Column Kleurrijk: 10 jaar pleegzorgdecreet

Hip hip hoera! Het pleegzorgdecreet en Pleegzorg Vlaanderen bestaat 10 jaar. Toeval bestaat niet, maar onze pleegzoon ook. Hij wordt in november 10 en in december is hij 10 jaar bij ons. Een decennium. Een jubileum. Feest!

Wat er zich achter de schermen allemaal heeft afgespeeld, daar heb ik geen flauw benul van. Ik was te druk bezig met het moederen over vier kinderen. Het is af en toe pittig geweest. De constante aanpassing aan nieuwe, uitgebreide bezoekregelingen bijvoorbeeld, liet vaak tijdelijk zijn sporen na: net wanneer je dacht een aangenaam evenwicht bereikt te hebben, moest er weer rond de tafel gezeten worden. Het was steeds opnieuw een les in meegaan met iets waar je zelf niet om gevraagd hebt. Met tegenzin, maar omdat het moet en omdat je diep van binnen weet dat dit het beste is voor het kind.

Het is vooral ook heel leuk geweest. Elk jaar zijn verjaardag mogen vieren. Hem zien opgroeien, zijn eerste stapjes, zijn eerste woordjes, … dingen herkennen in hem van jezelf, je man of van je andere kinderen. Andere dingen dan weer niet kunnen thuis brengen. Ik stond vaak met grote ogen te kijken naar zijn veerkracht en aanpassingsvermogen. Hoe moet het zijn om steeds maar weer uit je vertrouwde cocon te worden gehaald om ergens anders tijd door te brengen? En wanneer je je daar een beetje op je gemak voelt, moet je weer terug.

Het was en is soms moeilijk om hem te zien worstelen met zijn uitzonderlijke situatie. Een antwoord geven op zijn vragen, was en is een uitdaging. Waarom woon ik bij jullie? Waar is mijn mama? Wat als ik niet bij jullie kan blijven? … Het schenkt een enorme voldoening wanneer je merkt dat je hem – voor een tijdje – kan kalmeren en geruststellen. Het geeft een moeilijk te omschrijven gevoel wanneer je de veilige haven bent van andermans kind. Er ligt een hele dunne grens tussen de harde realiteit verbloemen en de dingen benoemen zoals ze zijn.

Als moeder is het vooral heel mooi om je andere kinderen in die 10 jaar te zien groeien in hun rol als (pleeg)broer of -zus. Ook zij moesten zich willens nillens aanpassen aan de steeds veranderende realiteit rond hen. Ze hebben daar nooit moeilijk over gedaan, integendeel. Ze gaan door het vuur voor hun pleegbroertje. Dat maakt van mij een fiere moeder.

En laten we vooral de vaders in dit verhaal niet vergeten. Het zijn er twee. Papa C heb ik in die jaren zien evolueren van een onzekere tot een vastberaden vader die het beste voor zijn kind wil en een steeds grotere rol in zijn leven wil spelen. Onze papa is er ook nog. Die staat al 10 jaar lang als een rots in de soms woelige zee te wachten tot hij telkens weer een veilig plekje kan bieden middenin de woeste golven.

10 jaren zijn voorbij gevlogen. Het liep niet altijd van een leien dakje, maar pleegzorg was er steeds om ons bij te staan. Soms was dat slechts een babbeltje waarin we ons hart eens konden luchten. Soms was er meer nodig en schoot een heel team in actie. Dat maakt dat het wat ons betreft 10 hele mooie jaren waren waarin elke hindernis vlotjes genomen werd.

Mogen we dan nu bijtekenen voor nog eens 10 meer?

Column Kleurrijk: Verlies

Schrijven over verlies. Dat was de opdracht voor deze column. Niet makkelijk, geen inspiratie. Maar zoals zo vaak hielp het lot een handje. Helaas, want kort voor de deadline van deze column moesten we, na bijna 10 jaar, afscheid nemen van onze hond Lola. Lola kwam er een maand voor Lou, onverwachts, in ons gezin kwam en uiteindelijk ook bleef. Ze groeiden dus samen op, ondanks de zware allergie die Lou heeft voor honden. En katten. En alle andere dieren met haar.

