Dagelijkse sleur

2019 is alweer twee weken oud. Voorafgegaan door twee weken feest waarbij twee kilootjes gewonnen werden. Iets zegt mij dat ik die luttele twee kilo’s niet in twee weken weer ga kwijtspelen. Dit geheel terzijde.

De vakantie was leuk. Gezellig. Cosy. Feestelijk. Anders dan anders, met minder verplichtingen wat het allemaal een beetje makkelijker te verteren maakte, letterlijk en figuurlijk. Het was leuk omdat manlief het grootste deel van de twee weken ook thuis was. Thuis, bij mij, bij de kinderen. Vakantie met hem en vakantie zonder hem … een wereld van verschil. Zonder hem is voor mij als moeder niet altijd vakantie, integendeel.

Vakantie mét hem is altijd even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Dat is ongelooflijk leuk en hoe kort ook, altijd het moment om zelf even op adem te komen en bij te tanken.

Na anderhalve week samen thuis, af en toe een feestje afgewisseld met een gezinsuitstapje, doet het pijn om weer in de realiteit te stappen. Niet meer allemaal constant samen, opnieuw vroeg opstaan, weer naar school, terug aan het werk. Het is even aanpassen voor iedereen, maar we pikken de routine verrassend snel op. We komen al gauw tot het besluit dat dagelijkse sleur zo slecht niet is.

Het verplicht ons meer aandacht te geven aan onze zwakke plek: structuur. Ik ben nogal chaotisch van aard. Met mijn man is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het is dus bijna onvermijdelijk dat onze kinderen deze minder positieve eigenschap ook in zich hebben. We weten dat, maar liggen er niet van wakker. Zolang we zo goed als overal en altijd op tijd zijn, kunnen we er zelf mee leven. Al onderneem ik af en toe een poging om wat structuur op te dringen, maar door mijn eigen laksheid sterft elke maatregel steevast een stille dood.

Structuur, routine, regelmaat … als groot gezin hebben we dit nodig om het hoofd te bieden aan het hoge tempo en alle verplichtingen die onze hedendaagse maatschappij met zich meebrengt.

Na twee heerlijke, ontspannen weken is de dagelijkse sleur een welgekomen verademing. Opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, vertrekken naar school, thuiskomen van school, huiswerk maken, eten, vertrekken naar de hobby’s, weer thuis komen, nog iets eten, ‘Thuis’ kijken, wassen en pyjama aan, bed in.

Zo waar, merk ik daar enige structuur in ons gezinsleven?

 

Column #3: Hoe graag mogen we hem zien?

Je houdt van iemand of niet. Zo simpel is dat. Ik zie mijn kinderen graag. Alle vier.

Af en toe stellen ze me dé vraag, de aartsmoeilijke vraag die een nauwkeurig afgewogen en diplomatisch antwoord vereist. “Mama, van wie van ons hou jij het meest?”

“Ik zie jullie alle 4 even graag.”

“Ja, maar als je moet kiezen?”

“Euh, …”

Soms wordt me die vraag voorgeschoteld door volwassen mensen wanneer we het over ons pleegzorgverhaal gaat.

“Kan je zo’n kind even graag zien als je eigen kind?”

Ik denk het wel … Alle kindjes die we opvingen in crisis heb ik graag gezien, voor zolang ze hier waren. Ook nadien kregen ze een warm plekje in ons hart. Dat is wel het minste wat ze verdienen. En geloof me, wanneer er een klein dutske voor je staat dat op die moment niemand anders heeft, dan komt de liefde vanzelf.

Ons pleegzoontje Lau maakt ondertussen al drie jaar en half deel uit van ons nest. Hij kwam als pasgeboren baby en is blijven plakken in ons gezin, maar vooral in ons hart. Ik durf te zeggen dat ik hem even graag zie als onze andere drie kinderen, maar het is complexer. Je denkt er meer over na … Zie ik hem effectief even graag als de anderen? Is het een ander soort liefde? Hoort het wel dat we hem zo graag zien? Hoe graag mogen we hem zien? Is er een grens die ons beschermt tegen de pijn en het verdriet wanneer hij misschien ooit ons nest zal moeten verlaten?

