Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.
Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.
Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?
Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?
Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.
Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.
Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.
Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.
Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.
Yes, we can!






Met de familie gebeurt dit ook regelmatig, bovenop de verjaardagen, trouwerijen, doopfeesten en babyborrels. Gezellig samenzijn met een hoop mensen gewoon omdat de zon schijnt of omdat iedereen toevallig tijd heeft … dat noemen wij een feest.
Waarom ook niet? Je raakt de volgende ochtend iets moeilijker uit bed en je hebt een paar koffies meer nodig bij het ontbijt, maar die gestolen momenten van gezelligheid en qualitytime als koppel zijn onbetaalbaar en maken het soms zware ouderschap een pak aangenamer. Dan vieren we niet alleen het leven, maar ook vooral de liefde. Want geloof me, met 4 kinderen is het niet evident om het vuur brandend te houden.
Omdat we onze kinderen willen leren genieten van het leven én van de kleine dingen, hebben we met ons zessen thuis regelmatig een feestje op vrijdagavond om het weekend te vieren. Dan haal ik mijn nest van school en van de crèche, passeren we met zijn allen langs de supermarkt om hapjes en drankjes in te kopen. Normaliter drinken wij alleen maar water thuis, maar als het feest is, mag dat frisdrank zijn. Zodra iedereen dan ’s avonds thuis is, kan het feestje beginnen. Kaarsjes aan, hapjes op tafel, glaasjes gevuld, tv aan en van elkaar genieten. Meer moet dat echt niet zijn!








