De andere mama

Onze jongste is een knuffelbeer. Hij overlaadt mij met knuffels. ‘Jij bent zo warm, mama’, zegt hij dan. Hij slorpt mijn warmte op en komt tot rust. Rust die hij hoe langer hoe moeilijker kan vinden. ‘Je blijft toch bij mij, he?’ Dat hij verlatingsangst heeft, wordt steeds duidelijker. De blik in zijn ogen wanneer hij denkt alleen achtergebleven te zijn, breekt mijn hart. Dat we nog steeds bij hem in bed blijven tot hij in slaap gevallen is, is niet altijd leuk, maar voorlopig de beste oplossing. Hij ligt bij zijn grote broer in bed en zoekt in zijn slaap steeds diens nabijheid op. Elk kind heeft geborgenheid nodig, maar hij duidelijk iets meer.

Wanneer ik hem knuffel zeg ik wel eens hoe blij ik ben dat ik zijn mama mag zijn. Tot voor kort toverde het steevast een glimlach op zijn gezicht. De laatste weken merk ik dat het hem aan zijn biologische moeder doet denken. ‘Ik wil bij mijn andere mama zijn. Bij mama D.’

Auwch, ik voel een steekje in mijn hart.

Hij wil bij iemand zijn die hij niet kent. Eén foto hebben we van haar. Daarop heeft ze een piepklein baby’tje in haar armen en lijkt ze oprecht gelukkig naar de camera te lachen. Op basis van dit ene beeld heeft hij zijn andere mama ‘gevormd’. De ideale mama die hem niet verplicht zijn bord leeg te eten. Die nooit boos wordt. De perfecte moeder van wie hij laat mag opblijven en die hem honderden cadeautjes koopt. Hij verzint verhaaltjes en droomt over haar.

Het is hem gegund en ik laat hem in de waan. De minder fraaie waarheid wil ik hem besparen. Al moet ik heel soms de neiging onderdrukken om in de verdediging te gaan, om de strijd aan te gaan met de andere mama die waarschijnlijk alles is wat ik niet ben. Mijn twijfels en onzekerheid als moeder steken dan de kop op en tegen beter weten in voel ik me opzij geduwd door iemand die niet bestaat, door een illusie, een ideaalbeeld van een kleuter.

Het zijn die zwakke momentjes die me met de voeten op de grond houden en ons eraan herinneren dat we een pleeggezin zijn, met alle zorgen en onzekerheden die erbij horen. Maar wanneer ons ventje me even later weer vol overgave vastneemt en zegt dat ik de liefste mama van de hele wereld ben, dan weet ik dat er niets op kan tegen de werkelijkheid, ook al is die verre van perfect.

What’s in a name

“Ik ben Lau Van Herck, want mijn zus heet Josefien Van Herck.”

Totaal onverwacht werden we wakker geschud. Ik moest even slikken, het laten bezinken. Uit het niets werden we met onze neus op het feit gedrukt dat we in een  volgende fase zijn aanbeland. Dat onze kleinste man zonder het te weten een hele grote stap had gezet.

Het zat er nochtans aan te komen. Hij wordt ouder – vijf bijna – en zijn wereld wordt groter. Hij ervaart de dingen en mensen rondom hem, zijn leefwereld als vanzelfsprekend terwijl het dat allesbehalve is.

“Ik ben Lau Van Herck”

Een schijnbaar onschuldig zinnetje, maar voor ons een teken dat hij besef krijgt van zijn eigen identiteit. Hét teken dat we binnenkort heel wat uit te leggen hebben.

Tot nu was hij dus gewoon Lau, meer niet. Door de complexe omstandigheden bij zijn geboorte kreeg hij de naam van een man die geen enkele band met hem had en samen met de moeder al snel uit zijn leven verdween. We zijn die familienaam dan ook altijd bewust een beetje uit de weg gegaan. Zijn ‘echte’ papa is er al lang mee bezig om de naam te veranderen, maar dit is niet zo simpel en vraagt tijd. Tijd die we nu plots niet meer lijken te hebben.

Iedereen heeft een naam. We staan niet stil bij het belang van onze naam, die hoort en past bij ons. Die bepaalt wie jij bent, voor jezelf maar ook voor anderen. Je familienaam vertelt je waar je vandaan komt, waar je wortels liggen, bij wie je hoort. Wat doet het met een kind als hij beseft dat zijn afkomst en de familie die hij als de zijne beschouwt niet dezelfde zijn? Dat zijn wortels niet bij ons liggen en dat de familienaam die hij – voorlopig nog – draagt niet staat voor wie hij is?

Er zullen heel wat vragen komen en we moeten samen met hem de ingewikkelde knoop ontwarren. Dat hij niet zoals zijn broer en twee zussen uit mijn buik geboren is, dat weet hij ondertussen wel. Dat er twee papa’s zijn, daar heeft hij vrede mee. Waarom dit zo is en welke onbekenden nog mee deel uitmaken van zijn roots, dat is niet zo’n mooi verhaal waarvoor we hem liefst zo lang mogelijk wilden en konden beschermen. Tot nu …

Nog minder dan in het gewone leven, heb je in de pleegzorgwereld niet alles in de hand. De jeugdrechter, consulenten, begeleiders, ouders en de kinderen zelf houden je regelmatig met de voetjes op de grond. Dat maakt het er zeker niet makkelijker op en soms is het ronduit vervelend, maar al bij al maakt het ons leven vooral boeiend en uitdagend.

Ook hier komen we wel weer uit. We kunnen niet meer doen dan er voor hem zijn als dat nodig is en ervoor zorgen dat hij zich deel van ons gezin voelt en blijft voelen.

Hoe ons ventje ook heet, hij hoort bij ons.