Pop-up column Libelle: cadeautjes

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

Gepakt en gezakt staan we klaar voor enkele dagen Spaanse zon, met zijn tweetjes. Doorgaans ben ik low profile, maar op mijn verjaardag sta ik graag in de belangstelling. Dat heeft mijn wederhelft goed begrepen dit jaar, want hij verraste me met dit tripje. Maar onderweg naar de luchthaven overvalt me een schuldgevoel: we laten onze vier kinderen achter. Meteen daarna stel ik mezelf gerust. De pleegzoon zal het weekend spenderen bij zijn papa en de overige dagen zal de oudste dochter, die al twintig is, voor hem zorgen. Onze oudste zoon zal genieten van het gebrek aan ouderlijk toezicht en de dochters zijn perfect in staat het huishouden draaiende te houden. Wat een verschil met vroeger, toen we opvang voor onze kroost moesten zoeken. Daar heb ik het altijd moeilijk mee gehad. Vooral sinds de komst van de pleegzoon, die wel wat extra zorg nodig heeft, wilde ik anderen zo min mogelijk lastigvallen met ons engagement. Ik heb het me toen onnodig lastig gemaakt, maar het heeft er wel voor gezorgd dat we nu als gezin ‘zelfvoorzienend’ zijn geworden: onze kinderen zorgen voor zichzelf én voor elkaar. Dus ja, ik ga schaamteloos genieten van mijn cadeautje dit weekend. Al is het besef dat mijn kinderen de komende dagen ook zonder mij kunnen, misschien wel het mooiste geschenk wat ik als moeder kan krijgen.

Wil jij ook pleeggezin worden? Er staan nog meer dan duizend kinderen en jongeren op de wachtlijst, voor wie Pleegzorg Vlaanderen een warme thuis zoekt. Surf naar pleegzorg.be voor meer informatie.

Pop-up column Libelle: jeuk

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“We liggen samen in bed, dicht tegen elkaar. Ik lees voor en hij luistert aandachtig, maar ik word gek van zijn gewriemel. Wanneer ik vraag waarom hij in godsnaam niet stil kan blijven liggen, zegt hij dat zijn billen jeuken en steeds moet krabben. Wanneer ik vraag of ik even mag kijken, krijg ik een vastberaden nee. Ik schrik en vraag waarom niet. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ik dat vroeger bij grote broer Jef ook deed.

Zijn antwoord brengt me van mijn melk. ‘Ja, maar Jef is jouw echte kind.’

Terwijl hij dit zegt, kijkt hij mij zijdelings aan. Om mijn reactie te peilen, vermoed ik. Ik lach zijn opmerking weg en probeer hem van het tegendeel te overtuigen.

‘Voor mij ben jij wel mijn echte kind.’

Hij giechelt verlegen, laat zijn broek zakken en stelt zijn bips ten toon. Eczeem, zoals ik al dacht.

Het lijkt banaal, maar zulke momenten betekenen veel voor mij. De gedachte dat hij niet echt ons kind is, is nooit ver weg in dat hoofdje van hem. Biologisch gezien is hij inderdaad niet ons kind, maar zijn gevoel zegt iets anders. En dat weet ik door wat er net gebeurde. Ik mag er zelfs een zalfje op smeren.”

Pop-up column Libelle: nieuwe puppy

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“We kochten een hond. In het begin vond L. het geweldig, maar na een tijdje merkte ik dat hij haar steeds meer links liet liggen. Toen op een dag onze puppy de show weer eens stal en iedereens aandacht opeiste, werd L. boos en riep: ‘Ik haat Odette. Ze neemt mijn gezin af.’

Mijn (pleeg)moederhart brak weer eens in duizend stukjes. Als jongste van ons gezin gaat hij met de meeste aandacht lopen. Als hij die aandacht krijgt, voelt hij zich geliefd en deel van ons gezin. Daar heeft hij als pleegkind extra behoefte aan. En inderdaad, dat waren we uit het oog verloren.

Even later bekoelde de liefde opnieuw. Mijn intuïtie zei dat er iets zat aan te komen. Toen ik hem vroeg waarom hij niet meer met Odette wilde spelen, had hij een glashelder antwoord klaar: “Ik wil niet te veel van haar gaan houden, want dan moet ik te erg huilen als ze er niet meer is.”

