Column #4: Daar gaat hij

Het is vrijdag, het is weer zover. Zijn valiesje is gepakt, zijn favoriete verhaaltje voor het slapengaan en zijn lievelingsknuffel erin. Ons ventje staat proper gewassen en gestreken klaar voor ‘het bezoek’.

Om de twee weken gaat Lau logeren bij zijn echte papa. Hij vindt het niet altijd even leuk. Hetdaarmee bedoel ik dan het afscheid nemen en het niet bij ons kunnen blijven. Dat valt hem soms een beetje zwaar, maar zijn papa vindt hij wél leuk. Dat merken we aan zijn enthousiasme wanneer papa Chel voor de deur staat.

Hij begrijpt nog niet hoe het allemaal in elkaar zit, hij heeft er zelfs geen besef van dat wij zijn echte ouders niet zijn. Hij heeft gewoon twee papa’s en met de regelmaat van de klok gaat hij bij papa Chel slapen. Wanneer hij echt geen zin heeft, vraagt hij wel eens waarom.

Waarom moet ik gaan? Waarom kan ik niet bij jou blijven, mama?

Mijn hart breekt in honderdduizend stukjes. Het liefst van al zou ik dan zeggen dat hij bij mij mag blijven. Hij moest eens weten hoe graag mama dat zelf ook wil. Maar het is en blijft Pleegzorg, dus negeer ik de krop in mijn keel en probeer een antwoord op kindermaat te geven.

Papa Chel houdt van jou, net zoals mama en papa. Hij heeft je heel erg gemist. Hij is óók jouw papa. Hij wil je heel graag zien en bij jou zijn.

Hij lijkt het wel te snappen en wanneer hij beseft dat hij de volgende dag alweer thuis zal zijn, vertrekt hij meestal met de glimlach. Ook bij mij wordt de knop verrassend makkelijk omgedraaid zodra hij de deur uit is. Ik weet dat er goed voor hem gezorgd wordt en dat hij graag gezien wordt. Die geruststellende gedachte maakt dat ook ik kan genieten van de tijd zonder hem. Hij durft mij nogal opeisen en wijkt niet vaak van mijn zijde. Dat kan al eens vermoeiend zijn.

Net zoals de meeste vierjarigen is hij erg aanwezig en drukt hij stevig zijn stempel op ons gezin. Zijn afwezigheid is soms een welgekomen moment van rust voor iedereen. Hij wordt gemist en we zijn altijd weer blij wanneer hij terug thuis is, maar we profiteren ook van de tijd zonder hem. Er zijn activiteiten genoeg die minder evident zijn met een vinnige kleuter: een stevige wandeling, shoppen, op restaurant, naar de bioscoop, een museumbezoek …

We kunnen er niet onderuit, dus maken we er maar beter het beste van.

Deze laatste zin  lijkt hoe langer hoe meer ons gezinsmotto te zijn. Een positieve ingesteldheid, een draai kunnen geven aan de dingen zodat het onvermijdelijke niet persé een tegenvaller hoeft te zijn. Het is een belangrijke boodschap die we graag meegeven aan onze kinderen én aan kandidaat-pleegouders. Deze gedachtengang zal het hele avontuur en bij uitbreiding het leven een pak aangenamer en mooier maken.

 

Column Kleurrijk #4: Gene van ons

“Hoe jouw naam?”

Onbevreesd en zelfzeker stapt hij op iemand af en stelt oprecht geïnteresseerd de vraag. Mensen lijken altijd eventjes verrast wanneer een klein ventje allesbehalve verlegen iets van hen te weten wil komen.

“Ik ben Lauwjens” , volgt er dan meestal nog met een ontwapenende glimlach op zijn gezichtje.

Mijn man en ik kijken dan even naar elkaar en knikken begrijpend, want we weten wat de ander denkt: “Het is toch echt gene van ons …”

Zelf waren we als kind en puber eerder verlegen en terughoudend. Onze andere drie kinderen erfden deze eigenschap van ons. De oudste dochter was als kind zelfs extreem verlegen en we hebben er heel bewust en lang aan gewerkt om die timiditeit te overwinnen. Met succes, al zal ze nooit een tafelspringer worden. De andere twee hadden hier iets minder last van, maar waren toch ook eerder verlegen te noemen. Iets waar onze jongste absoluut geen problemen mee heeft.

