Het venster der vrolijkheid

Er zijn zo van die mensen waarvoor vrolijk zijn geen vanzelfsprekendheid is. Daar kunnen uiteenlopende redenen voor zijn, al ben ik ervan overtuigd dat sommige mensen zo geboren zijn. De aard van het beestje. Of er is hen van alles overkomen waardoor het leven en de aangeboren vrolijkheid of het ingeschapen optimisme – begrijpelijkerwijs – beetje bij beetje aan glans verloren heeft en tenslotte volledig verdwenen is. Toch merk ik dat af en toe de opgewektheid alsnog de kop op steekt. Niet vaak, maar het gebeurt. Hierdoor concludeer ik dat een mens doorgaans als blij ter wereld komt en er dus áltijd diep van binnen ergens sporen terug te vinden zijn die sporadisch komen bovendrijven.

Alcohol kan die sombere filter even opheffen en de vrolijkheid iets meer ruimte geven. Of een andere, meer onverwachte dopamineshot zet een mechanisme in het brein in gang met hetzelfde effect: een knuffel, een lach, een goed gesprek, een wandeling, de eerste lentezon … de gezondere manieren dus.

Wanneer je mensen zoals hierboven beschreven, in je leven hebt, is het de kunst om dat korte moment waarin de vrolijkheid opflakkert te herkennen en ervan te genieten. Laat het een geruststelling zijn en een bevestiging van het vermoeden dat die mens die je graag ziet toch ook enigszins gelukkig kan zijn.

Ik noem die korte tijdspanne ‘het venster der vrolijkheid’: een beperkt tijdslot dat je als naaste niet verloren mag laten gaan en waar je heel snel heel veel energie moet uit zien te halen voor het venster zich weer onverbiddelijk sluit en het misschien lang wachten is op het volgende ogenblik van lichtzinnig genot. Want geef toe, omgaan met mensen die niet makkelijk vrolijk kunnen zijn, vreet vaak energie. Hun aura zuigt je leeg omdat je moet vechten om niet besmet te worden met de zwartgalligheid die ze uitwasemen, want droefgeestigheid is minstens even besmettelijk als die frivole opgewektheid.

Gelukkig ben ik van het eerder blije type. Ondanks enkele tegenslagen in het verleden en een leven dat sinds een jaar aanhoudend minder luchtig is en me duchtig op de proef stelt, kan ik tussen de wanhoop, het verdrietig en teneergeslagen zijn mijn eigen venster der vrolijkheid regelmatig terugvinden en wagenwijd openen. Want daarin zit volgens mij het verschil met de mensen zoals hierboven omschreven: mijn venster sluit zich nooit helemaal, het staat altijd op een kier.

Bron afbeelding: wall-art.nl

Column Kleurrijk: 10 jaar pleegzorgdecreet

Hip hip hoera! Het pleegzorgdecreet en Pleegzorg Vlaanderen bestaat 10 jaar. Toeval bestaat niet, maar onze pleegzoon ook. Hij wordt in november 10 en in december is hij 10 jaar bij ons. Een decennium. Een jubileum. Feest!

Wat er zich achter de schermen allemaal heeft afgespeeld, daar heb ik geen flauw benul van. Ik was te druk bezig met het moederen over vier kinderen. Het is af en toe pittig geweest. De constante aanpassing aan nieuwe, uitgebreide bezoekregelingen bijvoorbeeld, liet vaak tijdelijk zijn sporen na: net wanneer je dacht een aangenaam evenwicht bereikt te hebben, moest er weer rond de tafel gezeten worden. Het was steeds opnieuw een les in meegaan met iets waar je zelf niet om gevraagd hebt. Met tegenzin, maar omdat het moet en omdat je diep van binnen weet dat dit het beste is voor het kind.

Het is vooral ook heel leuk geweest. Elk jaar zijn verjaardag mogen vieren. Hem zien opgroeien, zijn eerste stapjes, zijn eerste woordjes, … dingen herkennen in hem van jezelf, je man of van je andere kinderen. Andere dingen dan weer niet kunnen thuis brengen. Ik stond vaak met grote ogen te kijken naar zijn veerkracht en aanpassingsvermogen. Hoe moet het zijn om steeds maar weer uit je vertrouwde cocon te worden gehaald om ergens anders tijd door te brengen? En wanneer je je daar een beetje op je gemak voelt, moet je weer terug.

Het was en is soms moeilijk om hem te zien worstelen met zijn uitzonderlijke situatie. Een antwoord geven op zijn vragen, was en is een uitdaging. Waarom woon ik bij jullie? Waar is mijn mama? Wat als ik niet bij jullie kan blijven? … Het schenkt een enorme voldoening wanneer je merkt dat je hem – voor een tijdje – kan kalmeren en geruststellen. Het geeft een moeilijk te omschrijven gevoel wanneer je de veilige haven bent van andermans kind. Er ligt een hele dunne grens tussen de harde realiteit verbloemen en de dingen benoemen zoals ze zijn.

Als moeder is het vooral heel mooi om je andere kinderen in die 10 jaar te zien groeien in hun rol als (pleeg)broer of -zus. Ook zij moesten zich willens nillens aanpassen aan de steeds veranderende realiteit rond hen. Ze hebben daar nooit moeilijk over gedaan, integendeel. Ze gaan door het vuur voor hun pleegbroertje. Dat maakt van mij een fiere moeder.

En laten we vooral de vaders in dit verhaal niet vergeten. Het zijn er twee. Papa C heb ik in die jaren zien evolueren van een onzekere tot een vastberaden vader die het beste voor zijn kind wil en een steeds grotere rol in zijn leven wil spelen. Onze papa is er ook nog. Die staat al 10 jaar lang als een rots in de soms woelige zee te wachten tot hij telkens weer een veilig plekje kan bieden middenin de woeste golven.

10 jaren zijn voorbij gevlogen. Het liep niet altijd van een leien dakje, maar pleegzorg was er steeds om ons bij te staan. Soms was dat slechts een babbeltje waarin we ons hart eens konden luchten. Soms was er meer nodig en schoot een heel team in actie. Dat maakt dat het wat ons betreft 10 hele mooie jaren waren waarin elke hindernis vlotjes genomen werd.

Mogen we dan nu bijtekenen voor nog eens 10 meer?

Column Kleurrijk: Verlies

Schrijven over verlies. Dat was de opdracht voor deze column. Niet makkelijk, geen inspiratie. Maar zoals zo vaak hielp het lot een handje. Helaas, want kort voor de deadline van deze column moesten we, na bijna 10 jaar, afscheid nemen van onze hond Lola. Lola kwam er een maand voor Lou, onverwachts, in ons gezin kwam en uiteindelijk ook bleef. Ze groeiden dus samen op, ondanks de zware allergie die Lou heeft voor honden. En katten. En alle andere dieren met haar.

Wanneer we op vakantie vertrokken, huilde Lou steevast tranen met tuiten omdat we onze hond moesten thuis laten. ‘Wie gaat er nu voor Lola zorgen? Ik ga haar zo missen! Wat als er ondertussen iets met haar gebeurt?’ We kregen hem gelukkig snel getroost, maar het het gemis stak enkele dagen later gegarandeerd weer de kop op. Opmerkelijk was dat vroeger het verdriet om Lola meestal overging in het verdriet om zijn mama die hij niet kent, nooit gekend heeft en toch heel erg mist. Dit is en blijft voor hem een groot verlies.

Al heeft hij de afwezigheid van zijn mama, zo lijkt het, de laatste jaren een plaatsje kunnen geven, we merken dat het een gevoelig thema is, wanneer mijn moeder weer voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Lou is dan altijd boos en weigert afscheid van haar te nemen. Hij vindt het absoluut niet kunnen dat mijn eigen moeder mij zomaar achterlaat. Het is schattig hoe hij het voor mij opneemt en met mij in zit, maar de achterliggende reden van zijn gedrag maakt het allemaal een beetje pijnlijk.

