Het nature-nurture-debat (aanleg-opvoeding-debat) is de discussie omtrent de oorsprong van de eigenschappen van een individu. In deze discussie bestaan meerdere standpunten, die variëren tussen twee extremen:
  • Nature: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door aanleg, bijvoorbeeld het genetisch materiaal.
  • Nurture: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door opvoeding, voornamelijk door de leefomgeving.

Haat en nijd

Het lijkt alsof ik ging slapen en wakker werd in een andere wereld. Een wereld vol haat, vol nijd.

Een wereld vol mensen die de behoefte voelen hun ongenoegen te uiten, hun ongenoegen ten opzichte van … nou ja, alles.

Het lijkt alsof van de ene op de andere dag het leven hier in ons kleine Vlaanderen heel slecht is, alsof we niets hebben. Alsof we moeten vechten voor het kleine beetje dat van ons is.

Alsof we allemaal bang zijn, doodsbang voor … nou ja, alles. Voor een lange rij bibberende mensen in Brussel, voor iets dat te maken heeft met Marrakesh, maar geen mens weet er het fijne van.

Ik ging slapen en stond op. Ik at een boterham met kaas en keek op Facebook. Het leek alsof ik was wakker geworden in een andere wereld, een wereld vol haat en nijd. Zonder respect, zonder medeleven, zonder gezond verstand.

Mensen posten en delen dingen. Mensen die ik ken, goed ken. Dingen die thuishoren in een wereld waar ik liever niets mee te maken heb, waarin ik mijn kinderen liever niet groot breng.

Ik kruip dus maar weer in bed en misschien, heel misschien word ik morgen wakker in een andere wereld met een klein beetje meer liefde, respect, empathie en mededogen. Een wereld waarin iedereen beseft hoezeer wij hier met ons gat in de boter zijn gevallen. Hoe mooi het leven kan zijn.

Week van de Pleegzorg: dag 9

Pleegzorg is zoveel meer …

Zoveel meer dan wat ik de voorbije week heb verteld. Ik ben nog lang niet uitgeschreven, maar de Week van de Pleegzorg zit erop.

Het was een uitdaging om elke dag opnieuw iets uit mijn mouw te schudden. Een uitdaging … net als pleegzorg zelf.

We zijn gelukkig nogal avontuurlijk aangelegd. We kunnen wel wat chaos en drukte aan. Het hoeft voor ons allemaal niet zo perfect te zijn.

Pleegzorg is een verrassing. Verrast worden door een telefoontje met de vraag of we een kindje kunnen opvangen. Verrast worden door het kind dat onverwacht voor de deur staat. Verrast worden door een aangenaam gesprek met de ouders.

We houden gelukkig wel van een verrassing. We laten dingen graag op hun beloop en zien wel wat er gebeurt.

Pleegzorg is voor ons de perfecte match. Laurens is onze perfecte match!

Week van de Pleegzorg: dag 6

Pleegzorg is gratis gezinstherapie.

De voorbije dagen heb ik het al vaak gehad over de ouders die je er willens nillens bij krijgt. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. In ons geval verloopt het contact heel vlot en met wederzijds respect.

Wie je er nog zomaar bij krijgt is de pleegzorgbegeleider/ster. In ons geval een toffe, vooral heel gedreven jongedame die geregeld op bezoek komt om het over Laurens te hebben. Het zijn altijd gezellige babbels, hoewel ik er soms een beetje tegenop zie, want het moet weer ingepland worden en het is niet altijd makkelijk om met de vier kinderen erbij een rustig gesprek te voeren. Toch heb ik na elk gesprek steeds weer een goed gevoel.

Je wordt verplicht om kritisch na te denken over je eigen gezinsleven, over hoe het gaat. Meer nog, je moet er over práten. Zo worden er soms pijnpunten binnen het gezin blootgelegd waar ik niet van wist dat ze er waren. Er wordt naar oplossingen gezocht indien nodig. Of je kan gewoon je ei kwijt. Het is eigenlijk free counseling, gratis therapie.

