Column Kleurrijk: Eigen kinderen

Het is moeilijk om iets te schrijven rond het thema van deze Kleurrijk. Ik ben me er erg van bewust dat elke pleegzorgsituatie anders is en niet altijd zo positief uitdraait als de onze.

We hadden al 3 kinderen voor we aan pleegzorg begonnen. Het valt me altijd zwaar om te schrijven of spreken over onze ‘eigen’ kinderen. Het benoemt de situatie in ons gezin zoals het is, maar niet zoals het aanvoelt. En ik heb nu eenmaal de neiging meer met mijn hart te denken dan met mijn verstand.

Ik worstel vaak met de vraag wat het verschil is met onze eigen kinderen. Is er überhaupt een verschil? Gevoelsmatig kan ik daar heel duidelijk in zijn en zeg ik volmondig nee. Ik zie Lou even graag als de andere drie. Maar wanneer ik het rationeler bekijk, is er een verschil. Hij is er soms niet bij op momenten die belangrijk zijn voor ons gezin omdat hij bij zijn ‘eigen’ papa is. Hij wordt dan gemist, maar iedereen heeft er vrede mee. Het is nu eenmaal zijn en onze realiteit. Het kan zo, omdat hij onze pleegzoon is en niet ons ‘eigen’ kind.

Ik ben er zo goed als zeker van dat ook onze kinderen hem beschouwen als hun ‘eigen’ broer. Dat hij als pasgeboren baby in hun leven kwam en bleef, heeft hier natuurlijk veel mee te maken. Hij verstoorde de volgorde niet en sloot probleemloos bij aan in het rijtje. Hijzelf heeft nooit anders geweten dan deel uit te maken van ons gezin. Hij maakt ruzie met de jongste dochter. Hij werkt enorm op de zenuwen van de oudste zoon. Hij wordt rotverwend door de oudste dochter.

Klinkt als een doorsnee gezin, toch?

Nochtans ervaar ikzelf ons gezin niet als doorsnee, maar welk gezin is dat wel? Ok, wij zijn een pleeggezin en dat brengt soms problemen met zich mee. Maar als ik naar nieuw samengestelde gezinnen in onze omgeving kijk, dan merk ik dat het daar ook niet altijd van een leien dakje loopt. Net zo bij eenoudergezinnen. Of standaardgezinnen, wat dat dan ook moge zijn.

Ieder gezin is uniek ongeacht de samenstelling. Mijn ervaring leert me dat de buitenwereld er meer bij stil staat, dan de gezinsleden zelf. We zijn een pleeggezin, maar onze pleegzoon is van bij de geboorte bij ons waardoor we hem beschouwen als onze eigen zoon. Dit is uiteraard anders voor een gezin waar de pleegkinderen er op latere leeftijd bij kwamen. We zijn een gezin met vier kinderen en hebben een manier gevonden om min of meer in vrede samen te leven. Wat werkt voor ons, werkt niet voor een ander. Het maakt allemaal niet uit. Het voelt zoals het voelt. Het is zoals het is.

Pleegpapa

In deze editie van Kleurrijk die draait rond (pleeg)vaders neem ik, Gert, het voor de column even over van mijn vrouw Lies. Ik werd verliefd op haar grote hart, haar engagement en haar open blik op de wereld. Het is dankzij die eigenschappen dat ik pleegvader ben geworden. Een rol waarover ik eerst mijn twijfels had, tenminste om die rol fulltime op te nemen, maar tot op heden heb ik er nog geen minuut spijt van gehad.

We begonnen met crisisopvang en dat was me op het lijf geschreven. De kinderen die enkele weken of maanden in ons gezin verbleven kon ik zonder problemen de aandacht en liefde geven die ze nodig hadden, al hield ik me altijd wel een beetje op de achtergrond en deden mijn vrouw en kinderen het meeste werk. Ik hield me ook liefst zo ver mogelijk van de achtergrondsituatie en ouders die het kind met zich meebracht. Op die manier hoopte ik zo neutraal mogelijk en zonder oordeel tegenover het kind te staan, want ik was bang dat al de problemen mijn beeld over het kind zouden beïnvloeden.

