Lang leve Jefke

Ons Jefke is jarig. Elf wordt hij al. Elf jaar geleden kwam hij ter wereld, helemaal zoals we het gepland hadden. Thuis, in bad, zonder problemen.

Voor ons tweede kind gingen we het opnieuw proberen: thuis bevallen. De eerste poging met onze oudste eindigde uiteindelijk toch in het ziekenhuis. Het vertrouwen in onze vroedvrouwen van het Geboorte Informatiecentrum in Geel was gebleven. Hoe zij ons, ook in het ziekenhuis, bijstonden … daar zijn geen woorden voor! De begeleiding tijdens de zwangerschap was ook deze keer weer een verademing. Geen steriele bedoening, maar aandacht voor de vrouw, het lichaam én de geest. De toekomstige vader, zelfs de andere kinderen van het gezin worden erbij betrokken. Een heerlijke ervaring!

Op 23 november 2007, ’s ochtendsvroeg begonnen de weeën. Vroedvrouw Jo (die eigenlijk een man is) werd opgebeld. Hij zou tegen de latere ochtend aan wel eens langskomen. Zo gaat dat met die vroedvrouwen, die zijn er allemaal heel erg gerust in. Ze vragen aan de partner hoe de vrouw is en weten dan uit ervaring of er al dan niet haast bij is.

De grote zus werd naar school gebracht en niet veel later was Jo daar. Hij ging ook weer even weg, er stond nog een afspraak op de planning. Geen reden tot paniek. Ik voelde me toch niet zo op mijn gemak. We woonden toen namelijk op het appartement boven de zaak waar mijn wederhelft werkte. Handig, behalve wanneer je moet bevallen. Het is dan bijvoorbeeld geen probleem om beneden snel nog even wat klanten verder te helpen en, waarom ook niet, in de rapte nog een auto te verkopen. Ondertussen gingen mijn weeën rustig door en probeerde ik in mijn eentje de pijn op te vangen. Af en toe kwam Gert eens kijken of het nog lukte. Lief van hem.

De geest is een sterk iets, want zonder de juiste steun en zolang ik me niet 100% op mijn gemak voelde, kwam er geen schot in de zaak. Toen Jo dan eindelijk terug was en ook bleef, ging het in een snelvaart vooruit. De weeën kwamen sneller, het bad werd gevuld, Gert trok zijn werkoverall dan toch uit en week niet meer van mijn zijde. Eens in bad was het niet meer te stoppen en binnen het uur ving Gert onze zoon op en legde dat kleine Jefke in mijn armen, aan de borst. Onze vroedman Jo keek de hele tijd vanop een afstand toe en deed eigenlijk niet veel meer. De natuur zijn gang laten gaan en vertrouwen hebben, meer niet.

Terwijl Gert en ik in de badkamer nog even samen genoten van onze zoon , maakten Jo en de intussen aangekomen assistente een gezellig nestje in de zetel. We verhuisden naar daar en onmiddellijk kreeg ik een heerlijk zoet, warm drankje op basis van melk dat de naweeën draaglijker zou maken. Ze gaven me een ontspannende voetmassage. Er werd een geurkaarsje aangestoken. Pure verwennerij voor lichaam en geest. De sfeer die thuis hing, stond in schril contrast met die in de verloskamer drie jaar eerder.

De grote zus kwam thuis en mocht met de vroedvrouw mee de eerste testjes doen. Kleine broer werd goedgekeurd! Tegen de avond aan zag Jo dat hij niet langer nodig was en vertrok weer. Hij zou de volgende dagen elke voormiddag even langskomen om de nodige controles te doen.

Het opperste gezinsgeluk in je eigen huiselijke warmte ervaren, is voor ons onbetaalbaar. ’s Avonds gewoon in je eigen bed kunnen kruipen met je baby’tje naast je. ’s Nachts niet gestoord worden door een verpleegster om de zoveel uur. Je oudste dochtertje niet moeten missen. Kleine details, maar voor ons van grote waarde.

