Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl

The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ dinsdag – 1 september – begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Column #9 Kleurrijk: Pleegzorg en corona

Wanneer ik dit schrijf zitten we in volle coronacrisis. Al heb ik er na een maand behoorlijk mijn buik van vol, ik krijg weinig op papier dat niet met het virus te maken heeft. Ik mag hopen dat tegen de tijd dat deze Kleurrijk in jullie bus valt, we weer ons oude leventje leiden, maar voorlopig blijft alles zoals het is. We kregen net het nieuws dat we nog tot minstens 3 mei verplicht zullen moeten cocoonen. Ik kan niet zeggen dat het een zware opdoffer is voor mij, voor de kinderen al zeker niet. Behalve de oudste is er hier niemand die school mist.

We moeten in deze semi-quarantaine veel missen, maar er komt ook heel wat voor in de plaats. De druk is er af. Er is tijd en ruimte voor alle dingen die vroeger al te vaak opzij geschoven werden, dingen die niet belangrijk genoeg leken, maar nu door het wegvallen van alle randanimatie onze enige houvast blijken te zijn. Ik denk dan aan de rust in ons gezin, de harmonie, de orde en structuur.

Naast het wegvallen van de sporttrainingen, de logopediesessies en muzieklessen werd ook de bezoekregeling van ons pleegzoontje on hold gezet, met alle gevolgen vandien. De bezoeken liepen, na een moeilijkere periode, eindelijk weer goed. Hoe het ‘live’ weerzien zal zijn na al die weken, valt af te wachten. Vader en zoon facetimen geregeld en dat doet hen beiden deugd. Ons ventje heeft er nood aan, want regelmatig overvalt hem het gemis van zijn papa. Dan is hij intens verdrietig. Op de vraag wanneer hij papa C. weer kan zien, kunnen we helaas nog steeds geen antwoord geven. Voor een kind van vijf is dat moeilijk te vatten.


Het wegvallen van de bezoeken voelt dan ook heel dubbel aan. Enerzijds is er dat verdriet bij ons kleine ventje. Anderzijds vallen ook de lastige dagen na zo’n weekendje weg. De weerslag kon best pittig zijn. 

Het is nu vooral leuk ons gezinsleven te leiden zonder rekening te moeten houden met de dagen dat onze kleinste er niet is. Het is bovendien fijn te beseffen dat er hier thuis niemand op zijn vertrek zit te wachten. Het bevestigt nog maar eens het gevoel dat hij echt bij ons gezin hoort en er een volwaardig deel van uitmaakt.

Ik moet nochtans bekennen dat ik soms uitkeek naar de bezoeken omdat zo’n weekendje zonder een levendige en veeleisende kleuter in huis toch ook altijd weer een welkome verademing was. Dit zadelde me vervolgens op met een torenhoog schuldgevoel omdat het lijkt alsof ik van hem af wil. Ik suste me dan met de gedachte dat we onze andere drie kinderen vroeger ook vaak met een iets te groot enthousiasme bij de grootouders dropten. Daar heb ik me nooit schuldig over gevoeld …

Misschien kan je pleegzorg wel een beetje vergelijken met de hele coronaquarantaine. Beiden hebben voor- en nadelen. Pleeggezin zijn brengt onvermijdelijk ook minder leuke dingen met zich mee, maar die nadelen wegen – wat ons betreft – gelukkig niet op tegen wat we er allemaal voor in de plaats krijgen. Zo voelt het ook met dit corona-gedoe: het is niet leuk om thuis vast te zitten, maar we kunnen er maar beter het beste van maken en ons focussen op de positieve dingen die we hiervoor in de plaats krijgen.
Dit lukt ons (voorlopig) wonderwel en maakt dat we toch nog van deze crisis kunnen genieten. 

Ik hoop dat ook jullie erin geslaagd zijn om het positieve te blijven zien, maar bovenal dat jullie en jullie liefsten gezond gebleven zijn.


Lie(f)s

 

Pseudo-vakantiesfeer

De voorbije weken van verplicht cocoonen verliepen vrij vlot, tegen alle verwachtingen in. Verwachtingen … daar zit hem het nu net. We zijn na 4 weken wel min of meer gewend aan dit nieuw leven, maar het is niet altijd even makkelijk om mijn verwachtingen aan te passen, om de lat lager te leggen.

Vaak lukt het me om mee te drijven op het pseudo-vakantiesfeertje dat hier in huis hangt. Later opstaan, uitgebreid ontbijten en dan toch maar in gang schieten met dat schoolwerk en het huishouden zodat we na de middag volop kunnen genieten van dat zonnetje. Nu manlief ook een weekje werkloos was, ging dat als vanzelf. De barbecue ging geregeld aan. Er werd ijs en frisdrank in huis gehaald, dus ook de kinderen vinden het prima.

