Column #2: Pleegzorg – over graag zien en gebroken harten

Zelf beschouwen we hem als ons eigen kind en houden we even veel van hem als van de rest. Dat gaat verrassend vanzelf, dat groeit spontaan. Dan vergeet je weleens dat dat voor de mensen rondom je gezin niet zo is.

Sommige mensen die je andere drie kinderen automatisch in hun hart sluiten hebben blijkbaar meer tijd nodig om dat met de vierde ook te doen.

Bij enkelen komt het helaas nooit. Je kan het hen natuurlijk niet kwalijk nemen. Wij kozen voor pleegzorg, zij niet.

Ik snap dat dat liefdevolle gevoel er bij hen niet is, daar kan ik echt wel begrip voor opbrengen. Wat ik echter niet begrijp, is dat je je daar als volwassene niet kan overzetten en je even verplaatsen in het kind, het welzijn van het kind voorop stellen.

Het breekt mijn fragiele moederhart wanneer ik denk aan dat moment in de toekomst waarop onze pleegzoon zal beseffen dat niet iedereens hart groot genoeg is om ook hem een plekje te geven. Dat niet iedereen genoeg liefde heeft om ook hém gewoon graag te zien.

Het zit ‘em in de details: vergeten verjaardagen, geen sms’je op zijn allereerste schooldag, geen tijd om te babysitten, minder of zelfs geen centjes op speciale dagen … Hij is nog klein nu, hij kan nog niet lezen of rekenen. Het gaat voorlopig aan hem voorbij. Maar ooit

Misschien zit ik er te dicht op, want ik wil mijn kind beschermen. Hij zal ooit beseffen dat hij anders is en dat zijn wereld complexer in elkaar zit dan die van zijn broer en zussen. Dat hij een echte moeder heeft die niet voor hem kon zorgen. Daar zal nog heel wat verwerking aan te pas komen, veel vragen en ongetwijfeld verdriet. Hij zal zijn andere papa, tussen de bezoeken door missen, verscheurd worden tussen ons en hem, zich schuldig voelen omdat hij ons allemáál graag ziet.

Ik was er altijd van overtuigd dat iedereen het kan, een pleegkind een thuis geven en het (even) graag zien. Gaandeweg besef ik helaas meer en meer dat dit niet het geval is.

Maar … er is nog hoop voor de mensheid. Het gaat hier gelukkig over een zeer kleine minderheid die jammer genoeg een grote indruk nalaat. De meeste mensen rondom ons verrassen ons met hun grenzeloze hart, ontroeren ons met de overvloed aan liefde en knuffels voor ons ventje, met hun medeleven, oprechte interesse en begrip.

Daar kunnen we alleen maar heel dankbaar om zijn. Ze beseffen het waarschijnlijk zelf niet, maar ze maken echt het verschil voor ons, voor hem, voor pleegzorg.

Photos of “Every year we take a photo in front of that door @bokrijk Reality check time flies, my kids are…” (1)

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?

Column Kleurrijk #1

Proud to announce: mijn eerste column gepubliceerd in het magazine ‘Kleurrijk’ van Pleegzorg Provincie Antwerpen.

De deadline van deze column – mijn allereerste by the way – valt toevallig samen met de verjaardag van ons jongste zoontje, Laurens. In tegenstelling tot de verjaardagen van onze andere drie kinderen word ik die dag niet overspoeld door de herinneringen aan zijn geboorte. We vieren uitbundig zijn verjaardag maar voor de rest zijn er weinig emoties mee gemoeid, om de simpele reden dat we er niet bij waren toen hij voor het eerst van zich liet horen.

De periode dat deze Kleurrijk in jullie brievenbus valt daarentegen, roept elk jaar mooie herinneringen op. Hét telefoontje van pleegzorg, in allerijl een crèche en babyspullen zoeken, de rit naar het ziekenhuis en dan… dat piepkleine, hulpeloze wezentje dat daar in zijn knalblauwe pyjama onder een klein, oranje dekentje lag. Moederziel alleen, wachtend op ons, op onze liefde, onze knuffels en warmte.

