Te weinig van mij voor iedereen

“Mama, ik heb kaka gedaan!”

“Ik kom eraan, eerst nog even je zus haar haren kammen. Mooi blijven zitten, he!”

Wanneer ik op weg ben om de kleinste zijn billen te vegen, vraagt de oudste me waar die donkere jeans is met die letters op.

“In jouw kast, Marie!”

“Nee, mama, die met die andere letters.”

“In de was, op de draad, op de strijkplank of in de mand die al drie dagen op de trap staat om mee naar boven te nemen …”

Terwijl ik dat zeg, merkt mijn linkeroog een plas melk op de grond en mijn rechteroog een half opgegeten appel onder de salontafel.

“Wie heeft er hier verdorie gemorst! En wie heeft zijn appel hier laten liggen! We verspillen geen eten en we ruimen onze eigen rommel en viezigheid op. Hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen! Jef, pak een schoteldoek en kuis dat op. Josefien gooi die appel bij de kippen.”

Dit oponthoud doet me de kleinste vergeten die ondertussen heel flink zelf zijn billen probeerde te vegen met de halve wc-rol waardoor het toilet verstopt zit.

“G*dverd*mme!!!”

Terwijl ik de natte brij toiletpapier met een pollepel uit de pot in een emmer aan het scheppen ben, roept de volgende al.

“Mamaaaaa, ik heb dorst!”

“Sta recht en pak het zelf. Je weet alles staan.”

Ondertussen is de hond het huis in geglipt op zoek naar stinkende kousen en vuile onderbroeken. Het is zo’n exemplaar met te korte poten en hele lange oren die altijd over de grond slepen en binnen een spoor van viezigheid achterlaten.

“Mama, wil je met mij een spelletje spelen? Je zegt al drie dagen dat je dat met mij gaat doen …”

“Vraag het maar aan papa.”

“Schatje, waar liggen de Uno-kaarten?”

Are you F*CKING kidding me?

Ik doe mijn best en probeer een alomtegenwoordige moeder te zijn, maar soms lijkt er gewoon niet genoeg van mezelf te zijn voor iedereen.

Het gaat niet alleen om de dagdagelijkse taken en brandjes die geblust moeten worden, dat is nog het minste waar ik me zorgen over maak. Vaak gaat het ook om aandacht en liefde, knuffels en zeemzoete blikken.

De jongste krijgt sowieso zijn portie omdat hij nog veel hulp nodig heeft en constant aan mijn rokken hangt. De tweede jongste is een floddermie en vraagt onomwonden de aandacht en liefde die ze nodig heeft en soms tekort komt. De oudste zoon eist meestal de aandacht op een negatieve manier op, waardoor veel van mijn energie verloren gaat, ten koste van de anderen. De puberdochter is ondertussen op een leeftijd gekomen dat die aandacht van mama niet meer zo nodig hoeft. Dat zou gemakkelijk moeten zijn, maar het kwetst mijn tere moederziel.

Het is schipperen tussen wat er in mijn hoofd allemaal moet gebeuren om het huishouden niet te laten ontsporen en wat de kinderen verlangen en verdienen. Ze verdienen mijn knuffels, ze snakken naar mijn liefde, maar mijn schoot is soms te klein en mijn armen te kort om ze allemaal tegelijk te geven wat ze zonder woorden vragen.

En eerlijk, te vaak zijn de was en de plas in mijn hoofd belangrijker dan die vier wezentjes van vlees en bloed die tastbaar voor me staan.

“Kijk maar wat tv! Ik kom er straks bij zitten. Ik moet nog gauw even 5 wasmanden strijk wegwerken.”

Nog twee weken ploeteren en dan zal het allemaal anders zijn. Eventjes toch … Dan is papa er om het roer af en toe over te nemen. Dan komt er 50% van mij vrij en kan ik de moeder zijn die ik wil zijn. Eentje die alle tijd van de wereld heeft om knuffels te geven en spelletjes te spelen. Of om aan de rand van het zwembad mijn kinderen gade te slaan en overspoeld te worden door een gevoel van trots en contentement. Wie weet is er zelfs nog tijd voor een boek.

