The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ dinsdag – 1 september – begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

Pseudo-vakantiesfeer

De voorbije weken van verplicht cocoonen verliepen vrij vlot, tegen alle verwachtingen in. Verwachtingen … daar zit hem het nu net. We zijn na 4 weken wel min of meer gewend aan dit nieuw leven, maar het is niet altijd even makkelijk om mijn verwachtingen aan te passen, om de lat lager te leggen.

Vaak lukt het me om mee te drijven op het pseudo-vakantiesfeertje dat hier in huis hangt. Later opstaan, uitgebreid ontbijten en dan toch maar in gang schieten met dat schoolwerk en het huishouden zodat we na de middag volop kunnen genieten van dat zonnetje. Nu manlief ook een weekje werkloos was, ging dat als vanzelf. De barbecue ging geregeld aan. Er werd ijs en frisdrank in huis gehaald, dus ook de kinderen vinden het prima.

Ik geniet enorm van de rust die we de voorbije weken cadeau kregen, de rust waar ik zo naar verlangde toen alles nog normaal was. Ik kan – of is het wil? – nu de tijd nemen om écht met mijn kroost bezig te zijn. Ik krijg de kans om mijn kinderen opnieuw en beter te leren kennen. Er is ruimte in mijn hoofd om het leven vaker vanuit hun standpunt te bekijken. Dat zorgt voor minder conflicten. Er is tijd om met hén bezig te zijn en daarna met een boek in de zon wat tijd voor mezelf te nemen. Er is zelfs nog tijd om hier en daar een kast te rommelen en de was weg te werken. Het kan tegenwoordig zomaar allemaal op één dag!

En toch bekruipt me soms een gevoel van onbehagen dat moeilijk onder woorden te brengen is. Doen alsof het vakantie is, is leuk voor even. Het lijkt niet te kloppen in mijn hoofd. Mogen we wel genieten van deze semi-quarantaine? Het voelt niet eerlijk t.o.v. al die mensen die in de gevaarlijke buitenwereld gewoon doorwerken. Ik besef dat door hun harde werk wij hier veilig in onze bubbel kunnen blijven.

Hoe zeer ons leven nu ook aanvoelt als één langgerekte vakantie, het mag voor mij weer snel zoals vroeger worden al was het maar om dat schuldgevoel weg te werken. Maar tot dan kan je mij in onzen hof vinden met één van de kinderen om ons beach-tennis-record te verbreken.

Weg van de wereld

Af en toe zoeken we met zijn tweetjes de rust op. Dan willen we weg van de wereld weer even op zoek gaan naar onszelf, naar de mensen die we zijn of waren zonder die allesverpletterende verantwoordelijkheid over onze vier kinderen. We willen af en toe weer ervaren hoe het leven was, ooit … zonder de soms allesoverheersend druk van img_0269buitenaf. We kunnen niet terug in de tijd, naar onze kinder- of tienerjaren. Wat we wel kunnen is af en toe van de wereld verdwijnen.

Mijn man ontvoerde mij dit weekend voor zo’n heerlijke tweedaagse. Slechts één overnachting, maar voldoende om afstand te nemen van ons leven, van de drukte, van onze chaos. We houden van ons leven, echt wel, maar we houden het alleen maar vol door af en toe zo’n pauze in te lassen. Dankzij mijn zus en mijn ouders die dan bij ons komen house- en babysitten kán dit ook. Een ongelooflijke luxe, daar zijn we ons echt wel bewust van en daar zijn we hen eeuwig dankbaar voor.

Deze keer werd het Maasmechelen. Na een ritje van amper een uur trokken we onmiddellijk onze stapschoenen aan en begonnen een wandeling van 11 km in Connecterra, een deel van het Nationaal Park de Hoge Kempen. Het weer was stormachtig, maar zonder kinderen hoef je je daar geen zorgen om te maken.

Wat we te zien kregen was heel afwisselend. We liepen door het bos, langs het water, op en af de heuvels. Het leven op en rond de plassen verrast je af en toe. Het was een pittige wandeling van ongeveer drie uur, met een paar stevige klimmetjes tot op de top van de terrils. Even afzien, maar wat een beloning krijg je eenmaal boven. Een prachtig zicht aan de ene kant over het natuurgebied met zijn waters, heuvels en bossen. Aan de andere kant kijk je over de bewoonde wereld.

Voor we kinderen hadden, zagen we al een stukje van de wereld, maar we beseften dit weekend nog maar eens dat je dezelfde schoonheid ook dicht bij huis kan vinden. We hebben ons dan ook voorgenomen om dit jaar op zoek te gaan naar de mooiste plekjes in ons eigen landje. Ik zal ze graag met jullie delen.

