Schijn bedriegt

Af en toe deel ik een blogpostje op facebook. Héél af en toe, wanneer ik denk dat het misschien toch wel een leuk stukje is. Er volgen dan reacties, toffe en positieve commentaren, bemoedigende woorden.

Wanneer het een verhaaltje over pleegzorg is, valt het op dat veel virtuele vrienden me een fantastische mama vinden. Dat we zo’n geweldig gezin zijn. Hoe prachtig het is wat we doen. Het streelt mijn ego, daar ga ik niet flauw over doen, maar tegelijkertijd voel ik me de grootste bedriegster die er bestaat. Ik voel me namelijk allesbehalve een geweldige mama.

Ik roep, ik tier, ik zeur … Dagelijks. Meerdere malen per dag. Ik kan hen soms niet rond me verdragen. Ik stuur hen wandelen wanneer ze zonder woorden om affectie vragen. Ik laat hen schaamteloos uren tv kijken of gamen om zelf even te kunnen niksen. Ik blijf al eens ’s ochtends in bed liggen terwijl zij beneden het kot afbreken en de snoepkast plunderen. Ik verwaarloos hen, laat hen aan hun lot over, denk alleen maar aan mezelf …

Mijn kinderen gedragen zich soms als een bende onbeschofte, ongemanierde wilde dieren. Meestal alleen maar thuis, maar soms ook op een ander en dan bekruipt me een gevoel van schaamte. Dan voel ik me een gefaalde moeder die door de mand valt, betrapt, in de val gelokt en voor schut gezet door haar eigen vlees en bloed.

‘s Avond kruip ik in bed met een torenhoog schuldgevoel en sus mezelf in slaap in de overtuiging dat het vanaf morgenvroeg allemaal anders zal zijn. Dat ik mijn kinderen alleen maar complimentjes zal geven en knuffels in plaats van boze blikken en verwijten. Dat dan alle problemen vanzelf zullen verdwijnen en we eindelijk het perfecte gezinnetje zijn, een soort van familie Von Trapp in plaats van familie Flodder.

Maar soms valt alles toch heel mooi in de plooi. Er zijn van die momenten dat ik zen ben en de kinderen happy. Dan knuffelen we, lachen we en zijn we intens gelukkig. Dan zie ik hoe de grootste zich liefdevol om de kleinste ontfermt. Hoe de andere twee samen uitdokteren hoe iets werkt. Hoe ze elkaar troosten, helpen, complimentjes geven en aanmoedigen. Dan durf ik heel voorzichtig denken dat ik het misschien toch niet zo slecht doe, dat er nog hoop is voor mijn kinderen.

Ach, ik overdrijf een beetje. Ik vergroot het uit en vergeet hier en daar het woordje soms, maar het is er wel … altijd … het gevoel een slechte moeder te zijn, niet goed genoeg mijn best te doen.

Ik weet dat heel veel mama’s hiermee worstelen. Daarom heb ik maar één goed voornemen gemaakt voor 2018: de mama’s, de ploetermoeders om mij heen op tijd en stond laten weten dat ze goed bezig zijn, dat ze fantastische mama’s zijn.

Wie weet, als we het vaak genoeg te horen krijgen, geloven we het na een tijdje ook echt. Want geef toe, er is niets leuker dan een complimentje krijgen. Het geeft je vleugels, al is het maar heel even.

1 maart 2018: complimentendag

img_3249

 

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?

Column Kleurrijk #1

Proud to announce: mijn eerste column gepubliceerd in het magazine ‘Kleurrijk’ van Pleegzorg Provincie Antwerpen.

De deadline van deze column – mijn allereerste by the way – valt toevallig samen met de verjaardag van ons jongste zoontje, Laurens. In tegenstelling tot de verjaardagen van onze andere drie kinderen word ik die dag niet overspoeld door de herinneringen aan zijn geboorte. We vieren uitbundig zijn verjaardag maar voor de rest zijn er weinig emoties mee gemoeid, om de simpele reden dat we er niet bij waren toen hij voor het eerst van zich liet horen.

De periode dat deze Kleurrijk in jullie brievenbus valt daarentegen, roept elk jaar mooie herinneringen op. Hét telefoontje van pleegzorg, in allerijl een crèche en babyspullen zoeken, de rit naar het ziekenhuis en dan… dat piepkleine, hulpeloze wezentje dat daar in zijn knalblauwe pyjama onder een klein, oranje dekentje lag. Moederziel alleen, wachtend op ons, op onze liefde, onze knuffels en warmte.