Slik. Het leven van onze pleegzoon bestaat vaak uit afscheid en gemis. Ik dacht dat hij dat een plaatsje had gegeven, maar blijkbaar is afstand houden zijn manier om ermee om te gaan.”

Pop-up column Libelle: FOMO

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“L., onze pleegzoon, neemt mijn gsm en begint door de foto’s te scrollen. Plots zie ik hem bedenkelijk kijken. Hij toont me een foto van vorig weekend op een feestje. We staan er met zijn allen lachend op, zonder hem. Verontwaardigd vraagt hij waar hij toen was. Ik leg hem uit dat hij dat weekend bij Papa C. was. De uitdrukking op zijn gezicht verraadt dat zijn hoofd op volle toeren draait. Het lijkt alsof hij door die foto plots beseft dat het leven hier thuis gewoon verder gaat, ook wanneer hij er niet is. Hij maakt me heel duidelijk hoe oneerlijk hij het vindt dat wij leuke dingen doen zonder hem. Een duidelijk geval van FOMO dus. Ik snap hem wel, want ook ik heb het er soms moeilijk mee. Telkens als we iets leuks gaan doen of een gezinsfoto nemen zonder hem, voelt het niet juist. Hij is een pleegkind, maar na ruim tien jaar hoort hij erbij. Ik heb hem van de materniteit mee naar huis gebracht en de nachtelijke voedingen en luiers doorstaan, terwijl ik de volgende dag gewoon moest gaan werken. Hij is mijn kind niet, maar ik deed het toch. Toen al met een liefde die sindsdien alleen maar groter én godzijdank wederzijds werd.”

Column Kleurrijk: Eigen kinderen

Het is moeilijk om iets te schrijven rond het thema van deze Kleurrijk. Ik ben me er erg van bewust dat elke pleegzorgsituatie anders is en niet altijd zo positief uitdraait als de onze.

We hadden al 3 kinderen voor we aan pleegzorg begonnen. Het valt me altijd zwaar om te schrijven of spreken over onze ‘eigen’ kinderen. Het benoemt de situatie in ons gezin zoals het is, maar niet zoals het aanvoelt. En ik heb nu eenmaal de neiging meer met mijn hart te denken dan met mijn verstand.

Ik worstel vaak met de vraag wat het verschil is met onze eigen kinderen. Is er überhaupt een verschil? Gevoelsmatig kan ik daar heel duidelijk in zijn en zeg ik volmondig nee. Ik zie Lou even graag als de andere drie. Maar wanneer ik het rationeler bekijk, is er een verschil. Hij is er soms niet bij op momenten die belangrijk zijn voor ons gezin omdat hij bij zijn ‘eigen’ papa is. Hij wordt dan gemist, maar iedereen heeft er vrede mee. Het is nu eenmaal zijn en onze realiteit. Het kan zo, omdat hij onze pleegzoon is en niet ons ‘eigen’ kind.

Ik ben er zo goed als zeker van dat ook onze kinderen hem beschouwen als hun ‘eigen’ broer. Dat hij als pasgeboren baby in hun leven kwam en bleef, heeft hier natuurlijk veel mee te maken. Hij verstoorde de volgorde niet en sloot probleemloos bij aan in het rijtje. Hijzelf heeft nooit anders geweten dan deel uit te maken van ons gezin. Hij maakt ruzie met de jongste dochter. Hij werkt enorm op de zenuwen van de oudste zoon. Hij wordt rotverwend door de oudste dochter.

Klinkt als een doorsnee gezin, toch?

Nochtans ervaar ikzelf ons gezin niet als doorsnee, maar welk gezin is dat wel? Ok, wij zijn een pleeggezin en dat brengt soms problemen met zich mee. Maar als ik naar nieuw samengestelde gezinnen in onze omgeving kijk, dan merk ik dat het daar ook niet altijd van een leien dakje loopt. Net zo bij eenoudergezinnen. Of standaardgezinnen, wat dat dan ook moge zijn.

Ieder gezin is uniek ongeacht de samenstelling. Mijn ervaring leert me dat de buitenwereld er meer bij stil staat, dan de gezinsleden zelf. We zijn een pleeggezin, maar onze pleegzoon is van bij de geboorte bij ons waardoor we hem beschouwen als onze eigen zoon. Dit is uiteraard anders voor een gezin waar de pleegkinderen er op latere leeftijd bij kwamen. We zijn een gezin met vier kinderen en hebben een manier gevonden om min of meer in vrede samen te leven. Wat werkt voor ons, werkt niet voor een ander. Het maakt allemaal niet uit. Het voelt zoals het voelt. Het is zoals het is.