In de wachtkamer bij de logopedist  laat hij zonder twijfelen zijn geschaafde elleboog zien aan een wachtende mama en begint honderduit te vertellen wat hem op school overkomen is. Dit zouden onze andere drie nooit gedaan hebben.

Iemand vroeg me onlangs hoe wij het hele ‘nature nurture* – concept’ ervaren. Een goeie vraag die me aan het denken zette.

Er zijn veel details waardoor we met de neus op het feit gedrukt worden dat hij gene van ons is, maar het is vaak moeilijk om er de vinger op te leggen.

Anderzijds zijn er ook veel gelijkenissen met onze kinderen. Hij is een even grote waterrat als de anderen, maar dat komt dan weer omdat we veel zwemmen. Hij is even zot van auto’s als onze oudste zoon destijds, maar dat is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat mijn man carrossier is. Hij is een even grote – misschien zelfs grotere – knuffelbeer, daar heb ik zelf met veel plezier voor gezorgd. Hij brengt ons aan het lachten met dezelfde oneliners  als zijn broer en zussen, maar het komt op een zoveel grappigere en schattigere manier uit zijn mond omdat hij nog zo klein is. Hij heeft een even sterke wil als zijn jongste zus en is even koppig als zijn broer.

Ik maak me wel eens zorgen als ik aan zijn biologische moeder denk, aan de problemen waarmee zij te kampen heeft. Het soort problemen dat vaak genetisch bepaald wordt. Het soort problemen waarvan iedere ouder vurig hoopt dat zijn kind er nooit mee te maken krijgt. Dan hoop ik dat de opvoeding die wij hem geven sterker zal doorwegen dan zijn genen. Dat we hem weerbaar en emotioneel sterk genoeg kunnen maken zodat hij de eventuele spoken in zijn hoofd zelf de baas kan.

Hoe ouder hij wordt, hoe kleiner onze invloed zal zijn en hoe zwaarder zijn aanleg zal wegen. Het boezemt ons angst in voor de toekomst, das waar, maar het motiveert ons daarentegen nog meer om onze kinderen een warm nest te geven, een veilige thuis waar ze terecht kunnen met hun zorgen en problemen. We proberen bewust te werken aan een goede band met onze kinderen zodat ze zonder bang te zijn bepaalde dingen aan ons kunnen vertellen. Vooral die dingen die we misschien liever niet hadden geweten …

*Het nature-nurture-debat (aanleg-opvoeding-debat) is de discussie omtrent de oorsprong van de eigenschappen van een individu. In deze discussie bestaan meerdere standpunten, die variëren tussen twee extremen:
  • Nature: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door aanleg, bijvoorbeeld het genetisch materiaal.
  • Nurture: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door opvoeding, voornamelijk door de leefomgeving.

Week van de Pleegzorg: dag 9

Pleegzorg is zoveel meer …

Zoveel meer dan wat ik de voorbije week heb verteld. Ik ben nog lang niet uitgeschreven, maar de Week van de Pleegzorg zit erop.

Het was een uitdaging om elke dag opnieuw iets uit mijn mouw te schudden. Een uitdaging … net als pleegzorg zelf.

We zijn gelukkig nogal avontuurlijk aangelegd. We kunnen wel wat chaos en drukte aan. Het hoeft voor ons allemaal niet zo perfect te zijn.

Pleegzorg is een verrassing. Verrast worden door een telefoontje met de vraag of we een kindje kunnen opvangen. Verrast worden door het kind dat onverwacht voor de deur staat. Verrast worden door een aangenaam gesprek met de ouders.

We houden gelukkig wel van een verrassing. We laten dingen graag op hun beloop en zien wel wat er gebeurt.

Pleegzorg is voor ons de perfecte match. Laurens is onze perfecte match!