Hij kwam bij ons in crisisopvang maar nu drie jaar later maakt hij nog steeds deel uit van ons gezin. We hebben al een hele weg afgelegd met veel wondermooie momenten maar af en toe ook verdriet en zorgen. Na het eerste anderhalf jaar zonder bezoeken noch contacten waren we haast vergeten dat hij niet echt van ons was. Zijn mama wist dat ze niet voor hem kon zorgen en was enorm dankbaar dat wij hem wilden geven wat zij niet kon bieden. Er was een klik met haar en de weinige keren dat ze op bezoek kwam, hadden we telkens een gezellige koffieklets maar interesse in haar kind toonde ze helaas nooit. Ze gaf het dan ook snel op en verbrak zo goed als elk contact.

Toen zijn vader plots ten tonele verscheen en de bezoeken werden opgestart, bloedde ons hart. Maar alles went en een mens kan meer aan dan hij denkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben uit ons pleegzorgverhaal.

De bezoeken en het contact met de papa verlopen goed. Een gezin met vier kinderen vergt sowieso heel wat organisatie en de tweewekelijkse bezoeken inplannen in een weekend met voetbalmatchen, muzieklessen, verjaardagsfeestjes en uitstapjes is niet altijd even simpel maar gelukkig is alles bespreekbaar en kan er al eens geschoven worden met de bezoekuren.

Het is me wat, je gezin openstellen voor een ander zijn kind en je hart eraan verliezen. De onzekerheid, de emoties, de angst voor wat de toekomst brengt… Maar het is en blijft de moeite waard. Het is een verrijking voor je gezinsleven, een eye opener, een blik op een totaal andere wereld waar je eigenlijk liever zo weinig mogelijk van af weet maar waar je willens nillens van heel nabij mee geconfronteerd wordt.

Voor de meesten van jullie zal dit herkenbaar zijn. Of net niet. Ieder verhaal is anders maar ik hoop jullie de komende tijd te kunnen boeien met óns verhaal, ons avontuur, ons leven als (pleeg)gezin. Ik kijk er alvast naar uit om af en toe een beetje van onze chaos met jullie te delen.

Stop de tijd

Heeft het te maken met het naderende einde van 2017, ik weet het niet, maar de laatste tijd overpeinzen we regelmatig de dingen. Het leven. Ons leven.

Elke keer opnieuw komen we tot het besluit dat het goed is zoals het is. Dat er niks meer moet veranderen, niet het kleinste detail. Alles lijkt te kloppen … evenwicht, balans, controle.

Controle over alles wat ons het liefste is: ons gezin, onze kinderen. Voorlopig vormen we nog één blok. Altijd samen op pad, samen thuis, samen ruzie, samen gelukkig. Maar dat kan niet blijven duren. De tijd kan je niet stoppen. Onze kinderen groeien, worden ouder, zelfstandiger en hebben ons minder nodig.

Voorlopig weten wij, als ouders, altijd waar onze kinderen zijn. Wij bepalen waar en met wie ze zijn. Ze zijn veilig. Maar ooit zal het anders zijn. Ooit zullen ze thuis vertrekken en van het leven gaan genieten, van hun vrijheid proeven. Ze zullen van het ene feestje naar het andere trekken. Ze zullen omgaan met mensen die je niet kent en op plaatsen vertoeven die jij niet kent. Ze zullen je vertrouwen op de proef stellen én beschamen.

Maar hopelijk komen ze steeds terug. Zoeken ze steeds weer de geborgenheid en veiligheid op van ons gezin. Ik hoop het …

Het is nu moeilijk te vatten, maar ooit zullen we niet elke seconde van elke dag weten waar onze vier schatten uithangen. Ze zullen niet langer elke nacht onder ons dak slapen.

Loslaten heet dat dan. Een onvermijdelijk iets, maar zolang het niet moet, gaan we het niet doen. En gaan we genieten van onze kroost, dicht bij ons, altijd bij ons, 24/7, …

Schreef ik daar ooit geen stukje over? Over die ettertjes die werkelijk altijd rond mij hangen? Zelfs wanneer ik op toilet zit of eindelijk eens onder de douche sta?

Ach ja, je weet wel wat ik bedoel. Als ouders groeien we ook, hoop ik. Ooit zullen we er de voordelen van zien, zullen wij ónze herwonnen vrijheid appreciëren en met beide handen grijpen.

Brillenkas

Onze jongste dochter moet een bril dragen. Toen de oogarts tot die conclusie kwam, deed het me wat. Heel even, maar totaal onverwacht schoot mijn gemoed vol.

Nadien vroeg ik me af waarom. Het is toch niet zo erg dat onze dochter een bril moet dragen. Integendeel zelfs, het heeft iets en het past bij haar. Ze is niet doorsnee, niet zoals alle andere kinderen. Ze is anders …

Misschien net daarom dat mijn moederhart zich even roerde. Ik hou er wel van dat ze een beetje anders is, eigenzinnig. Er is niets zo mooi als een kind dat op één of andere manier niet mooi in het rijtje loopt, maar – vaak door slechts kleine details – uit de massa springt. Als volwassene vind je dat mooi, maar voor leeftijdsgenootjes is het vaak een mikpunt van spot, een aanleiding tot pesten.

Stel je voor dat haar klasgenootjes haar gaan uitlachen. Mijn hart breekt als ik daaraan denk. Anderzijds weet ik dat onze jongste dochter niet op haar mondje gevallen is en het nodige haar op de tanden heeft. Ze zal ongetwijfeld een gevatte repliek uit haar mouw schudden om de eventuele plaaggeesten op hun plaats te zetten. Way to go, girl!

Zelf vindt ze het stiekem best leuk om voortaan een brilletje te dragen, al houdt de mening van de klasgenootjes haar ook bezig. Ik denk dat ze het zelf ook een pluspunt vindt om niet doorsnee te zijn. Onze oudste dochter vindt tegenwoordig alles wat niet perfect in maatschappelijk aanvaardbare rijtje past ‘gênant’. Onze jongste vindt het dan eerder interessant en spannend.

Het is ok om anders te zijn, maar ik ben er ook van overtuigd dat niet ieder kind sterk genoeg in zijn schoenen staat om zijn ‘anders zijn’ te aanvaarden, om er het voordeel van in te zien en er vervolgens zijn sterkte uit te halen. Het blijft moeilijk om de mening van anderen naast je neer te leggen, zonder boe of ba. Om je middelvinger met volle overtuiging op te steken naar al die anderen die denken dat ze beter zijn.

Bij onze dochter gaat het nog maar om een brilletje, maar ik weet dat dit slechts het begin is. Iets in mij zegt me dat ze nog vaak verrassend en origineel uit de hoek zal komen. Haar sterke wil, uitgesproken karakter en speciale kantje komen meer en meer naar boven. En eerlijk gezegd kan ik niet wachten om het allemaal te ontdekken, hoewel  we ongetwijfeld nog vaak zullen vloeken en haar eigengereidheid verwensen.

brillenkas

 

 

Verloren zoon

We waren hem kwijt, onze zoon. Geen spoor meer van ons vurig, maar lief en bij wijlen vrolijk ventje. Hij werd ongemerkt vervangen door een onherkenbaar, nors, in zichzelf gekeerd jongetje. We noemden hem altijd al ‘licht ontvlambaar’, maar de laatste maanden was hij ronduit agressief. Een verkeerde blik, een achteloze aanraking, … alles kon zijn korte lontje doen ontsteken en dan kon je je maar beter uit de voeten maken. Scheldtirades, gebrul, gevloek, allerhande verwensingen, zelfs een slag of stoot … We kregen het allemaal naar ons hoofd geslingerd.

Op geen enkel moment was hij nog voor rede vatbaar. We hadden het gevoel alle grip op hem te verliezen. We werden bang voor de toekomst en dachten met doodsangst aan de puberteit die binnen enkele jaren alles zo mogelijk nóg complexer zou maken.

img_2372

We twijfelden aan onszelf, als ouders. Nóg meer dan anders. Wat deden we mis? Waren we te streng, of net te laks? Maakten we niet genoeg tijd voor onze kinderen? Meerdere keren stelden we onszelf en elkaar die vraag, vaak met de tranen in de ogen.

Op een bepaald moment voel je als ouder dat het niet meer lukt. Daar is niks mis mee, maar wat is het moeilijk om toe te geven dat je je kind niet meer de baas kan.  Het gevoel te falen in je belangrijkste taak, in je rol als moeder … het maakt je gelijk met de grond en raakt je tot in de kern van je bestaan.

Tijdens een gesprek op school legde zijn juf voorzichtig de link met de medicatie die hij ondertussen een jaar nam voor zijn ADHD. Zelf had ik daar ook al aan gedacht, en ja, we gaven het de laatste maanden meer, niet meer uitsluitend voor school, maar ook op vrije dagen om het thuis aangenamer te maken.

Ze verzekerde ons dat hij ondertussen een stevige basis van de leerstof had en dat het concentratieprobleen opgevangen kon worden. Reden genoeg voor ons om de Rilatine overboord te gooien, want dat was oorspronkelijk de enige reden waarom we vorig jaar toch onze toevlucht namen tot medicatie: zijn concentratieprobleem met als gevolg een grote leerachterstand.

img_2030
Wat er toen gebeurde, is moeilijk te geloven. Na amper 2 dagen keerde geleidelijk aan de rust in huis weer terug. Elke dag vonden we een stukje van onze zoon terug. Hij herontdekte de lego, de auto’s, zijn eigen fantasie en creativiteit. Hij zocht weer meer contact met ons, met zijn broer en zussen. Hij leefde minder en minder in zijn eigen wereldje en beleefde weer zichtbaar plezier in de interactie met de mensen om zich heen.

Na een week hadden we onze zoon helemaal terug. Vurig, maar handelbaar. Van al onze kinderen vraagt hij nog steeds de meeste aandacht en niet altijd op de juiste manier, maar er zijn weer meer goede dan slechte momenten. Hij heeft nog regelmatig uitbarstingen, maar krijgt zichzelf meestal weer net op tijd in de hand. Die zelfbeheersing was hij volledig kwijt.

Het is afwachten wat de invloed op zijn schoolresultaten zal zijn, maar eerlijk gezegd is dat het minst van mijn zorgen. Hij komt er wel, het is een volhouder, hij weet wat hij wil en gaat er ook voor.

Wij hebben onze zoon terug, hij is weer gelukkig en dat is voorlopig meer dan genoeg.

aandachtvragen

 

Het concept ‘vakantie’

Sinds anderhalf jaar werk ik niet meer in het onderwijs. Tegen alle verwachtingen in heb ik geen heimwee. In het begin miste ik het contact met de collega’s en de leerlingen, én de voldoening die je voelt wanneer je erin slaagt om een stelletje pubers toch een lesuur te boeien. Al het overige was er nét iets te veel aan.

Wat ik nu vooral mis, elk jaar opnieuw rond deze tijd, is het gevoel dat je hebt op het einde van het schooljaar. Het aftellen en vurig verlangen naar de vakantie, de laatste loodjes die je op school met iets meer plezier dan anders afwerkt. En dan … die zee van tijd die voor je ligt en waar je niet kan over kijken. Twee volle maanden verlof, één uitgestrekte vakantie waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Het gevoel dat even alles kan en niks echt moet, dat mis ik elk jaar opnieuw.

De eerste week zat ik nog kwijlend voor mijn scherm te kijken naar de eerste vakantiefoto’s die op facebook en instagram passeerden. De zonsondergangen op het strand, de wandelingen in de bergen, de english breakfasts in Spanje, … Een weekje later, zat ik heimelijk te grijnzen bij de foto’s van hopen vuile was en lege reiskoffers. Zij zijn weer thuis en hun vakantie voor dit jaar zit er al op. 

Zo kom ik bij dat andere gevoel dat ieder jaar de kop opsteekt. Elke zomer opnieuw bedenk ik bij mezelf hoe absurd ‘vakantie’ is. Een heel jaar kijken we er met zijn allen naar uit, naar die week of 2 weken dat we massaal uitwijken naar ergens waar het beter is. De meesten vertrekken op dezelfde momenten en staan gezellig samen in lange rijen op de luchthaven of aan de péage op weg naar het zuiden aan te schuiven. Een week later staan we dan weer en masse te wachten aan de andere kant, terug richting thuis, routine, dagelijkse sleur, drukte en stress.

Dat was het dan weer voor dit jaar … maanden naar uitgekeken en hup, het is alweer voorbij. Waarom voelen we in godsnaam de noodzaak om minstens een week op een andere plaats te vertoeven? Zijn we dan zo ongelukkig in ons eigen huis? Ontevreden met ons dagelijks leven?

Ik alvast niet, meestal ben ik héél blij met wat ik thuis heb en kan ik ook écht wel genieten van het leven in mijn eigen tuin. Toch voel ook ik elk jaar de behoefte om twee weken met het gezin weg te trekken naar een plek onder de zon, ons paradijsje in the middle of nowhere.

