Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Pseudo-vakantiesfeer

De voorbije weken van verplicht cocoonen verliepen vrij vlot, tegen alle verwachtingen in. Verwachtingen … daar zit hem het nu net. We zijn na 4 weken wel min of meer gewend aan dit nieuw leven, maar het is niet altijd even makkelijk om mijn verwachtingen aan te passen, om de lat lager te leggen.

Vaak lukt het me om mee te drijven op het pseudo-vakantiesfeertje dat hier in huis hangt. Later opstaan, uitgebreid ontbijten en dan toch maar in gang schieten met dat schoolwerk en het huishouden zodat we na de middag volop kunnen genieten van dat zonnetje. Nu manlief ook een weekje werkloos was, ging dat als vanzelf. De barbecue ging geregeld aan. Er werd ijs en frisdrank in huis gehaald, dus ook de kinderen vinden het prima.

Ik geniet enorm van de rust die we de voorbije weken cadeau kregen, de rust waar ik zo naar verlangde toen alles nog normaal was. Ik kan – of is het wil? – nu de tijd nemen om écht met mijn kroost bezig te zijn. Ik krijg de kans om mijn kinderen opnieuw en beter te leren kennen. Er is ruimte in mijn hoofd om het leven vaker vanuit hun standpunt te bekijken. Dat zorgt voor minder conflicten. Er is tijd om met hén bezig te zijn en daarna met een boek in de zon wat tijd voor mezelf te nemen. Er is zelfs nog tijd om hier en daar een kast te rommelen en de was weg te werken. Het kan tegenwoordig zomaar allemaal op één dag!

En toch bekruipt me soms een gevoel van onbehagen dat moeilijk onder woorden te brengen is. Doen alsof het vakantie is, is leuk voor even. Het lijkt niet te kloppen in mijn hoofd. Mogen we wel genieten van deze semi-quarantaine? Het voelt niet eerlijk t.o.v. al die mensen die in de gevaarlijke buitenwereld gewoon doorwerken. Ik besef dat door hun harde werk wij hier veilig in onze bubbel kunnen blijven.

Hoe zeer ons leven nu ook aanvoelt als één langgerekte vakantie, het mag voor mij weer snel zoals vroeger worden al was het maar om dat schuldgevoel weg te werken. Maar tot dan kan je mij in onzen hof vinden met één van de kinderen om ons beach-tennis-record te verbreken.

Over samen oud worden …

Elke ochtend wanneer ik de kinderen naar school breng, kom ik haar tegen. Een oud vrouwtje dat haar keeshondje uitlaat. Het vrouwtje is oud. Dat merken we aan haar voorzichtige en wankele manier van stappen en vooral aan haar grijze haren die bijna zo wit zijn als die van haar hondje. Elke ochtend rond hetzelfde tijdstip hetzelfde toertje. Het hoort ondertussen ook bij ons ochtendritueel.

Wanneer ik haar zie, verschijnt er spontaan een glimlach op mijn gezicht. Wanneer ik haar niet zie, weet ik hoe laat het is … te laat, de schoolbel is al gegaan. Of  ik word ongerust na een blik op de klok die me vertelt dat we keurig op tijd zijn. Ze zal toch niet ziek zijn, of erger … overleden. Iets dat gezien haar leeftijd zomaar eens zou kunnen gebeuren. 

Ook de kinderen rekenen op haar korte passage, merk ik. De jongste dochter scant onbewust de route af en wanneer ze het vertrouwde duo opmerkt, stoot ze mij zachtjes aan en knikt haar hoofdje in de richting van het moemoeke, want zo noemen we haar ondertussen: moemoeke.

Ze laat zich niet tegenhouden door een beetje regen of kou. Bewonderenswaardig vind ik dat. Aangespoord door de liefde voor haar hond trekt ze ook in deze gure periode haar warme jas aan en – bij regenval – het obligate doorschijnende regenkapje. Gewapend tegen elk weertype gaat ze steevast de deur uit. Ze is waarschijnlijk bang om te vallen, want erg stevig staat ze niet meer op haar benen, maar voor die kleine Kees zet ze zich elke dag opnieuw over die angst. Hij houdt haar ‘jong’, actief en dus gezond.

