The sound of silence

Op weg met de fiets naar school krijg ik het moeilijk wanneer ik denk aan het tochtje terug. Moederziel alleen, zonder gezelschap, just me, myself and I. Ik besef dat het maanden, maar dan ook maanden geleden is geweest dat ik langer dan een half uurtje kinderloos was.

Ik blies het de voorbije week nogal hoog van de toren, dat mijn ‘verlof’ dinsdag – 1 september – begint. Het voelt ook een beetje zo, want constant 4 kinderen met leeftijden tussen 5 en 15 entertainen, brandjes blussen, van eten, drinken en propere kleding voorzien, … het is werkendag. Een dag achter mijn computer op bureau is er niks tegen. Maar toch, wil ik het wel? Hele dagen zonder mijn kinderen om me heen?

Die vraag stel ik mij op de heenweg. Ik zet hen af, maar omdat ik voor de vijftienduizendste keer deze week mijn mondmasker vergeten ben, gebeurt het heel snel en chaotisch. Ik schiet vol. Ik wil nog een laatste, welgemeende knuffel voor ze me alleen achter laten. Ik blijf nog even ongemakkelijk treuzelen in de hoop dat ze toch nog rechtsomkeer maken om me in de armen te vliegen … maar niks van dat. Het lijkt hen niks te doen. Licht ontgoocheld druip ik af.

Voor de terugweg twijfel ik of ik de drukke optie neem of de rustige, door de velden. Ik twijfel, want de drukke weg is korter maar lawaaierig en op de rustige weg voel ik me om één of andere reden nog meer alleen dan ik al ben. Op de rustige weg zijn minder prikkels en dus meer ruimte om echt te voelen en mijn hoogoplaaiende emoties toe te laten. Toch kies ik bewust voor dit laatste, voor de rust, het gemis en de tranen.

Dan zijn we daar ineens van af.

Want eens ik de emoties toelaat, borrelen ze even fel op, maar zodra de druk eraf is voel ik me opgelucht en komt het besef: we overleven het wel.

En dan gebeurt het: de emoties maken ruimte voor de wereld rondom mij, de mooie natuur, de boerenknol in de wei, het zonnetje dat waterachtig schijnt en vooral de stilte. Een oorverdovende stilte die me als muziek in de oren klinkt.

Dit was het dus waar ik de voorbije maanden naar snakte. Dit is mijn ‘vakantie’. Het constante gekwebbel in mijn buurt overstemt wel eens mijn eigen noden, maar door de jaren heen heb ik gelukkig geleerd me daar tegen te wapenen.

Ik ga genieten van de rust vandaag, al zal ik de uren aftellen en uitkijken naar het moment waarop we weer met zijn allen thuis zijn en elkaar ongetwijfeld horendol maken.

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Ik kan mezelf soms niet besturen

We botsten opnieuw tegen een muur aan met ons Jefke. Hij is vurig, temperamentvol, licht ontvlambaar … dat wisten we al, maar de laatste tijd was er geen land meer mee te bezeilen. Zijn uitbarstingen werden frequenter, groter en groter. Zijn slechte humeur bepaalde de sfeer in huis, hij nam te veel plaats in binnen ons gezin.

Het werd tijd om toe te geven dat het misliep thuis. Dat het vierkant draaide. Geloof mij, het is ongelooflijk moeilijk dit ook echt uit te spreken, maar het vat is af. Als moeder ben ik leeg.

Al weken nu is de rust ver zoek. Elke dag opnieuw gaan we de strijd aan. Kamer opruimen, aan tafel komen, extra oefenen voor school, gedaan met tv-kijken, een fatsoenlijke broek aandoen ipv die joggingbroek,  … Ga zo maar door. Werkelijk alles is een strijd. Voor de kleinste vraag, voor elke -zelfs positief bedoelde – opmerking krijgen we een explosie van verontwaardiging, een eruptie van verbale agressie.

Het lukt me altijd vrij goed dit gedrag een tijdje te negeren, maar wanneer dit te langvulkaan blijft duren bereik ook ik wel eens mijn kookpunt en barst ik uit als een vulkaan die jarenlang geslapen heeft, met alle gevolgen vandien. Dan word ik te boos en flap ik er dingen uit waar ik later spijt van krijg. Het is sterker dan mezelf.

