Pleegpapa

In deze editie van Kleurrijk die draait rond (pleeg)vaders neem ik, Gert, het voor de column even over van mijn vrouw Lies. Ik werd verliefd op haar grote hart, haar engagement en haar open blik op de wereld. Het is dankzij die eigenschappen dat ik pleegvader ben geworden. Een rol waarover ik eerst mijn twijfels had, tenminste om die rol fulltime op te nemen, maar tot op heden heb ik er nog geen minuut spijt van gehad.

We begonnen met crisisopvang en dat was me op het lijf geschreven. De kinderen die enkele weken of maanden in ons gezin verbleven kon ik zonder problemen de aandacht en liefde geven die ze nodig hadden, al hield ik me altijd wel een beetje op de achtergrond en deden mijn vrouw en kinderen het meeste werk. Ik hield me ook liefst zo ver mogelijk van de achtergrondsituatie en ouders die het kind met zich meebracht. Op die manier hoopte ik zo neutraal mogelijk en zonder oordeel tegenover het kind te staan, want ik was bang dat al de problemen mijn beeld over het kind zouden beïnvloeden.

Nadat we enkele kinderen in ons gezin opvingen, kwam Lou in ons leven. Met hem stapten we over van crisisopvang naar langdurige opvang. De vraag kwam na een half jaar vanuit pleegzorg. Mijn vrouw en drie kinderen moesten geen seconde nadenken en zeiden volmondig ja. Ze hadden zich helemaal gehecht aan dat kleintje en waren blij dat hij kon blijven. Voor mij was het niet zo simpel. De crisisopvang was altijd kort en voelde voor mij eerder vrijblijvend aan. Een langdurige opvang bracht, naar mijn gevoel, plots veel meer verantwoordelijkheid en verplichtingen met zich mee. Hoewel ik me daar niet de meeste zorgen over maakte. Ik was vooral bang dat ik het kind niet even graag zou kunnen zien als mijn eigen kinderen. Dat er altijd een verschil zou zijn. En dat leek me verkeerd. Maar ik weet nu, na 9 jaar een half, dat het inderdaad anders is, want onze pleegzoon heeft (nog) een vader. Daardoor is de relatie met hem anders dan de relatie met mijn andere kinderen, maar ik zie hem ook graag. En hij ziet mij graag.

Toch is het niet altijd gemakkelijk. Onze pleegzoon heeft het niet altijd gemakkelijk met zijn situatie en als hij het emotioneel moeilijk heeft, dan zullen we het geweten hebben. Vooral naar mij toe uit hij zijn frustraties. Ik krijg dan soms de lelijkste dingen naar mijn hoofd gesmeten en het zinnetje te horen dat ik zijn papa niet ben. Dat komt soms wel binnen, maar hij heeft natuurlijk gelijk.

Zoals met alles is het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou me ons gezin niet meer kunnen voorstellen zonder hem. Pleeggezin zijn maakt het leven niet altijd makkelijk, maar net als mijn vrouw hou ik gelukkig ook van een uitdaging.

Kindje te koop

Ken je dat gevoel wanneer je om iets moet lachen, schaterlachen, tranen met tuiten, maar dan, in een fractie van een seconde, gebeurt er een shift in het diepste van je ziel en verandert dat zalige gevoel van puur plezier naadloos in een akelige vorm van tristesse en zijn het niet langer tranen van geluk, maar van verdriet.

Het overkwam me gisteren. Ik maakte me klaar om een vormingsavond van toekomstige pleegouders bij te wonen, ter voorbereiding op de volgende reeks waar ik als ervaren pleegzorger de enthousiaste groep zal inwijden in het pleegouderschap. Onze pleegzoon stond me op te wachten beneden aan de trap. Zijn voelsprieten stonden op scherp want hij had al iets van pleegzorg opgevangen.

“Waar denk jij dat jij naartoe gaat, mevrouwtje?”

“Ik moet naar pleegzorg.”

“Wat moet jij daar gaan doen?”

“Ik moet met ouders gaan praten die ook een pleegkindje willen.”

“Gaan jullie mij verkopen?”, riep hij uit.

Ik schoot in de lach. Hij heeft humor, onze kleinste. Tot ik hem aankeek en de paniek in zijn wijd opengesperde ogen zag. Ik besefte dat hij doodserieus was en hoe pijnlijk dit gesprekje eigenlijk was. Het was op dit moment dat de heerlijke lichtheid die je voelt na een goede lachbui diep in mij veranderde in een zwaar gevoel van machteloosheid. Hoe hard wij ook ons best doen om hem te laten voelen dat hij bij ons gezin hoort omdat we hem ongelooflijk graag zien, hij denkt blijkbaar dat de kans bestaat dat we hem, zoals een miskoop, weer gaan inleveren. Voor ons is het vanzelfsprekend dat hij bij ons opgroeit, ooit uit huis gaat om – wie weet – een eigen gezin te stichten en dat wij oma en opa zullen zijn voor zijn kinderen. Voor hem blijkbaar niet.

Tot gisteren vond ik het belangrijk om hem duidelijk te maken dat zijn echte mama hem graag ziet, ook al kan ze niet voor hem zorgen. Dat papa C hem graag ziet, ook al is hij daar niet zo vaak als bij ons. Sinds gisteren is het mijn missie om ons ventje gerust te stellen en duidelijk te maken dat hij bij ons hoort en dat ons hart in duizend stukjes zou breken als daar ooit verandering in komt.

