Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder

Te weinig van mij voor iedereen

“Mama, ik heb kaka gedaan!”

“Ik kom eraan, eerst nog even je zus haar haren kammen. Mooi blijven zitten, he!”

Wanneer ik op weg ben om de kleinste zijn billen te vegen, vraagt de oudste me waar die donkere jeans is met die letters op.

“In jouw kast, Marie!”

“Nee, mama, die met die andere letters.”

“In de was, op de draad, op de strijkplank of in de mand die al drie dagen op de trap staat om mee naar boven te nemen …”

Terwijl ik dat zeg, merkt mijn linkeroog een plas melk op de grond en mijn rechteroog een half opgegeten appel onder de salontafel.

“Wie heeft er hier verdorie gemorst! En wie heeft zijn appel hier laten liggen! We verspillen geen eten en we ruimen onze eigen rommel en viezigheid op. Hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen! Jef, pak een schoteldoek en kuis dat op. Josefien gooi die appel bij de kippen.”

Dit oponthoud doet me de kleinste vergeten die ondertussen heel flink zelf zijn billen probeerde te vegen met de halve wc-rol waardoor het toilet verstopt zit.

“G*dverd*mme!!!”

Terwijl ik de natte brij toiletpapier met een pollepel uit de pot in een emmer aan het scheppen ben, roept de volgende al.

“Mamaaaaa, ik heb dorst!”

“Sta recht en pak het zelf. Je weet alles staan.”

Ondertussen is de hond het huis in geglipt op zoek naar stinkende kousen en vuile onderbroeken. Het is zo’n exemplaar met te korte poten en hele lange oren die altijd over de grond slepen en binnen een spoor van viezigheid achterlaten.

“Mama, wil je met mij een spelletje spelen? Je zegt al drie dagen dat je dat met mij gaat doen …”

“Vraag het maar aan papa.”

“Schatje, waar liggen de Uno-kaarten?”

Are you F*CKING kidding me?

Ik doe mijn best en probeer een alomtegenwoordige moeder te zijn, maar soms lijkt er gewoon niet genoeg van mezelf te zijn voor iedereen.

Het gaat niet alleen om de dagdagelijkse taken en brandjes die geblust moeten worden, dat is nog het minste waar ik me zorgen over maak. Vaak gaat het ook om aandacht en liefde, knuffels en zeemzoete blikken.

De jongste krijgt sowieso zijn portie omdat hij nog veel hulp nodig heeft en constant aan mijn rokken hangt. De tweede jongste is een floddermie en vraagt onomwonden de aandacht en liefde die ze nodig heeft en soms tekort komt. De oudste zoon eist meestal de aandacht op een negatieve manier op, waardoor veel van mijn energie verloren gaat, ten koste van de anderen. De puberdochter is ondertussen op een leeftijd gekomen dat die aandacht van mama niet meer zo nodig hoeft. Dat zou gemakkelijk moeten zijn, maar het kwetst mijn tere moederziel.

Het is schipperen tussen wat er in mijn hoofd allemaal moet gebeuren om het huishouden niet te laten ontsporen en wat de kinderen verlangen en verdienen. Ze verdienen mijn knuffels, ze snakken naar mijn liefde, maar mijn schoot is soms te klein en mijn armen te kort om ze allemaal tegelijk te geven wat ze zonder woorden vragen.

En eerlijk, te vaak zijn de was en de plas in mijn hoofd belangrijker dan die vier wezentjes van vlees en bloed die tastbaar voor me staan.

“Kijk maar wat tv! Ik kom er straks bij zitten. Ik moet nog gauw even 5 wasmanden strijk wegwerken.”

Nog twee weken ploeteren en dan zal het allemaal anders zijn. Eventjes toch … Dan is papa er om het roer af en toe over te nemen. Dan komt er 50% van mij vrij en kan ik de moeder zijn die ik wil zijn. Eentje die alle tijd van de wereld heeft om knuffels te geven en spelletjes te spelen. Of om aan de rand van het zwembad mijn kinderen gade te slaan en overspoeld te worden door een gevoel van trots en contentement. Wie weet is er zelfs nog tijd voor een boek.

Ik denk dat ze dat vakantie noemen …

Column #3: Hoe graag mogen we hem zien?

Je houdt van iemand of niet. Zo simpel is dat. Ik zie mijn kinderen graag. Alle vier.

