Tinder voor asieldieren

Weyts lanceert Tinder voor asieldieren‘ lees ik in de krant. Er zitten in Vlaanderen naar schatting 40 000 dieren  in een asiel te wachten op een nieuwe thuis. De Vlaamse regering investeert bijgevolg 30 000 euro in zo’n tinderachtig platform.

Dat zijn er best wel veel. Ik kijk naar onze hond en voel oprecht een zweem van medelijden voor die 40 000 beestjes die het minder goed hebben. Dan kijk ik in de ogen van onze jongste en voel verontwaardiging en onbegrip.

Vorige week zat toevallig ‘Kleurrijk’, het driemaandelijks krantje van Pleegzorg Antwerpen in onze bus. Helaas krijgen alleen pleeggezinnen dit.  De septembereditie geeft altijd de cijfers van het vorige jaar weer. Daarin staat o.a. goed nieuws: het aantal pleeggezinnen is in 2017 met 8% gestegen t.o.v. 2016. Helaas is ook het aantal pleegkinderen/pleeggasten* evenredig gestegen.

Er waren op 31/12/2017 in Vlaanderen 5181 pleeggezinnen voor 6507 pleegkinderen/gasten. Dat wil dus zeggen dat er 1326 kindjes ergens wachten op een nieuwe thuis.

Dát zijn cijfers die mij doen duizelen. Dát zijn cijfers die schreeuwen om 30 000 euro.  Ik weet het, een dier is ook een levend wezen en ja, dat verdient evenzeer liefde, respect en een warm nestje, maar een kind naar mijn mening toch een beetje meer.

Heeft een mens daar niet meer recht op dan een dier?

Ik kan me daar druk in maken. Echt waar. Vorig jaar nog deed ik wat ‘research’ omdat het me opviel hoe weinig berichten van pleegzorg op de sociale media geliked en/of gedeeld worden terwijl dit met berichten van honden- en kattenasielen waarin ze o.a. dieren voorstellen ter adoptie soms massaal gebeurt.

Ik vind dat raar.

Gisteren was het Werelddierendag. Pleegzorg Vlaanderen (6 345 volgers) postte op facebook een leuk berichtje met een foto van een schattig kindje. Goed voor amper 24 likes.

img_7290

Hart voor Dieren (284 000 volgers) postte gisteren ook iets ter ere van hun feestdag en scoort met een foto van een schattig poesje 235 likes.

Let u ook even op het aantal volgers?

Ik vind dat raar.

Pleegzorg lanceerde onlangs de campagne ‘doneer je jeugdbeweging’ en Pleegzorg Antwerpen (2008 volgers) post regelmatig iets hieromtrent. Op 26 september krijgen ze 28 likes, 2 opmerkingen.

Koninklijke Maatschappij Het Blauwe Kruis Wommelgem (17 976 volgers) stelt in een filmpje van een minuut Jackson voor, een vijfjarige reu. Hij krijgt in een mum van tijd 113 likes en 71 opmerkingen.

Ik vind dat raar.

Ik vind het raar dat er nog steeds mensen zijn die Pleegzorg niet kennen. Dat er campagnes gevoerd worden waar – buiten de pleeggezinnen zelf – weinig mensen zich van bewust lijken te zijn. Dat de posts van pleegzorg op sociale media voornamelijk alleen de pleeggezinnen bereiken. Dat op basis van wat je ziet op facebook de mensen meer geraakt worden door, meer belang lijken te hechten aan dierenleed dan aan de miserie van hun medemens.

Ik ben ervan overtuigd dat Ben Weyts mensen ook belangrijker vindt dan dieren en misschien had hij het geld ook liever aan Pleegzorg gegeven, maar als minister voor Dierenwelzijn kan dat niet.

Het is aan zijn collega Mijnheer Van Deurzen om in mensen en dus ook Pleegzorg te investeren. Ik zocht het even op en blijkt dat er dit jaar €30 000 000 extra geïnvesteerd wordt in jeugdhulp. Dertig miljoen. Extra. 1000 keer meer dan Ben Weyts.

