Ik ben Josefien

Onze jongste dochter is een ‘vedette’. Ze heeft een sterk eigen willetje en is heel erg zelfbewust. Ik denk dat ze die eigenschappen vooral van mij heeft geërfd, al was ik als kind heel gehoorzaam en gedwee. Ik was een stille rebel. Wanneer de juf in de lagere school zei de titel met een groene pen te onderstrepen, nam ik stiekem een ander kleurtje. Pas later kwam ik ertoe mijn eigen mening te uiten en – als ik het de moeite vond – er ook voor te strijden.

Onze dochter is echter al van heel klein heel erg zichzelf. Ze bleef vaak onder de radar als jongste van drie waardoor ze ongestoord haar gang kon gaan. Stout kan je haar niet noemen. Ze is eerder eigengereid. Ze is niet tegendraads. Eerder eigenzinnig.

Wanneer ze ’s ochtends voor school zelf haar kleren kiest en klaar lijkt voor één of ander Bal Marginal, dan kan ik haar ook heel direct zeggen dat het absoluut niet mooi is. Ze voelt zich dan niet aangevallen, maar zegt met zelfzekere blik: “Ik vind het zelf ook niet zo mooi, maar daar heeft toch niemand last van. ”

Is het ok dat ik die reactie geweldig vind? Is het gepermitteerd dat ik haar dan ook zo naar school laat gaan? En dat ik mij niet druk maak over de onvermijdelijke reacties van de andere ouders en juffen?

Vanmorgen was het weer van dat. img_2046Eerst dacht ik nog dat het een grap was, maar toen het niet zo bleek, maakte ik haar duidelijk dat die kledij niet echt conform de huidige modetrends was, waarop zij haar kousen liet zakken en heel overtuigd vroeg of het zo dan beter was.

Ze aanvaardt niet elke nee, legt zich niet zomaar neer bij elk antwoord. Ze is kritisch en kan haar mening vaak ook heel gevat verwoorden, waardoor we meer dan eens begrip krijgen voor haar verzet. Ze zal zelden uit haar krammen schieten wanneer ze haar zin niet krijgt. Ze zal eerder een onderbouwd betoog afsteken met weloverwogen argumenten om ons te overtuigen van ons ongelijk.

Ik hou wel van dat kantje. Ik herken het. Later zal ik het me nog vaak beklagen en niet iedereen zal haar die eigenschap in dank afnemen, maar als ze mettertijd leert nog iets meer rekening te houden met anderen, zonder weliswaar haar eigenheid te verliezen, dan zal het haar nog ver brengen.

wees jezelf

 

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!

Verloren zoon

We waren hem kwijt, onze zoon. Geen spoor meer van ons vurig, maar lief en bij wijlen vrolijk ventje. Hij werd ongemerkt vervangen door een onherkenbaar, nors, in zichzelf gekeerd jongetje. We noemden hem altijd al ‘licht ontvlambaar’, maar de laatste maanden was hij ronduit agressief. Een verkeerde blik, een achteloze aanraking, … alles kon zijn korte lontje doen ontsteken en dan kon je je maar beter uit de voeten maken. Scheldtirades, gebrul, gevloek, allerhande verwensingen, zelfs een slag of stoot … We kregen het allemaal naar ons hoofd geslingerd.

Op geen enkel moment was hij nog voor rede vatbaar. We hadden het gevoel alle grip op hem te verliezen. We werden bang voor de toekomst en dachten met doodsangst aan de puberteit die binnen enkele jaren alles zo mogelijk nóg complexer zou maken.

img_2372

We twijfelden aan onszelf, als ouders. Nóg meer dan anders. Wat deden we mis? Waren we te streng, of net te laks? Maakten we niet genoeg tijd voor onze kinderen? Meerdere keren stelden we onszelf en elkaar die vraag, vaak met de tranen in de ogen.

Op een bepaald moment voel je als ouder dat het niet meer lukt. Daar is niks mis mee, maar wat is het moeilijk om toe te geven dat je je kind niet meer de baas kan.  Het gevoel te falen in je belangrijkste taak, in je rol als moeder … het maakt je gelijk met de grond en raakt je tot in de kern van je bestaan.

Tijdens een gesprek op school legde zijn juf voorzichtig de link met de medicatie die hij ondertussen een jaar nam voor zijn ADHD. Zelf had ik daar ook al aan gedacht, en ja, we gaven het de laatste maanden meer, niet meer uitsluitend voor school, maar ook op vrije dagen om het thuis aangenamer te maken.

Ze verzekerde ons dat hij ondertussen een stevige basis van de leerstof had en dat het concentratieprobleen opgevangen kon worden. Reden genoeg voor ons om de Rilatine overboord te gooien, want dat was oorspronkelijk de enige reden waarom we vorig jaar toch onze toevlucht namen tot medicatie: zijn concentratieprobleem met als gevolg een grote leerachterstand.

img_2030
Wat er toen gebeurde, is moeilijk te geloven. Na amper 2 dagen keerde geleidelijk aan de rust in huis weer terug. Elke dag vonden we een stukje van onze zoon terug. Hij herontdekte de lego, de auto’s, zijn eigen fantasie en creativiteit. Hij zocht weer meer contact met ons, met zijn broer en zussen. Hij leefde minder en minder in zijn eigen wereldje en beleefde weer zichtbaar plezier in de interactie met de mensen om zich heen.

