Week van de pleegzorg 2023

In het kader van de Week van de Pleegzorg vroeg een lieve dame van Het Huis van het Kind me of ik het zag zitten om pleegzorg in onze gemeente in de kijker te zetten. Zulke vragen … daar hoef ik niet over na te denken! Sinds 2013 zijn we een pleeggezin. Naast gewoon pleegmoeder te zijn van onze jongste kadee engageer ik me ook al jaren voor het promoten van pleegzorg bij het brede publiek, want het blijft een vrij onbekend thema waar hier en daar wel eens een taboe rond hangt. Zo deel ik royaal en tot vervelens toe pleegzorggerelateerde posts op sociale media, spreek ik als ‘ervaringsdeskundige’ pleegzorger op infoavonden in onze regio en schrijf ik columns voor het magazine Kleurrijk van Pleegzorg Vlaanderen dat elke pleegouder in de bus krijgt. Deze columns verschijnen ook op mijn blog ‘Leef Lach Lies’ waar ik regelmatig onze avonturen als (pleeg)gezin deel.

Ons gezin dat zijn mijn man Gert en ikzelf, Lies, met onze 4 kinderen: Marie (19), Jef (15), Josefien (13) en L (9). Nog voor we zelf kinderen hadden, vingen we elke schoolvakantie Hamza (ondertussen 24 jaar oud) uit Parijs op. Hij was lid van de Chiro in ons dorp, ging zelfs enkele keren mee op kamp en maakte de geboorte van onze eigen kinderen mee. Vele jaren later was de stap naar pleegzorg dan ook snel gemaakt. We startten met crisisopvang. Dit wil concreet zeggen dat er na een telefoontje ’s ochtends dezelfde avond nog een kindje mee aan de keukentafel zit. Deze vorm van pleegzorg was ons op het lijf geschreven: je moet heel flexibel zijn, niet al te fel gesteld op routine of dagelijkse sleur én van een uitdaging houden. We hadden de eer zo 4 kindjes op te vangen.

Zoals wel vaker gebeurt, zijn we dan naadloos in langdurige pleegzorg gerold. Een pasgeboren boeleke kwam in crisisopvang bij ons en maakt 9 jaar later nog steeds een onmisbaar deel uit van ons gezin. Je zal me niet horen beweren dat het altijd rozengeur en maneschijn is, maar het is en blijft op ontelbare vlakken een verrijking voor ons gezin. Het is wellicht niet voor iedereen weggelegd en misschien ben ik naïef, maar toch denk ik dat de meerderheid van de mensen genoeg ruimte heeft in zijn huis en hart om een kind in nood te geven wat het nodig heeft.

Waarom iemand of een gezin de sprong waagt als pleegzorger is voor iedereen anders. Wij besloten de stap te zetten omdat we ons heel bewust zijn van hoe goed we het hebben én dat dat lang niet voor iedereen zo is. We verdienen onze kost, zijn gezond en hebben familie en vrienden om op terug te vallen, indien nodig. Niet iedereen heeft zo’n vangnet. Niet iedereen heeft zo veel geluk als wij. Bovendien hopen we dat onze kinderen door het rugzakje dat elk pleegkind onvermijdelijk met zich meedraagt, beseffen dat hun doorgaans onbezorgde leventje allesbehalve een evidentie is. Of we daarin geslaagd zijn of zullen slagen, durf ik niet te zeggen, maar laat 1 ding duidelijk zijn: onze kinderen zijn in ons pleegzorgverhaal de echte helden. Het is als ouder hartverwarmend te zien hoe je kinderen steeds opnieuw schijnbaar moeiteloos en zonder nadenken hun thuis en hart openstellen voor een pleegbroertje of -zusje. Hoe ze zich al 9 jaar onvoorwaardelijk ontfermen over ons pleegzoontje en voor hem door een vuur gaan.

Het is geen evidente keuze, maar als alle mensen die – al is het maar een klein – kriebeltje voelen, de sprong durven te wagen, dan ben ik ervan overtuigd dat weinigen het zich zullen beklagen. Ik kreeg doorheen de jaren alle mogelijke redenen en terechte bedenkingen te horen om het niet te doen, maar ik heb maar één antwoord; Als er één ding is dat ik dankzij pleegzorg geleerd heb, dan is het dit: een mens kan veel meer dan hij/zij zelf denkt!