Dat kleine Jefke is nu al een hele kerel. Ene die elke dag een warm bad neemt omdat hij daar naar eigen zeggen rustig van wordt. Hij maakt het ons niet altijd even makkelijk. Zijn grote drang naar vrijheid en zijn innerlijke onrust maken van ons gezinsleven vaak een hele uitdaging.  Zijn humor, zijn lieve knuffels en kusjes, zijn enorme behoefte aan liefde en warmte maken dat dan weer ruimschoots goed.

Jef, geniet van je verjaardag! We zien je graag, elke dag opnieuw.

img_7411

Lang leve Josefien

Bij ons beginnen de feestdagen al in oktober. Dan is Josefien jarig. Vanaf dan volgen de verjaardagen elkaar in sneltempo op. Een echte feestmarathon die pas eindigt op 1 januari.

We beginnen dus met Josefien.

Zij werd dit weekend in de bloemetjes gezet. Uitgebreid. Eerst met de vriendjes van de klas. Dan met de familie. We vieren graag. Dat had je misschien al wel door.

Tussen alle feestvreugde door staan we toch ook altijd even stil bij hoe het destijds, nu acht jaar geleden allemaal verliep. Turbulent, traumatisch, emotioneel … Kortom, het was miserie. Die miserie begon al heel vroeg in de zwangerschap, bij de eerste bloedafname.

‘Proficiat, u bent zwanger, maar … ‘

‘Maar wat?’

‘Je bent besmet met toxoplasmose. We starten direct met medicatie om de kans op besmetting van het vruchtje te beperken. 6 tabletten antibiotica per dag en dat tot we een vruchtwaterpunctie kunnen doen om zo vast te stellen of het vruchtje ‘beschadigd’ is of niet.’

Een beetje van slag, uit het lood geslagen, maar de angst slaat pas echt toe wanneer je begint te googlen en je alle mogelijke worstcasescenario’s voorgeschoteld krijgt. Hoe vroeger in de zwangerschap, hoe meer kans op besmetting en schade aan de foetus. Ernstige afwijkingen, mentale achterstand, oogproblemen, blindheid …

De kans was er dat dat baby’tje in mijn buik niet gezond ging zijn, een leven lang veel zorgen zou nodig hebben. Dan denk je als moeder in de eerste plaats aan die andere twee kleintjes die thuis rondlopen, aan de impact op hen, op ons gezin. Kunnen we dat wel aan? Zijn we als gezin sterk genoeg? Willen we het onze andere kinderen aandoen?

Diep vanbinnen dachten we allebei hetzelfde. Neen! En eerlijk, hadden we toen een gynaecoloog gehad die niet verbonden was aan een ‘katholiek’ ziekenhuis en een ethische commissie, dan hadden we de zwangerschap afgebroken. Daar voelen we ons nu nog schuldig over.

Soms, wanneer we haar samen gadeslaan, kijken we naar elkaar en zeggen heel stilletjes: stel je voor dat we toen … Maar toen, toen was er gelukkig Dokter Persyn Junior die ons probeerde gerust te stellen en alles van heel dichtbij opvolgde.

Maar toch, het was ongetwijfeld de donkerste en zwaarste periode uit mijn leven. Door de reële kans dat het niet goed zou komen, vertelden we niemand dat ik zwanger was. Zelfs thuis werd er niet over gepraat. Mijn buik groeide ook niet. Ik durfde niet blij te zijn. Ik voelde me niet zwanger. Alleen maar … slecht.

We overleefden de eerste helft van de zwangerschap en konden de verlossende vruchtwaterpunctie laten doen. Verlossend inderdaad, want er waren geen tekenen van een acute infectie van de foetus. Geen schade aan de oogjes, de hersentjes leken ok.

‘Je mag stoppen met de antibiotica, mevrouw. Het ziet er op het eerste zicht goed uit. 100% zekerheid is er echter nooit.’

Geen 6 pillen meer per dag. Voor de eerste keer in 5 maanden een beetje gerust gesteld en voorzichtig blij. We vertelden onze familie eindelijk het heuglijke nieuws en vanaf toen haalde mijn buik op een wonderbaarlijke wijze zijn schade in. Op een week tijd was ik 5 maanden zwanger.