Ik geniet enorm van de rust die we de voorbije weken cadeau kregen, de rust waar ik zo naar verlangde toen alles nog normaal was. Ik kan – of is het wil? – nu de tijd nemen om écht met mijn kroost bezig te zijn. Ik krijg de kans om mijn kinderen opnieuw en beter te leren kennen. Er is ruimte in mijn hoofd om het leven vaker vanuit hun standpunt te bekijken. Dat zorgt voor minder conflicten. Er is tijd om met hén bezig te zijn en daarna met een boek in de zon wat tijd voor mezelf te nemen. Er is zelfs nog tijd om hier en daar een kast te rommelen en de was weg te werken. Het kan tegenwoordig zomaar allemaal op één dag!

En toch bekruipt me soms een gevoel van onbehagen dat moeilijk onder woorden te brengen is. Doen alsof het vakantie is, is leuk voor even. Het lijkt niet te kloppen in mijn hoofd. Mogen we wel genieten van deze semi-quarantaine? Het voelt niet eerlijk t.o.v. al die mensen die in de gevaarlijke buitenwereld gewoon doorwerken. Ik besef dat door hun harde werk wij hier veilig in onze bubbel kunnen blijven.

Hoe zeer ons leven nu ook aanvoelt als één langgerekte vakantie, het mag voor mij weer snel zoals vroeger worden al was het maar om dat schuldgevoel weg te werken. Maar tot dan kan je mij in onzen hof vinden met één van de kinderen om ons beach-tennis-record te verbreken.

Lockdown Light week 1

De voorbije week, de eerste van deze lockdown light, was om te wennen aan onze nieuwe – tijdelijke – realiteit. Vooral ik had het er moeilijk mee. Niet alleen de angst voor het onbekende en voor wat er komen zou, speelden me parten. Ik geef toe dat ik mezelf de eerste dagen verloor in zelfmedelijden. Geen me-time meer, geen qualitytime met hubby meer, geen liefdes- noch sociaal leven. Het lukte me de eerste dagen niet verder te kijken dan al wat de komende weken niet meer zou kunnen. Ik was zelfs even jaloers op mijn wederhelft die net zoals altijd ’s morgensvroeg naar het werk kon vertrekken om pas ’s avonds laat weer terug te keren.

Het spreekt dan ook voor zich dat het de eerste dagen hier thuis niet echt vlotjes liep. Door het allemaal zo erg voor mezelf te vinden vergat ik dat het voor die vier koters rondom mij minstens even verwarrend en frustrerend is. Ik zag niet hoe mijn lief gebukt ging onder de stress die een eigen zaak in deze coronacrisis met zich meebrengt. Ik vergat al die ouders die het alleen moeten doen. Of de ouders die thuis zitten met hun kroost, maar tegelijkertijd aan telewerken moeten doen. De ouders die buitenshuis blijven werken en hun kinderen moeten achterlaten in de opvang. Ik zag hen even over het hoofd.

Tegen woensdag had ik het dan allemaal op een rijtje. De komende weken zijn we op elkaar aangewezen en moeten we er samen het beste van maken. Stilaan zag ik wat er allemaal in de plaats komt voor al het gemiste. Eén blik op mijn lege agenda doet een ongekende rust over mij neerdalen. Geen sociale verplichtingen meer, dus meer tijd en zin om écht als gezin samen te zijn. Geen logopedie, geen muziekschool, geen voetbal, geen badminton, …  Ook de kinderen genieten vooral van die rust. Het enige dat nog écht moet is elke dag even voor school werken. Het klinkt heerlijk, maar enige regelmaat drong zich toch al snel op.

Het zoeken naar structuur in deze eindeloze zee van tijd is een werk van lange adem. Het ene dagschema na het andere belandde in de prullenmand. Schoolwerk, huishoudelijke taakjes, schermtijd, speeltijd, … dit alles in een haalbaar schema gieten is  onbegonnen werk. Ons gezin gedijt al zo lang op chaos dat het niet realistisch is om nu plots een haast militaire discipline te eisen van mijn kinderen. Tot dat besef kwam ik gelukkig al vrij snel. Zolang ze hun schoolwerk doen, hun steentje bijdragen in het huishouden en genoeg buiten spelen, kan ik ermee leven. De ergernis dat ze te veel achter een scherm zitten, heb ik moeten loslaten.