Wanneer we op vakantie vertrokken, huilde Lou steevast tranen met tuiten omdat we onze hond moesten thuis laten. ‘Wie gaat er nu voor Lola zorgen? Ik ga haar zo missen! Wat als er ondertussen iets met haar gebeurt?’ We kregen hem gelukkig snel getroost, maar het het gemis stak enkele dagen later gegarandeerd weer de kop op. Opmerkelijk was dat vroeger het verdriet om Lola meestal overging in het verdriet om zijn mama die hij niet kent, nooit gekend heeft en toch heel erg mist. Dit is en blijft voor hem een groot verlies.

Al heeft hij de afwezigheid van zijn mama, zo lijkt het, de laatste jaren een plaatsje kunnen geven, we merken dat het een gevoelig thema is, wanneer mijn moeder weer voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Lou is dan altijd boos en weigert afscheid van haar te nemen. Hij vindt het absoluut niet kunnen dat mijn eigen moeder mij zomaar achterlaat. Het is schattig hoe hij het voor mij opneemt en met mij in zit, maar de achterliggende reden van zijn gedrag maakt het allemaal een beetje pijnlijk.

Het einde van het schooljaar ging ook dit jaar gepaard met de nodige traantjes. Afscheid nemen van zijn klas, de juf, zijn vriendjes … het valt hem zwaar. Hij is bang dat ze hem allemaal gaan vergeten en dat het (tijdelijke) verlies van zijn dagelijkse routine iets permanents wordt.

Maar dus, 2 weken geleden gebeurde het ondenkbare. Lola ging dood. Al zagen we het aankomen, het bleef onverwacht. Iedereen hier thuis, van klein tot groot heeft tranen gelaten. Er werd onderling geknuffeld en getroost. Mooi om te zien ook, hoe in momenten van intens verdriet de stevige basis van ons gezin zichtbaar wordt. Hoe ook de kinderen er voor elkaar zijn. Het geeft hoop naar de toekomst toe, want tussen de chaos, de drukte, het gekibbel en gesnauw is het niet altijd duidelijk dat de liefde groot is.

We gaven het verlies een mooi plekje in een hoekje achterin onze tuin. De kinderen timmerden een houten kruis in elkaar en mooie bloemetjes werden geplant en gezaaid. Foto’s van Lola werden bij elkaar gezocht en slingeren nu rond in huis. Het bewijst dat verlies en verdriet best niet weggestopt en genegeerd worden, maar letterlijk en figuurlijk een plaatsje moeten krijgen zodat het niet persé iets negatiefs hoeft te zijn, maar deel kan uitmaken van het leven.

Pleegpapa

In deze editie van Kleurrijk die draait rond (pleeg)vaders neem ik, Gert, het voor de column even over van mijn vrouw Lies. Ik werd verliefd op haar grote hart, haar engagement en haar open blik op de wereld. Het is dankzij die eigenschappen dat ik pleegvader ben geworden. Een rol waarover ik eerst mijn twijfels had, tenminste om die rol fulltime op te nemen, maar tot op heden heb ik er nog geen minuut spijt van gehad.

We begonnen met crisisopvang en dat was me op het lijf geschreven. De kinderen die enkele weken of maanden in ons gezin verbleven kon ik zonder problemen de aandacht en liefde geven die ze nodig hadden, al hield ik me altijd wel een beetje op de achtergrond en deden mijn vrouw en kinderen het meeste werk. Ik hield me ook liefst zo ver mogelijk van de achtergrondsituatie en ouders die het kind met zich meebracht. Op die manier hoopte ik zo neutraal mogelijk en zonder oordeel tegenover het kind te staan, want ik was bang dat al de problemen mijn beeld over het kind zouden beïnvloeden.

Nadat we enkele kinderen in ons gezin opvingen, kwam Lou in ons leven. Met hem stapten we over van crisisopvang naar langdurige opvang. De vraag kwam na een half jaar vanuit pleegzorg. Mijn vrouw en drie kinderen moesten geen seconde nadenken en zeiden volmondig ja. Ze hadden zich helemaal gehecht aan dat kleintje en waren blij dat hij kon blijven. Voor mij was het niet zo simpel. De crisisopvang was altijd kort en voelde voor mij eerder vrijblijvend aan. Een langdurige opvang bracht, naar mijn gevoel, plots veel meer verantwoordelijkheid en verplichtingen met zich mee. Hoewel ik me daar niet de meeste zorgen over maakte. Ik was vooral bang dat ik het kind niet even graag zou kunnen zien als mijn eigen kinderen. Dat er altijd een verschil zou zijn. En dat leek me verkeerd. Maar ik weet nu, na 9 jaar een half, dat het inderdaad anders is, want onze pleegzoon heeft (nog) een vader. Daardoor is de relatie met hem anders dan de relatie met mijn andere kinderen, maar ik zie hem ook graag. En hij ziet mij graag.

