Pop-up column Libelle: cadeautjes

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

Gepakt en gezakt staan we klaar voor enkele dagen Spaanse zon, met zijn tweetjes. Doorgaans ben ik low profile, maar op mijn verjaardag sta ik graag in de belangstelling. Dat heeft mijn wederhelft goed begrepen dit jaar, want hij verraste me met dit tripje. Maar onderweg naar de luchthaven overvalt me een schuldgevoel: we laten onze vier kinderen achter. Meteen daarna stel ik mezelf gerust. De pleegzoon zal het weekend spenderen bij zijn papa en de overige dagen zal de oudste dochter, die al twintig is, voor hem zorgen. Onze oudste zoon zal genieten van het gebrek aan ouderlijk toezicht en de dochters zijn perfect in staat het huishouden draaiende te houden. Wat een verschil met vroeger, toen we opvang voor onze kroost moesten zoeken. Daar heb ik het altijd moeilijk mee gehad. Vooral sinds de komst van de pleegzoon, die wel wat extra zorg nodig heeft, wilde ik anderen zo min mogelijk lastigvallen met ons engagement. Ik heb het me toen onnodig lastig gemaakt, maar het heeft er wel voor gezorgd dat we nu als gezin ‘zelfvoorzienend’ zijn geworden: onze kinderen zorgen voor zichzelf én voor elkaar. Dus ja, ik ga schaamteloos genieten van mijn cadeautje dit weekend. Al is het besef dat mijn kinderen de komende dagen ook zonder mij kunnen, misschien wel het mooiste geschenk wat ik als moeder kan krijgen.

Wil jij ook pleeggezin worden? Er staan nog meer dan duizend kinderen en jongeren op de wachtlijst, voor wie Pleegzorg Vlaanderen een warme thuis zoekt. Surf naar pleegzorg.be voor meer informatie.

Pop-up column Libelle: jeuk

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“We liggen samen in bed, dicht tegen elkaar. Ik lees voor en hij luistert aandachtig, maar ik word gek van zijn gewriemel. Wanneer ik vraag waarom hij in godsnaam niet stil kan blijven liggen, zegt hij dat zijn billen jeuken en steeds moet krabben. Wanneer ik vraag of ik even mag kijken, krijg ik een vastberaden nee. Ik schrik en vraag waarom niet. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ik dat vroeger bij grote broer Jef ook deed.

Zijn antwoord brengt me van mijn melk. ‘Ja, maar Jef is jouw echte kind.’

Terwijl hij dit zegt, kijkt hij mij zijdelings aan. Om mijn reactie te peilen, vermoed ik. Ik lach zijn opmerking weg en probeer hem van het tegendeel te overtuigen.

‘Voor mij ben jij wel mijn echte kind.’

Hij giechelt verlegen, laat zijn broek zakken en stelt zijn bips ten toon. Eczeem, zoals ik al dacht.

Het lijkt banaal, maar zulke momenten betekenen veel voor mij. De gedachte dat hij niet echt ons kind is, is nooit ver weg in dat hoofdje van hem. Biologisch gezien is hij inderdaad niet ons kind, maar zijn gevoel zegt iets anders. En dat weet ik door wat er net gebeurde. Ik mag er zelfs een zalfje op smeren.”

Pop-up column Libelle: FOMO

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“L., onze pleegzoon, neemt mijn gsm en begint door de foto’s te scrollen. Plots zie ik hem bedenkelijk kijken. Hij toont me een foto van vorig weekend op een feestje. We staan er met zijn allen lachend op, zonder hem. Verontwaardigd vraagt hij waar hij toen was. Ik leg hem uit dat hij dat weekend bij Papa C. was. De uitdrukking op zijn gezicht verraadt dat zijn hoofd op volle toeren draait. Het lijkt alsof hij door die foto plots beseft dat het leven hier thuis gewoon verder gaat, ook wanneer hij er niet is. Hij maakt me heel duidelijk hoe oneerlijk hij het vindt dat wij leuke dingen doen zonder hem. Een duidelijk geval van FOMO dus. Ik snap hem wel, want ook ik heb het er soms moeilijk mee. Telkens als we iets leuks gaan doen of een gezinsfoto nemen zonder hem, voelt het niet juist. Hij is een pleegkind, maar na ruim tien jaar hoort hij erbij. Ik heb hem van de materniteit mee naar huis gebracht en de nachtelijke voedingen en luiers doorstaan, terwijl ik de volgende dag gewoon moest gaan werken. Hij is mijn kind niet, maar ik deed het toch. Toen al met een liefde die sindsdien alleen maar groter én godzijdank wederzijds werd.”

