Dromen

Mama, kunnen dromen uitkomen?

Ja, jongen. Als je ze heel zorgvuldig uitkiest, kunnen ze uitkomen.

Ons ventje bedoelde het natuurlijk niet zo. Hij droomt de laatste tijd nogal vaak en veel. ’s Ochtends vertelt hij dan enthousiast wat hij die nacht beleefd heeft. Of hij maakt me midden in de nacht wakker om vol vuur te vertellen over dinosaurussen, oceanen, vulkanenuitbarstingen, hevige branden en brandweerwagens die hij zelf bestuurde… Het kan allemaal in zijn dromen.

Hij wou gewoon weten of hij die knotsgekke, nachtelijke avonturen ook in het echte leven kan meemaken. Nu komt het voor zo’n ventje wel op hetzelfde neer. Voor een zesjarige zijn dat de dingen waar hij van droomt, de avonturen die hij wil waarmaken.

Het was meteen ook de aanzet tot een geanimeerd gesprek met de rest van het gezin.

Wat zijn jullie dromen? Met leeftijden tussen de 6 en 16 krijg je heel uiteenlopende antwoorden. Best wel interessant.

De negenjarige dochter droomt ervan om bekend te worden en ooit mee te spelen in #likeme. Ze werkt ook hard om die droom te laten uitkomen. Ze volgt muziekles, dans- en acteerles. Heerlijk om te zien hoe ze op die leeftijd weet wat ze wil en er vol voor gaat.

De dertienjarige zoon wil een bekende youtuber worden zodat hij ook met een Lamborghini kan rijden en hele dagen kan vullen met de meest onzinnige dingen. Af en toe zie ik een filmpje van hem waarin hij vlogt. Hij is duidelijk nog op zoek naar zijn eigen stijl, maar hij pakt op beeld. Dus wie weet …

De zestienjarige dochter bekijkt het allemaal gelukkig een beetje realistischer. Ze is volop op zoek naar zichzelf, verandert af en toe van richting, maar laat regelmatig een glimp zien van de fantastische jongedame die ze zal worden. Ze kan niet echt antwoorden wanneer ik naar haar dromen vraag, maar ik gok erop dat zij de meeste kans maakt om ze waar te maken. Het is een harde werker, dus zodra zij weet wat ze wil, zal ze er ongetwijfeld alles aan doen om dat te bereiken.

En dan volgt onvermijdelijk diezelfde vraag aan ons. Waar dromen jullie van, mama en papa?

De grootse plannen die we twintig jaar geleden samen maakten zijn ondertussen gerealiseerd of een work in progress. We wilden de wereld zien, dus profiteerden we van onze vrijheid voor we aan kinderen begonnen. We droomden van een groot gezin en dat viel zelfs nog iets groter uit dan initieel bedoeld. Nu de kinderen ondertussen iets ouder zijn, pikken we wat dat reizen betreft de draad weer op. Ook op professioneel gebied loopt voorlopig alles zoals gepland. 

Dat betekent nochtans niet dat we geen dromen meer hebben, integendeel! Ik merk dat er nu meer ruimte komt voor onze individuele dromen. Waar we vroeger samen doelen stelden, kunnen we nu voorzichtig weer een beetje aan onze eigen weg timmeren. Leren zeilen, een boek schrijven, een muziekinstrument leren spelen, … We blijven plannen maken en proberen die tot een goed einde te brengen, maar we zijn tevreden met waar we nu staan. En wanneer we op één van de vele zwoele zomeravonden samen naar de hemel staren en een vallende ster zien, doen we – nog steeds – elke keer opnieuw dezelfde, simpele wens.

Dat alles blijft zoals het is …

Ik hou van jou

We staan vertrekkensklaar. Naar school. Hij heeft zijn jas al flink zelf aangetrokken, maar zijn schoenen aandoen lukt nog niet altijd even goed. Hij probeert het wel en geeft niet snel op, maar omdat de klok tikt, neem ik het – vaker dan nodig – van hem over.