“Ben je daar bang voor?”, vroeg ik.

“Ja, heel erg.”, zei hij.

Ik gaf hem een stevige knuffel en wou hem niet meer loslaten.

Bron: De jongen, de mol, de vos en het paard (Charlie Mackesy)

Column Kleurrijk: pleegproblemen

“Ik heb hier hoofdpijn”, zegt onze jongste. Hij duwt met de wijsvinger op zijn schedel, net boven zijn voorhoofd. “Ik denk dat mijn hersens op de trampoline aan het springen zijn.” voegt hij er nog aan toe. Ik barst in lachen uit, maar vind het bovenal bewonderenswaardig dat hij een ‘gevoel’ zo waarheidsgetrouw kan verwoorden.

We zijn er hier thuis nu ook wel mee bezig, want ons ventje schijnt problemen te hebben met ‘emotieregulatie’. Thuis is dat naar ons gevoel niet zo’n probleem, maar op school loopt het soms uit de hand.

Het gaat dus niet goed op school. Het kost hem te veel moeite om mee te draaien in de klas waardoor hij op de toppen van zijn tenen loopt. Hij haat school en al wat hij daar moet doen. De spanning, stress en tegenzin hebben een onvermijdelijke invloed op zijn gemoed. Zijn emoties laaien hoog op en slaan bovendien alle kanten uit. Een duidelijk signaal dat er heel wat omgaat in dat kleine lijfje.

Hij is er zich heel bewust van dat hij soms over de schreef gaat, al weet hij niet altijd om welke emotie het gaat. Verdriet, ergernis, stress, angst, … het uit zich helaas meestal in boosheid. Het zijn signalen die ons zoals zo vaak weer met onze voeten op de grond zetten, want volgens onze begeleidster van pleegzorg is dit typisch gedrag voor kinderen met een trauma en/of hechtingsstoornis.

Juist ja, onze kleinste is een pleegkind. Dat waren we bijna weer vergeten …

Tijdens de frequente overlegmomenten op school en met pleegzorg besef ik hoe het me toch blijft raken. Mijn gemoed schiet vol wanneer ze het over een kind hebben dat ik niet herken. Thuis is hij lief, veel rustiger, op zijn gemak. Dat is goed, hoor ik dan iemand zeggen. Dat betekent dat jullie zijn veilige haven zijn, bij jullie komt hij tot rust. Het beurt me enigszins op, want daarvoor ga je initieel het pleegzorgavontuur aan: een kind in nood, veiligheid en rust bieden.

Helaas moet hij ook leren om zich staande te houden buiten de veilige cocon van ons gezin. Hij vraagt een specifieke aanpak. Traumasensitief opvoeden is hier het sleutelwoord. Er moeten dus wat meer eieren onder gelegd worden. Geen probleem voor ons, maar niet altijd makkelijk uit te leggen aan de omgeving, merken we. Een hele uitdaging!

Gelukkig staan we er niet alleen voor. Ons gezin is groot én sterk. Onze andere drie kinderen begrijpen het, kennen hem en nemen het voor hem op. Ze zien hem graag. De school springt zonder boe of ba mee op de kar en is vragende partij om te leren hoe ze hem best aanpakken. Ze zien hem graag. Zijn echte papa is er ook. Hij luistert, toont interesse en probeert zijn steentje bij te dragen. Hij ziet hem graag. En pleegzorg staat klaar om aan al deze vragen en behoeftes tegemoet te komen. De huisbezoeken worden frequenter, vormingen worden aangeboden en een traject opgestart.

Ik heb geen glazen bol, maar wel goede moed. Het komt goed met ons ventje. Zoals altijd komt het goed …

Bron: minddistrict.com

Week van de Pleegzorg: dag 7

Pleegzorg is liefde.

Kinderen zijn fantastische wezentjes. Ontroerend in al hun naïviteit. Veerkrachtig en vergevingsgezind. Loyaal.

Een pleegkind is vaak die naïviteit kwijt, zijn veerkracht werd op de proef gesteld en soms is de rek er uit. Dan sta je als pleegouder voor een grote uitdaging. Het duurt vaak even voor het kind je toelaat. Voor het behoefte heeft aan je warmte en liefde. In de meeste gevallen is het de aanhouder die wint. Het is hartverwarmend om te zien hoe de muur die het kind ter bescherming rond zich heeft opgetrokken, stilaan afbrokkelt.

Een nachtzoentje dat toch voorzichtig toegelaten wordt. Een poging tot een knuffel die niet meer brutaal weggeduwd wordt. Een hand op zijn of haar frêle schoudertje die daar eventjes mag blijven liggen. Die eerste keer dat het kind het gezelschap van je andere kinderen opzoekt, na het halsstarrig afstoten van elk contact. De eerste keer dat het kind zelf je hand vastneemt wanneer je samen op straat wandelt. Het bewijs dat het kind zich veilig voelt bij jou en nood heeft aan je geruststellende aanwezigheid. Je probeert voorzichtig je liefde te geven en soms krijg je die onmiddellijk weer terug in je gezicht gesmeten, maar even vaak krijg je gewoon ook liefde terug.

Moet ik je nog vertellen dat die kleine dingen je als pleegouder een fantastisch gevoel geven? Dat die kleine, soms minuscule blijk van liefde alle minder mooie momenten ruimschoots compenseert?

Ik dacht het niet …

hand in hand