Hij kwam bij ons in crisisopvang maar nu drie jaar later maakt hij nog steeds deel uit van ons gezin. We hebben al een hele weg afgelegd met veel wondermooie momenten maar af en toe ook verdriet en zorgen. Na het eerste anderhalf jaar zonder bezoeken noch contacten waren we haast vergeten dat hij niet echt van ons was. Zijn mama wist dat ze niet voor hem kon zorgen en was enorm dankbaar dat wij hem wilden geven wat zij niet kon bieden. Er was een klik met haar en de weinige keren dat ze op bezoek kwam, hadden we telkens een gezellige koffieklets maar interesse in haar kind toonde ze helaas nooit. Ze gaf het dan ook snel op en verbrak zo goed als elk contact.

Toen zijn vader plots ten tonele verscheen en de bezoeken werden opgestart, bloedde ons hart. Maar alles went en een mens kan meer aan dan hij denkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben uit ons pleegzorgverhaal.

De bezoeken en het contact met de papa verlopen goed. Een gezin met vier kinderen vergt sowieso heel wat organisatie en de tweewekelijkse bezoeken inplannen in een weekend met voetbalmatchen, muzieklessen, verjaardagsfeestjes en uitstapjes is niet altijd even simpel maar gelukkig is alles bespreekbaar en kan er al eens geschoven worden met de bezoekuren.

Het is me wat, je gezin openstellen voor een ander zijn kind en je hart eraan verliezen. De onzekerheid, de emoties, de angst voor wat de toekomst brengt… Maar het is en blijft de moeite waard. Het is een verrijking voor je gezinsleven, een eye opener, een blik op een totaal andere wereld waar je eigenlijk liever zo weinig mogelijk van af weet maar waar je willens nillens van heel nabij mee geconfronteerd wordt.

Voor de meesten van jullie zal dit herkenbaar zijn. Of net niet. Ieder verhaal is anders maar ik hoop jullie de komende tijd te kunnen boeien met óns verhaal, ons avontuur, ons leven als (pleeg)gezin. Ik kijk er alvast naar uit om af en toe een beetje van onze chaos met jullie te delen.

Stop de tijd

Heeft het te maken met het naderende einde van 2017, ik weet het niet, maar de laatste tijd overpeinzen we regelmatig de dingen. Het leven. Ons leven.

Elke keer opnieuw komen we tot het besluit dat het goed is zoals het is. Dat er niks meer moet veranderen, niet het kleinste detail. Alles lijkt te kloppen … evenwicht, balans, controle.

Controle over alles wat ons het liefste is: ons gezin, onze kinderen. Voorlopig vormen we nog één blok. Altijd samen op pad, samen thuis, samen ruzie, samen gelukkig. Maar dat kan niet blijven duren. De tijd kan je niet stoppen. Onze kinderen groeien, worden ouder, zelfstandiger en hebben ons minder nodig.

Voorlopig weten wij, als ouders, altijd waar onze kinderen zijn. Wij bepalen waar en met wie ze zijn. Ze zijn veilig. Maar ooit zal het anders zijn. Ooit zullen ze thuis vertrekken en van het leven gaan genieten, van hun vrijheid proeven. Ze zullen van het ene feestje naar het andere trekken. Ze zullen omgaan met mensen die je niet kent en op plaatsen vertoeven die jij niet kent. Ze zullen je vertrouwen op de proef stellen én beschamen.

Maar hopelijk komen ze steeds terug. Zoeken ze steeds weer de geborgenheid en veiligheid op van ons gezin. Ik hoop het …

Het is nu moeilijk te vatten, maar ooit zullen we niet elke seconde van elke dag weten waar onze vier schatten uithangen. Ze zullen niet langer elke nacht onder ons dak slapen.

Loslaten heet dat dan. Een onvermijdelijk iets, maar zolang het niet moet, gaan we het niet doen. En gaan we genieten van onze kroost, dicht bij ons, altijd bij ons, 24/7, …

Schreef ik daar ooit geen stukje over? Over die ettertjes die werkelijk altijd rond mij hangen? Zelfs wanneer ik op toilet zit of eindelijk eens onder de douche sta?

Ach ja, je weet wel wat ik bedoel. Als ouders groeien we ook, hoop ik. Ooit zullen we er de voordelen van zien, zullen wij ónze herwonnen vrijheid appreciëren en met beide handen grijpen.

Brillenkas

Onze jongste dochter moet een bril dragen. Toen de oogarts tot die conclusie kwam, deed het me wat. Heel even, maar totaal onverwacht schoot mijn gemoed vol.

Nadien vroeg ik me af waarom. Het is toch niet zo erg dat onze dochter een bril moet dragen. Integendeel zelfs, het heeft iets en het past bij haar. Ze is niet doorsnee, niet zoals alle andere kinderen. Ze is anders …

Misschien net daarom dat mijn moederhart zich even roerde. Ik hou er wel van dat ze een beetje anders is, eigenzinnig. Er is niets zo mooi als een kind dat op één of andere manier niet mooi in het rijtje loopt, maar – vaak door slechts kleine details – uit de massa springt. Als volwassene vind je dat mooi, maar voor leeftijdsgenootjes is het vaak een mikpunt van spot, een aanleiding tot pesten.

Stel je voor dat haar klasgenootjes haar gaan uitlachen. Mijn hart breekt als ik daaraan denk. Anderzijds weet ik dat onze jongste dochter niet op haar mondje gevallen is en het nodige haar op de tanden heeft. Ze zal ongetwijfeld een gevatte repliek uit haar mouw schudden om de eventuele plaaggeesten op hun plaats te zetten. Way to go, girl!

Zelf vindt ze het stiekem best leuk om voortaan een brilletje te dragen, al houdt de mening van de klasgenootjes haar ook bezig. Ik denk dat ze het zelf ook een pluspunt vindt om niet doorsnee te zijn. Onze oudste dochter vindt tegenwoordig alles wat niet perfect in maatschappelijk aanvaardbare rijtje past ‘gênant’. Onze jongste vindt het dan eerder interessant en spannend.

Het is ok om anders te zijn, maar ik ben er ook van overtuigd dat niet ieder kind sterk genoeg in zijn schoenen staat om zijn ‘anders zijn’ te aanvaarden, om er het voordeel van in te zien en er vervolgens zijn sterkte uit te halen. Het blijft moeilijk om de mening van anderen naast je neer te leggen, zonder boe of ba. Om je middelvinger met volle overtuiging op te steken naar al die anderen die denken dat ze beter zijn.

Bij onze dochter gaat het nog maar om een brilletje, maar ik weet dat dit slechts het begin is. Iets in mij zegt me dat ze nog vaak verrassend en origineel uit de hoek zal komen. Haar sterke wil, uitgesproken karakter en speciale kantje komen meer en meer naar boven. En eerlijk gezegd kan ik niet wachten om het allemaal te ontdekken, hoewel  we ongetwijfeld nog vaak zullen vloeken en haar eigengereidheid verwensen.

brillenkas

 

 

Verloren zoon

We waren hem kwijt, onze zoon. Geen spoor meer van ons vurig, maar lief en bij wijlen vrolijk ventje. Hij werd ongemerkt vervangen door een onherkenbaar, nors, in zichzelf gekeerd jongetje. We noemden hem altijd al ‘licht ontvlambaar’, maar de laatste maanden was hij ronduit agressief. Een verkeerde blik, een achteloze aanraking, … alles kon zijn korte lontje doen ontsteken en dan kon je je maar beter uit de voeten maken. Scheldtirades, gebrul, gevloek, allerhande verwensingen, zelfs een slag of stoot … We kregen het allemaal naar ons hoofd geslingerd.

Op geen enkel moment was hij nog voor rede vatbaar. We hadden het gevoel alle grip op hem te verliezen. We werden bang voor de toekomst en dachten met doodsangst aan de puberteit die binnen enkele jaren alles zo mogelijk nóg complexer zou maken.

img_2372

We twijfelden aan onszelf, als ouders. Nóg meer dan anders. Wat deden we mis? Waren we te streng, of net te laks? Maakten we niet genoeg tijd voor onze kinderen? Meerdere keren stelden we onszelf en elkaar die vraag, vaak met de tranen in de ogen.

