Column #3: Hoe graag mogen we hem zien?

Je houdt van iemand of niet. Zo simpel is dat. Ik zie mijn kinderen graag. Alle vier.

Af en toe stellen ze me dé vraag, de aartsmoeilijke vraag die een nauwkeurig afgewogen en diplomatisch antwoord vereist. “Mama, van wie van ons hou jij het meest?”

“Ik zie jullie alle 4 even graag.”

“Ja, maar als je moet kiezen?”

“Euh, …”

Soms wordt me die vraag voorgeschoteld door volwassen mensen wanneer we het over ons pleegzorgverhaal gaat.

“Kan je zo’n kind even graag zien als je eigen kind?”

Ik denk het wel … Alle kindjes die we opvingen in crisis heb ik graag gezien, voor zolang ze hier waren. Ook nadien kregen ze een warm plekje in ons hart. Dat is wel het minste wat ze verdienen. En geloof me, wanneer er een klein dutske voor je staat dat op die moment niemand anders heeft, dan komt de liefde vanzelf.

Ons pleegzoontje Lau maakt ondertussen al drie jaar en half deel uit van ons nest. Hij kwam als pasgeboren baby en is blijven plakken in ons gezin, maar vooral in ons hart. Ik durf te zeggen dat ik hem even graag zie als onze andere drie kinderen, maar het is complexer. Je denkt er meer over na … Zie ik hem effectief even graag als de anderen? Is het een ander soort liefde? Hoort het wel dat we hem zo graag zien? Hoe graag mogen we hem zien? Is er een grens die ons beschermt tegen de pijn en het verdriet wanneer hij misschien ooit ons nest zal moeten verlaten?

Ik vrees van niet. Je ziet iemand graag of niet. Punt. Je kan er ook niet zo maar mee ophouden of er even de rem op zetten. Gelukkig maar! Het komt allemaal vanzelf, dat merk ik bij onze andere kinderen en bij mijn man.

Het maakt me ontzettend trots wanneer ik zie hoe de andere drie omgaan met hun kleine broertje. Hoe ze ervoor zorgen en hem missen wanneer hij bezoek heeft. Hoe ze naar de deur rennen en hem verwelkomen wanneer hij weer thuis komt. Ik voel warme liefde wanneer ik mijn man met de kleinste zie ravotten, net zoals hij met de anderen deed. Ik zie hem vertederd kijken naar dat vinnig ventje en soms zie ik de verwondering op zijn gezicht wanneer ook hij plots beseft dat hij hem even graag ziet als die andere drie.

img_5553

Inspiratieloos

Het bloggen is de laatste maanden een beetje stil gevallen. De inspiratie lijkt ver zoek, hoewel … ik schrijf veel of denk aan veel dat ik zou kunnen schrijven, maar weinig daarvan vind ik de moeite waard om te posten. Bovendien ben ik soms een beetje bang om te veel prijs te geven, om ons leven – meerbepaald dat van de liefsten rondom mij – zomaar te grabbel te gooien. De puber in huis vindt het niet meer altijd  leuk wanneer er over haar iets te lezen valt. Al leest ze zelden mijn verhaaltjes, want ‘dat is te veel tekst’. De oudste zoon wil sowieso niet dat er ook maar iets van hem op het wereldwijde web geloosd wordt. Vooral dan wanneer het over foto’s gaat waar hij naar zijn mening niet cool genoeg op afgebeeld staat. Alle respect daarvoor!

De laatste weken ben ik dan ook aan het nadenken over wat ik zou kunnen schrijven. Toen ik anderhalf jaar geleden begon met bloggen, leek een wekelijks postje haalbaar, maar dat was een beetje overmoedig. Aan ideetjes geen gebrek, maar vooral de tijd ontbreekt mij.

Perfectionisme is mij totaal vreemd, behalve wanneer het over mijn schrijven gaat. Ik, als ex-leerkracht Nederlands met een passie voor schrijven, zou het verschrikkelijk vinden om schrijfsels vol fouten de wereld in te sturen. Dat maakt dat het mij vaak veel tijd kost om een tekst naar mijn zin te kneden. En dan nog … vaak lees ik een verhaaltje maanden na publicatie en begin ik er wéér aan te sleutelen.

