Week van de Pleegzorg: dag 1

De Week van de Pleegzorg ging van start. Als pleeggezin zijn we dagelijks getuige van wat Pleegzorg kan betekenen in het leven van een kind. We hadden de eer een aantal kinderen tijdelijk een thuis te geven. Elke keer opnieuw was het een zeer leerrijke en positieve ervaring.

Week pleegzorg 2018

Wij zijn alleen maar enthousiast. De meeste mensen rondom ons ook, maar zelf de stap zetten en het pleegzorgavontuur aangaan lijkt een brug te ver. Dat begrijp ik ook, het is niet niks, het vraagt een inspanning van het hele gezin en van je omgeving. Maar, neem het van mij aan, je krijgt er zó veel voor terug.

Pleegzorg blijft, ondanks alle campagnes en activiteiten, een grote onbekende. Het blijft me verbazen hoeveel mensen nog steeds niet weten wat Pleegzorg is. Heel graag zou ik daar verandering in brengen. Daar móet verandering in komen.

Dat is ook waarom ik op mijn blog af en toe vertel over ons leven als pleeggezin. Dat is waarom ik op facebook en instagram alle posts van Pleegzorg Vlaanderen consequent like en deel.

Dat is ook waarom ik tijdens deze Week van de Pleegzorg elke dag een blogpostje zal schrijven met daarin telkens een goede reden om je kans als pleeggezin te wagen. Dat ik mijn lezers daarmee kan overtuigen om naar een info-avond te gaan of al was het maar een kijkje te nemen op de website van Pleegzorg Vlaanderen, zou mooi meegenomen zijn. Maar hé, voel je niet verplicht en geniet gewoon van mijn verhaaltje.

Pleegzorg is een verruiming van je eigen leefwereld.

De wereld ligt aan onze voeten. We kunnen overal naartoe, alle kennis ligt binnen handbereik, met één muisklik wordt onze wereld oneindig groot. Toch blijft onze leefwereld vaak heel klein. We hebben vrienden, kennissen, collega’s waar we mee omgaan. Doorgaans zijn dat mensen die op dezelfde lijn zitten, veelal hetzelfde denken over de meeste dingen. Het is aangenaam om in die beperkte kring te vertoeven. Het is bekend, vertrouwd, het voelt veilig.

Toch kan het interessant zijn, bevrijdend zelfs om je leefwereld een beetje te verruimen door nieuwe dingen te proberen: een opleiding volgen, van job veranderen, een andere dan je stamkroeg binnenstappen, nieuwe mensen met andere verhalen leren kennen.

Door Pleegzorg is er voor ons een hele andere wereld opengegaan. Een wereld die niet altijd even mooi is, waar we liever zo min mogelijk mee te maken hebben. Je vangt een kind op en leert noodgedwongen zijn of haar ouders kennen. Het zijn mensen, zoals jij en ik, met een eigen verhaal. Een drama, een thriller, … nooit een komedie.

Mijn man heeft er absoluut geen behoefte aan om de ouders te leren kennen. Hoe minder hij weet, hoe neutraler hij zich kan opstellen tegenover het kind, hoe makkelijker het voor hem is om het kind een tijdje gewoon graag te zien.

Ik daarentegen ben wat nieuwsgieriger van aard en heb het net nodig om min of meer te weten wat er schuilgaat achter de situatie. Hoe moeilijk ook, ik probeerde steeds onbevooroordeeld naar hen te luisteren. Het heeft me geleerd dat álle ouders die we leerden kennen hun kinderen écht graag zien en oprecht het beste voor hen willen, maar door omstandigheden lukt het hen niet. Allemaal worden ze verteerd door schuldgevoel. Ze zijn boos op ‘het systeem’ dat hun kinderen afpakte, op Pleegzorg, op de consulente van Jeugdzorg, op iedereen … maar vooral op zichzelf.

