Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Later is al lang begonnen …

Vanochtend aan de ontbijttafel lag er iets onverteerbaars op mijn bord. Een vrouw, nog te jong en zo vitaal, was er plots niet meer. Ik kende haar, maar niet goed, niet echt. Het was zo’n vrouw waar de positieve energie afspatte. Een vrouw die opviel, zonder al te veel moeite en waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen. Dat maakte haar zo mooi.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch raakt het mij. Is het omdat ze maar iets ouder was dan ik? Ook een moeder was en haar gezin nu alleen achterblijft? Is het omdat ik vanochtend weer maar eens herinnerd werd aan het feit dat het leven, sowieso al kort, voor sommigen wel heel snel afgelopen is. Het kan elk moment gedaan zijn, voor ieder van ons, ook voor mij.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch ben ik al heel de dag verdrietig. En boos. Boos omdat ik mensen ken die er, in tegenstelling tot haar, een heel ongezonde levensstijl op nahouden. Roken, drinken, niet sporten, … dichtgeslibte aders die keer op keer worden opengemaakt. Een overbruggingske meer of minder … Mensen die keer op keer een kans krijgen en het dan gewoon weer verkloten. Terwijl zij een voorbeeld was, ze genoot van het leven, maar op een gezonde manier. En dan wordt ze ziek en sterft amper twee maanden later. Zonder een kans te krijgen.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch komt het hard aan. Want net als ik zat ze ongetwijfeld nog vol plannen. Zo veel dingen die ze nog wou doen. Nog zo veel dromen te verwezenlijken, net als ik. Later …

Maar vandaag besef ik nog maar eens: later is al lang begonnen. We moeten leven in het hier en nu. Nu doen waar we van dromen. We moeten leven en ervan genieten. Zo veel het kan.

Het ga je goed daarboven, K. Ik kende je, maar niet goed. En toch zal ik je missen.

Lie(f)s