Column Kleurrijk: engagement

“Doet het jou verdriet als ik zeg dat ik mama D liever zie dan jou?”

We liggen in bed, het verhaaltje is gelezen en we keuvelen nog wat na. Hij nestelt zich zoals altijd tegen mij. Als hij kon, kroop hij in mij. Mama D spookt de laatste maanden erg door zijn hoofd. Hij praat vaak over haar en stelt veel vragen. Hij probeert zich een beeld van haar te vormen.

“Doet het jou verdriet?”

Het is een vraag die anderen mij ook vaak stellen, dus ik had er al wel over nagedacht. Ik had een antwoord klaar.

“Neen, het doet mij geen verdriet. Ze is jouw mama, het is heel normaal dat je heel veel van haar houdt. En ik weet dat je ook van mij houdt, dat is genoeg voor mij.”

Ik zeg dit niet om hem te sussen. Ik zeg het heel oprecht. Het raakt me niet, want het ventje laat me elke dag opnieuw zien dat hij me graag ziet. Dat ook ik zijn mama ben.

“Als ik nog eens boos ben en zeg dat ik jou niet leuk vind of dat ik deze familie niet leuk vind, dan meen ik dat echt nooit! Nooit, hé, mama.”

Dit raakt me wel. Omdat ik besef hoe bewust dit achtjarig manneke zich is van zijn eigen gedrag en de gevolgen ervan. Weer iets waar hij zich zorgen over maakt en waar hij achter de schermen druk mee in de weer is. Tegelijk besef ik ook dat we al een hele weg hebben afgelegd. Er moest iets veranderen, want zijn gedrag buiten het veilige coconnetje van ons gezin werd moeilijker en moeilijker. Hij heeft al grote stappen gezet dankzij een heel team dat zich samen met ons wil inzetten om hem te helpen een weg te vinden in de chaos in zijn hoofdje. Zijn echte papa en grootouders, de school, de opvang, onze pleegzorgbegeleidsters, zijn therapeut en kinesiste tonen keer op keer door hun inzet en engagement dat ze hem de moeite waard vinden.

It takes a village …

Het raakt me. Omdat ik besef dat niet alleen wij als pleegzorgers het engagement aangaan om hem te geven wat hij nodig heeft. Wij beslisten om pleeggezin te worden, maar ook de mensen rondom ons moeten mee op de kar springen. Als ze de sprong wagen, gaan ze ook een deel van het engagement aan. Durven, kunnen of willen ze niet, dan gaat onze kar verder zonder hen. Alle begrip, want het is niet niks om een kind met een zware rugzak in je hart te sluiten. Het is niet evident, maar wel de moeite waard.

Hij zal je graag zien, maar vaak duwt hij je weg. Hij zal je aandacht vragen op een verkeerde manier. Je zal soms wijselijk een stukje van je tong moeten bijten. Je zal begrip moeten tonen, vertrouwen moeten hebben en op moeilijke momenten blijven geloven dat het goed komt. Je zal het kind graag moeten blijven zien, ook als hij/zij dit niet vanzelfsprekend maakt.

Het is eigenlijk heel simpel: als je het pleegzorgavontuur aangaat, engageer je je tot onvoorwaardelijke liefde. En ook al lijkt het niet altijd zo, je krijgt het dubbel en dik terug.

Column Kleurrijk: Min of meer

Ik hou niet van wiskunde. Mijn maag draait nog steeds om wanneer ik het huiswerk van mijn kinderen bekijk. In het middelbaar heb ik me erdoor gesparteld, omdat het moest. Ik heb me altijd afgevraagd waarom wiskunde zo onoverkomelijk moeilijk is voor mij. Ik kán studeren. Nooit tweede zit gehad tijdens mijn opleiding vertaler/tolk. Geef me boeken vol tekst, ik krijg het verwerkt. Maar laat me geen formules instuderen of toveren met getallen … Het lukt me niet.

Mijn talenknobbel zal er wel iets mee te maken hebben, maar ook mijn natuurlijke aanleg tot het ‘tussen de regels lezen’. De dingen graag op mijn eigen manier bekijken, anders verwoorden en uiteindelijk een beetje naar mijn hand zetten. Dat gaat niet met wiskunde. Er is geen ruimte voor interpretatie noch discussie. Het is wat het is. Correct of fout.