Ik denk dat ze dat vakantie noemen …

Column #3: Hoe graag mogen we hem zien?

Je houdt van iemand of niet. Zo simpel is dat. Ik zie mijn kinderen graag. Alle vier.

Af en toe stellen ze me dé vraag, de aartsmoeilijke vraag die een nauwkeurig afgewogen en diplomatisch antwoord vereist. “Mama, van wie van ons hou jij het meest?”

“Ik zie jullie alle 4 even graag.”

“Ja, maar als je moet kiezen?”

“Euh, …”

Soms wordt me die vraag voorgeschoteld door volwassen mensen wanneer we het over ons pleegzorgverhaal gaat.

“Kan je zo’n kind even graag zien als je eigen kind?”

Ik denk het wel … Alle kindjes die we opvingen in crisis heb ik graag gezien, voor zolang ze hier waren. Ook nadien kregen ze een warm plekje in ons hart. Dat is wel het minste wat ze verdienen. En geloof me, wanneer er een klein dutske voor je staat dat op die moment niemand anders heeft, dan komt de liefde vanzelf.

Ons pleegzoontje Lau maakt ondertussen al drie jaar en half deel uit van ons nest. Hij kwam als pasgeboren baby en is blijven plakken in ons gezin, maar vooral in ons hart. Ik durf te zeggen dat ik hem even graag zie als onze andere drie kinderen, maar het is complexer. Je denkt er meer over na … Zie ik hem effectief even graag als de anderen? Is het een ander soort liefde? Hoort het wel dat we hem zo graag zien? Hoe graag mogen we hem zien? Is er een grens die ons beschermt tegen de pijn en het verdriet wanneer hij misschien ooit ons nest zal moeten verlaten?

Ik vrees van niet. Je ziet iemand graag of niet. Punt. Je kan er ook niet zo maar mee ophouden of er even de rem op zetten. Gelukkig maar! Het komt allemaal vanzelf, dat merk ik bij onze andere kinderen en bij mijn man.

Het maakt me ontzettend trots wanneer ik zie hoe de andere drie omgaan met hun kleine broertje. Hoe ze ervoor zorgen en hem missen wanneer hij bezoek heeft. Hoe ze naar de deur rennen en hem verwelkomen wanneer hij weer thuis komt. Ik voel warme liefde wanneer ik mijn man met de kleinste zie ravotten, net zoals hij met de anderen deed. Ik zie hem vertederd kijken naar dat vinnig ventje en soms zie ik de verwondering op zijn gezicht wanneer ook hij plots beseft dat hij hem even graag ziet als die andere drie.

img_5553

Schijn bedriegt

Af en toe deel ik een blogpostje op facebook. Héél af en toe, wanneer ik denk dat het misschien toch wel een leuk stukje is. Er volgen dan reacties, toffe en positieve commentaren, bemoedigende woorden.

Wanneer het een verhaaltje over pleegzorg is, valt het op dat veel virtuele vrienden me een fantastische mama vinden. Dat we zo’n geweldig gezin zijn. Hoe prachtig het is wat we doen. Het streelt mijn ego, daar ga ik niet flauw over doen, maar tegelijkertijd voel ik me de grootste bedriegster die er bestaat. Ik voel me namelijk allesbehalve een geweldige mama.

Ik roep, ik tier, ik zeur … Dagelijks. Meerdere malen per dag. Ik kan hen soms niet rond me verdragen. Ik stuur hen wandelen wanneer ze zonder woorden om affectie vragen. Ik laat hen schaamteloos uren tv kijken of gamen om zelf even te kunnen niksen. Ik blijf al eens ’s ochtends in bed liggen terwijl zij beneden het kot afbreken en de snoepkast plunderen. Ik verwaarloos hen, laat hen aan hun lot over, denk alleen maar aan mezelf …

Mijn kinderen gedragen zich soms als een bende onbeschofte, ongemanierde wilde dieren. Meestal alleen maar thuis, maar soms ook op een ander en dan bekruipt me een gevoel van schaamte. Dan voel ik me een gefaalde moeder die door de mand valt, betrapt, in de val gelokt en voor schut gezet door haar eigen vlees en bloed.

‘s Avond kruip ik in bed met een torenhoog schuldgevoel en sus mezelf in slaap in de overtuiging dat het vanaf morgenvroeg allemaal anders zal zijn. Dat ik mijn kinderen alleen maar complimentjes zal geven en knuffels in plaats van boze blikken en verwijten. Dat dan alle problemen vanzelf zullen verdwijnen en we eindelijk het perfecte gezinnetje zijn, een soort van familie Von Trapp in plaats van familie Flodder.

Maar soms valt alles toch heel mooi in de plooi. Er zijn van die momenten dat ik zen ben en de kinderen happy. Dan knuffelen we, lachen we en zijn we intens gelukkig. Dan zie ik hoe de grootste zich liefdevol om de kleinste ontfermt. Hoe de andere twee samen uitdokteren hoe iets werkt. Hoe ze elkaar troosten, helpen, complimentjes geven en aanmoedigen. Dan durf ik heel voorzichtig denken dat ik het misschien toch niet zo slecht doe, dat er nog hoop is voor mijn kinderen.

Ach, ik overdrijf een beetje. Ik vergroot het uit en vergeet hier en daar het woordje soms, maar het is er wel … altijd … het gevoel een slechte moeder te zijn, niet goed genoeg mijn best te doen.

Ik weet dat heel veel mama’s hiermee worstelen. Daarom heb ik maar één goed voornemen gemaakt voor 2018: de mama’s, de ploetermoeders om mij heen op tijd en stond laten weten dat ze goed bezig zijn, dat ze fantastische mama’s zijn.

Wie weet, als we het vaak genoeg te horen krijgen, geloven we het na een tijdje ook echt. Want geef toe, er is niets leuker dan een complimentje krijgen. Het geeft je vleugels, al is het maar heel even.

1 maart 2018: complimentendag

img_3249

 

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?

Stop de tijd

Heeft het te maken met het naderende einde van 2017, ik weet het niet, maar de laatste tijd overpeinzen we regelmatig de dingen. Het leven. Ons leven.

Elke keer opnieuw komen we tot het besluit dat het goed is zoals het is. Dat er niks meer moet veranderen, niet het kleinste detail. Alles lijkt te kloppen … evenwicht, balans, controle.

Controle over alles wat ons het liefste is: ons gezin, onze kinderen. Voorlopig vormen we nog één blok. Altijd samen op pad, samen thuis, samen ruzie, samen gelukkig. Maar dat kan niet blijven duren. De tijd kan je niet stoppen. Onze kinderen groeien, worden ouder, zelfstandiger en hebben ons minder nodig.

Voorlopig weten wij, als ouders, altijd waar onze kinderen zijn. Wij bepalen waar en met wie ze zijn. Ze zijn veilig. Maar ooit zal het anders zijn. Ooit zullen ze thuis vertrekken en van het leven gaan genieten, van hun vrijheid proeven. Ze zullen van het ene feestje naar het andere trekken. Ze zullen omgaan met mensen die je niet kent en op plaatsen vertoeven die jij niet kent. Ze zullen je vertrouwen op de proef stellen én beschamen.

Maar hopelijk komen ze steeds terug. Zoeken ze steeds weer de geborgenheid en veiligheid op van ons gezin. Ik hoop het …

Het is nu moeilijk te vatten, maar ooit zullen we niet elke seconde van elke dag weten waar onze vier schatten uithangen. Ze zullen niet langer elke nacht onder ons dak slapen.

Loslaten heet dat dan. Een onvermijdelijk iets, maar zolang het niet moet, gaan we het niet doen. En gaan we genieten van onze kroost, dicht bij ons, altijd bij ons, 24/7, …

Schreef ik daar ooit geen stukje over? Over die ettertjes die werkelijk altijd rond mij hangen? Zelfs wanneer ik op toilet zit of eindelijk eens onder de douche sta?

Ach ja, je weet wel wat ik bedoel. Als ouders groeien we ook, hoop ik. Ooit zullen we er de voordelen van zien, zullen wij ónze herwonnen vrijheid appreciëren en met beide handen grijpen.

Brillenkas

Onze jongste dochter moet een bril dragen. Toen de oogarts tot die conclusie kwam, deed het me wat. Heel even, maar totaal onverwacht schoot mijn gemoed vol.

Nadien vroeg ik me af waarom. Het is toch niet zo erg dat onze dochter een bril moet dragen. Integendeel zelfs, het heeft iets en het past bij haar. Ze is niet doorsnee, niet zoals alle andere kinderen. Ze is anders …

Misschien net daarom dat mijn moederhart zich even roerde. Ik hou er wel van dat ze een beetje anders is, eigenzinnig. Er is niets zo mooi als een kind dat op één of andere manier niet mooi in het rijtje loopt, maar – vaak door slechts kleine details – uit de massa springt. Als volwassene vind je dat mooi, maar voor leeftijdsgenootjes is het vaak een mikpunt van spot, een aanleiding tot pesten.

Stel je voor dat haar klasgenootjes haar gaan uitlachen. Mijn hart breekt als ik daaraan denk. Anderzijds weet ik dat onze jongste dochter niet op haar mondje gevallen is en het nodige haar op de tanden heeft. Ze zal ongetwijfeld een gevatte repliek uit haar mouw schudden om de eventuele plaaggeesten op hun plaats te zetten. Way to go, girl!

Zelf vindt ze het stiekem best leuk om voortaan een brilletje te dragen, al houdt de mening van de klasgenootjes haar ook bezig. Ik denk dat ze het zelf ook een pluspunt vindt om niet doorsnee te zijn. Onze oudste dochter vindt tegenwoordig alles wat niet perfect in maatschappelijk aanvaardbare rijtje past ‘gênant’. Onze jongste vindt het dan eerder interessant en spannend.

Het is ok om anders te zijn, maar ik ben er ook van overtuigd dat niet ieder kind sterk genoeg in zijn schoenen staat om zijn ‘anders zijn’ te aanvaarden, om er het voordeel van in te zien en er vervolgens zijn sterkte uit te halen. Het blijft moeilijk om de mening van anderen naast je neer te leggen, zonder boe of ba. Om je middelvinger met volle overtuiging op te steken naar al die anderen die denken dat ze beter zijn.

Bij onze dochter gaat het nog maar om een brilletje, maar ik weet dat dit slechts het begin is. Iets in mij zegt me dat ze nog vaak verrassend en origineel uit de hoek zal komen. Haar sterke wil, uitgesproken karakter en speciale kantje komen meer en meer naar boven. En eerlijk gezegd kan ik niet wachten om het allemaal te ontdekken, hoewel  we ongetwijfeld nog vaak zullen vloeken en haar eigengereidheid verwensen.

brillenkas

 

 

40 dagen zonder scherm

Voor de zomer werden we in ons gezin weer met een nieuw probleem geconfronteerd: onhandelbare kinderen die hun kostbare tijd voornamelijk doorbrengen voor allerlei schermen. Hun lichaamsbeweging beperkte zich vaak tot het slenteren van het ene scherm naar het andere. Wanneer ze aan tafel moesten komen, schreeuwden ze moord en brand, want de missie was nog niet afgerond of de zoveelste inhoudsloze serie was net zo spannend of bijna gedaan. Wanneer ze dan eindelijk aan tafel zaten, was de sfeer al zodanig verpest dat niemand nog zin had in een gezellige babbel.

Toegegeven, soms is het verdomd handig om je kinderen uren voor tv of PlayStation te laten hangen. Zo krijg je tenminste die achterstand strijk weggewerkt of de keuken voor het eerst in drie weken nog eens gedweild. Of, laten we eerlijk zijn, dan kan je zelf nog eens ongestoord een roddelboekje doorbladeren of genieten van de zon in de tuin.

Een gezin runnen is sowieso elke dag opnieuw een uitdaging, maar er zijn dagen dat het niet lijkt te werken. Dat de dynamiek in ons gezin knettert en iedereen even genoeg heeft van elkaar. Elke dag leek een strijd, de gezelligheid ver zoek.

’s Avond kruip je dan als ouders uitgeput en ontgoocheld in bed en lig je nog een uur samen te ventileren, alles op te noemen wat er mis is gelopen en te bespreken wie die dag de grootste onruststoker was. Vaak komen we dan in die late uurtjes tot verrassende conclusies en héél af en toe worden er zelfs heel voorzichtig oplossingen geopperd, maar uiteindelijk vallen we toch weer gewoon in slaap en hopen we de volgende ochtend, tegen beter weten in, dat het vanaf dan anders zal zijn.

Tot die ene avond … Er moest iets veranderen! De weinige échte gezinsmomenten waren een marteling geworden. Na een grondige nachtelijke analyse van ons gezinsleven kwamen we tot de conclusie dat – hoe kan het ook anders – de schuld niet bij de kinderen lag, maar bij onszelf. We gingen onze verantwoordelijkheid als ouders uit de weg. De uren dat we onze kinderen voor de tv, of bij uitbreiding voor een scherm lieten hangen liepen hoog op. Er was zelfs nog een scherm bijgekomen zodat de oudste zoon zijn eigen plekje had om zijn ding te doen. En onze kleinste zat ondertussen ook al liever in de zetel op mijn smartphone naar Bumba te kijken dan op de speelmat met autootjes te racen. Al onze principes waar we niet zo lang geleden nog zo veel belang aan hechtten, hadden we zonder het zelf te beseffen overboord gegooid.

We hadden het gevoel dat we onze kroost niet meer in de hand hadden. Ze leefden niet meer samen, maar ieder apart in hun eigen wereldje, hun eigen vierkante meter voor hun scherm. We wilden ons gezin terug en dat zou alleen maar lukken als we die vervloekte schermen lieten verdwijnen. Zo gezegd, zo gedaan: we gooiden de hele rotzooi de kelder in.

Tegen alle verwachtingen in reageerden de kinderen heel gelaten toen ze ’s ochtends merkten dat de schermen weg waren. Ze gingen onmiddellijk op zoek naar alternatieven. Er werd weer écht gespeeld met vergeten speelgoed én met elkaar. Ze waren nu aangewezen op elkaar waardoor ze weer écht met elkaar praatten, overlegden, compromissen sloten. ’s Ochtends werd er opmerkelijk langer geslapen. Zonder tv blijkbaar geen reden om op te staan.

’s Avonds maakten we fietstochtjes of speelden we met zijn allen in de tuin tot het donker werd. Zelfs een boek speelkaarten leek weer interessant. Ik had al snel het gevoel mijn gezin eindelijk terug te hebben. We waren een beetje meer het gezin dat ik wil zijn. We leefden weer mét elkaar en niet meer naast elkaar.

En toch staat er sinds een tijdje weer een groot, lelijk scherm in de woonkamer. De kinderen begonnen er meer en meer naar te vragen en zélf misten we het ook om op een regenachtige avond nog even gezellig op de bank een programmaatje mee te pikken of op zijn minst het journaal te zien.

Helaas moeten we vaststellen dat zodra de tv er weer stond, we met zijn allen onmiddellijk hervielen in onze oude gewoontes. Maar, de frisse herfstavonden komen er aan en dan maken we het ’s avonds vaak gezellig voor de buis met een hapje en een drankje. Dat is ook qualitytime ten top!

Toch zou ik dit ‘experiment’ graag af en toe herhalen. Al is het maar om de banden binnen ons gezin weer wat aan te halen als dat nodig is.

Helse nachten

Je zou denken dat je bij het vierde kind wel weet hoe je moet opvoeden. Niets is minder waar. Bij elk kind doemen nieuwe problemen op, bij elke leeftijd word je geconfronteerd met andere issues, bij elke verandering spelen onverwachte zorgen op.


Zo zijn we nu met onze kleinste in een onbekende opvoedingssituatie beland. Hij wil niet meer slapen. Punt, komma, andere lijn.

Tot voor enkele weken legde ik hem in bed, viel hij in slaap en werd pas de volgende ochtend of zelfs middag wakker. Een goede slaper noemen ze dat. En plots kwam daar verandering in. Hij wil niet blijven liggen, begint te roepen en te tieren. Tot overmaat van ramp heeft hij ook ontdekt dat hij zelf uit het bed kan klimmen.

De eerste avond met zo’n zenuwslopende scène probeerde ik het nog op te lossen door hem op mijn schoot te nemen, te troosten, begripvol te zijn. Yeah right! Dat maakt het dus alleen maar erger. Natuurlijk ligt hij liever op mijn schoot te baden in mijn liefde en warmte dan in zijn eigen koude, donkere bedje.

De volgende avonden dan maar de goede raad van de nanny op tv opgevolgd, want dit werkte perfect bij onze andere zoon: geen oogcontact, niets zeggen, kordaat weer in zijn bed leggen … keer op keer … op keer op keer … op keer …

Wat een koppig kind hebben wij! Een uur ging voorbij waarin hij constant uit zijn bed kwam. Hoeveel energie kan een kind van 2,5 hebben? Met slaapzak en al stond hij op welgeteld 10 seconden weer naast zijn bed. In het begin gaf ik hem de kans niet om uit het bed te kruipen, maar omdat het er niet naar uitzag dat hij snel zou opgeven, veranderde ik mijn strategie. Ik zou hem uitputten, afmatten tot hij niet meer kon. Dat werkte, op den duur gaf hij zich gewonnen en bleef hij liggen, maar schijn bedriegt.

Wanneer ik dacht dat hij eindelijk sliep en zelf in bed kon kruipen, stak hij zijn hoofdje omhoog. Als hij mij zag, ging hij weer liggen. Zag hij mij niet, dan begon het allemaal van voor af aan.  Even gerust, weer klaar om er vol tegen aan te gaan. Soms viel hij wel in slaap, maar werd hij na een paar uur weer wakker en speelde hetzelfde scenario zich opnieuw af.

Er waren avonden dat dit spelletje ruim twee uur duurde. Om gek van te worden. Er waren nachten dat ik totaal uitgeput moest vechten tegen mijn tranen. Dat ik diep in mij dingen voelde die ik niet durf neerschrijven. Enkele nachten van dat kaliber kan een mens wel aan, maar na 7 nachten ben je zo moe dat je jezelf al slapend met het voorhoofd tegen de deurstijl betrapt.

Gelukkig heb ik ook nog een vent die het na 5 nachten niet meer kon aanzien en zichzelf mee in de strijd wierp. Zijn ‘hardere’ aanpak in combinatie met het schrappen van de middagdutjes en het laat opblijven doen vermoeden dat het einde in zicht is. De scènes worden korter en hij slaapt af en toe weer eens een hele nacht door, al wordt hij ’s ochtends nog te vroeg wakker en lukt het zelden om hem dan nog terug in slaap te krijgen.

Maar ach, de wallen onder mijn ogen zijn alweer een beetje kleiner geworden en we hebben opnieuw een paar gezellige avondjes met twee gehad, mijn vent en ik. Vroeg opstaan heeft ook zo zijn voordelen: er is al heel wat werk verricht wanneer de rest van het gezin uit bed strompelt. En dat kleine ettertje, dat is zelfs om vijf uur ’s ochtends om op te eten.