Na een week hadden we onze zoon helemaal terug. Vurig, maar handelbaar. Van al onze kinderen vraagt hij nog steeds de meeste aandacht en niet altijd op de juiste manier, maar er zijn weer meer goede dan slechte momenten. Hij heeft nog regelmatig uitbarstingen, maar krijgt zichzelf meestal weer net op tijd in de hand. Die zelfbeheersing was hij volledig kwijt.

Het is afwachten wat de invloed op zijn schoolresultaten zal zijn, maar eerlijk gezegd is dat het minst van mijn zorgen. Hij komt er wel, het is een volhouder, hij weet wat hij wil en gaat er ook voor.

Wij hebben onze zoon terug, hij is weer gelukkig en dat is voorlopig meer dan genoeg.

aandachtvragen

 

Lang leve het onderwijs

 

Het dorp waar we wonen is een boerengat, een Kempische scheet groot. En toch zijn er 3 scholen. Twee hele grote en 1 heel kleintje. Wij kozen voor het kleintje. Liever mijn kleuter rustig laten starten in een klasje van 10, dan in een groep van 25 waar doorheen het jaar nog eens minstens 15 kindjes bijkomen.

Het was niet alleen het kleinschalige dat ons aansprak, maar ook het groene karakter van de school – in tegenstelling tot de 2 andere betonnen bunkers – en de openheid: geen hermetisch afgesloten domein, maar een doorzichtige omheining met kleurrijke poortjes die indien nodig op slot gaan, maar er blijft altijd minstens 1 toegang open, klaar om de ouders te ontvangen.

De kleinschaligheid kan ongetwijfeld een troef zijn, maar tegelijkertijd zorgt het jaar na jaar voor heel wat ellende bij het schoolteam. De juffen moeten al jaren knokken om de school in leven te houden, ze moeten ongetwijfeld dubbel zo hard werken als andere juffen. Ik kan het weten, want een voordeel van een klein schooltje is de enorme betrokkenheid van de ouders.

De leerkrachten halen alles uit de kast om élk kind, hoe moeilijk het ook gaat, mee te nemen naar het volgende leerjaar. Ze halen het onderste uit de kan om ook de allerzwakste leerlingen vol zelfvertrouwen en met een positief zelfbeeld tot over de eindstreep te brengen. Ik kan het weten, want mijn oudste dochter heeft tegen alle verwachtingen in haar getuigschrift behaald en dat is volledig en alleen te wijten aan de onovertroffen en onuitputtelijke inzet van het hele schoolteam en dat jarenlang. Mijn oudste zoon heeft het ook moeilijk, leren gaat allesbehalve vanzelf, maar ik heb er ook nu weer het volste vertrouwen in dat hij binnen enkele jaren afzwaait, wetende dat hij niet de beste is in rekenen en schrijven, maar wel uitblinkt in een heleboel andere dingen.

Maar hoe hard onze juffen ook werken, er zijn nu eenmaal een ministerie van onderwijs, inrichtende machten en directeurs van scholengroepen die daar geen rekening mee houden. Die zitten achter hun chique bureau en bekijken op het scherm van hun laptop de feiten en de cijfers. Die houden er geen rekening mee hoe geweldig en gemotiveerd een leerkracht is. Ben jij de laatste in rij en vallen er uren weg, dan kan jij vertrekken. Ik kan het weten, want ik heb zelf jaren in  het onderwijs gestaan.

Zo zag ik rondom mij fantastische leerkrachten vertrekken, onder dwang, door een gebrek aan uren of na enkele jaren dienst toch ongeschikt bevonden door iemand die nooit één les heeft bijgewoond. Persoonlijke drama’s worden op het hoogste niveau in scène gezet, geïnspireerd door mooi ogende grafieken, statistieken en wetmatigheden.

En ook nu weer moeten we in ons kleine schooltje afscheid nemen van een juf uit de duizend, al 17 jaar lang een vaste waarde in de school. Ook nu weer moet op een andere school een droomjuf haar vertrouwde nest verlaten. Al hun inspanningen, hun ontelbare creatief uitgewerkte lessen, hun bewonderenswaardige inzet tijdens en na de schooluren, … hebben tot niets geleid, zijn verloren en hebben hen, behalve het plezier van de kinderen en de dankbaarheid van de ouders, niets opgeleverd.

Los van de impact op het leerkrachtenteam en de leerlingen, is dit voor de juf zelf een klap in het gezicht, een persoonlijke tragedie. Feiten en cijfers beslissen, geen greintje menselijkheid is ermee gemoeid. Maar zo gaat dat helaas in het onderwijs. Je zou er als leerkracht voor minder de brui aan geven en op zoek gaan naar meer werkzekerheid én een job waarbij je inzet en capaciteiten wél een rol spelen.

changes