Toch loop ik ook vaak vast wat de inhoud betreft. Mijn gezin is de grootste bron van inspiratie, maar soms staat de bron droog. Ik schrijf op mijn best wanneer ik me zorgen maak, wanneer ik verdrietig ben of boos. Dan schrijf ik de emoties van me af en dat levert soms mooie dingen op. Wanneer alles loopt zoals het hoort, valt er weinig van me af te schrijven.

Ik zou dan een recensie over één of ander speelgoedje kunnen schrijven, een verslagje maken over een gezinsuitstap of een receptje op de blog gooien, maar dat zegt me eerlijk gezegd niet veel. Het zou snel geschreven zijn, dat wel, maar ik vraag me af wat de meerwaarde is? Je vindt duizenden recensies over miljoenen dingen. Wie zit er dan nog te wachten op mijn mening?

Wie zit er überhaupt te wachten op eender welk schrijfsel dat ik uit mijn mouw schud? Kan het iemand iets schelen dat ik wekelijks dan niet maandelijks iets post? Ik dacht het niet. Dus blijf ik lekker schrijven voor mezelf, voor mijn geestesgezondheid en vooral voor het plezier, want ik geniet ervan. Van het zoeken naar het juiste woord, naar de correcte schrijfwijze of het mooiste synoniem. Nadenken over de juiste plaats van de komma, het spelen met de zinsbouw en de verbanden binnen het geheel … ik word er vrolijk van.

ik schrijf

Moederkesdag

Moeders … het is een ras apart. Er is je eigen moeder en je hebt je schoonmoeder. Misschien zelfs een plusmoeder of een grootmoeder waarvan je houdt als van een gewone moeder. En dan heb je ook nog jezelf, moeder van je eigen kinderen.

Ik denk dat elk kind zijn moeder graag ziet, net als elke moeder houdt van haar kind. Al neemt een moeder soms beslissingen waardoor je anders zou denken, ik ben ervan overtuigd dat het altijd toch ook een beetje uit liefde is.

Ik zie mijn moeder heel graag, elk jaar zelfs nog een beetje liever. We hebben niet bepaald een traditioneel parcours afgelegd en een tijdje ieder wat meer onze eigen weg gegaan, maar sinds de ware liefde in haar leven kwam en daarmee ook de rust, lopen onze paden weer gelijk.

Ze is een stille kracht die altijd achter mij staat. Zonder te oordelen of te veroordelen. Ik ben er zeker van dat ze er het hare van denkt, van de occasionele chaos in mijn leven, maar nooit zal ze laten blijken dat ze het afkeurt of niet begrijpt.

Ze beheerst de kunst van het helpen zonder het gevoel te geven dat je er een potje van aan het maken bent. Ze zal al eens een mandje vuile was meenemen en netjes gestreken terug afleveren zonder even fijntjes te vermelden dat er toch wel een héle grote hoop voor de wasmachine lag.

Wanneer ze een paar uurtjes thuis bij de kinderen blijft, zal ze de afwas doen die zich veel te lang heeft opgestapeld, en de afwasmachine leegmaken zonder te laten merken dat het aanrecht er toch wel héél rommelig bij lag.

Ik heb bewondering voor mijn moeder omdat ze destijds, hoe pijnlijk ook, voor zichzelf durfde te kiezen. Hoe ze daarna enorm hard werkte om haar dochters alles te kunnen geven. Hoe ze na elke tegenslag steeds weer de moed vond om terug te vechten en er weer te staan. Een sterke vrouw, noemen ze dat.

Ik hoop dat ook ik die kracht in me heb om er elke keer weer voor te gaan, maar ik ben er zeker van dat als ik het even echt niet meer zie zitten, zij er altijd voor mij zal zijn. Mijn moeder uit de duizend!

Bommeke, ik zie je graag ❤️.