Af en toe stellen ze me dé vraag, de aartsmoeilijke vraag die een nauwkeurig afgewogen en diplomatisch antwoord vereist. “Mama, van wie van ons hou jij het meest?”

“Ik zie jullie alle 4 even graag.”

“Ja, maar als je moet kiezen?”

“Euh, …”

Soms wordt me die vraag voorgeschoteld door volwassen mensen wanneer we het over ons pleegzorgverhaal gaat.

“Kan je zo’n kind even graag zien als je eigen kind?”

Ik denk het wel … Alle kindjes die we opvingen in crisis heb ik graag gezien, voor zolang ze hier waren. Ook nadien kregen ze een warm plekje in ons hart. Dat is wel het minste wat ze verdienen. En geloof me, wanneer er een klein dutske voor je staat dat op die moment niemand anders heeft, dan komt de liefde vanzelf.

Ons pleegzoontje Lau maakt ondertussen al drie jaar en half deel uit van ons nest. Hij kwam als pasgeboren baby en is blijven plakken in ons gezin, maar vooral in ons hart. Ik durf te zeggen dat ik hem even graag zie als onze andere drie kinderen, maar het is complexer. Je denkt er meer over na … Zie ik hem effectief even graag als de anderen? Is het een ander soort liefde? Hoort het wel dat we hem zo graag zien? Hoe graag mogen we hem zien? Is er een grens die ons beschermt tegen de pijn en het verdriet wanneer hij misschien ooit ons nest zal moeten verlaten?

Ik vrees van niet. Je ziet iemand graag of niet. Punt. Je kan er ook niet zo maar mee ophouden of er even de rem op zetten. Gelukkig maar! Het komt allemaal vanzelf, dat merk ik bij onze andere kinderen en bij mijn man.

Het maakt me ontzettend trots wanneer ik zie hoe de andere drie omgaan met hun kleine broertje. Hoe ze ervoor zorgen en hem missen wanneer hij bezoek heeft. Hoe ze naar de deur rennen en hem verwelkomen wanneer hij weer thuis komt. Ik voel warme liefde wanneer ik mijn man met de kleinste zie ravotten, net zoals hij met de anderen deed. Ik zie hem vertederd kijken naar dat vinnig ventje en soms zie ik de verwondering op zijn gezicht wanneer ook hij plots beseft dat hij hem even graag ziet als die andere drie.

img_5553

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!

Column #2: Pleegzorg – over graag zien en gebroken harten

Zelf beschouwen we hem als ons eigen kind en houden we even veel van hem als van de rest. Dat gaat verrassend vanzelf, dat groeit spontaan. Dan vergeet je weleens dat dat voor de mensen rondom je gezin niet zo is.

Sommige mensen die je andere drie kinderen automatisch in hun hart sluiten hebben blijkbaar meer tijd nodig om dat met de vierde ook te doen.

Bij enkelen komt het helaas nooit. Je kan het hen natuurlijk niet kwalijk nemen. Wij kozen voor pleegzorg, zij niet.

Ik snap dat dat liefdevolle gevoel er bij hen niet is, daar kan ik echt wel begrip voor opbrengen. Wat ik echter niet begrijp, is dat je je daar als volwassene niet kan overzetten en je even verplaatsen in het kind, het welzijn van het kind voorop stellen.

Het breekt mijn fragiele moederhart wanneer ik denk aan dat moment in de toekomst waarop onze pleegzoon zal beseffen dat niet iedereens hart groot genoeg is om ook hem een plekje te geven. Dat niet iedereen genoeg liefde heeft om ook hém gewoon graag te zien.

Het zit ‘em in de details: vergeten verjaardagen, geen sms’je op zijn allereerste schooldag, geen tijd om te babysitten, minder of zelfs geen centjes op speciale dagen … Hij is nog klein nu, hij kan nog niet lezen of rekenen. Het gaat voorlopig aan hem voorbij. Maar ooit

Misschien zit ik er te dicht op, want ik wil mijn kind beschermen. Hij zal ooit beseffen dat hij anders is en dat zijn wereld complexer in elkaar zit dan die van zijn broer en zussen. Dat hij een echte moeder heeft die niet voor hem kon zorgen. Daar zal nog heel wat verwerking aan te pas komen, veel vragen en ongetwijfeld verdriet. Hij zal zijn andere papa, tussen de bezoeken door missen, verscheurd worden tussen ons en hem, zich schuldig voelen omdat hij ons allemáál graag ziet.

Ik was er altijd van overtuigd dat iedereen het kan, een pleegkind een thuis geven en het (even) graag zien. Gaandeweg besef ik helaas meer en meer dat dit niet het geval is.

Maar … er is nog hoop voor de mensheid. Het gaat hier gelukkig over een zeer kleine minderheid die jammer genoeg een grote indruk nalaat. De meeste mensen rondom ons verrassen ons met hun grenzeloze hart, ontroeren ons met de overvloed aan liefde en knuffels voor ons ventje, met hun medeleven, oprechte interesse en begrip.

Daar kunnen we alleen maar heel dankbaar om zijn. Ze beseffen het waarschijnlijk zelf niet, maar ze maken echt het verschil voor ons, voor hem, voor pleegzorg.

Photos of “Every year we take a photo in front of that door @bokrijk Reality check time flies, my kids are…” (1)

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?

Column Kleurrijk #1

Proud to announce: mijn eerste column gepubliceerd in het magazine ‘Kleurrijk’ van Pleegzorg Provincie Antwerpen.

De deadline van deze column – mijn allereerste by the way – valt toevallig samen met de verjaardag van ons jongste zoontje, Laurens. In tegenstelling tot de verjaardagen van onze andere drie kinderen word ik die dag niet overspoeld door de herinneringen aan zijn geboorte. We vieren uitbundig zijn verjaardag maar voor de rest zijn er weinig emoties mee gemoeid, om de simpele reden dat we er niet bij waren toen hij voor het eerst van zich liet horen.

De periode dat deze Kleurrijk in jullie brievenbus valt daarentegen, roept elk jaar mooie herinneringen op. Hét telefoontje van pleegzorg, in allerijl een crèche en babyspullen zoeken, de rit naar het ziekenhuis en dan… dat piepkleine, hulpeloze wezentje dat daar in zijn knalblauwe pyjama onder een klein, oranje dekentje lag. Moederziel alleen, wachtend op ons, op onze liefde, onze knuffels en warmte.

Hij kwam bij ons in crisisopvang maar nu drie jaar later maakt hij nog steeds deel uit van ons gezin. We hebben al een hele weg afgelegd met veel wondermooie momenten maar af en toe ook verdriet en zorgen. Na het eerste anderhalf jaar zonder bezoeken noch contacten waren we haast vergeten dat hij niet echt van ons was. Zijn mama wist dat ze niet voor hem kon zorgen en was enorm dankbaar dat wij hem wilden geven wat zij niet kon bieden. Er was een klik met haar en de weinige keren dat ze op bezoek kwam, hadden we telkens een gezellige koffieklets maar interesse in haar kind toonde ze helaas nooit. Ze gaf het dan ook snel op en verbrak zo goed als elk contact.

Toen zijn vader plots ten tonele verscheen en de bezoeken werden opgestart, bloedde ons hart. Maar alles went en een mens kan meer aan dan hij denkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben uit ons pleegzorgverhaal.

De bezoeken en het contact met de papa verlopen goed. Een gezin met vier kinderen vergt sowieso heel wat organisatie en de tweewekelijkse bezoeken inplannen in een weekend met voetbalmatchen, muzieklessen, verjaardagsfeestjes en uitstapjes is niet altijd even simpel maar gelukkig is alles bespreekbaar en kan er al eens geschoven worden met de bezoekuren.

Het is me wat, je gezin openstellen voor een ander zijn kind en je hart eraan verliezen. De onzekerheid, de emoties, de angst voor wat de toekomst brengt… Maar het is en blijft de moeite waard. Het is een verrijking voor je gezinsleven, een eye opener, een blik op een totaal andere wereld waar je eigenlijk liever zo weinig mogelijk van af weet maar waar je willens nillens van heel nabij mee geconfronteerd wordt.

Voor de meesten van jullie zal dit herkenbaar zijn. Of net niet. Ieder verhaal is anders maar ik hoop jullie de komende tijd te kunnen boeien met óns verhaal, ons avontuur, ons leven als (pleeg)gezin. Ik kijk er alvast naar uit om af en toe een beetje van onze chaos met jullie te delen.

Stop de tijd

Heeft het te maken met het naderende einde van 2017, ik weet het niet, maar de laatste tijd overpeinzen we regelmatig de dingen. Het leven. Ons leven.