Op een bepaald moment voel je als ouder dat het niet meer lukt. Daar is niks mis mee, maar wat is het moeilijk om toe te geven dat je je kind niet meer de baas kan.  Het gevoel te falen in je belangrijkste taak, in je rol als moeder … het maakt je gelijk met de grond en raakt je tot in de kern van je bestaan.

Tijdens een gesprek op school legde zijn juf voorzichtig de link met de medicatie die hij ondertussen een jaar nam voor zijn ADHD. Zelf had ik daar ook al aan gedacht, en ja, we gaven het de laatste maanden meer, niet meer uitsluitend voor school, maar ook op vrije dagen om het thuis aangenamer te maken.

Ze verzekerde ons dat hij ondertussen een stevige basis van de leerstof had en dat het concentratieprobleen opgevangen kon worden. Reden genoeg voor ons om de Rilatine overboord te gooien, want dat was oorspronkelijk de enige reden waarom we vorig jaar toch onze toevlucht namen tot medicatie: zijn concentratieprobleem met als gevolg een grote leerachterstand.

img_2030
Wat er toen gebeurde, is moeilijk te geloven. Na amper 2 dagen keerde geleidelijk aan de rust in huis weer terug. Elke dag vonden we een stukje van onze zoon terug. Hij herontdekte de lego, de auto’s, zijn eigen fantasie en creativiteit. Hij zocht weer meer contact met ons, met zijn broer en zussen. Hij leefde minder en minder in zijn eigen wereldje en beleefde weer zichtbaar plezier in de interactie met de mensen om zich heen.

Na een week hadden we onze zoon helemaal terug. Vurig, maar handelbaar. Van al onze kinderen vraagt hij nog steeds de meeste aandacht en niet altijd op de juiste manier, maar er zijn weer meer goede dan slechte momenten. Hij heeft nog regelmatig uitbarstingen, maar krijgt zichzelf meestal weer net op tijd in de hand. Die zelfbeheersing was hij volledig kwijt.

Het is afwachten wat de invloed op zijn schoolresultaten zal zijn, maar eerlijk gezegd is dat het minst van mijn zorgen. Hij komt er wel, het is een volhouder, hij weet wat hij wil en gaat er ook voor.

Wij hebben onze zoon terug, hij is weer gelukkig en dat is voorlopig meer dan genoeg.

aandachtvragen

 

Geen verlof voor pleegouders: flashback

Vandaag las ik in de krant van gisteren dat pleegouders nog steeds geen recht op verlof hebben wanneer ze een kindje verwelkomen in hun gezin. Het deed me terugdenken aan de tijd dat onze pleegzoon, toen net geboren, in ons gezin kwam. Aanvankelijk in crisisopvang, maar nu, bijna 3 jaar later, is hij – godzijdank – nog steeds in ons leven.

Op een winterse maandagavond kregen we een telefoontje van pleegzorg. Of we een pasgeboren baby’tje wilden opvangen. Mijn hart deed een vreugdesprongetje … eindelijk een boeleke. De oudste dochter die tegen mijn wang geplakt het gesprek volgde, kon evenmin haar enthousiasme onder stoelen of banken steken. Natúúrlijk wilden wij dat baby’tje even een thuis geven. Zonder er verder over na te denken… Maar dan, de hoorn op de haak, de adrenalineshot neemt af, reality checks in.

Oei, een baby’tje moet naar een crèche of onthaalmoeder wanneer ik ga werken. Vlug alle crèches opzoeken in de buurt en opbellen. Welke babyspullen hebben we nog allemaal in de kelder steken? Veel, maar niet genoeg. Even een sms’je rondsturen. Allerlei dingen waar je normaal 9 maanden de tijd voor hebt, moesten nu in sneltempo geregeld worden. Maar kijk, het lukte en toen we 2 dagen later die wolk van een baby op de materniteit gingen halen, waren alle praktische zaken tip top in orde.

Waar we echter niet op waren voorbereid, waren de onderbroken nachten. Je zit met een pasgeboren baby’tje en alles wat erbij hoort, maar het leven gaat gewoon door. Die wekker begint nog steeds te kwelen om 6u30. Je wordt verwacht op je werk, ook wanneer je amper 2 uurtjes geslapen hebt. Geen ouderschapsverlof, geen kraamhulp, niks.

Toen leek dat best te lukken, je leeft op automatische piloot, je cijfert jezelf volledig weg en doet wat je moet doen. Een mens is vaak sterker dan hij denkt en een moeder kan bergen verzetten, maar er zijn grenzen. Ook bij mij was na een half jaar het vat af. Ik ben diep in het rood gegaan en dat heb ik nog lange tijd moeten bekopen.

Maar kijk, die baby wordt een peuter en is ondertussen een kleuter. Hoe onmenselijk zwaar die eerste maanden ook waren, het zijn momenten als de eerste schooldag, enkele weken geleden, waar je het voor doet. De zelfzekerheid waarmee ons ventje vrolijk door de schoolpoort stapt, daar hebben wij mee voor gezorgd. Hoe ons pleegzorgverhaal ook afloopt, wij hebben hem alvast een stevige basis gegeven, weerbaar gemaakt, hopelijk bestand tegen het harde leven dat hem te wachten staat. Dat gevoel is onbetaalbaar en geeft ons enorm veel voldoening.

Wij zouden het zo opnieuw doen, maar ik begrijp dat anderen ervan terugschrikken. Je wil een kind in nood opvangen en alles geven wat het op dat moment zó nodig heeft: een stabiele omgeving, rust, een warme thuis en liefde, … veel liefde. Dat kost niks, alleen maar tijd. Tijd die er niet is, tenzij je heel veel opoffert en je je eigen leven eventjes on hold zet. Tijd die de overheid kan bieden door ook pleegouders eindelijk recht op verlof te geven. Tijd die ongetwijfeld meer gezinnen over de streep zal trekken om pleegzorg een kans te geven.

Elk jaar zijn er ongeveer 500 kinderen in Vlaanderen die in de kou blijven staan bij gebrek aan pleeggezinnen. Dat zijn 2 op 3 pleegzorgaanvragen die niet positief beantwoord kunnen worden.

Komaan politici, het wetsvoorstel ligt klaar, waar wachten jullie op?

time

 

 

Helse nachten

Je zou denken dat je bij het vierde kind wel weet hoe je moet opvoeden. Niets is minder waar. Bij elk kind doemen nieuwe problemen op, bij elke leeftijd word je geconfronteerd met andere issues, bij elke verandering spelen onverwachte zorgen op.


Zo zijn we nu met onze kleinste in een onbekende opvoedingssituatie beland. Hij wil niet meer slapen. Punt, komma, andere lijn.

Tot voor enkele weken legde ik hem in bed, viel hij in slaap en werd pas de volgende ochtend of zelfs middag wakker. Een goede slaper noemen ze dat. En plots kwam daar verandering in. Hij wil niet blijven liggen, begint te roepen en te tieren. Tot overmaat van ramp heeft hij ook ontdekt dat hij zelf uit het bed kan klimmen.

De eerste avond met zo’n zenuwslopende scène probeerde ik het nog op te lossen door hem op mijn schoot te nemen, te troosten, begripvol te zijn. Yeah right! Dat maakt het dus alleen maar erger. Natuurlijk ligt hij liever op mijn schoot te baden in mijn liefde en warmte dan in zijn eigen koude, donkere bedje.

De volgende avonden dan maar de goede raad van de nanny op tv opgevolgd, want dit werkte perfect bij onze andere zoon: geen oogcontact, niets zeggen, kordaat weer in zijn bed leggen … keer op keer … op keer op keer … op keer …

Wat een koppig kind hebben wij! Een uur ging voorbij waarin hij constant uit zijn bed kwam. Hoeveel energie kan een kind van 2,5 hebben? Met slaapzak en al stond hij op welgeteld 10 seconden weer naast zijn bed. In het begin gaf ik hem de kans niet om uit het bed te kruipen, maar omdat het er niet naar uitzag dat hij snel zou opgeven, veranderde ik mijn strategie. Ik zou hem uitputten, afmatten tot hij niet meer kon. Dat werkte, op den duur gaf hij zich gewonnen en bleef hij liggen, maar schijn bedriegt.

Wanneer ik dacht dat hij eindelijk sliep en zelf in bed kon kruipen, stak hij zijn hoofdje omhoog. Als hij mij zag, ging hij weer liggen. Zag hij mij niet, dan begon het allemaal van voor af aan.  Even gerust, weer klaar om er vol tegen aan te gaan. Soms viel hij wel in slaap, maar werd hij na een paar uur weer wakker en speelde hetzelfde scenario zich opnieuw af.

Er waren avonden dat dit spelletje ruim twee uur duurde. Om gek van te worden. Er waren nachten dat ik totaal uitgeput moest vechten tegen mijn tranen. Dat ik diep in mij dingen voelde die ik niet durf neerschrijven. Enkele nachten van dat kaliber kan een mens wel aan, maar na 7 nachten ben je zo moe dat je jezelf al slapend met het voorhoofd tegen de deurstijl betrapt.

Gelukkig heb ik ook nog een vent die het na 5 nachten niet meer kon aanzien en zichzelf mee in de strijd wierp. Zijn ‘hardere’ aanpak in combinatie met het schrappen van de middagdutjes en het laat opblijven doen vermoeden dat het einde in zicht is. De scènes worden korter en hij slaapt af en toe weer eens een hele nacht door, al wordt hij ’s ochtends nog te vroeg wakker en lukt het zelden om hem dan nog terug in slaap te krijgen.

Maar ach, de wallen onder mijn ogen zijn alweer een beetje kleiner geworden en we hebben opnieuw een paar gezellige avondjes met twee gehad, mijn vent en ik. Vroeg opstaan heeft ook zo zijn voordelen: er is al heel wat werk verricht wanneer de rest van het gezin uit bed strompelt. En dat kleine ettertje, dat is zelfs om vijf uur ’s ochtends om op te eten.

Ik heb 4 kinderen

img_9371-1

Ik heb 4 kinderen. Wie de puntjes echt op de i wil, kan daar moeilijk over doen. Ik heb er hier nochtans 4 rondlopen, 4 prachtexemplaren die mij mama noemen. En ja, 3 met helderblauwe ogen en eentje met donkerbruine kijkers. 3 die trekken hebben van mij, van mijn man en van elkaar. En ja, eentje die wat dat betreft niet helemaal in het rijtje past.

img_9587

1 van de 4 heb ik er met heel veel moeite zelf uitgeperst, een andere vond wat makkelijker zijn weg naar buiten. Nog een andere hebben ze er via mijn buik uit moeten halen. En eentje kregen we zomaar cadeau, die lag kant en klaar en moederziel alleen op ons te wachten in de couveuse op de materniteit. Dat cadeautje ging maar enkele weken bij ons blijven, maar nu – 2,5 jaar later – is hij er nog steeds.

Het enige dat hem, wat ons betreft, van de andere 3 onderscheidt, is dat hij misschien ooit eens weggaat. Dat we dat wonderbaarlijk geschenkje weer moeten inleveren. Het lijkt ondenkbaar en onmogelijk, het is hartverscheurend en onmenselijk, maar het kan. Of toch niet …

bokrijkHet is die onzekerheid die moeilijk is, soms zelfs ondraaglijk, maar tegelijkertijd ook hoop geeft. Het is die onzekerheid die me af en toe wanhopig verdrietig maakt, maar me nog vaker van het beste doet uitgaan. Door die onzekerheid krijgt hij vaak dubbel zo veel liefde, zolang het nog kan … en wordt hij soms extra verwend, zolang hij er nog is …

Het eerste anderhalf jaar van zijn leven was hij helemaal van ons. Een klein wezentje dat niemand anders had, behalve ons. Geen bezoeken met biologische ouders om rekening mee te houden. Een moeder zou voor minder vergeten dat hij niet van haar is.

Na anderhalf jaar kwam er een biologische vader in the picture. Bezoeken werden opgestart en langzaam opgebouwd. Even stond onze wereld stil. De kans bestaat dat …

Elk bezoek haalt me onderuit, drukt me met mijn neus op de feiten. Hij is niet van mij, ik ben niet zijn moeder. Maar ík ben het die hij mama noemt. Het is de warmte van míjn schoot die hij opzoekt wanneer hij moe is. Hij loopt huilend naar míj toe om zich in míjn armen te nestelen wanneer hij zich bezeert heeft.