Het is geruststellend om te weten dat er een heel team van hulpverleners ter beschikking staat. Voorlopig is hij zich nog niet bewust van zijn complexe situatie: wij zijn zijn mama en papa. Hij heeft twee zussen en een broer. Om de twee weken gaat hij slapen bij zijn andere papa. Zo is het nu eenmaal, hij weet niet anders. Zodra hij zich vragen begint te stellen en onze antwoorden misschien niet meer volstaan, kunnen we bij Pleegzorg terecht om het van ons over te nemen.

Je staat er dus niet alleen voor als pleeggezin. Niet elke plaatsing is een succesverhaal, maar je wordt intensief begeleid en hulp is voorhanden indien nodig.

Week van de Pleegzorg: dag 5 – Lang leve Lau!

Pleegzorg is extra blij zijn met elke verjaardag.

Vier jaar geleden kwam onze jongste ter wereld. Het blijft een raar idee dat we er die dag niet bij waren. Hij kwam pas  een maand later in ons leven, toen we als crisisgezin van Pleegzorg de vraag kregen of we een pasgeboren jongetje met de naam Laurens wilden opvangen. Twee dagen later gingen we hem halen in de couveuseafdeling van de materniteit.

Zijn moeder zette hem vier weken voordien op de wereld. Hoe hard ze ook probeerde, het lukte haar niet om hem in haar hart te sluiten. Ze vertrok uit het ziekenhuis zonder haar zoontje. Pleegzorg werd ingeschakeld en zo kruisten onze paden.

Je kan haar verwijten dat ze haar kind in de steek liet.  Je vindt haar ongetwijfeld een slechte moeder.Je mag haar beslissing onbegrijpelijk en onmenselijk noemen. Misschien is dat allemaal een beetje waar, maar ik weet ook dat ze die beslissing uit liefde heeft genomen.

Het is dankzij haar beslissing dat wij vandaag feest vieren. Vier jaar wordt hij, bijna vier jaar bij ons. Het is en blijft dubbel, maar zolang hij zichzelf niet bewust is van die beladenheid, geven wij er een lap op.

We zien hem graag en hoewel ik hem niet zelf op de wereld zette, zijn we enorm dankbaar dat hij hier bij ons is.

Lau, kleine man, een gelukkige verjaardag! Dat we nog vele verjaardagen samen mogen vieren.

Week van de Pleegzorg: dag 4

Pleegzorg is een bron van geluk.

Hoewel er soms ook zorgen en verdriet aan te pas komen, denk ik dat we, door pleeggezin te worden, gelukkiger zijn. Dat waren we daarvoor ook al en dankbaar voor dat geluk, wilden we iets teruggeven. Daar had ik het gisteren nog over.

Door zelf te beseffen dat je het goed hebt, heb je sowieso volgens mij al een streepje voor wat ‘gelukkig zijn’ betreft. Wanneer je dan door Pleegzorg in contact komt met mensen van allerlei pluimage die het duidelijk veel minder goed en moeilijker hebben, dan besef je des te meer hoe gelukkig je jezelf mag prijzen. Je wordt regelmatig met de neus op je eigen geluk gedrukt.

Het is onbegonnen werk om op te noemen welke kleine en grote dingen dagelijks voor geluk zorgen. Een heel concreet voorbeeld wil ik toch nog even delen. We vingen in 2015 als crisisgezin een jongetje op van 16 maanden. Hij was verwaarloosd waardoor hij niet méér kon dan liggen en zitten. Tijdens de twee maanden dat hij bij ons was, zette hij zijn eerste stapjes, brabbelde zijn eerste woordjes en bloeide helemaal open door de aandacht die hij van ons en de kinderen kreeg. Dát maakte mij gelukkig!

img_7794-1

Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder