Week van de Pleegzorg: dag 6

Pleegzorg is gratis gezinstherapie.

De voorbije dagen heb ik het al vaak gehad over de ouders die je er willens nillens bij krijgt. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. In ons geval verloopt het contact heel vlot en met wederzijds respect.

Wie je er nog zomaar bij krijgt is de pleegzorgbegeleider/ster. In ons geval een toffe, vooral heel gedreven jongedame die geregeld op bezoek komt om het over Laurens te hebben. Het zijn altijd gezellige babbels, hoewel ik er soms een beetje tegenop zie, want het moet weer ingepland worden en het is niet altijd makkelijk om met de vier kinderen erbij een rustig gesprek te voeren. Toch heb ik na elk gesprek steeds weer een goed gevoel.

Je wordt verplicht om kritisch na te denken over je eigen gezinsleven, over hoe het gaat. Meer nog, je moet er over práten. Zo worden er soms pijnpunten binnen het gezin blootgelegd waar ik niet van wist dat ze er waren. Er wordt naar oplossingen gezocht indien nodig. Of je kan gewoon je ei kwijt. Het is eigenlijk free counseling, gratis therapie.

Het is geruststellend om te weten dat er een heel team van hulpverleners ter beschikking staat. Voorlopig is hij zich nog niet bewust van zijn complexe situatie: wij zijn zijn mama en papa. Hij heeft twee zussen en een broer. Om de twee weken gaat hij slapen bij zijn andere papa. Zo is het nu eenmaal, hij weet niet anders. Zodra hij zich vragen begint te stellen en onze antwoorden misschien niet meer volstaan, kunnen we bij Pleegzorg terecht om het van ons over te nemen.

Je staat er dus niet alleen voor als pleeggezin. Niet elke plaatsing is een succesverhaal, maar je wordt intensief begeleid en hulp is voorhanden indien nodig.

Week van de Pleegzorg: dag 5 – Lang leve Lau!

Pleegzorg is extra blij zijn met elke verjaardag.

Vier jaar geleden kwam onze jongste ter wereld. Het blijft een raar idee dat we er die dag niet bij waren. Hij kwam pas  een maand later in ons leven, toen we als crisisgezin van Pleegzorg de vraag kregen of we een pasgeboren jongetje met de naam Laurens wilden opvangen. Twee dagen later gingen we hem halen in de couveuseafdeling van de materniteit.

Zijn moeder zette hem vier weken voordien op de wereld. Hoe hard ze ook probeerde, het lukte haar niet om hem in haar hart te sluiten. Ze vertrok uit het ziekenhuis zonder haar zoontje. Pleegzorg werd ingeschakeld en zo kruisten onze paden.

Je kan haar verwijten dat ze haar kind in de steek liet.  Je vindt haar ongetwijfeld een slechte moeder.Je mag haar beslissing onbegrijpelijk en onmenselijk noemen. Misschien is dat allemaal een beetje waar, maar ik weet ook dat ze die beslissing uit liefde heeft genomen.

Het is dankzij haar beslissing dat wij vandaag feest vieren. Vier jaar wordt hij, bijna vier jaar bij ons. Het is en blijft dubbel, maar zolang hij zichzelf niet bewust is van die beladenheid, geven wij er een lap op.

We zien hem graag en hoewel ik hem niet zelf op de wereld zette, zijn we enorm dankbaar dat hij hier bij ons is.

Lau, kleine man, een gelukkige verjaardag! Dat we nog vele verjaardagen samen mogen vieren.

Week van de Pleegzorg: dag 4

Pleegzorg is een bron van geluk.

Hoewel er soms ook zorgen en verdriet aan te pas komen, denk ik dat we, door pleeggezin te worden, gelukkiger zijn. Dat waren we daarvoor ook al en dankbaar voor dat geluk, wilden we iets teruggeven. Daar had ik het gisteren nog over.

Door zelf te beseffen dat je het goed hebt, heb je sowieso volgens mij al een streepje voor wat ‘gelukkig zijn’ betreft. Wanneer je dan door Pleegzorg in contact komt met mensen van allerlei pluimage die het duidelijk veel minder goed en moeilijker hebben, dan besef je des te meer hoe gelukkig je jezelf mag prijzen. Je wordt regelmatig met de neus op je eigen geluk gedrukt.

Het is onbegonnen werk om op te noemen welke kleine en grote dingen dagelijks voor geluk zorgen. Een heel concreet voorbeeld wil ik toch nog even delen. We vingen in 2015 als crisisgezin een jongetje op van 16 maanden. Hij was verwaarloosd waardoor hij niet méér kon dan liggen en zitten. Tijdens de twee maanden dat hij bij ons was, zette hij zijn eerste stapjes, brabbelde zijn eerste woordjes en bloeide helemaal open door de aandacht die hij van ons en de kinderen kreeg. Dát maakte mij gelukkig!

img_7794-1

Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder

Te weinig van mij voor iedereen

“Mama, ik heb kaka gedaan!”

“Ik kom eraan, eerst nog even je zus haar haren kammen. Mooi blijven zitten, he!”

Wanneer ik op weg ben om de kleinste zijn billen te vegen, vraagt de oudste me waar die donkere jeans is met die letters op.

“In jouw kast, Marie!”

“Nee, mama, die met die andere letters.”

“In de was, op de draad, op de strijkplank of in de mand die al drie dagen op de trap staat om mee naar boven te nemen …”

Terwijl ik dat zeg, merkt mijn linkeroog een plas melk op de grond en mijn rechteroog een half opgegeten appel onder de salontafel.

“Wie heeft er hier verdorie gemorst! En wie heeft zijn appel hier laten liggen! We verspillen geen eten en we ruimen onze eigen rommel en viezigheid op. Hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen! Jef, pak een schoteldoek en kuis dat op. Josefien gooi die appel bij de kippen.”

Dit oponthoud doet me de kleinste vergeten die ondertussen heel flink zelf zijn billen probeerde te vegen met de halve wc-rol waardoor het toilet verstopt zit.

“G*dverd*mme!!!”

Terwijl ik de natte brij toiletpapier met een pollepel uit de pot in een emmer aan het scheppen ben, roept de volgende al.

“Mamaaaaa, ik heb dorst!”

“Sta recht en pak het zelf. Je weet alles staan.”

Ondertussen is de hond het huis in geglipt op zoek naar stinkende kousen en vuile onderbroeken. Het is zo’n exemplaar met te korte poten en hele lange oren die altijd over de grond slepen en binnen een spoor van viezigheid achterlaten.

“Mama, wil je met mij een spelletje spelen? Je zegt al drie dagen dat je dat met mij gaat doen …”

“Vraag het maar aan papa.”

“Schatje, waar liggen de Uno-kaarten?”

Are you F*CKING kidding me?

Ik doe mijn best en probeer een alomtegenwoordige moeder te zijn, maar soms lijkt er gewoon niet genoeg van mezelf te zijn voor iedereen.

Het gaat niet alleen om de dagdagelijkse taken en brandjes die geblust moeten worden, dat is nog het minste waar ik me zorgen over maak. Vaak gaat het ook om aandacht en liefde, knuffels en zeemzoete blikken.

De jongste krijgt sowieso zijn portie omdat hij nog veel hulp nodig heeft en constant aan mijn rokken hangt. De tweede jongste is een floddermie en vraagt onomwonden de aandacht en liefde die ze nodig heeft en soms tekort komt. De oudste zoon eist meestal de aandacht op een negatieve manier op, waardoor veel van mijn energie verloren gaat, ten koste van de anderen. De puberdochter is ondertussen op een leeftijd gekomen dat die aandacht van mama niet meer zo nodig hoeft. Dat zou gemakkelijk moeten zijn, maar het kwetst mijn tere moederziel.

Het is schipperen tussen wat er in mijn hoofd allemaal moet gebeuren om het huishouden niet te laten ontsporen en wat de kinderen verlangen en verdienen. Ze verdienen mijn knuffels, ze snakken naar mijn liefde, maar mijn schoot is soms te klein en mijn armen te kort om ze allemaal tegelijk te geven wat ze zonder woorden vragen.

En eerlijk, te vaak zijn de was en de plas in mijn hoofd belangrijker dan die vier wezentjes van vlees en bloed die tastbaar voor me staan.

“Kijk maar wat tv! Ik kom er straks bij zitten. Ik moet nog gauw even 5 wasmanden strijk wegwerken.”

Nog twee weken ploeteren en dan zal het allemaal anders zijn. Eventjes toch … Dan is papa er om het roer af en toe over te nemen. Dan komt er 50% van mij vrij en kan ik de moeder zijn die ik wil zijn. Eentje die alle tijd van de wereld heeft om knuffels te geven en spelletjes te spelen. Of om aan de rand van het zwembad mijn kinderen gade te slaan en overspoeld te worden door een gevoel van trots en contentement. Wie weet is er zelfs nog tijd voor een boek.