Ik kus zijn tranen weg, wieg hem in slaap en blijf minutenlang naar hem kijken, vertederd, maar vooral verbaasd over de intense liefde die ik kan voelen voor dit kind dat niet van mij is.

img_9348 Hij weet natuurlijk niet beter, is zich van geen kwaad bewust. Hij voelt zich net hetzelfde als die andere 3 koters waar hij mee opgroeit, die hij broer of zus noemt en waarvan  hij zoveel onvoorwaardelijke liefde krijgt. En om de 2 weken gaat hij met zichtbaar plezier ‘spelen’ bij iemand die hem verwend en hem ongetwijfeld ook heel graag ziet. Iemand die hem waarschijnlijk heel erg mist wanneer hij niet bij hem is. Die keer op keer de dagen aftelt tot het volgende bezoek.

Ik begrijp die man ook, voel met hem mee en bewonder zijn volhardendheid en het engagement dat hij wil aangaan. Ik gun hem van harte de kostbare tijd met zijn zoon en ik weet ergens diep vanbinnen dat het voor ‘ons’ kind belangrijk is om die man in zijn leven te hebben.

Maar meer kan mijn moederhart niet aan. Meer zou ons gezin verscheuren en verweesd achterlaten, vol ongeloof en in immens verdriet.

En toch, als je zou vragen of we het weer zouden doen, dan zeggen we zonder twijfelen JA! want een leven zonder onze kleine ukkepuk zouden we ons niet kunnen voorstellen, hoe moeilijk het soms ook is.

Het leven vieren

Wij vieren al eens graag het leven. Vooral in de zomerperiode hebben we heel wat ‘feestjes’ met familie of vrienden. Omdat we 4 kinderen hebben is het niet evident zonder hen de bloemetjes buiten te zetten, maar we hebben ondertussen een uitgebreide vriendenkring mét kinderen waarmee we regelmatig samenkomen om bij te babbelen rond de barbecue of bij een lekker glas wijn. Dat noemen we feestjes.

2543497018_61bf87d2-3abf-4b14-9ab5-973970b4efaaMet de familie gebeurt dit ook regelmatig, bovenop de verjaardagen, trouwerijen, doopfeesten en babyborrels. Gezellig samenzijn met een hoop mensen gewoon omdat de zon schijnt of omdat iedereen toevallig tijd heeft … dat noemen wij een feest.

Wijzelf proberen bewust van het leven te genieten, zowel met het hele gezin als met twee. Wanneer de kinderen in bed liggen durven we al eens een flesje kraken, meestal in het weekend, maar even goed midden in de week. 2543497018_3f40a542-a1e3-4794-800c-0a3528d2206fWaarom ook niet? Je raakt de volgende ochtend iets moeilijker uit bed en je hebt een paar koffies meer nodig bij het ontbijt, maar die gestolen momenten van gezelligheid en qualitytime als koppel zijn onbetaalbaar en maken het soms zware ouderschap een pak aangenamer. Dan vieren we niet alleen het leven, maar ook vooral de liefde. Want geloof me, met 4 kinderen is het niet evident om het vuur brandend te houden.

Zo proberen we minstens om de 2 weken een babysit te nemen zodat we eens rustig kunnen bijpraten. De kinderen vonden het eerst maar niks, zo’n oppas en er zijn er al enkelen de revue gepasseerd, maar sinds ik chips en frisdrank in huis haal telkens de babysit komt én ze dan langer mogen opblijven, maken ze er hun eigen feestje van.

2543497018_09d5d7e0-e34b-4854-99f7-2c7146136c32Omdat we onze kinderen willen leren genieten van het leven én van de kleine dingen, hebben we met ons zessen thuis regelmatig een feestje op vrijdagavond om het weekend te vieren. Dan haal ik mijn nest van school en van de crèche, passeren we met zijn allen langs de supermarkt om hapjes en drankjes in te kopen. Normaliter drinken wij alleen maar water thuis, maar als het feest is, mag dat frisdrank zijn. Zodra iedereen dan ’s avonds thuis is, kan het feestje beginnen. Kaarsjes aan, hapjes op tafel, glaasjes gevuld, tv aan en van elkaar genieten. Meer moet dat echt niet zijn!

leefvandaag