Op de duur zijn we in die oh zo bekende vicieuze cirkel beland van boos worden, roepen en terug roepen, hard roepen en harder roepen. Alsof niemand in ons gezin nog iets op een rustige, vriendelijke manier kon zeggen. Iedereen leek constant kwaad. Alsof we  elkaar niet meer leuk vonden. We waren weer dat gezin dat ik niet wil zijn, ik was weer de moeder die ik niet wil zijn.

Als ook de oudste duidelijk maakt dat ze het thuis niet meer tof vindt, dan moet je als moeder aan de alarmbel trekken en de dingen proberen te veranderen. We zijn met z’n allen rond de tafel gaan zitten. Iedereen mocht het zijne zeggen, iedereen moest luisteren, elkeen gaf zijn fouten toe, beloofde beterschap en zocht mee naar oplossingen.

Het was hartverwarmend om te zien hoe Marie weer het heft in handen nam en een taakverdeling opstelde. Het was ontroerend om te merken hoe zelfbewust Josefien is, zich weinig aantrekt van wat anderen denken, maar toch heel veel aandacht heeft voor de gevoelens van de mensen rondom haar. Het was hoopgevend om te zien hoe Jef na een moment van verzet toch probeerde deel te nemen aan het gesprek en op zijn manier toegaf dat hij inderdaad te ver was gegaan. En de kleinste … die was blij dat hij ongestoord en veel te lang tv kon kijken.

’s Avonds in bed keek Jef me met zijn grote ogen aan, ik zag de tranen terwijl hij snikkend zei: ‘Ik kan mezelf soms niet besturen. Ik wil niet boos zijn, maar ik word het toch. Vanbinnen ben ik eigenlijk niet boos, maar ik doe wel boos. Weet jij waarom, mama? Ik wil zo niet zijn.’

Daar sta je dan als mama, totaal machteloos. Hij is ondertussen oud genoeg om zelf na te denken over zijn gedrag en over hoe hij dat kan veranderen. Dat heb ik hem gezegd. En dat we hulp kunnen zoeken als hij er zelf niet uit geraakt. Dat we er voor hem zijn en hem graag zien, óók wanneer hij boos is. Dan hebben we zachtjes samen gehuild en  oprecht sorry tegen elkaar gezegd. We knuffelden lang, alsof we de verloren tijd van de voorbije moeilijke weken wilden inhalen.

49864418_583960268751690_7863445907583270912_o
Bron afbeelding: Mama Magie

 

 

 

 

Dagelijkse sleur

2019 is alweer twee weken oud. Voorafgegaan door twee weken feest waarbij twee kilootjes gewonnen werden. Iets zegt mij dat ik die luttele twee kilo’s niet in twee weken weer ga kwijtspelen. Dit geheel terzijde.

De vakantie was leuk. Gezellig. Cosy. Feestelijk. Anders dan anders, met minder verplichtingen wat het allemaal een beetje makkelijker te verteren maakte, letterlijk en figuurlijk. Het was leuk omdat manlief het grootste deel van de twee weken ook thuis was. Thuis, bij mij, bij de kinderen. Vakantie met hem en vakantie zonder hem … een wereld van verschil. Zonder hem is voor mij als moeder niet altijd vakantie, integendeel.

Vakantie mét hem is altijd even helemaal weg uit de dagelijkse sleur. Dat is ongelooflijk leuk en hoe kort ook, altijd het moment om zelf even op adem te komen en bij te tanken.

Na anderhalve week samen thuis, af en toe een feestje afgewisseld met een gezinsuitstapje, doet het pijn om weer in de realiteit te stappen. Niet meer allemaal constant samen, opnieuw vroeg opstaan, weer naar school, terug aan het werk. Het is even aanpassen voor iedereen, maar we pikken de routine verrassend snel op. We komen al gauw tot het besluit dat dagelijkse sleur zo slecht niet is.

Het verplicht ons meer aandacht te geven aan onze zwakke plek: structuur. Ik ben nogal chaotisch van aard. Met mijn man is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het is dus bijna onvermijdelijk dat onze kinderen deze minder positieve eigenschap ook in zich hebben. We weten dat, maar liggen er niet van wakker. Zolang we zo goed als overal en altijd op tijd zijn, kunnen we er zelf mee leven. Al onderneem ik af en toe een poging om wat structuur op te dringen, maar door mijn eigen laksheid sterft elke maatregel steevast een stille dood.