Een verhaal daarentegen kan je herschrijven zonder dat je de boodschap verandert. Een woord of zin kan je naar een andere taal vertalen, maar bijna elk woord heeft een synoniem dus er zijn meerdere opties. Wanneer je het echt niet weet, kan je een beschrijving geven waardoor men weet wat je min of meer bedoelt. En op school geeft een leerkracht die van goede wil is, je nog een deel van de punten als blijk van bewondering voor je creativiteit en plantrekkerij.

Min of meer … daar gaat het om. Ik ben rap content. Min of meer is meestal genoeg voor mij. Ik heb graag nog wat ruimte om zelf in te vullen. Wanneer het dan niet helemaal naar mijn zin is, kan ik er nog wel een draai aan geven zodat het beter in mijn kraam past. Sommigen zullen het gemakzucht noemen en ik kan hen ook geen ongelijk geven. Ik maak de dingen nu eenmaal liever niet moeilijker dan ze zijn.

En zo heb ik dan genoeg gepalaverd om van wiskunde, via de taal bij pleegzorg terecht te komen. Ik hoef niet persé alle puntjes op de i. Dit is een eigenschap die als pleegzorger van pas komt. In een doorsnee gezin loopt zelden iets zoals gepland, laat staan in een pleeggezin. Een (pleeg)gezin runnen is geen exacte wetenschap, er is doorgaans geen foute of juiste manier. Je doet dit volgens mij best op het gevoel.

Zijn mijn kinderen gelukkig? Zijn we als ouders gelukkig? Wat hebben mijn kinderen nodig? Welke aanpak werkt bij de ene, maar niet bij de andere? De antwoorden op deze vragen zijn niet eenduidig. Ze kunnen verschillen van persoon tot persoon, van dag tot dag. Dit kunnen aanvaarden en bereid zijn om flexibel mee te evolueren met de noden van je gezin, maakt het leven er een pak makkelijker op, denk ik.

Het hoeft niet allemaal van een leien dakje te lopen. Een min of meer vlotte gang van zaken is meer dan voldoende. Zo ook hoeven de kinderen die je opvoedt niet persé 100% van jou te zijn. Wanneer ze min of meer de jouwe zijn, is dat misschien meer dan voldoende om ze de liefde en warmte te geven die ze zo nodig hebben.

In ons gezin bijvoorbeeld is drie vierde 100% van ons. Wiskundig gezien is dit 75%. Dit heb ik trouwens helemaal zelf uitgerekend. Met de regel van 3.

Bron: Geogebra.org

Column Kleurrijk: Met mijn mond vol tanden

Voor het eerst in bijna 8 jaar – zo lang is onze pleegzoon bij ons en zo oud is hij ook – sta ik met mijn mond vol tanden. Ik weet echt niet wat te zeggen, hoe te reageren.

“Waarom heeft mama D mij gedumpt?”

Gedumpt. Ons ventje denkt dat hij zoals het grof huisvuil op straat werd gezet.

Deze vraag, heel concreet, moet ik even laten bezinken. Tegelijk vallen de puzzelstukjes in elkaar. Zijn moeilijkere gedrag de laatste weken thuis, op school, in de kinderopvang. Slechter eten, slechter slapen … Met deze vraag geeft hij het antwoord. Mijn gedachten draaien op volle toeren, net zoals de zijne blijkbaar, al langere tijd.

Wat moet ik zeggen om die negatieve gedachte uit zijn hoofd te krijgen? En snel, want hij blijft me aankijken met een vragende, haast dwingende blik. Ik slik de krop in mijn keel weg, neem diep adem en doe een poging.

“Mama D heeft jou niet zomaar gedumpt. Ze wou eerst zeker weten dat een ander gezin goed voor jou kon zorgen. Ze heeft L van pleegzorg gebeld en pas toen ze wist dat je bij ons kon komen wonen, is ze weggegaan.”

Zoals altijd wekt elk antwoord weer een nieuwe reeks vragen op. “

“En heeft ze mij daarna nooit meer willen zien? Kan ze nog altijd niet voor mij zorgen? Kan ik later wel bij haar gaan wonen? Heeft ze nog andere kindjes? Wonen die wel bij haar? Waarom … ? Wanneer … ? Hoe … ?

