Column #8 Kleurrijk: words&pictures

Ons ventje werd onlangs vijf. Een leeftijd waarop je zorgeloos door het leven wandelt omdat wat in je omgeving gebeurt nog min of meer aan je voorbij gaat. Zo ook bij onze jongste. Al begint hij meer en meer vragen te stellen. We merken dat hij ergens wel aanvoelt dat zijn leven er anders uitziet dan dat van zijn klasgenootjes. Hij praat over zijn ‘echte’ mama alsof hij haar kent. Hij verzint verhalen over zijn leven voor hij bij ons terecht kwam, hoewel hij maar een paar weken oud was. Alsof hij het zo voor zichzelf probeert te verklaren. Hij lijkt overtuigd van bepaalde dingen die helemaal niet kloppen.

Hoog tijd dus voor de volgende stap. Onze begeleidster stelde voor om de ‘words and pictures’ methode* te gebruiken. Het sprak me onmiddellijk aan. Dat vind ik ook zo leuk aan pleegzorg, dat je regelmatig met nieuwe dingen in contact komt. Je leert constant bij.

Het klonk heel simpel: we maken van zijn korte leventje een leuk verhaal met stokventjes. Viel dat even tegen. Het was de zoveelste wake up call. Door zijn levensverhaal te schetsen drong het plots tot mij door hoe ingewikkeld het was en wat hij allemaal al had meegemaakt, gelukkig zonder het zelf te beseffen.

Ooit zal hij echter te weten komen in wat voor een knoeiboel hij geboren werd. Ooit kwam nu wel heel dichtbij. De twijfel sloeg toe. Was het nodig om nu al zijn veilige bubbel te doorprikken? Om hem te confronteren met dingen waar hij nog veel te jong voor is? Voor de zoveelste keer brak mijn moederhart, want het liefst van al laat ik hem zo lang mogelijk geloven in zijn eigen gecreëerde sprookje.

Ik vond het ook heel moeilijk om te beslissen wat we wel en niet gaan vertellen. Is het wel eerlijk tegenover hem dat we bepaalde personen of dingen niet opnemen in het verhaal? De neiging om de waarheid te gaan verbloemen was heel sterk. Ook zijn ‘echte’ papa zal meewerken aan het verhaal waardoor de verantwoordelijkheid gelukkig niet alleen op onze schouders rust.

Het is nog even wachten op het eindresultaat. Erg lang is zijn verhaal niet, wat op zich  positief is. Hij is al vlak na zijn geboorte in ons gezin gekomen. Veel andere kinderen hebben tientallen bladzijden nodig alvorens ze in het rustigere vaarwater van een pleeggezin terecht komen. Sommigen gaan van crisisgezin naar voorziening en/of van pleeggezin naar pleeggezin.

Hoewel het confronterend was, heeft het me ook weer doen beseffen hoe waardevol het is wat wij, pleegzorgers, doen. Hoe hectisch en chaotisch ons gezinsleven soms ook is, we bieden dat ventje naast heel veel liefde de nodige stabiliteit en rust. Ook deze ervaring heeft me weer gemotiveerd om beter mijn best te doen en een betere (pleeg)mama te zijn.

Fictief voorbeeld
Fictief voorbeeld

* een verhaallijn met illustraties voor kinderen die helpt om gebeurtenissen te begrijpen die voor volwassenen om hen heen moeilijk bespreekbaar zijn. Het geeft ouders, verzorgers etc. handvatten om de juiste woorden te vinden om moeilijke zaken met kinderen te bespreken.

De andere mama

Onze jongste is een knuffelbeer. Hij overlaadt mij met knuffels. ‘Jij bent zo warm, mama’, zegt hij dan. Hij slorpt mijn warmte op en komt tot rust. Rust die hij hoe langer hoe moeilijker kan vinden. ‘Je blijft toch bij mij, he?’ Dat hij verlatingsangst heeft, wordt steeds duidelijker. De blik in zijn ogen wanneer hij denkt alleen achtergebleven te zijn, breekt mijn hart. Dat we nog steeds bij hem in bed blijven tot hij in slaap gevallen is, is niet altijd leuk, maar voorlopig de beste oplossing. Hij ligt bij zijn grote broer in bed en zoekt in zijn slaap steeds diens nabijheid op. Elk kind heeft geborgenheid nodig, maar hij duidelijk iets meer.

