Column Kleurrijk: Eigen kinderen

Het is moeilijk om iets te schrijven rond het thema van deze Kleurrijk. Ik ben me er erg van bewust dat elke pleegzorgsituatie anders is en niet altijd zo positief uitdraait als de onze.

We hadden al 3 kinderen voor we aan pleegzorg begonnen. Het valt me altijd zwaar om te schrijven of spreken over onze ‘eigen’ kinderen. Het benoemt de situatie in ons gezin zoals het is, maar niet zoals het aanvoelt. En ik heb nu eenmaal de neiging meer met mijn hart te denken dan met mijn verstand.

Ik worstel vaak met de vraag wat het verschil is met onze eigen kinderen. Is er überhaupt een verschil? Gevoelsmatig kan ik daar heel duidelijk in zijn en zeg ik volmondig nee. Ik zie Lou even graag als de andere drie. Maar wanneer ik het rationeler bekijk, is er een verschil. Hij is er soms niet bij op momenten die belangrijk zijn voor ons gezin omdat hij bij zijn ‘eigen’ papa is. Hij wordt dan gemist, maar iedereen heeft er vrede mee. Het is nu eenmaal zijn en onze realiteit. Het kan zo, omdat hij onze pleegzoon is en niet ons ‘eigen’ kind.

Ik ben er zo goed als zeker van dat ook onze kinderen hem beschouwen als hun ‘eigen’ broer. Dat hij als pasgeboren baby in hun leven kwam en bleef, heeft hier natuurlijk veel mee te maken. Hij verstoorde de volgorde niet en sloot probleemloos bij aan in het rijtje. Hijzelf heeft nooit anders geweten dan deel uit te maken van ons gezin. Hij maakt ruzie met de jongste dochter. Hij werkt enorm op de zenuwen van de oudste zoon. Hij wordt rotverwend door de oudste dochter.

Klinkt als een doorsnee gezin, toch?

Nochtans ervaar ikzelf ons gezin niet als doorsnee, maar welk gezin is dat wel? Ok, wij zijn een pleeggezin en dat brengt soms problemen met zich mee. Maar als ik naar nieuw samengestelde gezinnen in onze omgeving kijk, dan merk ik dat het daar ook niet altijd van een leien dakje loopt. Net zo bij eenoudergezinnen. Of standaardgezinnen, wat dat dan ook moge zijn.

Ieder gezin is uniek ongeacht de samenstelling. Mijn ervaring leert me dat de buitenwereld er meer bij stil staat, dan de gezinsleden zelf. We zijn een pleeggezin, maar onze pleegzoon is van bij de geboorte bij ons waardoor we hem beschouwen als onze eigen zoon. Dit is uiteraard anders voor een gezin waar de pleegkinderen er op latere leeftijd bij kwamen. We zijn een gezin met vier kinderen en hebben een manier gevonden om min of meer in vrede samen te leven. Wat werkt voor ons, werkt niet voor een ander. Het maakt allemaal niet uit. Het voelt zoals het voelt. Het is zoals het is.

Column Kleurrijk: 10 jaar pleegzorgdecreet

Hip hip hoera! Het pleegzorgdecreet en Pleegzorg Vlaanderen bestaat 10 jaar. Toeval bestaat niet, maar onze pleegzoon ook. Hij wordt in november 10 en in december is hij 10 jaar bij ons. Een decennium. Een jubileum. Feest!

Wat er zich achter de schermen allemaal heeft afgespeeld, daar heb ik geen flauw benul van. Ik was te druk bezig met het moederen over vier kinderen. Het is af en toe pittig geweest. De constante aanpassing aan nieuwe, uitgebreide bezoekregelingen bijvoorbeeld, liet vaak tijdelijk zijn sporen na: net wanneer je dacht een aangenaam evenwicht bereikt te hebben, moest er weer rond de tafel gezeten worden. Het was steeds opnieuw een les in meegaan met iets waar je zelf niet om gevraagd hebt. Met tegenzin, maar omdat het moet en omdat je diep van binnen weet dat dit het beste is voor het kind.