2543497018_552c9e90-039c-4f9c-8bd2-4b9262c15083

De locatie op zich is minder belangrijk, maar het gaat er voor ons vooral om om even met het gezin alleen te zijn, weg van verplichtingen en verwachtingen. Daar in ons huisje, in het grootste boerengat van Frankrijk. Geen buren, geen familie, geen gedwongen sociaal contact. Alleen wij, onze kinderen én tijd. Tijd voor elkaar, tijd om te puzzelen, verstoppertje te spelen, te lezen en te genieten van elkaar zonder op de klok te hoeven kijken.

Dát is vakantie. Zalig, maar tegelijkertijd absurd. Waarom kan dat gezinsgeluk alleen pieken gedurende die 2 weken in de zomer? Is er dan geen manier om ons thuis ook af te sluiten van de buitenwereld? Hoe ouder de kinderen worden, hoe moeilijker het lijkt. Ze leiden meer en meer hun eigen leven, buiten de grenzen van onze cocon.

Toch kijken ook zij jaar na jaar reikhalzend uit naar die twee weken vakantie met het gezin en hebben ze genoeg aan zichzelf, aan ons en elkaar. Die gedachte maakt me gelukkig en doet me alleen maar meer uitkijken naar wat ons binnen enkele weken te wachten staat. Het vluchtige, het absurde motiveert me alleen maar om er ook dit jaar weer meer en nog bewuster van te genieten.

Helse nachten

Je zou denken dat je bij het vierde kind wel weet hoe je moet opvoeden. Niets is minder waar. Bij elk kind doemen nieuwe problemen op, bij elke leeftijd word je geconfronteerd met andere issues, bij elke verandering spelen onverwachte zorgen op.


Zo zijn we nu met onze kleinste in een onbekende opvoedingssituatie beland. Hij wil niet meer slapen. Punt, komma, andere lijn.

Tot voor enkele weken legde ik hem in bed, viel hij in slaap en werd pas de volgende ochtend of zelfs middag wakker. Een goede slaper noemen ze dat. En plots kwam daar verandering in. Hij wil niet blijven liggen, begint te roepen en te tieren. Tot overmaat van ramp heeft hij ook ontdekt dat hij zelf uit het bed kan klimmen.

De eerste avond met zo’n zenuwslopende scène probeerde ik het nog op te lossen door hem op mijn schoot te nemen, te troosten, begripvol te zijn. Yeah right! Dat maakt het dus alleen maar erger. Natuurlijk ligt hij liever op mijn schoot te baden in mijn liefde en warmte dan in zijn eigen koude, donkere bedje.

De volgende avonden dan maar de goede raad van de nanny op tv opgevolgd, want dit werkte perfect bij onze andere zoon: geen oogcontact, niets zeggen, kordaat weer in zijn bed leggen … keer op keer … op keer op keer … op keer …

Wat een koppig kind hebben wij! Een uur ging voorbij waarin hij constant uit zijn bed kwam. Hoeveel energie kan een kind van 2,5 hebben? Met slaapzak en al stond hij op welgeteld 10 seconden weer naast zijn bed. In het begin gaf ik hem de kans niet om uit het bed te kruipen, maar omdat het er niet naar uitzag dat hij snel zou opgeven, veranderde ik mijn strategie. Ik zou hem uitputten, afmatten tot hij niet meer kon. Dat werkte, op den duur gaf hij zich gewonnen en bleef hij liggen, maar schijn bedriegt.

Wanneer ik dacht dat hij eindelijk sliep en zelf in bed kon kruipen, stak hij zijn hoofdje omhoog. Als hij mij zag, ging hij weer liggen. Zag hij mij niet, dan begon het allemaal van voor af aan.  Even gerust, weer klaar om er vol tegen aan te gaan. Soms viel hij wel in slaap, maar werd hij na een paar uur weer wakker en speelde hetzelfde scenario zich opnieuw af.

Er waren avonden dat dit spelletje ruim twee uur duurde. Om gek van te worden. Er waren nachten dat ik totaal uitgeput moest vechten tegen mijn tranen. Dat ik diep in mij dingen voelde die ik niet durf neerschrijven. Enkele nachten van dat kaliber kan een mens wel aan, maar na 7 nachten ben je zo moe dat je jezelf al slapend met het voorhoofd tegen de deurstijl betrapt.

Gelukkig heb ik ook nog een vent die het na 5 nachten niet meer kon aanzien en zichzelf mee in de strijd wierp. Zijn ‘hardere’ aanpak in combinatie met het schrappen van de middagdutjes en het laat opblijven doen vermoeden dat het einde in zicht is. De scènes worden korter en hij slaapt af en toe weer eens een hele nacht door, al wordt hij ’s ochtends nog te vroeg wakker en lukt het zelden om hem dan nog terug in slaap te krijgen.