Lies

Vanop afstand

Ik probeer me onzichtbaar te maken. We zijn met zijn allen thuis. Dat betekent veel volk op een betrekkelijk kleine ruimte, vooral wanneer ook de twee oudsten de gezelligheid van beneden opzoeken in plaats van op hun eigen kamer te kruipen. Soms is het dan om gek te worden, als dat gewemel en geroezemoes rondom mij, maar vandaag niet. Het is een gezellige drukte.

Ik zit in de hoek van de woonkamer. Op zo’n hip, rond zeteltje onder een staanlamp. Ik heb een boek vast en doe alsof ik lees. Uit ervaring weet ik dat mijn huisgenoten me dan meestal gerust laten. Vanuit het zeteltje, kan ik vrijwel elk plekje in de woonruimte zien. Ik overzie de bedrijvigheid van mijn leven. Normaal gezien loop ik hier ook nog ergens rond. Wat oprommelen of een beetje strijken terwijl ik met een half oog tv kijk bijvoorbeeld.

De jongste dochter staat in de keuken het zoveelste receptje dat ze op Instagram zag, uit te proberen. De jongste zoon zit in de speelkamer op de grond met lego te spelen. De oudste zoon ligt languit in de zetel op zijn gsm filmpjes te kijken terwijl hij ook Netflix op de tv heeft opstaan. Ten strengste verboden hier thuis, maar ik laat hem. De oudste dochter zit ijverig aan de keukentafel voor school te werken, de gsm in de hand want daarmee staat ze in contact met het lief. De vader des huizes loopt wat ongemakkelijk rond. Hij twijfelt nog tussen productief zijn of lekker niks doen. Hij heeft duidelijk nog niet beslist.

Ik sla dit alles vanop een afstand gade. Ik hou ervan om als buitenstaander naar mijn eigen leven te kijken. Het biedt een ander perspectief en geeft soms verrassende inzichten. Je zit er niet midden in, waardoor er andere dingen in het oog springen. Het is zoals de rommel die je plots ziet rondslingeren wanneer je bezoek verwacht. Je bekijkt dan even alles door de ogen van een ander. Je ziet andere dingen. Spullen die er al wekenlang liggen en je nooit gestoord hebben, horen er plots niet meer en moeten sito presto weg. Dat zorgt dan voor een beetje stress waardoor ik op heel korte tijd veel werk verzet krijg.

Vanuit mijn zeteltje is dat echter helemaal anders. Dan ervaar ik geen greintje stress, integendeel. Ik geniet van de relatieve rust rondom mij. Ik ben fier op hoe we als gezin soms ook harmonieus kunnen samenleven. Met zes is dat allesbehalve evident. Maar vandaag lukt het dus wel en vandaag hou ik nog een beetje meer van mijn leven. Ik slorp het allemaal op en tank bij zodat ik een beetje reserve heb voor de minder idyllische momenten. Ik denk terug aan de tijd dat onze vier kinderen nog klein waren en ze haast altijd op een vierkante meter rondom mij leken te zwermen. Het was dan soms te veel, te druk, te luid. Onze buurvrouw zaliger zei destijds dat ik die periode moest koesteren en dat ik het ooit zou missen om al mijn kinderen altijd dicht bij me te hebben. ‘Yeah right’ dacht ik toen, maar ze bleek gelijk te hebben.

Dus ik geniet van mijn voltallige kroost dicht bij mij, vanuit mijn zeteltje met mijn boek dat ik nog lang niet uit heb.

Column Kleurrijk: engagement

“Doet het jou verdriet als ik zeg dat ik mama D liever zie dan jou?”

We liggen in bed, het verhaaltje is gelezen en we keuvelen nog wat na. Hij nestelt zich zoals altijd tegen mij. Als hij kon, kroop hij in mij. Mama D spookt de laatste maanden erg door zijn hoofd. Hij praat vaak over haar en stelt veel vragen. Hij probeert zich een beeld van haar te vormen.