Wanneer ik hem knuffel zeg ik wel eens hoe blij ik ben dat ik zijn mama mag zijn. Tot voor kort toverde het steevast een glimlach op zijn gezicht. De laatste weken merk ik dat het hem aan zijn biologische moeder doet denken. ‘Ik wil bij mijn andere mama zijn. Bij mama D.’

Auwch, ik voel een steekje in mijn hart.

Hij wil bij iemand zijn die hij niet kent. Eén foto hebben we van haar. Daarop heeft ze een piepklein baby’tje in haar armen en lijkt ze oprecht gelukkig naar de camera te lachen. Op basis van dit ene beeld heeft hij zijn andere mama ‘gevormd’. De ideale mama die hem niet verplicht zijn bord leeg te eten. Die nooit boos wordt. De perfecte moeder van wie hij laat mag opblijven en die hem honderden cadeautjes koopt. Hij verzint verhaaltjes en droomt over haar.

Het is hem gegund en ik laat hem in de waan. De minder fraaie waarheid wil ik hem besparen. Al moet ik heel soms de neiging onderdrukken om in de verdediging te gaan, om de strijd aan te gaan met de andere mama die waarschijnlijk alles is wat ik niet ben. Mijn twijfels en onzekerheid als moeder steken dan de kop op en tegen beter weten in voel ik me opzij geduwd door iemand die niet bestaat, door een illusie, een ideaalbeeld van een kleuter.

Het zijn die zwakke momentjes die me met de voeten op de grond houden en ons eraan herinneren dat we een pleeggezin zijn, met alle zorgen en onzekerheden die erbij horen. Maar wanneer ons ventje me even later weer vol overgave vastneemt en zegt dat ik de liefste mama van de hele wereld ben, dan weet ik dat er niets op kan tegen de werkelijkheid, ook al is die verre van perfect.

What’s in a name

“Ik ben Lau Van Herck, want mijn zus heet Josefien Van Herck.”

Totaal onverwacht werden we wakker geschud. Ik moest even slikken, het laten bezinken. Uit het niets werden we met onze neus op het feit gedrukt dat we in een  volgende fase zijn aanbeland. Dat onze kleinste man zonder het te weten een hele grote stap had gezet.

Het zat er nochtans aan te komen. Hij wordt ouder – vijf bijna – en zijn wereld wordt groter. Hij ervaart de dingen en mensen rondom hem, zijn leefwereld als vanzelfsprekend terwijl het dat allesbehalve is.

“Ik ben Lau Van Herck”

Een schijnbaar onschuldig zinnetje, maar voor ons een teken dat hij besef krijgt van zijn eigen identiteit. Hét teken dat we binnenkort heel wat uit te leggen hebben.

Tot nu was hij dus gewoon Lau, meer niet. Door de complexe omstandigheden bij zijn geboorte kreeg hij de naam van een man die geen enkele band met hem had en samen met de moeder al snel uit zijn leven verdween. We zijn die familienaam dan ook altijd bewust een beetje uit de weg gegaan. Zijn ‘echte’ papa is er al lang mee bezig om de naam te veranderen, maar dit is niet zo simpel en vraagt tijd. Tijd die we nu plots niet meer lijken te hebben.

Iedereen heeft een naam. We staan niet stil bij het belang van onze naam, die hoort en past bij ons. Die bepaalt wie jij bent, voor jezelf maar ook voor anderen. Je familienaam vertelt je waar je vandaan komt, waar je wortels liggen, bij wie je hoort. Wat doet het met een kind als hij beseft dat zijn afkomst en de familie die hij als de zijne beschouwt niet dezelfde zijn? Dat zijn wortels niet bij ons liggen en dat de familienaam die hij – voorlopig nog – draagt niet staat voor wie hij is?

