Column Kleurrijk: Het is wat het is

Ik staar hem aan en neem elk detail in me op. Zijn lange wimpers, zijn fijn neusje, zijn mond die half open is, zoals altijd wanneer hij slaapt. Hierdoor zie je zijn tanden die nog een hele weg voor de boeg hebben. Zijn droge huid van de dagelijkse zwempartijtjes. Het putje naast zijn linkeroog waarvan we nog steeds niet weten hoe het er komt. Ik hoor het zachte gesnurk waaruit ik na bijna acht jaar kan afleiden hoe erg het al dan niet gesteld is met zijn allergieën.

Ik kijk en blijf kijken. Hoe raar is het toch dat hij niet van ons is. Het ene moment zie ik ook effectief een ‘vreemd’ kind waarin ik dingen opmerk die ik niet herken. Het andere moment voelt wat ik zie zo vertrouwd. Ik zie hem graag. Punt. Maar dan komen de vragen … Zie ik hem even graag als mijn eigen kinderen? Mag ik hem wel zo graag zien? Duizend en één vragen passeren de revue …

“Niet doen, Lies. Niet te veel over nadenken.” roep ik mezelf weer tot de orde. Dat lukt, want niet te veel nadenken over sommige dingen is één van mijn specialiteiten.

Het is wat het is.

Het gevoel verontrust me niet echt, want ik herinner me dat ik net zo naar mijn andere drie kinderen lag te staren. Vooral bij de oudste – mijn eerstgeborene – leek het allemaal zo onwezenlijk. Hoe kan het in godsnaam dat ik zo’n prachtig wezentje op aarde heb gezet? Ze was – en ís nog steeds – te mooi, te perfect om van mij te zijn. Uiterlijk lijkt ze als twee druppels water op haar vader. Misschien veroorzaakte het gebrek aan herkenning dat moeilijk te omschrijven gevoel. Want ook bij ons pleegzoontje ontbreken uiteraard die uiterlijke kenmerken.

Gelukkig wordt het gebrek aan uiterlijke gelijkenissen ruimschoots gecompenseerd door karaktertrekjes en dergelijke. Je weet wel, hun manier van praten, wandelen of eten. De blik in hun ogen of de dingen die ze zeggen. Ze houden je vaak een spiegel voor en dat kan confronterend zijn, maar evengoed bewijst het dat ze ontegensprekelijk bij mij horen, ongeacht door wie ze op de wereld zijn gezet.

Zo waren we onlangs met de kleinste in de frituur. Mijn man en ik stonden rustig te wachten in de rij, terwijl onze kleinste non-stop vertelde en 101 vragen stelde. De klant voor ons begon te lachen en zei: “Hij kan het goed uitleggen! Van wie heeft hij dat?” Mijn man en ik keken elkaar stilzwijgend aan en schoten in de lach. Gelukkig verwachtte de man geen antwoord, alsof hij begreep dat het soms niet nodig is om alles te weten of tot op het bot te analyseren.

Het is wat het is.

Column Kleurrijk: pleegproblemen

“Ik heb hier hoofdpijn”, zegt onze jongste. Hij duwt met de wijsvinger op zijn schedel, net boven zijn voorhoofd. “Ik denk dat mijn hersens op de trampoline aan het springen zijn.” voegt hij er nog aan toe. Ik barst in lachen uit, maar vind het bovenal bewonderenswaardig dat hij een ‘gevoel’ zo waarheidsgetrouw kan verwoorden.

We zijn er hier thuis nu ook wel mee bezig, want ons ventje schijnt problemen te hebben met ‘emotieregulatie’. Thuis is dat naar ons gevoel niet zo’n probleem, maar op school loopt het soms uit de hand.

Het gaat dus niet goed op school. Het kost hem te veel moeite om mee te draaien in de klas waardoor hij op de toppen van zijn tenen loopt. Hij haat school en al wat hij daar moet doen. De spanning, stress en tegenzin hebben een onvermijdelijke invloed op zijn gemoed. Zijn emoties laaien hoog op en slaan bovendien alle kanten uit. Een duidelijk signaal dat er heel wat omgaat in dat kleine lijfje.

Hij is er zich heel bewust van dat hij soms over de schreef gaat, al weet hij niet altijd om welke emotie het gaat. Verdriet, ergernis, stress, angst, … het uit zich helaas meestal in boosheid. Het zijn signalen die ons zoals zo vaak weer met onze voeten op de grond zetten, want volgens onze begeleidster van pleegzorg is dit typisch gedrag voor kinderen met een trauma en/of hechtingsstoornis.