Ik verwachtte dat die boosheid ook tegen ons zou gericht zijn, maar niets is minder waar. Ondanks al die negatieve emoties, waren ze steeds dankbaar. Dankbaar dat hun kind bij ons terecht kon, dat wij dit voor hen wilden doen. Dat op zich vind ik al heel wat: ondanks de boosheid en verdriet om het  verlies van je kind, toch nog die dankbaarheid kunnen opbrengen en zelfs heel expliciet uiten. Respect!

Verslaving, financiële problemen, gezondheids- of mentale problemen, … er zijn heel wat redenen die een mens het noorden doen verliezen. Zelf hebben we een achterban die het even van ons kan overnemen, maar lang niet iedereen heeft die luxe. Ze staan er alleen voor, wat minder stevig in hun schoenen en dan loopt het al eens mis. Daar moeten we begrip voor opbrengen én ervoor zorgen dat ook die mensen, maar vooral hun kinderen ergens terecht kunnen.

open mind open heart

Mijn kind dat ik niet ken

Vandaag is het exact drie jaar geleden dat ik een kind op de wereld zette. Een kind dat ik niet ken. Ik schaam me ervoor, maar ik wou hem niet. Ik kon dat roze hoopje niet eens bekijken, laat staan vastnemen, liefde geven.

De zwangerschap was een hel. Een emotionele marteling. Er groeide een kind in mij dat ik niet wilde.  Ik heb het verwenst, vervloekt … het kind, de vader, die nacht, de grootste stommiteit van mijn leven. Ach neen, ik heb nog grotere flaters begaan én ervoor geboet, dubbel en dik. Maar toen was alleen ik er de dupe van, nu groeide er iets in mij dat ongevraagd in deze puinhoop terecht zou komen.

Ik heb gehoopt dat het misliep, ik heb gedacht aan abortus en het bijna gedaan. Had ik het maar gedaan … Nu lag ik daar met een kind waar ik niet voor kon zorgen, waar ik niet voor wílde zorgen. Wat heb ik hem te bieden? Mijn leven was één hoop ellende, ik heb het nooit anders geweten. Mijn kindertijd was een aaneenschakeling van traumatische gebeurtenissen die ervoor gezorgd hebben dat het nooit meer goed kan komen met mij. Mijn jeugd was één lange vlucht van de harde, pijnlijke realiteit. Drugs, alcohol, medicatie, … Ik gebruikte alles om de hopeloze chaos in mijn leven te vergeten.

En zo is het eigenlijk altijd gebleven. De ene stommiteit volgde de andere op, in sneltempo. De ene fout na de andere, flater na flater … en nu dit. Een kind in dat bedje naast mij. In het ziekenhuis merkten ze al gauw mijn afkeer, ze stuurden iemand om te praten. Iemand die luisterde, maar me, zoals altijd, niet begreep. Ze zijn getraind om hun afschuw niet te laten blijken, maar er is altijd wel iets dat hen verraadt. Iets in hun blik of een trekje om hun mond dat ze niet onder controle hebben.

Ik wilde niet rond de pot draaien. Ik wilde dat kind niet. Punt. Zoek maar een oplossing. Er zijn vast mensen die hem wel willen, die hem alles kunnen geven wat ik niet te bieden heb. Want ik heb niets. Ik ben niets.

Ik vertrok uit het ziekenhuis en liet het kind achter. Pleegzorg werd erbij geroepen en drie weken later kreeg het kind een thuis. Een paar keer nog ben ik op bezoek geweest, om mijn geweten te sussen, om met eigen ogen te zien dat hij het daar veel beter zou hebben dan hier, bij mij. Daar is hij nu, 3 jaar later nog steeds. Af en toe denk ik nog aan hem, droom ik van hem, maar ik mis hem niet. Denk ik. Kan je iemand missen die je niet kent? Kan je van iemand houden die je niet kent?

een-kans

Bron afbeelding: Onderwijs Maak Je Samen