Nadat we enkele kinderen in ons gezin opvingen, kwam Lou in ons leven. Met hem stapten we over van crisisopvang naar langdurige opvang. De vraag kwam na een half jaar vanuit pleegzorg. Mijn vrouw en drie kinderen moesten geen seconde nadenken en zeiden volmondig ja. Ze hadden zich helemaal gehecht aan dat kleintje en waren blij dat hij kon blijven. Voor mij was het niet zo simpel. De crisisopvang was altijd kort en voelde voor mij eerder vrijblijvend aan. Een langdurige opvang bracht, naar mijn gevoel, plots veel meer verantwoordelijkheid en verplichtingen met zich mee. Hoewel ik me daar niet de meeste zorgen over maakte. Ik was vooral bang dat ik het kind niet even graag zou kunnen zien als mijn eigen kinderen. Dat er altijd een verschil zou zijn. En dat leek me verkeerd. Maar ik weet nu, na 9 jaar een half, dat het inderdaad anders is, want onze pleegzoon heeft (nog) een vader. Daardoor is de relatie met hem anders dan de relatie met mijn andere kinderen, maar ik zie hem ook graag. En hij ziet mij graag.

Toch is het niet altijd gemakkelijk. Onze pleegzoon heeft het niet altijd gemakkelijk met zijn situatie en als hij het emotioneel moeilijk heeft, dan zullen we het geweten hebben. Vooral naar mij toe uit hij zijn frustraties. Ik krijg dan soms de lelijkste dingen naar mijn hoofd gesmeten en het zinnetje te horen dat ik zijn papa niet ben. Dat komt soms wel binnen, maar hij heeft natuurlijk gelijk.

Zoals met alles is het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou me ons gezin niet meer kunnen voorstellen zonder hem. Pleeggezin zijn maakt het leven niet altijd makkelijk, maar net als mijn vrouw hou ik gelukkig ook van een uitdaging.

Kindje te koop

Ken je dat gevoel wanneer je om iets moet lachen, schaterlachen, tranen met tuiten, maar dan, in een fractie van een seconde, gebeurt er een shift in het diepste van je ziel en verandert dat zalige gevoel van puur plezier naadloos in een akelige vorm van tristesse en zijn het niet langer tranen van geluk, maar van verdriet.

Het overkwam me gisteren. Ik maakte me klaar om een vormingsavond van toekomstige pleegouders bij te wonen, ter voorbereiding op de volgende reeks waar ik als ervaren pleegzorger de enthousiaste groep zal inwijden in het pleegouderschap. Onze pleegzoon stond me op te wachten beneden aan de trap. Zijn voelsprieten stonden op scherp want hij had al iets van pleegzorg opgevangen.

“Waar denk jij dat jij naartoe gaat, mevrouwtje?”

“Ik moet naar pleegzorg.”

“Wat moet jij daar gaan doen?”

“Ik moet met ouders gaan praten die ook een pleegkindje willen.”

“Gaan jullie mij verkopen?”, riep hij uit.

Ik schoot in de lach. Hij heeft humor, onze kleinste. Tot ik hem aankeek en de paniek in zijn wijd opengesperde ogen zag. Ik besefte dat hij doodserieus was en hoe pijnlijk dit gesprekje eigenlijk was. Het was op dit moment dat de heerlijke lichtheid die je voelt na een goede lachbui diep in mij veranderde in een zwaar gevoel van machteloosheid. Hoe hard wij ook ons best doen om hem te laten voelen dat hij bij ons gezin hoort omdat we hem ongelooflijk graag zien, hij denkt blijkbaar dat de kans bestaat dat we hem, zoals een miskoop, weer gaan inleveren. Voor ons is het vanzelfsprekend dat hij bij ons opgroeit, ooit uit huis gaat om – wie weet – een eigen gezin te stichten en dat wij oma en opa zullen zijn voor zijn kinderen. Voor hem blijkbaar niet.

Tot gisteren vond ik het belangrijk om hem duidelijk te maken dat zijn echte mama hem graag ziet, ook al kan ze niet voor hem zorgen. Dat papa C hem graag ziet, ook al is hij daar niet zo vaak als bij ons. Sinds gisteren is het mijn missie om ons ventje gerust te stellen en duidelijk te maken dat hij bij ons hoort en dat ons hart in duizend stukjes zou breken als daar ooit verandering in komt.

“Ben je daar bang voor?”, vroeg ik.

“Ja, heel erg.”, zei hij.

Ik gaf hem een stevige knuffel en wou hem niet meer loslaten.

Bron: De jongen, de mol, de vos en het paard (Charlie Mackesy)

Column kleurrijk: BESTE WENSEN

Het naderend einde van een periode nodigt steevast uit tot overpeinzing en reflectie, zo ook deze laatste weken van 2023. Pleegzorggewijs was het een pittig jaar voor ons, want ons ventje had het moeilijk. Thuis bleef het gelukkig doenbaar, maar buiten die veilige cocon worstelde hij met de drukte, de prikkels, het onverwachte en het onbekende.