Ik vind dat niet raar

www.pleegzorgvlaanderen.be

www.adopteereendier.be

* Een pleeggast is een volwassene met een beperking die opgevangen wordt in een pleeggezin.

Column #3: Hoe graag mogen we hem zien?

Je houdt van iemand of niet. Zo simpel is dat. Ik zie mijn kinderen graag. Alle vier.

Af en toe stellen ze me dé vraag, de aartsmoeilijke vraag die een nauwkeurig afgewogen en diplomatisch antwoord vereist. “Mama, van wie van ons hou jij het meest?”

“Ik zie jullie alle 4 even graag.”

“Ja, maar als je moet kiezen?”

“Euh, …”

Soms wordt me die vraag voorgeschoteld door volwassen mensen wanneer we het over ons pleegzorgverhaal gaat.

“Kan je zo’n kind even graag zien als je eigen kind?”

Ik denk het wel … Alle kindjes die we opvingen in crisis heb ik graag gezien, voor zolang ze hier waren. Ook nadien kregen ze een warm plekje in ons hart. Dat is wel het minste wat ze verdienen. En geloof me, wanneer er een klein dutske voor je staat dat op die moment niemand anders heeft, dan komt de liefde vanzelf.

Ons pleegzoontje Lau maakt ondertussen al drie jaar en half deel uit van ons nest. Hij kwam als pasgeboren baby en is blijven plakken in ons gezin, maar vooral in ons hart. Ik durf te zeggen dat ik hem even graag zie als onze andere drie kinderen, maar het is complexer. Je denkt er meer over na … Zie ik hem effectief even graag als de anderen? Is het een ander soort liefde? Hoort het wel dat we hem zo graag zien? Hoe graag mogen we hem zien? Is er een grens die ons beschermt tegen de pijn en het verdriet wanneer hij misschien ooit ons nest zal moeten verlaten?

Ik vrees van niet. Je ziet iemand graag of niet. Punt. Je kan er ook niet zo maar mee ophouden of er even de rem op zetten. Gelukkig maar! Het komt allemaal vanzelf, dat merk ik bij onze andere kinderen en bij mijn man.

Het maakt me ontzettend trots wanneer ik zie hoe de andere drie omgaan met hun kleine broertje. Hoe ze ervoor zorgen en hem missen wanneer hij bezoek heeft. Hoe ze naar de deur rennen en hem verwelkomen wanneer hij weer thuis komt. Ik voel warme liefde wanneer ik mijn man met de kleinste zie ravotten, net zoals hij met de anderen deed. Ik zie hem vertederd kijken naar dat vinnig ventje en soms zie ik de verwondering op zijn gezicht wanneer ook hij plots beseft dat hij hem even graag ziet als die andere drie.

img_5553

Column #2: Pleegzorg – over graag zien en gebroken harten

Zelf beschouwen we hem als ons eigen kind en houden we even veel van hem als van de rest. Dat gaat verrassend vanzelf, dat groeit spontaan. Dan vergeet je weleens dat dat voor de mensen rondom je gezin niet zo is.

Sommige mensen die je andere drie kinderen automatisch in hun hart sluiten hebben blijkbaar meer tijd nodig om dat met de vierde ook te doen.

Bij enkelen komt het helaas nooit. Je kan het hen natuurlijk niet kwalijk nemen. Wij kozen voor pleegzorg, zij niet.

Ik snap dat dat liefdevolle gevoel er bij hen niet is, daar kan ik echt wel begrip voor opbrengen. Wat ik echter niet begrijp, is dat je je daar als volwassene niet kan overzetten en je even verplaatsen in het kind, het welzijn van het kind voorop stellen.

Het breekt mijn fragiele moederhart wanneer ik denk aan dat moment in de toekomst waarop onze pleegzoon zal beseffen dat niet iedereens hart groot genoeg is om ook hem een plekje te geven. Dat niet iedereen genoeg liefde heeft om ook hém gewoon graag te zien.