Week van de Pleegzorg: dag 8

Pleegzorg is bewondering.

Als pleeggezin krijgen we heel wat schouderklopjes. ‘Nobel’ is het woord dat we de laatste 5 jaar al heel vaak gehoord hebben. Doorgaans hebben de mensen bewondering voor wat we doen. Zoals ik eerder deze week al zei doen die complimentjes en positieve reacties enorm veel deugd.

Ik sta er zelf al lang niet meer bij stil, maar wanneer ik naar mijn man kijk en onze drie andere kinderen, dan moet ik toegeven dat ik voor hen toch ook vaak een enorme bewondering voel.

Onze kinderen hebben ieder kind met open armen ontvangen. Bij elke crisisplaatsing img_7661hielpen ze enthousiast mee het bedje klaarmaken, zochten ze gepast speelgoed uit, ze overlegden welke knuffel het kind mocht hebben om te slapen als het de zijne misschien vergeten zou zijn. Er werd besproken waar het kindje aan de keukentafel mocht zitten … Ze gaven letterlijk een deeltje van hun eigen thuis af, mét plezier. Elke keer opnieuw deden ze hun best zodat het kind zich thuis zou voelen. Laurens beschouwen ze als hun kleine broer, zorgen voor hem, letten op hem.

Ik geef toe dat onze drie kinderen af en toe op de tweede plaats kwamen. Dat is onvermijdelijk. Er is minder aandacht en tijd voor hen, maar nooit heb ik enige jaloezie gemerkt, bij geen één van de drie. Ze bewijzen dat ze een heel groot hart hebben en dat daar plaats is voor iedereen. Daar mogen veel volwassenen een voorbeeld aan nemen!

Ze hebben een open geest, tonen bezorgdheid en oprechte interesse. Ze voelen verontwaardiging wanneer ze horen wat het kind heeft meegemaakt. Daar even bij stil staan als mama, maakt me ontzettend trots op mijn kinderen. Het zijn zij die de pluim verdienen.

Het idee om met Pleegzorg te beginnen kwam van mij. Mijn man had wat tijd nodig, maar zonder al te veel twijfel is hij mee in het avontuur gestapt. Vaak kwam hij thuis van het werk en kreeg hij letterlijk tussen de soep en de patatten te horen dat er de volgende dag een bordje bij zou staan. Het was voor hem af en toe minder evident om zich open te stellen, maar hij deed het toch maar, elke keer opnieuw. Ook hij zorgde er mee voor dat elk kind zich welkom voelde. Hij zorgt voor Laurens als voor onze andere drie kinderen. Hij ziet hem graag, hij mist hem wanneer hij weg is, hij is blij wanneer hij weer thuiskomt.

Misschien is het inderdaad allemaal niet zo vanzelfsprekend als ik denk.

Misschien heb ik het gewoon heel erg getroffen met hem aan mijn zij!

2543497018_429d3559-c207-4ea8-bba6-bf521df72001

Week van de Pleegzorg: dag 7

Pleegzorg is liefde.

Kinderen zijn fantastische wezentjes. Ontroerend in al hun naïviteit. Veerkrachtig en vergevingsgezind. Loyaal.

Een pleegkind is vaak die naïviteit kwijt, zijn veerkracht werd op de proef gesteld en soms is de rek er uit. Dan sta je als pleegouder voor een grote uitdaging. Het duurt vaak even voor het kind je toelaat. Voor het behoefte heeft aan je warmte en liefde. In de meeste gevallen is het de aanhouder die wint. Het is hartverwarmend om te zien hoe de muur die het kind ter bescherming rond zich heeft opgetrokken, stilaan afbrokkelt.

Een nachtzoentje dat toch voorzichtig toegelaten wordt. Een poging tot een knuffel die niet meer brutaal weggeduwd wordt. Een hand op zijn of haar frêle schoudertje die daar eventjes mag blijven liggen. Die eerste keer dat het kind het gezelschap van je andere kinderen opzoekt, na het halsstarrig afstoten van elk contact. De eerste keer dat het kind zelf je hand vastneemt wanneer je samen op straat wandelt. Het bewijs dat het kind zich veilig voelt bij jou en nood heeft aan je geruststellende aanwezigheid. Je probeert voorzichtig je liefde te geven en soms krijg je die onmiddellijk weer terug in je gezicht gesmeten, maar even vaak krijg je gewoon ook liefde terug.