Het einde van het schooljaar ging ook dit jaar gepaard met de nodige traantjes. Afscheid nemen van zijn klas, de juf, zijn vriendjes … het valt hem zwaar. Hij is bang dat ze hem allemaal gaan vergeten en dat het (tijdelijke) verlies van zijn dagelijkse routine iets permanents wordt.

Maar dus, 2 weken geleden gebeurde het ondenkbare. Lola ging dood. Al zagen we het aankomen, het bleef onverwacht. Iedereen hier thuis, van klein tot groot heeft tranen gelaten. Er werd onderling geknuffeld en getroost. Mooi om te zien ook, hoe in momenten van intens verdriet de stevige basis van ons gezin zichtbaar wordt. Hoe ook de kinderen er voor elkaar zijn. Het geeft hoop naar de toekomst toe, want tussen de chaos, de drukte, het gekibbel en gesnauw is het niet altijd duidelijk dat de liefde groot is.

We gaven het verlies een mooi plekje in een hoekje achterin onze tuin. De kinderen timmerden een houten kruis in elkaar en mooie bloemetjes werden geplant en gezaaid. Foto’s van Lola werden bij elkaar gezocht en slingeren nu rond in huis. Het bewijst dat verlies en verdriet best niet weggestopt en genegeerd worden, maar letterlijk en figuurlijk een plaatsje moeten krijgen zodat het niet persé iets negatiefs hoeft te zijn, maar deel kan uitmaken van het leven.

Pleegpapa

In deze editie van Kleurrijk die draait rond (pleeg)vaders neem ik, Gert, het voor de column even over van mijn vrouw Lies. Ik werd verliefd op haar grote hart, haar engagement en haar open blik op de wereld. Het is dankzij die eigenschappen dat ik pleegvader ben geworden. Een rol waarover ik eerst mijn twijfels had, tenminste om die rol fulltime op te nemen, maar tot op heden heb ik er nog geen minuut spijt van gehad.

We begonnen met crisisopvang en dat was me op het lijf geschreven. De kinderen die enkele weken of maanden in ons gezin verbleven kon ik zonder problemen de aandacht en liefde geven die ze nodig hadden, al hield ik me altijd wel een beetje op de achtergrond en deden mijn vrouw en kinderen het meeste werk. Ik hield me ook liefst zo ver mogelijk van de achtergrondsituatie en ouders die het kind met zich meebracht. Op die manier hoopte ik zo neutraal mogelijk en zonder oordeel tegenover het kind te staan, want ik was bang dat al de problemen mijn beeld over het kind zouden beïnvloeden.

Nadat we enkele kinderen in ons gezin opvingen, kwam Lou in ons leven. Met hem stapten we over van crisisopvang naar langdurige opvang. De vraag kwam na een half jaar vanuit pleegzorg. Mijn vrouw en drie kinderen moesten geen seconde nadenken en zeiden volmondig ja. Ze hadden zich helemaal gehecht aan dat kleintje en waren blij dat hij kon blijven. Voor mij was het niet zo simpel. De crisisopvang was altijd kort en voelde voor mij eerder vrijblijvend aan. Een langdurige opvang bracht, naar mijn gevoel, plots veel meer verantwoordelijkheid en verplichtingen met zich mee. Hoewel ik me daar niet de meeste zorgen over maakte. Ik was vooral bang dat ik het kind niet even graag zou kunnen zien als mijn eigen kinderen. Dat er altijd een verschil zou zijn. En dat leek me verkeerd. Maar ik weet nu, na 9 jaar een half, dat het inderdaad anders is, want onze pleegzoon heeft (nog) een vader. Daardoor is de relatie met hem anders dan de relatie met mijn andere kinderen, maar ik zie hem ook graag. En hij ziet mij graag.