Vraag per vraag, antwoord per antwoord probeer ik hem te kalmeren. Tevergeefs, want elk antwoord doet hem in tranen uitbarsten. Elk antwoord brengt hem nog meer in de war. Hij duwt me weg en zegt dat hij mama D wil. Hij wil bij haar zijn.

“Heb je haar telefoonnummer? Dan kan ik haar bellen en zeggen dat ik van haar houd, want dat weet ze nog niet.”

Slik. Hoe graag ik ook zou willen, dit kan ik niet zelf beslissen. Ik schuif de verantwoordelijkheid van me af en zeg dat we dat aan L van pleegzorg en papa Chel moeten vragen. Dit antwoord geeft hem hoop en brengt hem eindelijk een beetje rust.

Ondertussen heb ik ook het fotoboekje bovengehaald met die ene foto van hem en mama D. Er staan 100 foto’s in, maar alleen die met zijn mama interesseert hem. Hij kijkt en kijkt en valt uiteindelijk in slaap met het boekje op zijn borstkas stevig vastgeklemd. Wanneer ik zeker ben dat hij diep genoeg slaapt, verhuis ik naar mijn eigen bed, want ondertussen is het zelfs voor mij al ver voorbij bedtijd.

‘s Ochtends maak ik hem wakker. Een hele karwei na zo’n kort nachtje. Hij sputtert tegen, kruipt weg onder het donsdeken, zeurt, wordt boos én blijft boos. Ik had niks anders verwacht na zijn vragen en verdriet van gisteren, maar toch vraag ik hem waarom hij zo kwaad is. Met grote verontwaardiging zegt hij: “Altijd wanneer het kei spannend is, maak jij mij wakker.”

Ik lach. Dit was niet het antwoord dat ik verwachtte, maar het stelt me wel gerust. Niet alles wat hij doet, zegt of voelt moet herleid worden tot zijn pleegzorgverhaal. Soms is hij ook gewoon kwaad omdat mama hem wakker maakt op het spannendste moment van zijn droom …

Ik hou van jou

We staan vertrekkensklaar. Naar school. Hij heeft zijn jas al flink zelf aangetrokken, maar zijn schoenen aandoen lukt nog niet altijd even goed. Hij probeert het wel en geeft niet snel op, maar omdat de klok tikt, neem ik het – vaker dan nodig – van hem over.

‘Kom, mama zal even helpen.’ Ik zet me op mijn hukken bij hem neer en begin eraan. Binnensmonds vloek ik weer. We moeten echt eens makkelijke, brede schoenen kopen die vlotter aan en uit glijden. En volgende keer geen veters meer, maar klevers.

Vanuit mijn ooghoek zie ik ons ventje naar me kijken. Hij lijkt me te bestuderen. Wanneer ik dan even naar hem opkijk en onze blikken elkaar kruisen, zegt hij: “Ik hou van jou!”

Ik hou van jou. Of ik zie je graag. Het wordt zo vaak gezegd. Soms omdat het zo hoort of als een automatisme wanneer je je kind in bed legt of afzet aan de schoolpoort bijvoorbeeld. Soms gooi je het er nog snel uit wanneer je afscheid hebt genomen en alweer op weg bent naar ergens anders. “Lof joe!” Het klinkt dan heel luchtig, zelfs een beetje hol, ook al meen je het. We zeggen het soms zó vaak en zó tussendoor dat de betekenis en de waarde ervan vervaagt. Heel anders dan wanneer Lou het ’s ochtends zegt. Hij neemt zijn tijd en observeert me eerst heel aandachtig alsof hij mijn goede kwaliteiten als moeder afweegt tegen mijn zwakke momenten en dan toch nog tot de conclusie komt dat hij mij graag ziet. Heel oprecht en gemeend.

Er was een tijd, nog niet eens zo lang geleden, dat de ‘love you’s’ en de ‘ik zie je graags’ me rond de oren vlogen. Toen de oudsten nog kleiner waren, liepen hier vier kinderen in huis rond die naar mijn aandacht en liefde snakten. Ondertussen zijn er twee van de vier al heuse pubers die van nature een beetje afstand nemen en er makkelijker ‘Laat me met rust!’ of zelfs ‘Ik haat jou!’ uitfloepen dan ‘Ik wil een knuffel’ of ‘Ik hou van jou’. Gelukkig zijn er dan de twee kleinsten die alles min of meer in balans houden.

