Week van de pleegzorg 2023

In het kader van de Week van de Pleegzorg vroeg een lieve dame van Het Huis van het Kind me of ik het zag zitten om pleegzorg in onze gemeente in de kijker te zetten. Zulke vragen … daar hoef ik niet over na te denken! Sinds 2013 zijn we een pleeggezin. Naast gewoon pleegmoeder te zijn van onze jongste kadee engageer ik me ook al jaren voor het promoten van pleegzorg bij het brede publiek, want het blijft een vrij onbekend thema waar hier en daar wel eens een taboe rond hangt. Zo deel ik royaal en tot vervelens toe pleegzorggerelateerde posts op sociale media, spreek ik als ‘ervaringsdeskundige’ pleegzorger op infoavonden in onze regio en schrijf ik columns voor het magazine Kleurrijk van Pleegzorg Vlaanderen dat elke pleegouder in de bus krijgt. Deze columns verschijnen ook op mijn blog ‘Leef Lach Lies’ waar ik regelmatig onze avonturen als (pleeg)gezin deel.

Ons gezin dat zijn mijn man Gert en ikzelf, Lies, met onze 4 kinderen: Marie (19), Jef (15), Josefien (13) en L (9). Nog voor we zelf kinderen hadden, vingen we elke schoolvakantie Hamza (ondertussen 24 jaar oud) uit Parijs op. Hij was lid van de Chiro in ons dorp, ging zelfs enkele keren mee op kamp en maakte de geboorte van onze eigen kinderen mee. Vele jaren later was de stap naar pleegzorg dan ook snel gemaakt. We startten met crisisopvang. Dit wil concreet zeggen dat er na een telefoontje ’s ochtends dezelfde avond nog een kindje mee aan de keukentafel zit. Deze vorm van pleegzorg was ons op het lijf geschreven: je moet heel flexibel zijn, niet al te fel gesteld op routine of dagelijkse sleur én van een uitdaging houden. We hadden de eer zo 4 kindjes op te vangen.

Zoals wel vaker gebeurt, zijn we dan naadloos in langdurige pleegzorg gerold. Een pasgeboren boeleke kwam in crisisopvang bij ons en maakt 9 jaar later nog steeds een onmisbaar deel uit van ons gezin. Je zal me niet horen beweren dat het altijd rozengeur en maneschijn is, maar het is en blijft op ontelbare vlakken een verrijking voor ons gezin. Het is wellicht niet voor iedereen weggelegd en misschien ben ik naïef, maar toch denk ik dat de meerderheid van de mensen genoeg ruimte heeft in zijn huis en hart om een kind in nood te geven wat het nodig heeft.

Waarom iemand of een gezin de sprong waagt als pleegzorger is voor iedereen anders. Wij besloten de stap te zetten omdat we ons heel bewust zijn van hoe goed we het hebben én dat dat lang niet voor iedereen zo is. We verdienen onze kost, zijn gezond en hebben familie en vrienden om op terug te vallen, indien nodig. Niet iedereen heeft zo’n vangnet. Niet iedereen heeft zo veel geluk als wij. Bovendien hopen we dat onze kinderen door het rugzakje dat elk pleegkind onvermijdelijk met zich meedraagt, beseffen dat hun doorgaans onbezorgde leventje allesbehalve een evidentie is. Of we daarin geslaagd zijn of zullen slagen, durf ik niet te zeggen, maar laat 1 ding duidelijk zijn: onze kinderen zijn in ons pleegzorgverhaal de echte helden. Het is als ouder hartverwarmend te zien hoe je kinderen steeds opnieuw schijnbaar moeiteloos en zonder nadenken hun thuis en hart openstellen voor een pleegbroertje of -zusje. Hoe ze zich al 9 jaar onvoorwaardelijk ontfermen over ons pleegzoontje en voor hem door een vuur gaan.