Loslaten … het lijkt hét codewoord om hier zonder kleerscheuren uit te komen. Het isolement zorgt voor een nieuwe dynamiek in ons gezin en eerlijk gezegd vond ik al langer dat dat nodig was. Eén voor één beginnen we te beseffen dat we het de komende tijd uitsluitend met ons zessen zullen moeten doen. We kunnen dus maar beter een beetje lief zijn voor elkaar.

img_9015

 

 

 

De andere mama

Onze jongste is een knuffelbeer. Hij overlaadt mij met knuffels. ‘Jij bent zo warm, mama’, zegt hij dan. Hij slorpt mijn warmte op en komt tot rust. Rust die hij hoe langer hoe moeilijker kan vinden. ‘Je blijft toch bij mij, he?’ Dat hij verlatingsangst heeft, wordt steeds duidelijker. De blik in zijn ogen wanneer hij denkt alleen achtergebleven te zijn, breekt mijn hart. Dat we nog steeds bij hem in bed blijven tot hij in slaap gevallen is, is niet altijd leuk, maar voorlopig de beste oplossing. Hij ligt bij zijn grote broer in bed en zoekt in zijn slaap steeds diens nabijheid op. Elk kind heeft geborgenheid nodig, maar hij duidelijk iets meer.

Wanneer ik hem knuffel zeg ik wel eens hoe blij ik ben dat ik zijn mama mag zijn. Tot voor kort toverde het steevast een glimlach op zijn gezicht. De laatste weken merk ik dat het hem aan zijn biologische moeder doet denken. ‘Ik wil bij mijn andere mama zijn. Bij mama D.’

Auwch, ik voel een steekje in mijn hart.

Hij wil bij iemand zijn die hij niet kent. Eén foto hebben we van haar. Daarop heeft ze een piepklein baby’tje in haar armen en lijkt ze oprecht gelukkig naar de camera te lachen. Op basis van dit ene beeld heeft hij zijn andere mama ‘gevormd’. De ideale mama die hem niet verplicht zijn bord leeg te eten. Die nooit boos wordt. De perfecte moeder van wie hij laat mag opblijven en die hem honderden cadeautjes koopt. Hij verzint verhaaltjes en droomt over haar.

Het is hem gegund en ik laat hem in de waan. De minder fraaie waarheid wil ik hem besparen. Al moet ik heel soms de neiging onderdrukken om in de verdediging te gaan, om de strijd aan te gaan met de andere mama die waarschijnlijk alles is wat ik niet ben. Mijn twijfels en onzekerheid als moeder steken dan de kop op en tegen beter weten in voel ik me opzij geduwd door iemand die niet bestaat, door een illusie, een ideaalbeeld van een kleuter.

Het zijn die zwakke momentjes die me met de voeten op de grond houden en ons eraan herinneren dat we een pleeggezin zijn, met alle zorgen en onzekerheden die erbij horen. Maar wanneer ons ventje me even later weer vol overgave vastneemt en zegt dat ik de liefste mama van de hele wereld ben, dan weet ik dat er niets op kan tegen de werkelijkheid, ook al is die verre van perfect.

Herinneringen

Dat ik durf te twijfelen aan mijn capaciteiten als moeder is al lang geen geheim meer. Om mezelf ervan te overtuigen dat af en toe falen geen ramp is, stel ik mezelf wel eens de vraag wat mijn kinderen zich later zullen herinneren. Hoe zullen ze terugkijken op hun kindertijd en jeugd? Hoe zullen ze zich mij binnen pakweg 20 jaar herinneren?

Als die stresskip die roepend en tierend 20 keer de trap op en af rent ’s ochtends voor schooltijd wanhopig op zoek naar matching sokken wanneer we weer maar eens te laat dreigen te komen?

Ongetwijfeld …

Of als die chaotische vrouw die elke dag opnieuw het hele huis overhoop haalt op zoek naar de autosleutels? Die minstens twee keer per trimester over en weer naar huis moet omdat één van de boekentassen nog op het keukenaanrecht staat?

Ik vrees het wel …

Zullen ze zich de aangebrande ovenschotel van vorige week herinneren? Dat het eten niet op tijd klaar was? Of toch eerder de gezellige knuffelmomentjes samen in de zetel terwijl de diepvriespizza in de oven stond?

Ik wil geloven dat ze met een glimlach op hun gezicht terugdenken aan onze ongeplande uitstapjes, de vergeten regenjassen incluis. Ik hoop dat ze later samen rond de keukentafel hartelijk zullen lachen om die ene keer dat we zonder papa naar zee gingen en Jef daar aankwam zonder schoenen. Liever dan dat hij er na al die jaren nog mee in zijn maag zit …

Staan mijn gekke dancemoves in hun geheugen gegrift? Of de keren dat ze gingen logeren en ik de pampers of propere onderbroeken vergat?