Juist ja, onze kleinste is een pleegkind. Dat waren we bijna weer vergeten …

Tijdens de frequente overlegmomenten op school en met pleegzorg besef ik hoe het me toch blijft raken. Mijn gemoed schiet vol wanneer ze het over een kind hebben dat ik niet herken. Thuis is hij lief, veel rustiger, op zijn gemak. Dat is goed, hoor ik dan iemand zeggen. Dat betekent dat jullie zijn veilige haven zijn, bij jullie komt hij tot rust. Het beurt me enigszins op, want daarvoor ga je initieel het pleegzorgavontuur aan: een kind in nood, veiligheid en rust bieden.

Helaas moet hij ook leren om zich staande te houden buiten de veilige cocon van ons gezin. Hij vraagt een specifieke aanpak. Traumasensitief opvoeden is hier het sleutelwoord. Er moeten dus wat meer eieren onder gelegd worden. Geen probleem voor ons, maar niet altijd makkelijk uit te leggen aan de omgeving, merken we. Een hele uitdaging!

Gelukkig staan we er niet alleen voor. Ons gezin is groot én sterk. Onze andere drie kinderen begrijpen het, kennen hem en nemen het voor hem op. Ze zien hem graag. De school springt zonder boe of ba mee op de kar en is vragende partij om te leren hoe ze hem best aanpakken. Ze zien hem graag. Zijn echte papa is er ook. Hij luistert, toont interesse en probeert zijn steentje bij te dragen. Hij ziet hem graag. En pleegzorg staat klaar om aan al deze vragen en behoeftes tegemoet te komen. De huisbezoeken worden frequenter, vormingen worden aangeboden en een traject opgestart.

Ik heb geen glazen bol, maar wel goede moed. Het komt goed met ons ventje. Zoals altijd komt het goed …

Bron: minddistrict.com

Week van de Pleegzorg: dag 7

Pleegzorg is liefde.

Kinderen zijn fantastische wezentjes. Ontroerend in al hun naïviteit. Veerkrachtig en vergevingsgezind. Loyaal.

Een pleegkind is vaak die naïviteit kwijt, zijn veerkracht werd op de proef gesteld en soms is de rek er uit. Dan sta je als pleegouder voor een grote uitdaging. Het duurt vaak even voor het kind je toelaat. Voor het behoefte heeft aan je warmte en liefde. In de meeste gevallen is het de aanhouder die wint. Het is hartverwarmend om te zien hoe de muur die het kind ter bescherming rond zich heeft opgetrokken, stilaan afbrokkelt.

Een nachtzoentje dat toch voorzichtig toegelaten wordt. Een poging tot een knuffel die niet meer brutaal weggeduwd wordt. Een hand op zijn of haar frêle schoudertje die daar eventjes mag blijven liggen. Die eerste keer dat het kind het gezelschap van je andere kinderen opzoekt, na het halsstarrig afstoten van elk contact. De eerste keer dat het kind zelf je hand vastneemt wanneer je samen op straat wandelt. Het bewijs dat het kind zich veilig voelt bij jou en nood heeft aan je geruststellende aanwezigheid. Je probeert voorzichtig je liefde te geven en soms krijg je die onmiddellijk weer terug in je gezicht gesmeten, maar even vaak krijg je gewoon ook liefde terug.

Moet ik je nog vertellen dat die kleine dingen je als pleegouder een fantastisch gevoel geven? Dat die kleine, soms minuscule blijk van liefde alle minder mooie momenten ruimschoots compenseert?

Ik dacht het niet …

hand in hand

Lang leve Josefien

Bij ons beginnen de feestdagen al in oktober. Dan is Josefien jarig. Vanaf dan volgen de verjaardagen elkaar in sneltempo op. Een echte feestmarathon die pas eindigt op 1 januari.

We beginnen dus met Josefien.

Zij werd dit weekend in de bloemetjes gezet. Uitgebreid. Eerst met de vriendjes van de klas. Dan met de familie. We vieren graag. Dat had je misschien al wel door.

Tussen alle feestvreugde door staan we toch ook altijd even stil bij hoe het destijds, nu acht jaar geleden allemaal verliep. Turbulent, traumatisch, emotioneel … Kortom, het was miserie. Die miserie begon al heel vroeg in de zwangerschap, bij de eerste bloedafname.

‘Proficiat, u bent zwanger, maar … ‘

‘Maar wat?’

‘Je bent besmet met toxoplasmose. We starten direct met medicatie om de kans op besmetting van het vruchtje te beperken. 6 tabletten antibiotica per dag en dat tot we een vruchtwaterpunctie kunnen doen om zo vast te stellen of het vruchtje ‘beschadigd’ is of niet.’