Het is geen evidente keuze, maar als alle mensen die – al is het maar een klein – kriebeltje voelen, de sprong durven te wagen, dan ben ik ervan overtuigd dat weinigen het zich zullen beklagen. Ik kreeg doorheen de jaren alle mogelijke redenen en terechte bedenkingen te horen om het niet te doen, maar ik heb maar één antwoord; Als er één ding is dat ik dankzij pleegzorg geleerd heb, dan is het dit: een mens kan veel meer dan hij/zij zelf denkt!

Lies

Vanop afstand

Ik probeer me onzichtbaar te maken. We zijn met zijn allen thuis. Dat betekent veel volk op een betrekkelijk kleine ruimte, vooral wanneer ook de twee oudsten de gezelligheid van beneden opzoeken in plaats van op hun eigen kamer te kruipen. Soms is het dan om gek te worden, als dat gewemel en geroezemoes rondom mij, maar vandaag niet. Het is een gezellige drukte.

Ik zit in de hoek van de woonkamer. Op zo’n hip, rond zeteltje onder een staanlamp. Ik heb een boek vast en doe alsof ik lees. Uit ervaring weet ik dat mijn huisgenoten me dan meestal gerust laten. Vanuit het zeteltje, kan ik vrijwel elk plekje in de woonruimte zien. Ik overzie de bedrijvigheid van mijn leven. Normaal gezien loop ik hier ook nog ergens rond. Wat oprommelen of een beetje strijken terwijl ik met een half oog tv kijk bijvoorbeeld.

De jongste dochter staat in de keuken het zoveelste receptje dat ze op Instagram zag, uit te proberen. De jongste zoon zit in de speelkamer op de grond met lego te spelen. De oudste zoon ligt languit in de zetel op zijn gsm filmpjes te kijken terwijl hij ook Netflix op de tv heeft opstaan. Ten strengste verboden hier thuis, maar ik laat hem. De oudste dochter zit ijverig aan de keukentafel voor school te werken, de gsm in de hand want daarmee staat ze in contact met het lief. De vader des huizes loopt wat ongemakkelijk rond. Hij twijfelt nog tussen productief zijn of lekker niks doen. Hij heeft duidelijk nog niet beslist.

Ik sla dit alles vanop een afstand gade. Ik hou ervan om als buitenstaander naar mijn eigen leven te kijken. Het biedt een ander perspectief en geeft soms verrassende inzichten. Je zit er niet midden in, waardoor er andere dingen in het oog springen. Het is zoals de rommel die je plots ziet rondslingeren wanneer je bezoek verwacht. Je bekijkt dan even alles door de ogen van een ander. Je ziet andere dingen. Spullen die er al wekenlang liggen en je nooit gestoord hebben, horen er plots niet meer en moeten sito presto weg. Dat zorgt dan voor een beetje stress waardoor ik op heel korte tijd veel werk verzet krijg.

Vanuit mijn zeteltje is dat echter helemaal anders. Dan ervaar ik geen greintje stress, integendeel. Ik geniet van de relatieve rust rondom mij. Ik ben fier op hoe we als gezin soms ook harmonieus kunnen samenleven. Met zes is dat allesbehalve evident. Maar vandaag lukt het dus wel en vandaag hou ik nog een beetje meer van mijn leven. Ik slorp het allemaal op en tank bij zodat ik een beetje reserve heb voor de minder idyllische momenten. Ik denk terug aan de tijd dat onze vier kinderen nog klein waren en ze haast altijd op een vierkante meter rondom mij leken te zwermen. Het was dan soms te veel, te druk, te luid. Onze buurvrouw zaliger zei destijds dat ik die periode moest koesteren en dat ik het ooit zou missen om al mijn kinderen altijd dicht bij me te hebben. ‘Yeah right’ dacht ik toen, maar ze bleek gelijk te hebben.

Dus ik geniet van mijn voltallige kroost dicht bij mij, vanuit mijn zeteltje met mijn boek dat ik nog lang niet uit heb.

44

Vierenveertig toertjes rond de zon. Laten we zeggen dat ik halfweg ben. Of toch bijna. 44 overwegend goede jaren. Jaren die beter en beter lijken te worden, maar ook hun sporen hebben nagelaten.