Beetje bij beetje lukte het de knop in mijn hoofd om te draaien en begon het genieten. Toch bleef er een stemmetje in mijn hoofd zitten dat me steeds opnieuw met de voeten op de grond zette. Niet té blij zijn, er zal nog wel iets mislopen, deze zwangerschap is gedoemd van in het begin.

Het leek ook zo toen ik begin september op weg van school naar huis de auto in de prak reed. Perte totale, dus de schok was enorm. Weer angst om dat baby’tje in de buik. Gelukkig stelde Persyn Senior ons gerust na een grondig onderzoek en een paar uurtjes aan de monitor. Eind goed al goed. Voorlopig …

’s Ochtends vroeg 14 oktober 2010, een maandje te snel. Kleine broer moest naar toilet. Ik hef hem op de pot en voel een warme gloed langs mijn benen. Oeps, ik denk dat mijn water gebroken is. Wanneer ik kijk, zie ik bloed, allemaal bloed. Veel te veel om me geen zorgen te maken.

Ambulance, paniek, geen beweging meer in de buik, nog meer paniek, pure angst. Een grote zus die enthousiast roept dat het broertje of zusje eraan komt. Een kleine Jef die zich voorzichtig tegen mij aan vlijt en stille traantjes weent.

In het ziekenhuis halen ze een echoapparaat en zoeken de hartslag van de baby. Tevergeefs. Dan beginnen de tranen voor de eerste keer te stromen en wel honderd keer zeg ik tegen mijn man ‘Ik heb het toch gezegd dat het nog fout ging lopen. Ik wist het. Het is dood. Het is gedaan.’

De tranen blijven komen, maar tegelijkertijd ontspant mijn lichaam zich eindelijk en plots beweegt mijn buik. Iedereen schiet recht en krijgt weer hoop. Er wordt een ander echoapparaat gezocht en dat vindt zonder veel moeite een vrolijke hartslag. Het mooiste geluid dat ik ooit te horen kreeg.

Het vorige apparaat bleek kapot te zijn.

De gynaecoloog die er ondertussen bijgekomen was, besloot een spoedkeizersnede te doen en een paar uur later kon ik mijn dochtertje in de couveuse gaan bewonderen. Kerngezond was ze.

Ik wou dat ik kon zeggen dat ik daarmee de voorbije acht maanden op slag vergeten was, maar dat is niet zo. Acht maanden in spanning leven hakt er in en tot op vandaag krijg ik kippenvel wanneer ik erover praat.

Ook tijdens het schrijven moet ik af en toe de tranen bedwingen, maar hé, er loopt hier wel een pracht van een meid rond die elke dag ons leven zoveel mooier maakt.

Stel je voor dat we toen …

Côte d'Azur 014

Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder

Te weinig van mij voor iedereen

“Mama, ik heb kaka gedaan!”

“Ik kom eraan, eerst nog even je zus haar haren kammen. Mooi blijven zitten, he!”

Wanneer ik op weg ben om de kleinste zijn billen te vegen, vraagt de oudste me waar die donkere jeans is met die letters op.

“In jouw kast, Marie!”

“Nee, mama, die met die andere letters.”

“In de was, op de draad, op de strijkplank of in de mand die al drie dagen op de trap staat om mee naar boven te nemen …”

Terwijl ik dat zeg, merkt mijn linkeroog een plas melk op de grond en mijn rechteroog een half opgegeten appel onder de salontafel.

“Wie heeft er hier verdorie gemorst! En wie heeft zijn appel hier laten liggen! We verspillen geen eten en we ruimen onze eigen rommel en viezigheid op. Hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen! Jef, pak een schoteldoek en kuis dat op. Josefien gooi die appel bij de kippen.”

Dit oponthoud doet me de kleinste vergeten die ondertussen heel flink zelf zijn billen probeerde te vegen met de halve wc-rol waardoor het toilet verstopt zit.

“G*dverd*mme!!!”

Terwijl ik de natte brij toiletpapier met een pollepel uit de pot in een emmer aan het scheppen ben, roept de volgende al.

“Mamaaaaa, ik heb dorst!”

“Sta recht en pak het zelf. Je weet alles staan.”

Ondertussen is de hond het huis in geglipt op zoek naar stinkende kousen en vuile onderbroeken. Het is zo’n exemplaar met te korte poten en hele lange oren die altijd over de grond slepen en binnen een spoor van viezigheid achterlaten.