Elke keer opnieuw komen we tot het besluit dat het goed is zoals het is. Dat er niks meer moet veranderen, niet het kleinste detail. Alles lijkt te kloppen … evenwicht, balans, controle.

Controle over alles wat ons het liefste is: ons gezin, onze kinderen. Voorlopig vormen we nog één blok. Altijd samen op pad, samen thuis, samen ruzie, samen gelukkig. Maar dat kan niet blijven duren. De tijd kan je niet stoppen. Onze kinderen groeien, worden ouder, zelfstandiger en hebben ons minder nodig.

Voorlopig weten wij, als ouders, altijd waar onze kinderen zijn. Wij bepalen waar en met wie ze zijn. Ze zijn veilig. Maar ooit zal het anders zijn. Ooit zullen ze thuis vertrekken en van het leven gaan genieten, van hun vrijheid proeven. Ze zullen van het ene feestje naar het andere trekken. Ze zullen omgaan met mensen die je niet kent en op plaatsen vertoeven die jij niet kent. Ze zullen je vertrouwen op de proef stellen én beschamen.

Maar hopelijk komen ze steeds terug. Zoeken ze steeds weer de geborgenheid en veiligheid op van ons gezin. Ik hoop het …

Het is nu moeilijk te vatten, maar ooit zullen we niet elke seconde van elke dag weten waar onze vier schatten uithangen. Ze zullen niet langer elke nacht onder ons dak slapen.

Loslaten heet dat dan. Een onvermijdelijk iets, maar zolang het niet moet, gaan we het niet doen. En gaan we genieten van onze kroost, dicht bij ons, altijd bij ons, 24/7, …

Schreef ik daar ooit geen stukje over? Over die ettertjes die werkelijk altijd rond mij hangen? Zelfs wanneer ik op toilet zit of eindelijk eens onder de douche sta?

Ach ja, je weet wel wat ik bedoel. Als ouders groeien we ook, hoop ik. Ooit zullen we er de voordelen van zien, zullen wij ónze herwonnen vrijheid appreciëren en met beide handen grijpen.

Mijn kind dat ik niet ken

Vandaag is het exact drie jaar geleden dat ik een kind op de wereld zette. Een kind dat ik niet ken. Ik schaam me ervoor, maar ik wou hem niet. Ik kon dat roze hoopje niet eens bekijken, laat staan vastnemen, liefde geven.

De zwangerschap was een hel. Een emotionele marteling. Er groeide een kind in mij dat ik niet wilde.  Ik heb het verwenst, vervloekt … het kind, de vader, die nacht, de grootste stommiteit van mijn leven. Ach neen, ik heb nog grotere flaters begaan én ervoor geboet, dubbel en dik. Maar toen was alleen ik er de dupe van, nu groeide er iets in mij dat ongevraagd in deze puinhoop terecht zou komen.

Ik heb gehoopt dat het misliep, ik heb gedacht aan abortus en het bijna gedaan. Had ik het maar gedaan … Nu lag ik daar met een kind waar ik niet voor kon zorgen, waar ik niet voor wílde zorgen. Wat heb ik hem te bieden? Mijn leven was één hoop ellende, ik heb het nooit anders geweten. Mijn kindertijd was een aaneenschakeling van traumatische gebeurtenissen die ervoor gezorgd hebben dat het nooit meer goed kan komen met mij. Mijn jeugd was één lange vlucht van de harde, pijnlijke realiteit. Drugs, alcohol, medicatie, … Ik gebruikte alles om de hopeloze chaos in mijn leven te vergeten.

En zo is het eigenlijk altijd gebleven. De ene stommiteit volgde de andere op, in sneltempo. De ene fout na de andere, flater na flater … en nu dit. Een kind in dat bedje naast mij. In het ziekenhuis merkten ze al gauw mijn afkeer, ze stuurden iemand om te praten. Iemand die luisterde, maar me, zoals altijd, niet begreep. Ze zijn getraind om hun afschuw niet te laten blijken, maar er is altijd wel iets dat hen verraadt. Iets in hun blik of een trekje om hun mond dat ze niet onder controle hebben.

Ik wilde niet rond de pot draaien. Ik wilde dat kind niet. Punt. Zoek maar een oplossing. Er zijn vast mensen die hem wel willen, die hem alles kunnen geven wat ik niet te bieden heb. Want ik heb niets. Ik ben niets.