Toch is het niet altijd gemakkelijk. Onze pleegzoon heeft het niet altijd gemakkelijk met zijn situatie en als hij het emotioneel moeilijk heeft, dan zullen we het geweten hebben. Vooral naar mij toe uit hij zijn frustraties. Ik krijg dan soms de lelijkste dingen naar mijn hoofd gesmeten en het zinnetje te horen dat ik zijn papa niet ben. Dat komt soms wel binnen, maar hij heeft natuurlijk gelijk.

Zoals met alles is het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou me ons gezin niet meer kunnen voorstellen zonder hem. Pleeggezin zijn maakt het leven niet altijd makkelijk, maar net als mijn vrouw hou ik gelukkig ook van een uitdaging.

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

What’s in a name

“Ik ben Lau Van Herck, want mijn zus heet Josefien Van Herck.”

Totaal onverwacht werden we wakker geschud. Ik moest even slikken, het laten bezinken. Uit het niets werden we met onze neus op het feit gedrukt dat we in een  volgende fase zijn aanbeland. Dat onze kleinste man zonder het te weten een hele grote stap had gezet.

Het zat er nochtans aan te komen. Hij wordt ouder – vijf bijna – en zijn wereld wordt groter. Hij ervaart de dingen en mensen rondom hem, zijn leefwereld als vanzelfsprekend terwijl het dat allesbehalve is.

“Ik ben Lau Van Herck”

Een schijnbaar onschuldig zinnetje, maar voor ons een teken dat hij besef krijgt van zijn eigen identiteit. Hét teken dat we binnenkort heel wat uit te leggen hebben.

Tot nu was hij dus gewoon Lau, meer niet. Door de complexe omstandigheden bij zijn geboorte kreeg hij de naam van een man die geen enkele band met hem had en samen met de moeder al snel uit zijn leven verdween. We zijn die familienaam dan ook altijd bewust een beetje uit de weg gegaan. Zijn ‘echte’ papa is er al lang mee bezig om de naam te veranderen, maar dit is niet zo simpel en vraagt tijd. Tijd die we nu plots niet meer lijken te hebben.

Iedereen heeft een naam. We staan niet stil bij het belang van onze naam, die hoort en past bij ons. Die bepaalt wie jij bent, voor jezelf maar ook voor anderen. Je familienaam vertelt je waar je vandaan komt, waar je wortels liggen, bij wie je hoort. Wat doet het met een kind als hij beseft dat zijn afkomst en de familie die hij als de zijne beschouwt niet dezelfde zijn? Dat zijn wortels niet bij ons liggen en dat de familienaam die hij – voorlopig nog – draagt niet staat voor wie hij is?

Er zullen heel wat vragen komen en we moeten samen met hem de ingewikkelde knoop ontwarren. Dat hij niet zoals zijn broer en twee zussen uit mijn buik geboren is, dat weet hij ondertussen wel. Dat er twee papa’s zijn, daar heeft hij vrede mee. Waarom dit zo is en welke onbekenden nog mee deel uitmaken van zijn roots, dat is niet zo’n mooi verhaal waarvoor we hem liefst zo lang mogelijk wilden en konden beschermen. Tot nu …

Nog minder dan in het gewone leven, heb je in de pleegzorgwereld niet alles in de hand. De jeugdrechter, consulenten, begeleiders, ouders en de kinderen zelf houden je regelmatig met de voetjes op de grond. Dat maakt het er zeker niet makkelijker op en soms is het ronduit vervelend, maar al bij al maakt het ons leven vooral boeiend en uitdagend.

Ook hier komen we wel weer uit. We kunnen niet meer doen dan er voor hem zijn als dat nodig is en ervoor zorgen dat hij zich deel van ons gezin voelt en blijft voelen.

Hoe ons ventje ook heet, hij hoort bij ons.

Mama heeft het druk, druk, druk …

drukdrukdruk

Gisteren bij het ontbijt passeerde deze afbeelding met bijhorende tekst op mijn schermpje. Tot gisteren heb ik er nooit eerder echt bij stil gestaan of me eraan gestoord dat we van alle kanten nog steeds worden belaagd door het klassieke rollenpatroon.

