Pop-up column Libelle: cadeautjes

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

Gepakt en gezakt staan we klaar voor enkele dagen Spaanse zon, met zijn tweetjes. Doorgaans ben ik low profile, maar op mijn verjaardag sta ik graag in de belangstelling. Dat heeft mijn wederhelft goed begrepen dit jaar, want hij verraste me met dit tripje. Maar onderweg naar de luchthaven overvalt me een schuldgevoel: we laten onze vier kinderen achter. Meteen daarna stel ik mezelf gerust. De pleegzoon zal het weekend spenderen bij zijn papa en de overige dagen zal de oudste dochter, die al twintig is, voor hem zorgen. Onze oudste zoon zal genieten van het gebrek aan ouderlijk toezicht en de dochters zijn perfect in staat het huishouden draaiende te houden. Wat een verschil met vroeger, toen we opvang voor onze kroost moesten zoeken. Daar heb ik het altijd moeilijk mee gehad. Vooral sinds de komst van de pleegzoon, die wel wat extra zorg nodig heeft, wilde ik anderen zo min mogelijk lastigvallen met ons engagement. Ik heb het me toen onnodig lastig gemaakt, maar het heeft er wel voor gezorgd dat we nu als gezin ‘zelfvoorzienend’ zijn geworden: onze kinderen zorgen voor zichzelf én voor elkaar. Dus ja, ik ga schaamteloos genieten van mijn cadeautje dit weekend. Al is het besef dat mijn kinderen de komende dagen ook zonder mij kunnen, misschien wel het mooiste geschenk wat ik als moeder kan krijgen.

Wil jij ook pleeggezin worden? Er staan nog meer dan duizend kinderen en jongeren op de wachtlijst, voor wie Pleegzorg Vlaanderen een warme thuis zoekt. Surf naar pleegzorg.be voor meer informatie.

Pop-up column Libelle: jeuk

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“We liggen samen in bed, dicht tegen elkaar. Ik lees voor en hij luistert aandachtig, maar ik word gek van zijn gewriemel. Wanneer ik vraag waarom hij in godsnaam niet stil kan blijven liggen, zegt hij dat zijn billen jeuken en steeds moet krabben. Wanneer ik vraag of ik even mag kijken, krijg ik een vastberaden nee. Ik schrik en vraag waarom niet. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ik dat vroeger bij grote broer Jef ook deed.

Zijn antwoord brengt me van mijn melk. ‘Ja, maar Jef is jouw echte kind.’

Terwijl hij dit zegt, kijkt hij mij zijdelings aan. Om mijn reactie te peilen, vermoed ik. Ik lach zijn opmerking weg en probeer hem van het tegendeel te overtuigen.

‘Voor mij ben jij wel mijn echte kind.’

Hij giechelt verlegen, laat zijn broek zakken en stelt zijn bips ten toon. Eczeem, zoals ik al dacht.

Het lijkt banaal, maar zulke momenten betekenen veel voor mij. De gedachte dat hij niet echt ons kind is, is nooit ver weg in dat hoofdje van hem. Biologisch gezien is hij inderdaad niet ons kind, maar zijn gevoel zegt iets anders. En dat weet ik door wat er net gebeurde. Ik mag er zelfs een zalfje op smeren.”

Pop-up column Libelle: nieuwe puppy

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“We kochten een hond. In het begin vond L. het geweldig, maar na een tijdje merkte ik dat hij haar steeds meer links liet liggen. Toen op een dag onze puppy de show weer eens stal en iedereens aandacht opeiste, werd L. boos en riep: ‘Ik haat Odette. Ze neemt mijn gezin af.’

Mijn (pleeg)moederhart brak weer eens in duizend stukjes. Als jongste van ons gezin gaat hij met de meeste aandacht lopen. Als hij die aandacht krijgt, voelt hij zich geliefd en deel van ons gezin. Daar heeft hij als pleegkind extra behoefte aan. En inderdaad, dat waren we uit het oog verloren.

Even later bekoelde de liefde opnieuw. Mijn intuïtie zei dat er iets zat aan te komen. Toen ik hem vroeg waarom hij niet meer met Odette wilde spelen, had hij een glashelder antwoord klaar: “Ik wil niet te veel van haar gaan houden, want dan moet ik te erg huilen als ze er niet meer is.”

Slik. Het leven van onze pleegzoon bestaat vaak uit afscheid en gemis. Ik dacht dat hij dat een plaatsje had gegeven, maar blijkbaar is afstand houden zijn manier om ermee om te gaan.”

Pop-up column Libelle: FOMO

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“L., onze pleegzoon, neemt mijn gsm en begint door de foto’s te scrollen. Plots zie ik hem bedenkelijk kijken. Hij toont me een foto van vorig weekend op een feestje. We staan er met zijn allen lachend op, zonder hem. Verontwaardigd vraagt hij waar hij toen was. Ik leg hem uit dat hij dat weekend bij Papa C. was. De uitdrukking op zijn gezicht verraadt dat zijn hoofd op volle toeren draait. Het lijkt alsof hij door die foto plots beseft dat het leven hier thuis gewoon verder gaat, ook wanneer hij er niet is. Hij maakt me heel duidelijk hoe oneerlijk hij het vindt dat wij leuke dingen doen zonder hem. Een duidelijk geval van FOMO dus. Ik snap hem wel, want ook ik heb het er soms moeilijk mee. Telkens als we iets leuks gaan doen of een gezinsfoto nemen zonder hem, voelt het niet juist. Hij is een pleegkind, maar na ruim tien jaar hoort hij erbij. Ik heb hem van de materniteit mee naar huis gebracht en de nachtelijke voedingen en luiers doorstaan, terwijl ik de volgende dag gewoon moest gaan werken. Hij is mijn kind niet, maar ik deed het toch. Toen al met een liefde die sindsdien alleen maar groter én godzijdank wederzijds werd.”

Pop-up column Libelle: Hoe nobel

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“Hoe ontzettend nobel, wat jullie doen met pleegzorg!”

Honderd, nee duizend keer kregen we het al te horen. Nobel … geen courant woord, maar het lijkt onlosmakelijk verbonden met pleegzorg.

Sinds 2013 zijn we een pleeggezin. Eerst deden we crisisopvang: je krijgt ’s ochtends telefoon en ’s avonds zit er een kindje bij aan tafel. Onze pleegzoon was het vierde kindje dat we opvingen, maar hij is tien jaar later nog steeds bij ons. De schouderklopjes doen deugd, maar nobel zou ik het niet noemen. Het is een engagement dat veel vraagt, maar de voldoening die het schenkt én de liefde die je ervoor in de plaats krijgt, zijn onbetaalbaar.

Op drukke plekken zie ik hem Gerts hand vastnemen en diens nabijheid zoeken. Om rustig te worden voor het slapengaan, moet hij eerst nog even knuffelen en voel ik zijn lijfje ontspannen. De geheimpjes die hij alleen aan mij vertelt. Maar evenzeer de oprechte excuses, kort nadat hij boos heeft geroepen dat wij zijn echte ouders niet zijn. Of ‘ik heb je gemist, mama’ wanneer hij weer thuis is na een weekend bij zijn papa. Het zijn die dingen die me keer op keer doen beseffen hoe waardevol het is wat we voor hem doen.

Column Kleurrijk: 10 jaar pleegzorgdecreet

Hip hip hoera! Het pleegzorgdecreet en Pleegzorg Vlaanderen bestaat 10 jaar. Toeval bestaat niet, maar onze pleegzoon ook. Hij wordt in november 10 en in december is hij 10 jaar bij ons. Een decennium. Een jubileum. Feest!

Wat er zich achter de schermen allemaal heeft afgespeeld, daar heb ik geen flauw benul van. Ik was te druk bezig met het moederen over vier kinderen. Het is af en toe pittig geweest. De constante aanpassing aan nieuwe, uitgebreide bezoekregelingen bijvoorbeeld, liet vaak tijdelijk zijn sporen na: net wanneer je dacht een aangenaam evenwicht bereikt te hebben, moest er weer rond de tafel gezeten worden. Het was steeds opnieuw een les in meegaan met iets waar je zelf niet om gevraagd hebt. Met tegenzin, maar omdat het moet en omdat je diep van binnen weet dat dit het beste is voor het kind.

Het is vooral ook heel leuk geweest. Elk jaar zijn verjaardag mogen vieren. Hem zien opgroeien, zijn eerste stapjes, zijn eerste woordjes, … dingen herkennen in hem van jezelf, je man of van je andere kinderen. Andere dingen dan weer niet kunnen thuis brengen. Ik stond vaak met grote ogen te kijken naar zijn veerkracht en aanpassingsvermogen. Hoe moet het zijn om steeds maar weer uit je vertrouwde cocon te worden gehaald om ergens anders tijd door te brengen? En wanneer je je daar een beetje op je gemak voelt, moet je weer terug.

Het was en is soms moeilijk om hem te zien worstelen met zijn uitzonderlijke situatie. Een antwoord geven op zijn vragen, was en is een uitdaging. Waarom woon ik bij jullie? Waar is mijn mama? Wat als ik niet bij jullie kan blijven? … Het schenkt een enorme voldoening wanneer je merkt dat je hem – voor een tijdje – kan kalmeren en geruststellen. Het geeft een moeilijk te omschrijven gevoel wanneer je de veilige haven bent van andermans kind. Er ligt een hele dunne grens tussen de harde realiteit verbloemen en de dingen benoemen zoals ze zijn.

Als moeder is het vooral heel mooi om je andere kinderen in die 10 jaar te zien groeien in hun rol als (pleeg)broer of -zus. Ook zij moesten zich willens nillens aanpassen aan de steeds veranderende realiteit rond hen. Ze hebben daar nooit moeilijk over gedaan, integendeel. Ze gaan door het vuur voor hun pleegbroertje. Dat maakt van mij een fiere moeder.

En laten we vooral de vaders in dit verhaal niet vergeten. Het zijn er twee. Papa C heb ik in die jaren zien evolueren van een onzekere tot een vastberaden vader die het beste voor zijn kind wil en een steeds grotere rol in zijn leven wil spelen. Onze papa is er ook nog. Die staat al 10 jaar lang als een rots in de soms woelige zee te wachten tot hij telkens weer een veilig plekje kan bieden middenin de woeste golven.

10 jaren zijn voorbij gevlogen. Het liep niet altijd van een leien dakje, maar pleegzorg was er steeds om ons bij te staan. Soms was dat slechts een babbeltje waarin we ons hart eens konden luchten. Soms was er meer nodig en schoot een heel team in actie. Dat maakt dat het wat ons betreft 10 hele mooie jaren waren waarin elke hindernis vlotjes genomen werd.

Mogen we dan nu bijtekenen voor nog eens 10 meer?

Column Kleurrijk: Verlies

Schrijven over verlies. Dat was de opdracht voor deze column. Niet makkelijk, geen inspiratie. Maar zoals zo vaak hielp het lot een handje. Helaas, want kort voor de deadline van deze column moesten we, na bijna 10 jaar, afscheid nemen van onze hond Lola. Lola kwam er een maand voor Lou, onverwachts, in ons gezin kwam en uiteindelijk ook bleef. Ze groeiden dus samen op, ondanks de zware allergie die Lou heeft voor honden. En katten. En alle andere dieren met haar.

Wanneer we op vakantie vertrokken, huilde Lou steevast tranen met tuiten omdat we onze hond moesten thuis laten. ‘Wie gaat er nu voor Lola zorgen? Ik ga haar zo missen! Wat als er ondertussen iets met haar gebeurt?’ We kregen hem gelukkig snel getroost, maar het het gemis stak enkele dagen later gegarandeerd weer de kop op. Opmerkelijk was dat vroeger het verdriet om Lola meestal overging in het verdriet om zijn mama die hij niet kent, nooit gekend heeft en toch heel erg mist. Dit is en blijft voor hem een groot verlies.

Al heeft hij de afwezigheid van zijn mama, zo lijkt het, de laatste jaren een plaatsje kunnen geven, we merken dat het een gevoelig thema is, wanneer mijn moeder weer voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Lou is dan altijd boos en weigert afscheid van haar te nemen. Hij vindt het absoluut niet kunnen dat mijn eigen moeder mij zomaar achterlaat. Het is schattig hoe hij het voor mij opneemt en met mij in zit, maar de achterliggende reden van zijn gedrag maakt het allemaal een beetje pijnlijk.

Het einde van het schooljaar ging ook dit jaar gepaard met de nodige traantjes. Afscheid nemen van zijn klas, de juf, zijn vriendjes … het valt hem zwaar. Hij is bang dat ze hem allemaal gaan vergeten en dat het (tijdelijke) verlies van zijn dagelijkse routine iets permanents wordt.

Maar dus, 2 weken geleden gebeurde het ondenkbare. Lola ging dood. Al zagen we het aankomen, het bleef onverwacht. Iedereen hier thuis, van klein tot groot heeft tranen gelaten. Er werd onderling geknuffeld en getroost. Mooi om te zien ook, hoe in momenten van intens verdriet de stevige basis van ons gezin zichtbaar wordt. Hoe ook de kinderen er voor elkaar zijn. Het geeft hoop naar de toekomst toe, want tussen de chaos, de drukte, het gekibbel en gesnauw is het niet altijd duidelijk dat de liefde groot is.

We gaven het verlies een mooi plekje in een hoekje achterin onze tuin. De kinderen timmerden een houten kruis in elkaar en mooie bloemetjes werden geplant en gezaaid. Foto’s van Lola werden bij elkaar gezocht en slingeren nu rond in huis. Het bewijst dat verlies en verdriet best niet weggestopt en genegeerd worden, maar letterlijk en figuurlijk een plaatsje moeten krijgen zodat het niet persé iets negatiefs hoeft te zijn, maar deel kan uitmaken van het leven.

Pleegpapa

In deze editie van Kleurrijk die draait rond (pleeg)vaders neem ik, Gert, het voor de column even over van mijn vrouw Lies. Ik werd verliefd op haar grote hart, haar engagement en haar open blik op de wereld. Het is dankzij die eigenschappen dat ik pleegvader ben geworden. Een rol waarover ik eerst mijn twijfels had, tenminste om die rol fulltime op te nemen, maar tot op heden heb ik er nog geen minuut spijt van gehad.

We begonnen met crisisopvang en dat was me op het lijf geschreven. De kinderen die enkele weken of maanden in ons gezin verbleven kon ik zonder problemen de aandacht en liefde geven die ze nodig hadden, al hield ik me altijd wel een beetje op de achtergrond en deden mijn vrouw en kinderen het meeste werk. Ik hield me ook liefst zo ver mogelijk van de achtergrondsituatie en ouders die het kind met zich meebracht. Op die manier hoopte ik zo neutraal mogelijk en zonder oordeel tegenover het kind te staan, want ik was bang dat al de problemen mijn beeld over het kind zouden beïnvloeden.

Nadat we enkele kinderen in ons gezin opvingen, kwam Lou in ons leven. Met hem stapten we over van crisisopvang naar langdurige opvang. De vraag kwam na een half jaar vanuit pleegzorg. Mijn vrouw en drie kinderen moesten geen seconde nadenken en zeiden volmondig ja. Ze hadden zich helemaal gehecht aan dat kleintje en waren blij dat hij kon blijven. Voor mij was het niet zo simpel. De crisisopvang was altijd kort en voelde voor mij eerder vrijblijvend aan. Een langdurige opvang bracht, naar mijn gevoel, plots veel meer verantwoordelijkheid en verplichtingen met zich mee. Hoewel ik me daar niet de meeste zorgen over maakte. Ik was vooral bang dat ik het kind niet even graag zou kunnen zien als mijn eigen kinderen. Dat er altijd een verschil zou zijn. En dat leek me verkeerd. Maar ik weet nu, na 9 jaar een half, dat het inderdaad anders is, want onze pleegzoon heeft (nog) een vader. Daardoor is de relatie met hem anders dan de relatie met mijn andere kinderen, maar ik zie hem ook graag. En hij ziet mij graag.

Toch is het niet altijd gemakkelijk. Onze pleegzoon heeft het niet altijd gemakkelijk met zijn situatie en als hij het emotioneel moeilijk heeft, dan zullen we het geweten hebben. Vooral naar mij toe uit hij zijn frustraties. Ik krijg dan soms de lelijkste dingen naar mijn hoofd gesmeten en het zinnetje te horen dat ik zijn papa niet ben. Dat komt soms wel binnen, maar hij heeft natuurlijk gelijk.

Zoals met alles is het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou me ons gezin niet meer kunnen voorstellen zonder hem. Pleeggezin zijn maakt het leven niet altijd makkelijk, maar net als mijn vrouw hou ik gelukkig ook van een uitdaging.

Doel bereikt

Ik lig in bad. Schaamteloos te genieten, te voelen hoe de spanning en de stress van de voorbije week wegspoelt. De geur van vers gebakken wafels, sudderend stoofvlees en versgebakken frietjes drijft tot boven. Een bizarre mengeling die me intens gelukkig maakt.

Ik weet dat men beneden bedrijvig in de weer is, terwijl ik boven lig te weken in de warmte. Ik weet dat ze het me gunnen, dat ze het niet erg vinden, dat contrast. Ik denk dat ze me willen verwennen, dat ze oprecht denken dat ik het verdien. Ik voel me gezien, gewaardeerd en geliefd.

Ik lig in bad en bekijk mijn handen. Rode nagels steken fel af tegen het witte badschuim. Net voor ik in bad ging, heeft mijn oudste dochter mij in de watten gelegd met een manicure met een prachtig resultaat. Dit deed ze tussen het kokkerellen door. Haar lief staat nog in de keuken verse frieten te snijden terwijl het stoofvlees op het vuur staat. De jongste dochter legt de laatste hand aan haar wafels. Ze kreeg het recept gisteren nog van mijn grootmoeder en ging er gelijk mee aan de slag. De oudste zoon zit bij het lief en de jongste bij zijn papa.

Na net genoeg tijd, wordt er op de badkamerdeur geklopt. “Binnen tien minuten is het eten klaar.” Ik rep me uit de kuip en haast me naar beneden. Hongerig, niet alleen naar eten, maar vooral naar het gezelschap van mijn dochters. De tafel is netjes gedekt. De bordjes gevuld. Er wordt gepraat. Écht gepraat. Ik bedenk me wederom dat dit de momenten zijn waaraan ik dacht toen ik kinderen wou.

Dit is zo’n moment waarop je ongeduldig hoopt tijdens die helse eerste kinderjaren, wanneer ze klein zijn, druk zijn en je constante zorg nodig hebben. Ze zijn ouder nu, het zorgende moeder-zijn is grotendeels voorbij. Ik heb meer en meer het gevoel dat ik hen echt iets kan bijbrengen, iets kan leren én dat ze luisteren. Ik bedenk me dat ze me ook begrijpen zonder dat ik iets hoef te zeggen. Zo voelden mijn twee dochters woordenloos aan dat een dagje niks doen, een dagje niet zorgen exact was wat ik nodig had. Het leven loopt hier de laatste tijd niet altijd van een leien dakje. Pleegzorgperikelen en puberhormonen enzo …

En zoals je weet: een moeder kan niet gelukkiger zijn dan haar kind dat het het moeilijkst heeft.

Ik hoop dat ik mijn dochters, door schaamteloos in bad te liggen weken en me ongegeneerd door hen te laten verwennen, leer dat het ok is om tijd voor jezelf te nemen. Dat moe zijn en het beu zijn mag, maar dat je er wel zelf iets moet aan doen. Want hoe geëmancipeerd de buitenwereld ook mag lijken, de vrouw is en blijft de drijvende kracht in het merendeel van de huishoudens.

Ik hoop dat ze weten dat ik ongelooflijk fier op hen ben en apprecieer wat ze allemaal doen. Het zijn zelfstandige juffrouwen geworden die weten wat ze willen en dat ieder op hun manier duidelijk maken. En ja, op een dag als vandaag, besef ik dat ik daar mee heb voor gezorgd. Mission accomplished .

Lang geleden: een moeder met een missie

Week van de pleegzorg 2023

In het kader van de Week van de Pleegzorg vroeg een lieve dame van Het Huis van het Kind me of ik het zag zitten om pleegzorg in onze gemeente in de kijker te zetten. Zulke vragen … daar hoef ik niet over na te denken! Sinds 2013 zijn we een pleeggezin. Naast gewoon pleegmoeder te zijn van onze jongste kadee engageer ik me ook al jaren voor het promoten van pleegzorg bij het brede publiek, want het blijft een vrij onbekend thema waar hier en daar wel eens een taboe rond hangt. Zo deel ik royaal en tot vervelens toe pleegzorggerelateerde posts op sociale media, spreek ik als ‘ervaringsdeskundige’ pleegzorger op infoavonden in onze regio en schrijf ik columns voor het magazine Kleurrijk van Pleegzorg Vlaanderen dat elke pleegouder in de bus krijgt. Deze columns verschijnen ook op mijn blog ‘Leef Lach Lies’ waar ik regelmatig onze avonturen als (pleeg)gezin deel.

Ons gezin dat zijn mijn man Gert en ikzelf, Lies, met onze 4 kinderen: Marie (19), Jef (15), Josefien (13) en L (9). Nog voor we zelf kinderen hadden, vingen we elke schoolvakantie Hamza (ondertussen 24 jaar oud) uit Parijs op. Hij was lid van de Chiro in ons dorp, ging zelfs enkele keren mee op kamp en maakte de geboorte van onze eigen kinderen mee. Vele jaren later was de stap naar pleegzorg dan ook snel gemaakt. We startten met crisisopvang. Dit wil concreet zeggen dat er na een telefoontje ’s ochtends dezelfde avond nog een kindje mee aan de keukentafel zit. Deze vorm van pleegzorg was ons op het lijf geschreven: je moet heel flexibel zijn, niet al te fel gesteld op routine of dagelijkse sleur én van een uitdaging houden. We hadden de eer zo 4 kindjes op te vangen.

Zoals wel vaker gebeurt, zijn we dan naadloos in langdurige pleegzorg gerold. Een pasgeboren boeleke kwam in crisisopvang bij ons en maakt 9 jaar later nog steeds een onmisbaar deel uit van ons gezin. Je zal me niet horen beweren dat het altijd rozengeur en maneschijn is, maar het is en blijft op ontelbare vlakken een verrijking voor ons gezin. Het is wellicht niet voor iedereen weggelegd en misschien ben ik naïef, maar toch denk ik dat de meerderheid van de mensen genoeg ruimte heeft in zijn huis en hart om een kind in nood te geven wat het nodig heeft.

Waarom iemand of een gezin de sprong waagt als pleegzorger is voor iedereen anders. Wij besloten de stap te zetten omdat we ons heel bewust zijn van hoe goed we het hebben én dat dat lang niet voor iedereen zo is. We verdienen onze kost, zijn gezond en hebben familie en vrienden om op terug te vallen, indien nodig. Niet iedereen heeft zo’n vangnet. Niet iedereen heeft zo veel geluk als wij. Bovendien hopen we dat onze kinderen door het rugzakje dat elk pleegkind onvermijdelijk met zich meedraagt, beseffen dat hun doorgaans onbezorgde leventje allesbehalve een evidentie is. Of we daarin geslaagd zijn of zullen slagen, durf ik niet te zeggen, maar laat 1 ding duidelijk zijn: onze kinderen zijn in ons pleegzorgverhaal de echte helden. Het is als ouder hartverwarmend te zien hoe je kinderen steeds opnieuw schijnbaar moeiteloos en zonder nadenken hun thuis en hart openstellen voor een pleegbroertje of -zusje. Hoe ze zich al 9 jaar onvoorwaardelijk ontfermen over ons pleegzoontje en voor hem door een vuur gaan.

Het is geen evidente keuze, maar als alle mensen die – al is het maar een klein – kriebeltje voelen, de sprong durven te wagen, dan ben ik ervan overtuigd dat weinigen het zich zullen beklagen. Ik kreeg doorheen de jaren alle mogelijke redenen en terechte bedenkingen te horen om het niet te doen, maar ik heb maar één antwoord; Als er één ding is dat ik dankzij pleegzorg geleerd heb, dan is het dit: een mens kan veel meer dan hij/zij zelf denkt!

Lies