Maar ach, de wallen onder mijn ogen zijn alweer een beetje kleiner geworden en we hebben opnieuw een paar gezellige avondjes met twee gehad, mijn vent en ik. Vroeg opstaan heeft ook zo zijn voordelen: er is al heel wat werk verricht wanneer de rest van het gezin uit bed strompelt. En dat kleine ettertje, dat is zelfs om vijf uur ’s ochtends om op te eten.

Lang leve het onderwijs

 

Het dorp waar we wonen is een boerengat, een Kempische scheet groot. En toch zijn er 3 scholen. Twee hele grote en 1 heel kleintje. Wij kozen voor het kleintje. Liever mijn kleuter rustig laten starten in een klasje van 10, dan in een groep van 25 waar doorheen het jaar nog eens minstens 15 kindjes bijkomen.

Het was niet alleen het kleinschalige dat ons aansprak, maar ook het groene karakter van de school – in tegenstelling tot de 2 andere betonnen bunkers – en de openheid: geen hermetisch afgesloten domein, maar een doorzichtige omheining met kleurrijke poortjes die indien nodig op slot gaan, maar er blijft altijd minstens 1 toegang open, klaar om de ouders te ontvangen.

De kleinschaligheid kan ongetwijfeld een troef zijn, maar tegelijkertijd zorgt het jaar na jaar voor heel wat ellende bij het schoolteam. De juffen moeten al jaren knokken om de school in leven te houden, ze moeten ongetwijfeld dubbel zo hard werken als andere juffen. Ik kan het weten, want een voordeel van een klein schooltje is de enorme betrokkenheid van de ouders.

De leerkrachten halen alles uit de kast om élk kind, hoe moeilijk het ook gaat, mee te nemen naar het volgende leerjaar. Ze halen het onderste uit de kan om ook de allerzwakste leerlingen vol zelfvertrouwen en met een positief zelfbeeld tot over de eindstreep te brengen. Ik kan het weten, want mijn oudste dochter heeft tegen alle verwachtingen in haar getuigschrift behaald en dat is volledig en alleen te wijten aan de onovertroffen en onuitputtelijke inzet van het hele schoolteam en dat jarenlang. Mijn oudste zoon heeft het ook moeilijk, leren gaat allesbehalve vanzelf, maar ik heb er ook nu weer het volste vertrouwen in dat hij binnen enkele jaren afzwaait, wetende dat hij niet de beste is in rekenen en schrijven, maar wel uitblinkt in een heleboel andere dingen.

Maar hoe hard onze juffen ook werken, er zijn nu eenmaal een ministerie van onderwijs, inrichtende machten en directeurs van scholengroepen die daar geen rekening mee houden. Die zitten achter hun chique bureau en bekijken op het scherm van hun laptop de feiten en de cijfers. Die houden er geen rekening mee hoe geweldig en gemotiveerd een leerkracht is. Ben jij de laatste in rij en vallen er uren weg, dan kan jij vertrekken. Ik kan het weten, want ik heb zelf jaren in  het onderwijs gestaan.

Zo zag ik rondom mij fantastische leerkrachten vertrekken, onder dwang, door een gebrek aan uren of na enkele jaren dienst toch ongeschikt bevonden door iemand die nooit één les heeft bijgewoond. Persoonlijke drama’s worden op het hoogste niveau in scène gezet, geïnspireerd door mooi ogende grafieken, statistieken en wetmatigheden.

En ook nu weer moeten we in ons kleine schooltje afscheid nemen van een juf uit de duizend, al 17 jaar lang een vaste waarde in de school. Ook nu weer moet op een andere school een droomjuf haar vertrouwde nest verlaten. Al hun inspanningen, hun ontelbare creatief uitgewerkte lessen, hun bewonderenswaardige inzet tijdens en na de schooluren, … hebben tot niets geleid, zijn verloren en hebben hen, behalve het plezier van de kinderen en de dankbaarheid van de ouders, niets opgeleverd.

Los van de impact op het leerkrachtenteam en de leerlingen, is dit voor de juf zelf een klap in het gezicht, een persoonlijke tragedie. Feiten en cijfers beslissen, geen greintje menselijkheid is ermee gemoeid. Maar zo gaat dat helaas in het onderwijs. Je zou er als leerkracht voor minder de brui aan geven en op zoek gaan naar meer werkzekerheid én een job waarbij je inzet en capaciteiten wél een rol spelen.

changes