Het is vooral ook heel leuk geweest. Elk jaar zijn verjaardag mogen vieren. Hem zien opgroeien, zijn eerste stapjes, zijn eerste woordjes, … dingen herkennen in hem van jezelf, je man of van je andere kinderen. Andere dingen dan weer niet kunnen thuis brengen. Ik stond vaak met grote ogen te kijken naar zijn veerkracht en aanpassingsvermogen. Hoe moet het zijn om steeds maar weer uit je vertrouwde cocon te worden gehaald om ergens anders tijd door te brengen? En wanneer je je daar een beetje op je gemak voelt, moet je weer terug.

Het was en is soms moeilijk om hem te zien worstelen met zijn uitzonderlijke situatie. Een antwoord geven op zijn vragen, was en is een uitdaging. Waarom woon ik bij jullie? Waar is mijn mama? Wat als ik niet bij jullie kan blijven? … Het schenkt een enorme voldoening wanneer je merkt dat je hem – voor een tijdje – kan kalmeren en geruststellen. Het geeft een moeilijk te omschrijven gevoel wanneer je de veilige haven bent van andermans kind. Er ligt een hele dunne grens tussen de harde realiteit verbloemen en de dingen benoemen zoals ze zijn.

Als moeder is het vooral heel mooi om je andere kinderen in die 10 jaar te zien groeien in hun rol als (pleeg)broer of -zus. Ook zij moesten zich willens nillens aanpassen aan de steeds veranderende realiteit rond hen. Ze hebben daar nooit moeilijk over gedaan, integendeel. Ze gaan door het vuur voor hun pleegbroertje. Dat maakt van mij een fiere moeder.

En laten we vooral de vaders in dit verhaal niet vergeten. Het zijn er twee. Papa C heb ik in die jaren zien evolueren van een onzekere tot een vastberaden vader die het beste voor zijn kind wil en een steeds grotere rol in zijn leven wil spelen. Onze papa is er ook nog. Die staat al 10 jaar lang als een rots in de soms woelige zee te wachten tot hij telkens weer een veilig plekje kan bieden middenin de woeste golven.

10 jaren zijn voorbij gevlogen. Het liep niet altijd van een leien dakje, maar pleegzorg was er steeds om ons bij te staan. Soms was dat slechts een babbeltje waarin we ons hart eens konden luchten. Soms was er meer nodig en schoot een heel team in actie. Dat maakt dat het wat ons betreft 10 hele mooie jaren waren waarin elke hindernis vlotjes genomen werd.

Mogen we dan nu bijtekenen voor nog eens 10 meer?

Column Kleurrijk: Verlies

Schrijven over verlies. Dat was de opdracht voor deze column. Niet makkelijk, geen inspiratie. Maar zoals zo vaak hielp het lot een handje. Helaas, want kort voor de deadline van deze column moesten we, na bijna 10 jaar, afscheid nemen van onze hond Lola. Lola kwam er een maand voor Lou, onverwachts, in ons gezin kwam en uiteindelijk ook bleef. Ze groeiden dus samen op, ondanks de zware allergie die Lou heeft voor honden. En katten. En alle andere dieren met haar.

Wanneer we op vakantie vertrokken, huilde Lou steevast tranen met tuiten omdat we onze hond moesten thuis laten. ‘Wie gaat er nu voor Lola zorgen? Ik ga haar zo missen! Wat als er ondertussen iets met haar gebeurt?’ We kregen hem gelukkig snel getroost, maar het het gemis stak enkele dagen later gegarandeerd weer de kop op. Opmerkelijk was dat vroeger het verdriet om Lola meestal overging in het verdriet om zijn mama die hij niet kent, nooit gekend heeft en toch heel erg mist. Dit is en blijft voor hem een groot verlies.

Al heeft hij de afwezigheid van zijn mama, zo lijkt het, de laatste jaren een plaatsje kunnen geven, we merken dat het een gevoelig thema is, wanneer mijn moeder weer voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Lou is dan altijd boos en weigert afscheid van haar te nemen. Hij vindt het absoluut niet kunnen dat mijn eigen moeder mij zomaar achterlaat. Het is schattig hoe hij het voor mij opneemt en met mij in zit, maar de achterliggende reden van zijn gedrag maakt het allemaal een beetje pijnlijk.

Het einde van het schooljaar ging ook dit jaar gepaard met de nodige traantjes. Afscheid nemen van zijn klas, de juf, zijn vriendjes … het valt hem zwaar. Hij is bang dat ze hem allemaal gaan vergeten en dat het (tijdelijke) verlies van zijn dagelijkse routine iets permanents wordt.

Maar dus, 2 weken geleden gebeurde het ondenkbare. Lola ging dood. Al zagen we het aankomen, het bleef onverwacht. Iedereen hier thuis, van klein tot groot heeft tranen gelaten. Er werd onderling geknuffeld en getroost. Mooi om te zien ook, hoe in momenten van intens verdriet de stevige basis van ons gezin zichtbaar wordt. Hoe ook de kinderen er voor elkaar zijn. Het geeft hoop naar de toekomst toe, want tussen de chaos, de drukte, het gekibbel en gesnauw is het niet altijd duidelijk dat de liefde groot is.

We gaven het verlies een mooi plekje in een hoekje achterin onze tuin. De kinderen timmerden een houten kruis in elkaar en mooie bloemetjes werden geplant en gezaaid. Foto’s van Lola werden bij elkaar gezocht en slingeren nu rond in huis. Het bewijst dat verlies en verdriet best niet weggestopt en genegeerd worden, maar letterlijk en figuurlijk een plaatsje moeten krijgen zodat het niet persé iets negatiefs hoeft te zijn, maar deel kan uitmaken van het leven.

Pleegpapa

In deze editie van Kleurrijk die draait rond (pleeg)vaders neem ik, Gert, het voor de column even over van mijn vrouw Lies. Ik werd verliefd op haar grote hart, haar engagement en haar open blik op de wereld. Het is dankzij die eigenschappen dat ik pleegvader ben geworden. Een rol waarover ik eerst mijn twijfels had, tenminste om die rol fulltime op te nemen, maar tot op heden heb ik er nog geen minuut spijt van gehad.

We begonnen met crisisopvang en dat was me op het lijf geschreven. De kinderen die enkele weken of maanden in ons gezin verbleven kon ik zonder problemen de aandacht en liefde geven die ze nodig hadden, al hield ik me altijd wel een beetje op de achtergrond en deden mijn vrouw en kinderen het meeste werk. Ik hield me ook liefst zo ver mogelijk van de achtergrondsituatie en ouders die het kind met zich meebracht. Op die manier hoopte ik zo neutraal mogelijk en zonder oordeel tegenover het kind te staan, want ik was bang dat al de problemen mijn beeld over het kind zouden beïnvloeden.

Nadat we enkele kinderen in ons gezin opvingen, kwam Lou in ons leven. Met hem stapten we over van crisisopvang naar langdurige opvang. De vraag kwam na een half jaar vanuit pleegzorg. Mijn vrouw en drie kinderen moesten geen seconde nadenken en zeiden volmondig ja. Ze hadden zich helemaal gehecht aan dat kleintje en waren blij dat hij kon blijven. Voor mij was het niet zo simpel. De crisisopvang was altijd kort en voelde voor mij eerder vrijblijvend aan. Een langdurige opvang bracht, naar mijn gevoel, plots veel meer verantwoordelijkheid en verplichtingen met zich mee. Hoewel ik me daar niet de meeste zorgen over maakte. Ik was vooral bang dat ik het kind niet even graag zou kunnen zien als mijn eigen kinderen. Dat er altijd een verschil zou zijn. En dat leek me verkeerd. Maar ik weet nu, na 9 jaar een half, dat het inderdaad anders is, want onze pleegzoon heeft (nog) een vader. Daardoor is de relatie met hem anders dan de relatie met mijn andere kinderen, maar ik zie hem ook graag. En hij ziet mij graag.

Toch is het niet altijd gemakkelijk. Onze pleegzoon heeft het niet altijd gemakkelijk met zijn situatie en als hij het emotioneel moeilijk heeft, dan zullen we het geweten hebben. Vooral naar mij toe uit hij zijn frustraties. Ik krijg dan soms de lelijkste dingen naar mijn hoofd gesmeten en het zinnetje te horen dat ik zijn papa niet ben. Dat komt soms wel binnen, maar hij heeft natuurlijk gelijk.