Ik vertrok uit het ziekenhuis en liet het kind achter. Pleegzorg werd erbij geroepen en drie weken later kreeg het kind een thuis. Een paar keer nog ben ik op bezoek geweest, om mijn geweten te sussen, om met eigen ogen te zien dat hij het daar veel beter zou hebben dan hier, bij mij. Daar is hij nu, 3 jaar later nog steeds. Af en toe denk ik nog aan hem, droom ik van hem, maar ik mis hem niet. Denk ik. Kan je iemand missen die je niet kent? Kan je van iemand houden die je niet kent?

een-kans

Bron afbeelding: Onderwijs Maak Je Samen

Verloren zoon

We waren hem kwijt, onze zoon. Geen spoor meer van ons vurig, maar lief en bij wijlen vrolijk ventje. Hij werd ongemerkt vervangen door een onherkenbaar, nors, in zichzelf gekeerd jongetje. We noemden hem altijd al ‘licht ontvlambaar’, maar de laatste maanden was hij ronduit agressief. Een verkeerde blik, een achteloze aanraking, … alles kon zijn korte lontje doen ontsteken en dan kon je je maar beter uit de voeten maken. Scheldtirades, gebrul, gevloek, allerhande verwensingen, zelfs een slag of stoot … We kregen het allemaal naar ons hoofd geslingerd.

Op geen enkel moment was hij nog voor rede vatbaar. We hadden het gevoel alle grip op hem te verliezen. We werden bang voor de toekomst en dachten met doodsangst aan de puberteit die binnen enkele jaren alles zo mogelijk nóg complexer zou maken.

img_2372

We twijfelden aan onszelf, als ouders. Nóg meer dan anders. Wat deden we mis? Waren we te streng, of net te laks? Maakten we niet genoeg tijd voor onze kinderen? Meerdere keren stelden we onszelf en elkaar die vraag, vaak met de tranen in de ogen.

Op een bepaald moment voel je als ouder dat het niet meer lukt. Daar is niks mis mee, maar wat is het moeilijk om toe te geven dat je je kind niet meer de baas kan.  Het gevoel te falen in je belangrijkste taak, in je rol als moeder … het maakt je gelijk met de grond en raakt je tot in de kern van je bestaan.

Tijdens een gesprek op school legde zijn juf voorzichtig de link met de medicatie die hij ondertussen een jaar nam voor zijn ADHD. Zelf had ik daar ook al aan gedacht, en ja, we gaven het de laatste maanden meer, niet meer uitsluitend voor school, maar ook op vrije dagen om het thuis aangenamer te maken.

Ze verzekerde ons dat hij ondertussen een stevige basis van de leerstof had en dat het concentratieprobleen opgevangen kon worden. Reden genoeg voor ons om de Rilatine overboord te gooien, want dat was oorspronkelijk de enige reden waarom we vorig jaar toch onze toevlucht namen tot medicatie: zijn concentratieprobleem met als gevolg een grote leerachterstand.

img_2030
Wat er toen gebeurde, is moeilijk te geloven. Na amper 2 dagen keerde geleidelijk aan de rust in huis weer terug. Elke dag vonden we een stukje van onze zoon terug. Hij herontdekte de lego, de auto’s, zijn eigen fantasie en creativiteit. Hij zocht weer meer contact met ons, met zijn broer en zussen. Hij leefde minder en minder in zijn eigen wereldje en beleefde weer zichtbaar plezier in de interactie met de mensen om zich heen.

Na een week hadden we onze zoon helemaal terug. Vurig, maar handelbaar. Van al onze kinderen vraagt hij nog steeds de meeste aandacht en niet altijd op de juiste manier, maar er zijn weer meer goede dan slechte momenten. Hij heeft nog regelmatig uitbarstingen, maar krijgt zichzelf meestal weer net op tijd in de hand. Die zelfbeheersing was hij volledig kwijt.

Het is afwachten wat de invloed op zijn schoolresultaten zal zijn, maar eerlijk gezegd is dat het minst van mijn zorgen. Hij komt er wel, het is een volhouder, hij weet wat hij wil en gaat er ook voor.

Wij hebben onze zoon terug, hij is weer gelukkig en dat is voorlopig meer dan genoeg.

aandachtvragen