Het is niet langer ‘vrouw aan de haard en man zorgt voor brood op de plank’. Het is – godzijdank – geëvolueerd. Ondertussen mogen wij vrouwen gelukkig wel buitenshuis werken en onszelf ontplooien, maar de opvoeding van de kinderen en het huishouden moeten we er nog steeds geheel of grotendeels bij nemen. Tussen de regels door wordt ons dan ook nog eens duidelijk gemaakt dat moeder de vrouw van die combinatie vaak een potje maakt.

Kijk maar naar de foto. De piepkleine tekst erbij richt zich aan ‘de ouder’, man en vrouw dus. Nochtans zien we op de overheersende afbeelding een mama die alleen met de kinderen aan de ontbijttafel zit. Papa is al lang naar het werk vertrokken. Niks mis mee, maar is het nodig om de rommel op het aanrecht zo fijntjes in beeld te brengen?

Mama worstelt duidelijk met de combinatie gezin en werk. Komt daar nog een hobby, sport en een boeiend sociaal leven bij. Makkelijk is het niet, dat weet ik uit ervaring. Maar waar zit papa in heel dit verhaal?

Voor vrouwen zoals ik die het allemáál willen, worden infoavonden georganiseerd waar je o.a leert beter om te gaan met de stress en hoe je al je prioriteiten beter kan combineren. Ongetwijfeld interessant, maar volgens mij kan en moet het anders.

Als het van mij afhangt voortaan meer van dat, maar dan uitsluitend voor de papa’s waarin zij aangeleerd krijgen hoe ze eindelijk hun vader- en partnerrol actiever kunnen opnemen zonder het daarbij te verkloten op de werkvloer.

Kan eindelijk iemand die vaders uitleggen dat ook zij de wekker een half uur vroeger kunnen zetten zodat er na het ontbijt nog tijd rest om de afwasmachine leeg te maken, de brooddozen van de kroost alvast te vullen, de tien schoolbriefjes te tekenen, de kat eten te geven en de was op te hangen?

Maar ach, laten we een kat een kat noemen. De meeste vrouwen wíllen zelf zorgen voor hun kroost, de was en de plas. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat niemand het zo goed doet als wij. Misschien moeten we leren wat meer uit handen te geven en meer vertrouwen te hebben in onze wederhelften, de kinderopvang en het sociale netwerk rondom ons.

We hoeven toch niet altijd de oplossing bij onszelf te zoeken door bijv. yoga- en mindfulnesslessen te volgen, te dauwtrippen en bomen te knuffelen in de hoop toch maar die innerlijke rust te vinden.

Mag ik af en toe de chaos in mijn hoofd gewoon omarmen en het even aan een ander overlaten om de rommel op mijn aanrecht weg te werken?

 

 

Dagelijkse sleur

2019 is alweer twee weken oud. Voorafgegaan door twee weken feest waarbij twee kilootjes gewonnen werden. Iets zegt mij dat ik die luttele twee kilo’s niet in twee weken weer ga kwijtspelen. Dit geheel terzijde.

De vakantie was leuk. Gezellig. Cosy. Feestelijk. Anders dan anders, met minder verplichtingen wat het allemaal een beetje makkelijker te verteren maakte, letterlijk en figuurlijk. Het was leuk omdat manlief het grootste deel van de twee weken ook thuis was. Thuis, bij mij, bij de kinderen. Vakantie met hem en vakantie zonder hem … een wereld van verschil. Zonder hem is voor mij als moeder niet altijd vakantie, integendeel.

Vakantie mét hem is altijd even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Dat is ongelooflijk leuk en hoe kort ook, altijd het moment om zelf even op adem te komen en bij te tanken.

Na anderhalve week samen thuis, af en toe een feestje afgewisseld met een gezinsuitstapje, doet het pijn om weer in de realiteit te stappen. Niet meer allemaal constant samen, opnieuw vroeg opstaan, weer naar school, terug aan het werk. Het is even aanpassen voor iedereen, maar we pikken de routine verrassend snel op. We komen al gauw tot het besluit dat dagelijkse sleur zo slecht niet is.

