Column Kleurrijk: Lang leve vakantie

Vroeger toen ik les gaf, was de grote vakantie echt groot. Ik keek ernaar uit. Er lag dan eind juni een zee van tijd voor mij. Twee maanden niet werken. Twee maanden tijd om de kinderen te geven wat ze verdienen: mijn onverdeelde aandacht en … tijd.

Nu geef ik geen les meer en werk ik mee in de zaak van mijn man en zijn broer. Flexibele werkuren in functie van het gezin is een groot voordeel. Concreet wil dit – tijdens het schooljaar – zeggen dat ik vooral werk wanneer de kinderen op school zijn. Sinds ik de stap naar ‘de privé’ heb gezet, ziet de grote vakantie er dus anders uit. Hij is niet meer zo groot. En ik kijk er niet altijd met even groot enthousiasme naar uit, want ik moet werken én er voor de kinderen zijn. Dit zorgt voor onrust.

Wanneer ik thuis blijf, zit ik met mijn gedachten op het werk. Te denken aan wat ik daar nog allemaal moet doen. Wanneer ik op kantoor ben, denk ik aan de kinderen die thuis voor de tv hangen of nog in hun bed liggen en hopelijk het kot niet afbreken. Al valt dat tegenwoordig wel mee, want de oudste is 18 en kan de boel wel runnen. Het onvermijdelijke schuldgevoel speelt op.

Sportkampen, speelpleinwerking … het is helaas niet aan mijn kinderen besteed. De twee oudsten doen vakantiewerk, maar voor de rest genieten ze liever van de rust en hun vertrouwde omgeving dan dat ze zich moeten begeven tussen een bende onbekende leeftijdsgenoten. Maar ach, ik denk dat ze dat trekje van mij hebben. Het is niet geheel onherkenbaar.

De jongste ging dit jaar ook voor het eerst met zijn ‘echte’ papa op een verre vakantie. Andere jaren trokken ze naar de Ardennen of de Belgische kust. Dit jaar naar het Zuiden. Dat was slikken. Ik maakte me zorgen over de lange rit met de auto, de gevaren dat dat met zich meebrengt. De hitte daar. Papa C zal toch wel voldoende zonnemelk smeren? Blijven zijn allergieën onder controle? Wat als hij weer een zware astma-aanval krijgt? … Ik werd gedwongen om het los te laten, om onze pleegzoon los te laten.

Zodra ze veilig aangekomen waren op hun bestemming lukte dat wonderwel, want ik weet dat er goed voor hem gezorgd wordt. Papa C stuurde regelmatig foto’s door waarop ik een ontspannen en gelukkige L zag. Ze genoten duidelijk allebei van hun tijd samen.

En wij? Wij genoten van de rust in huis. Van de vrijgekomen tijd nu de jongste van de hoop er even niet was. We genoten van een gezinsleven met alleen maar ‘grote’ kinderen waar niet meer constant voor gezorgd moet worden. Het beviel ons wel, al werd die kleinste onruststoker enorm gemist. Hij durft de boel al wel eens op stelten zetten en brengt wat zorgen met zich mee, maar mijn god, wat wordt hij graag gezien.

Dagelijkse sleur

2019 is alweer twee weken oud. Voorafgegaan door twee weken feest waarbij twee kilootjes gewonnen werden. Iets zegt mij dat ik die luttele twee kilo’s niet in twee weken weer ga kwijtspelen. Dit geheel terzijde.

De vakantie was leuk. Gezellig. Cosy. Feestelijk. Anders dan anders, met minder verplichtingen wat het allemaal een beetje makkelijker te verteren maakte, letterlijk en figuurlijk. Het was leuk omdat manlief het grootste deel van de twee weken ook thuis was. Thuis, bij mij, bij de kinderen. Vakantie met hem en vakantie zonder hem … een wereld van verschil. Zonder hem is voor mij als moeder niet altijd vakantie, integendeel.

Vakantie mét hem is altijd even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Dat is ongelooflijk leuk en hoe kort ook, altijd het moment om zelf even op adem te komen en bij te tanken.

Na anderhalve week samen thuis, af en toe een feestje afgewisseld met een gezinsuitstapje, doet het pijn om weer in de realiteit te stappen. Niet meer allemaal constant samen, opnieuw vroeg opstaan, weer naar school, terug aan het werk. Het is even aanpassen voor iedereen, maar we pikken de routine verrassend snel op. We komen al gauw tot het besluit dat dagelijkse sleur zo slecht niet is.

Het verplicht ons meer aandacht te geven aan onze zwakke plek: structuur. Ik ben nogal chaotisch van aard. Met mijn man is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het is dus bijna onvermijdelijk dat onze kinderen deze minder positieve eigenschap ook in zich hebben. We weten dat, maar liggen er niet van wakker. Zolang we zo goed als overal en altijd op tijd zijn, kunnen we er zelf mee leven. Al onderneem ik af en toe een poging om wat structuur op te dringen, maar door mijn eigen laksheid sterft elke maatregel steevast een stille dood.

Structuur, routine, regelmaat … als groot gezin hebben we dit nodig om het hoofd te bieden aan het hoge tempo en alle verplichtingen die onze hedendaagse maatschappij met zich meebrengt.

Na twee heerlijke, ontspannen weken is de dagelijkse sleur een welgekomen verademing. Opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, vertrekken naar school, thuiskomen van school, huiswerk maken, eten, vertrekken naar de hobby’s, weer thuis komen, nog iets eten, ‘Thuis’ kijken, wassen en pyjama aan, bed in.

Zo waar, merk ik daar enige structuur in ons gezinsleven?