Lividum Lifestyle Challenge

6 weken geleden begonnen mijn chubby hubby en ik via Crossfit Lividum – waar we al een tijdje sporten – met een lifestyle challenge. We werden met de andere deelnemers ingedeeld in teams, elk onder leiding van een coach.logo lividumVoor aanvang van de uitdaging werden we gewogen en gemeten. Een eerste mokerslag. Onze weegschaal thuis werkte al maanden niet meer en ik had wel gemerkt dat sommige broeken te strak zaten, maar ik zat duidelijk nog in de ontkenningsfase. Bovendien is het heel confronterend wanneer een knappe, jonge gast je grootste vetrol zoekt en vastneemt om hem vervolgens te meten. Awkward, maar voor mij helaas nodig om die michelinband ook zelf in ware grootte te zien.

De challenge kort samengevat: er konden punten gewonnen worden door kleine dingetjes in je dagelijks leven aan te passen. Zeven uur slaap per nacht, geen gsm tijdens de maaltijden, dagelijks mediteren, een half uur trainen, 10 minuten werken aan die mobility, … In principe allemaal heel erg haalbaar.

We konden ook punten verliezen wanneer we dingen aten uit de verboden lijst. Voortaan geen suiker meer, geen brood, geen dierlijke melk, geen kaas, geen (light) frisdranken. Alleen nog veel water, thee en koffie, plantaardige melk, stevia of kokosbloesemsuiker, havermout, rijst en onbewerkt vlees en vis. We kregen dagelijks 5 punten cadeau.

Toen we de lijst een eerste keer doornamen, zakte de moed ons in de schoenen. We hadden veel vragen waarmee we gelukkig bij onze coach en teamgenoten terecht konden. Eén goede raad kregen we alvast mee: check de verpakking! Staat er suiker in de ingrediëntenlijst, dan is het een no go. Jezus! Werkelijk in alles wat er in de winkel te kopen, valt verstopt men suiker. Veel zelf maken dus. Het leek een hele opgave in het begin en ik zocht me rot naar zoete receptjes zonder suiker, want die drang naar zoet was sterk. We gingen cold turkey, het deed zelfs af en toe bijna fysiek pijn. Gelukkig nam die drang na een viertal dagen af en viel er heel lekker te kokkerellen met de voedingsmiddelen die toegestaan waren. In het team waar ik zat was iedereen heel enthousiast en werden receptjes en aanmoedigende berichtjes gedeeld.

Ik kocht me arm aan verse zalm en avocado’s. Lekker en gezond, maar duur. Ik kookte twee tot drie verschillende potjes per maaltijd: challenge proof, kids proof en allergie proof! Ik bakte wekelijks havermoutkoekjes en bananenbrood. In het begin gezoet met stevia, maar dat was al snel niet meer nodig.

Er vielen ook punten te winnen met sporten. Dit was een motivatie om weer wat serieuzer te gaan trainen. Het groepsgevoel in de gym leefde helemaal op door de challenge en gaf iedereen duidelijk een boost om er weer wat harder tegenaan te gaan. Ook ik sleepte mezelf weer minstens drie keer per week naar Lividum en dat gaf resultaat. Er werd progressie gemaakt in de voorbije 6 weken. De kilo’s die ik verloor, hang ik voortaan extra aan de barbell.

De meest overbodige kilo’s gingen er snel af, er kwam langzaamaan weer wat meer vorm in mijn lichaam. Heel mooi meegenomen, maar het leukste was de fitheid die weer opdook: veel minder dipjes doorheen de dag, een opvallend betere nachtrust, meer energie, … verrassend hoe snel mijn lichaam positief reageerde op de verandering.

Tijdens de week was de nieuwe levensstijl een fluitje van een cent. Zondigen gebeurde, maar met mate én steeds met een goed excuus. Het leven is en blijft een feest, daar moeten we maar mee leren omgaan.

Het weekend deed echter veel van de behaalde resultaten teniet. Het leek wel de Processie van Echternach: twee of drie stappen vooruit om er dan weer een grote terug te zetten. Genieten gaat in ons gezin heel erg samen met gezellig tafelen, eten en drinken. Daar verandering in brengen blijkt heel moeilijk, al werden er de voorbije weken ettelijke kilo’s minder frieten gegeten en vele liters alcohol minder binnen gekapt. Ik geef het toe, we waren slecht bezig …

De challenge eindigde op Pasen. We werden weer gewikt en gewogen. Samen verloren mijn ondertussen niet meer zo chubby hubby en ik 11 kilo waarvan slechts een derde op mijn rekening komt te staan. Heel frustrerend als je weet dat ik mij veel strenger aan de regeltjes heb gehouden dan die valsspeler naast mij.