Er zullen heel wat vragen komen en we moeten samen met hem de ingewikkelde knoop ontwarren. Dat hij niet zoals zijn broer en twee zussen uit mijn buik geboren is, dat weet hij ondertussen wel. Dat er twee papa’s zijn, daar heeft hij vrede mee. Waarom dit zo is en welke onbekenden nog mee deel uitmaken van zijn roots, dat is niet zo’n mooi verhaal waarvoor we hem liefst zo lang mogelijk wilden en konden beschermen. Tot nu …

Nog minder dan in het gewone leven, heb je in de pleegzorgwereld niet alles in de hand. De jeugdrechter, consulenten, begeleiders, ouders en de kinderen zelf houden je regelmatig met de voetjes op de grond. Dat maakt het er zeker niet makkelijker op en soms is het ronduit vervelend, maar al bij al maakt het ons leven vooral boeiend en uitdagend.

Ook hier komen we wel weer uit. We kunnen niet meer doen dan er voor hem zijn als dat nodig is en ervoor zorgen dat hij zich deel van ons gezin voelt en blijft voelen.

Hoe ons ventje ook heet, hij hoort bij ons.

 

 

 

Column #4: Daar gaat hij

Het is vrijdag, het is weer zover. Zijn valiesje is gepakt, zijn favoriete verhaaltje voor het slapengaan en zijn lievelingsknuffel erin. Ons ventje staat proper gewassen en gestreken klaar voor ‘het bezoek’.

Om de twee weken gaat Lau logeren bij zijn echte papa. Hij vindt het niet altijd even leuk. Hetdaarmee bedoel ik dan het afscheid nemen en het niet bij ons kunnen blijven. Dat valt hem soms een beetje zwaar, maar zijn papa vindt hij wél leuk. Dat merken we aan zijn enthousiasme wanneer papa Chel voor de deur staat.

Hij begrijpt nog niet hoe het allemaal in elkaar zit, hij heeft er zelfs geen besef van dat wij zijn echte ouders niet zijn. Hij heeft gewoon twee papa’s en met de regelmaat van de klok gaat hij bij papa Chel slapen. Wanneer hij echt geen zin heeft, vraagt hij wel eens waarom.

Waarom moet ik gaan? Waarom kan ik niet bij jou blijven, mama?

Mijn hart breekt in honderdduizend stukjes. Het liefst van al zou ik dan zeggen dat hij bij mij mag blijven. Hij moest eens weten hoe graag mama dat zelf ook wil. Maar het is en blijft Pleegzorg, dus negeer ik de krop in mijn keel en probeer een antwoord op kindermaat te geven.

Papa Chel houdt van jou, net zoals mama en papa. Hij heeft je heel erg gemist. Hij is óók jouw papa. Hij wil je heel graag zien en bij jou zijn.

Hij lijkt het wel te snappen en wanneer hij beseft dat hij de volgende dag alweer thuis zal zijn, vertrekt hij meestal met de glimlach. Ook bij mij wordt de knop verrassend makkelijk omgedraaid zodra hij de deur uit is. Ik weet dat er goed voor hem gezorgd wordt en dat hij graag gezien wordt. Die geruststellende gedachte maakt dat ook ik kan genieten van de tijd zonder hem. Hij durft mij nogal opeisen en wijkt niet vaak van mijn zijde. Dat kan al eens vermoeiend zijn.

Net zoals de meeste vierjarigen is hij erg aanwezig en drukt hij stevig zijn stempel op ons gezin. Zijn afwezigheid is soms een welgekomen moment van rust voor iedereen. Hij wordt gemist en we zijn altijd weer blij wanneer hij terug thuis is, maar we profiteren ook van de tijd zonder hem. Er zijn activiteiten genoeg die minder evident zijn met een vinnige kleuter: een stevige wandeling, shoppen, op restaurant, naar de bioscoop, een museumbezoek …

We kunnen er niet onderuit, dus maken we er maar beter het beste van.