Het zit ‘em in de details: vergeten verjaardagen, geen sms’je op zijn allereerste schooldag, geen tijd om te babysitten, minder of zelfs geen centjes op speciale dagen … Hij is nog klein nu, hij kan nog niet lezen of rekenen. Het gaat voorlopig aan hem voorbij. Maar ooit

Misschien zit ik er te dicht op, want ik wil mijn kind beschermen. Hij zal ooit beseffen dat hij anders is en dat zijn wereld complexer in elkaar zit dan die van zijn broer en zussen. Dat hij een echte moeder heeft die niet voor hem kon zorgen. Daar zal nog heel wat verwerking aan te pas komen, veel vragen en ongetwijfeld verdriet. Hij zal zijn andere papa, tussen de bezoeken door missen, verscheurd worden tussen ons en hem, zich schuldig voelen omdat hij ons allemáál graag ziet.

Ik was er altijd van overtuigd dat iedereen het kan, een pleegkind een thuis geven en het (even) graag zien. Gaandeweg besef ik helaas meer en meer dat dit niet het geval is.

Maar … er is nog hoop voor de mensheid. Het gaat hier gelukkig over een zeer kleine minderheid die jammer genoeg een grote indruk nalaat. De meeste mensen rondom ons verrassen ons met hun grenzeloze hart, ontroeren ons met de overvloed aan liefde en knuffels voor ons ventje, met hun medeleven, oprechte interesse en begrip.

Daar kunnen we alleen maar heel dankbaar om zijn. Ze beseffen het waarschijnlijk zelf niet, maar ze maken echt het verschil voor ons, voor hem, voor pleegzorg.

Photos of “Every year we take a photo in front of that door @bokrijk Reality check time flies, my kids are…” (1)

Column Kleurrijk #1

Proud to announce: mijn eerste column gepubliceerd in het magazine ‘Kleurrijk’ van Pleegzorg Provincie Antwerpen.

De deadline van deze column – mijn allereerste by the way – valt toevallig samen met de verjaardag van ons jongste zoontje, Laurens. In tegenstelling tot de verjaardagen van onze andere drie kinderen word ik die dag niet overspoeld door de herinneringen aan zijn geboorte. We vieren uitbundig zijn verjaardag maar voor de rest zijn er weinig emoties mee gemoeid, om de simpele reden dat we er niet bij waren toen hij voor het eerst van zich liet horen.

De periode dat deze Kleurrijk in jullie brievenbus valt daarentegen, roept elk jaar mooie herinneringen op. Hét telefoontje van pleegzorg, in allerijl een crèche en babyspullen zoeken, de rit naar het ziekenhuis en dan… dat piepkleine, hulpeloze wezentje dat daar in zijn knalblauwe pyjama onder een klein, oranje dekentje lag. Moederziel alleen, wachtend op ons, op onze liefde, onze knuffels en warmte.

Hij kwam bij ons in crisisopvang maar nu drie jaar later maakt hij nog steeds deel uit van ons gezin. We hebben al een hele weg afgelegd met veel wondermooie momenten maar af en toe ook verdriet en zorgen. Na het eerste anderhalf jaar zonder bezoeken noch contacten waren we haast vergeten dat hij niet echt van ons was. Zijn mama wist dat ze niet voor hem kon zorgen en was enorm dankbaar dat wij hem wilden geven wat zij niet kon bieden. Er was een klik met haar en de weinige keren dat ze op bezoek kwam, hadden we telkens een gezellige koffieklets maar interesse in haar kind toonde ze helaas nooit. Ze gaf het dan ook snel op en verbrak zo goed als elk contact.

Toen zijn vader plots ten tonele verscheen en de bezoeken werden opgestart, bloedde ons hart. Maar alles went en een mens kan meer aan dan hij denkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben uit ons pleegzorgverhaal.

De bezoeken en het contact met de papa verlopen goed. Een gezin met vier kinderen vergt sowieso heel wat organisatie en de tweewekelijkse bezoeken inplannen in een weekend met voetbalmatchen, muzieklessen, verjaardagsfeestjes en uitstapjes is niet altijd even simpel maar gelukkig is alles bespreekbaar en kan er al eens geschoven worden met de bezoekuren.