Lang leve het onderwijs

 

Het dorp waar we wonen is een boerengat, een Kempische scheet groot. En toch zijn er 3 scholen. Twee hele grote en 1 heel kleintje. Wij kozen voor het kleintje. Liever mijn kleuter rustig laten starten in een klasje van 10, dan in een groep van 25 waar doorheen het jaar nog eens minstens 15 kindjes bijkomen.

Het was niet alleen het kleinschalige dat ons aansprak, maar ook het groene karakter van de school – in tegenstelling tot de 2 andere betonnen bunkers – en de openheid: geen hermetisch afgesloten domein, maar een doorzichtige omheining met kleurrijke poortjes die indien nodig op slot gaan, maar er blijft altijd minstens 1 toegang open, klaar om de ouders te ontvangen.

De kleinschaligheid kan ongetwijfeld een troef zijn, maar tegelijkertijd zorgt het jaar na jaar voor heel wat ellende bij het schoolteam. De juffen moeten al jaren knokken om de school in leven te houden, ze moeten ongetwijfeld dubbel zo hard werken als andere juffen. Ik kan het weten, want een voordeel van een klein schooltje is de enorme betrokkenheid van de ouders.

De leerkrachten halen alles uit de kast om élk kind, hoe moeilijk het ook gaat, mee te nemen naar het volgende leerjaar. Ze halen het onderste uit de kan om ook de allerzwakste leerlingen vol zelfvertrouwen en met een positief zelfbeeld tot over de eindstreep te brengen. Ik kan het weten, want mijn oudste dochter heeft tegen alle verwachtingen in haar getuigschrift behaald en dat is volledig en alleen te wijten aan de onovertroffen en onuitputtelijke inzet van het hele schoolteam en dat jarenlang. Mijn oudste zoon heeft het ook moeilijk, leren gaat allesbehalve vanzelf, maar ik heb er ook nu weer het volste vertrouwen in dat hij binnen enkele jaren afzwaait, wetende dat hij niet de beste is in rekenen en schrijven, maar wel uitblinkt in een heleboel andere dingen.

Maar hoe hard onze juffen ook werken, er zijn nu eenmaal een ministerie van onderwijs, inrichtende machten en directeurs van scholengroepen die daar geen rekening mee houden. Die zitten achter hun chique bureau en bekijken op het scherm van hun laptop de feiten en de cijfers. Die houden er geen rekening mee hoe geweldig en gemotiveerd een leerkracht is. Ben jij de laatste in rij en vallen er uren weg, dan kan jij vertrekken. Ik kan het weten, want ik heb zelf jaren in  het onderwijs gestaan.

Zo zag ik rondom mij fantastische leerkrachten vertrekken, onder dwang, door een gebrek aan uren of na enkele jaren dienst toch ongeschikt bevonden door iemand die nooit één les heeft bijgewoond. Persoonlijke drama’s worden op het hoogste niveau in scène gezet, geïnspireerd door mooi ogende grafieken, statistieken en wetmatigheden.

En ook nu weer moeten we in ons kleine schooltje afscheid nemen van een juf uit de duizend, al 17 jaar lang een vaste waarde in de school. Ook nu weer moet op een andere school een droomjuf haar vertrouwde nest verlaten. Al hun inspanningen, hun ontelbare creatief uitgewerkte lessen, hun bewonderenswaardige inzet tijdens en na de schooluren, … hebben tot niets geleid, zijn verloren en hebben hen, behalve het plezier van de kinderen en de dankbaarheid van de ouders, niets opgeleverd.

Los van de impact op het leerkrachtenteam en de leerlingen, is dit voor de juf zelf een klap in het gezicht, een persoonlijke tragedie. Feiten en cijfers beslissen, geen greintje menselijkheid is ermee gemoeid. Maar zo gaat dat helaas in het onderwijs. Je zou er als leerkracht voor minder de brui aan geven en op zoek gaan naar meer werkzekerheid én een job waarbij je inzet en capaciteiten wél een rol spelen.

changes