Deze laatste zin  lijkt hoe langer hoe meer ons gezinsmotto te zijn. Een positieve ingesteldheid, een draai kunnen geven aan de dingen zodat het onvermijdelijke niet persé een tegenvaller hoeft te zijn. Het is een belangrijke boodschap die we graag meegeven aan onze kinderen én aan kandidaat-pleegouders. Deze gedachtengang zal het hele avontuur en bij uitbreiding het leven een pak aangenamer en mooier maken.

 

Column Kleurrijk #4: Gene van ons

“Hoe jouw naam?”

Onbevreesd en zelfzeker stapt hij op iemand af en stelt oprecht geïnteresseerd de vraag. Mensen lijken altijd eventjes verrast wanneer een klein ventje allesbehalve verlegen iets van hen te weten wil komen.

“Ik ben Lauwjens” , volgt er dan meestal nog met een ontwapenende glimlach op zijn gezichtje.

Mijn man en ik kijken dan even naar elkaar en knikken begrijpend, want we weten wat de ander denkt: “Het is toch echt gene van ons …”

Zelf waren we als kind en puber eerder verlegen en terughoudend. Onze andere drie kinderen erfden deze eigenschap van ons. De oudste dochter was als kind zelfs extreem verlegen en we hebben er heel bewust en lang aan gewerkt om die timiditeit te overwinnen. Met succes, al zal ze nooit een tafelspringer worden. De andere twee hadden hier iets minder last van, maar waren toch ook eerder verlegen te noemen. Iets waar onze jongste absoluut geen problemen mee heeft.

In de wachtkamer bij de logopedist  laat hij zonder twijfelen zijn geschaafde elleboog zien aan een wachtende mama en begint honderduit te vertellen wat hem op school overkomen is. Dit zouden onze andere drie nooit gedaan hebben.

Iemand vroeg me onlangs hoe wij het hele ‘nature nurture* – concept’ ervaren. Een goeie vraag die me aan het denken zette.

Er zijn veel details waardoor we met de neus op het feit gedrukt worden dat hij gene van ons is, maar het is vaak moeilijk om er de vinger op te leggen.

Anderzijds zijn er ook veel gelijkenissen met onze kinderen. Hij is een even grote waterrat als de anderen, maar dat komt dan weer omdat we veel zwemmen. Hij is even zot van auto’s als onze oudste zoon destijds, maar dat is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat mijn man carrossier is. Hij is een even grote – misschien zelfs grotere – knuffelbeer, daar heb ik zelf met veel plezier voor gezorgd. Hij brengt ons aan het lachten met dezelfde oneliners  als zijn broer en zussen, maar het komt op een zoveel grappigere en schattigere manier uit zijn mond omdat hij nog zo klein is. Hij heeft een even sterke wil als zijn jongste zus en is even koppig als zijn broer.

Ik maak me wel eens zorgen als ik aan zijn biologische moeder denk, aan de problemen waarmee zij te kampen heeft. Het soort problemen dat vaak genetisch bepaald wordt. Het soort problemen waarvan iedere ouder vurig hoopt dat zijn kind er nooit mee te maken krijgt. Dan hoop ik dat de opvoeding die wij hem geven sterker zal doorwegen dan zijn genen. Dat we hem weerbaar en emotioneel sterk genoeg kunnen maken zodat hij de eventuele spoken in zijn hoofd zelf de baas kan.

Hoe ouder hij wordt, hoe kleiner onze invloed zal zijn en hoe zwaarder zijn aanleg zal wegen. Het boezemt ons angst in voor de toekomst, das waar, maar het motiveert ons daarentegen nog meer om onze kinderen een warm nest te geven, een veilige thuis waar ze terecht kunnen met hun zorgen en problemen. We proberen bewust te werken aan een goede band met onze kinderen zodat ze zonder bang te zijn bepaalde dingen aan ons kunnen vertellen. Vooral die dingen die we misschien liever niet hadden geweten …

*Het nature-nurture-debat (aanleg-opvoeding-debat) is de discussie omtrent de oorsprong van de eigenschappen van een individu. In deze discussie bestaan meerdere standpunten, die variëren tussen twee extremen:
  • Nature: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door aanleg, bijvoorbeeld het genetisch materiaal.
  • Nurture: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door opvoeding, voornamelijk door de leefomgeving.

