Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

Column Kleurrijk: gemis

Ik lig lang uitgestrekt in bad, te genieten onder een overdreven dikke laag heerlijk geurende badschuim. De kleinste ligt in bed, de dag zit erop. Ik voel duidelijk aan mijn lichaam dat ik niet meer de energie heb van de jonge moeder die ik ooit was. Ik zoek en vind de rust die ik na weer een drukke dag broodnodig heb. Tot de badkamerdeur piepend opengaat en er een klein jongetje met een betraand gezichtje voorzichtig binnenkomt.

“Ik mis papa Chel!” zegt hij en laat zijn tranen de vrije loop. “Jongen toch,” zeg ik, “Papa Chel mist jou ook. Nog vier keer slapen en dan zie je hem weer.” Hij veegt zijn tranen af, kijkt me aan en zegt: “Ok.” Ik streel zachtjes over zijn gezichtje en zeg hem weer naar bed te gaan. Hij draait zich om maar halverwege de badkamer komt hij terug en zegt: “Ik mis Jef.” waarop een volgende lading tranen volgt.

Jef slaapt normaal gezien bij hem in bed, maar is nu op vakantie in de Ardennen. Hij mist Jef, hij mist zijn nabijheid. Ons klein ventje is bang alleen in zijn donkere kamer waar volgens hem monsters verstopt zitten, akelige wezens waartegen grote broer Jef hem beschermt.

Ons ventje lijkt altijd iemand te missen en dat zorgt voor verdriet. Net zoals vele emoties bij kleine kinderen vaak geuit worden in boosheid, vertaalt hij elke negatieve emotie naar ‘gemis’. Het is misschien niet abnormaal, want als pleegkind ís er ook altijd iemand die hij moet missen. Wanneer hij thuis bij ons is, mist hij zijn echte papa. Wanneer hij dan weer een weekendje op bezoek is bij zijn papa, mist hij mij. En de rest van ons, zijn veilige haven.

Wanneer we op vakantie zijn, al is het maar heel kort, huilt hij om Lola, onze hond. Of Pablo, de cavia. Op vrije dagen wanneer onze papa moet werken, mist hij hem dan weer, hoewel die ’s avonds weer gewoon thuis komt. Er is altijd wel iets of iemand die er niet is, iets of iemand om te missen.

Hij kwam bij ons kort na zijn geboorte, dus er kan geen sprake zijn van ernstige trauma’s, maar het lijkt er wel op dat hij tijdens de ongewenste zwangerschap toch ook één en ander ‘gemist’ heeft waar hij op emotioneel vlak de gevolgen van draagt. Hoe klein hij ook nog is, het valt op dat zijn behoefte aan geborgenheid en zich geliefd voelen enorm groot is. Wanneer hij merkt dat ik écht boos op hem ben, zie ik de onzekerheid in zijn ogen, begint hij hartverscheurend te huilen en volgen heel snel enkele vragen om zijn twijfel weg te werken. “Vind je mij nog lief? Hou je nog van mij? Hoe komt het dat je mij zo graag ziet?”.

Gelukkig is hij nog maar vijf en snel gerustgesteld. Een innige knuffel en een gemeende ‘ik zal jou altijd graag zien’ zijn voorlopig voldoende om zijn twijfel voor even weg te nemen. Wij als volwassenen daarentegen kunnen de knop niet zo makkelijk omdraaien. De gedachte hem ooit te moeten missen, om afscheid te moeten nemen van hem is ondraaglijk, maar voor ons pleegouders een realiteit. Het is niet altijd makkelijk daarmee om te gaan, maar geef toe … het weegt niet op tegen al het moois dat ertegenover staat!

Lie(f)s

Bron afbeelding: happinez.nl

The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ dinsdag – 1 september – begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Lockdown Light week 1

De voorbije week, de eerste van deze lockdown light, was om te wennen aan onze nieuwe – tijdelijke – realiteit. Vooral ik had het er moeilijk mee. Niet alleen de angst voor het onbekende en voor wat er komen zou, speelden me parten. Ik geef toe dat ik mezelf de eerste dagen verloor in zelfmedelijden. Geen me-time meer, geen qualitytime met hubby meer, geen liefdes- noch sociaal leven. Het lukte me de eerste dagen niet verder te kijken dan al wat de komende weken niet meer zou kunnen. Ik was zelfs even jaloers op mijn wederhelft die net zoals altijd ’s morgensvroeg naar het werk kon vertrekken om pas ’s avonds laat weer terug te keren.

Het spreekt dan ook voor zich dat het de eerste dagen hier thuis niet echt vlotjes liep. Door het allemaal zo erg voor mezelf te vinden vergat ik dat het voor die vier koters rondom mij minstens even verwarrend en frustrerend is. Ik zag niet hoe mijn lief gebukt ging onder de stress die een eigen zaak in deze coronacrisis met zich meebrengt. Ik vergat al die ouders die het alleen moeten doen. Of de ouders die thuis zitten met hun kroost, maar tegelijkertijd aan telewerken moeten doen. De ouders die buitenshuis blijven werken en hun kinderen moeten achterlaten in de opvang. Ik zag hen even over het hoofd.

Tegen woensdag had ik het dan allemaal op een rijtje. De komende weken zijn we op elkaar aangewezen en moeten we er samen het beste van maken. Stilaan zag ik wat er allemaal in de plaats komt voor al het gemiste. Eén blik op mijn lege agenda doet een ongekende rust over mij neerdalen. Geen sociale verplichtingen meer, dus meer tijd en zin om écht als gezin samen te zijn. Geen logopedie, geen muziekschool, geen voetbal, geen badminton, …  Ook de kinderen genieten vooral van die rust. Het enige dat nog écht moet is elke dag even voor school werken. Het klinkt heerlijk, maar enige regelmaat drong zich toch al snel op.

Het zoeken naar structuur in deze eindeloze zee van tijd is een werk van lange adem. Het ene dagschema na het andere belandde in de prullenmand. Schoolwerk, huishoudelijke taakjes, schermtijd, speeltijd, … dit alles in een haalbaar schema gieten is  onbegonnen werk. Ons gezin gedijt al zo lang op chaos dat het niet realistisch is om nu plots een haast militaire discipline te eisen van mijn kinderen. Tot dat besef kwam ik gelukkig al vrij snel. Zolang ze hun schoolwerk doen, hun steentje bijdragen in het huishouden en genoeg buiten spelen, kan ik ermee leven. De ergernis dat ze te veel achter een scherm zitten, heb ik moeten loslaten.

Loslaten … het lijkt hét codewoord om hier zonder kleerscheuren uit te komen. Het isolement zorgt voor een nieuwe dynamiek in ons gezin en eerlijk gezegd vond ik al langer dat dat nodig was. Eén voor één beginnen we te beseffen dat we het de komende tijd uitsluitend met ons zessen zullen moeten doen. We kunnen dus maar beter een beetje lief zijn voor elkaar.

img_9015

 

 

 

Column #8 Kleurrijk: words&pictures

Ons ventje werd onlangs vijf. Een leeftijd waarop je zorgeloos door het leven wandelt omdat wat in je omgeving gebeurt nog min of meer aan je voorbij gaat. Zo ook bij onze jongste. Al begint hij meer en meer vragen te stellen. We merken dat hij ergens wel aanvoelt dat zijn leven er anders uitziet dan dat van zijn klasgenootjes. Hij praat over zijn ‘echte’ mama alsof hij haar kent. Hij verzint verhalen over zijn leven voor hij bij ons terecht kwam, hoewel hij maar een paar weken oud was. Alsof hij het zo voor zichzelf probeert te verklaren. Hij lijkt overtuigd van bepaalde dingen die helemaal niet kloppen.

Hoog tijd dus voor de volgende stap. Onze begeleidster stelde voor om de ‘words and pictures’ methode* te gebruiken. Het sprak me onmiddellijk aan. Dat vind ik ook zo leuk aan pleegzorg, dat je regelmatig met nieuwe dingen in contact komt. Je leert constant bij.

Het klonk heel simpel: we maken van zijn korte leventje een leuk verhaal met stokventjes. Viel dat even tegen. Het was de zoveelste wake up call. Door zijn levensverhaal te schetsen drong het plots tot mij door hoe ingewikkeld het was en wat hij allemaal al had meegemaakt, gelukkig zonder het zelf te beseffen.

Ooit zal hij echter te weten komen in wat voor een knoeiboel hij geboren werd. Ooit kwam nu wel heel dichtbij. De twijfel sloeg toe. Was het nodig om nu al zijn veilige bubbel te doorprikken? Om hem te confronteren met dingen waar hij nog veel te jong voor is? Voor de zoveelste keer brak mijn moederhart, want het liefst van al laat ik hem zo lang mogelijk geloven in zijn eigen gecreëerde sprookje.

Ik vond het ook heel moeilijk om te beslissen wat we wel en niet gaan vertellen. Is het wel eerlijk tegenover hem dat we bepaalde personen of dingen niet opnemen in het verhaal? De neiging om de waarheid te gaan verbloemen was heel sterk. Ook zijn ‘echte’ papa zal meewerken aan het verhaal waardoor de verantwoordelijkheid gelukkig niet alleen op onze schouders rust.

Het is nog even wachten op het eindresultaat. Erg lang is zijn verhaal niet, wat op zich  positief is. Hij is al vlak na zijn geboorte in ons gezin gekomen. Veel andere kinderen hebben tientallen bladzijden nodig alvorens ze in het rustigere vaarwater van een pleeggezin terecht komen. Sommigen gaan van crisisgezin naar voorziening en/of van pleeggezin naar pleeggezin.

Hoewel het confronterend was, heeft het me ook weer doen beseffen hoe waardevol het is wat wij, pleegzorgers, doen. Hoe hectisch en chaotisch ons gezinsleven soms ook is, we bieden dat ventje naast heel veel liefde de nodige stabiliteit en rust. Ook deze ervaring heeft me weer gemotiveerd om beter mijn best te doen en een betere (pleeg)mama te zijn.

Fictief voorbeeld
Fictief voorbeeld

* een verhaallijn met illustraties voor kinderen die helpt om gebeurtenissen te begrijpen die voor volwassenen om hen heen moeilijk bespreekbaar zijn. Het geeft ouders, verzorgers etc. handvatten om de juiste woorden te vinden om moeilijke zaken met kinderen te bespreken.

De andere mama

Onze jongste is een knuffelbeer. Hij overlaadt mij met knuffels. ‘Jij bent zo warm, mama’, zegt hij dan. Hij slorpt mijn warmte op en komt tot rust. Rust die hij hoe langer hoe moeilijker kan vinden. ‘Je blijft toch bij mij, he?’ Dat hij verlatingsangst heeft, wordt steeds duidelijker. De blik in zijn ogen wanneer hij denkt alleen achtergebleven te zijn, breekt mijn hart. Dat we nog steeds bij hem in bed blijven tot hij in slaap gevallen is, is niet altijd leuk, maar voorlopig de beste oplossing. Hij ligt bij zijn grote broer in bed en zoekt in zijn slaap steeds diens nabijheid op. Elk kind heeft geborgenheid nodig, maar hij duidelijk iets meer.

Wanneer ik hem knuffel zeg ik wel eens hoe blij ik ben dat ik zijn mama mag zijn. Tot voor kort toverde het steevast een glimlach op zijn gezicht. De laatste weken merk ik dat het hem aan zijn biologische moeder doet denken. ‘Ik wil bij mijn andere mama zijn. Bij mama D.’

Auwch, ik voel een steekje in mijn hart.

Hij wil bij iemand zijn die hij niet kent. Eén foto hebben we van haar. Daarop heeft ze een piepklein baby’tje in haar armen en lijkt ze oprecht gelukkig naar de camera te lachen. Op basis van dit ene beeld heeft hij zijn andere mama ‘gevormd’. De ideale mama die hem niet verplicht zijn bord leeg te eten. Die nooit boos wordt. De perfecte moeder van wie hij laat mag opblijven en die hem honderden cadeautjes koopt. Hij verzint verhaaltjes en droomt over haar.

Het is hem gegund en ik laat hem in de waan. De minder fraaie waarheid wil ik hem besparen. Al moet ik heel soms de neiging onderdrukken om in de verdediging te gaan, om de strijd aan te gaan met de andere mama die waarschijnlijk alles is wat ik niet ben. Mijn twijfels en onzekerheid als moeder steken dan de kop op en tegen beter weten in voel ik me opzij geduwd door iemand die niet bestaat, door een illusie, een ideaalbeeld van een kleuter.

Het zijn die zwakke momentjes die me met de voeten op de grond houden en ons eraan herinneren dat we een pleeggezin zijn, met alle zorgen en onzekerheden die erbij horen. Maar wanneer ons ventje me even later weer vol overgave vastneemt en zegt dat ik de liefste mama van de hele wereld ben, dan weet ik dat er niets op kan tegen de werkelijkheid, ook al is die verre van perfect.

Ik ben Josefien

Onze jongste dochter is een ‘vedette’. Ze heeft een sterk eigen willetje en is heel erg zelfbewust. Ik denk dat ze die eigenschappen vooral van mij heeft geërfd, al was ik als kind heel gehoorzaam en gedwee. Ik was een stille rebel. Wanneer de juf in de lagere school zei de titel met een groene pen te onderstrepen, nam ik stiekem een ander kleurtje. Pas later kwam ik ertoe mijn eigen mening te uiten en – als ik het de moeite vond – er ook voor te strijden.

Onze dochter is echter al van heel klein heel erg zichzelf. Ze bleef vaak onder de radar als jongste van drie waardoor ze ongestoord haar gang kon gaan. Stout kan je haar niet noemen. Ze is eerder eigengereid. Ze is niet tegendraads. Eerder eigenzinnig.

Wanneer ze ’s ochtends voor school zelf haar kleren kiest en klaar lijkt voor één of ander Bal Marginal, dan kan ik haar ook heel direct zeggen dat het absoluut niet mooi is. Ze voelt zich dan niet aangevallen, maar zegt met zelfzekere blik: “Ik vind het zelf ook niet zo mooi, maar daar heeft toch niemand last van. ”

Is het ok dat ik die reactie geweldig vind? Is het gepermitteerd dat ik haar dan ook zo naar school laat gaan? En dat ik mij niet druk maak over de onvermijdelijke reacties van de andere ouders en juffen?

Vanmorgen was het weer van dat. img_2046Eerst dacht ik nog dat het een grap was, maar toen het niet zo bleek, maakte ik haar duidelijk dat die kledij niet echt conform de huidige modetrends was, waarop zij haar kousen liet zakken en heel overtuigd vroeg of het zo dan beter was.

Ze aanvaardt niet elke nee, legt zich niet zomaar neer bij elk antwoord. Ze is kritisch en kan haar mening vaak ook heel gevat verwoorden, waardoor we meer dan eens begrip krijgen voor haar verzet. Ze zal zelden uit haar krammen schieten wanneer ze haar zin niet krijgt. Ze zal eerder een onderbouwd betoog afsteken met weloverwogen argumenten om ons te overtuigen van ons ongelijk.

Ik hou wel van dat kantje. Ik herken het. Later zal ik het me nog vaak beklagen en niet iedereen zal haar die eigenschap in dank afnemen, maar als ze mettertijd leert nog iets meer rekening te houden met anderen, zonder weliswaar haar eigenheid te verliezen, dan zal het haar nog ver brengen.

wees jezelf

 

Mama heeft het druk, druk, druk …

drukdrukdruk

Gisteren bij het ontbijt passeerde deze afbeelding met bijhorende tekst op mijn schermpje. Tot gisteren heb ik er nooit eerder echt bij stil gestaan of me eraan gestoord dat we van alle kanten nog steeds worden belaagd door het klassieke rollenpatroon.

Het is niet langer ‘vrouw aan de haard en man zorgt voor brood op de plank’. Het is – godzijdank – geëvolueerd. Ondertussen mogen wij vrouwen gelukkig wel buitenshuis werken en onszelf ontplooien, maar de opvoeding van de kinderen en het huishouden moeten we er nog steeds geheel of grotendeels bij nemen. Tussen de regels door wordt ons dan ook nog eens duidelijk gemaakt dat moeder de vrouw van die combinatie vaak een potje maakt.

Kijk maar naar de foto. De piepkleine tekst erbij richt zich aan ‘de ouder’, man en vrouw dus. Nochtans zien we op de overheersende afbeelding een mama die alleen met de kinderen aan de ontbijttafel zit. Papa is al lang naar het werk vertrokken. Niks mis mee, maar is het nodig om de rommel op het aanrecht zo fijntjes in beeld te brengen?

Mama worstelt duidelijk met de combinatie gezin en werk. Komt daar nog een hobby, sport en een boeiend sociaal leven bij. Makkelijk is het niet, dat weet ik uit ervaring. Maar waar zit papa in heel dit verhaal?

Voor vrouwen zoals ik die het allemáál willen, worden infoavonden georganiseerd waar je o.a leert beter om te gaan met de stress en hoe je al je prioriteiten beter kan combineren. Ongetwijfeld interessant, maar volgens mij kan en moet het anders.

Als het van mij afhangt voortaan meer van dat, maar dan uitsluitend voor de papa’s waarin zij aangeleerd krijgen hoe ze eindelijk hun vader- en partnerrol actiever kunnen opnemen zonder het daarbij te verkloten op de werkvloer.

Kan eindelijk iemand die vaders uitleggen dat ook zij de wekker een half uur vroeger kunnen zetten zodat er na het ontbijt nog tijd rest om de afwasmachine leeg te maken, de brooddozen van de kroost alvast te vullen, de tien schoolbriefjes te tekenen, de kat eten te geven en de was op te hangen?

Maar ach, laten we een kat een kat noemen. De meeste vrouwen wíllen zelf zorgen voor hun kroost, de was en de plas. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat niemand het zo goed doet als wij. Misschien moeten we leren wat meer uit handen te geven en meer vertrouwen te hebben in onze wederhelften, de kinderopvang en het sociale netwerk rondom ons.

We hoeven toch niet altijd de oplossing bij onszelf te zoeken door bijv. yoga- en mindfulnesslessen te volgen, te dauwtrippen en bomen te knuffelen in de hoop toch maar die innerlijke rust te vinden.

Mag ik af en toe de chaos in mijn hoofd gewoon omarmen en het even aan een ander overlaten om de rommel op mijn aanrecht weg te werken?

 

 

Sneeuwpret in de Ardennen

We hadden een geweldig dagje sneeuwpret gisteren. Vorig jaar trokken we naar Ovifat, dit jaar werd het Trois-Ponts, Val de Wanne (Ovifat was ons iets te druk). Vaak gebeuren de uitstapjes hier totaal onverwacht en ongepland. Een activiteit als deze vraagt echter de nodige voorbereidingen want honger, kou en natte kleren kunnen al snel de pret bederven. De warme kleren, skibroeken, het waterdichte schoeisel, reservekledij enz. lagen klaar. De wekker werd gezet om bokes te smeren.  Dat ik er dan toch nog in geslaagd ben het skipak van de kleinste te vergeten zegt genoeg over mijn talent wat organiseren en plannen betreft.

skiresort

Gert had wat opzoekingswerk verricht en gekozen voor Val de Wanne met de langste skipiste in België, wel 1 km lang ;-). De plek zou bovendien het mooiste zicht over de Ardeense toppen bieden. Het duurde even voor de zon er door kwam, maar zodra de mist optrok en de hemel open was, bleek dat niet gelogen te zijn.

We arriveerden voor de grote drukte, rond 9u30 en huurden twee extra sleetjes waarmee we onmiddellijk naar de sleepiste trokken. Die hadden we het eerste uur voor ons alleen. img_9960

Nadien begon het volk toe te stromen en al snel werd het vrij druk. Het was uitkijken om niet te botsen of omver gemaaid te worden door andere enthousiastelingen.

Naast de skilift ligt echter ook een mooi, veel langer stukje dat door mensen die de drukte op de ‘officiele’ piste ontvluchtten, in gebruik werd genomen. Je kan veel langer naar beneden sjeezen, maar de klim omhoog was niet van de poes. Het hield onze kroost niet tegen om het glijplezier nog met enkele uren te verlengen.

Tussendoor konden we opwarmen in de brasserie die ruim was met een kinderhoekje en een loungehoekje. Veel meer dan frietjes en hamburgers viel er niet te eten. Buiten werden er braadworsten op de barbecue gebakken en verkocht met een broodje. Wij hebben het wijselijk bij onze boterhammetjes gehouden.

Tot iets voor de middag was het nog comfortabel opwarmen binnen en vlot gebruik maken van de toiletten, maar al gauw werd het een overrompeling. Slechts 4 toiletten voor een enorme mensenmassa maakte dat het na de middag lang aanschuiven was. Met kleine kinderen kan dit wel eens voor problemen zorgen.

Toen de drukte op de ski- en sleepiste ons te veel werd, besloten we de rust op te zoeken. Langlaufen was geen optie omdat de rij aan de materiaalverhuur te lang was. Gewoon wandelen dus met keuze uit een route van 3 of 10 km. We begonnen aan die van 3, maar ook die was ons te druk waardoor we bij de splitsing die van 10 begonnen te volgen. De kinderen waren minder enthousiast, maar de rust en prachtige, besneeuwde natuur en uitzichten maakten veel goed.

Met een beetje verbeelding leken we wel op trektocht in het Hoge Noorden. De zon die fel begon te schijnen maakte het plaatje af. Het was genieten van begin tot einde. De twee oudsten waren het (begrijpelijk) af en toe beu, kloegen van zere voeten en vermoeide benen. De twee kleinsten gleden zonder klagen mee op de slee.

De 2 wandel/langlaufroutes zijn heel duidelijk bewegwijzerd. Je kan de fluopijlen niet missen.Vorig jaar in Ovifat liepen we na 1km al vast omdat er geen aanduiding meer te bespeuren was.

Rond 16u arriveerden we weer aan onze auto. Het was er nog steeds te druk om iets te eten. We besloten alvast huiswaarts te vertrekken en onderweg een restaurantje te zoeken.

Om 20u kwamen we moe maar voldaan thuis. Het was een topdagje uit de duizend. Een goedkope activiteit die bij elke leeftijd in de smaak valt!

zicht

fun

bos