Post corona blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Lockdown Light week 1

De voorbije week, de eerste van deze lockdown light, was om te wennen aan onze nieuwe – tijdelijke – realiteit. Vooral ik had het er moeilijk mee. Niet alleen de angst voor het onbekende en voor wat er komen zou, speelden me parten. Ik geef toe dat ik mezelf de eerste dagen verloor in zelfmedelijden. Geen me-time meer, geen qualitytime met hubby meer, geen liefdes- noch sociaal leven. Het lukte me de eerste dagen niet verder te kijken dan al wat de komende weken niet meer zou kunnen. Ik was zelfs even jaloers op mijn wederhelft die net zoals altijd ’s morgensvroeg naar het werk kon vertrekken om pas ’s avonds laat weer terug te keren.

Het spreekt dan ook voor zich dat het de eerste dagen hier thuis niet echt vlotjes liep. Door het allemaal zo erg voor mezelf te vinden vergat ik dat het voor die vier koters rondom mij minstens even verwarrend en frustrerend is. Ik zag niet hoe mijn lief gebukt ging onder de stress die een eigen zaak in deze coronacrisis met zich meebrengt. Ik vergat al die ouders die het alleen moeten doen. Of de ouders die thuis zitten met hun kroost, maar tegelijkertijd aan telewerken moeten doen. De ouders die buitenshuis blijven werken en hun kinderen moeten achterlaten in de opvang. Ik zag hen even over het hoofd.

Tegen woensdag had ik het dan allemaal op een rijtje. De komende weken zijn we op elkaar aangewezen en moeten we er samen het beste van maken. Stilaan zag ik wat er allemaal in de plaats komt voor al het gemiste. Eén blik op mijn lege agenda doet een ongekende rust over mij neerdalen. Geen sociale verplichtingen meer, dus meer tijd en zin om écht als gezin samen te zijn. Geen logopedie, geen muziekschool, geen voetbal, geen badminton, …  Ook de kinderen genieten vooral van die rust. Het enige dat nog écht moet is elke dag even voor school werken. Het klinkt heerlijk, maar enige regelmaat drong zich toch al snel op.

Het zoeken naar structuur in deze eindeloze zee van tijd is een werk van lange adem. Het ene dagschema na het andere belandde in de prullenmand. Schoolwerk, huishoudelijke taakjes, schermtijd, speeltijd, … dit alles in een haalbaar schema gieten is  onbegonnen werk. Ons gezin gedijt al zo lang op chaos dat het niet realistisch is om nu plots een haast militaire discipline te eisen van mijn kinderen. Tot dat besef kwam ik gelukkig al vrij snel. Zolang ze hun schoolwerk doen, hun steentje bijdragen in het huishouden en genoeg buiten spelen, kan ik ermee leven. De ergernis dat ze te veel achter een scherm zitten, heb ik moeten loslaten.

Loslaten … het lijkt hét codewoord om hier zonder kleerscheuren uit te komen. Het isolement zorgt voor een nieuwe dynamiek in ons gezin en eerlijk gezegd vond ik al langer dat dat nodig was. Eén voor één beginnen we te beseffen dat we het de komende tijd uitsluitend met ons zessen zullen moeten doen. We kunnen dus maar beter een beetje lief zijn voor elkaar.

img_9015

 

 

 

Het volmaakte geluk

Volmaakt gelukkig zijn bestaat niet … Of wel?

Ik zou het graag geloven, en soms ontmoet je mensen die inderdaad 24/7 gelukkig lijken te zijn. Ze staan ’s ochtends met de glimlach op en kruipen zo ook weer in bed.

Zulke mensen ken ik. Ik kén ze en weet bijgevolg ook dat ze niet altijd heel gelukkig zijn. Wanneer je mensen beter leert kennen, sta je wel eens versteld van het leed en verdriet waar ze mee te maken hebben en wat er schuil gaat achter die vrolijke gevel.