Zoals met alles is het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou me ons gezin niet meer kunnen voorstellen zonder hem. Pleeggezin zijn maakt het leven niet altijd makkelijk, maar net als mijn vrouw hou ik gelukkig ook van een uitdaging.

Doel bereikt

Ik lig in bad. Schaamteloos te genieten, te voelen hoe de spanning en de stress van de voorbije week wegspoelt. De geur van vers gebakken wafels, sudderend stoofvlees en versgebakken frietjes drijft tot boven. Een bizarre mengeling die me intens gelukkig maakt.

Ik weet dat men beneden bedrijvig in de weer is, terwijl ik boven lig te weken in de warmte. Ik weet dat ze het me gunnen, dat ze het niet erg vinden, dat contrast. Ik denk dat ze me willen verwennen, dat ze oprecht denken dat ik het verdien. Ik voel me gezien, gewaardeerd en geliefd.

Ik lig in bad en bekijk mijn handen. Rode nagels steken fel af tegen het witte badschuim. Net voor ik in bad ging, heeft mijn oudste dochter mij in de watten gelegd met een manicure met een prachtig resultaat. Dit deed ze tussen het kokkerellen door. Haar lief staat nog in de keuken verse frieten te snijden terwijl het stoofvlees op het vuur staat. De jongste dochter legt de laatste hand aan haar wafels. Ze kreeg het recept gisteren nog van mijn grootmoeder en ging er gelijk mee aan de slag. De oudste zoon zit bij het lief en de jongste bij zijn papa.

Na net genoeg tijd, wordt er op de badkamerdeur geklopt. “Binnen tien minuten is het eten klaar.” Ik rep me uit de kuip en haast me naar beneden. Hongerig, niet alleen naar eten, maar vooral naar het gezelschap van mijn dochters. De tafel is netjes gedekt. De bordjes gevuld. Er wordt gepraat. Écht gepraat. Ik bedenk me wederom dat dit de momenten zijn waaraan ik dacht toen ik kinderen wou.

Dit is zo’n moment waarop je ongeduldig hoopt tijdens die helse eerste kinderjaren, wanneer ze klein zijn, druk zijn en je constante zorg nodig hebben. Ze zijn ouder nu, het zorgende moeder-zijn is grotendeels voorbij. Ik heb meer en meer het gevoel dat ik hen echt iets kan bijbrengen, iets kan leren én dat ze luisteren. Ik bedenk me dat ze me ook begrijpen zonder dat ik iets hoef te zeggen. Zo voelden mijn twee dochters woordenloos aan dat een dagje niks doen, een dagje niet zorgen exact was wat ik nodig had. Het leven loopt hier de laatste tijd niet altijd van een leien dakje. Pleegzorgperikelen en puberhormonen enzo …

En zoals je weet: een moeder kan niet gelukkiger zijn dan haar kind dat het het moeilijkst heeft.

Ik hoop dat ik mijn dochters, door schaamteloos in bad te liggen weken en me ongegeneerd door hen te laten verwennen, leer dat het ok is om tijd voor jezelf te nemen. Dat moe zijn en het beu zijn mag, maar dat je er wel zelf iets moet aan doen. Want hoe geëmancipeerd de buitenwereld ook mag lijken, de vrouw is en blijft de drijvende kracht in het merendeel van de huishoudens.

Ik hoop dat ze weten dat ik ongelooflijk fier op hen ben en apprecieer wat ze allemaal doen. Het zijn zelfstandige juffrouwen geworden die weten wat ze willen en dat ieder op hun manier duidelijk maken. En ja, op een dag als vandaag, besef ik dat ik daar mee heb voor gezorgd. Mission accomplished .

Lang geleden: een moeder met een missie

Column Kleurrijk: Min of meer

Ik hou niet van wiskunde. Mijn maag draait nog steeds om wanneer ik het huiswerk van mijn kinderen bekijk. In het middelbaar heb ik me erdoor gesparteld, omdat het moest. Ik heb me altijd afgevraagd waarom wiskunde zo onoverkomelijk moeilijk is voor mij. Ik kán studeren. Nooit tweede zit gehad tijdens mijn opleiding vertaler/tolk. Geef me boeken vol tekst, ik krijg het verwerkt. Maar laat me geen formules instuderen of toveren met getallen … Het lukt me niet.