Sporen in mijn hoofd, zoals de ontelbare herinneringen waarvan sommigen haarscherp, maar velen stilaan vervagend.

Sporen op mijn hoofd, zoals de grijze haren die elke 6 à 7 weken weer te voorschijn komen. Dat vind ik niet zo erg, want het zorgt voor een glinstering wanneer de zon schijnt.

Sporen op mijn lijf. Striemen hier en daar door het voldragen van mijn kinderen. Ontelbare littekens die bewijzen dat ik niet bepaald een meisje-meisje was, maar een tomboy die in bomen klom en kattekwaad uithaalde. Bij vele littekens hoort een herinnering die ik koester. Het grootste litteken koester ik, hoewel het mijn buik danig ontsiert, maar het herinnert mij aan een oerkracht die in mij zit en die me, wanneer het nodig is, sterker maakt dan ik ooit dacht te zijn. Langs die lelijke lijn kwam mijn jongste dochter op de wereld. Tot ieders verrassing en opluchting gezond en wel.

Sporen op mijn gezicht. Rimpels die ondanks het smeren niet tegen te houden waren en me getekend hebben voor en door het leven. Het is bevreemdend soms om mezelf in de spiegel te zien, zoveel ouder dan ik me voel, maar wanneer ik dan gekke bekken trek, weet ik waar die diepe lijnen in mijn huid vandaan komen.

De lijnen in mijn voorhoofd vormden zich geleidelijk aan door regelmatig verwonderd te worden door al de mooie dingen en mensen om me heen. Verwondering voor de kleinste dingen. Verbaasd door het leven gaan, elke dag opnieuw, daar blijft een mens jong van. Jong van geest zodat het kleine kind in mij niet verloren gaat.

De diepe rimpels tussen mijn ogen, boven de neus kreeg ik door onophoudelijk en volhardend moeite te doen om sommige mensen te begrijpen. Om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. Waarom sommige dingen gebeuren. Blijven volhouden om toch maar een beetje begrip te kunnen opbrengen voor die mensen die je soms met verstomming slaan.

De fijne streepjes rond mijn ogen. Ze zijn er omdat ik te vaak te lang heb gewacht om nieuwe, sterkere lenzen te kopen. Omdat ik te lang op het klein schermpje van mijn gsm heb zitten loeren. Of tot kot in de nacht naar de tv. Allemaal fijntjes afgelijnde verloren tijd.

En dan die rond de mondhoeken, die bewijzen dat ik iets te veel gelachen heb in het leven, geglimlacht naar een onbekende die ik voorbij liep op de Netedijk. Die glimlach ging soms niet weg, waardoor die nu op mijn gezicht gebeiteld lijkt, zelfs als ik niet lach. De sporen van puur genot plezier zijn duidelijk aanwezig. Mijn gezicht heeft zich naar mijn geluk gevormd, waardoor lachen tegenwoordig ook minder moeite kost.

De tijd houdt niemand tegen. Dat hoeft voor mij ook niet, want ik ben te benieuwd naar wat de toekomst nog voor mij in petto heeft. Ik ben te gretig om al dat moois in het verschiet niet mee te pikken.

Column Kleurrijk: Met mijn mond vol tanden

Voor het eerst in bijna 8 jaar – zo lang is onze pleegzoon bij ons en zo oud is hij ook – sta ik met mijn mond vol tanden. Ik weet echt niet wat te zeggen, hoe te reageren.

“Waarom heeft mama D mij gedumpt?”

Gedumpt. Ons ventje denkt dat hij zoals het grof huisvuil op straat werd gezet.

Deze vraag, heel concreet, moet ik even laten bezinken. Tegelijk vallen de puzzelstukjes in elkaar. Zijn moeilijkere gedrag de laatste weken thuis, op school, in de kinderopvang. Slechter eten, slechter slapen … Met deze vraag geeft hij het antwoord. Mijn gedachten draaien op volle toeren, net zoals de zijne blijkbaar, al langere tijd.