Ik denk dat ze dat vakantie noemen …

Column #3: Hoe graag mogen we hem zien?

Je houdt van iemand of niet. Zo simpel is dat. Ik zie mijn kinderen graag. Alle vier.

Af en toe stellen ze me dé vraag, de aartsmoeilijke vraag die een nauwkeurig afgewogen en diplomatisch antwoord vereist. “Mama, van wie van ons hou jij het meest?”

“Ik zie jullie alle 4 even graag.”

“Ja, maar als je moet kiezen?”

“Euh, …”

Soms wordt me die vraag voorgeschoteld door volwassen mensen wanneer we het over ons pleegzorgverhaal gaat.

“Kan je zo’n kind even graag zien als je eigen kind?”

Ik denk het wel … Alle kindjes die we opvingen in crisis heb ik graag gezien, voor zolang ze hier waren. Ook nadien kregen ze een warm plekje in ons hart. Dat is wel het minste wat ze verdienen. En geloof me, wanneer er een klein dutske voor je staat dat op die moment niemand anders heeft, dan komt de liefde vanzelf.

Ons pleegzoontje Lau maakt ondertussen al drie jaar en half deel uit van ons nest. Hij kwam als pasgeboren baby en is blijven plakken in ons gezin, maar vooral in ons hart. Ik durf te zeggen dat ik hem even graag zie als onze andere drie kinderen, maar het is complexer. Je denkt er meer over na … Zie ik hem effectief even graag als de anderen? Is het een ander soort liefde? Hoort het wel dat we hem zo graag zien? Hoe graag mogen we hem zien? Is er een grens die ons beschermt tegen de pijn en het verdriet wanneer hij misschien ooit ons nest zal moeten verlaten?

Ik vrees van niet. Je ziet iemand graag of niet. Punt. Je kan er ook niet zo maar mee ophouden of er even de rem op zetten. Gelukkig maar! Het komt allemaal vanzelf, dat merk ik bij onze andere kinderen en bij mijn man.

Het maakt me ontzettend trots wanneer ik zie hoe de andere drie omgaan met hun kleine broertje. Hoe ze ervoor zorgen en hem missen wanneer hij bezoek heeft. Hoe ze naar de deur rennen en hem verwelkomen wanneer hij weer thuis komt. Ik voel warme liefde wanneer ik mijn man met de kleinste zie ravotten, net zoals hij met de anderen deed. Ik zie hem vertederd kijken naar dat vinnig ventje en soms zie ik de verwondering op zijn gezicht wanneer ook hij plots beseft dat hij hem even graag ziet als die andere drie.

img_5553

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!

Column #2: Pleegzorg – over graag zien en gebroken harten

Zelf beschouwen we hem als ons eigen kind en houden we even veel van hem als van de rest. Dat gaat verrassend vanzelf, dat groeit spontaan. Dan vergeet je weleens dat dat voor de mensen rondom je gezin niet zo is.

Sommige mensen die je andere drie kinderen automatisch in hun hart sluiten hebben blijkbaar meer tijd nodig om dat met de vierde ook te doen.

Bij enkelen komt het helaas nooit. Je kan het hen natuurlijk niet kwalijk nemen. Wij kozen voor pleegzorg, zij niet.

Ik snap dat dat liefdevolle gevoel er bij hen niet is, daar kan ik echt wel begrip voor opbrengen. Wat ik echter niet begrijp, is dat je je daar als volwassene niet kan overzetten en je even verplaatsen in het kind, het welzijn van het kind voorop stellen.

Het breekt mijn fragiele moederhart wanneer ik denk aan dat moment in de toekomst waarop onze pleegzoon zal beseffen dat niet iedereens hart groot genoeg is om ook hem een plekje te geven. Dat niet iedereen genoeg liefde heeft om ook hém gewoon graag te zien.

Het zit ‘em in de details: vergeten verjaardagen, geen sms’je op zijn allereerste schooldag, geen tijd om te babysitten, minder of zelfs geen centjes op speciale dagen … Hij is nog klein nu, hij kan nog niet lezen of rekenen. Het gaat voorlopig aan hem voorbij. Maar ooit

Misschien zit ik er te dicht op, want ik wil mijn kind beschermen. Hij zal ooit beseffen dat hij anders is en dat zijn wereld complexer in elkaar zit dan die van zijn broer en zussen. Dat hij een echte moeder heeft die niet voor hem kon zorgen. Daar zal nog heel wat verwerking aan te pas komen, veel vragen en ongetwijfeld verdriet. Hij zal zijn andere papa, tussen de bezoeken door missen, verscheurd worden tussen ons en hem, zich schuldig voelen omdat hij ons allemáál graag ziet.