‘Kom, mama zal even helpen.’ Ik zet me op mijn hukken bij hem neer en begin eraan. Binnensmonds vloek ik weer. We moeten echt eens makkelijke, brede schoenen kopen die vlotter aan en uit glijden. En volgende keer geen veters meer, maar klevers.

Vanuit mijn ooghoek zie ik ons ventje naar me kijken. Hij lijkt me te bestuderen. Wanneer ik dan even naar hem opkijk en onze blikken elkaar kruisen, zegt hij: “Ik hou van jou!”

Ik hou van jou. Of ik zie je graag. Het wordt zo vaak gezegd. Soms omdat het zo hoort of als een automatisme wanneer je je kind in bed legt of afzet aan de schoolpoort bijvoorbeeld. Soms gooi je het er nog snel uit wanneer je afscheid hebt genomen en alweer op weg bent naar ergens anders. “Lof joe!” Het klinkt dan heel luchtig, zelfs een beetje hol, ook al meen je het. We zeggen het soms zó vaak en zó tussendoor dat de betekenis en de waarde ervan vervaagt. Heel anders dan wanneer Lou het ’s ochtends zegt. Hij neemt zijn tijd en observeert me eerst heel aandachtig alsof hij mijn goede kwaliteiten als moeder afweegt tegen mijn zwakke momenten en dan toch nog tot de conclusie komt dat hij mij graag ziet. Heel oprecht en gemeend.

Er was een tijd, nog niet eens zo lang geleden, dat de ‘love you’s’ en de ‘ik zie je graags’ me rond de oren vlogen. Toen de oudsten nog kleiner waren, liepen hier vier kinderen in huis rond die naar mijn aandacht en liefde snakten. Ondertussen zijn er twee van de vier al heuse pubers die van nature een beetje afstand nemen en er makkelijker ‘Laat me met rust!’ of zelfs ‘Ik haat jou!’ uitfloepen dan ‘Ik wil een knuffel’ of ‘Ik hou van jou’. Gelukkig zijn er dan de twee kleinsten die alles min of meer in balans houden.

Ik weet ook wel dat wat je zegt niet altijd het meeste indruk maakt, maar vooral dat wat je doet. Daarom voeg ik graag het woord bij de daad en gaat mijn ‘Ik zie je graag’ meestal gepaard met een dikke knuffel om de liefdesverklaring extra kracht bij gezet. Kwestie van zeker begrepen te worden!

Lie(f)s

afbeelding: mamaliefde.nl

Mijn hartje klopt

Zoals elke avond liggen we samen in bed. Ons ventje wil niet alleen achterblijven in de donkere kamer, ook niet als er licht brandt op de gang en ook niet als de jongste dochter een deur verder in bed ligt. Hij is bang. Soms slaapt hij na 10 minuten al in, soms duurt het een uur, of langer … We zeggen zo vaak dat we dat probleem eens moeten aanpakken, want soms hebben we meer zin om met de rest van het gezin nog even mee TV te kijken of een boek te lezen. Toch lukt het niet om er korte metten mee te maken. We zijn te soft, denk ik.

Eerlijk gezegd geniet ik er zelf nog te vaak van. Het is heerlijk om hem in mijn armen in slaap te voelen vallen. Om zijn beweeglijke lijfje te voelen ontspannen en zijn ademhaling te horen vertragen. De gesprekjes die we hebben voor hij inslaapt zijn hartverwarmend. Dan vertelt hij over zijn dag, wat hij leuk vond en wat niet, wie hij lief vindt en wie niet. Op wie hij allemaal verliefd is. Hij zegt wel 15 keer hoe graag hij mij ziet. 15 keer met een even grote overtuiging. Meestal gaat het over vanalles en niks, maar soms komen de serieuze vragen. Dan gaat het over zijn echte mama en hoe hij bij ons terecht gekomen is. Die tijd voor hij in slaap valt, verwerkt hij de dingen en daar help ik hem graag bij.