Column Kleurrijk: 10 jaar pleegzorgdecreet

Hip hip hoera! Het pleegzorgdecreet en Pleegzorg Vlaanderen bestaat 10 jaar. Toeval bestaat niet, maar onze pleegzoon ook. Hij wordt in november 10 en in december is hij 10 jaar bij ons. Een decennium. Een jubileum. Feest!

Wat er zich achter de schermen allemaal heeft afgespeeld, daar heb ik geen flauw benul van. Ik was te druk bezig met het moederen over vier kinderen. Het is af en toe pittig geweest. De constante aanpassing aan nieuwe, uitgebreide bezoekregelingen bijvoorbeeld, liet vaak tijdelijk zijn sporen na: net wanneer je dacht een aangenaam evenwicht bereikt te hebben, moest er weer rond de tafel gezeten worden. Het was steeds opnieuw een les in meegaan met iets waar je zelf niet om gevraagd hebt. Met tegenzin, maar omdat het moet en omdat je diep van binnen weet dat dit het beste is voor het kind.

Het is vooral ook heel leuk geweest. Elk jaar zijn verjaardag mogen vieren. Hem zien opgroeien, zijn eerste stapjes, zijn eerste woordjes, … dingen herkennen in hem van jezelf, je man of van je andere kinderen. Andere dingen dan weer niet kunnen thuis brengen. Ik stond vaak met grote ogen te kijken naar zijn veerkracht en aanpassingsvermogen. Hoe moet het zijn om steeds maar weer uit je vertrouwde cocon te worden gehaald om ergens anders tijd door te brengen? En wanneer je je daar een beetje op je gemak voelt, moet je weer terug.

Het was en is soms moeilijk om hem te zien worstelen met zijn uitzonderlijke situatie. Een antwoord geven op zijn vragen, was en is een uitdaging. Waarom woon ik bij jullie? Waar is mijn mama? Wat als ik niet bij jullie kan blijven? … Het schenkt een enorme voldoening wanneer je merkt dat je hem – voor een tijdje – kan kalmeren en geruststellen. Het geeft een moeilijk te omschrijven gevoel wanneer je de veilige haven bent van andermans kind. Er ligt een hele dunne grens tussen de harde realiteit verbloemen en de dingen benoemen zoals ze zijn.

Als moeder is het vooral heel mooi om je andere kinderen in die 10 jaar te zien groeien in hun rol als (pleeg)broer of -zus. Ook zij moesten zich willens nillens aanpassen aan de steeds veranderende realiteit rond hen. Ze hebben daar nooit moeilijk over gedaan, integendeel. Ze gaan door het vuur voor hun pleegbroertje. Dat maakt van mij een fiere moeder.

En laten we vooral de vaders in dit verhaal niet vergeten. Het zijn er twee. Papa C heb ik in die jaren zien evolueren van een onzekere tot een vastberaden vader die het beste voor zijn kind wil en een steeds grotere rol in zijn leven wil spelen. Onze papa is er ook nog. Die staat al 10 jaar lang als een rots in de soms woelige zee te wachten tot hij telkens weer een veilig plekje kan bieden middenin de woeste golven.

10 jaren zijn voorbij gevlogen. Het liep niet altijd van een leien dakje, maar pleegzorg was er steeds om ons bij te staan. Soms was dat slechts een babbeltje waarin we ons hart eens konden luchten. Soms was er meer nodig en schoot een heel team in actie. Dat maakt dat het wat ons betreft 10 hele mooie jaren waren waarin elke hindernis vlotjes genomen werd.

Mogen we dan nu bijtekenen voor nog eens 10 meer?

Column Kleurrijk: Verlies

Schrijven over verlies. Dat was de opdracht voor deze column. Niet makkelijk, geen inspiratie. Maar zoals zo vaak hielp het lot een handje. Helaas, want kort voor de deadline van deze column moesten we, na bijna 10 jaar, afscheid nemen van onze hond Lola. Lola kwam er een maand voor Lou, onverwachts, in ons gezin kwam en uiteindelijk ook bleef. Ze groeiden dus samen op, ondanks de zware allergie die Lou heeft voor honden. En katten. En alle andere dieren met haar.