Ik was er altijd van overtuigd dat iedereen het kan, een pleegkind een thuis geven en het (even) graag zien. Gaandeweg besef ik helaas meer en meer dat dit niet het geval is.

Maar … er is nog hoop voor de mensheid. Het gaat hier gelukkig over een zeer kleine minderheid die jammer genoeg een grote indruk nalaat. De meeste mensen rondom ons verrassen ons met hun grenzeloze hart, ontroeren ons met de overvloed aan liefde en knuffels voor ons ventje, met hun medeleven, oprechte interesse en begrip.

Daar kunnen we alleen maar heel dankbaar om zijn. Ze beseffen het waarschijnlijk zelf niet, maar ze maken echt het verschil voor ons, voor hem, voor pleegzorg.

Photos of “Every year we take a photo in front of that door @bokrijk Reality check time flies, my kids are…” (1)

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?

Column Kleurrijk #1

Proud to announce: mijn eerste column gepubliceerd in het magazine ‘Kleurrijk’ van Pleegzorg Provincie Antwerpen.

De deadline van deze column – mijn allereerste by the way – valt toevallig samen met de verjaardag van ons jongste zoontje, Laurens. In tegenstelling tot de verjaardagen van onze andere drie kinderen word ik die dag niet overspoeld door de herinneringen aan zijn geboorte. We vieren uitbundig zijn verjaardag maar voor de rest zijn er weinig emoties mee gemoeid, om de simpele reden dat we er niet bij waren toen hij voor het eerst van zich liet horen.

De periode dat deze Kleurrijk in jullie brievenbus valt daarentegen, roept elk jaar mooie herinneringen op. Hét telefoontje van pleegzorg, in allerijl een crèche en babyspullen zoeken, de rit naar het ziekenhuis en dan… dat piepkleine, hulpeloze wezentje dat daar in zijn knalblauwe pyjama onder een klein, oranje dekentje lag. Moederziel alleen, wachtend op ons, op onze liefde, onze knuffels en warmte.

Hij kwam bij ons in crisisopvang maar nu drie jaar later maakt hij nog steeds deel uit van ons gezin. We hebben al een hele weg afgelegd met veel wondermooie momenten maar af en toe ook verdriet en zorgen. Na het eerste anderhalf jaar zonder bezoeken noch contacten waren we haast vergeten dat hij niet echt van ons was. Zijn mama wist dat ze niet voor hem kon zorgen en was enorm dankbaar dat wij hem wilden geven wat zij niet kon bieden. Er was een klik met haar en de weinige keren dat ze op bezoek kwam, hadden we telkens een gezellige koffieklets maar interesse in haar kind toonde ze helaas nooit. Ze gaf het dan ook snel op en verbrak zo goed als elk contact.

Toen zijn vader plots ten tonele verscheen en de bezoeken werden opgestart, bloedde ons hart. Maar alles went en een mens kan meer aan dan hij denkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben uit ons pleegzorgverhaal.

De bezoeken en het contact met de papa verlopen goed. Een gezin met vier kinderen vergt sowieso heel wat organisatie en de tweewekelijkse bezoeken inplannen in een weekend met voetbalmatchen, muzieklessen, verjaardagsfeestjes en uitstapjes is niet altijd even simpel maar gelukkig is alles bespreekbaar en kan er al eens geschoven worden met de bezoekuren.

Het is me wat, je gezin openstellen voor een ander zijn kind en je hart eraan verliezen. De onzekerheid, de emoties, de angst voor wat de toekomst brengt… Maar het is en blijft de moeite waard. Het is een verrijking voor je gezinsleven, een eye opener, een blik op een totaal andere wereld waar je eigenlijk liever zo weinig mogelijk van af weet maar waar je willens nillens van heel nabij mee geconfronteerd wordt.

Voor de meesten van jullie zal dit herkenbaar zijn. Of net niet. Ieder verhaal is anders maar ik hoop jullie de komende tijd te kunnen boeien met óns verhaal, ons avontuur, ons leven als (pleeg)gezin. Ik kijk er alvast naar uit om af en toe een beetje van onze chaos met jullie te delen.