“Doet het jou verdriet?”

Het is een vraag die anderen mij ook vaak stellen, dus ik had er al wel over nagedacht. Ik had een antwoord klaar.

“Neen, het doet mij geen verdriet. Ze is jouw mama, het is heel normaal dat je heel veel van haar houdt. En ik weet dat je ook van mij houdt, dat is genoeg voor mij.”

Ik zeg dit niet om hem te sussen. Ik zeg het heel oprecht. Het raakt me niet, want het ventje laat me elke dag opnieuw zien dat hij me graag ziet. Dat ook ik zijn mama ben.

“Als ik nog eens boos ben en zeg dat ik jou niet leuk vind of dat ik deze familie niet leuk vind, dan meen ik dat echt nooit! Nooit, hé, mama.”

Dit raakt me wel. Omdat ik besef hoe bewust dit achtjarig manneke zich is van zijn eigen gedrag en de gevolgen ervan. Weer iets waar hij zich zorgen over maakt en waar hij achter de schermen druk mee in de weer is. Tegelijk besef ik ook dat we al een hele weg hebben afgelegd. Er moest iets veranderen, want zijn gedrag buiten het veilige coconnetje van ons gezin werd moeilijker en moeilijker. Hij heeft al grote stappen gezet dankzij een heel team dat zich samen met ons wil inzetten om hem te helpen een weg te vinden in de chaos in zijn hoofdje. Zijn echte papa en grootouders, de school, de opvang, onze pleegzorgbegeleidsters, zijn therapeut en kinesiste tonen keer op keer door hun inzet en engagement dat ze hem de moeite waard vinden.

It takes a village …

Het raakt me. Omdat ik besef dat niet alleen wij als pleegzorgers het engagement aangaan om hem te geven wat hij nodig heeft. Wij beslisten om pleeggezin te worden, maar ook de mensen rondom ons moeten mee op de kar springen. Als ze de sprong wagen, gaan ze ook een deel van het engagement aan. Durven, kunnen of willen ze niet, dan gaat onze kar verder zonder hen. Alle begrip, want het is niet niks om een kind met een zware rugzak in je hart te sluiten. Het is niet evident, maar wel de moeite waard.

Hij zal je graag zien, maar vaak duwt hij je weg. Hij zal je aandacht vragen op een verkeerde manier. Je zal soms wijselijk een stukje van je tong moeten bijten. Je zal begrip moeten tonen, vertrouwen moeten hebben en op moeilijke momenten blijven geloven dat het goed komt. Je zal het kind graag moeten blijven zien, ook als hij/zij dit niet vanzelfsprekend maakt.

Het is eigenlijk heel simpel: als je het pleegzorgavontuur aangaat, engageer je je tot onvoorwaardelijke liefde. En ook al lijkt het niet altijd zo, je krijgt het dubbel en dik terug.

Column Kleurrijk: Min of meer

Ik hou niet van wiskunde. Mijn maag draait nog steeds om wanneer ik het huiswerk van mijn kinderen bekijk. In het middelbaar heb ik me erdoor gesparteld, omdat het moest. Ik heb me altijd afgevraagd waarom wiskunde zo onoverkomelijk moeilijk is voor mij. Ik kán studeren. Nooit tweede zit gehad tijdens mijn opleiding vertaler/tolk. Geef me boeken vol tekst, ik krijg het verwerkt. Maar laat me geen formules instuderen of toveren met getallen … Het lukt me niet.

Mijn talenknobbel zal er wel iets mee te maken hebben, maar ook mijn natuurlijke aanleg tot het ‘tussen de regels lezen’. De dingen graag op mijn eigen manier bekijken, anders verwoorden en uiteindelijk een beetje naar mijn hand zetten. Dat gaat niet met wiskunde. Er is geen ruimte voor interpretatie noch discussie. Het is wat het is. Correct of fout.

Een verhaal daarentegen kan je herschrijven zonder dat je de boodschap verandert. Een woord of zin kan je naar een andere taal vertalen, maar bijna elk woord heeft een synoniem dus er zijn meerdere opties. Wanneer je het echt niet weet, kan je een beschrijving geven waardoor men weet wat je min of meer bedoelt. En op school geeft een leerkracht die van goede wil is, je nog een deel van de punten als blijk van bewondering voor je creativiteit en plantrekkerij.

Min of meer … daar gaat het om. Ik ben rap content. Min of meer is meestal genoeg voor mij. Ik heb graag nog wat ruimte om zelf in te vullen. Wanneer het dan niet helemaal naar mijn zin is, kan ik er nog wel een draai aan geven zodat het beter in mijn kraam past. Sommigen zullen het gemakzucht noemen en ik kan hen ook geen ongelijk geven. Ik maak de dingen nu eenmaal liever niet moeilijker dan ze zijn.

En zo heb ik dan genoeg gepalaverd om van wiskunde, via de taal bij pleegzorg terecht te komen. Ik hoef niet persé alle puntjes op de i. Dit is een eigenschap die als pleegzorger van pas komt. In een doorsnee gezin loopt zelden iets zoals gepland, laat staan in een pleeggezin. Een (pleeg)gezin runnen is geen exacte wetenschap, er is doorgaans geen foute of juiste manier. Je doet dit volgens mij best op het gevoel.

Zijn mijn kinderen gelukkig? Zijn we als ouders gelukkig? Wat hebben mijn kinderen nodig? Welke aanpak werkt bij de ene, maar niet bij de andere? De antwoorden op deze vragen zijn niet eenduidig. Ze kunnen verschillen van persoon tot persoon, van dag tot dag. Dit kunnen aanvaarden en bereid zijn om flexibel mee te evolueren met de noden van je gezin, maakt het leven er een pak makkelijker op, denk ik.

Het hoeft niet allemaal van een leien dakje te lopen. Een min of meer vlotte gang van zaken is meer dan voldoende. Zo ook hoeven de kinderen die je opvoedt niet persé 100% van jou te zijn. Wanneer ze min of meer de jouwe zijn, is dat misschien meer dan voldoende om ze de liefde en warmte te geven die ze zo nodig hebben.

In ons gezin bijvoorbeeld is drie vierde 100% van ons. Wiskundig gezien is dit 75%. Dit heb ik trouwens helemaal zelf uitgerekend. Met de regel van 3.

Bron: Geogebra.org

Column Kleurrijk: Met mijn mond vol tanden

Voor het eerst in bijna 8 jaar – zo lang is onze pleegzoon bij ons en zo oud is hij ook – sta ik met mijn mond vol tanden. Ik weet echt niet wat te zeggen, hoe te reageren.

“Waarom heeft mama D mij gedumpt?”

Gedumpt. Ons ventje denkt dat hij zoals het grof huisvuil op straat werd gezet.

Deze vraag, heel concreet, moet ik even laten bezinken. Tegelijk vallen de puzzelstukjes in elkaar. Zijn moeilijkere gedrag de laatste weken thuis, op school, in de kinderopvang. Slechter eten, slechter slapen … Met deze vraag geeft hij het antwoord. Mijn gedachten draaien op volle toeren, net zoals de zijne blijkbaar, al langere tijd.

Wat moet ik zeggen om die negatieve gedachte uit zijn hoofd te krijgen? En snel, want hij blijft me aankijken met een vragende, haast dwingende blik. Ik slik de krop in mijn keel weg, neem diep adem en doe een poging.

“Mama D heeft jou niet zomaar gedumpt. Ze wou eerst zeker weten dat een ander gezin goed voor jou kon zorgen. Ze heeft L van pleegzorg gebeld en pas toen ze wist dat je bij ons kon komen wonen, is ze weggegaan.”

Zoals altijd wekt elk antwoord weer een nieuwe reeks vragen op. “

“En heeft ze mij daarna nooit meer willen zien? Kan ze nog altijd niet voor mij zorgen? Kan ik later wel bij haar gaan wonen? Heeft ze nog andere kindjes? Wonen die wel bij haar? Waarom … ? Wanneer … ? Hoe … ?

Vraag per vraag, antwoord per antwoord probeer ik hem te kalmeren. Tevergeefs, want elk antwoord doet hem in tranen uitbarsten. Elk antwoord brengt hem nog meer in de war. Hij duwt me weg en zegt dat hij mama D wil. Hij wil bij haar zijn.

“Heb je haar telefoonnummer? Dan kan ik haar bellen en zeggen dat ik van haar houd, want dat weet ze nog niet.”

Slik. Hoe graag ik ook zou willen, dit kan ik niet zelf beslissen. Ik schuif de verantwoordelijkheid van me af en zeg dat we dat aan L van pleegzorg en papa Chel moeten vragen. Dit antwoord geeft hem hoop en brengt hem eindelijk een beetje rust.

Ondertussen heb ik ook het fotoboekje bovengehaald met die ene foto van hem en mama D. Er staan 100 foto’s in, maar alleen die met zijn mama interesseert hem. Hij kijkt en kijkt en valt uiteindelijk in slaap met het boekje op zijn borstkas stevig vastgeklemd. Wanneer ik zeker ben dat hij diep genoeg slaapt, verhuis ik naar mijn eigen bed, want ondertussen is het zelfs voor mij al ver voorbij bedtijd.

‘s Ochtends maak ik hem wakker. Een hele karwei na zo’n kort nachtje. Hij sputtert tegen, kruipt weg onder het donsdeken, zeurt, wordt boos én blijft boos. Ik had niks anders verwacht na zijn vragen en verdriet van gisteren, maar toch vraag ik hem waarom hij zo kwaad is. Met grote verontwaardiging zegt hij: “Altijd wanneer het kei spannend is, maak jij mij wakker.”

Ik lach. Dit was niet het antwoord dat ik verwachtte, maar het stelt me wel gerust. Niet alles wat hij doet, zegt of voelt moet herleid worden tot zijn pleegzorgverhaal. Soms is hij ook gewoon kwaad omdat mama hem wakker maakt op het spannendste moment van zijn droom …

Column Kleurrijk: Het is wat het is

Ik staar hem aan en neem elk detail in me op. Zijn lange wimpers, zijn fijn neusje, zijn mond die half open is, zoals altijd wanneer hij slaapt. Hierdoor zie je zijn tanden die nog een hele weg voor de boeg hebben. Zijn droge huid van de dagelijkse zwempartijtjes. Het putje naast zijn linkeroog waarvan we nog steeds niet weten hoe het er komt. Ik hoor het zachte gesnurk waaruit ik na bijna acht jaar kan afleiden hoe erg het al dan niet gesteld is met zijn allergieën.

Ik kijk en blijf kijken. Hoe raar is het toch dat hij niet van ons is. Het ene moment zie ik ook effectief een ‘vreemd’ kind waarin ik dingen opmerk die ik niet herken. Het andere moment voelt wat ik zie zo vertrouwd. Ik zie hem graag. Punt. Maar dan komen de vragen … Zie ik hem even graag als mijn eigen kinderen? Mag ik hem wel zo graag zien? Duizend en één vragen passeren de revue …

“Niet doen, Lies. Niet te veel over nadenken.” roep ik mezelf weer tot de orde. Dat lukt, want niet te veel nadenken over sommige dingen is één van mijn specialiteiten.

Het is wat het is.

Het gevoel verontrust me niet echt, want ik herinner me dat ik net zo naar mijn andere drie kinderen lag te staren. Vooral bij de oudste – mijn eerstgeborene – leek het allemaal zo onwezenlijk. Hoe kan het in godsnaam dat ik zo’n prachtig wezentje op aarde heb gezet? Ze was – en ís nog steeds – te mooi, te perfect om van mij te zijn. Uiterlijk lijkt ze als twee druppels water op haar vader. Misschien veroorzaakte het gebrek aan herkenning dat moeilijk te omschrijven gevoel. Want ook bij ons pleegzoontje ontbreken uiteraard die uiterlijke kenmerken.

Gelukkig wordt het gebrek aan uiterlijke gelijkenissen ruimschoots gecompenseerd door karaktertrekjes en dergelijke. Je weet wel, hun manier van praten, wandelen of eten. De blik in hun ogen of de dingen die ze zeggen. Ze houden je vaak een spiegel voor en dat kan confronterend zijn, maar evengoed bewijst het dat ze ontegensprekelijk bij mij horen, ongeacht door wie ze op de wereld zijn gezet.

Zo waren we onlangs met de kleinste in de frituur. Mijn man en ik stonden rustig te wachten in de rij, terwijl onze kleinste non-stop vertelde en 101 vragen stelde. De klant voor ons begon te lachen en zei: “Hij kan het goed uitleggen! Van wie heeft hij dat?” Mijn man en ik keken elkaar stilzwijgend aan en schoten in de lach. Gelukkig verwachtte de man geen antwoord, alsof hij begreep dat het soms niet nodig is om alles te weten of tot op het bot te analyseren.

Het is wat het is.

Dromen

Mama, kunnen dromen uitkomen?

Ja, jongen. Als je ze heel zorgvuldig uitkiest, kunnen ze uitkomen.

Ons ventje bedoelde het natuurlijk niet zo. Hij droomt de laatste tijd nogal vaak en veel. ’s Ochtends vertelt hij dan enthousiast wat hij die nacht beleefd heeft. Of hij maakt me midden in de nacht wakker om vol vuur te vertellen over dinosaurussen, oceanen, vulkanenuitbarstingen, hevige branden en brandweerwagens die hij zelf bestuurde… Het kan allemaal in zijn dromen.

Hij wou gewoon weten of hij die knotsgekke, nachtelijke avonturen ook in het echte leven kan meemaken. Nu komt het voor zo’n ventje wel op hetzelfde neer. Voor een zesjarige zijn dat de dingen waar hij van droomt, de avonturen die hij wil waarmaken.

Het was meteen ook de aanzet tot een geanimeerd gesprek met de rest van het gezin.

Wat zijn jullie dromen? Met leeftijden tussen de 6 en 16 krijg je heel uiteenlopende antwoorden. Best wel interessant.

De negenjarige dochter droomt ervan om bekend te worden en ooit mee te spelen in #likeme. Ze werkt ook hard om die droom te laten uitkomen. Ze volgt muziekles, dans- en acteerles. Heerlijk om te zien hoe ze op die leeftijd weet wat ze wil en er vol voor gaat.

De dertienjarige zoon wil een bekende youtuber worden zodat hij ook met een Lamborghini kan rijden en hele dagen kan vullen met de meest onzinnige dingen. Af en toe zie ik een filmpje van hem waarin hij vlogt. Hij is duidelijk nog op zoek naar zijn eigen stijl, maar hij pakt op beeld. Dus wie weet …

De zestienjarige dochter bekijkt het allemaal gelukkig een beetje realistischer. Ze is volop op zoek naar zichzelf, verandert af en toe van richting, maar laat regelmatig een glimp zien van de fantastische jongedame die ze zal worden. Ze kan niet echt antwoorden wanneer ik naar haar dromen vraag, maar ik gok erop dat zij de meeste kans maakt om ze waar te maken. Het is een harde werker, dus zodra zij weet wat ze wil, zal ze er ongetwijfeld alles aan doen om dat te bereiken.

En dan volgt onvermijdelijk diezelfde vraag aan ons. Waar dromen jullie van, mama en papa?

De grootse plannen die we twintig jaar geleden samen maakten zijn ondertussen gerealiseerd of een work in progress. We wilden de wereld zien, dus profiteerden we van onze vrijheid voor we aan kinderen begonnen. We droomden van een groot gezin en dat viel zelfs nog iets groter uit dan initieel bedoeld. Nu de kinderen ondertussen iets ouder zijn, pikken we wat dat reizen betreft de draad weer op. Ook op professioneel gebied loopt voorlopig alles zoals gepland. 

Dat betekent nochtans niet dat we geen dromen meer hebben, integendeel! Ik merk dat er nu meer ruimte komt voor onze individuele dromen. Waar we vroeger samen doelen stelden, kunnen we nu voorzichtig weer een beetje aan onze eigen weg timmeren. Leren zeilen, een boek schrijven, een muziekinstrument leren spelen, … We blijven plannen maken en proberen die tot een goed einde te brengen, maar we zijn tevreden met waar we nu staan. En wanneer we op één van de vele zwoele zomeravonden samen naar de hemel staren en een vallende ster zien, doen we – nog steeds – elke keer opnieuw dezelfde, simpele wens.