Week van de Pleegzorg: dag 9

Pleegzorg is zoveel meer …

Zoveel meer dan wat ik de voorbije week heb verteld. Ik ben nog lang niet uitgeschreven, maar de Week van de Pleegzorg zit erop.

Het was een uitdaging om elke dag opnieuw iets uit mijn mouw te schudden. Een uitdaging … net als pleegzorg zelf.

We zijn gelukkig nogal avontuurlijk aangelegd. We kunnen wel wat chaos en drukte aan. Het hoeft voor ons allemaal niet zo perfect te zijn.

Pleegzorg is een verrassing. Verrast worden door een telefoontje met de vraag of we een kindje kunnen opvangen. Verrast worden door het kind dat onverwacht voor de deur staat. Verrast worden door een aangenaam gesprek met de ouders.

We houden gelukkig wel van een verrassing. We laten dingen graag op hun beloop en zien wel wat er gebeurt.

Pleegzorg is voor ons de perfecte match. Laurens is onze perfecte match!

Week van de Pleegzorg: dag 8

Pleegzorg is bewondering.

Als pleeggezin krijgen we heel wat schouderklopjes. ‘Nobel’ is het woord dat we de laatste 5 jaar al heel vaak gehoord hebben. Doorgaans hebben de mensen bewondering voor wat we doen. Zoals ik eerder deze week al zei doen die complimentjes en positieve reacties enorm veel deugd.

Ik sta er zelf al lang niet meer bij stil, maar wanneer ik naar mijn man kijk en onze drie andere kinderen, dan moet ik toegeven dat ik voor hen toch ook vaak een enorme bewondering voel.

Onze kinderen hebben ieder kind met open armen ontvangen. Bij elke crisisplaatsing img_7661hielpen ze enthousiast mee het bedje klaarmaken, zochten ze gepast speelgoed uit, ze overlegden welke knuffel het kind mocht hebben om te slapen als het de zijne misschien vergeten zou zijn. Er werd besproken waar het kindje aan de keukentafel mocht zitten … Ze gaven letterlijk een deeltje van hun eigen thuis af, mét plezier. Elke keer opnieuw deden ze hun best zodat het kind zich thuis zou voelen. Laurens beschouwen ze als hun kleine broer, zorgen voor hem, letten op hem.

Ik geef toe dat onze drie kinderen af en toe op de tweede plaats kwamen. Dat is onvermijdelijk. Er is minder aandacht en tijd voor hen, maar nooit heb ik enige jaloezie gemerkt, bij geen één van de drie. Ze bewijzen dat ze een heel groot hart hebben en dat daar plaats is voor iedereen. Daar mogen veel volwassenen een voorbeeld aan nemen!

Ze hebben een open geest, tonen bezorgdheid en oprechte interesse. Ze voelen verontwaardiging wanneer ze horen wat het kind heeft meegemaakt. Daar even bij stil staan als mama, maakt me ontzettend trots op mijn kinderen. Het zijn zij die de pluim verdienen.

Het idee om met Pleegzorg te beginnen kwam van mij. Mijn man had wat tijd nodig, maar zonder al te veel twijfel is hij mee in het avontuur gestapt. Vaak kwam hij thuis van het werk en kreeg hij letterlijk tussen de soep en de patatten te horen dat er de volgende dag een bordje bij zou staan. Het was voor hem af en toe minder evident om zich open te stellen, maar hij deed het toch maar, elke keer opnieuw. Ook hij zorgde er mee voor dat elk kind zich welkom voelde. Hij zorgt voor Laurens als voor onze andere drie kinderen. Hij ziet hem graag, hij mist hem wanneer hij weg is, hij is blij wanneer hij weer thuiskomt.

Misschien is het inderdaad allemaal niet zo vanzelfsprekend als ik denk.

Misschien heb ik het gewoon heel erg getroffen met hem aan mijn zij!

2543497018_429d3559-c207-4ea8-bba6-bf521df72001