Op weg naar huis stopten we nog in Oud-Rekem, het mooiste dorpje van Vlaanderen. De tijd lijkt er te hebben stilgestaan. Hier kan je een ongetwijfeld mooie dorpswandeling maken, maar daar keren we graag nog eens voor terug mét de kinderen. Want hoe leuk het ook is zo met zijn tweetjes, we missen onze kroost toch ook altijd snel. Met onze batterijen opnieuw helemaal opgeladen kunnen we hen én de wereld weer vlotjes aan!

 

 

 

 

 

Het concept ‘vakantie’

Sinds anderhalf jaar werk ik niet meer in het onderwijs. Tegen alle verwachtingen in heb ik geen heimwee. In het begin miste ik het contact met de collega’s en de leerlingen, én de voldoening die je voelt wanneer je erin slaagt om een stelletje pubers toch een lesuur te boeien. Al het overige was er nét iets te veel aan.

Wat ik nu vooral mis, elk jaar opnieuw rond deze tijd, is het gevoel dat je hebt op het einde van het schooljaar. Het aftellen en vurig verlangen naar de vakantie, de laatste loodjes die je op school met iets meer plezier dan anders afwerkt. En dan … die zee van tijd die voor je ligt en waar je niet kan over kijken. Twee volle maanden verlof, één uitgestrekte vakantie waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Het gevoel dat even alles kan en niks echt moet, dat mis ik elk jaar opnieuw.

De eerste week zat ik nog kwijlend voor mijn scherm te kijken naar de eerste vakantiefoto’s die op facebook en instagram passeerden. De zonsondergangen op het strand, de wandelingen in de bergen, de english breakfasts in Spanje, … Een weekje later, zat ik heimelijk te grijnzen bij de foto’s van hopen vuile was en lege reiskoffers. Zij zijn weer thuis en hun vakantie voor dit jaar zit er al op. 

Zo kom ik bij dat andere gevoel dat ieder jaar de kop opsteekt. Elke zomer opnieuw bedenk ik bij mezelf hoe absurd ‘vakantie’ is. Een heel jaar kijken we er met zijn allen naar uit, naar die week of 2 weken dat we massaal uitwijken naar ergens waar het beter is. De meesten vertrekken op dezelfde momenten en staan gezellig samen in lange rijen op de luchthaven of aan de péage op weg naar het zuiden aan te schuiven. Een week later staan we dan weer en masse te wachten aan de andere kant, terug richting thuis, routine, dagelijkse sleur, drukte en stress.

Dat was het dan weer voor dit jaar … maanden naar uitgekeken en hup, het is alweer voorbij. Waarom voelen we in godsnaam de noodzaak om minstens een week op een andere plaats te vertoeven? Zijn we dan zo ongelukkig in ons eigen huis? Ontevreden met ons dagelijks leven?

Ik alvast niet, meestal ben ik héél blij met wat ik thuis heb en kan ik ook écht wel genieten van het leven in mijn eigen tuin. Toch voel ook ik elk jaar de behoefte om twee weken met het gezin weg te trekken naar een plek onder de zon, ons paradijsje in the middle of nowhere.

2543497018_552c9e90-039c-4f9c-8bd2-4b9262c15083

De locatie op zich is minder belangrijk, maar het gaat er voor ons vooral om om even met het gezin alleen te zijn, weg van verplichtingen en verwachtingen. Daar in ons huisje, in het grootste boerengat van Frankrijk. Geen buren, geen familie, geen gedwongen sociaal contact. Alleen wij, onze kinderen én tijd. Tijd voor elkaar, tijd om te puzzelen, verstoppertje te spelen, te lezen en te genieten van elkaar zonder op de klok te hoeven kijken.

Dát is vakantie. Zalig, maar tegelijkertijd absurd. Waarom kan dat gezinsgeluk alleen pieken gedurende die 2 weken in de zomer? Is er dan geen manier om ons thuis ook af te sluiten van de buitenwereld? Hoe ouder de kinderen worden, hoe moeilijker het lijkt. Ze leiden meer en meer hun eigen leven, buiten de grenzen van onze cocon.

Toch kijken ook zij jaar na jaar reikhalzend uit naar die twee weken vakantie met het gezin en hebben ze genoeg aan zichzelf, aan ons en elkaar. Die gedachte maakt me gelukkig en doet me alleen maar meer uitkijken naar wat ons binnen enkele weken te wachten staat. Het vluchtige, het absurde motiveert me alleen maar om er ook dit jaar weer meer en nog bewuster van te genieten.