Ik stel me voor hoe ze na hun wandelingetje in haar huisje komen en ze de pootjes van de hond proper maakt waarna hij zich bij de oude Leuvense stoof nestelt in zijn gouden mandje. Ze controleert of hij nog voldoende korreltjes en water heeft en schenkt zichzelf dan een kopje koffie in uit de onverwoestbare Tiger thermos die eigenlijk veel te groot is nu ze, sinds de dood van haar man, de enige in huis is die nog koffie drinkt. Ze zet zich in de zetel naast de hondenmand en leest de krant. Van voor naar achter en terug. Het sportnieuws legt ze in de lege fauteuil naast zich, waar vava zaliger altijd zat. Af en toe werpt ze een weemoedige blik naar de leegte naast zich en voelt het gemis. Ze klopt zachtjes met haar verrimpelde handen op haar knieën waarmee ze haar hondje zonder woorden uitnodigt plaats te nemen op haar schoot. Zo kijken ze samen naar Mooi en Meedogenloos en Sturm der Liebe

Ik heb bewondering voor haar en respect. Ze verzet zich tegen haar leeftijd en blijft bewegen, ondanks haar tegensputterende lichaam. Zelf hoop ik op dezelfde manier oud te worden, gezond en wel, fris van geest. Al hoop ik vooral dat manlief dan ook nog aan mijn zijde staat en mij bij elk wandelingetje – al dan niet met hond, rollator of wandelstok  – gezelschap houdt waarna hij zich in de zetel naast mij nestelt om samen hand in hand en met twee Westmalle Extra’s naar Days of Our Lives te kijken.

Suske, zet ze al maar koud, want jij bent nog steeds mijn Valentijn!

liefde-is-gelukkig-samen-oud-worden

 

 

 

 

Het volmaakte geluk

Volmaakt gelukkig zijn bestaat niet … Of wel?

Ik zou het graag geloven, en soms ontmoet je mensen die inderdaad 24/7 gelukkig lijken te zijn. Ze staan ’s ochtends met de glimlach op en kruipen zo ook weer in bed.

Zulke mensen ken ik. Ik kén ze en weet bijgevolg ook dat ze niet altijd heel gelukkig zijn. Wanneer je mensen beter leert kennen, sta je wel eens versteld van het leed en verdriet waar ze mee te maken hebben en wat er schuil gaat achter die vrolijke gevel.

“Ach, het is overal iets …” , zei ons moemoe zaliger steevast, wanneer ik bij haar op bezoek kwam en mijn hart luchtte. Ik werd er een beetje kregelig van wanneer ze dat dan zei, alsof ze mijn besognes niet serieus genoeg nam. Tegelijkertijd moest ik toegeven dat ze wél een punt had. Het is stil waar het nooit waait …

Tijdens windstille periodes kan ik intens gelukkig zijn, de volmaakte 100%. Maar dan gebeurt er iets binnen in mij waardoor mijn gelukspeil (vaak omgekeerd evenredig met dat van mijn hormonen) één of meer levels zakt. Soms hebben externe factoren een invloed en stort dat gelukzalig gevoel de dieperik in.  Dit zullen dan de ups&downs van het leven zijn die ervoor zorgen dat het volmaakte geluk nooit echt blijft duren.

Gelukkig ben ik nu eenmaal positief ingesteld. Ik heb mijn dipjes, maar geraak er meestal snel weer zelf uit. Ik heb alles om gelukkig te zijn én véél meer. Het feit dat ik dat besef, geeft me al heel wat voorsprong.

Er zijn zeker dingen in mijn leven die het geluk ‘verstoren’. Zo is er de onzekerheid die ons pleegzorgavontuur onvermijdelijk met zich meebrengt. Dit hangt wel eens als een donkere wolk boven ons gezinsgeluk, maar al snel nemen het vertrouwen en de hoop dat alles nog lang blijft zoals het is, steeds weer de bovenhand. Niemand kan op voorhand zeggen hoe de dingen zullen lopen, dus laten we gewoon genieten van het hier en nu zonder ons zorgen te maken over iets dat we zelf niet in de hand hebben.