Toch is het niet altijd gemakkelijk. Onze pleegzoon heeft het niet altijd gemakkelijk met zijn situatie en als hij het emotioneel moeilijk heeft, dan zullen we het geweten hebben. Vooral naar mij toe uit hij zijn frustraties. Ik krijg dan soms de lelijkste dingen naar mijn hoofd gesmeten en het zinnetje te horen dat ik zijn papa niet ben. Dat komt soms wel binnen, maar hij heeft natuurlijk gelijk.

Zoals met alles is het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou me ons gezin niet meer kunnen voorstellen zonder hem. Pleeggezin zijn maakt het leven niet altijd makkelijk, maar net als mijn vrouw hou ik gelukkig ook van een uitdaging.

Doel bereikt

Ik lig in bad. Schaamteloos te genieten, te voelen hoe de spanning en de stress van de voorbije week wegspoelt. De geur van vers gebakken wafels, sudderend stoofvlees en versgebakken frietjes drijft tot boven. Een bizarre mengeling die me intens gelukkig maakt.

Ik weet dat men beneden bedrijvig in de weer is, terwijl ik boven lig te weken in de warmte. Ik weet dat ze het me gunnen, dat ze het niet erg vinden, dat contrast. Ik denk dat ze me willen verwennen, dat ze oprecht denken dat ik het verdien. Ik voel me gezien, gewaardeerd en geliefd.

Ik lig in bad en bekijk mijn handen. Rode nagels steken fel af tegen het witte badschuim. Net voor ik in bad ging, heeft mijn oudste dochter mij in de watten gelegd met een manicure met een prachtig resultaat. Dit deed ze tussen het kokkerellen door. Haar lief staat nog in de keuken verse frieten te snijden terwijl het stoofvlees op het vuur staat. De jongste dochter legt de laatste hand aan haar wafels. Ze kreeg het recept gisteren nog van mijn grootmoeder en ging er gelijk mee aan de slag. De oudste zoon zit bij het lief en de jongste bij zijn papa.

Na net genoeg tijd, wordt er op de badkamerdeur geklopt. “Binnen tien minuten is het eten klaar.” Ik rep me uit de kuip en haast me naar beneden. Hongerig, niet alleen naar eten, maar vooral naar het gezelschap van mijn dochters. De tafel is netjes gedekt. De bordjes gevuld. Er wordt gepraat. Écht gepraat. Ik bedenk me wederom dat dit de momenten zijn waaraan ik dacht toen ik kinderen wou.

Dit is zo’n moment waarop je ongeduldig hoopt tijdens die helse eerste kinderjaren, wanneer ze klein zijn, druk zijn en je constante zorg nodig hebben. Ze zijn ouder nu, het zorgende moeder-zijn is grotendeels voorbij. Ik heb meer en meer het gevoel dat ik hen echt iets kan bijbrengen, iets kan leren én dat ze luisteren. Ik bedenk me dat ze me ook begrijpen zonder dat ik iets hoef te zeggen. Zo voelden mijn twee dochters woordenloos aan dat een dagje niks doen, een dagje niet zorgen exact was wat ik nodig had. Het leven loopt hier de laatste tijd niet altijd van een leien dakje. Pleegzorgperikelen en puberhormonen enzo …

En zoals je weet: een moeder kan niet gelukkiger zijn dan haar kind dat het het moeilijkst heeft.

Ik hoop dat ik mijn dochters, door schaamteloos in bad te liggen weken en me ongegeneerd door hen te laten verwennen, leer dat het ok is om tijd voor jezelf te nemen. Dat moe zijn en het beu zijn mag, maar dat je er wel zelf iets moet aan doen. Want hoe geëmancipeerd de buitenwereld ook mag lijken, de vrouw is en blijft de drijvende kracht in het merendeel van de huishoudens.

Ik hoop dat ze weten dat ik ongelooflijk fier op hen ben en apprecieer wat ze allemaal doen. Het zijn zelfstandige juffrouwen geworden die weten wat ze willen en dat ieder op hun manier duidelijk maken. En ja, op een dag als vandaag, besef ik dat ik daar mee heb voor gezorgd. Mission accomplished .

