Week van de pleegzorg 2023

In het kader van de Week van de Pleegzorg vroeg een lieve dame van Het Huis van het Kind me of ik het zag zitten om pleegzorg in onze gemeente in de kijker te zetten. Zulke vragen … daar hoef ik niet over na te denken! Sinds 2013 zijn we een pleeggezin. Naast gewoon pleegmoeder te zijn van onze jongste kadee engageer ik me ook al jaren voor het promoten van pleegzorg bij het brede publiek, want het blijft een vrij onbekend thema waar hier en daar wel eens een taboe rond hangt. Zo deel ik royaal en tot vervelens toe pleegzorggerelateerde posts op sociale media, spreek ik als ‘ervaringsdeskundige’ pleegzorger op infoavonden in onze regio en schrijf ik columns voor het magazine Kleurrijk van Pleegzorg Vlaanderen dat elke pleegouder in de bus krijgt. Deze columns verschijnen ook op mijn blog ‘Leef Lach Lies’ waar ik regelmatig onze avonturen als (pleeg)gezin deel.

Ons gezin dat zijn mijn man Gert en ikzelf, Lies, met onze 4 kinderen: Marie (19), Jef (15), Josefien (13) en L (9). Nog voor we zelf kinderen hadden, vingen we elke schoolvakantie Hamza (ondertussen 24 jaar oud) uit Parijs op. Hij was lid van de Chiro in ons dorp, ging zelfs enkele keren mee op kamp en maakte de geboorte van onze eigen kinderen mee. Vele jaren later was de stap naar pleegzorg dan ook snel gemaakt. We startten met crisisopvang. Dit wil concreet zeggen dat er na een telefoontje ’s ochtends dezelfde avond nog een kindje mee aan de keukentafel zit. Deze vorm van pleegzorg was ons op het lijf geschreven: je moet heel flexibel zijn, niet al te fel gesteld op routine of dagelijkse sleur én van een uitdaging houden. We hadden de eer zo 4 kindjes op te vangen.

Zoals wel vaker gebeurt, zijn we dan naadloos in langdurige pleegzorg gerold. Een pasgeboren boeleke kwam in crisisopvang bij ons en maakt 9 jaar later nog steeds een onmisbaar deel uit van ons gezin. Je zal me niet horen beweren dat het altijd rozengeur en maneschijn is, maar het is en blijft op ontelbare vlakken een verrijking voor ons gezin. Het is wellicht niet voor iedereen weggelegd en misschien ben ik naïef, maar toch denk ik dat de meerderheid van de mensen genoeg ruimte heeft in zijn huis en hart om een kind in nood te geven wat het nodig heeft.

Waarom iemand of een gezin de sprong waagt als pleegzorger is voor iedereen anders. Wij besloten de stap te zetten omdat we ons heel bewust zijn van hoe goed we het hebben én dat dat lang niet voor iedereen zo is. We verdienen onze kost, zijn gezond en hebben familie en vrienden om op terug te vallen, indien nodig. Niet iedereen heeft zo’n vangnet. Niet iedereen heeft zo veel geluk als wij. Bovendien hopen we dat onze kinderen door het rugzakje dat elk pleegkind onvermijdelijk met zich meedraagt, beseffen dat hun doorgaans onbezorgde leventje allesbehalve een evidentie is. Of we daarin geslaagd zijn of zullen slagen, durf ik niet te zeggen, maar laat 1 ding duidelijk zijn: onze kinderen zijn in ons pleegzorgverhaal de echte helden. Het is als ouder hartverwarmend te zien hoe je kinderen steeds opnieuw schijnbaar moeiteloos en zonder nadenken hun thuis en hart openstellen voor een pleegbroertje of -zusje. Hoe ze zich al 9 jaar onvoorwaardelijk ontfermen over ons pleegzoontje en voor hem door een vuur gaan.

Het is geen evidente keuze, maar als alle mensen die – al is het maar een klein – kriebeltje voelen, de sprong durven te wagen, dan ben ik ervan overtuigd dat weinigen het zich zullen beklagen. Ik kreeg doorheen de jaren alle mogelijke redenen en terechte bedenkingen te horen om het niet te doen, maar ik heb maar één antwoord; Als er één ding is dat ik dankzij pleegzorg geleerd heb, dan is het dit: een mens kan veel meer dan hij/zij zelf denkt!

Lies

Mama heeft het druk, druk, druk …

drukdrukdruk

Gisteren bij het ontbijt passeerde deze afbeelding met bijhorende tekst op mijn schermpje. Tot gisteren heb ik er nooit eerder echt bij stil gestaan of me eraan gestoord dat we van alle kanten nog steeds worden belaagd door het klassieke rollenpatroon.

Het is niet langer ‘vrouw aan de haard en man zorgt voor brood op de plank’. Het is – godzijdank – geëvolueerd. Ondertussen mogen wij vrouwen gelukkig wel buitenshuis werken en onszelf ontplooien, maar de opvoeding van de kinderen en het huishouden moeten we er nog steeds geheel of grotendeels bij nemen. Tussen de regels door wordt ons dan ook nog eens duidelijk gemaakt dat moeder de vrouw van die combinatie vaak een potje maakt.

Kijk maar naar de foto. De piepkleine tekst erbij richt zich aan ‘de ouder’, man en vrouw dus. Nochtans zien we op de overheersende afbeelding een mama die alleen met de kinderen aan de ontbijttafel zit. Papa is al lang naar het werk vertrokken. Niks mis mee, maar is het nodig om de rommel op het aanrecht zo fijntjes in beeld te brengen?

Mama worstelt duidelijk met de combinatie gezin en werk. Komt daar nog een hobby, sport en een boeiend sociaal leven bij. Makkelijk is het niet, dat weet ik uit ervaring. Maar waar zit papa in heel dit verhaal?

Voor vrouwen zoals ik die het allemáál willen, worden infoavonden georganiseerd waar je o.a leert beter om te gaan met de stress en hoe je al je prioriteiten beter kan combineren. Ongetwijfeld interessant, maar volgens mij kan en moet het anders.

Als het van mij afhangt voortaan meer van dat, maar dan uitsluitend voor de papa’s waarin zij aangeleerd krijgen hoe ze eindelijk hun vader- en partnerrol actiever kunnen opnemen zonder het daarbij te verkloten op de werkvloer.

Kan eindelijk iemand die vaders uitleggen dat ook zij de wekker een half uur vroeger kunnen zetten zodat er na het ontbijt nog tijd rest om de afwasmachine leeg te maken, de brooddozen van de kroost alvast te vullen, de tien schoolbriefjes te tekenen, de kat eten te geven en de was op te hangen?

Maar ach, laten we een kat een kat noemen. De meeste vrouwen wíllen zelf zorgen voor hun kroost, de was en de plas. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat niemand het zo goed doet als wij. Misschien moeten we leren wat meer uit handen te geven en meer vertrouwen te hebben in onze wederhelften, de kinderopvang en het sociale netwerk rondom ons.

We hoeven toch niet altijd de oplossing bij onszelf te zoeken door bijv. yoga- en mindfulnesslessen te volgen, te dauwtrippen en bomen te knuffelen in de hoop toch maar die innerlijke rust te vinden.

Mag ik af en toe de chaos in mijn hoofd gewoon omarmen en het even aan een ander overlaten om de rommel op mijn aanrecht weg te werken?