Ik zie het als het bovenste laagje van de berg geluk waarop we leven dat soms beschadigd wordt, maar de basis – die minstens 100 keer zo groot en stevig is als dat topje – blijft onaangeroerd. Ook al wordt er met de regelmaat van de klok stevig tegenaan gebeukt, het houdt stand zolang we zelf die basis in de watten leggen. En geef nu toe, er bestaan ergere dingen dan je eigen geluk soigneren.

berg

 

 

 

 

 

 

Ik ben Josefien

Onze jongste dochter is een ‘vedette’. Ze heeft een sterk eigen willetje en is heel erg zelfbewust. Ik denk dat ze die eigenschappen vooral van mij heeft geërfd, al was ik als kind heel gehoorzaam en gedwee. Ik was een stille rebel. Wanneer de juf in de lagere school zei de titel met een groene pen te onderstrepen, nam ik stiekem een ander kleurtje. Pas later kwam ik ertoe mijn eigen mening te uiten en – als ik het de moeite vond – er ook voor te strijden.

Onze dochter is echter al van heel klein heel erg zichzelf. Ze bleef vaak onder de radar als jongste van drie waardoor ze ongestoord haar gang kon gaan. Stout kan je haar niet noemen. Ze is eerder eigengereid. Ze is niet tegendraads. Eerder eigenzinnig.

Wanneer ze ’s ochtends voor school zelf haar kleren kiest en klaar lijkt voor één of ander Bal Marginal, dan kan ik haar ook heel direct zeggen dat het absoluut niet mooi is. Ze voelt zich dan niet aangevallen, maar zegt met zelfzekere blik: “Ik vind het zelf ook niet zo mooi, maar daar heeft toch niemand last van. ”

Is het ok dat ik die reactie geweldig vind? Is het gepermitteerd dat ik haar dan ook zo naar school laat gaan? En dat ik mij niet druk maak over de onvermijdelijke reacties van de andere ouders en juffen?

Vanmorgen was het weer van dat. img_2046Eerst dacht ik nog dat het een grap was, maar toen het niet zo bleek, maakte ik haar duidelijk dat die kledij niet echt conform de huidige modetrends was, waarop zij haar kousen liet zakken en heel overtuigd vroeg of het zo dan beter was.

Ze aanvaardt niet elke nee, legt zich niet zomaar neer bij elk antwoord. Ze is kritisch en kan haar mening vaak ook heel gevat verwoorden, waardoor we meer dan eens begrip krijgen voor haar verzet. Ze zal zelden uit haar krammen schieten wanneer ze haar zin niet krijgt. Ze zal eerder een onderbouwd betoog afsteken met weloverwogen argumenten om ons te overtuigen van ons ongelijk.

Ik hou wel van dat kantje. Ik herken het. Later zal ik het me nog vaak beklagen en niet iedereen zal haar die eigenschap in dank afnemen, maar als ze mettertijd leert nog iets meer rekening te houden met anderen, zonder weliswaar haar eigenheid te verliezen, dan zal het haar nog ver brengen.

wees jezelf

 

Engagement op kindermaat

Een staking hier, een demonstratie daar. Altijd, overal en over alles klinkt protest. Werknemers leggen het werk neer, leerlingen hun boeken. Het klimaat, het onderwijs, gele hesjes, zware beroepen, kerncentrales, … Ik denk er het mijne van, voel verontwaardiging, knik begrijpend, maar verder dan dat ga ik niet. Op straat komen, samen met duizenden gelijkgestemden, schrikt me af. Geen haar op mijn kop dat eraan denkt om me met mijn kroost midden in het strijdgewoel te begeven.