Column Kleurrijk: 10 jaar pleegzorgdecreet

Hip hip hoera! Het pleegzorgdecreet en Pleegzorg Vlaanderen bestaat 10 jaar. Toeval bestaat niet, maar onze pleegzoon ook. Hij wordt in november 10 en in december is hij 10 jaar bij ons. Een decennium. Een jubileum. Feest!

Wat er zich achter de schermen allemaal heeft afgespeeld, daar heb ik geen flauw benul van. Ik was te druk bezig met het moederen over vier kinderen. Het is af en toe pittig geweest. De constante aanpassing aan nieuwe, uitgebreide bezoekregelingen bijvoorbeeld, liet vaak tijdelijk zijn sporen na: net wanneer je dacht een aangenaam evenwicht bereikt te hebben, moest er weer rond de tafel gezeten worden. Het was steeds opnieuw een les in meegaan met iets waar je zelf niet om gevraagd hebt. Met tegenzin, maar omdat het moet en omdat je diep van binnen weet dat dit het beste is voor het kind.

Het is vooral ook heel leuk geweest. Elk jaar zijn verjaardag mogen vieren. Hem zien opgroeien, zijn eerste stapjes, zijn eerste woordjes, … dingen herkennen in hem van jezelf, je man of van je andere kinderen. Andere dingen dan weer niet kunnen thuis brengen. Ik stond vaak met grote ogen te kijken naar zijn veerkracht en aanpassingsvermogen. Hoe moet het zijn om steeds maar weer uit je vertrouwde cocon te worden gehaald om ergens anders tijd door te brengen? En wanneer je je daar een beetje op je gemak voelt, moet je weer terug.

Het was en is soms moeilijk om hem te zien worstelen met zijn uitzonderlijke situatie. Een antwoord geven op zijn vragen, was en is een uitdaging. Waarom woon ik bij jullie? Waar is mijn mama? Wat als ik niet bij jullie kan blijven? … Het schenkt een enorme voldoening wanneer je merkt dat je hem – voor een tijdje – kan kalmeren en geruststellen. Het geeft een moeilijk te omschrijven gevoel wanneer je de veilige haven bent van andermans kind. Er ligt een hele dunne grens tussen de harde realiteit verbloemen en de dingen benoemen zoals ze zijn.

Als moeder is het vooral heel mooi om je andere kinderen in die 10 jaar te zien groeien in hun rol als (pleeg)broer of -zus. Ook zij moesten zich willens nillens aanpassen aan de steeds veranderende realiteit rond hen. Ze hebben daar nooit moeilijk over gedaan, integendeel. Ze gaan door het vuur voor hun pleegbroertje. Dat maakt van mij een fiere moeder.

En laten we vooral de vaders in dit verhaal niet vergeten. Het zijn er twee. Papa C heb ik in die jaren zien evolueren van een onzekere tot een vastberaden vader die het beste voor zijn kind wil en een steeds grotere rol in zijn leven wil spelen. Onze papa is er ook nog. Die staat al 10 jaar lang als een rots in de soms woelige zee te wachten tot hij telkens weer een veilig plekje kan bieden middenin de woeste golven.

10 jaren zijn voorbij gevlogen. Het liep niet altijd van een leien dakje, maar pleegzorg was er steeds om ons bij te staan. Soms was dat slechts een babbeltje waarin we ons hart eens konden luchten. Soms was er meer nodig en schoot een heel team in actie. Dat maakt dat het wat ons betreft 10 hele mooie jaren waren waarin elke hindernis vlotjes genomen werd.

Mogen we dan nu bijtekenen voor nog eens 10 meer?

Column Kleurrijk: Verlies

Schrijven over verlies. Dat was de opdracht voor deze column. Niet makkelijk, geen inspiratie. Maar zoals zo vaak hielp het lot een handje. Helaas, want kort voor de deadline van deze column moesten we, na bijna 10 jaar, afscheid nemen van onze hond Lola. Lola kwam er een maand voor Lou, onverwachts, in ons gezin kwam en uiteindelijk ook bleef. Ze groeiden dus samen op, ondanks de zware allergie die Lou heeft voor honden. En katten. En alle andere dieren met haar.

Wanneer we op vakantie vertrokken, huilde Lou steevast tranen met tuiten omdat we onze hond moesten thuis laten. ‘Wie gaat er nu voor Lola zorgen? Ik ga haar zo missen! Wat als er ondertussen iets met haar gebeurt?’ We kregen hem gelukkig snel getroost, maar het het gemis stak enkele dagen later gegarandeerd weer de kop op. Opmerkelijk was dat vroeger het verdriet om Lola meestal overging in het verdriet om zijn mama die hij niet kent, nooit gekend heeft en toch heel erg mist. Dit is en blijft voor hem een groot verlies.

Al heeft hij de afwezigheid van zijn mama, zo lijkt het, de laatste jaren een plaatsje kunnen geven, we merken dat het een gevoelig thema is, wanneer mijn moeder weer voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Lou is dan altijd boos en weigert afscheid van haar te nemen. Hij vindt het absoluut niet kunnen dat mijn eigen moeder mij zomaar achterlaat. Het is schattig hoe hij het voor mij opneemt en met mij in zit, maar de achterliggende reden van zijn gedrag maakt het allemaal een beetje pijnlijk.

Het einde van het schooljaar ging ook dit jaar gepaard met de nodige traantjes. Afscheid nemen van zijn klas, de juf, zijn vriendjes … het valt hem zwaar. Hij is bang dat ze hem allemaal gaan vergeten en dat het (tijdelijke) verlies van zijn dagelijkse routine iets permanents wordt.

Maar dus, 2 weken geleden gebeurde het ondenkbare. Lola ging dood. Al zagen we het aankomen, het bleef onverwacht. Iedereen hier thuis, van klein tot groot heeft tranen gelaten. Er werd onderling geknuffeld en getroost. Mooi om te zien ook, hoe in momenten van intens verdriet de stevige basis van ons gezin zichtbaar wordt. Hoe ook de kinderen er voor elkaar zijn. Het geeft hoop naar de toekomst toe, want tussen de chaos, de drukte, het gekibbel en gesnauw is het niet altijd duidelijk dat de liefde groot is.

We gaven het verlies een mooi plekje in een hoekje achterin onze tuin. De kinderen timmerden een houten kruis in elkaar en mooie bloemetjes werden geplant en gezaaid. Foto’s van Lola werden bij elkaar gezocht en slingeren nu rond in huis. Het bewijst dat verlies en verdriet best niet weggestopt en genegeerd worden, maar letterlijk en figuurlijk een plaatsje moeten krijgen zodat het niet persé iets negatiefs hoeft te zijn, maar deel kan uitmaken van het leven.

Pleegpapa

In deze editie van Kleurrijk die draait rond (pleeg)vaders neem ik, Gert, het voor de column even over van mijn vrouw Lies. Ik werd verliefd op haar grote hart, haar engagement en haar open blik op de wereld. Het is dankzij die eigenschappen dat ik pleegvader ben geworden. Een rol waarover ik eerst mijn twijfels had, tenminste om die rol fulltime op te nemen, maar tot op heden heb ik er nog geen minuut spijt van gehad.

We begonnen met crisisopvang en dat was me op het lijf geschreven. De kinderen die enkele weken of maanden in ons gezin verbleven kon ik zonder problemen de aandacht en liefde geven die ze nodig hadden, al hield ik me altijd wel een beetje op de achtergrond en deden mijn vrouw en kinderen het meeste werk. Ik hield me ook liefst zo ver mogelijk van de achtergrondsituatie en ouders die het kind met zich meebracht. Op die manier hoopte ik zo neutraal mogelijk en zonder oordeel tegenover het kind te staan, want ik was bang dat al de problemen mijn beeld over het kind zouden beïnvloeden.

Nadat we enkele kinderen in ons gezin opvingen, kwam Lou in ons leven. Met hem stapten we over van crisisopvang naar langdurige opvang. De vraag kwam na een half jaar vanuit pleegzorg. Mijn vrouw en drie kinderen moesten geen seconde nadenken en zeiden volmondig ja. Ze hadden zich helemaal gehecht aan dat kleintje en waren blij dat hij kon blijven. Voor mij was het niet zo simpel. De crisisopvang was altijd kort en voelde voor mij eerder vrijblijvend aan. Een langdurige opvang bracht, naar mijn gevoel, plots veel meer verantwoordelijkheid en verplichtingen met zich mee. Hoewel ik me daar niet de meeste zorgen over maakte. Ik was vooral bang dat ik het kind niet even graag zou kunnen zien als mijn eigen kinderen. Dat er altijd een verschil zou zijn. En dat leek me verkeerd. Maar ik weet nu, na 9 jaar een half, dat het inderdaad anders is, want onze pleegzoon heeft (nog) een vader. Daardoor is de relatie met hem anders dan de relatie met mijn andere kinderen, maar ik zie hem ook graag. En hij ziet mij graag.

Toch is het niet altijd gemakkelijk. Onze pleegzoon heeft het niet altijd gemakkelijk met zijn situatie en als hij het emotioneel moeilijk heeft, dan zullen we het geweten hebben. Vooral naar mij toe uit hij zijn frustraties. Ik krijg dan soms de lelijkste dingen naar mijn hoofd gesmeten en het zinnetje te horen dat ik zijn papa niet ben. Dat komt soms wel binnen, maar hij heeft natuurlijk gelijk.

Zoals met alles is het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou me ons gezin niet meer kunnen voorstellen zonder hem. Pleeggezin zijn maakt het leven niet altijd makkelijk, maar net als mijn vrouw hou ik gelukkig ook van een uitdaging.

Column kleurrijk: BESTE WENSEN

Het naderend einde van een periode nodigt steevast uit tot overpeinzing en reflectie, zo ook deze laatste weken van 2023. Pleegzorggewijs was het een pittig jaar voor ons, want ons ventje had het moeilijk. Thuis bleef het gelukkig doenbaar, maar buiten die veilige cocon worstelde hij met de drukte, de prikkels, het onverwachte en het onbekende.

Het was pittig, maar uiteindelijk kunnen we hoopvol afsluiten, want wat een weg heeft onze pleegzoon dit jaar afgelegd. We zagen hem veranderen van een vrolijk, onbezorgd jongetje naar een onzeker, verdrietig en boos kereltje dat vooral op school zijn intense emoties niet de baas was wanneer iets hem niet zinde, wanneer de leerstof te moeilijk was, de klasomgeving te druk of de dag niet verliep zoals hij in gedachten had. We zochten en kregen hulp bij pleegzorg waar hij nu om de twee weken op gesprek gaat bij een therapeute die ook regelmatig op school komt om hem daar weer wat rust te bieden. Daarbovenop volgde hij nog een assertiviteitstraining en focuste de kinesiste zich naast de schrijfoefeningen vooral op lichaamsbewustwording. Hij heeft dus hard gewerkt dit jaar en mét resultaat. Op school loopt alles veel beter en blijven de hevige uitbarstingen en escalaties uit. We merken thuis dat hij zich meer bewust is van zijn gevoelens en geleerd heeft het te verwoorden. Dit doet hij trouwens verbluffend goed.

Wanneer men ons dus binnenkort vraagt wat onze wensen zijn voor het nieuwe jaar, dan kan ik tegen alle verwachtingen in hetzelfde zeggen als pakweg de voorbije 25 jaar: dat alles mag blijven zoals het is. De rust is weergekeerd. Al onze kinderen zijn gezond en lijken hun draai in het leven te vinden. De twee oudsten doen steeds vaker hun ding buitenshuis, maar komen ook graag weer thuis en dragen – de ene al wat meer dan de andere weliswaar – hun steentje bij. De twee jongsten krijgen hierdoor meer aandacht en wij als ouders de rust en vrijheid waar we jarenlang alleen maar van konden dromen.

Dromen … dat doen wij graag! En dat zullen we blijven doen. Mijn voornemen is dan ook om er dit jaar weer minstens een paar waar te maken. En om onze kinderen te stimuleren en te helpen om de hunne na te streven. Zo droomt de oudste om het eerste jaar in het hoger onderwijs met succes af te ronden. Als beroepsleerlinge is dit niet evident, maar voor de harde werker die ze is, zeker haalbaar. De oudste zoon droomt ervan om eindelijk geld te kunnen verdienen, maar dan zonder er heel hard voor te moeten werken. Een studentenjob die hij graag doet en niet als werk aanvoelt wens ik hem dus toe. De jongste dochter hoopt de sterren van het dak te kunnen koken en bakken. En onze pleegzoon die hoopt nog meer rust te vinden in zijn drukke hoofdje en zo zijn vulkaan onder controle te houden. Die wens spreekt hij regelmatig uit.

Mijn man en ik? Wij blijven hopen dat alles blijft zoals het is.

Onze beste wensen voor 2024!

Anders

Ik zit op een bankje aan de Rupel. Het verkeer zat mee. Ik ben te vroeg voor een afspraak en probeer de tijd weg te dromen. Hiervoor heb ik mezelf verplicht mijn gsm in mijn zak te laten zitten, want zonder dat ding gaat er een wereld open. Dan laat ik gedachten toe die ik onbewust vermijd of lukt het me dingen op een rijtje te zetten, orde te scheppen in de chaos in mijn hoofd.

Tussen de rivier en mij groeit struikgewas waarin het krioelt van de vogeltjes. Eerst laat een roodborstje zich zien. Kort daarna komt een koolmeesje te voorschijn. Ze zitten op amper een meter van elkaar, maar lijken elkaars aanwezigheid niet op te merken. Of ze negeren elkaar. Ik sla het tafereeltje voor me gade en mijn gedachten dwalen af…

Het zijn twee verschillende vogelsoorten, maar ze lijken voor elkaar niet te bestaan, terwijl twee dezelfde vogels onderling toch communiceren. Elke vogel zingt zijn eigen lied, heeft zijn eigen kenmerkend gefluit. Kunnen die twee wezentjes die pal voor mij op een dun takje zitten te kwetteren elkaar verstaan? Maken ze contact? Of zijn het twee vreemden voor elkaar die ieder hun eigen taal spreken, elkaar niet begrijpen en elkaar dus maar negeren? Zo lijkt het alleszins.

De mens zoekt verbinding met andere soorten . We nemen een hond of een kat, zelfs een vogel die we opsluiten in een kooi, of een vis in een bokaal en proberen deze te temmen om te gebruiken wanneer we nood hebben aan gezelschap. We bestudeerden apen en leerden hen een soort gebarentaal. Waarom zou dat roodborstje in de struik tussen mij en de rivier dan doen alsof het koolmeesje niet bestaat?

Misschien is dat schouwspel voor mij slechts een momentopname. Misschien voerden die twee vogeltjes diep verborgen in het struikgewas een heuse conversatie, waren ze uitgepraat en hadden ze daarna, toen ze voor mij verschenen, niets meer tegen elkaar te vertellen. Of maakten ze verscholen voor de buitenwereld heftig ruzie en negeren ze elkaar nu heel bewust? Of lijken die twee vogeltjes toch wel heel veel op ons, mensen, en houden ze liever afstand van al wat anders is? Andere waarden en normen, een andere huidskleur? Een andere manier van in het leven staan, kortom … het onbekende.

Zo kom ik dan ook weer bij pleegzorg terecht. Is dat anders zijn één van de redenen waarom te weinig mensen de stap zetten? Andermans kind in je familie opnemen is een grote sprong in het onbekende. Het kind ziet er anders uit, heeft een andere geur, gedraagt zich anders, denkt anders. Zelf vind ik het net interessant om dat anders zijn te leren kennen, het prikkelt mijn interesse, inspireert me en opent mijn wereld, maar ook wat dit betreft is iedereen anders. En dat mag.

Het zit bovendien in onze natuur. Die angst voor al wat anders is, is evolutionair verklaarbaar. In een ver verleden was het verjagen van iedereen die niet tot de eigen groep behoorde een zaak van leven of dood. Duizenden jaren lang was de ander een potentieel gevaar wat betreft ziektes of geweld. Die angst zit er dus goed in en krijgen we er blijkbaar niet zomaar uit.

Gelukkig zijn er altijd uitzonderingen en mensen die graag buiten de lijntjes kleuren. Laten we hopen dat deze groep blijft groeien totdat we groot genoeg zijn en we die bangeriken als de grote onbekende kunnen beschouwen. Dat het onaanvaardbaar wordt om een medemens in nood niet even te helpen en op te nemen in de groep, de familie, het gezin of je thuis.