Schijn bedriegt

Af en toe deel ik een blogpostje op facebook. Héél af en toe, wanneer ik denk dat het misschien toch wel een leuk stukje is. Er volgen dan reacties, toffe en positieve commentaren, bemoedigende woorden.

Wanneer het een verhaaltje over pleegzorg is, valt het op dat veel virtuele vrienden me een fantastische mama vinden. Dat we zo’n geweldig gezin zijn. Hoe prachtig het is wat we doen. Het streelt mijn ego, daar ga ik niet flauw over doen, maar tegelijkertijd voel ik me de grootste bedriegster die er bestaat. Ik voel me namelijk allesbehalve een geweldige mama.

Ik roep, ik tier, ik zeur … Dagelijks. Meerdere malen per dag. Ik kan hen soms niet rond me verdragen. Ik stuur hen wandelen wanneer ze zonder woorden om affectie vragen. Ik laat hen schaamteloos uren tv kijken of gamen om zelf even te kunnen niksen. Ik blijf al eens ’s ochtends in bed liggen terwijl zij beneden het kot afbreken en de snoepkast plunderen. Ik verwaarloos hen, laat hen aan hun lot over, denk alleen maar aan mezelf …

Mijn kinderen gedragen zich soms als een bende onbeschofte, ongemanierde wilde dieren. Meestal alleen maar thuis, maar soms ook op een ander en dan bekruipt me een gevoel van schaamte. Dan voel ik me een gefaalde moeder die door de mand valt, betrapt, in de val gelokt en voor schut gezet door haar eigen vlees en bloed.

‘s Avond kruip ik in bed met een torenhoog schuldgevoel en sus mezelf in slaap in de overtuiging dat het vanaf morgenvroeg allemaal anders zal zijn. Dat ik mijn kinderen alleen maar complimentjes zal geven en knuffels in plaats van boze blikken en verwijten. Dat dan alle problemen vanzelf zullen verdwijnen en we eindelijk het perfecte gezinnetje zijn, een soort van familie Von Trapp in plaats van familie Flodder.

Maar soms valt alles toch heel mooi in de plooi. Er zijn van die momenten dat ik zen ben en de kinderen happy. Dan knuffelen we, lachen we en zijn we intens gelukkig. Dan zie ik hoe de grootste zich liefdevol om de kleinste ontfermt. Hoe de andere twee samen uitdokteren hoe iets werkt. Hoe ze elkaar troosten, helpen, complimentjes geven en aanmoedigen. Dan durf ik heel voorzichtig denken dat ik het misschien toch niet zo slecht doe, dat er nog hoop is voor mijn kinderen.

Ach, ik overdrijf een beetje. Ik vergroot het uit en vergeet hier en daar het woordje soms, maar het is er wel … altijd … het gevoel een slechte moeder te zijn, niet goed genoeg mijn best te doen.

Ik weet dat heel veel mama’s hiermee worstelen. Daarom heb ik maar één goed voornemen gemaakt voor 2018: de mama’s, de ploetermoeders om mij heen op tijd en stond laten weten dat ze goed bezig zijn, dat ze fantastische mama’s zijn.

Wie weet, als we het vaak genoeg te horen krijgen, geloven we het na een tijdje ook echt. Want geef toe, er is niets leuker dan een complimentje krijgen. Het geeft je vleugels, al is het maar heel even.

1 maart 2018: complimentendag

img_3249

 

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?

Stop de tijd

Heeft het te maken met het naderende einde van 2017, ik weet het niet, maar de laatste tijd overpeinzen we regelmatig de dingen. Het leven. Ons leven.

Elke keer opnieuw komen we tot het besluit dat het goed is zoals het is. Dat er niks meer moet veranderen, niet het kleinste detail. Alles lijkt te kloppen … evenwicht, balans, controle.

Controle over alles wat ons het liefste is: ons gezin, onze kinderen. Voorlopig vormen we nog één blok. Altijd samen op pad, samen thuis, samen ruzie, samen gelukkig. Maar dat kan niet blijven duren. De tijd kan je niet stoppen. Onze kinderen groeien, worden ouder, zelfstandiger en hebben ons minder nodig.