De maatschappelijke issues vliegen ons rond de oren. Als ik mijn stem wil laten horen voor elk thema dat me raakt, komt er van werken, het huishouden en opvoeden niet veel meer in huis.Toch wil ik mijn kinderen een gezonde dosis maatschappijkritiek en sociaal engagement bijbrengen. Zelfs wat de grote wereldproblemen betreft, leven we in een overvloedige samenleving. Als we ook op dat vlak bijna kunnen spreken van keuzestress, is het mijns inziens ver gekomen. Maar bon, we kunnen niet achterblijven.

Dankzij een vriendin was de beslissing snel gemaakt: de Eneco Clean Beach Cup, Sociaal engagement op kindermaat wat mij betreft. De enige keuze die ons nu nog restte, was welk strand we onder handen gingen nemen. Westende dus.

Het werd een topdag. De zon scheen, de wind bleef liggen. De kinderen kregen supercoole, handige grijpers. Kwestie van hen te motiveren. Zonder het zelf te beseffen legden ze toch een indrukwekkende afstand af, zoekend naar afval. Steeds fanatieker, want het is verslavend. De vuilniszak die we kregen raakte snel behoorlijk vol.

Tussendoor werd er gespeeld in de duinen , pootje gebaad, gepicknickt en genoten. Het geeft enorm veel voldoening als moeder je kinderen gemotiveerd te zien voor de goede zaak, voor het milieu.

We zijn zee-mensen. Wanneer we op vakantie gaan, willen we de zee elke dag kunnen ruiken, voelen en zien. Het was voor onze kinderen dus geen ‘ver van hun bed show’. Ze hebben met hun eigen ogen kunnen zien hoe hun zomers speelterrein eraan toe is. Het heeft hen echt wel wakker geschud. Dat die wake-up call er komt door zo’n leuke activiteit maakt het plaatje compleet.

 

 

 

Haat en nijd

Het lijkt alsof ik ging slapen en wakker werd in een andere wereld. Een wereld vol haat, vol nijd.

Een wereld vol mensen die de behoefte voelen hun ongenoegen te uiten, hun ongenoegen ten opzichte van … nou ja, alles.

Het lijkt alsof van de ene op de andere dag het leven hier in ons kleine Vlaanderen heel slecht is, alsof we niets hebben. Alsof we moeten vechten voor het kleine beetje dat van ons is.

Alsof we allemaal bang zijn, doodsbang voor … nou ja, voor alles. Voor een lange rij bibberende mensen in Brussel, voor iets dat te maken heeft met Marrakesh, maar geen mens weet er het fijne van.

Ik ging slapen en stond op. Ik at een boterham met kaas en keek op Facebook. Het leek alsof ik was wakker geworden in een andere wereld, een wereld vol haat en nijd. Zonder respect, zonder medeleven, zonder gezond verstand.

Mensen posten en delen dingen. Mensen die ik ken, goed ken. Dingen die thuishoren in een wereld waar ik liever niets mee te maken heb, waarin ik mijn kinderen liever niet groot breng.

Ik kruip dus maar weer in bed en misschien, heel misschien word ik morgen wakker in een andere wereld met een klein beetje meer liefde, respect, empathie en mededogen. Een wereld waarin iedereen beseft hoezeer wij hier met ons gat in de boter zijn gevallen. Hoe mooi het leven kan zijn.

Bang, bang Driesje

Beste Dries*

Ik zag je filmpje met je oproep om het Migratiepact tegen te houden. Benieuwd als ik ben, heb ik het bekeken. En ik bleef kijken … en luisteren.

Want Driesje, wat doe jij dat goed!

Zoals alle andere filmpjes was ook dit weer heel uitnodigend en aantrekkelijk met goed gekozen beelden om jouw boodschap duidelijk te maken, aangevuld met een heldere, voor iedereen verstaanbare uitleg. Je spreekt vlot in een verzorgd Vlaams, je articuleert zoals het hoort en met voldoende intonatie. Je zoekt oogcontact en slaagt erin de aandacht van je publiek vast te houden.

Jij zou leraar moeten worden, Dries, maar NIET van mijn kinderen. Blijf jij maar ver uit hun buurt. De vluchteling die hier sinds kort in ons dorp woont daarentegen, die zou mijn kinderen heel wat kunnen bijbrengen als het over de belangrijke waarden in het leven gaat.