Wanneer we op vakantie vertrokken, huilde Lou steevast tranen met tuiten omdat we onze hond moesten thuis laten. ‘Wie gaat er nu voor Lola zorgen? Ik ga haar zo missen! Wat als er ondertussen iets met haar gebeurt?’ We kregen hem gelukkig snel getroost, maar het het gemis stak enkele dagen later gegarandeerd weer de kop op. Opmerkelijk was dat vroeger het verdriet om Lola meestal overging in het verdriet om zijn mama die hij niet kent, nooit gekend heeft en toch heel erg mist. Dit is en blijft voor hem een groot verlies.

Al heeft hij de afwezigheid van zijn mama, zo lijkt het, de laatste jaren een plaatsje kunnen geven, we merken dat het een gevoelig thema is, wanneer mijn moeder weer voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Lou is dan altijd boos en weigert afscheid van haar te nemen. Hij vindt het absoluut niet kunnen dat mijn eigen moeder mij zomaar achterlaat. Het is schattig hoe hij het voor mij opneemt en met mij in zit, maar de achterliggende reden van zijn gedrag maakt het allemaal een beetje pijnlijk.

Het einde van het schooljaar ging ook dit jaar gepaard met de nodige traantjes. Afscheid nemen van zijn klas, de juf, zijn vriendjes … het valt hem zwaar. Hij is bang dat ze hem allemaal gaan vergeten en dat het (tijdelijke) verlies van zijn dagelijkse routine iets permanents wordt.

Maar dus, 2 weken geleden gebeurde het ondenkbare. Lola ging dood. Al zagen we het aankomen, het bleef onverwacht. Iedereen hier thuis, van klein tot groot heeft tranen gelaten. Er werd onderling geknuffeld en getroost. Mooi om te zien ook, hoe in momenten van intens verdriet de stevige basis van ons gezin zichtbaar wordt. Hoe ook de kinderen er voor elkaar zijn. Het geeft hoop naar de toekomst toe, want tussen de chaos, de drukte, het gekibbel en gesnauw is het niet altijd duidelijk dat de liefde groot is.

We gaven het verlies een mooi plekje in een hoekje achterin onze tuin. De kinderen timmerden een houten kruis in elkaar en mooie bloemetjes werden geplant en gezaaid. Foto’s van Lola werden bij elkaar gezocht en slingeren nu rond in huis. Het bewijst dat verlies en verdriet best niet weggestopt en genegeerd worden, maar letterlijk en figuurlijk een plaatsje moeten krijgen zodat het niet persé iets negatiefs hoeft te zijn, maar deel kan uitmaken van het leven.

Doel bereikt

Ik lig in bad. Schaamteloos te genieten, te voelen hoe de spanning en de stress van de voorbije week wegspoelt. De geur van vers gebakken wafels, sudderend stoofvlees en versgebakken frietjes drijft tot boven. Een bizarre mengeling die me intens gelukkig maakt.

Ik weet dat men beneden bedrijvig in de weer is, terwijl ik boven lig te weken in de warmte. Ik weet dat ze het me gunnen, dat ze het niet erg vinden, dat contrast. Ik denk dat ze me willen verwennen, dat ze oprecht denken dat ik het verdien. Ik voel me gezien, gewaardeerd en geliefd.

Ik lig in bad en bekijk mijn handen. Rode nagels steken fel af tegen het witte badschuim. Net voor ik in bad ging, heeft mijn oudste dochter mij in de watten gelegd met een manicure met een prachtig resultaat. Dit deed ze tussen het kokkerellen door. Haar lief staat nog in de keuken verse frieten te snijden terwijl het stoofvlees op het vuur staat. De jongste dochter legt de laatste hand aan haar wafels. Ze kreeg het recept gisteren nog van mijn grootmoeder en ging er gelijk mee aan de slag. De oudste zoon zit bij het lief en de jongste bij zijn papa.

Na net genoeg tijd, wordt er op de badkamerdeur geklopt. “Binnen tien minuten is het eten klaar.” Ik rep me uit de kuip en haast me naar beneden. Hongerig, niet alleen naar eten, maar vooral naar het gezelschap van mijn dochters. De tafel is netjes gedekt. De bordjes gevuld. Er wordt gepraat. Écht gepraat. Ik bedenk me wederom dat dit de momenten zijn waaraan ik dacht toen ik kinderen wou.

Dit is zo’n moment waarop je ongeduldig hoopt tijdens die helse eerste kinderjaren, wanneer ze klein zijn, druk zijn en je constante zorg nodig hebben. Ze zijn ouder nu, het zorgende moeder-zijn is grotendeels voorbij. Ik heb meer en meer het gevoel dat ik hen echt iets kan bijbrengen, iets kan leren én dat ze luisteren. Ik bedenk me dat ze me ook begrijpen zonder dat ik iets hoef te zeggen. Zo voelden mijn twee dochters woordenloos aan dat een dagje niks doen, een dagje niet zorgen exact was wat ik nodig had. Het leven loopt hier de laatste tijd niet altijd van een leien dakje. Pleegzorgperikelen en puberhormonen enzo …

En zoals je weet: een moeder kan niet gelukkiger zijn dan haar kind dat het het moeilijkst heeft.

Ik hoop dat ik mijn dochters, door schaamteloos in bad te liggen weken en me ongegeneerd door hen te laten verwennen, leer dat het ok is om tijd voor jezelf te nemen. Dat moe zijn en het beu zijn mag, maar dat je er wel zelf iets moet aan doen. Want hoe geëmancipeerd de buitenwereld ook mag lijken, de vrouw is en blijft de drijvende kracht in het merendeel van de huishoudens.

Ik hoop dat ze weten dat ik ongelooflijk fier op hen ben en apprecieer wat ze allemaal doen. Het zijn zelfstandige juffrouwen geworden die weten wat ze willen en dat ieder op hun manier duidelijk maken. En ja, op een dag als vandaag, besef ik dat ik daar mee heb voor gezorgd. Mission accomplished .

Lang geleden: een moeder met een missie

Column Kleurrijk: Met mijn mond vol tanden

Voor het eerst in bijna 8 jaar – zo lang is onze pleegzoon bij ons en zo oud is hij ook – sta ik met mijn mond vol tanden. Ik weet echt niet wat te zeggen, hoe te reageren.

“Waarom heeft mama D mij gedumpt?”

Gedumpt. Ons ventje denkt dat hij zoals het grof huisvuil op straat werd gezet.

Deze vraag, heel concreet, moet ik even laten bezinken. Tegelijk vallen de puzzelstukjes in elkaar. Zijn moeilijkere gedrag de laatste weken thuis, op school, in de kinderopvang. Slechter eten, slechter slapen … Met deze vraag geeft hij het antwoord. Mijn gedachten draaien op volle toeren, net zoals de zijne blijkbaar, al langere tijd.

Wat moet ik zeggen om die negatieve gedachte uit zijn hoofd te krijgen? En snel, want hij blijft me aankijken met een vragende, haast dwingende blik. Ik slik de krop in mijn keel weg, neem diep adem en doe een poging.

“Mama D heeft jou niet zomaar gedumpt. Ze wou eerst zeker weten dat een ander gezin goed voor jou kon zorgen. Ze heeft L van pleegzorg gebeld en pas toen ze wist dat je bij ons kon komen wonen, is ze weggegaan.”

Zoals altijd wekt elk antwoord weer een nieuwe reeks vragen op. “

“En heeft ze mij daarna nooit meer willen zien? Kan ze nog altijd niet voor mij zorgen? Kan ik later wel bij haar gaan wonen? Heeft ze nog andere kindjes? Wonen die wel bij haar? Waarom … ? Wanneer … ? Hoe … ?

Vraag per vraag, antwoord per antwoord probeer ik hem te kalmeren. Tevergeefs, want elk antwoord doet hem in tranen uitbarsten. Elk antwoord brengt hem nog meer in de war. Hij duwt me weg en zegt dat hij mama D wil. Hij wil bij haar zijn.

“Heb je haar telefoonnummer? Dan kan ik haar bellen en zeggen dat ik van haar houd, want dat weet ze nog niet.”

Slik. Hoe graag ik ook zou willen, dit kan ik niet zelf beslissen. Ik schuif de verantwoordelijkheid van me af en zeg dat we dat aan L van pleegzorg en papa Chel moeten vragen. Dit antwoord geeft hem hoop en brengt hem eindelijk een beetje rust.