Het was pittig, maar uiteindelijk kunnen we hoopvol afsluiten, want wat een weg heeft onze pleegzoon dit jaar afgelegd. We zagen hem veranderen van een vrolijk, onbezorgd jongetje naar een onzeker, verdrietig en boos kereltje dat vooral op school zijn intense emoties niet de baas was wanneer iets hem niet zinde, wanneer de leerstof te moeilijk was, de klasomgeving te druk of de dag niet verliep zoals hij in gedachten had. We zochten en kregen hulp bij pleegzorg waar hij nu om de twee weken op gesprek gaat bij een therapeute die ook regelmatig op school komt om hem daar weer wat rust te bieden. Daarbovenop volgde hij nog een assertiviteitstraining en focuste de kinesiste zich naast de schrijfoefeningen vooral op lichaamsbewustwording. Hij heeft dus hard gewerkt dit jaar en mét resultaat. Op school loopt alles veel beter en blijven de hevige uitbarstingen en escalaties uit. We merken thuis dat hij zich meer bewust is van zijn gevoelens en geleerd heeft het te verwoorden. Dit doet hij trouwens verbluffend goed.

Wanneer men ons dus binnenkort vraagt wat onze wensen zijn voor het nieuwe jaar, dan kan ik tegen alle verwachtingen in hetzelfde zeggen als pakweg de voorbije 25 jaar: dat alles mag blijven zoals het is. De rust is weergekeerd. Al onze kinderen zijn gezond en lijken hun draai in het leven te vinden. De twee oudsten doen steeds vaker hun ding buitenshuis, maar komen ook graag weer thuis en dragen – de ene al wat meer dan de andere weliswaar – hun steentje bij. De twee jongsten krijgen hierdoor meer aandacht en wij als ouders de rust en vrijheid waar we jarenlang alleen maar van konden dromen.

Dromen … dat doen wij graag! En dat zullen we blijven doen. Mijn voornemen is dan ook om er dit jaar weer minstens een paar waar te maken. En om onze kinderen te stimuleren en te helpen om de hunne na te streven. Zo droomt de oudste om het eerste jaar in het hoger onderwijs met succes af te ronden. Als beroepsleerlinge is dit niet evident, maar voor de harde werker die ze is, zeker haalbaar. De oudste zoon droomt ervan om eindelijk geld te kunnen verdienen, maar dan zonder er heel hard voor te moeten werken. Een studentenjob die hij graag doet en niet als werk aanvoelt wens ik hem dus toe. De jongste dochter hoopt de sterren van het dak te kunnen koken en bakken. En onze pleegzoon die hoopt nog meer rust te vinden in zijn drukke hoofdje en zo zijn vulkaan onder controle te houden. Die wens spreekt hij regelmatig uit.

Mijn man en ik? Wij blijven hopen dat alles blijft zoals het is.

Onze beste wensen voor 2024!

Column Kleurrijk: pleegproblemen

“Ik heb hier hoofdpijn”, zegt onze jongste. Hij duwt met de wijsvinger op zijn schedel, net boven zijn voorhoofd. “Ik denk dat mijn hersens op de trampoline aan het springen zijn.” voegt hij er nog aan toe. Ik barst in lachen uit, maar vind het bovenal bewonderenswaardig dat hij een ‘gevoel’ zo waarheidsgetrouw kan verwoorden.

We zijn er hier thuis nu ook wel mee bezig, want ons ventje schijnt problemen te hebben met ‘emotieregulatie’. Thuis is dat naar ons gevoel niet zo’n probleem, maar op school loopt het soms uit de hand.

Het gaat dus niet goed op school. Het kost hem te veel moeite om mee te draaien in de klas waardoor hij op de toppen van zijn tenen loopt. Hij haat school en al wat hij daar moet doen. De spanning, stress en tegenzin hebben een onvermijdelijke invloed op zijn gemoed. Zijn emoties laaien hoog op en slaan bovendien alle kanten uit. Een duidelijk signaal dat er heel wat omgaat in dat kleine lijfje.

Hij is er zich heel bewust van dat hij soms over de schreef gaat, al weet hij niet altijd om welke emotie het gaat. Verdriet, ergernis, stress, angst, … het uit zich helaas meestal in boosheid. Het zijn signalen die ons zoals zo vaak weer met onze voeten op de grond zetten, want volgens onze begeleidster van pleegzorg is dit typisch gedrag voor kinderen met een trauma en/of hechtingsstoornis.