Iets zegt me dat jij gelukkig nooit leraar zal worden. Geen enkele directeur zou het voorlopig nog aandurven om jou een job te geven als leerkracht. Bovendien denk ik dat jouw ambities elders liggen. Je brengt je overtuigende verhaal vanop de lederen achterbank van een rijdende auto. Zoals altijd strak in het maatpak en met een rimpelloos gestreken hemdje. Je chauffeur komt niet in beeld, maar ik stel me er een iets oudere man bij voor die er even afgeborsteld uitziet als jij, mét kepie en bijpassende handschoentjes aan.

Je laat een levensstandaard uitschijnen waar de gemiddelde student alleen maar van kan dromen, laat staan de gemiddelde leerkracht die elke dag opnieuw voor zijn of haar leerlingen staat en hen iets waardevols probeert bij te brengen.

Ik begrijp goed waarom er nog steeds mensen zijn die dwepen met jouw beweging en jouw propagandafilmpjes slaafs delen en bewieroken. Ze zijn bang voor het onbekende dat jij als een groot gevaar mooi in beeld brengt.

Het beangstigt mij wanneer ik op facebook de reacties van je achterban lees op mijn opmerking bij het filmpje. Elke werkgever, elke schooldirecteur zou geld geven voor zulke gedreven en gepassioneerde medewerkers. Het is alleen jammer dat hun enthousiasme en passie gevoed worden door sterke haatgevoelens jegens een groep mensen waar ze hoogstwaarschijnlijk nog nooit  persoonlijk mee te maken gehad hebben.

Ze lijken me zo ongelukkig, Dries, die volgers van jou. Ze zijn zo gefixeerd op het grote kwaad dat jij hen systematisch blijft voorschotelen, dat ze vergeten gewoon gelukkig te zijn met wat ze hebben, met wat de wereld ons te bieden heeft.

Het verontrust mij, Driesje, dat nog steeds zo veel mensen bang zijn voor het onbekende en zich laten beïnvloeden door jouw manipulerende boodschappen op sociale media. Het stemt me triest dat jouw mensen door hun angst niet meer verder kunnen – of willen – kijken dan hun eigen bekrompen wereldje en al het mooie daarbuiten beetje bij beetje uit het oog verliezen.

Ze weten niet wat ze missen, Dries.

angst

* Van Langenhove

Week van de Pleegzorg: dag 3

Pleegzorg is een goede daad.

We hebben o.a. voor Pleegzorg gekozen omdat we iets ‘terug wilden doen’. We hebben het goed, komen niets tekort. Daar zijn we ons heel bewust van, van dat én van het feit dat dit niet voor iedereen zo is. Mensen helpen die het minder goed hebben dan ons, dat was ons vertrekpunt.

Pleegzorg is een engagement. Je geeft een kind (tijdelijk) een thuis en neemt alles wat erbij komt kijken erbij. Stelt het kind moeilijk gedrag omdat het getraumatiseerd is, dan moet je daar mee leren omgaan. Word je op de rechtbank of bij jeugdzorg verwacht, dan neem je verlof en sta je daar. Staat er een bezoek op het programma, dan pas je je agenda aan.

Zelf staan we er niet zo bij stil en het voelt voor ons ondertussen allemaal heel normaal, maar de meeste mensen rondom ons ervaren het als iets heel bijzonders. Ze hebben bewondering voor wat we doen. De reacties op mijn blogpostjes over pleegzorg, de complimentjes van vrienden of wildvreemden waarmee we over pleegzorg praten, … we moeten daar niet flauw over doen, het doet deugd. Het geeft ons energie en op moeilijke momenten de moed om er toch voor te blijven gaan.

Pleegzorg is een goede daad, net zoals een bedelaar op straat klein geld toestoppen of deelnemen aan een zwerfvuilactie, je steentje bijdragen tijdens de Warmste Week,  vrijwilligerswerk doen, bloedgeven, Plan Ouder worden, een brief schrijven voor Amnesty International … Kortom, je belangeloos voor iets of iemand inzetten. Iets goed doen, hoe klein ook, geeft je een goed gevoel. Daar doen we het voor!