Wat moet ik zeggen om die negatieve gedachte uit zijn hoofd te krijgen? En snel, want hij blijft me aankijken met een vragende, haast dwingende blik. Ik slik de krop in mijn keel weg, neem diep adem en doe een poging.

“Mama D heeft jou niet zomaar gedumpt. Ze wou eerst zeker weten dat een ander gezin goed voor jou kon zorgen. Ze heeft L van pleegzorg gebeld en pas toen ze wist dat je bij ons kon komen wonen, is ze weggegaan.”

Zoals altijd wekt elk antwoord weer een nieuwe reeks vragen op. “

“En heeft ze mij daarna nooit meer willen zien? Kan ze nog altijd niet voor mij zorgen? Kan ik later wel bij haar gaan wonen? Heeft ze nog andere kindjes? Wonen die wel bij haar? Waarom … ? Wanneer … ? Hoe … ?

Vraag per vraag, antwoord per antwoord probeer ik hem te kalmeren. Tevergeefs, want elk antwoord doet hem in tranen uitbarsten. Elk antwoord brengt hem nog meer in de war. Hij duwt me weg en zegt dat hij mama D wil. Hij wil bij haar zijn.

“Heb je haar telefoonnummer? Dan kan ik haar bellen en zeggen dat ik van haar houd, want dat weet ze nog niet.”

Slik. Hoe graag ik ook zou willen, dit kan ik niet zelf beslissen. Ik schuif de verantwoordelijkheid van me af en zeg dat we dat aan L van pleegzorg en papa Chel moeten vragen. Dit antwoord geeft hem hoop en brengt hem eindelijk een beetje rust.

Ondertussen heb ik ook het fotoboekje bovengehaald met die ene foto van hem en mama D. Er staan 100 foto’s in, maar alleen die met zijn mama interesseert hem. Hij kijkt en kijkt en valt uiteindelijk in slaap met het boekje op zijn borstkas stevig vastgeklemd. Wanneer ik zeker ben dat hij diep genoeg slaapt, verhuis ik naar mijn eigen bed, want ondertussen is het zelfs voor mij al ver voorbij bedtijd.

‘s Ochtends maak ik hem wakker. Een hele karwei na zo’n kort nachtje. Hij sputtert tegen, kruipt weg onder het donsdeken, zeurt, wordt boos én blijft boos. Ik had niks anders verwacht na zijn vragen en verdriet van gisteren, maar toch vraag ik hem waarom hij zo kwaad is. Met grote verontwaardiging zegt hij: “Altijd wanneer het kei spannend is, maak jij mij wakker.”

Ik lach. Dit was niet het antwoord dat ik verwachtte, maar het stelt me wel gerust. Niet alles wat hij doet, zegt of voelt moet herleid worden tot zijn pleegzorgverhaal. Soms is hij ook gewoon kwaad omdat mama hem wakker maakt op het spannendste moment van zijn droom …

Wat een rit

Ik kijk in de spiegel en bestudeer mezelf, de focus op mijn gezicht, mijn neus die bijna de spiegel raakt. Ik haal mijn schouders op en zucht. Het is wat het is … hier en daar wat opkalefateren, mijn troeven in de verf zetten en ik kan er wel mee leven. Over mijn haar hoef ik me gelukkig geen zorgen te maken. Het grijs werkt de kapster frequent en vakkundig weg. Voorts kruip ik na een douche met natte haren in bed waarna ik dan de volgende ochtend wakker word als Julia Roberts in Pretty Woman. Toch wat het kapsel betreft.

Het zal nooit meer worden wat het was. Hoe ík was, op de foto op de kast. Onze trouwfoto van 20 jaar geleden. Twintig jaar .. Waar is de tijd?

Het doet wat met een mens. Ik ben trots omdat we nog steeds samen zijn. Dat blijkt niet evident en is op zich al een hele prestatie. We zijn doorgaans een blij en gelukkig koppel. Meer nog: blijer en gelukkiger dan 20 jaar geleden. De onrealistische verwachtingen naar elkaar toe hebben we laten varen. We weten na al die tijd wat we aan elkaar hebben en wat niet. We hoeven niet rond de pot te draaien en kunnen elkaar ons gedacht zeggen. We weten welke onderwerpen vermeden moeten worden. We kennen en aanvaarden elkaars kleine kantjes. Dat alles scheelt een pak frustraties en belachelijke ruzies.

Onze grootse dromen hebben we waargemaakt of lichtelijk bijgestuurd. Dat brengt rust en geeft ruimte om te genieten van en te leven in het nu. Om te beseffen dat het goed is zoals het is. Wanneer de gewone gang van zaken dan toch te gewoontjes blijkt, bedenken we een nieuw projectje waar we samen onze schouders onderzetten. Of we slaan even apart een zijweggetje in. Maar voorlopig hebben we genoeg aan de rust die 20 jaar getrouwd zijn met zich meebrengt. Onze vier kinderen houden het interessant, uitdagend en spannend genoeg.

Arrebol

“Wauw, mama, kijk hoe mooi de lucht is.” Mijn hart maakt een sprongetje. En vervolgens een dubbele salto wanneer een stemmetje “Oh ja, echt práchtig!” toevoegt. We zitten in de auto op weg naar school. De jongste dochter naast mij. De jongste zoon achterin. De lucht kleurt inderdaad prachtig roze, zelfs een beetje paars.

“Jouw lievelingskleur, mama.”

Eindelijk, denk ik bij mezelf. Ein-de-lijk is het gelukt om mijn kinderen de schoonheid rondom zich te laten zien. De schoonheid der simpele dingen. Bij de oudste twee lijkt die missie minder geslaagd. Wanneer ik hen wijs op een mooie wolkenformatie of op de maan die als een enorme witte bol aan de hemel staat, kijken ze even op van hun scherm en mompelen iets dat als een bevestiging kan geïnterpreteerd worden. Onze pubers zitten zo opgesloten in hun eigen wereldje dat al die pracht en praal aan hen voorbij gaat. Jammer vind ik dat.

Het heeft me dus twee kinderen ‘gekost’ om mijn doel te bereiken. Misschien is het omdat ik nu ouder ben, beduidend rustiger en daardoor zélf meer oog heb voor al het schoons dat de aarde en het leven te bieden heeft én hen er ook op wijs. Toch één ding dat ik opvoedingsgewijs voor elkaar gekregen heb, want oprommelen, de lichten doven en de deuren achter zich sluiten, zijn dingen die ik hen tot op heden nog niet heb kunnen aanleren. De afwasmachine leeg maken én ook weer vullen met het vuile gerief dat op het aanrecht staat. Het gaat er bij hen niet in. Schoenen uitdoen en jas aan de kapstok evenmin. Soit, ik wijk af.

Het is grappig dat onze zevenjarige, die voor de rest een vrij beperkte woordenschat heeft, vlotjes woorden als verrukkelijk, prachtig en adembenemend uitspreekt. Hij ziet schoonheid en benoemt het. Net als onze jongste dochter. Zij denkt in beelden en kan ze ook heel gedetailleerd beschrijven. Wanneer ze dan (soms iets te) uitgebreid vertelt, komt die schoonheid bovendrijven en wordt duidelijk dat ook zij het mooie in de dingen herkent.

De oudste zoon heeft ADHD waardoor heel veel zaken aan hem voorbij gaan. Hij raast door het leven aan zo’n immens tempo dat veel voor hem verloren gaat. Hij komt vaak uit de lucht gevallen wanneer hij iets te weten komt dat we nochtans binnen ons gezin besproken hebben. Hij is aanwezig, maar sommige dingen dringen niet tot hem door. Zo merk ik dat de simpele, maar zo mooie details hem niet opvallen. Laten we hopen dat zijn kijk met het opgroeien verruimt en hij ook leert genieten van die kleine details die het leven kleur geven.

De zeventienjarige dochter is een twijfelgeval. Ze lijkt de schoonheid van de kleine dingen niet op te merken. Op het eerste zicht besteedt ze er weinig aandacht aan. Wanneer ik dan op haar Instagram een foto zie verschijnen van een prachtige zonsondergang, weet ik dat ze het wél ziet, maar er gewoon geen woorden aan vuil maakt.

Dit alles bedenk ik me. Op een doordeweekse dinsdag op weg van school naar kantoor. Dankzij de paarse lucht waar mijn twee jongste kinderen me op wezen terwijl ik in mijn hoofd al een to-do-lijstje aan het opstellen was voor de werkdag die nog moest beginnen. Dankbaar dat ik dankzij die twee kleine koters enkele minuten heb genoten, voldoende om de dag met een glimlach aan te vatten.

Wist je dat er in het Spaans een woord bestaat voor de lucht die roodachtig kleurt door de zon? Arrebol, zo noemen ze het. Echte levensgenieters, die Spanjaarden. Adiós!

Lie(f)s

Flexibelen

Flexibelen … het is niet echt een werkwoord, maar als het er één was, dan heeft iemand het ongetwijfeld uitgevonden toen hij of zij aan ons gezin dacht. Want flexibel zijn we. Flexibel moeten we zijn om het gezinsleven draagbaar te houden met 6 personen die ieder hun eigen agenda hebben. Een dynamische eenheid die ook nog eens beïnvloed wordt door tal van externe factoren waar we absoluut geen controle over hebben.

Zelf heb ik er weinig problemen mee wanneer de dag – of bij uitbreiding het leven – anders verloopt dan gepland. Wanneer je niets plant, kan er ook weinig ‘verkeerd’ lopen natuurlijk. We zetten geen uitstapjes weken op voorhand in onze agenda. Nee, wij staan ’s ochtends op en zien wel wat de dag ons brengt. Kriebelt het om naar zee te gaan, valt het weer wel mee en staat er geen sociale of andere verplichting op de gezinsplanner, dan doen we dat.

Je leest het goed! Als fervente niet-planners hebben wij wel degelijk zo’n gezinsplanner aan de muur hangen. Die staat behoorlijk vol met vaste activiteiten zoals voetbaltrainingen, muzieklessen, logopediesessies, datenights, oudercontacten, werkvergaderingen en doktersbezoekjes. Het is de enige houvast in die heerlijke chaos van ons bestaan.

Ik moet toegeven dat niet elk gezinslid hier thuis even buigzaam door het leven danst. Onze oudste zoon heeft soms meer moeite om de knop om te draaien en mee te gaan met onze grillige flow. Hij doet dan eerst een beetje moeilijk, wringt wat tegen, maar meestal draait ook hij wel bij. Wanneer dit toch niet gebeurt, mag hij ook al wel eens thuis blijven. De oudste dochter leidt haar eigen leven ondertussen en past haar planning niet altijd graag aan, maar na een korte onderhandeling en de belofte tegemoet te komen aan haar bourgondische interesses is ook zij meestal bereid mee op de kar te springen. De twee kleinsten staan altijd enthousiast klaar om mee op avontuur te gaan. Op hun leeftijd is elke dag opnieuw een onbeschreven blad met hier en daar een vlek waar nog gretig rond geschreven of getekend kan worden.

Pleegzorg en al wat het engagement met zich meebrengt is zo’n vlekje op het blad van onze jongste zoon. Er zijn dingen waar een ‘gewoon’ gezin geen rekening mee moet houden zoals bezoeken met de ouders, huisbezoeken van de begeleiders, zittingen op de rechtbank, afspraken met jeugdconsulenten, … Een flinke dosis flexibiliteit is dan ook nodig om al die afspraken een plekje te geven in je agenda.

MOOI

Wat is het leven mooi. Mijn vingers kriebelen om dit neer te schrijven, dit zinnetje. Het leven is mooi. Geen idee waarom. Het is een gevoel dat een weg naar buiten zoekt. Dat heb ik wel eens. Alleen wordt het vaker aangedreven door een bezorgdheid of een onstabiele emo-toestand dan door een positieve noot.