Ik weet ook wel dat wat je zegt niet altijd het meeste indruk maakt, maar vooral dat wat je doet. Daarom voeg ik graag het woord bij de daad en gaat mijn ‘Ik zie je graag’ meestal gepaard met een dikke knuffel om de liefdesverklaring extra kracht bij gezet. Kwestie van zeker begrepen te worden!

Lie(f)s

afbeelding: mamaliefde.nl

2020

Het jaar loopt op zijn einde. Je zou zeggen dat een exemplaar als 2020 met zijn chaos en uitdagingen ons gezin op het lijf geschreven is. We gedijen inderdaad het best omgeven door een beetje wanorde en houden van enige onvoorspelbaarheid en avontuur. We zijn dan ook niet voor niks een pleeggezin, maar ook voor ons zijn er grenzen.

Het begon nochtans veelbelovend. Voor het eerst vierden we eindejaar in de zon en voetjes in het zand. Voor we kinderen hadden waren we bescheiden globetrotters. Met kleine kinderen lieten we de grote reizen aan ons voorbij gaan, maar ondertussen begon het weer te kriebelen. We maakten begin 2020 dan ook heel wat plannen om met het gezin onze wereld letterlijk te verruimen.

En dan was het maart. De vage berichten in het nieuws over een nieuw virus werden heel concreet. Het kwam beangstigend dichtbij tot we er plots middenin zaten: een lockdown. In plaats van de wijde wereld te verkennen, moesten we de weg in onze kleine bubbel vinden. Niet direct wat we in gedachten hadden, maar op zijn minst een even groot avontuur als een verre reis naar een exotische bestemming.

Als pleeggezin zijn we het gewend om te gaan met onvoorspelbaarheden en kunnen we vaak niet anders dan gewoon aanvaarden dat de dingen niet lopen zoals gewenst. Daarom was de lockdown, of het ‘verplicht cocoonen’ zoals we het noemden, niet echt een straf. De wereld was weer kleiner en het doodgewone werd bijzonder. We konden niet anders dan ons ook bij deze nieuwe realiteit neerleggen en er het beste van maken. Zelfs de kinderen leken dit te begrijpen. Ze pasten zich verrassend makkelijk aan. Ik wil graag geloven dat onze jarenlange ervaring als crisisgezin daar voor iets tussen zit. Ook toen stonden ze telkens opnieuw vol enthousiasme klaar het onbekende toe te laten en de veranderingen ermee gepaard op zich af te laten komen.

Ons pleegzoontje zocht eveneens probleemloos zijn weg dit jaar. Nochtans was de verandering voor hem het ingrijpendst door het tijdelijk wegvallen van de bezoeken. Het leek grotendeels aan hem voorbij te gaan, maar af en toe stak het gemis de kop op. Voor ons was het dan weer een verademing om even als een ‘gewoon’ gezin te kunnen leven. Het gevoel dat hij ‘ene van ons is’ werd nog maar eens bevestigd. Met een klein hartje en ja, met een beetje tegenzin, lieten we hem na de lockdown weer naar zijn papa gaan, maar opnieuw paste hij zich zonder moeite aan.

De zomer gleed gezapig voorbij. De zon deed overuren en maakte veel goed. Even leek alles weer min of meer normaal, al was het soms moeilijk balanceren tussen het veilig houden en toch een beetje van de herwonnen vrijheid proeven. Wanneer we op uitstap wilden, haalden mijn man en ik inspiratie uit onze jeugdherinneringen: een ijsje eten aan de lekdreef in Averbode en daarna een kaarsje gaan branden in Scherpenheuvel of een wandelingetje in Bokrijk. De eigen streek werd herontdekt en die koelbox weer bovengehaald zodat we ver weg van de drukte konden eten en drinken.

Wanneer ik dit schrijf is het volop herfst en lonkt er een nieuwe lockdown. Het wordt zelfs mij, een onverbeterlijke optimist, soms te veel. Geen idee hoe het zal zijn tegen de tijd dat deze Kleurrijk in onze brievenbus valt, laat staan met de feestdagen. Toch wil ik iedereen alvast een warm eindejaar toewensen en een stevige dosis veerkracht om er telkens opnieuw het beste van te maken.

Gelukkig nieuwjaar!

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl

What’s in a name

“Ik ben Lau Van Herck, want mijn zus heet Josefien Van Herck.”