Lang geleden: een moeder met een missie

Kindje te koop

Ken je dat gevoel wanneer je om iets moet lachen, schaterlachen, tranen met tuiten, maar dan, in een fractie van een seconde, gebeurt er een shift in het diepste van je ziel en verandert dat zalige gevoel van puur plezier naadloos in een akelige vorm van tristesse en zijn het niet langer tranen van geluk, maar van verdriet.

Het overkwam me gisteren. Ik maakte me klaar om een vormingsavond van toekomstige pleegouders bij te wonen, ter voorbereiding op de volgende reeks waar ik als ervaren pleegzorger de enthousiaste groep zal inwijden in het pleegouderschap. Onze pleegzoon stond me op te wachten beneden aan de trap. Zijn voelsprieten stonden op scherp want hij had al iets van pleegzorg opgevangen.

“Waar denk jij dat jij naartoe gaat, mevrouwtje?”

“Ik moet naar pleegzorg.”

“Wat moet jij daar gaan doen?”

“Ik moet met ouders gaan praten die ook een pleegkindje willen.”

“Gaan jullie mij verkopen?”, riep hij uit.

Ik schoot in de lach. Hij heeft humor, onze kleinste. Tot ik hem aankeek en de paniek in zijn wijd opengesperde ogen zag. Ik besefte dat hij doodserieus was en hoe pijnlijk dit gesprekje eigenlijk was. Het was op dit moment dat de heerlijke lichtheid die je voelt na een goede lachbui diep in mij veranderde in een zwaar gevoel van machteloosheid. Hoe hard wij ook ons best doen om hem te laten voelen dat hij bij ons gezin hoort omdat we hem ongelooflijk graag zien, hij denkt blijkbaar dat de kans bestaat dat we hem, zoals een miskoop, weer gaan inleveren. Voor ons is het vanzelfsprekend dat hij bij ons opgroeit, ooit uit huis gaat om – wie weet – een eigen gezin te stichten en dat wij oma en opa zullen zijn voor zijn kinderen. Voor hem blijkbaar niet.

Tot gisteren vond ik het belangrijk om hem duidelijk te maken dat zijn echte mama hem graag ziet, ook al kan ze niet voor hem zorgen. Dat papa C hem graag ziet, ook al is hij daar niet zo vaak als bij ons. Sinds gisteren is het mijn missie om ons ventje gerust te stellen en duidelijk te maken dat hij bij ons hoort en dat ons hart in duizend stukjes zou breken als daar ooit verandering in komt.

“Ben je daar bang voor?”, vroeg ik.

“Ja, heel erg.”, zei hij.

Ik gaf hem een stevige knuffel en wou hem niet meer loslaten.

Bron: De jongen, de mol, de vos en het paard (Charlie Mackesy)

Column Kleurrijk: engagement

“Doet het jou verdriet als ik zeg dat ik mama D liever zie dan jou?”

We liggen in bed, het verhaaltje is gelezen en we keuvelen nog wat na. Hij nestelt zich zoals altijd tegen mij. Als hij kon, kroop hij in mij. Mama D spookt de laatste maanden erg door zijn hoofd. Hij praat vaak over haar en stelt veel vragen. Hij probeert zich een beeld van haar te vormen.

“Doet het jou verdriet?”

Het is een vraag die anderen mij ook vaak stellen, dus ik had er al wel over nagedacht. Ik had een antwoord klaar.

“Neen, het doet mij geen verdriet. Ze is jouw mama, het is heel normaal dat je heel veel van haar houdt. En ik weet dat je ook van mij houdt, dat is genoeg voor mij.”

Ik zeg dit niet om hem te sussen. Ik zeg het heel oprecht. Het raakt me niet, want het ventje laat me elke dag opnieuw zien dat hij me graag ziet. Dat ook ik zijn mama ben.