Ondertussen heb ik ook het fotoboekje bovengehaald met die ene foto van hem en mama D. Er staan 100 foto’s in, maar alleen die met zijn mama interesseert hem. Hij kijkt en kijkt en valt uiteindelijk in slaap met het boekje op zijn borstkas stevig vastgeklemd. Wanneer ik zeker ben dat hij diep genoeg slaapt, verhuis ik naar mijn eigen bed, want ondertussen is het zelfs voor mij al ver voorbij bedtijd.

‘s Ochtends maak ik hem wakker. Een hele karwei na zo’n kort nachtje. Hij sputtert tegen, kruipt weg onder het donsdeken, zeurt, wordt boos én blijft boos. Ik had niks anders verwacht na zijn vragen en verdriet van gisteren, maar toch vraag ik hem waarom hij zo kwaad is. Met grote verontwaardiging zegt hij: “Altijd wanneer het kei spannend is, maak jij mij wakker.”

Ik lach. Dit was niet het antwoord dat ik verwachtte, maar het stelt me wel gerust. Niet alles wat hij doet, zegt of voelt moet herleid worden tot zijn pleegzorgverhaal. Soms is hij ook gewoon kwaad omdat mama hem wakker maakt op het spannendste moment van zijn droom …

The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ op 1 september begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

De rustige optie

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Lockdown Light week 1

De voorbije week, de eerste van deze lockdown light, was om te wennen aan onze nieuwe – tijdelijke – realiteit. Vooral ik had het er moeilijk mee. Niet alleen de angst voor het onbekende en voor wat er komen zou, speelden me parten. Ik geef toe dat ik mezelf de eerste dagen verloor in zelfmedelijden. Geen me-time meer, geen qualitytime met hubby meer, geen liefdes- noch sociaal leven. Het lukte me de eerste dagen niet verder te kijken dan al wat de komende weken niet meer zou kunnen. Ik was zelfs even jaloers op mijn wederhelft die net zoals altijd ’s morgensvroeg naar het werk kon vertrekken om pas ’s avonds laat weer terug te keren.

Het spreekt dan ook voor zich dat het de eerste dagen hier thuis niet echt vlotjes liep. Door het allemaal zo erg voor mezelf te vinden vergat ik dat het voor die vier koters rondom mij minstens even verwarrend en frustrerend is. Ik zag niet hoe mijn lief gebukt ging onder de stress die een eigen zaak in deze coronacrisis met zich meebrengt. Ik vergat al die ouders die het alleen moeten doen. Of de ouders die thuis zitten met hun kroost, maar tegelijkertijd aan telewerken moeten doen. De ouders die buitenshuis blijven werken en hun kinderen moeten achterlaten in de opvang. Ik zag hen even over het hoofd.

Tegen woensdag had ik het dan allemaal op een rijtje. De komende weken zijn we op elkaar aangewezen en moeten we er samen het beste van maken. Stilaan zag ik wat er allemaal in de plaats komt voor al het gemiste. Eén blik op mijn lege agenda doet een ongekende rust over mij neerdalen. Geen sociale verplichtingen meer, dus meer tijd en zin om écht als gezin samen te zijn. Geen logopedie, geen muziekschool, geen voetbal, geen badminton, …  Ook de kinderen genieten vooral van die rust. Het enige dat nog écht moet is elke dag even voor school werken. Het klinkt heerlijk, maar enige regelmaat drong zich toch al snel op.

Het zoeken naar structuur in deze eindeloze zee van tijd is een werk van lange adem. Het ene dagschema na het andere belandde in de prullenmand. Schoolwerk, huishoudelijke taakjes, schermtijd, speeltijd, … dit alles in een haalbaar schema gieten is  onbegonnen werk. Ons gezin gedijt al zo lang op chaos dat het niet realistisch is om nu plots een haast militaire discipline te eisen van mijn kinderen. Tot dat besef kwam ik gelukkig al vrij snel. Zolang ze hun schoolwerk doen, hun steentje bijdragen in het huishouden en genoeg buiten spelen, kan ik ermee leven. De ergernis dat ze te veel achter een scherm zitten, heb ik moeten loslaten.

Loslaten … het lijkt hét codewoord om hier zonder kleerscheuren uit te komen. Het isolement zorgt voor een nieuwe dynamiek in ons gezin en eerlijk gezegd vond ik al langer dat dat nodig was. Eén voor één beginnen we te beseffen dat we het de komende tijd uitsluitend met ons zessen zullen moeten doen. We kunnen dus maar beter een beetje lief zijn voor elkaar.

img_9015