Column #3: Hoe graag mogen we hem zien?

Je houdt van iemand of niet. Zo simpel is dat. Ik zie mijn kinderen graag. Alle vier.

Af en toe stellen ze me dé vraag, de aartsmoeilijke vraag die een nauwkeurig afgewogen en diplomatisch antwoord vereist. “Mama, van wie van ons hou jij het meest?”

“Ik zie jullie alle 4 even graag.”

“Ja, maar als je moet kiezen?”

“Euh, …”

Soms wordt me die vraag voorgeschoteld door volwassen mensen wanneer we het over ons pleegzorgverhaal gaat.

“Kan je zo’n kind even graag zien als je eigen kind?”

Ik denk het wel … Alle kindjes die we opvingen in crisis heb ik graag gezien, voor zolang ze hier waren. Ook nadien kregen ze een warm plekje in ons hart. Dat is wel het minste wat ze verdienen. En geloof me, wanneer er een klein dutske voor je staat dat op die moment niemand anders heeft, dan komt de liefde vanzelf.

Ons pleegzoontje Lau maakt ondertussen al drie jaar en half deel uit van ons nest. Hij kwam als pasgeboren baby en is blijven plakken in ons gezin, maar vooral in ons hart. Ik durf te zeggen dat ik hem even graag zie als onze andere drie kinderen, maar het is complexer. Je denkt er meer over na … Zie ik hem effectief even graag als de anderen? Is het een ander soort liefde? Hoort het wel dat we hem zo graag zien? Hoe graag mogen we hem zien? Is er een grens die ons beschermt tegen de pijn en het verdriet wanneer hij misschien ooit ons nest zal moeten verlaten?

Ik vrees van niet. Je ziet iemand graag of niet. Punt. Je kan er ook niet zo maar mee ophouden of er even de rem op zetten. Gelukkig maar! Het komt allemaal vanzelf, dat merk ik bij onze andere kinderen en bij mijn man.

Het maakt me ontzettend trots wanneer ik zie hoe de andere drie omgaan met hun kleine broertje. Hoe ze ervoor zorgen en hem missen wanneer hij bezoek heeft. Hoe ze naar de deur rennen en hem verwelkomen wanneer hij weer thuis komt. Ik voel warme liefde wanneer ik mijn man met de kleinste zie ravotten, net zoals hij met de anderen deed. Ik zie hem vertederd kijken naar dat vinnig ventje en soms zie ik de verwondering op zijn gezicht wanneer ook hij plots beseft dat hij hem even graag ziet als die andere drie.

img_5553

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?

Er was eens een vader in Mosul

A man cries while carrying his daughter as he walks from Islamic State controlled part of Mosul towards Iraqi special forces soldiers during a battle in Mosul

Een man met baard loopt de straat op met zijn dochtertje op de arm. Op de vlucht voor de bommen, wanhopig op zoek naar schaarse veiligheid, koortsachtig zoekend naar een kans om te overleven. Zelf draagt hij niet meer dan de joggingbroek en het marcelleke waarmee hij comfortabel voor tv in de zetel kan hangen of onbezorgd met zijn dochtertje van bijna 4 kan spelen. Voor zover dat kan natuurlijk daar op die plek, in de stad Mosul, ergens in Irak waar al jaren een gevecht op leven en dood woedt .

Verrast door de aanval had hij geen tijd om iets warmers aan te trekken, laat staan schoenen aan te doen. Op weg naar buiten, enkele minuten voor het dak van zijn kleine huisje naar beneden kwam, kon hij nog net de jas van zijn dochtertje van de kapstok in de inkomhal mee graaien.

‘Zorg dat ze niet zonder jas buiten gaat!’ Hij hoort het zijn vrouw nog zeggen. Ook de sleutels van zijn kleine gele autootje dat hij 10 jaar geleden kocht met zijn zuurverdiende centen, kon hij nog net van het haakje halen. Dat haakje had zijn vrouw vorig jaar zelf nog vastberaden in de muur geklopt omdat ze het eeuwige gezoek naar die verdomde autosleutels beu was.

Zijn lieve, mooie vrouw, … Haar verloor hij enkele maanden geleden. Net als zijn broer een half jaar geleden. Zijn ouders 9 maanden geleden. Zijn dochter was het enige wat hij nu nog had, het enige waarvoor hij nog leefde. Hij zou alles doen om haar te beschermen. Nooit nog zou hij haar zonder jas naar buiten laten gaan. Al moest hij zelf in zijn onderbroek de straat op.

De foto hierboven uit de krant greep me bij de keel. Niet zozeer de paniek, de angst en de wanhoop op het gezicht van vader en dochter, maar het contrast van de schaars geklede man en het warm geklede meisje brachten me om één of andere reden van slag. Dat onbeduidende detail deed me nadenken over ‘hun’ verhaal, over hoe het misschien allemaal is gegaan … of hoe ook niet.

Dat die man in deze chaos en ondanks zijn onmetelijke angst en paniek er (in mijn verbeelding althans) toch nog aan dacht om zijn dochtertje een jas aan te trekken alvorens het huis uit te vluchten … dat maakt van hem een vader, een verdomd goede vader die in onwaarschijnlijke omstandigheden nog steeds alleen maar aan het beste voor zijn dochter denkt.
betterworld