“Als ik nog eens boos ben en zeg dat ik jou niet leuk vind of dat ik deze familie niet leuk vind, dan meen ik dat echt nooit! Nooit, hé, mama.”

Dit raakt me wel. Omdat ik besef hoe bewust dit achtjarig manneke zich is van zijn eigen gedrag en de gevolgen ervan. Weer iets waar hij zich zorgen over maakt en waar hij achter de schermen druk mee in de weer is. Tegelijk besef ik ook dat we al een hele weg hebben afgelegd. Er moest iets veranderen, want zijn gedrag buiten het veilige coconnetje van ons gezin werd moeilijker en moeilijker. Hij heeft al grote stappen gezet dankzij een heel team dat zich samen met ons wil inzetten om hem te helpen een weg te vinden in de chaos in zijn hoofdje. Zijn echte papa en grootouders, de school, de opvang, onze pleegzorgbegeleidsters, zijn therapeut en kinesiste tonen keer op keer door hun inzet en engagement dat ze hem de moeite waard vinden.

It takes a village …

Het raakt me. Omdat ik besef dat niet alleen wij als pleegzorgers het engagement aangaan om hem te geven wat hij nodig heeft. Wij beslisten om pleeggezin te worden, maar ook de mensen rondom ons moeten mee op de kar springen. Als ze de sprong wagen, gaan ze ook een deel van het engagement aan. Durven, kunnen of willen ze niet, dan gaat onze kar verder zonder hen. Alle begrip, want het is niet niks om een kind met een zware rugzak in je hart te sluiten. Het is niet evident, maar wel de moeite waard.

Hij zal je graag zien, maar vaak duwt hij je weg. Hij zal je aandacht vragen op een verkeerde manier. Je zal soms wijselijk een stukje van je tong moeten bijten. Je zal begrip moeten tonen, vertrouwen moeten hebben en op moeilijke momenten blijven geloven dat het goed komt. Je zal het kind graag moeten blijven zien, ook als hij/zij dit niet vanzelfsprekend maakt.

Het is eigenlijk heel simpel: als je het pleegzorgavontuur aangaat, engageer je je tot onvoorwaardelijke liefde. En ook al lijkt het niet altijd zo, je krijgt het dubbel en dik terug.

Column Kleurrijk: Met mijn mond vol tanden

Voor het eerst in bijna 8 jaar – zo lang is onze pleegzoon bij ons en zo oud is hij ook – sta ik met mijn mond vol tanden. Ik weet echt niet wat te zeggen, hoe te reageren.

“Waarom heeft mama D mij gedumpt?”

Gedumpt. Ons ventje denkt dat hij zoals het grof huisvuil op straat werd gezet.

Deze vraag, heel concreet, moet ik even laten bezinken. Tegelijk vallen de puzzelstukjes in elkaar. Zijn moeilijkere gedrag de laatste weken thuis, op school, in de kinderopvang. Slechter eten, slechter slapen … Met deze vraag geeft hij het antwoord. Mijn gedachten draaien op volle toeren, net zoals de zijne blijkbaar, al langere tijd.

Wat moet ik zeggen om die negatieve gedachte uit zijn hoofd te krijgen? En snel, want hij blijft me aankijken met een vragende, haast dwingende blik. Ik slik de krop in mijn keel weg, neem diep adem en doe een poging.

“Mama D heeft jou niet zomaar gedumpt. Ze wou eerst zeker weten dat een ander gezin goed voor jou kon zorgen. Ze heeft L van pleegzorg gebeld en pas toen ze wist dat je bij ons kon komen wonen, is ze weggegaan.”

Zoals altijd wekt elk antwoord weer een nieuwe reeks vragen op. “

“En heeft ze mij daarna nooit meer willen zien? Kan ze nog altijd niet voor mij zorgen? Kan ik later wel bij haar gaan wonen? Heeft ze nog andere kindjes? Wonen die wel bij haar? Waarom … ? Wanneer … ? Hoe … ?