Voorlopig weten wij, als ouders, altijd waar onze kinderen zijn. Wij bepalen waar en met wie ze zijn. Ze zijn veilig. Maar ooit zal het anders zijn. Ooit zullen ze thuis vertrekken en van het leven gaan genieten, van hun vrijheid proeven. Ze zullen van het ene feestje naar het andere trekken. Ze zullen omgaan met mensen die je niet kent en op plaatsen vertoeven die jij niet kent. Ze zullen je vertrouwen op de proef stellen én beschamen.

Maar hopelijk komen ze steeds terug. Zoeken ze steeds weer de geborgenheid en veiligheid op van ons gezin. Ik hoop het …

Het is nu moeilijk te vatten, maar ooit zullen we niet elke seconde van elke dag weten waar onze vier schatten uithangen. Ze zullen niet langer elke nacht onder ons dak slapen.

Loslaten heet dat dan. Een onvermijdelijk iets, maar zolang het niet moet, gaan we het niet doen. En gaan we genieten van onze kroost, dicht bij ons, altijd bij ons, 24/7, …

Schreef ik daar ooit geen stukje over? Over die ettertjes die werkelijk altijd rond mij hangen? Zelfs wanneer ik op toilet zit of eindelijk eens onder de douche sta?

Ach ja, je weet wel wat ik bedoel. Als ouders groeien we ook, hoop ik. Ooit zullen we er de voordelen van zien, zullen wij ónze herwonnen vrijheid appreciëren en met beide handen grijpen.

Brillenkas

Onze jongste dochter moet een bril dragen. Toen de oogarts tot die conclusie kwam, deed het me wat. Heel even, maar totaal onverwacht schoot mijn gemoed vol.

Nadien vroeg ik me af waarom. Het is toch niet zo erg dat onze dochter een bril moet dragen. Integendeel zelfs, het heeft iets en het past bij haar. Ze is niet doorsnee, niet zoals alle andere kinderen. Ze is anders …

Misschien net daarom dat mijn moederhart zich even roerde. Ik hou er wel van dat ze een beetje anders is, eigenzinnig. Er is niets zo mooi als een kind dat op één of andere manier niet mooi in het rijtje loopt, maar – vaak door slechts kleine details – uit de massa springt. Als volwassene vind je dat mooi, maar voor leeftijdsgenootjes is het vaak een mikpunt van spot, een aanleiding tot pesten.

Stel je voor dat haar klasgenootjes haar gaan uitlachen. Mijn hart breekt als ik daaraan denk. Anderzijds weet ik dat onze jongste dochter niet op haar mondje gevallen is en het nodige haar op de tanden heeft. Ze zal ongetwijfeld een gevatte repliek uit haar mouw schudden om de eventuele plaaggeesten op hun plaats te zetten. Way to go, girl!

Zelf vindt ze het stiekem best leuk om voortaan een brilletje te dragen, al houdt de mening van de klasgenootjes haar ook bezig. Ik denk dat ze het zelf ook een pluspunt vindt om niet doorsnee te zijn. Onze oudste dochter vindt tegenwoordig alles wat niet perfect in maatschappelijk aanvaardbare rijtje past ‘gênant’. Onze jongste vindt het dan eerder interessant en spannend.

Het is ok om anders te zijn, maar ik ben er ook van overtuigd dat niet ieder kind sterk genoeg in zijn schoenen staat om zijn ‘anders zijn’ te aanvaarden, om er het voordeel van in te zien en er vervolgens zijn sterkte uit te halen. Het blijft moeilijk om de mening van anderen naast je neer te leggen, zonder boe of ba. Om je middelvinger met volle overtuiging op te steken naar al die anderen die denken dat ze beter zijn.

Bij onze dochter gaat het nog maar om een brilletje, maar ik weet dat dit slechts het begin is. Iets in mij zegt me dat ze nog vaak verrassend en origineel uit de hoek zal komen. Haar sterke wil, uitgesproken karakter en speciale kantje komen meer en meer naar boven. En eerlijk gezegd kan ik niet wachten om het allemaal te ontdekken, hoewel  we ongetwijfeld nog vaak zullen vloeken en haar eigengereidheid verwensen.

brillenkas

 

 

Verloren zoon

We waren hem kwijt, onze zoon. Geen spoor meer van ons vurig, maar lief en bij wijlen vrolijk ventje. Hij werd ongemerkt vervangen door een onherkenbaar, nors, in zichzelf gekeerd jongetje. We noemden hem altijd al ‘licht ontvlambaar’, maar de laatste maanden was hij ronduit agressief. Een verkeerde blik, een achteloze aanraking, … alles kon zijn korte lontje doen ontsteken en dan kon je je maar beter uit de voeten maken. Scheldtirades, gebrul, gevloek, allerhande verwensingen, zelfs een slag of stoot … We kregen het allemaal naar ons hoofd geslingerd.

Op geen enkel moment was hij nog voor rede vatbaar. We hadden het gevoel alle grip op hem te verliezen. We werden bang voor de toekomst en dachten met doodsangst aan de puberteit die binnen enkele jaren alles zo mogelijk nóg complexer zou maken.

img_2372

We twijfelden aan onszelf, als ouders. Nóg meer dan anders. Wat deden we mis? Waren we te streng, of net te laks? Maakten we niet genoeg tijd voor onze kinderen? Meerdere keren stelden we onszelf en elkaar die vraag, vaak met de tranen in de ogen.

Op een bepaald moment voel je als ouder dat het niet meer lukt. Daar is niks mis mee, maar wat is het moeilijk om toe te geven dat je je kind niet meer de baas kan.  Het gevoel te falen in je belangrijkste taak, in je rol als moeder … het maakt je gelijk met de grond en raakt je tot in de kern van je bestaan.

Tijdens een gesprek op school legde zijn juf voorzichtig de link met de medicatie die hij ondertussen een jaar nam voor zijn ADHD. Zelf had ik daar ook al aan gedacht, en ja, we gaven het de laatste maanden meer, niet meer uitsluitend voor school, maar ook op vrije dagen om het thuis aangenamer te maken.

Ze verzekerde ons dat hij ondertussen een stevige basis van de leerstof had en dat het concentratieprobleen opgevangen kon worden. Reden genoeg voor ons om de Rilatine overboord te gooien, want dat was oorspronkelijk de enige reden waarom we vorig jaar toch onze toevlucht namen tot medicatie: zijn concentratieprobleem met als gevolg een grote leerachterstand.

img_2030
Wat er toen gebeurde, is moeilijk te geloven. Na amper 2 dagen keerde geleidelijk aan de rust in huis weer terug. Elke dag vonden we een stukje van onze zoon terug. Hij herontdekte de lego, de auto’s, zijn eigen fantasie en creativiteit. Hij zocht weer meer contact met ons, met zijn broer en zussen. Hij leefde minder en minder in zijn eigen wereldje en beleefde weer zichtbaar plezier in de interactie met de mensen om zich heen.

Na een week hadden we onze zoon helemaal terug. Vurig, maar handelbaar. Van al onze kinderen vraagt hij nog steeds de meeste aandacht en niet altijd op de juiste manier, maar er zijn weer meer goede dan slechte momenten. Hij heeft nog regelmatig uitbarstingen, maar krijgt zichzelf meestal weer net op tijd in de hand. Die zelfbeheersing was hij volledig kwijt.

Het is afwachten wat de invloed op zijn schoolresultaten zal zijn, maar eerlijk gezegd is dat het minst van mijn zorgen. Hij komt er wel, het is een volhouder, hij weet wat hij wil en gaat er ook voor.

Wij hebben onze zoon terug, hij is weer gelukkig en dat is voorlopig meer dan genoeg.

aandachtvragen

 

40 dagen zonder scherm

Voor de zomer werden we in ons gezin weer met een nieuw probleem geconfronteerd: onhandelbare kinderen die hun kostbare tijd voornamelijk doorbrengen voor allerlei schermen. Hun lichaamsbeweging beperkte zich vaak tot het slenteren van het ene scherm naar het andere. Wanneer ze aan tafel moesten komen, schreeuwden ze moord en brand, want de missie was nog niet afgerond of de zoveelste inhoudsloze serie was net zo spannend of bijna gedaan. Wanneer ze dan eindelijk aan tafel zaten, was de sfeer al zodanig verpest dat niemand nog zin had in een gezellige babbel.