Hoewel, nu ik er zo over nadenk, gebeurt het wel vaker dat ik een hele aangename, positieve jeuk voel en het van de daken wil schreeuwen. Maar dan begin ik te denken en is het spontane er meteen weer af. Wie heeft er hier nu boodschap aan? Mag ik het in deze moeilijke tijden überhaupt wel tonen dat ik af en toe ook gewoon gelukkig ben? Klinkt het allemaal niet te melig?

Het gevoel van uiterste vreugde neemt dan vreemd genoeg ook meteen een beetje af. Maar vandaag voel ik me zo heerlijk licht, fris en fruitig dat het mij geen barst kan schelen wat jij denkt over mij of over mijn euforische staat van zijn.

Is het de zon die staat te popelen om te schijnen en eindelijk gaat komen? Of omdat ik vanochtend sinds lang weer naar de kapper kon? De dalende grafiek van de coronacijfers? Het weekend dat dadelijk begint? Geen idee en het maakt me ook niet uit. Ik ga mijn gevoel niet overanalyseren tot er helemaal niks meer van overblijft. Ik grijp het vast en laat het de eerstkomende dagen niet meer los.

Voilà, dit was mijn bolgje. Je hebt er niks aan, maar ik wou het toch maar even laten weten.

Lie(f)s

De casserol van moemoe

Stel: je huis staat in brand en je man en kinderen zijn veilig. Wat zou je dan absoluut willen redden?

Er is weinig materieels waarvoor ik de vlammenzee zou trotseren. Ik denk dan in de eerste plaats aan de fotoboeken die me helpen om herinneringen vast te houden want mijn manke geheugen heeft het daar soms moeilijk mee. Verder is er haast niets …

Er is echter één ding waarvoor ik een risico wil nemen en dat is de casserole van moemoe. Niet omdat het een duur ding is. Integendeel, hij moet minstens 50 jaar oud zijn en ziet er ook zo uit. De buitenkant is nochtans prachtig blauw met grote wit/rode bloemen op. Geweldig retro en hij blendt heerlijk met ons gasfornuis. Er zit zelfs nog een deksel bij. Ik redde deze en nog een kleinere pot van de afvalcontainer toen moemoe verhuisde naar het woonzorgcentrum.

Mijn god, wat riep dat ding herinneringen op toen ik het daar tussen een hoop troep zag liggen wegkwijnen. Ik rook weer moemoe haar weergaloze ‘poddingpap’, zoete vanillepudding met daarin macaroni. Ik zag de kalkoenrollade weer sudderen op het vuur of hoorde het gesis van het witloof dat erin lag te stoven. De kriekenspijs voor bij de frikadellen met haar secret ingrediënt: groseille.

Moemoe is er ondertussen al ruim vijf jaar niet meer, maar haar casserole staat hier nog wel parmantig op ons vuur te pronken. Niet weggestoken in de rommelige lade die zij ongetwijfeld een schande zou vinden, maar prominent aanwezig in de keuken.

Soms zie ik haar dan weer staan, aan haar kleine gasfornuis, in die blauw/paarse keukenschort. Zo eentje als die van ma Flodder. Die grijze haren die er altijd zijn geweest, want vroeger waren alle grootmoeders nog grijs en hadden ze een leven lang dezelfde snit.

Elke keer ik in haar casserole de patatten kook of een soep maak, proef ik die poddingpap weer en ruik ik de stevig gekruide kalkoen. Dan denk ik weer aan die avonden voor de tv in het pikkedonker terwijl ik met mijn hoofd op haar schoot lag en ze onophoudelijk mijn paternosterbollekes telde. Ze ging dan met haar vinger over mijn ruggengraat en drukte eventjes op elke wervel. Dan krijg ik weer zin in een chocoas die in de Nescafé Gold oploskoffie werd gesopt, soms net iets te lang zodat een stuk afbrak en naar de bodem van de zjat zonk.

Het zijn zulke herinneringen waar ik belang aan hecht, ongrijpbaar maar van waarde onschatbaar. Het zijn zulke herinneringen die ik mijn (pleeg)kinderen wil meegeven. Dat ze later ook zo’n waardeloos ding bewaren, een hulpmiddeltje om af en toe met de glimlach terug te denken aan hun kindertijd.