Vraag per vraag, antwoord per antwoord probeer ik hem te kalmeren. Tevergeefs, want elk antwoord doet hem in tranen uitbarsten. Elk antwoord brengt hem nog meer in de war. Hij duwt me weg en zegt dat hij mama D wil. Hij wil bij haar zijn.

“Heb je haar telefoonnummer? Dan kan ik haar bellen en zeggen dat ik van haar houd, want dat weet ze nog niet.”

Slik. Hoe graag ik ook zou willen, dit kan ik niet zelf beslissen. Ik schuif de verantwoordelijkheid van me af en zeg dat we dat aan L van pleegzorg en papa Chel moeten vragen. Dit antwoord geeft hem hoop en brengt hem eindelijk een beetje rust.

Ondertussen heb ik ook het fotoboekje bovengehaald met die ene foto van hem en mama D. Er staan 100 foto’s in, maar alleen die met zijn mama interesseert hem. Hij kijkt en kijkt en valt uiteindelijk in slaap met het boekje op zijn borstkas stevig vastgeklemd. Wanneer ik zeker ben dat hij diep genoeg slaapt, verhuis ik naar mijn eigen bed, want ondertussen is het zelfs voor mij al ver voorbij bedtijd.

‘s Ochtends maak ik hem wakker. Een hele karwei na zo’n kort nachtje. Hij sputtert tegen, kruipt weg onder het donsdeken, zeurt, wordt boos én blijft boos. Ik had niks anders verwacht na zijn vragen en verdriet van gisteren, maar toch vraag ik hem waarom hij zo kwaad is. Met grote verontwaardiging zegt hij: “Altijd wanneer het kei spannend is, maak jij mij wakker.”

Ik lach. Dit was niet het antwoord dat ik verwachtte, maar het stelt me wel gerust. Niet alles wat hij doet, zegt of voelt moet herleid worden tot zijn pleegzorgverhaal. Soms is hij ook gewoon kwaad omdat mama hem wakker maakt op het spannendste moment van zijn droom …

Later is al lang begonnen …

Vanochtend aan de ontbijttafel lag er iets onverteerbaars op mijn bord. Een vrouw, nog te jong en zo vitaal, was er plots niet meer. Ik kende haar, maar niet goed, niet echt. Het was zo’n vrouw waar de positieve energie afspatte. Een vrouw die opviel, zonder al te veel moeite en waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen. Dat maakte haar zo mooi.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch raakt het mij. Is het omdat ze maar iets ouder was dan ik? Ook een moeder was en haar gezin nu alleen achterblijft? Is het omdat ik vanochtend weer maar eens herinnerd werd aan het feit dat het leven, sowieso al kort, voor sommigen wel heel snel afgelopen is. Het kan elk moment gedaan zijn, voor ieder van ons, ook voor mij.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch ben ik al heel de dag verdrietig. En boos. Boos omdat ik mensen ken die er, in tegenstelling tot haar, een heel ongezonde levensstijl op nahouden. Roken, drinken, niet sporten, … dichtgeslibte aders die keer op keer worden opengemaakt. Een overbruggingske meer of minder … Mensen die keer op keer een kans krijgen en het dan gewoon weer verkloten. Terwijl zij een voorbeeld was, ze genoot van het leven, maar op een gezonde manier. En dan wordt ze ziek en sterft amper twee maanden later. Zonder een kans te krijgen.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch komt het hard aan. Want net als ik zat ze ongetwijfeld nog vol plannen. Zo veel dingen die ze nog wou doen. Nog zo veel dromen te verwezenlijken, net als ik. Later …

Maar vandaag besef ik nog maar eens: later is al lang begonnen. We moeten leven in het hier en nu. Nu doen waar we van dromen. We moeten leven en ervan genieten. Zo veel het kan.

Het ga je goed daarboven, K. Ik kende je, maar niet goed. En toch zal ik je missen.

Lie(f)s