“Ach, het is overal iets …” , zei ons moemoe zaliger steevast, wanneer ik bij haar op bezoek kwam en mijn hart luchtte. Ik werd er een beetje kregelig van wanneer ze dat dan zei, alsof ze mijn besognes niet serieus genoeg nam. Tegelijkertijd moest ik toegeven dat ze wél een punt had. Het is stil waar het nooit waait …

Tijdens windstille periodes kan ik intens gelukkig zijn, de volmaakte 100%. Maar dan gebeurt er iets binnen in mij waardoor mijn gelukspeil (vaak omgekeerd evenredig met dat van mijn hormonen) één of meer levels zakt. Soms hebben externe factoren een invloed en stort dat gelukzalig gevoel de dieperik in.  Dit zullen dan de ups&downs van het leven zijn die ervoor zorgen dat het volmaakte geluk nooit echt blijft duren.

Gelukkig ben ik nu eenmaal positief ingesteld. Ik heb mijn dipjes, maar geraak er meestal snel weer zelf uit. Ik heb alles om gelukkig te zijn én véél meer. Het feit dat ik dat besef, geeft me al heel wat voorsprong.

Er zijn zeker dingen in mijn leven die het geluk ‘verstoren’. Zo is er de onzekerheid die ons pleegzorgavontuur onvermijdelijk met zich meebrengt. Dit hangt wel eens als een donkere wolk boven ons gezinsgeluk, maar al snel nemen het vertrouwen en de hoop dat alles nog lang blijft zoals het is, steeds weer de bovenhand. Niemand kan op voorhand zeggen hoe de dingen zullen lopen, dus laten we gewoon genieten van het hier en nu zonder ons zorgen te maken over iets dat we zelf niet in de hand hebben.

Ik zie het als het bovenste laagje van de berg geluk waarop we leven dat soms beschadigd wordt, maar de basis – die minstens 100 keer zo groot en stevig is als dat topje – blijft onaangeroerd. Ook al wordt er met de regelmaat van de klok stevig tegenaan gebeukt, het houdt stand zolang we zelf die basis in de watten leggen. En geef nu toe, er bestaan ergere dingen dan je eigen geluk soigneren.

berg

 

 

 

 

 

 

40

Veertig. VEERTIG. Een vier en een nul. 10 keer 4 … Hoe ik het ook draai of keer, het wordt niet minder. Het blijft 40. Gelukkig maar!

Ik geef toe, het voelt anders dan mijn andere verjaardagen. Specialer. Een jaartje erbij, het heeft me nooit veel gedaan. Ik heb er altijd naar uitgekeken, al was het maar voor de cadeautjes. Het hoeft niet veel te zijn, maar elke kleine attentie maakt mij blij.

Dit jaar is het niet anders. Veertig worden schrikt mij niet af. Integendeel!

Nog nooit heb ik me zo goed gevoeld. Nog nooit was ik zo gelukkig als de laatste jaren. Ik voel me véél beter in mijn vel dan toen ik 30 was. Ik ben rustiger, ik heb meer zelfvertrouwen en sta steviger in mijn schoenen. Dat is niet vanzelf gekomen. Doorheen de jaren heb ik hard aan mezelf gewerkt. Ik heb geleerd uit mijn fouten en mezelf bijgestuurd. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen.

Samen met mijn leeftijd komt ook het besef dat ik geen snotaap meer ben die altijd maar ja moet knikken en dingen over zich heen moet laten gaan. Ik ben verdomme een volwassen vrouw met een eigen mening die ik niet langer voor mezelf hoef te houden. Na 40 jaar voel ik me sterk genoeg om voor mezelf en mijn dierbaren op te komen als dat nodig is. Om foert te zeggen tegen alle negativiteit rondom mij die ik kan missen als de pest.

De voorbije veertig jaar heb ik niet alleen veel geleerd over mezelf, maar ook over andere mensen, namelijk dat we voor een groot deel zijn zoals we zijn. Daar is niks mis mee, maar we hoeven elkaar niet persé leuk te vinden. Ik verspil liever geen energie door me druk te maken in anderen, door me te ergeren aan andermans kleine kantjes.

Na veertig jaar vind ik dat ik het recht heb om te kiezen aan wat en aan wie ik mijn kostbare tijd besteed. Na veertig jaar weet ik op wie ik kan rekenen en op wie niet. Ik weet wie echt belangrijk is en wie niet. Ik weet wat ik wil en vooral wat niet.

Wat ík wil vandaag, is twee stukken taart eten en schaamteloos genieten van de aandacht die ik krijg. Vandaag draait het rond mij en daar voel ik mij niet schuldig over. Daar ben ik te oud voor geworden.

images84NTRQRO