Mijn talenknobbel zal er wel iets mee te maken hebben, maar ook mijn natuurlijke aanleg tot het ‘tussen de regels lezen’. De dingen graag op mijn eigen manier bekijken, anders verwoorden en uiteindelijk een beetje naar mijn hand zetten. Dat gaat niet met wiskunde. Er is geen ruimte voor interpretatie noch discussie. Het is wat het is. Correct of fout.

Een verhaal daarentegen kan je herschrijven zonder dat je de boodschap verandert. Een woord of zin kan je naar een andere taal vertalen, maar bijna elk woord heeft een synoniem dus er zijn meerdere opties. Wanneer je het echt niet weet, kan je een beschrijving geven waardoor men weet wat je min of meer bedoelt. En op school geeft een leerkracht die van goede wil is, je nog een deel van de punten als blijk van bewondering voor je creativiteit en plantrekkerij.

Min of meer … daar gaat het om. Ik ben rap content. Min of meer is meestal genoeg voor mij. Ik heb graag nog wat ruimte om zelf in te vullen. Wanneer het dan niet helemaal naar mijn zin is, kan ik er nog wel een draai aan geven zodat het beter in mijn kraam past. Sommigen zullen het gemakzucht noemen en ik kan hen ook geen ongelijk geven. Ik maak de dingen nu eenmaal liever niet moeilijker dan ze zijn.

En zo heb ik dan genoeg gepalaverd om van wiskunde, via de taal bij pleegzorg terecht te komen. Ik hoef niet persé alle puntjes op de i. Dit is een eigenschap die als pleegzorger van pas komt. In een doorsnee gezin loopt zelden iets zoals gepland, laat staan in een pleeggezin. Een (pleeg)gezin runnen is geen exacte wetenschap, er is doorgaans geen foute of juiste manier. Je doet dit volgens mij best op het gevoel.

Zijn mijn kinderen gelukkig? Zijn we als ouders gelukkig? Wat hebben mijn kinderen nodig? Welke aanpak werkt bij de ene, maar niet bij de andere? De antwoorden op deze vragen zijn niet eenduidig. Ze kunnen verschillen van persoon tot persoon, van dag tot dag. Dit kunnen aanvaarden en bereid zijn om flexibel mee te evolueren met de noden van je gezin, maakt het leven er een pak makkelijker op, denk ik.

Het hoeft niet allemaal van een leien dakje te lopen. Een min of meer vlotte gang van zaken is meer dan voldoende. Zo ook hoeven de kinderen die je opvoedt niet persé 100% van jou te zijn. Wanneer ze min of meer de jouwe zijn, is dat misschien meer dan voldoende om ze de liefde en warmte te geven die ze zo nodig hebben.

In ons gezin bijvoorbeeld is drie vierde 100% van ons. Wiskundig gezien is dit 75%. Dit heb ik trouwens helemaal zelf uitgerekend. Met de regel van 3.

Bron: Geogebra.org

Column Kleurrijk: Het is wat het is

Ik staar hem aan en neem elk detail in me op. Zijn lange wimpers, zijn fijn neusje, zijn mond die half open is, zoals altijd wanneer hij slaapt. Hierdoor zie je zijn tanden die nog een hele weg voor de boeg hebben. Zijn droge huid van de dagelijkse zwempartijtjes. Het putje naast zijn linkeroog waarvan we nog steeds niet weten hoe het er komt. Ik hoor het zachte gesnurk waaruit ik na bijna acht jaar kan afleiden hoe erg het al dan niet gesteld is met zijn allergieën.

Ik kijk en blijf kijken. Hoe raar is het toch dat hij niet van ons is. Het ene moment zie ik ook effectief een ‘vreemd’ kind waarin ik dingen opmerk die ik niet herken. Het andere moment voelt wat ik zie zo vertrouwd. Ik zie hem graag. Punt. Maar dan komen de vragen … Zie ik hem even graag als mijn eigen kinderen? Mag ik hem wel zo graag zien? Duizend en één vragen passeren de revue …

“Niet doen, Lies. Niet te veel over nadenken.” roep ik mezelf weer tot de orde. Dat lukt, want niet te veel nadenken over sommige dingen is één van mijn specialiteiten.