Het is me wat, je gezin openstellen voor een ander zijn kind en je hart eraan verliezen. De onzekerheid, de emoties, de angst voor wat de toekomst brengt… Maar het is en blijft de moeite waard. Het is een verrijking voor je gezinsleven, een eye opener, een blik op een totaal andere wereld waar je eigenlijk liever zo weinig mogelijk van af weet maar waar je willens nillens van heel nabij mee geconfronteerd wordt.

Voor de meesten van jullie zal dit herkenbaar zijn. Of net niet. Ieder verhaal is anders maar ik hoop jullie de komende tijd te kunnen boeien met óns verhaal, ons avontuur, ons leven als (pleeg)gezin. Ik kijk er alvast naar uit om af en toe een beetje van onze chaos met jullie te delen.

Mijn kind dat ik niet ken

Vandaag is het exact drie jaar geleden dat ik een kind op de wereld zette. Een kind dat ik niet ken. Ik schaam me ervoor, maar ik wou hem niet. Ik kon dat roze hoopje niet eens bekijken, laat staan vastnemen, liefde geven.

De zwangerschap was een hel. Een emotionele marteling. Er groeide een kind in mij dat ik niet wilde.  Ik heb het verwenst, vervloekt … het kind, de vader, die nacht, de grootste stommiteit van mijn leven. Ach neen, ik heb nog grotere flaters begaan én ervoor geboet, dubbel en dik. Maar toen was alleen ik er de dupe van, nu groeide er iets in mij dat ongevraagd in deze puinhoop terecht zou komen.

Ik heb gehoopt dat het misliep, ik heb gedacht aan abortus en het bijna gedaan. Had ik het maar gedaan … Nu lag ik daar met een kind waar ik niet voor kon zorgen, waar ik niet voor wílde zorgen. Wat heb ik hem te bieden? Mijn leven was één hoop ellende, ik heb het nooit anders geweten. Mijn kindertijd was een aaneenschakeling van traumatische gebeurtenissen die ervoor gezorgd hebben dat het nooit meer goed kan komen met mij. Mijn jeugd was één lange vlucht van de harde, pijnlijke realiteit. Drugs, alcohol, medicatie, … Ik gebruikte alles om de hopeloze chaos in mijn leven te vergeten.

En zo is het eigenlijk altijd gebleven. De ene stommiteit volgde de andere op, in sneltempo. De ene fout na de andere, flater na flater … en nu dit. Een kind in dat bedje naast mij. In het ziekenhuis merkten ze al gauw mijn afkeer, ze stuurden iemand om te praten. Iemand die luisterde, maar me, zoals altijd, niet begreep. Ze zijn getraind om hun afschuw niet te laten blijken, maar er is altijd wel iets dat hen verraadt. Iets in hun blik of een trekje om hun mond dat ze niet onder controle hebben.

Ik wilde niet rond de pot draaien. Ik wilde dat kind niet. Punt. Zoek maar een oplossing. Er zijn vast mensen die hem wel willen, die hem alles kunnen geven wat ik niet te bieden heb. Want ik heb niets. Ik ben niets.

Ik vertrok uit het ziekenhuis en liet het kind achter. Pleegzorg werd erbij geroepen en drie weken later kreeg het kind een thuis. Een paar keer nog ben ik op bezoek geweest, om mijn geweten te sussen, om met eigen ogen te zien dat hij het daar veel beter zou hebben dan hier, bij mij. Daar is hij nu, 3 jaar later nog steeds. Af en toe denk ik nog aan hem, droom ik van hem, maar ik mis hem niet. Denk ik. Kan je iemand missen die je niet kent? Kan je van iemand houden die je niet kent?

een-kans

Bron afbeelding: Onderwijs Maak Je Samen

Geen verlof voor pleegouders: flashback

Vandaag las ik in de krant van gisteren dat pleegouders nog steeds geen recht op verlof hebben wanneer ze een kindje verwelkomen in hun gezin. Het deed me terugdenken aan de tijd dat onze pleegzoon, toen net geboren, in ons gezin kwam. Aanvankelijk in crisisopvang, maar nu, bijna 3 jaar later, is hij – godzijdank – nog steeds in ons leven.