Het verplicht ons meer aandacht te geven aan onze zwakke plek: structuur. Ik ben nogal chaotisch van aard. Met mijn man is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het is dus bijna onvermijdelijk dat onze kinderen deze minder positieve eigenschap ook in zich hebben. We weten dat, maar liggen er niet van wakker. Zolang we zo goed als overal en altijd op tijd zijn, kunnen we er zelf mee leven. Al onderneem ik af en toe een poging om wat structuur op te dringen, maar door mijn eigen laksheid sterft elke maatregel steevast een stille dood.

Structuur, routine, regelmaat … als groot gezin hebben we dit nodig om het hoofd te bieden aan het hoge tempo en alle verplichtingen die onze hedendaagse maatschappij met zich meebrengt.

Na twee heerlijke, ontspannen weken is de dagelijkse sleur een welgekomen verademing. Opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, vertrekken naar school, thuiskomen van school, huiswerk maken, eten, vertrekken naar de hobby’s, weer thuis komen, nog iets eten, ‘Thuis’ kijken, wassen en pyjama aan, bed in.

Zo waar, merk ik daar enige structuur in ons gezinsleven?

 

Week van de Pleegzorg: dag 6

Pleegzorg is gratis gezinstherapie.

De voorbije dagen heb ik het al vaak gehad over de ouders die je er willens nillens bij krijgt. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. In ons geval verloopt het contact heel vlot en met wederzijds respect.

Wie je er nog zomaar bij krijgt is de pleegzorgbegeleider/ster. In ons geval een toffe, vooral heel gedreven jongedame die geregeld op bezoek komt om het over Laurens te hebben. Het zijn altijd gezellige babbels, hoewel ik er soms een beetje tegenop zie, want het moet weer ingepland worden en het is niet altijd makkelijk om met de vier kinderen erbij een rustig gesprek te voeren. Toch heb ik na elk gesprek steeds weer een goed gevoel.

Je wordt verplicht om kritisch na te denken over je eigen gezinsleven, over hoe het gaat. Meer nog, je moet er over práten. Zo worden er soms pijnpunten binnen het gezin blootgelegd waar ik niet van wist dat ze er waren. Er wordt naar oplossingen gezocht indien nodig. Of je kan gewoon je ei kwijt. Het is eigenlijk free counseling, gratis therapie.

Het is geruststellend om te weten dat er een heel team van hulpverleners ter beschikking staat. Voorlopig is hij zich nog niet bewust van zijn complexe situatie: wij zijn zijn mama en papa. Hij heeft twee zussen en een broer. Om de twee weken gaat hij slapen bij zijn andere papa. Zo is het nu eenmaal, hij weet niet anders. Zodra hij zich vragen begint te stellen en onze antwoorden misschien niet meer volstaan, kunnen we bij Pleegzorg terecht om het van ons over te nemen.

Je staat er dus niet alleen voor als pleeggezin. Niet elke plaatsing is een succesverhaal, maar je wordt intensief begeleid en hulp is voorhanden indien nodig.

Week van de Pleegzorg: dag 5 – Lang leve Lau!

Pleegzorg is extra blij zijn met elke verjaardag.

Vier jaar geleden kwam onze jongste ter wereld. Het blijft een raar idee dat we er die dag niet bij waren. Hij kwam pas  een maand later in ons leven, toen we als crisisgezin van Pleegzorg de vraag kregen of we een pasgeboren jongetje met de naam Laurens wilden opvangen. Twee dagen later gingen we hem halen in de couveuseafdeling van de materniteit.

Zijn moeder zette hem vier weken voordien op de wereld. Hoe hard ze ook probeerde, het lukte haar niet om hem in haar hart te sluiten. Ze vertrok uit het ziekenhuis zonder haar zoontje. Pleegzorg werd ingeschakeld en zo kruisten onze paden.

Je kan haar verwijten dat ze haar kind in de steek liet.  Je vindt haar ongetwijfeld een slechte moeder.Je mag haar beslissing onbegrijpelijk en onmenselijk noemen. Misschien is dat allemaal een beetje waar, maar ik weet ook dat ze die beslissing uit liefde heeft genomen.

Het is dankzij haar beslissing dat wij vandaag feest vieren. Vier jaar wordt hij, bijna vier jaar bij ons. Het is en blijft dubbel, maar zolang hij zichzelf niet bewust is van die beladenheid, geven wij er een lap op.