“Mama, wil je met mij een spelletje spelen? Je zegt al drie dagen dat je dat met mij gaat doen …”

“Vraag het maar aan papa.”

“Schatje, waar liggen de Uno-kaarten?”

Are you F*CKING kidding me?

Ik doe mijn best en probeer een alomtegenwoordige moeder te zijn, maar soms lijkt er gewoon niet genoeg van mezelf te zijn voor iedereen.

Het gaat niet alleen om de dagdagelijkse taken en brandjes die geblust moeten worden, dat is nog het minste waar ik me zorgen over maak. Vaak gaat het ook om aandacht en liefde, knuffels en zeemzoete blikken.

De jongste krijgt sowieso zijn portie omdat hij nog veel hulp nodig heeft en constant aan mijn rokken hangt. De tweede jongste is een floddermie en vraagt onomwonden de aandacht en liefde die ze nodig heeft en soms tekort komt. De oudste zoon eist meestal de aandacht op een negatieve manier op, waardoor veel van mijn energie verloren gaat, ten koste van de anderen. De puberdochter is ondertussen op een leeftijd gekomen dat die aandacht van mama niet meer zo nodig hoeft. Dat zou gemakkelijk moeten zijn, maar het kwetst mijn tere moederziel.

Het is schipperen tussen wat er in mijn hoofd allemaal moet gebeuren om het huishouden niet te laten ontsporen en wat de kinderen verlangen en verdienen. Ze verdienen mijn knuffels, ze snakken naar mijn liefde, maar mijn schoot is soms te klein en mijn armen te kort om ze allemaal tegelijk te geven wat ze zonder woorden vragen.

En eerlijk, te vaak zijn de was en de plas in mijn hoofd belangrijker dan die vier wezentjes van vlees en bloed die tastbaar voor me staan.

“Kijk maar wat tv! Ik kom er straks bij zitten. Ik moet nog gauw even 5 wasmanden strijk wegwerken.”

Nog twee weken ploeteren en dan zal het allemaal anders zijn. Eventjes toch … Dan is papa er om het roer af en toe over te nemen. Dan komt er 50% van mij vrij en kan ik de moeder zijn die ik wil zijn. Eentje die alle tijd van de wereld heeft om knuffels te geven en spelletjes te spelen. Of om aan de rand van het zwembad mijn kinderen gade te slaan en overspoeld te worden door een gevoel van trots en contentement. Wie weet is er zelfs nog tijd voor een boek.

Ik denk dat ze dat vakantie noemen …

Moederkesdag

Moeders … het is een ras apart. Er is je eigen moeder en je hebt je schoonmoeder. Misschien zelfs een plusmoeder of een grootmoeder waarvan je houdt als van een gewone moeder. En dan heb je ook nog jezelf, moeder van je eigen kinderen.

Ik denk dat elk kind zijn moeder graag ziet, net als elke moeder houdt van haar kind. Al neemt een moeder soms beslissingen waardoor je anders zou denken, ik ben ervan overtuigd dat het altijd toch ook een beetje uit liefde is.

Ik zie mijn moeder heel graag, elk jaar zelfs nog een beetje liever. We hebben niet bepaald een traditioneel parcours afgelegd en een tijdje ieder wat meer onze eigen weg gegaan, maar sinds de ware liefde in haar leven kwam en daarmee ook de rust, lopen onze paden weer gelijk.

Ze is een stille kracht die altijd achter mij staat. Zonder te oordelen of te veroordelen. Ik ben er zeker van dat ze er het hare van denkt, van de occasionele chaos in mijn leven, maar nooit zal ze laten blijken dat ze het afkeurt of niet begrijpt.

Ze beheerst de kunst van het helpen zonder het gevoel te geven dat je er een potje van aan het maken bent. Ze zal al eens een mandje vuile was meenemen en netjes gestreken terug afleveren zonder even fijntjes te vermelden dat er toch wel een héle grote hoop voor de wasmachine lag.

Wanneer ze een paar uurtjes thuis bij de kinderen blijft, zal ze de afwas doen die zich veel te lang heeft opgestapeld, en de afwasmachine leegmaken zonder te laten merken dat het aanrecht er toch wel héél rommelig bij lag.