Een beetje van slag, uit het lood geslagen, maar de angst slaat pas echt toe wanneer je begint te googlen en je alle mogelijke worstcasescenario’s voorgeschoteld krijgt. Hoe vroeger in de zwangerschap, hoe meer kans op besmetting en schade aan de foetus. Ernstige afwijkingen, mentale achterstand, oogproblemen, blindheid …

De kans was er dat dat baby’tje in mijn buik niet gezond ging zijn, een leven lang veel zorgen zou nodig hebben. Dan denk je als moeder in de eerste plaats aan die andere twee kleintjes die thuis rondlopen, aan de impact op hen, op ons gezin. Kunnen we dat wel aan? Zijn we als gezin sterk genoeg? Willen we het onze andere kinderen aandoen?

Diep vanbinnen dachten we allebei hetzelfde. Neen! En eerlijk, hadden we toen een gynaecoloog gehad die niet verbonden was aan een ‘katholiek’ ziekenhuis en een ethische commissie, dan hadden we de zwangerschap afgebroken. Daar voelen we ons nu nog schuldig over.

Soms, wanneer we haar samen gadeslaan, kijken we naar elkaar en zeggen heel stilletjes: stel je voor dat we toen … Maar toen, toen was er gelukkig Dokter Persyn Junior die ons probeerde gerust te stellen en alles van heel dichtbij opvolgde.

Maar toch, het was ongetwijfeld de donkerste en zwaarste periode uit mijn leven. Door de reële kans dat het niet goed zou komen, vertelden we niemand dat ik zwanger was. Zelfs thuis werd er niet over gepraat. Mijn buik groeide ook niet. Ik durfde niet blij te zijn. Ik voelde me niet zwanger. Alleen maar … slecht.

We overleefden de eerste helft van de zwangerschap en konden de verlossende vruchtwaterpunctie laten doen. Verlossend inderdaad, want er waren geen tekenen van een acute infectie van de foetus. Geen schade aan de oogjes, de hersentjes leken ok.

‘Je mag stoppen met de antibiotica, mevrouw. Het ziet er op het eerste zicht goed uit. 100% zekerheid is er echter nooit.’

Geen 6 pillen meer per dag. Voor de eerste keer in 5 maanden een beetje gerust gesteld en voorzichtig blij. We vertelden onze familie eindelijk het heuglijke nieuws en vanaf toen haalde mijn buik op een wonderbaarlijke wijze zijn schade in. Op een week tijd was ik 5 maanden zwanger.

Beetje bij beetje lukte het de knop in mijn hoofd om te draaien en begon het genieten. Toch bleef er een stemmetje in mijn hoofd zitten dat me steeds opnieuw met de voeten op de grond zette. Niet té blij zijn, er zal nog wel iets mislopen, deze zwangerschap is gedoemd van in het begin.

Het leek ook zo toen ik begin september op weg van school naar huis de auto in de prak reed. Perte totale, dus de schok was enorm. Weer angst om dat baby’tje in de buik. Gelukkig stelde Persyn Senior ons gerust na een grondig onderzoek en een paar uurtjes aan de monitor. Eind goed al goed. Voorlopig …

’s Ochtends vroeg 14 oktober 2010, een maandje te snel. Kleine broer moest naar toilet. Ik hef hem op de pot en voel een warme gloed langs mijn benen. Oeps, ik denk dat mijn water gebroken is. Wanneer ik kijk, zie ik bloed, allemaal bloed. Veel te veel om me geen zorgen te maken.

Ambulance, paniek, geen beweging meer in de buik, nog meer paniek, pure angst. Een grote zus die enthousiast roept dat het broertje of zusje eraan komt. Een kleine Jef die zich voorzichtig tegen mij aan vlijt en stille traantjes weent.

In het ziekenhuis halen ze een echoapparaat en zoeken de hartslag van de baby. Tevergeefs. Dan beginnen de tranen voor de eerste keer te stromen en wel honderd keer zeg ik tegen mijn man ‘Ik heb het toch gezegd dat het nog fout ging lopen. Ik wist het. Het is dood. Het is gedaan.’

De tranen blijven komen, maar tegelijkertijd ontspant mijn lichaam zich eindelijk en plots beweegt mijn buik. Iedereen schiet recht en krijgt weer hoop. Er wordt een ander echoapparaat gezocht en dat vindt zonder veel moeite een vrolijke hartslag. Het mooiste geluid dat ik ooit te horen kreeg.

Het vorige apparaat bleek kapot te zijn.

De gynaecoloog die er ondertussen bijgekomen was, besloot een spoedkeizersnede te doen en een paar uur later kon ik mijn dochtertje in de couveuse gaan bewonderen. Kerngezond was ze.

Ik wou dat ik kon zeggen dat ik daarmee de voorbije acht maanden op slag vergeten was, maar dat is niet zo. Acht maanden in spanning leven hakt er in en tot op vandaag krijg ik kippenvel wanneer ik erover praat.

Ook tijdens het schrijven moet ik af en toe de tranen bedwingen, maar hé, er loopt hier wel een pracht van een meid rond die elke dag ons leven zoveel mooier maakt.

Stel je voor dat we toen …

Côte d'Azur 014