De Lividum Lifestyle Challenge zit erop, maar wij gaan voorlopig door. We namen een vliegende start en 6 weken is lang genoeg om je hele systeem te resetten. Ik raakte dit jaar nog geen paasei aan, zonder dat het me veel moeite kost en dat mag je gerust een klein mirakel noemen.

Volgend jaar word ik 40. Dan zou ik graag in topvorm zijn en een paar maatjes kleiner kunnen shoppen. Na deze 6 weken lijkt dat voornemen plots weer haalbaar.

notadiet

Schijn bedriegt

Af en toe deel ik een blogpostje op facebook. Héél af en toe, wanneer ik denk dat het misschien toch wel een leuk stukje is. Er volgen dan reacties, toffe en positieve commentaren, bemoedigende woorden.

Wanneer het een verhaaltje over pleegzorg is, valt het op dat veel virtuele vrienden me een fantastische mama vinden. Dat we zo’n geweldig gezin zijn. Hoe prachtig het is wat we doen. Het streelt mijn ego, daar ga ik niet flauw over doen, maar tegelijkertijd voel ik me de grootste bedriegster die er bestaat. Ik voel me namelijk allesbehalve een geweldige mama.

Ik roep, ik tier, ik zeur … Dagelijks. Meerdere malen per dag. Ik kan hen soms niet rond me verdragen. Ik stuur hen wandelen wanneer ze zonder woorden om affectie vragen. Ik laat hen schaamteloos uren tv kijken of gamen om zelf even te kunnen niksen. Ik blijf al eens ’s ochtends in bed liggen terwijl zij beneden het kot afbreken en de snoepkast plunderen. Ik verwaarloos hen, laat hen aan hun lot over, denk alleen maar aan mezelf …

Mijn kinderen gedragen zich soms als een bende onbeschofte, ongemanierde wilde dieren. Meestal alleen maar thuis, maar soms ook op een ander en dan bekruipt me een gevoel van schaamte. Dan voel ik me een gefaalde moeder die door de mand valt, betrapt, in de val gelokt en voor schut gezet door haar eigen vlees en bloed.

‘s Avond kruip ik in bed met een torenhoog schuldgevoel en sus mezelf in slaap in de overtuiging dat het vanaf morgenvroeg allemaal anders zal zijn. Dat ik mijn kinderen alleen maar complimentjes zal geven en knuffels in plaats van boze blikken en verwijten. Dat dan alle problemen vanzelf zullen verdwijnen en we eindelijk het perfecte gezinnetje zijn, een soort van familie Von Trapp in plaats van familie Flodder.

Maar soms valt alles toch heel mooi in de plooi. Er zijn van die momenten dat ik zen ben en de kinderen happy. Dan knuffelen we, lachen we en zijn we intens gelukkig. Dan zie ik hoe de grootste zich liefdevol om de kleinste ontfermt. Hoe de andere twee samen uitdokteren hoe iets werkt. Hoe ze elkaar troosten, helpen, complimentjes geven en aanmoedigen. Dan durf ik heel voorzichtig denken dat ik het misschien toch niet zo slecht doe, dat er nog hoop is voor mijn kinderen.

Ach, ik overdrijf een beetje. Ik vergroot het uit en vergeet hier en daar het woordje soms, maar het is er wel … altijd … het gevoel een slechte moeder te zijn, niet goed genoeg mijn best te doen.

Ik weet dat heel veel mama’s hiermee worstelen. Daarom heb ik maar één goed voornemen gemaakt voor 2018: de mama’s, de ploetermoeders om mij heen op tijd en stond laten weten dat ze goed bezig zijn, dat ze fantastische mama’s zijn.

Wie weet, als we het vaak genoeg te horen krijgen, geloven we het na een tijdje ook echt. Want geef toe, er is niets leuker dan een complimentje krijgen. Het geeft je vleugels, al is het maar heel even.

1 maart 2018: complimentendag

img_3249

 

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!

Column #2: Pleegzorg – over graag zien en gebroken harten

Zelf beschouwen we hem als ons eigen kind en houden we even veel van hem als van de rest. Dat gaat verrassend vanzelf, dat groeit spontaan. Dan vergeet je weleens dat dat voor de mensen rondom je gezin niet zo is.

Sommige mensen die je andere drie kinderen automatisch in hun hart sluiten hebben blijkbaar meer tijd nodig om dat met de vierde ook te doen.

Bij enkelen komt het helaas nooit. Je kan het hen natuurlijk niet kwalijk nemen. Wij kozen voor pleegzorg, zij niet.

Ik snap dat dat liefdevolle gevoel er bij hen niet is, daar kan ik echt wel begrip voor opbrengen. Wat ik echter niet begrijp, is dat je je daar als volwassene niet kan overzetten en je even verplaatsen in het kind, het welzijn van het kind voorop stellen.

Het breekt mijn fragiele moederhart wanneer ik denk aan dat moment in de toekomst waarop onze pleegzoon zal beseffen dat niet iedereens hart groot genoeg is om ook hem een plekje te geven. Dat niet iedereen genoeg liefde heeft om ook hém gewoon graag te zien.

Het zit ‘em in de details: vergeten verjaardagen, geen sms’je op zijn allereerste schooldag, geen tijd om te babysitten, minder of zelfs geen centjes op speciale dagen … Hij is nog klein nu, hij kan nog niet lezen of rekenen. Het gaat voorlopig aan hem voorbij. Maar ooit

Misschien zit ik er te dicht op, want ik wil mijn kind beschermen. Hij zal ooit beseffen dat hij anders is en dat zijn wereld complexer in elkaar zit dan die van zijn broer en zussen. Dat hij een echte moeder heeft die niet voor hem kon zorgen. Daar zal nog heel wat verwerking aan te pas komen, veel vragen en ongetwijfeld verdriet. Hij zal zijn andere papa, tussen de bezoeken door missen, verscheurd worden tussen ons en hem, zich schuldig voelen omdat hij ons allemáál graag ziet.

Ik was er altijd van overtuigd dat iedereen het kan, een pleegkind een thuis geven en het (even) graag zien. Gaandeweg besef ik helaas meer en meer dat dit niet het geval is.

Maar … er is nog hoop voor de mensheid. Het gaat hier gelukkig over een zeer kleine minderheid die jammer genoeg een grote indruk nalaat. De meeste mensen rondom ons verrassen ons met hun grenzeloze hart, ontroeren ons met de overvloed aan liefde en knuffels voor ons ventje, met hun medeleven, oprechte interesse en begrip.

Daar kunnen we alleen maar heel dankbaar om zijn. Ze beseffen het waarschijnlijk zelf niet, maar ze maken echt het verschil voor ons, voor hem, voor pleegzorg.

Photos of “Every year we take a photo in front of that door @bokrijk Reality check time flies, my kids are…” (1)

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?

Column Kleurrijk #1

Proud to announce: mijn eerste column gepubliceerd in het magazine ‘Kleurrijk’ van Pleegzorg Provincie Antwerpen.

De deadline van deze column – mijn allereerste by the way – valt toevallig samen met de verjaardag van ons jongste zoontje, Laurens. In tegenstelling tot de verjaardagen van onze andere drie kinderen word ik die dag niet overspoeld door de herinneringen aan zijn geboorte. We vieren uitbundig zijn verjaardag maar voor de rest zijn er weinig emoties mee gemoeid, om de simpele reden dat we er niet bij waren toen hij voor het eerst van zich liet horen.

De periode dat deze Kleurrijk in jullie brievenbus valt daarentegen, roept elk jaar mooie herinneringen op. Hét telefoontje van pleegzorg, in allerijl een crèche en babyspullen zoeken, de rit naar het ziekenhuis en dan… dat piepkleine, hulpeloze wezentje dat daar in zijn knalblauwe pyjama onder een klein, oranje dekentje lag. Moederziel alleen, wachtend op ons, op onze liefde, onze knuffels en warmte.

Hij kwam bij ons in crisisopvang maar nu drie jaar later maakt hij nog steeds deel uit van ons gezin. We hebben al een hele weg afgelegd met veel wondermooie momenten maar af en toe ook verdriet en zorgen. Na het eerste anderhalf jaar zonder bezoeken noch contacten waren we haast vergeten dat hij niet echt van ons was. Zijn mama wist dat ze niet voor hem kon zorgen en was enorm dankbaar dat wij hem wilden geven wat zij niet kon bieden. Er was een klik met haar en de weinige keren dat ze op bezoek kwam, hadden we telkens een gezellige koffieklets maar interesse in haar kind toonde ze helaas nooit. Ze gaf het dan ook snel op en verbrak zo goed als elk contact.

Toen zijn vader plots ten tonele verscheen en de bezoeken werden opgestart, bloedde ons hart. Maar alles went en een mens kan meer aan dan hij denkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben uit ons pleegzorgverhaal.

De bezoeken en het contact met de papa verlopen goed. Een gezin met vier kinderen vergt sowieso heel wat organisatie en de tweewekelijkse bezoeken inplannen in een weekend met voetbalmatchen, muzieklessen, verjaardagsfeestjes en uitstapjes is niet altijd even simpel maar gelukkig is alles bespreekbaar en kan er al eens geschoven worden met de bezoekuren.

Het is me wat, je gezin openstellen voor een ander zijn kind en je hart eraan verliezen. De onzekerheid, de emoties, de angst voor wat de toekomst brengt… Maar het is en blijft de moeite waard. Het is een verrijking voor je gezinsleven, een eye opener, een blik op een totaal andere wereld waar je eigenlijk liever zo weinig mogelijk van af weet maar waar je willens nillens van heel nabij mee geconfronteerd wordt.

Voor de meesten van jullie zal dit herkenbaar zijn. Of net niet. Ieder verhaal is anders maar ik hoop jullie de komende tijd te kunnen boeien met óns verhaal, ons avontuur, ons leven als (pleeg)gezin. Ik kijk er alvast naar uit om af en toe een beetje van onze chaos met jullie te delen.

Stop de tijd

Heeft het te maken met het naderende einde van 2017, ik weet het niet, maar de laatste tijd overpeinzen we regelmatig de dingen. Het leven. Ons leven.

Elke keer opnieuw komen we tot het besluit dat het goed is zoals het is. Dat er niks meer moet veranderen, niet het kleinste detail. Alles lijkt te kloppen … evenwicht, balans, controle.

Controle over alles wat ons het liefste is: ons gezin, onze kinderen. Voorlopig vormen we nog één blok. Altijd samen op pad, samen thuis, samen ruzie, samen gelukkig. Maar dat kan niet blijven duren. De tijd kan je niet stoppen. Onze kinderen groeien, worden ouder, zelfstandiger en hebben ons minder nodig.

Voorlopig weten wij, als ouders, altijd waar onze kinderen zijn. Wij bepalen waar en met wie ze zijn. Ze zijn veilig. Maar ooit zal het anders zijn. Ooit zullen ze thuis vertrekken en van het leven gaan genieten, van hun vrijheid proeven. Ze zullen van het ene feestje naar het andere trekken. Ze zullen omgaan met mensen die je niet kent en op plaatsen vertoeven die jij niet kent. Ze zullen je vertrouwen op de proef stellen én beschamen.

Maar hopelijk komen ze steeds terug. Zoeken ze steeds weer de geborgenheid en veiligheid op van ons gezin. Ik hoop het …

Het is nu moeilijk te vatten, maar ooit zullen we niet elke seconde van elke dag weten waar onze vier schatten uithangen. Ze zullen niet langer elke nacht onder ons dak slapen.

Loslaten heet dat dan. Een onvermijdelijk iets, maar zolang het niet moet, gaan we het niet doen. En gaan we genieten van onze kroost, dicht bij ons, altijd bij ons, 24/7, …

Schreef ik daar ooit geen stukje over? Over die ettertjes die werkelijk altijd rond mij hangen? Zelfs wanneer ik op toilet zit of eindelijk eens onder de douche sta?

Ach ja, je weet wel wat ik bedoel. Als ouders groeien we ook, hoop ik. Ooit zullen we er de voordelen van zien, zullen wij ónze herwonnen vrijheid appreciëren en met beide handen grijpen.