Juist ja, onze kleinste is een pleegkind. Dat waren we bijna weer vergeten …

Tijdens de frequente overlegmomenten op school en met pleegzorg besef ik hoe het me toch blijft raken. Mijn gemoed schiet vol wanneer ze het over een kind hebben dat ik niet herken. Thuis is hij lief, veel rustiger, op zijn gemak. Dat is goed, hoor ik dan iemand zeggen. Dat betekent dat jullie zijn veilige haven zijn, bij jullie komt hij tot rust. Het beurt me enigszins op, want daarvoor ga je initieel het pleegzorgavontuur aan: een kind in nood, veiligheid en rust bieden.

Helaas moet hij ook leren om zich staande te houden buiten de veilige cocon van ons gezin. Hij vraagt een specifieke aanpak. Traumasensitief opvoeden is hier het sleutelwoord. Er moeten dus wat meer eieren onder gelegd worden. Geen probleem voor ons, maar niet altijd makkelijk uit te leggen aan de omgeving, merken we. Een hele uitdaging!

Gelukkig staan we er niet alleen voor. Ons gezin is groot én sterk. Onze andere drie kinderen begrijpen het, kennen hem en nemen het voor hem op. Ze zien hem graag. De school springt zonder boe of ba mee op de kar en is vragende partij om te leren hoe ze hem best aanpakken. Ze zien hem graag. Zijn echte papa is er ook. Hij luistert, toont interesse en probeert zijn steentje bij te dragen. Hij ziet hem graag. En pleegzorg staat klaar om aan al deze vragen en behoeftes tegemoet te komen. De huisbezoeken worden frequenter, vormingen worden aangeboden en een traject opgestart.

Ik heb geen glazen bol, maar wel goede moed. Het komt goed met ons ventje. Zoals altijd komt het goed …

Bron: minddistrict.com

De andere mama

Onze jongste is een knuffelbeer. Hij overlaadt mij met knuffels. ‘Jij bent zo warm, mama’, zegt hij dan. Hij slorpt mijn warmte op en komt tot rust. Rust die hij hoe langer hoe moeilijker kan vinden. ‘Je blijft toch bij mij, he?’ Dat hij verlatingsangst heeft, wordt steeds duidelijker. De blik in zijn ogen wanneer hij denkt alleen achtergebleven te zijn, breekt mijn hart. Dat we nog steeds bij hem in bed blijven tot hij in slaap gevallen is, is niet altijd leuk, maar voorlopig de beste oplossing. Hij ligt bij zijn grote broer in bed en zoekt in zijn slaap steeds diens nabijheid op. Elk kind heeft geborgenheid nodig, maar hij duidelijk iets meer.

Wanneer ik hem knuffel zeg ik wel eens hoe blij ik ben dat ik zijn mama mag zijn. Tot voor kort toverde het steevast een glimlach op zijn gezicht. De laatste weken merk ik dat het hem aan zijn biologische moeder doet denken. ‘Ik wil bij mijn andere mama zijn. Bij mama D.’

Auwch, ik voel een steekje in mijn hart.

Hij wil bij iemand zijn die hij niet kent. Eén foto hebben we van haar. Daarop heeft ze een piepklein baby’tje in haar armen en lijkt ze oprecht gelukkig naar de camera te lachen. Op basis van dit ene beeld heeft hij zijn andere mama ‘gevormd’. De ideale mama die hem niet verplicht zijn bord leeg te eten. Die nooit boos wordt. De perfecte moeder van wie hij laat mag opblijven en die hem honderden cadeautjes koopt. Hij verzint verhaaltjes en droomt over haar.

Het is hem gegund en ik laat hem in de waan. De minder fraaie waarheid wil ik hem besparen. Al moet ik heel soms de neiging onderdrukken om in de verdediging te gaan, om de strijd aan te gaan met de andere mama die waarschijnlijk alles is wat ik niet ben. Mijn twijfels en onzekerheid als moeder steken dan de kop op en tegen beter weten in voel ik me opzij geduwd door iemand die niet bestaat, door een illusie, een ideaalbeeld van een kleuter.

Het zijn die zwakke momentjes die me met de voeten op de grond houden en ons eraan herinneren dat we een pleeggezin zijn, met alle zorgen en onzekerheden die erbij horen. Maar wanneer ons ventje me even later weer vol overgave vastneemt en zegt dat ik de liefste mama van de hele wereld ben, dan weet ik dat er niets op kan tegen de werkelijkheid, ook al is die verre van perfect.