Ik heb bewondering voor mijn moeder omdat ze destijds, hoe pijnlijk ook, voor zichzelf durfde te kiezen. Hoe ze daarna enorm hard werkte om haar dochters alles te kunnen geven. Hoe ze na elke tegenslag steeds weer de moed vond om terug te vechten en er weer te staan. Een sterke vrouw, noemen ze dat.

Ik hoop dat ook ik die kracht in me heb om er elke keer weer voor te gaan, maar ik ben er zeker van dat als ik het even echt niet meer zie zitten, zij er altijd voor mij zal zijn. Mijn moeder uit de duizend!

Bommeke, ik zie je graag ❤️.

Schijn bedriegt

Af en toe deel ik een blogpostje op facebook. Héél af en toe, wanneer ik denk dat het misschien toch wel een leuk stukje is. Er volgen dan reacties, toffe en positieve commentaren, bemoedigende woorden.

Wanneer het een verhaaltje over pleegzorg is, valt het op dat veel virtuele vrienden me een fantastische mama vinden. Dat we zo’n geweldig gezin zijn. Hoe prachtig het is wat we doen. Het streelt mijn ego, daar ga ik niet flauw over doen, maar tegelijkertijd voel ik me de grootste bedriegster die er bestaat. Ik voel me namelijk allesbehalve een geweldige mama.

Ik roep, ik tier, ik zeur … Dagelijks. Meerdere malen per dag. Ik kan hen soms niet rond me verdragen. Ik stuur hen wandelen wanneer ze zonder woorden om affectie vragen. Ik laat hen schaamteloos uren tv kijken of gamen om zelf even te kunnen niksen. Ik blijf al eens ’s ochtends in bed liggen terwijl zij beneden het kot afbreken en de snoepkast plunderen. Ik verwaarloos hen, laat hen aan hun lot over, denk alleen maar aan mezelf …

Mijn kinderen gedragen zich soms als een bende onbeschofte, ongemanierde wilde dieren. Meestal alleen maar thuis, maar soms ook op een ander en dan bekruipt me een gevoel van schaamte. Dan voel ik me een gefaalde moeder die door de mand valt, betrapt, in de val gelokt en voor schut gezet door haar eigen vlees en bloed.

‘s Avond kruip ik in bed met een torenhoog schuldgevoel en sus mezelf in slaap in de overtuiging dat het vanaf morgenvroeg allemaal anders zal zijn. Dat ik mijn kinderen alleen maar complimentjes zal geven en knuffels in plaats van boze blikken en verwijten. Dat dan alle problemen vanzelf zullen verdwijnen en we eindelijk het perfecte gezinnetje zijn, een soort van familie Von Trapp in plaats van familie Flodder.

Maar soms valt alles toch heel mooi in de plooi. Er zijn van die momenten dat ik zen ben en de kinderen happy. Dan knuffelen we, lachen we en zijn we intens gelukkig. Dan zie ik hoe de grootste zich liefdevol om de kleinste ontfermt. Hoe de andere twee samen uitdokteren hoe iets werkt. Hoe ze elkaar troosten, helpen, complimentjes geven en aanmoedigen. Dan durf ik heel voorzichtig denken dat ik het misschien toch niet zo slecht doe, dat er nog hoop is voor mijn kinderen.

Ach, ik overdrijf een beetje. Ik vergroot het uit en vergeet hier en daar het woordje soms, maar het is er wel … altijd … het gevoel een slechte moeder te zijn, niet goed genoeg mijn best te doen.

Ik weet dat heel veel mama’s hiermee worstelen. Daarom heb ik maar één goed voornemen gemaakt voor 2018: de mama’s, de ploetermoeders om mij heen op tijd en stond laten weten dat ze goed bezig zijn, dat ze fantastische mama’s zijn.

Wie weet, als we het vaak genoeg te horen krijgen, geloven we het na een tijdje ook echt. Want geef toe, er is niets leuker dan een complimentje krijgen. Het geeft je vleugels, al is het maar heel even.

1 maart 2018: complimentendag

img_3249

 

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!