Totaal onverwacht werden we wakker geschud. Ik moest even slikken, het laten bezinken. Uit het niets werden we met onze neus op het feit gedrukt dat we in een  volgende fase zijn aanbeland. Dat onze kleinste man zonder het te weten een hele grote stap had gezet.

Het zat er nochtans aan te komen. Hij wordt ouder – vijf bijna – en zijn wereld wordt groter. Hij ervaart de dingen en mensen rondom hem, zijn leefwereld als vanzelfsprekend terwijl het dat allesbehalve is.

“Ik ben Lau Van Herck”

Een schijnbaar onschuldig zinnetje, maar voor ons een teken dat hij besef krijgt van zijn eigen identiteit. Hét teken dat we binnenkort heel wat uit te leggen hebben.

Tot nu was hij dus gewoon Lau, meer niet. Door de complexe omstandigheden bij zijn geboorte kreeg hij de naam van een man die geen enkele band met hem had en samen met de moeder al snel uit zijn leven verdween. We zijn die familienaam dan ook altijd bewust een beetje uit de weg gegaan. Zijn ‘echte’ papa is er al lang mee bezig om de naam te veranderen, maar dit is niet zo simpel en vraagt tijd. Tijd die we nu plots niet meer lijken te hebben.

Iedereen heeft een naam. We staan niet stil bij het belang van onze naam, die hoort en past bij ons. Die bepaalt wie jij bent, voor jezelf maar ook voor anderen. Je familienaam vertelt je waar je vandaan komt, waar je wortels liggen, bij wie je hoort. Wat doet het met een kind als hij beseft dat zijn afkomst en de familie die hij als de zijne beschouwt niet dezelfde zijn? Dat zijn wortels niet bij ons liggen en dat de familienaam die hij – voorlopig nog – draagt niet staat voor wie hij is?

Er zullen heel wat vragen komen en we moeten samen met hem de ingewikkelde knoop ontwarren. Dat hij niet zoals zijn broer en twee zussen uit mijn buik geboren is, dat weet hij ondertussen wel. Dat er twee papa’s zijn, daar heeft hij vrede mee. Waarom dit zo is en welke onbekenden nog mee deel uitmaken van zijn roots, dat is niet zo’n mooi verhaal waarvoor we hem liefst zo lang mogelijk wilden en konden beschermen. Tot nu …

Nog minder dan in het gewone leven, heb je in de pleegzorgwereld niet alles in de hand. De jeugdrechter, consulenten, begeleiders, ouders en de kinderen zelf houden je regelmatig met de voetjes op de grond. Dat maakt het er zeker niet makkelijker op en soms is het ronduit vervelend, maar al bij al maakt het ons leven vooral boeiend en uitdagend.

Ook hier komen we wel weer uit. We kunnen niet meer doen dan er voor hem zijn als dat nodig is en ervoor zorgen dat hij zich deel van ons gezin voelt en blijft voelen.

Hoe ons ventje ook heet, hij hoort bij ons.

Week van de Pleegzorg: dag 9

Pleegzorg is zoveel meer …

Zoveel meer dan wat ik de voorbije week heb verteld. Ik ben nog lang niet uitgeschreven, maar de Week van de Pleegzorg zit erop.

Het was een uitdaging om elke dag opnieuw iets uit mijn mouw te schudden. Een uitdaging … net als pleegzorg zelf.

We zijn gelukkig nogal avontuurlijk aangelegd. We kunnen wel wat chaos en drukte aan. Het hoeft voor ons allemaal niet zo perfect te zijn.

Pleegzorg is een verrassing. Verrast worden door een telefoontje met de vraag of we een kindje kunnen opvangen. Verrast worden door het kind dat onverwacht voor de deur staat. Verrast worden door een aangenaam gesprek met de ouders.

We houden gelukkig wel van een verrassing. We laten dingen graag op hun beloop en zien wel wat er gebeurt.

Pleegzorg is voor ons de perfecte match. Laurens is onze perfecte match!

Week van de Pleegzorg: dag 8

Pleegzorg is bewondering.

Als pleeggezin krijgen we heel wat schouderklopjes. ‘Nobel’ is het woord dat we de laatste 5 jaar al heel vaak gehoord hebben. Doorgaans hebben de mensen bewondering voor wat we doen. Zoals ik eerder deze week al zei doen die complimentjes en positieve reacties enorm veel deugd.