Op een winterse maandagavond kregen we een telefoontje van pleegzorg. Of we een pasgeboren baby’tje wilden opvangen. Mijn hart deed een vreugdesprongetje … eindelijk een boeleke. De oudste dochter die tegen mijn wang geplakt het gesprek volgde, kon evenmin haar enthousiasme onder stoelen of banken steken. Natúúrlijk wilden wij dat baby’tje even een thuis geven. Zonder er verder over na te denken… Maar dan, de hoorn op de haak, de adrenalineshot neemt af, reality checks in.

Oei, een baby’tje moet naar een crèche of onthaalmoeder wanneer ik ga werken. Vlug alle crèches opzoeken in de buurt en opbellen. Welke babyspullen hebben we nog allemaal in de kelder steken? Veel, maar niet genoeg. Even een sms’je rondsturen. Allerlei dingen waar je normaal 9 maanden de tijd voor hebt, moesten nu in sneltempo geregeld worden. Maar kijk, het lukte en toen we 2 dagen later die wolk van een baby op de materniteit gingen halen, waren alle praktische zaken tip top in orde.

Waar we echter niet op waren voorbereid, waren de onderbroken nachten. Je zit met een pasgeboren baby’tje en alles wat erbij hoort, maar het leven gaat gewoon door. Die wekker begint nog steeds te kwelen om 6u30. Je wordt verwacht op je werk, ook wanneer je amper 2 uurtjes geslapen hebt. Geen ouderschapsverlof, geen kraamhulp, niks.

Toen leek dat best te lukken, je leeft op automatische piloot, je cijfert jezelf volledig weg en doet wat je moet doen. Een mens is vaak sterker dan hij denkt en een moeder kan bergen verzetten, maar er zijn grenzen. Ook bij mij was na een half jaar het vat af. Ik ben diep in het rood gegaan en dat heb ik nog lange tijd moeten bekopen.

Maar kijk, die baby wordt een peuter en is ondertussen een kleuter. Hoe onmenselijk zwaar die eerste maanden ook waren, het zijn momenten als de eerste schooldag, enkele weken geleden, waar je het voor doet. De zelfzekerheid waarmee ons ventje vrolijk door de schoolpoort stapt, daar hebben wij mee voor gezorgd. Hoe ons pleegzorgverhaal ook afloopt, wij hebben hem alvast een stevige basis gegeven, weerbaar gemaakt, hopelijk bestand tegen het harde leven dat hem te wachten staat. Dat gevoel is onbetaalbaar en geeft ons enorm veel voldoening.

Wij zouden het zo opnieuw doen, maar ik begrijp dat anderen ervan terugschrikken. Je wil een kind in nood opvangen en alles geven wat het op dat moment zó nodig heeft: een stabiele omgeving, rust, een warme thuis en liefde, … veel liefde. Dat kost niks, alleen maar tijd. Tijd die er niet is, tenzij je heel veel opoffert en je je eigen leven eventjes on hold zet. Tijd die de overheid kan bieden door ook pleegouders eindelijk recht op verlof te geven. Tijd die ongetwijfeld meer gezinnen over de streep zal trekken om pleegzorg een kans te geven.

Elk jaar zijn er ongeveer 500 kinderen in Vlaanderen die in de kou blijven staan bij gebrek aan pleeggezinnen. Dat zijn 2 op 3 pleegzorgaanvragen die niet positief beantwoord kunnen worden.