Het is wat het is.

Het gevoel verontrust me niet echt, want ik herinner me dat ik net zo naar mijn andere drie kinderen lag te staren. Vooral bij de oudste – mijn eerstgeborene – leek het allemaal zo onwezenlijk. Hoe kan het in godsnaam dat ik zo’n prachtig wezentje op aarde heb gezet? Ze was – en ís nog steeds – te mooi, te perfect om van mij te zijn. Uiterlijk lijkt ze als twee druppels water op haar vader. Misschien veroorzaakte het gebrek aan herkenning dat moeilijk te omschrijven gevoel. Want ook bij ons pleegzoontje ontbreken uiteraard die uiterlijke kenmerken.

Gelukkig wordt het gebrek aan uiterlijke gelijkenissen ruimschoots gecompenseerd door karaktertrekjes en dergelijke. Je weet wel, hun manier van praten, wandelen of eten. De blik in hun ogen of de dingen die ze zeggen. Ze houden je vaak een spiegel voor en dat kan confronterend zijn, maar evengoed bewijst het dat ze ontegensprekelijk bij mij horen, ongeacht door wie ze op de wereld zijn gezet.

Zo waren we onlangs met de kleinste in de frituur. Mijn man en ik stonden rustig te wachten in de rij, terwijl onze kleinste non-stop vertelde en 101 vragen stelde. De klant voor ons begon te lachen en zei: “Hij kan het goed uitleggen! Van wie heeft hij dat?” Mijn man en ik keken elkaar stilzwijgend aan en schoten in de lach. Gelukkig verwachtte de man geen antwoord, alsof hij begreep dat het soms niet nodig is om alles te weten of tot op het bot te analyseren.

Het is wat het is.

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Dagelijkse sleur

2019 is alweer twee weken oud. Voorafgegaan door twee weken feest waarbij twee kilootjes gewonnen werden. Iets zegt mij dat ik die luttele twee kilo’s niet in twee weken weer ga kwijtspelen. Dit geheel terzijde.

De vakantie was leuk. Gezellig. Cosy. Feestelijk. Anders dan anders, met minder verplichtingen wat het allemaal een beetje makkelijker te verteren maakte, letterlijk en figuurlijk. Het was leuk omdat manlief het grootste deel van de twee weken ook thuis was. Thuis, bij mij, bij de kinderen. Vakantie met hem en vakantie zonder hem … een wereld van verschil. Zonder hem is voor mij als moeder niet altijd vakantie, integendeel.

Vakantie mét hem is altijd even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Dat is ongelooflijk leuk en hoe kort ook, altijd het moment om zelf even op adem te komen en bij te tanken.

Na anderhalve week samen thuis, af en toe een feestje afgewisseld met een gezinsuitstapje, doet het pijn om weer in de realiteit te stappen. Niet meer allemaal constant samen, opnieuw vroeg opstaan, weer naar school, terug aan het werk. Het is even aanpassen voor iedereen, maar we pikken de routine verrassend snel op. We komen al gauw tot het besluit dat dagelijkse sleur zo slecht niet is.

Het verplicht ons meer aandacht te geven aan onze zwakke plek: structuur. Ik ben nogal chaotisch van aard. Met mijn man is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het is dus bijna onvermijdelijk dat onze kinderen deze minder positieve eigenschap ook in zich hebben. We weten dat, maar liggen er niet van wakker. Zolang we zo goed als overal en altijd op tijd zijn, kunnen we er zelf mee leven. Al onderneem ik af en toe een poging om wat structuur op te dringen, maar door mijn eigen laksheid sterft elke maatregel steevast een stille dood.

Structuur, routine, regelmaat … als groot gezin hebben we dit nodig om het hoofd te bieden aan het hoge tempo en alle verplichtingen die onze hedendaagse maatschappij met zich meebrengt.

Na twee heerlijke, ontspannen weken is de dagelijkse sleur een welgekomen verademing. Opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, vertrekken naar school, thuiskomen van school, huiswerk maken, eten, vertrekken naar de hobby’s, weer thuis komen, nog iets eten, ‘Thuis’ kijken, wassen en pyjama aan, bed in.

Zo waar, merk ik daar enige structuur in ons gezinsleven?