Ik sus mijn twijfel weg door te denken dat ze eerder de vrijgekomen tijd en wat we daarmee samen deden zullen herinneren dan de wasmanden vol strijk die hiervoor in de plaats bleven staan.

Ik verjaag de onzekerheid met de gedachte dat ze zich als volwassene niet zullen beklagen dat ze soms hun huiswerk vergaten te maken. Maar dat ze wel met een warm gevoel terugdenken aan de avondwandeling of het fietstochtje dat daarvoor in de plaats kwam.

Ik denk niet dat ze later met een wrang gevoel zullen terugkijken op de talloze avondjes met de babysit, maar dat ze zich de verliefde blikken van mama en papa de dag erna herinneren.

Ik vraag me soms af wat ik hen als moeder en mens bijbreng. Dat niemand perfect is bijvoorbeeld, een belangrijke les die ik hen met mijn geploeter tegen wil en dank elke dag opnieuw duidelijk maak. Uit de grond van mijn hart hoop ik dat ze leren uit mijn fouten en het op sommige vlakken beter zullen doen dan ik. Hoe ze me zich ook herinneren, ik troost me met de gedachte dat ik mijn uiterste best doe. De tijd zal uitwijzen of dat genoeg is.

Column #4: Daar gaat hij

Het is vrijdag, het is weer zover. Zijn valiesje is gepakt, zijn favoriete verhaaltje voor het slapengaan en zijn lievelingsknuffel erin. Ons ventje staat proper gewassen en gestreken klaar voor ‘het bezoek’.

Om de twee weken gaat Lau logeren bij zijn echte papa. Hij vindt het niet altijd even leuk. Hetdaarmee bedoel ik dan het afscheid nemen en het niet bij ons kunnen blijven. Dat valt hem soms een beetje zwaar, maar zijn papa vindt hij wél leuk. Dat merken we aan zijn enthousiasme wanneer papa Chel voor de deur staat.

Hij begrijpt nog niet hoe het allemaal in elkaar zit, hij heeft er zelfs geen besef van dat wij zijn echte ouders niet zijn. Hij heeft gewoon twee papa’s en met de regelmaat van de klok gaat hij bij papa Chel slapen. Wanneer hij echt geen zin heeft, vraagt hij wel eens waarom.

Waarom moet ik gaan? Waarom kan ik niet bij jou blijven, mama?

Mijn hart breekt in honderdduizend stukjes. Het liefst van al zou ik dan zeggen dat hij bij mij mag blijven. Hij moest eens weten hoe graag mama dat zelf ook wil. Maar het is en blijft Pleegzorg, dus negeer ik de krop in mijn keel en probeer een antwoord op kindermaat te geven.

Papa Chel houdt van jou, net zoals mama en papa. Hij heeft je heel erg gemist. Hij is óók jouw papa. Hij wil je heel graag zien en bij jou zijn.

Hij lijkt het wel te snappen en wanneer hij beseft dat hij de volgende dag alweer thuis zal zijn, vertrekt hij meestal met de glimlach. Ook bij mij wordt de knop verrassend makkelijk omgedraaid zodra hij de deur uit is. Ik weet dat er goed voor hem gezorgd wordt en dat hij graag gezien wordt. Die geruststellende gedachte maakt dat ook ik kan genieten van de tijd zonder hem. Hij durft mij nogal opeisen en wijkt niet vaak van mijn zijde. Dat kan al eens vermoeiend zijn.

Net zoals de meeste vierjarigen is hij erg aanwezig en drukt hij stevig zijn stempel op ons gezin. Zijn afwezigheid is soms een welgekomen moment van rust voor iedereen. Hij wordt gemist en we zijn altijd weer blij wanneer hij terug thuis is, maar we profiteren ook van de tijd zonder hem. Er zijn activiteiten genoeg die minder evident zijn met een vinnige kleuter: een stevige wandeling, shoppen, op restaurant, naar de bioscoop, een museumbezoek …

We kunnen er niet onderuit, dus maken we er maar beter het beste van.

Deze laatste zin  lijkt hoe langer hoe meer ons gezinsmotto te zijn. Een positieve ingesteldheid, een draai kunnen geven aan de dingen zodat het onvermijdelijke niet persé een tegenvaller hoeft te zijn. Het is een belangrijke boodschap die we graag meegeven aan onze kinderen én aan kandidaat-pleegouders. Deze gedachtengang zal het hele avontuur en bij uitbreiding het leven een pak aangenamer en mooier maken.