Komaan politici, het wetsvoorstel ligt klaar, waar wachten jullie op?

time

 

 

Ik heb 4 kinderen

img_9371-1

Ik heb 4 kinderen. Wie de puntjes echt op de i wil, kan daar moeilijk over doen. Ik heb er hier nochtans 4 rondlopen, 4 prachtexemplaren die mij mama noemen. En ja, 3 met helderblauwe ogen en eentje met donkerbruine kijkers. 3 die trekken hebben van mij, van mijn man en van elkaar. En ja, eentje die wat dat betreft niet helemaal in het rijtje past.

img_9587

1 van de 4 heb ik er met heel veel moeite zelf uitgeperst, een andere vond wat makkelijker zijn weg naar buiten. Nog een andere hebben ze er via mijn buik uit moeten halen. En eentje kregen we zomaar cadeau, die lag kant en klaar en moederziel alleen op ons te wachten in de couveuse op de materniteit. Dat cadeautje ging maar enkele weken bij ons blijven, maar nu – 2,5 jaar later – is hij er nog steeds.

Het enige dat hem, wat ons betreft, van de andere 3 onderscheidt, is dat hij misschien ooit eens weggaat. Dat we dat wonderbaarlijk geschenkje weer moeten inleveren. Het lijkt ondenkbaar en onmogelijk, het is hartverscheurend en onmenselijk, maar het kan. Of toch niet …

bokrijkHet is die onzekerheid die moeilijk is, soms zelfs ondraaglijk, maar tegelijkertijd ook hoop geeft. Het is die onzekerheid die me af en toe wanhopig verdrietig maakt, maar me nog vaker van het beste doet uitgaan. Door die onzekerheid krijgt hij vaak dubbel zo veel liefde, zolang het nog kan … en wordt hij soms extra verwend, zolang hij er nog is …

Het eerste anderhalf jaar van zijn leven was hij helemaal van ons. Een klein wezentje dat niemand anders had, behalve ons. Geen bezoeken met biologische ouders om rekening mee te houden. Een moeder zou voor minder vergeten dat hij niet van haar is.

Na anderhalf jaar kwam er een biologische vader in the picture. Bezoeken werden opgestart en langzaam opgebouwd. Even stond onze wereld stil. De kans bestaat dat …

Elk bezoek haalt me onderuit, drukt me met mijn neus op de feiten. Hij is niet van mij, ik ben niet zijn moeder. Maar ík ben het die hij mama noemt. Het is de warmte van míjn schoot die hij opzoekt wanneer hij moe is. Hij loopt huilend naar míj toe om zich in míjn armen te nestelen wanneer hij zich bezeert heeft.

Ik kus zijn tranen weg, wieg hem in slaap en blijf minutenlang naar hem kijken, vertederd, maar vooral verbaasd over de intense liefde die ik kan voelen voor dit kind dat niet van mij is.

img_9348 Hij weet natuurlijk niet beter, is zich van geen kwaad bewust. Hij voelt zich net hetzelfde als die andere 3 koters waar hij mee opgroeit, die hij broer of zus noemt en waarvan  hij zoveel onvoorwaardelijke liefde krijgt. En om de 2 weken gaat hij met zichtbaar plezier ‘spelen’ bij iemand die hem verwend en hem ongetwijfeld ook heel graag ziet. Iemand die hem waarschijnlijk heel erg mist wanneer hij niet bij hem is. Die keer op keer de dagen aftelt tot het volgende bezoek.

Ik begrijp die man ook, voel met hem mee en bewonder zijn volhardendheid en het engagement dat hij wil aangaan. Ik gun hem van harte de kostbare tijd met zijn zoon en ik weet ergens diep vanbinnen dat het voor ‘ons’ kind belangrijk is om die man in zijn leven te hebben.

Maar meer kan mijn moederhart niet aan. Meer zou ons gezin verscheuren en verweesd achterlaten, vol ongeloof en in immens verdriet.

En toch, als je zou vragen of we het weer zouden doen, dan zeggen we zonder twijfelen JA! want een leven zonder onze kleine ukkepuk zouden we ons niet kunnen voorstellen, hoe moeilijk het soms ook is.

Wat bezielt een moeder?

Drie jaar geleden waren we een tijdje een ‘crisisgezin’. We deden aan crisisopvang, een vorm van pleegzorg waarbij je voor een kortere periode een kind opvangt dat onmogelijk thuis kan blijven, in afwachting van een meer definitieve oplossing. Tijdens een lange, donkere nacht schreef ik het volgende.

een-kans

Wat bezielt een moeder om haar kind in de steek te laten? Wat bezielt de familie van die vrouw om de zorgen voor het kind niet even over te nemen? Is er geen lieve oma of een tante die het kind graag ziet en het niet over haar hart krijgt om het bij wildvreemden achter te laten? Geen opa, geen nonkel, … ?

Voor ons lijkt het allemaal absurd, onbegrijpelijk. Wij willen een avondje weg en vinden in onze telefoon al gauw een paar contacten waaraan we kunnen vragen of ze onze kroost een avondje of nacht onder hun hoede willen nemen. Zijn we te ziek om onze kindjes van school te halen, eten te maken, te entertainen, … geen nood, de oma’s staan paraat!

Voor mensen als wij is die back-up, dat vangnet, onze achterban normaal en vanzelfsprekend, maar als er één ding is wat ik uit ons pleegzorgavontuur geleerd heb, dan is het wel dat niet alle mensen  zijn zoals wij. Dat niet alle mensen evenveel geluk hebben, maar er soms echt helemaal alleen voor staan.

Voor mensen zoals wij is het blijkbaar moeilijk te beseffen dat niet iedereen in dezelfde omstandigheden leeft en omringd wordt door een hechte familie of vriendenkring. Mensen zijn bovendien bang van de miserie van een ander en blijven er liefst zo ver mogelijk van weg. Als crisisgezin kan het niet anders dan dat je rechtstreeks geconfronteerd wordt met de problemen van een ander, met een totaal andere wereld, ver van ons bed, waar we liefst zo weinig mogelijk van af weten.

N was het tweede kindje dat bij ons kwam. Vanaf de eerste nacht sliep hij rustig door. Hij at goed, heel goed zelfs. Rustigere en bravere kindjes dan hem kom je niet vaak tegen. Ik vroeg me dan ook wel eens af waarom het in godsnaam zo moeilijk kon zijn om voor hem te zorgen.

Tot die nacht dat hij huilend wakker werd. Ik lag net een uurtje in bed. Hij was onrustig, leek kortademig en voelde zich benauwd. Je eigen kind ken je, je weet als moeder wanneer het ziek is, je voelt het wanneer het ernstig is. Maar N was nog maar een week bij ons. Mijn buikgevoel zei me dat het niet OK was, maar midden in de nacht zijn je opties beperkt. Doodmoe probeerde ik hem urenlang te kalmeren. Ik durfde niet te slapen, te ongerust, in paniek zelfs.

Mijn man was zoals gewoonlijk met geen stokken wakker te krijgen waardoor ik er die nacht alleen voor stond. En toen gebeurde het … Ik voelde de wanhoop van een moeder die ten einde raad is. Ik begreep de vrouw die het niet aankan om voor haar kind te zorgen, hoe graag ze hem of haar ook ziet. Ik besefte dat ík die moeder zou kunnen zijn.

Maar zelf heb ik een goeie vent die me soms na een zware nacht ’s ochtends wat langer in bed laat liggen. Héél af en toe komt hij zelf al eens uit bed om één van onze kindjes te troosten of weer onder te stoppen. Maar wat als dat niet het geval is? Wat als je er nacht na nacht alleen voor staat met je schreiende baby of zieke peuter? Wat als je dag in dag uit alleen verantwoordelijk bent voor dat kleine wezentje en er niemand is om het, al was het maar een uurtje, van je over te nemen?

We weten allemaal dat moeder zijn verdomd hard en moeilijk is. Zelfs de meest evenwichtige, sterke vrouwen raken al eens uit balans door de zware en afmattende  verantwoordelijkheid die op onze frêle schouders rust. De onzekerheid, de twijfel, de angst om te falen, de schuldgevoelens, … het vreet aan je. Het kán je klein krijgen als er niemand aan je zij of achter je staat om je af en toe te zeggen dat je de beste moeder van de wereld bent, dat je goed bezig bent en je best wat meer tijd voor jezelf mag nemen omdat je het verdient.

it-takes-a-village-to-raise-a-child