Toegegeven, soms is het verdomd handig om je kinderen uren voor tv of PlayStation te laten hangen. Zo krijg je tenminste die achterstand strijk weggewerkt of de keuken voor het eerst in drie weken nog eens gedweild. Of, laten we eerlijk zijn, dan kan je zelf nog eens ongestoord een roddelboekje doorbladeren of genieten van de zon in de tuin.

Een gezin runnen is sowieso elke dag opnieuw een uitdaging, maar er zijn dagen dat het niet lijkt te werken. Dat de dynamiek in ons gezin knettert en iedereen even genoeg heeft van elkaar. Elke dag leek een strijd, de gezelligheid ver zoek.

’s Avond kruip je dan als ouders uitgeput en ontgoocheld in bed en lig je nog een uur samen te ventileren, alles op te noemen wat er mis is gelopen en te bespreken wie die dag de grootste onruststoker was. Vaak komen we dan in die late uurtjes tot verrassende conclusies en héél af en toe worden er zelfs heel voorzichtig oplossingen geopperd, maar uiteindelijk vallen we toch weer gewoon in slaap en hopen we de volgende ochtend, tegen beter weten in, dat het vanaf dan anders zal zijn.

Tot die ene avond … Er moest iets veranderen! De weinige échte gezinsmomenten waren een marteling geworden. Na een grondige nachtelijke analyse van ons gezinsleven kwamen we tot de conclusie dat – hoe kan het ook anders – de schuld niet bij de kinderen lag, maar bij onszelf. We gingen onze verantwoordelijkheid als ouders uit de weg. De uren dat we onze kinderen voor de tv, of bij uitbreiding voor een scherm lieten hangen liepen hoog op. Er was zelfs nog een scherm bijgekomen zodat de oudste zoon zijn eigen plekje had om zijn ding te doen. En onze kleinste zat ondertussen ook al liever in de zetel op mijn smartphone naar Bumba te kijken dan op de speelmat met autootjes te racen. Al onze principes waar we niet zo lang geleden nog zo veel belang aan hechtten, hadden we zonder het zelf te beseffen overboord gegooid.

We hadden het gevoel dat we onze kroost niet meer in de hand hadden. Ze leefden niet meer samen, maar ieder apart in hun eigen wereldje, hun eigen vierkante meter voor hun scherm. We wilden ons gezin terug en dat zou alleen maar lukken als we die vervloekte schermen lieten verdwijnen. Zo gezegd, zo gedaan: we gooiden de hele rotzooi de kelder in.

Tegen alle verwachtingen in reageerden de kinderen heel gelaten toen ze ’s ochtends merkten dat de schermen weg waren. Ze gingen onmiddellijk op zoek naar alternatieven. Er werd weer écht gespeeld met vergeten speelgoed én met elkaar. Ze waren nu aangewezen op elkaar waardoor ze weer écht met elkaar praatten, overlegden, compromissen sloten. ’s Ochtends werd er opmerkelijk langer geslapen. Zonder tv blijkbaar geen reden om op te staan.

’s Avonds maakten we fietstochtjes of speelden we met zijn allen in de tuin tot het donker werd. Zelfs een boek speelkaarten leek weer interessant. Ik had al snel het gevoel mijn gezin eindelijk terug te hebben. We waren een beetje meer het gezin dat ik wil zijn. We leefden weer mét elkaar en niet meer naast elkaar.

En toch staat er sinds een tijdje weer een groot, lelijk scherm in de woonkamer. De kinderen begonnen er meer en meer naar te vragen en zélf misten we het ook om op een regenachtige avond nog even gezellig op de bank een programmaatje mee te pikken of op zijn minst het journaal te zien.

Helaas moeten we vaststellen dat zodra de tv er weer stond, we met zijn allen onmiddellijk hervielen in onze oude gewoontes. Maar, de frisse herfstavonden komen er aan en dan maken we het ’s avonds vaak gezellig voor de buis met een hapje en een drankje. Dat is ook qualitytime ten top!

Toch zou ik dit ‘experiment’ graag af en toe herhalen. Al is het maar om de banden binnen ons gezin weer wat aan te halen als dat nodig is.