Brei je vrij

Tik tik tik … tik tik tik … tik tik tik …

Het monotone ritme van de breinaalden die elkaar onophoudelijk raken, brengt me tot rust. De eerste minuten kost het me moeite, maar geleidelijk aan verdwijnen de vertrouwde geluiden van ons nest naar de achtergrond en slaag ik erin me alleen nog maar te focussen op ‘rechts-averechts-rechts-averechts-…’

Zo gaat het verder, 48 keer volledig ontspannen. Bij de 49e keer stijgt de spanning, want de 50e moet averechts zijn. Die laatste steek is erop of eronder. Hij maakt het verschil tussen succes of falen. Gelukkig loopt het meestal goed af en bezorgt elke foutloos afgewerkte rij me een mini-succeservaring.

Ik heb meditatie geprobeerd om meer grip te krijgen op mijn soms warrige gedachten, maar door de jaren heen heb ik vastgesteld dat het tot rust brengen van mijn geest pas lukt wanneer mijn lichaam toch een klein beetje kan of mag bewegen. Tijdens het breien bijvoorbeeld, hangt mijn lijf ontspannen in de zetel, maar mijn handen blijven actief bezig.

Bovendien moet mijn brein eerst uitgedaagd worden alvorens het volledig tot rust kan komen. Alsof het zich niet zomaar gewonnen wil geven en er eerst een prijs betaald moet worden voor dat zalige zen-gevoel. Het moet eerst iets onder de knie krijgen, een nieuwe beweging tot een automatisme maken. Eens dat doel bereikt, is het verstand op nul en gaan! Eens op dat punt, kan mijn lijf volledig ontspannen en kunnen mijn gedachten een hoge vlucht nemen.

Tijdens het breien komen de herinneringen aan vroeger. De schoolbus die me ’s namiddags voor de deur afzette. ‘s Maandags ging ik dan eerst thuis mijn breitas halen om me vervolgens naar mijn grootmoeder te haasten die naast ons woonde. Daar zat namelijk een vijftal olijke dames op leeftijd in de woonkamer te tetteren, te lachen, liters slappe koffie te drinken én te breien. Ze zaten aan de grote, rechthoekige tafel waarop, rond de tijd dat ik van school kwam, toevallig, minstens twee versgebakken slagroomtaarten stonden. Het was het wekelijkse ‘breiklikje’ van een groepje vriendinnen die jarenlang elke maandag beurtelings bij elkaar samenkwamen om te breien. En om taart te eten.

De oudere dames onthaalden me steevast met een warme glimlach en leken telkens oprecht blij me weer te zien. Ik zette me bij aan tafel en na het eerste stukje taart nam ik mijn eigen breiwerk om volledig mee op te gaan in het keuvelende en schaterende gezelschap. Als ik dan toch eens een steek liet vallen, was dat niet erg, want de doorwinterde breisters hadden die in een mum van tijd zo weer voor me opgeraapt.

Falen was daar aan die tafel geen ramp.

Ik denk dat mijn grootmoeder de enige is die nog overblijft van het breiklikje. Mit van Bertha, Margeritte, Maria … ze zijn er al even niet meer. Mijn grootmoeder daarentegen breit nog steeds, maar dan minder snel. Ze bakt nog steeds taarten, maar dan zonder slagroom. Ze ontvangt me nog steeds met een glimlach, maar dan nóg enthousiaster dan dertig jaar geleden.

En ik? Ik brei ook nog. Al is het maar af en toe. Ik ben nooit verder gekomen dan het creëren van een simpele sjaal. Ik brei dan ook alleen maar om weer even tussen Mit van Bertha en Margeritte te zitten en die heerlijke slagroomtaart met vers fruit van moemoe te proeven.