We zien hem graag en hoewel ik hem niet zelf op de wereld zette, zijn we enorm dankbaar dat hij hier bij ons is.

Lau, kleine man, een gelukkige verjaardag! Dat we nog vele verjaardagen samen mogen vieren.

Te weinig van mij voor iedereen

“Mama, ik heb kaka gedaan!”

“Ik kom eraan, eerst nog even je zus haar haren kammen. Mooi blijven zitten, he!”

Wanneer ik op weg ben om de kleinste zijn billen te vegen, vraagt de oudste me waar die donkere jeans is met die letters op.

“In jouw kast, Marie!”

“Nee, mama, die met die andere letters.”

“In de was, op de draad, op de strijkplank of in de mand die al drie dagen op de trap staat om mee naar boven te nemen …”

Terwijl ik dat zeg, merkt mijn linkeroog een plas melk op de grond en mijn rechteroog een half opgegeten appel onder de salontafel.

“Wie heeft er hier verdorie gemorst! En wie heeft zijn appel hier laten liggen! We verspillen geen eten en we ruimen onze eigen rommel en viezigheid op. Hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen! Jef, pak een schoteldoek en kuis dat op. Josefien gooi die appel bij de kippen.”

Dit oponthoud doet me de kleinste vergeten die ondertussen heel flink zelf zijn billen probeerde te vegen met de halve wc-rol waardoor het toilet verstopt zit.

“G*dverd*mme!!!”

Terwijl ik de natte brij toiletpapier met een pollepel uit de pot in een emmer aan het scheppen ben, roept de volgende al.

“Mamaaaaa, ik heb dorst!”

“Sta recht en pak het zelf. Je weet alles staan.”

Ondertussen is de hond het huis in geglipt op zoek naar stinkende kousen en vuile onderbroeken. Het is zo’n exemplaar met te korte poten en hele lange oren die altijd over de grond slepen en binnen een spoor van viezigheid achterlaten.

“Mama, wil je met mij een spelletje spelen? Je zegt al drie dagen dat je dat met mij gaat doen …”

“Vraag het maar aan papa.”

“Schatje, waar liggen de Uno-kaarten?”

Are you F*CKING kidding me?

Ik doe mijn best en probeer een alomtegenwoordige moeder te zijn, maar soms lijkt er gewoon niet genoeg van mezelf te zijn voor iedereen.

Het gaat niet alleen om de dagdagelijkse taken en brandjes die geblust moeten worden, dat is nog het minste waar ik me zorgen over maak. Vaak gaat het ook om aandacht en liefde, knuffels en zeemzoete blikken.

De jongste krijgt sowieso zijn portie omdat hij nog veel hulp nodig heeft en constant aan mijn rokken hangt. De tweede jongste is een floddermie en vraagt onomwonden de aandacht en liefde die ze nodig heeft en soms tekort komt. De oudste zoon eist meestal de aandacht op een negatieve manier op, waardoor veel van mijn energie verloren gaat, ten koste van de anderen. De puberdochter is ondertussen op een leeftijd gekomen dat die aandacht van mama niet meer zo nodig hoeft. Dat zou gemakkelijk moeten zijn, maar het kwetst mijn tere moederziel.

Het is schipperen tussen wat er in mijn hoofd allemaal moet gebeuren om het huishouden niet te laten ontsporen en wat de kinderen verlangen en verdienen. Ze verdienen mijn knuffels, ze snakken naar mijn liefde, maar mijn schoot is soms te klein en mijn armen te kort om ze allemaal tegelijk te geven wat ze zonder woorden vragen.

En eerlijk, te vaak zijn de was en de plas in mijn hoofd belangrijker dan die vier wezentjes van vlees en bloed die tastbaar voor me staan.

“Kijk maar wat tv! Ik kom er straks bij zitten. Ik moet nog gauw even 5 wasmanden strijk wegwerken.”

Nog twee weken ploeteren en dan zal het allemaal anders zijn. Eventjes toch … Dan is papa er om het roer af en toe over te nemen. Dan komt er 50% van mij vrij en kan ik de moeder zijn die ik wil zijn. Eentje die alle tijd van de wereld heeft om knuffels te geven en spelletjes te spelen. Of om aan de rand van het zwembad mijn kinderen gade te slaan en overspoeld te worden door een gevoel van trots en contentement. Wie weet is er zelfs nog tijd voor een boek.

Ik denk dat ze dat vakantie noemen …