Geen verlof voor pleegouders: flashback

Vandaag las ik in de krant van gisteren dat pleegouders nog steeds geen recht op verlof hebben wanneer ze een kindje verwelkomen in hun gezin. Het deed me terugdenken aan de tijd dat onze pleegzoon, toen net geboren, in ons gezin kwam. Aanvankelijk in crisisopvang, maar nu, bijna 3 jaar later, is hij – godzijdank – nog steeds in ons leven.

Op een winterse maandagavond kregen we een telefoontje van pleegzorg. Of we een pasgeboren baby’tje wilden opvangen. Mijn hart deed een vreugdesprongetje … eindelijk een boeleke. De oudste dochter die tegen mijn wang geplakt het gesprek volgde, kon evenmin haar enthousiasme onder stoelen of banken steken. Natúúrlijk wilden wij dat baby’tje even een thuis geven. Zonder er verder over na te denken… Maar dan, de hoorn op de haak, de adrenalineshot neemt af, reality checks in.

Oei, een baby’tje moet naar een crèche of onthaalmoeder wanneer ik ga werken. Vlug alle crèches opzoeken in de buurt en opbellen. Welke babyspullen hebben we nog allemaal in de kelder steken? Veel, maar niet genoeg. Even een sms’je rondsturen. Allerlei dingen waar je normaal 9 maanden de tijd voor hebt, moesten nu in sneltempo geregeld worden. Maar kijk, het lukte en toen we 2 dagen later die wolk van een baby op de materniteit gingen halen, waren alle praktische zaken tip top in orde.

Waar we echter niet op waren voorbereid, waren de onderbroken nachten. Je zit met een pasgeboren baby’tje en alles wat erbij hoort, maar het leven gaat gewoon door. Die wekker begint nog steeds te kwelen om 6u30. Je wordt verwacht op je werk, ook wanneer je amper 2 uurtjes geslapen hebt. Geen ouderschapsverlof, geen kraamhulp, niks.

Toen leek dat best te lukken, je leeft op automatische piloot, je cijfert jezelf volledig weg en doet wat je moet doen. Een mens is vaak sterker dan hij denkt en een moeder kan bergen verzetten, maar er zijn grenzen. Ook bij mij was na een half jaar het vat af. Ik ben diep in het rood gegaan en dat heb ik nog lange tijd moeten bekopen.

Maar kijk, die baby wordt een peuter en is ondertussen een kleuter. Hoe onmenselijk zwaar die eerste maanden ook waren, het zijn momenten als de eerste schooldag, enkele weken geleden, waar je het voor doet. De zelfzekerheid waarmee ons ventje vrolijk door de schoolpoort stapt, daar hebben wij mee voor gezorgd. Hoe ons pleegzorgverhaal ook afloopt, wij hebben hem alvast een stevige basis gegeven, weerbaar gemaakt, hopelijk bestand tegen het harde leven dat hem te wachten staat. Dat gevoel is onbetaalbaar en geeft ons enorm veel voldoening.

Wij zouden het zo opnieuw doen, maar ik begrijp dat anderen ervan terugschrikken. Je wil een kind in nood opvangen en alles geven wat het op dat moment zó nodig heeft: een stabiele omgeving, rust, een warme thuis en liefde, … veel liefde. Dat kost niks, alleen maar tijd. Tijd die er niet is, tenzij je heel veel opoffert en je je eigen leven eventjes on hold zet. Tijd die de overheid kan bieden door ook pleegouders eindelijk recht op verlof te geven. Tijd die ongetwijfeld meer gezinnen over de streep zal trekken om pleegzorg een kans te geven.

Elk jaar zijn er ongeveer 500 kinderen in Vlaanderen die in de kou blijven staan bij gebrek aan pleeggezinnen. Dat zijn 2 op 3 pleegzorgaanvragen die niet positief beantwoord kunnen worden.

Komaan politici, het wetsvoorstel ligt klaar, waar wachten jullie op?

time