Ik vrees van niet. Je ziet iemand graag of niet. Punt. Je kan er ook niet zo maar mee ophouden of er even de rem op zetten. Gelukkig maar! Het komt allemaal vanzelf, dat merk ik bij onze andere kinderen en bij mijn man.

Het maakt me ontzettend trots wanneer ik zie hoe de andere drie omgaan met hun kleine broertje. Hoe ze ervoor zorgen en hem missen wanneer hij bezoek heeft. Hoe ze naar de deur rennen en hem verwelkomen wanneer hij weer thuis komt. Ik voel warme liefde wanneer ik mijn man met de kleinste zie ravotten, net zoals hij met de anderen deed. Ik zie hem vertederd kijken naar dat vinnig ventje en soms zie ik de verwondering op zijn gezicht wanneer ook hij plots beseft dat hij hem even graag ziet als die andere drie.

img_5553

Er was eens een vader in Mosul

A man cries while carrying his daughter as he walks from Islamic State controlled part of Mosul towards Iraqi special forces soldiers during a battle in Mosul

Een man met baard loopt de straat op met zijn dochtertje op de arm. Op de vlucht voor de bommen, wanhopig op zoek naar schaarse veiligheid, koortsachtig zoekend naar een kans om te overleven. Zelf draagt hij niet meer dan de joggingbroek en het marcelleke waarmee hij comfortabel voor tv in de zetel kan hangen of onbezorgd met zijn dochtertje van bijna 4 kan spelen. Voor zover dat kan natuurlijk daar op die plek, in de stad Mosul, ergens in Irak waar al jaren een gevecht op leven en dood woedt .

Verrast door de aanval had hij geen tijd om iets warmers aan te trekken, laat staan schoenen aan te doen. Op weg naar buiten, enkele minuten voor het dak van zijn kleine huisje naar beneden kwam, kon hij nog net de jas van zijn dochtertje van de kapstok in de inkomhal mee graaien.

‘Zorg dat ze niet zonder jas buiten gaat!’ Hij hoort het zijn vrouw nog zeggen. Ook de sleutels van zijn kleine gele autootje dat hij 10 jaar geleden kocht met zijn zuurverdiende centen, kon hij nog net van het haakje halen. Dat haakje had zijn vrouw vorig jaar zelf nog vastberaden in de muur geklopt omdat ze het eeuwige gezoek naar die verdomde autosleutels beu was.

Zijn lieve, mooie vrouw, … Haar verloor hij enkele maanden geleden. Net als zijn broer een half jaar geleden. Zijn ouders 9 maanden geleden. Zijn dochter was het enige wat hij nu nog had, het enige waarvoor hij nog leefde. Hij zou alles doen om haar te beschermen. Nooit nog zou hij haar zonder jas naar buiten laten gaan. Al moest hij zelf in zijn onderbroek de straat op.

De foto hierboven uit de krant greep me bij de keel. Niet zozeer de paniek, de angst en de wanhoop op het gezicht van vader en dochter, maar het contrast van de schaars geklede man en het warm geklede meisje brachten me om één of andere reden van slag. Dat onbeduidende detail deed me nadenken over ‘hun’ verhaal, over hoe het misschien allemaal is gegaan … of hoe ook niet.

Dat die man in deze chaos en ondanks zijn onmetelijke angst en paniek er (in mijn verbeelding althans) toch nog aan dacht om zijn dochtertje een jas aan te trekken alvorens het huis uit te vluchten … dat maakt van hem een vader, een verdomd goede vader die in onwaarschijnlijke omstandigheden nog steeds alleen maar aan het beste voor zijn dochter denkt.
betterworld