Ik sta er zelf al lang niet meer bij stil, maar wanneer ik naar mijn man kijk en onze drie andere kinderen, dan moet ik toegeven dat ik voor hen toch ook vaak een enorme bewondering voel.

Onze kinderen hebben ieder kind met open armen ontvangen. Bij elke crisisplaatsing img_7661hielpen ze enthousiast mee het bedje klaarmaken, zochten ze gepast speelgoed uit, ze overlegden welke knuffel het kind mocht hebben om te slapen als het de zijne misschien vergeten zou zijn. Er werd besproken waar het kindje aan de keukentafel mocht zitten … Ze gaven letterlijk een deeltje van hun eigen thuis af, mét plezier. Elke keer opnieuw deden ze hun best zodat het kind zich thuis zou voelen. Laurens beschouwen ze als hun kleine broer, zorgen voor hem, letten op hem.

Ik geef toe dat onze drie kinderen af en toe op de tweede plaats kwamen. Dat is onvermijdelijk. Er is minder aandacht en tijd voor hen, maar nooit heb ik enige jaloezie gemerkt, bij geen één van de drie. Ze bewijzen dat ze een heel groot hart hebben en dat daar plaats is voor iedereen. Daar mogen veel volwassenen een voorbeeld aan nemen!

Ze hebben een open geest, tonen bezorgdheid en oprechte interesse. Ze voelen verontwaardiging wanneer ze horen wat het kind heeft meegemaakt. Daar even bij stil staan als mama, maakt me ontzettend trots op mijn kinderen. Het zijn zij die de pluim verdienen.

Het idee om met Pleegzorg te beginnen kwam van mij. Mijn man had wat tijd nodig, maar zonder al te veel twijfel is hij mee in het avontuur gestapt. Vaak kwam hij thuis van het werk en kreeg hij letterlijk tussen de soep en de patatten te horen dat er de volgende dag een bordje bij zou staan. Het was voor hem af en toe minder evident om zich open te stellen, maar hij deed het toch maar, elke keer opnieuw. Ook hij zorgde er mee voor dat elk kind zich welkom voelde. Hij zorgt voor Laurens als voor onze andere drie kinderen. Hij ziet hem graag, hij mist hem wanneer hij weg is, hij is blij wanneer hij weer thuiskomt.

Misschien is het inderdaad allemaal niet zo vanzelfsprekend als ik denk.

Misschien heb ik het gewoon heel erg getroffen met hem aan mijn zij!

2543497018_429d3559-c207-4ea8-bba6-bf521df72001

Week van de Pleegzorg: dag 7

Pleegzorg is liefde.

Kinderen zijn fantastische wezentjes. Ontroerend in al hun naïviteit. Veerkrachtig en vergevingsgezind. Loyaal.

Een pleegkind is vaak die naïviteit kwijt, zijn veerkracht werd op de proef gesteld en soms is de rek er uit. Dan sta je als pleegouder voor een grote uitdaging. Het duurt vaak even voor het kind je toelaat. Voor het behoefte heeft aan je warmte en liefde. In de meeste gevallen is het de aanhouder die wint. Het is hartverwarmend om te zien hoe de muur die het kind ter bescherming rond zich heeft opgetrokken, stilaan afbrokkelt.

Een nachtzoentje dat toch voorzichtig toegelaten wordt. Een poging tot een knuffel die niet meer brutaal weggeduwd wordt. Een hand op zijn of haar frêle schoudertje die daar eventjes mag blijven liggen. Die eerste keer dat het kind het gezelschap van je andere kinderen opzoekt, na het halsstarrig afstoten van elk contact. De eerste keer dat het kind zelf je hand vastneemt wanneer je samen op straat wandelt. Het bewijs dat het kind zich veilig voelt bij jou en nood heeft aan je geruststellende aanwezigheid. Je probeert voorzichtig je liefde te geven en soms krijg je die onmiddellijk weer terug in je gezicht gesmeten, maar even vaak krijg je gewoon ook liefde terug.

Moet ik je nog vertellen dat die kleine dingen je als pleegouder een fantastisch gevoel geven? Dat die kleine, soms minuscule blijk van liefde alle minder mooie momenten ruimschoots compenseert?

Ik dacht het niet …

hand in hand