Onlangs lag ik naast hem in bed de minuten af te tellen. In gedachten overliep ik wat er nog moest gebeuren voor ik zelf in bed kon kruipen. Te veel naar mijn goesting en bovendien wou ik ook nog die allerlaatste 100 bladzijden van de Zeven Zussen afhaspelen, dus ik lag me al danig op te jagen. Hij daarentegen lag rustig te genieten van mijn warmte met zijn handje op zijn borstkas. Toen ik dacht dat hij ein-de-lijk vertrokken was en ik aanstalten maakte om – zoals Katherine Zeta Jones in Entrapment – geruisloos uit bed te sluipen, zei hij plots: “Mama, ik hoor mijn hartje. Het klopt. Ik denk dat het eruit wil!” Ik moest lachen en voelde de spanning uit mijn lichaam stromen.

“Maar goed dat het klopt, jongen! Daarom moet je het ook altijd volgen.”

Hij antwoordde niet en viel dan toch in slaap. En ik, ik nam hem nog een beetje steviger vast en gaf me over aan het moment. Die laatste mand strijk, de afwas en die 100 bladzijden doe ik morgen wel.

Lie(f)s

The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ op 1 september begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

De rustige optie

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Over samen oud worden …

Elke ochtend wanneer ik de kinderen naar school breng, kom ik haar tegen. Een oud vrouwtje dat haar keeshondje uitlaat. Het vrouwtje is oud. Dat merken we aan haar voorzichtige en wankele manier van stappen en vooral aan haar grijze haren die bijna zo wit zijn als die van haar hondje. Elke ochtend rond hetzelfde tijdstip hetzelfde toertje. Het hoort ondertussen ook bij ons ochtendritueel.

Wanneer ik haar zie, verschijnt er spontaan een glimlach op mijn gezicht. Wanneer ik haar niet zie, weet ik hoe laat het is … te laat, de schoolbel is al gegaan. Of  ik word ongerust na een blik op de klok die me vertelt dat we keurig op tijd zijn. Ze zal toch niet ziek zijn, of erger … overleden. Iets dat gezien haar leeftijd zomaar eens zou kunnen gebeuren. 

Ook de kinderen rekenen op haar korte passage, merk ik. De jongste dochter scant onbewust de route af en wanneer ze het vertrouwde duo opmerkt, stoot ze mij zachtjes aan en knikt haar hoofdje in de richting van het moemoeke, want zo noemen we haar ondertussen: moemoeke.

Ze laat zich niet tegenhouden door een beetje regen of kou. Bewonderenswaardig vind ik dat. Aangespoord door de liefde voor haar hond trekt ze ook in deze gure periode haar warme jas aan en – bij regenval – het obligate doorschijnende regenkapje. Gewapend tegen elk weertype gaat ze steevast de deur uit. Ze is waarschijnlijk bang om te vallen, want erg stevig staat ze niet meer op haar benen, maar voor die kleine Kees zet ze zich elke dag opnieuw over die angst. Hij houdt haar ‘jong’, actief en dus gezond.

Ik stel me voor hoe ze na hun wandelingetje in haar huisje komen en ze de pootjes van de hond proper maakt waarna hij zich bij de oude Leuvense stoof nestelt in zijn gouden mandje. Ze controleert of hij nog voldoende korreltjes en water heeft en schenkt zichzelf dan een kopje koffie in uit de onverwoestbare Tiger thermos die eigenlijk veel te groot is nu ze, sinds de dood van haar man, de enige in huis is die nog koffie drinkt. Ze zet zich in de zetel naast de hondenmand en leest de krant. Van voor naar achter en terug. Het sportnieuws legt ze in de lege fauteuil naast zich, waar vava zaliger altijd zat. Af en toe werpt ze een weemoedige blik naar de leegte naast zich en voelt het gemis. Ze klopt zachtjes met haar verrimpelde handen op haar knieën waarmee ze haar hondje zonder woorden uitnodigt plaats te nemen op haar schoot. Zo kijken ze samen naar Mooi en Meedogenloos en Sturm der Liebe

Ik heb bewondering voor haar en respect. Ze verzet zich tegen haar leeftijd en blijft bewegen, ondanks haar tegensputterende lichaam. Zelf hoop ik op dezelfde manier oud te worden, gezond en wel, fris van geest. Al hoop ik vooral dat manlief dan ook nog aan mijn zijde staat en mij bij elk wandelingetje – al dan niet met hond, rollator of wandelstok  – gezelschap houdt waarna hij zich in de zetel naast mij nestelt om samen hand in hand en met twee Westmalle Extra’s naar Days of Our Lives te kijken.

Suske, zet ze al maar koud, want jij bent nog steeds mijn Valentijn!

liefde-is-gelukkig-samen-oud-worden

 

 

 

 

De andere mama

Onze jongste is een knuffelbeer. Hij overlaadt mij met knuffels. ‘Jij bent zo warm, mama’, zegt hij dan. Hij slorpt mijn warmte op en komt tot rust. Rust die hij hoe langer hoe moeilijker kan vinden. ‘Je blijft toch bij mij, he?’ Dat hij verlatingsangst heeft, wordt steeds duidelijker. De blik in zijn ogen wanneer hij denkt alleen achtergebleven te zijn, breekt mijn hart. Dat we nog steeds bij hem in bed blijven tot hij in slaap gevallen is, is niet altijd leuk, maar voorlopig de beste oplossing. Hij ligt bij zijn grote broer in bed en zoekt in zijn slaap steeds diens nabijheid op. Elk kind heeft geborgenheid nodig, maar hij duidelijk iets meer.

Wanneer ik hem knuffel zeg ik wel eens hoe blij ik ben dat ik zijn mama mag zijn. Tot voor kort toverde het steevast een glimlach op zijn gezicht. De laatste weken merk ik dat het hem aan zijn biologische moeder doet denken. ‘Ik wil bij mijn andere mama zijn. Bij mama D.’

Auwch, ik voel een steekje in mijn hart.

Hij wil bij iemand zijn die hij niet kent. Eén foto hebben we van haar. Daarop heeft ze een piepklein baby’tje in haar armen en lijkt ze oprecht gelukkig naar de camera te lachen. Op basis van dit ene beeld heeft hij zijn andere mama ‘gevormd’. De ideale mama die hem niet verplicht zijn bord leeg te eten. Die nooit boos wordt. De perfecte moeder van wie hij laat mag opblijven en die hem honderden cadeautjes koopt. Hij verzint verhaaltjes en droomt over haar.

Het is hem gegund en ik laat hem in de waan. De minder fraaie waarheid wil ik hem besparen. Al moet ik heel soms de neiging onderdrukken om in de verdediging te gaan, om de strijd aan te gaan met de andere mama die waarschijnlijk alles is wat ik niet ben. Mijn twijfels en onzekerheid als moeder steken dan de kop op en tegen beter weten in voel ik me opzij geduwd door iemand die niet bestaat, door een illusie, een ideaalbeeld van een kleuter.

Het zijn die zwakke momentjes die me met de voeten op de grond houden en ons eraan herinneren dat we een pleeggezin zijn, met alle zorgen en onzekerheden die erbij horen. Maar wanneer ons ventje me even later weer vol overgave vastneemt en zegt dat ik de liefste mama van de hele wereld ben, dan weet ik dat er niets op kan tegen de werkelijkheid, ook al is die verre van perfect.

Liefde is een scheet

“Love is like a fart. If you have to force it, it’s probably shit.”

Deze quote blies facebook enkele dagen geleden in mijn gezicht. Een quote die me deed schaterlachen. Eén die me werkelijk op het – ik geef het toe – winderige lijf geschreven is. Ik hoef me daar trouwens niet om te schamen, want iederéén doet het … scheetjes laten. En inderdaad, als je te veel kracht zet, kan er al eens iets meer bij zijn.

Ik stuurde de quote door naar mijn zus, want flatulentie is volgens mij erfelijk. We lachen heel wat af samen en vaak ligt een onschuldig scheetje aan de basis van ons buitensporig plezier. We hebben nu eenmaal niet veel nodig om gelukkig te zijn …

Eens de lachbui voorbij drong de diepere betekenis van de quote door. Een scheetje moet vanzelf komen. Je mag niks forceren. Dat is toch wat ons moemoe altijd zei. De link met de liefde is dan inderdaad snel gemaakt.

Je kan niemand verplichten om lief te hebben, om jou graag te hebben. Je kan al het mogelijke doen om die persoon van het tegendeel te bewijzen, om hem of haar ervan te overtuigen dat je de slechtste niet bent. Maar het risico dat het niets uithaalt en je het deksel weer op de neus krijgt, is meer dan reëel.

Als naïef pubermeisje heb ik me daar wel eens aan bezondigd. Je bent tot over je oren verliefd, maar de gevoelens blijven onbeantwoord. Je probeert dan extra in de kijker te lopen, je van je mooiste kant te laten zien. Soms lukt het. Soms niet, en dat was dan inderdaad shit. Op amoureus vlak zit ik gelukkig al vele jaren op mijn plaats. Hem heb ik lang geleden al omver geblazen met mijn charmes en andere kwaliteiten.

Wat platonische relaties betreft, heb ik doorheen de jaren veel geleerd. Waar ik als kind en tiener graag beste vrienden was met iedereen, hoeft dat nu niet meer zo nodig. Moeten ze me niet, dan maak ik het hen gemakkelijk en blijf ik uit de buurt. Leven en laten leven dus, maar met het nodige respect, van mijn kant althans.

Gaat het niet vanzelf, groeit de vriendschap of genegenheid niet spontaan, dan trek je maar beter snel je conclusies in plaats van, tegen beter weten in, krampachtig je stinkende best te blijven doen..

Liefde is dus een scheet. Het mag een beetje moeite kosten, maar niet te veel.

img_2017

40

Veertig. VEERTIG. Een vier en een nul. 10 keer 4 … Hoe ik het ook draai of keer, het wordt niet minder. Het blijft 40. Gelukkig maar!

Ik geef toe, het voelt anders dan mijn andere verjaardagen. Specialer. Een jaartje erbij, het heeft me nooit veel gedaan. Ik heb er altijd naar uitgekeken, al was het maar voor de cadeautjes. Het hoeft niet veel te zijn, maar elke kleine attentie maakt mij blij.

Dit jaar is het niet anders. Veertig worden schrikt mij niet af. Integendeel!

Nog nooit heb ik me zo goed gevoeld. Nog nooit was ik zo gelukkig als de laatste jaren. Ik voel me véél beter in mijn vel dan toen ik 30 was. Ik ben rustiger, ik heb meer zelfvertrouwen en sta steviger in mijn schoenen. Dat is niet vanzelf gekomen. Doorheen de jaren heb ik hard aan mezelf gewerkt. Ik heb geleerd uit mijn fouten en mezelf bijgestuurd. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen.

Samen met mijn leeftijd komt ook het besef dat ik geen snotaap meer ben die altijd maar ja moet knikken en dingen over zich heen moet laten gaan. Ik ben verdomme een volwassen vrouw met een eigen mening die ik niet langer voor mezelf hoef te houden. Na 40 jaar voel ik me sterk genoeg om voor mezelf en mijn dierbaren op te komen als dat nodig is. Om foert te zeggen tegen alle negativiteit rondom mij die ik kan missen als de pest.

De voorbije veertig jaar heb ik niet alleen veel geleerd over mezelf, maar ook over andere mensen, namelijk dat we voor een groot deel zijn zoals we zijn. Daar is niks mis mee, maar we hoeven elkaar niet persé leuk te vinden. Ik verspil liever geen energie door me druk te maken in anderen, door me te ergeren aan andermans kleine kantjes.

Na veertig jaar vind ik dat ik het recht heb om te kiezen aan wat en aan wie ik mijn kostbare tijd besteed. Na veertig jaar weet ik op wie ik kan rekenen en op wie niet. Ik weet wie echt belangrijk is en wie niet. Ik weet wat ik wil en vooral wat niet.

Wat ík wil vandaag, is twee stukken taart eten en schaamteloos genieten van de aandacht die ik krijg. Vandaag draait het rond mij en daar voel ik mij niet schuldig over. Daar ben ik te oud voor geworden.

images84NTRQRO

 

 

 

 

 

 

Lang leve Marie

Ik heb sinds vandaag een dochter van 14 jaar. VEERTIEN! Een puber, een tiener, een grote meid. Los van het feit wat dat over míjn leeftijd zegt, kan ik het maar moeilijk geloven. Als ik naar haar kijk, dan zie ik al een echte jongedame. In niks te vergelijken met het pasgeboren baby’tje dat na de eerste wee 40 uur op zich liet wachten, dat mij 40 uur behoorlijk liet afzien … maar wat was ze het waard! Een topgriet hebben wij 14 jaar geleden op de wereld gezet.

De bevalling begon. Het zou thuis gebeuren, onder water, in een opblaasbaar kinderzwembadje. Ik weet het, het klinkt belachelijk en achteraf gezien was het ook een idioot idee. Al was het maar omdat dat badje na de bevalling ook weer opgekraamd moet worden …

Mijn toegewijde wederhelft begon vol goede moed het badje op te blazen en te vullen. Piece of cake, hoor ik je denken, maar dat water moet lekker warm zijn én blijven. Als de bevalling snel vooruit gaat valt dat nog wel mee, maar in mijn geval duurde het thuis ongeveer 30 uur. 30 uur van koud water eruit scheppen en weer emmers met heet water bij gieten. Dat heeft hij goed gedaan, die man van mij.

Het was helaas een maat voor niets, want toen mijn vliezen 24 uur gebroken waren, moesten we onverbiddelijk naar het ziekenhuis. Het risico op infecties is dan te groot. Naargelang de deadline dichterbij kwam, hebben de vroedvrouwen nochtans alles uit de kast gehaald: voetmassages, kruidendrankjes, tincturen, bachbloesems, de trap op en af lopen, een glaasje porto om te ontspannen, … Het mocht allemaal niet baten, mijn lichaam was uitgeput en de weeën vielen volledig stil.

Zelf was ik heel de tijd uiterst rustig en op geen enkel moment maakte ik mij zorgen. Onze familie daarentegen heeft het heel anders ervaren. Zij waren echt ongerust en bang dat het fout zou lopen.

Bij mij sloeg de angst pas toe in het ziekenhuis waar we bijzonder onaangenaam ontvangen werden door de gynaecologe van dienst. Zij werd een uur voor het einde van haar nachtshift nog uit bed gebeld voor een mislukte thuisbevalling. Daar was ze niet blij mee. Ze heeft onze vroedvrouw die niet van mijn zijde week, uitgescholden en haar uiteindelijk de toegang tot de verloskamer verboden. Gelukkig kon onze vroedvrouw haar nog wel een onnodige keizersnede uit het hoofd praten. Er was geen enige indicatie dat het kindje in mijn buik in nood was.

Een uur later kwam er een andere gynaecoloog opdagen die door een klacht over zijn te hoge cijfer wat keizersnedes betreft, alle tijd nam om ons Marie op een natuurlijke manier geboren te laten worden. Het duurde nóg acht uur voor ze het levenslicht zag. Acht lange en, ondanks de epidurale verdoving, pijnlijke uren.

Ze was een sterrekijkertje en kwam met haar rechterhandje eerst naar buiten.

Onze ervaring in het ziekenhuis was geen succes. We bleven dan ook maar net zo lang als nodig was. Toen ik weer op mijn benen kon staan en zelf kon plassen, zowat acht uur na de geboorte, kreeg ik van een verpleegster toestemming om naar huis te gaan. Dat deden we dan ook. Net thuis kregen we telefoon van het ziekenhuis: we moesten onmiddellijk terugkomen want het was onverantwoord. Niemand zou ons toestemming gegeven hebben. Ze wilden moeder en kind, gezien de uitzonderlijk lange en zware bevalling, van dichtbij in het oog houden. Het leek onze vroedvrouw, die de volgende ochtend sowieso zou langskomen, niet nodig. We zijn dan ook heerlijk in ons eigen bedje gekropen en hebben met zijn drietjes een rustige, lange nacht gehad.

De toon was gezet. Heerlijk, rustig en wat meer tijd nodig soms … dat is onze oudste dochter!

Lieve Marie, zoek maar rustig verder je eigen weg. Vaar vooral je eigen koers! Je komt er wel. De wereld ligt aan je voeten!

We zien je graag, tot de maan en terug.