2020

Het jaar loopt op zijn einde. Je zou zeggen dat een exemplaar als 2020 met zijn chaos en uitdagingen ons gezin op het lijf geschreven is. We gedijen inderdaad het best omgeven door een beetje wanorde en houden van enige onvoorspelbaarheid en avontuur. We zijn dan ook niet voor niks een pleeggezin, maar ook voor ons zijn er grenzen.

Het begon nochtans veelbelovend. Voor het eerst vierden we eindejaar in de zon en voetjes in het zand. Voor we kinderen hadden waren we bescheiden globetrotters. Met kleine kinderen lieten we de grote reizen aan ons voorbij gaan, maar ondertussen begon het weer te kriebelen. We maakten begin 2020 dan ook heel wat plannen om met het gezin onze wereld letterlijk te verruimen.

En dan was het maart. De vage berichten in het nieuws over een nieuw virus werden heel concreet. Het kwam beangstigend dichtbij tot we er plots middenin zaten: een lockdown. In plaats van de wijde wereld te verkennen, moesten we de weg in onze kleine bubbel vinden. Niet direct wat we in gedachten hadden, maar op zijn minst een even groot avontuur als een verre reis naar een exotische bestemming.

Als pleeggezin zijn we het gewend om te gaan met onvoorspelbaarheden en kunnen we vaak niet anders dan gewoon aanvaarden dat de dingen niet lopen zoals gewenst. Daarom was de lockdown, of het ‘verplicht cocoonen’ zoals we het noemden, niet echt een straf. De wereld was weer kleiner en het doodgewone werd bijzonder. We konden niet anders dan ons ook bij deze nieuwe realiteit neerleggen en er het beste van maken. Zelfs de kinderen leken dit te begrijpen. Ze pasten zich verrassend makkelijk aan. Ik wil graag geloven dat onze jarenlange ervaring als crisisgezin daar voor iets tussen zit. Ook toen stonden ze telkens opnieuw vol enthousiasme klaar het onbekende toe te laten en de veranderingen ermee gepaard op zich af te laten komen.

Ons pleegzoontje zocht eveneens probleemloos zijn weg dit jaar. Nochtans was de verandering voor hem het ingrijpendst door het tijdelijk wegvallen van de bezoeken. Het leek grotendeels aan hem voorbij te gaan, maar af en toe stak het gemis de kop op. Voor ons was het dan weer een verademing om even als een ‘gewoon’ gezin te kunnen leven. Het gevoel dat hij ‘ene van ons is’ werd nog maar eens bevestigd. Met een klein hartje en ja, met een beetje tegenzin, lieten we hem na de lockdown weer naar zijn papa gaan, maar opnieuw paste hij zich zonder moeite aan.

De zomer gleed gezapig voorbij. De zon deed overuren en maakte veel goed. Even leek alles weer min of meer normaal, al was het soms moeilijk balanceren tussen het veilig houden en toch een beetje van de herwonnen vrijheid proeven. Wanneer we op uitstap wilden, haalden mijn man en ik inspiratie uit onze jeugdherinneringen: een ijsje eten aan de lekdreef in Averbode en daarna een kaarsje gaan branden in Scherpenheuvel of een wandelingetje in Bokrijk. De eigen streek werd herontdekt en die koelbox weer bovengehaald zodat we ver weg van de drukte konden eten en drinken.

Wanneer ik dit schrijf is het volop herfst en lonkt er een nieuwe lockdown. Het wordt zelfs mij, een onverbeterlijke optimist, soms te veel. Geen idee hoe het zal zijn tegen de tijd dat deze Kleurrijk in onze brievenbus valt, laat staan met de feestdagen. Toch wil ik iedereen alvast een warm eindejaar toewensen en een stevige dosis veerkracht om er telkens opnieuw het beste van te maken.

Gelukkig nieuwjaar!

Lie(f)s