Dat alles blijft zoals het is …

2020

Het jaar loopt op zijn einde. Je zou zeggen dat een exemplaar als 2020 met zijn chaos en uitdagingen ons gezin op het lijf geschreven is. We gedijen inderdaad het best omgeven door een beetje wanorde en houden van enige onvoorspelbaarheid en avontuur. We zijn dan ook niet voor niks een pleeggezin, maar ook voor ons zijn er grenzen.

Het begon nochtans veelbelovend. Voor het eerst vierden we eindejaar in de zon en voetjes in het zand. Voor we kinderen hadden waren we bescheiden globetrotters. Met kleine kinderen lieten we de grote reizen aan ons voorbij gaan, maar ondertussen begon het weer te kriebelen. We maakten begin 2020 dan ook heel wat plannen om met het gezin onze wereld letterlijk te verruimen.

En dan was het maart. De vage berichten in het nieuws over een nieuw virus werden heel concreet. Het kwam beangstigend dichtbij tot we er plots middenin zaten: een lockdown. In plaats van de wijde wereld te verkennen, moesten we de weg in onze kleine bubbel vinden. Niet direct wat we in gedachten hadden, maar op zijn minst een even groot avontuur als een verre reis naar een exotische bestemming.

Als pleeggezin zijn we het gewend om te gaan met onvoorspelbaarheden en kunnen we vaak niet anders dan gewoon aanvaarden dat de dingen niet lopen zoals gewenst. Daarom was de lockdown, of het ‘verplicht cocoonen’ zoals we het noemden, niet echt een straf. De wereld was weer kleiner en het doodgewone werd bijzonder. We konden niet anders dan ons ook bij deze nieuwe realiteit neerleggen en er het beste van maken. Zelfs de kinderen leken dit te begrijpen. Ze pasten zich verrassend makkelijk aan. Ik wil graag geloven dat onze jarenlange ervaring als crisisgezin daar voor iets tussen zit. Ook toen stonden ze telkens opnieuw vol enthousiasme klaar het onbekende toe te laten en de veranderingen ermee gepaard op zich af te laten komen.

Ons pleegzoontje zocht eveneens probleemloos zijn weg dit jaar. Nochtans was de verandering voor hem het ingrijpendst door het tijdelijk wegvallen van de bezoeken. Het leek grotendeels aan hem voorbij te gaan, maar af en toe stak het gemis de kop op. Voor ons was het dan weer een verademing om even als een ‘gewoon’ gezin te kunnen leven. Het gevoel dat hij ‘ene van ons is’ werd nog maar eens bevestigd. Met een klein hartje en ja, met een beetje tegenzin, lieten we hem na de lockdown weer naar zijn papa gaan, maar opnieuw paste hij zich zonder moeite aan.

De zomer gleed gezapig voorbij. De zon deed overuren en maakte veel goed. Even leek alles weer min of meer normaal, al was het soms moeilijk balanceren tussen het veilig houden en toch een beetje van de herwonnen vrijheid proeven. Wanneer we op uitstap wilden, haalden mijn man en ik inspiratie uit onze jeugdherinneringen: een ijsje eten aan de lekdreef in Averbode en daarna een kaarsje gaan branden in Scherpenheuvel of een wandelingetje in Bokrijk. De eigen streek werd herontdekt en die koelbox weer bovengehaald zodat we ver weg van de drukte konden eten en drinken.

Wanneer ik dit schrijf is het volop herfst en lonkt er een nieuwe lockdown. Het wordt zelfs mij, een onverbeterlijke optimist, soms te veel. Geen idee hoe het zal zijn tegen de tijd dat deze Kleurrijk in onze brievenbus valt, laat staan met de feestdagen. Toch wil ik iedereen alvast een warm eindejaar toewensen en een stevige dosis veerkracht om er telkens opnieuw het beste van te maken.

Gelukkig nieuwjaar!

Lie(f)s

Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl