Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ dinsdag – 1 september – begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

Luddevedu

Het is zo ver. Het eerste hart werd hier thuis gebroken. Verrassend genoeg is het niet het fragiele hart van onze oudste dochter, maar het kleine hartje van haar drie jaar jongere broer.

Tot over zijn oren was hij verliefd. Grenzeloos, zoals we van hem gewoon zijn. Vurig en ongeremd. Onmogelijk in te tomen. Zijn gedachten slechts op één ding gericht. Lag zijn interesse voor de start van zijn zomerliefde nog uitsluitend bij het skaten, sinds hij haar leerde kennen moest alles wijken. Zo is hij, zijn focus afwisselend op één enkel ding gericht. Een obsessie haast.

Nu had dit blonde meisje van het speelplein dus zijn tere hart gestolen. Twee weken lang deelden ze lief en leed. Hoe langer het duurde, hoe banger ik werd. Want hoe stoer hij zich de laatste tijd ook gedraagt, hij blijft een gevoelig jongetje dat snel geraakt wordt en dan totaal het noorden kwijt is.

Het begon met een sms-je …

“Wil je straks ff niet langskomen. Ik heb tijd voor mezelf nodig.”

Het begin van het einde, opperde mijn wederhelft met een bedenkelijke blik. Zelf was ik eerst nog te verbaasd door het besef dat de twaalfjarige meisjes van tegenwoordig dus echt niet meer met de barbies spelen. Tijd voor mezelf nodig … Waar halen die snotneuzen het toch.

Al snel groeide bij mij de bezorgdheid. Hij vertoefde zelf nog steeds hoog boven de zevende hemel. Zich van geen kwaad bewust. Het zou kei hard aankomen wanneer zijn vriendinnetje hem vertelt dat ze niet langer verliefd op hem is. Na heel wat rond de pot gedraai kwam dan toch de mokerslag. Een kort berichtje gedecoreerd met de nodige emoticons, alsof het meisje de ernst ervan wou verbloemen …

“Ik denk dat we beter gewoon vrienden kunnen blijven.”

Het duurde even voor het tot hem doordrong, maar zodra de boodschap hem duidelijk werd, gebeurde waar ik zo bang voor was: zijn wereld stortte in. Tranen met tuiten, een verdriet dat uit het diepste van zijn tengere lichaampje leek te komen. Hij was ongewoon rustig en stil, trok zich vaker terug op zijn kamer, maar kwam dan weer naar beneden om te knuffelen. De ‘liefde’ die hij niet meer van zijn meisje kreeg, zocht hij nu bij ons.

Het is hartverscheurend om je kind zo te zien. Als in een reflex wou ik zijn verdriet wegwuiven: minimaliseren en negeren. Ik wou het niet beter maken voor hem, maar simpelweg onder de mat vegen en doen alsof het er niet was.

‘Het is toch allemaal zo erg niet! Doe niet zo flauw. Stop nu maar met wenen. Er zijn nog zo veel meisjes …’

Tot ik bedacht hoe erg ik het zelf vind wanneer manlief mijn verdriet niet serieus neemt. Ik gaf zoonlief dus de aandacht die hij nodig had. Ik liet hem als een klein jongetje op mijn schoot uithuilen en zei dat hij zich daar niet voor hoefde te schamen. Dat ik wist hoe het voelde. Dat iedereen het wel eens meemaakt. En vooral … dat het beter wordt.

Zo geschiedde ook. Een paar dagen beheerste de luddevedu zijn leven, maar toen hij zijn skatebord weer oppakte en me vroeg hem naar het parkje te brengen wist ik dat het grootste leed geleden was. Dat het weer helemaal goed zou komen met hem wist ik toen hij in de auto met een grijns op zijn gezicht zei: “En nu ga ik chickies scoren … ”

gebrokenhart

 

 

 

What’s in a name

“Ik ben Lau Van Herck, want mijn zus heet Josefien Van Herck.”

Totaal onverwacht werden we wakker geschud. Ik moest even slikken, het laten bezinken. Uit het niets werden we met onze neus op het feit gedrukt dat we in een  volgende fase zijn aanbeland. Dat onze kleinste man zonder het te weten een hele grote stap had gezet.

Het zat er nochtans aan te komen. Hij wordt ouder – vijf bijna – en zijn wereld wordt groter. Hij ervaart de dingen en mensen rondom hem, zijn leefwereld als vanzelfsprekend terwijl het dat allesbehalve is.

“Ik ben Lau Van Herck”

Een schijnbaar onschuldig zinnetje, maar voor ons een teken dat hij besef krijgt van zijn eigen identiteit. Hét teken dat we binnenkort heel wat uit te leggen hebben.

Tot nu was hij dus gewoon Lau, meer niet. Door de complexe omstandigheden bij zijn geboorte kreeg hij de naam van een man die geen enkele band met hem had en samen met de moeder al snel uit zijn leven verdween. We zijn die familienaam dan ook altijd bewust een beetje uit de weg gegaan. Zijn ‘echte’ papa is er al lang mee bezig om de naam te veranderen, maar dit is niet zo simpel en vraagt tijd. Tijd die we nu plots niet meer lijken te hebben.

Iedereen heeft een naam. We staan niet stil bij het belang van onze naam, die hoort en past bij ons. Die bepaalt wie jij bent, voor jezelf maar ook voor anderen. Je familienaam vertelt je waar je vandaan komt, waar je wortels liggen, bij wie je hoort. Wat doet het met een kind als hij beseft dat zijn afkomst en de familie die hij als de zijne beschouwt niet dezelfde zijn? Dat zijn wortels niet bij ons liggen en dat de familienaam die hij – voorlopig nog – draagt niet staat voor wie hij is?

Er zullen heel wat vragen komen en we moeten samen met hem de ingewikkelde knoop ontwarren. Dat hij niet zoals zijn broer en twee zussen uit mijn buik geboren is, dat weet hij ondertussen wel. Dat er twee papa’s zijn, daar heeft hij vrede mee. Waarom dit zo is en welke onbekenden nog mee deel uitmaken van zijn roots, dat is niet zo’n mooi verhaal waarvoor we hem liefst zo lang mogelijk wilden en konden beschermen. Tot nu …

Nog minder dan in het gewone leven, heb je in de pleegzorgwereld niet alles in de hand. De jeugdrechter, consulenten, begeleiders, ouders en de kinderen zelf houden je regelmatig met de voetjes op de grond. Dat maakt het er zeker niet makkelijker op en soms is het ronduit vervelend, maar al bij al maakt het ons leven vooral boeiend en uitdagend.

Ook hier komen we wel weer uit. We kunnen niet meer doen dan er voor hem zijn als dat nodig is en ervoor zorgen dat hij zich deel van ons gezin voelt en blijft voelen.

Hoe ons ventje ook heet, hij hoort bij ons.

 

 

 

Ik ben Josefien

Onze jongste dochter is een ‘vedette’. Ze heeft een sterk eigen willetje en is heel erg zelfbewust. Ik denk dat ze die eigenschappen vooral van mij heeft geërfd, al was ik als kind heel gehoorzaam en gedwee. Ik was een stille rebel. Wanneer de juf in de lagere school zei de titel met een groene pen te onderstrepen, nam ik stiekem een ander kleurtje. Pas later kwam ik ertoe mijn eigen mening te uiten en – als ik het de moeite vond – er ook voor te strijden.

Onze dochter is echter al van heel klein heel erg zichzelf. Ze bleef vaak onder de radar als jongste van drie waardoor ze ongestoord haar gang kon gaan. Stout kan je haar niet noemen. Ze is eerder eigengereid. Ze is niet tegendraads. Eerder eigenzinnig.

Wanneer ze ’s ochtends voor school zelf haar kleren kiest en klaar lijkt voor één of ander Bal Marginal, dan kan ik haar ook heel direct zeggen dat het absoluut niet mooi is. Ze voelt zich dan niet aangevallen, maar zegt met zelfzekere blik: “Ik vind het zelf ook niet zo mooi, maar daar heeft toch niemand last van. ”

Is het ok dat ik die reactie geweldig vind? Is het gepermitteerd dat ik haar dan ook zo naar school laat gaan? En dat ik mij niet druk maak over de onvermijdelijke reacties van de andere ouders en juffen?

Vanmorgen was het weer van dat. img_2046Eerst dacht ik nog dat het een grap was, maar toen het niet zo bleek, maakte ik haar duidelijk dat die kledij niet echt conform de huidige modetrends was, waarop zij haar kousen liet zakken en heel overtuigd vroeg of het zo dan beter was.

Ze aanvaardt niet elke nee, legt zich niet zomaar neer bij elk antwoord. Ze is kritisch en kan haar mening vaak ook heel gevat verwoorden, waardoor we meer dan eens begrip krijgen voor haar verzet. Ze zal zelden uit haar krammen schieten wanneer ze haar zin niet krijgt. Ze zal eerder een onderbouwd betoog afsteken met weloverwogen argumenten om ons te overtuigen van ons ongelijk.

Ik hou wel van dat kantje. Ik herken het. Later zal ik het me nog vaak beklagen en niet iedereen zal haar die eigenschap in dank afnemen, maar als ze mettertijd leert nog iets meer rekening te houden met anderen, zonder weliswaar haar eigenheid te verliezen, dan zal het haar nog ver brengen.

wees jezelf

 

Mama heeft het druk, druk, druk …

drukdrukdruk

Gisteren bij het ontbijt passeerde deze afbeelding met bijhorende tekst op mijn schermpje. Tot gisteren heb ik er nooit eerder echt bij stil gestaan of me eraan gestoord dat we van alle kanten nog steeds worden belaagd door het klassieke rollenpatroon.

Het is niet langer ‘vrouw aan de haard en man zorgt voor brood op de plank’. Het is – godzijdank – geëvolueerd. Ondertussen mogen wij vrouwen gelukkig wel buitenshuis werken en onszelf ontplooien, maar de opvoeding van de kinderen en het huishouden moeten we er nog steeds geheel of grotendeels bij nemen. Tussen de regels door wordt ons dan ook nog eens duidelijk gemaakt dat moeder de vrouw van die combinatie vaak een potje maakt.

Kijk maar naar de foto. De piepkleine tekst erbij richt zich aan ‘de ouder’, man en vrouw dus. Nochtans zien we op de overheersende afbeelding een mama die alleen met de kinderen aan de ontbijttafel zit. Papa is al lang naar het werk vertrokken. Niks mis mee, maar is het nodig om de rommel op het aanrecht zo fijntjes in beeld te brengen?

Mama worstelt duidelijk met de combinatie gezin en werk. Komt daar nog een hobby, sport en een boeiend sociaal leven bij. Makkelijk is het niet, dat weet ik uit ervaring. Maar waar zit papa in heel dit verhaal?

Voor vrouwen zoals ik die het allemáál willen, worden infoavonden georganiseerd waar je o.a leert beter om te gaan met de stress en hoe je al je prioriteiten beter kan combineren. Ongetwijfeld interessant, maar volgens mij kan en moet het anders.

Als het van mij afhangt voortaan meer van dat, maar dan uitsluitend voor de papa’s waarin zij aangeleerd krijgen hoe ze eindelijk hun vader- en partnerrol actiever kunnen opnemen zonder het daarbij te verkloten op de werkvloer.

Kan eindelijk iemand die vaders uitleggen dat ook zij de wekker een half uur vroeger kunnen zetten zodat er na het ontbijt nog tijd rest om de afwasmachine leeg te maken, de brooddozen van de kroost alvast te vullen, de tien schoolbriefjes te tekenen, de kat eten te geven en de was op te hangen?

Maar ach, laten we een kat een kat noemen. De meeste vrouwen wíllen zelf zorgen voor hun kroost, de was en de plas. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat niemand het zo goed doet als wij. Misschien moeten we leren wat meer uit handen te geven en meer vertrouwen te hebben in onze wederhelften, de kinderopvang en het sociale netwerk rondom ons.

We hoeven toch niet altijd de oplossing bij onszelf te zoeken door bijv. yoga- en mindfulnesslessen te volgen, te dauwtrippen en bomen te knuffelen in de hoop toch maar die innerlijke rust te vinden.

Mag ik af en toe de chaos in mijn hoofd gewoon omarmen en het even aan een ander overlaten om de rommel op mijn aanrecht weg te werken?

 

 

Dagelijkse sleur

2019 is alweer twee weken oud. Voorafgegaan door twee weken feest waarbij twee kilootjes gewonnen werden. Iets zegt mij dat ik die luttele twee kilo’s niet in twee weken weer ga kwijtspelen. Dit geheel terzijde.

De vakantie was leuk. Gezellig. Cosy. Feestelijk. Anders dan anders, met minder verplichtingen wat het allemaal een beetje makkelijker te verteren maakte, letterlijk en figuurlijk. Het was leuk omdat manlief het grootste deel van de twee weken ook thuis was. Thuis, bij mij, bij de kinderen. Vakantie met hem en vakantie zonder hem … een wereld van verschil. Zonder hem is voor mij als moeder niet altijd vakantie, integendeel.

Vakantie mét hem is altijd even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Dat is ongelooflijk leuk en hoe kort ook, altijd het moment om zelf even op adem te komen en bij te tanken.

Na anderhalve week samen thuis, af en toe een feestje afgewisseld met een gezinsuitstapje, doet het pijn om weer in de realiteit te stappen. Niet meer allemaal constant samen, opnieuw vroeg opstaan, weer naar school, terug aan het werk. Het is even aanpassen voor iedereen, maar we pikken de routine verrassend snel op. We komen al gauw tot het besluit dat dagelijkse sleur zo slecht niet is.

Het verplicht ons meer aandacht te geven aan onze zwakke plek: structuur. Ik ben nogal chaotisch van aard. Met mijn man is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het is dus bijna onvermijdelijk dat onze kinderen deze minder positieve eigenschap ook in zich hebben. We weten dat, maar liggen er niet van wakker. Zolang we zo goed als overal en altijd op tijd zijn, kunnen we er zelf mee leven. Al onderneem ik af en toe een poging om wat structuur op te dringen, maar door mijn eigen laksheid sterft elke maatregel steevast een stille dood.

Structuur, routine, regelmaat … als groot gezin hebben we dit nodig om het hoofd te bieden aan het hoge tempo en alle verplichtingen die onze hedendaagse maatschappij met zich meebrengt.

Na twee heerlijke, ontspannen weken is de dagelijkse sleur een welgekomen verademing. Opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, vertrekken naar school, thuiskomen van school, huiswerk maken, eten, vertrekken naar de hobby’s, weer thuis komen, nog iets eten, ‘Thuis’ kijken, wassen en pyjama aan, bed in.

Zo waar, merk ik daar enige structuur in ons gezinsleven?

 

Week van de Pleegzorg: dag 9

Pleegzorg is zoveel meer …

Zoveel meer dan wat ik de voorbije week heb verteld. Ik ben nog lang niet uitgeschreven, maar de Week van de Pleegzorg zit erop.

Het was een uitdaging om elke dag opnieuw iets uit mijn mouw te schudden. Een uitdaging … net als pleegzorg zelf.

We zijn gelukkig nogal avontuurlijk aangelegd. We kunnen wel wat chaos en drukte aan. Het hoeft voor ons allemaal niet zo perfect te zijn.

Pleegzorg is een verrassing. Verrast worden door een telefoontje met de vraag of we een kindje kunnen opvangen. Verrast worden door het kind dat onverwacht voor de deur staat. Verrast worden door een aangenaam gesprek met de ouders.

We houden gelukkig wel van een verrassing. We laten dingen graag op hun beloop en zien wel wat er gebeurt.

Pleegzorg is voor ons de perfecte match. Laurens is onze perfecte match!

Week van de Pleegzorg: dag 8

Pleegzorg is bewondering.

Als pleeggezin krijgen we heel wat schouderklopjes. ‘Nobel’ is het woord dat we de laatste 5 jaar al heel vaak gehoord hebben. Doorgaans hebben de mensen bewondering voor wat we doen. Zoals ik eerder deze week al zei doen die complimentjes en positieve reacties enorm veel deugd.

Ik sta er zelf al lang niet meer bij stil, maar wanneer ik naar mijn man kijk en onze drie andere kinderen, dan moet ik toegeven dat ik voor hen toch ook vaak een enorme bewondering voel.

Onze kinderen hebben ieder kind met open armen ontvangen. Bij elke crisisplaatsing img_7661hielpen ze enthousiast mee het bedje klaarmaken, zochten ze gepast speelgoed uit, ze overlegden welke knuffel het kind mocht hebben om te slapen als het de zijne misschien vergeten zou zijn. Er werd besproken waar het kindje aan de keukentafel mocht zitten … Ze gaven letterlijk een deeltje van hun eigen thuis af, mét plezier. Elke keer opnieuw deden ze hun best zodat het kind zich thuis zou voelen. Laurens beschouwen ze als hun kleine broer, zorgen voor hem, letten op hem.

Ik geef toe dat onze drie kinderen af en toe op de tweede plaats kwamen. Dat is onvermijdelijk. Er is minder aandacht en tijd voor hen, maar nooit heb ik enige jaloezie gemerkt, bij geen één van de drie. Ze bewijzen dat ze een heel groot hart hebben en dat daar plaats is voor iedereen. Daar mogen veel volwassenen een voorbeeld aan nemen!

Ze hebben een open geest, tonen bezorgdheid en oprechte interesse. Ze voelen verontwaardiging wanneer ze horen wat het kind heeft meegemaakt. Daar even bij stil staan als mama, maakt me ontzettend trots op mijn kinderen. Het zijn zij die de pluim verdienen.

Het idee om met Pleegzorg te beginnen kwam van mij. Mijn man had wat tijd nodig, maar zonder al te veel twijfel is hij mee in het avontuur gestapt. Vaak kwam hij thuis van het werk en kreeg hij letterlijk tussen de soep en de patatten te horen dat er de volgende dag een bordje bij zou staan. Het was voor hem af en toe minder evident om zich open te stellen, maar hij deed het toch maar, elke keer opnieuw. Ook hij zorgde er mee voor dat elk kind zich welkom voelde. Hij zorgt voor Laurens als voor onze andere drie kinderen. Hij ziet hem graag, hij mist hem wanneer hij weg is, hij is blij wanneer hij weer thuiskomt.

Misschien is het inderdaad allemaal niet zo vanzelfsprekend als ik denk.

Misschien heb ik het gewoon heel erg getroffen met hem aan mijn zij!

2543497018_429d3559-c207-4ea8-bba6-bf521df72001

Week van de Pleegzorg: dag 7

Pleegzorg is liefde.

Kinderen zijn fantastische wezentjes. Ontroerend in al hun naïviteit. Veerkrachtig en vergevingsgezind. Loyaal.

Een pleegkind is vaak die naïviteit kwijt, zijn veerkracht werd op de proef gesteld en soms is de rek er uit. Dan sta je als pleegouder voor een grote uitdaging. Het duurt vaak even voor het kind je toelaat. Voor het behoefte heeft aan je warmte en liefde. In de meeste gevallen is het de aanhouder die wint. Het is hartverwarmend om te zien hoe de muur die het kind ter bescherming rond zich heeft opgetrokken, stilaan afbrokkelt.

Een nachtzoentje dat toch voorzichtig toegelaten wordt. Een poging tot een knuffel die niet meer brutaal weggeduwd wordt. Een hand op zijn of haar frêle schoudertje die daar eventjes mag blijven liggen. Die eerste keer dat het kind het gezelschap van je andere kinderen opzoekt, na het halsstarrig afstoten van elk contact. De eerste keer dat het kind zelf je hand vastneemt wanneer je samen op straat wandelt. Het bewijs dat het kind zich veilig voelt bij jou en nood heeft aan je geruststellende aanwezigheid. Je probeert voorzichtig je liefde te geven en soms krijg je die onmiddellijk weer terug in je gezicht gesmeten, maar even vaak krijg je gewoon ook liefde terug.

Moet ik je nog vertellen dat die kleine dingen je als pleegouder een fantastisch gevoel geven? Dat die kleine, soms minuscule blijk van liefde alle minder mooie momenten ruimschoots compenseert?

Ik dacht het niet …

hand in hand