Moet ik je nog vertellen dat die kleine dingen je als pleegouder een fantastisch gevoel geven? Dat die kleine, soms minuscule blijk van liefde alle minder mooie momenten ruimschoots compenseert?

Ik dacht het niet …

hand in hand

Week van de Pleegzorg: dag 6

Pleegzorg is gratis gezinstherapie.

De voorbije dagen heb ik het al vaak gehad over de ouders die je er willens nillens bij krijgt. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. In ons geval verloopt het contact heel vlot en met wederzijds respect.

Wie je er nog zomaar bij krijgt is de pleegzorgbegeleider/ster. In ons geval een toffe, vooral heel gedreven jongedame die geregeld op bezoek komt om het over Laurens te hebben. Het zijn altijd gezellige babbels, hoewel ik er soms een beetje tegenop zie, want het moet weer ingepland worden en het is niet altijd makkelijk om met de vier kinderen erbij een rustig gesprek te voeren. Toch heb ik na elk gesprek steeds weer een goed gevoel.

Je wordt verplicht om kritisch na te denken over je eigen gezinsleven, over hoe het gaat. Meer nog, je moet er over práten. Zo worden er soms pijnpunten binnen het gezin blootgelegd waar ik niet van wist dat ze er waren. Er wordt naar oplossingen gezocht indien nodig. Of je kan gewoon je ei kwijt. Het is eigenlijk free counseling, gratis therapie.

Het is geruststellend om te weten dat er een heel team van hulpverleners ter beschikking staat. Voorlopig is hij zich nog niet bewust van zijn complexe situatie: wij zijn zijn mama en papa. Hij heeft twee zussen en een broer. Om de twee weken gaat hij slapen bij zijn andere papa. Zo is het nu eenmaal, hij weet niet anders. Zodra hij zich vragen begint te stellen en onze antwoorden misschien niet meer volstaan, kunnen we bij Pleegzorg terecht om het van ons over te nemen.

Je staat er dus niet alleen voor als pleeggezin. Niet elke plaatsing is een succesverhaal, maar je wordt intensief begeleid en hulp is voorhanden indien nodig.

Week van de Pleegzorg: dag 5 – Lang leve Lau!

Pleegzorg is extra blij zijn met elke verjaardag.

Vier jaar geleden kwam onze jongste ter wereld. Het blijft een raar idee dat we er die dag niet bij waren. Hij kwam pas  een maand later in ons leven, toen we als crisisgezin van Pleegzorg de vraag kregen of we een pasgeboren jongetje met de naam Laurens wilden opvangen. Twee dagen later gingen we hem halen in de couveuseafdeling van de materniteit.

Zijn moeder zette hem vier weken voordien op de wereld. Hoe hard ze ook probeerde, het lukte haar niet om hem in haar hart te sluiten. Ze vertrok uit het ziekenhuis zonder haar zoontje. Pleegzorg werd ingeschakeld en zo kruisten onze paden.

Je kan haar verwijten dat ze haar kind in de steek liet.  Je vindt haar ongetwijfeld een slechte moeder.Je mag haar beslissing onbegrijpelijk en onmenselijk noemen. Misschien is dat allemaal een beetje waar, maar ik weet ook dat ze die beslissing uit liefde heeft genomen.

Het is dankzij haar beslissing dat wij vandaag feest vieren. Vier jaar wordt hij, bijna vier jaar bij ons. Het is en blijft dubbel, maar zolang hij zichzelf niet bewust is van die beladenheid, geven wij er een lap op.

We zien hem graag en hoewel ik hem niet zelf op de wereld zette, zijn we enorm dankbaar dat hij hier bij ons is.

Lau, kleine man, een gelukkige verjaardag! Dat we nog vele verjaardagen samen mogen vieren.