Structuur, routine, regelmaat … als groot gezin hebben we dit nodig om het hoofd te bieden aan het hoge tempo en alle verplichtingen die onze hedendaagse maatschappij met zich meebrengt.

Na twee heerlijke, ontspannen weken is de dagelijkse sleur een welgekomen verademing. Opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, vertrekken naar school, thuiskomen van school, huiswerk maken, eten, vertrekken naar de hobby’s, weer thuis komen, nog iets eten, ‘Thuis’ kijken, wassen en pyjama aan, bed in.

Zo waar, merk ik daar enige structuur in ons gezinsleven?

 

Lang leve Jefke

Ons Jefke is jarig. Elf wordt hij al. Elf jaar geleden kwam hij ter wereld, helemaal zoals we het gepland hadden. Thuis, in bad, zonder problemen.

Voor ons tweede kind gingen we het opnieuw proberen: thuis bevallen. De eerste poging met onze oudste eindigde uiteindelijk toch in het ziekenhuis. Het vertrouwen in onze vroedvrouwen van het Geboorte Informatiecentrum in Geel was gebleven. Hoe zij ons, ook in het ziekenhuis, bijstonden … daar zijn geen woorden voor! De begeleiding tijdens de zwangerschap was ook deze keer weer een verademing. Geen steriele bedoening, maar aandacht voor de vrouw, het lichaam én de geest. De toekomstige vader, zelfs de andere kinderen van het gezin worden erbij betrokken. Een heerlijke ervaring!

Op 23 november 2007, ’s ochtendsvroeg begonnen de weeën. Vroedvrouw Jo (die eigenlijk een man is) werd opgebeld. Hij zou tegen de latere ochtend aan wel eens langskomen. Zo gaat dat met die vroedvrouwen, die zijn er allemaal heel erg gerust in. Ze vragen aan de partner hoe de vrouw is en weten dan uit ervaring of er al dan niet haast bij is.

De grote zus werd naar school gebracht en niet veel later was Jo daar. Hij ging ook weer even weg, er stond nog een afspraak op de planning. Geen reden tot paniek. Ik voelde me toch niet zo op mijn gemak. We woonden toen namelijk op het appartement boven de zaak waar mijn wederhelft werkte. Handig, behalve wanneer je moet bevallen. Het is dan bijvoorbeeld geen probleem om beneden snel nog even wat klanten verder te helpen en, waarom ook niet, in de rapte nog een auto te verkopen. Ondertussen gingen mijn weeën rustig door en probeerde ik in mijn eentje de pijn op te vangen. Af en toe kwam Gert eens kijken of het nog lukte. Lief van hem.

De geest is een sterk iets, want zonder de juiste steun en zolang ik me niet 100% op mijn gemak voelde, kwam er geen schot in de zaak. Toen Jo dan eindelijk terug was en ook bleef, ging het in een snelvaart vooruit. De weeën kwamen sneller, het bad werd gevuld, Gert trok zijn werkoverall dan toch uit en week niet meer van mijn zijde. Eens in bad was het niet meer te stoppen en binnen het uur ving Gert onze zoon op en legde dat kleine Jefke in mijn armen, aan de borst. Onze vroedman Jo keek de hele tijd vanop een afstand toe en deed eigenlijk niet veel meer. De natuur zijn gang laten gaan en vertrouwen hebben, meer niet.

Terwijl Gert en ik in de badkamer nog even samen genoten van onze zoon , maakten Jo en de intussen aangekomen assistente een gezellig nestje in de zetel. We verhuisden naar daar en onmiddellijk kreeg ik een heerlijk zoet, warm drankje op basis van melk dat de naweeën draaglijker zou maken. Ze gaven me een ontspannende voetmassage. Er werd een geurkaarsje aangestoken. Pure verwennerij voor lichaam en geest. De sfeer die thuis hing, stond in schril contrast met die in de verloskamer drie jaar eerder.

De grote zus kwam thuis en mocht met de vroedvrouw mee de eerste testjes doen. Kleine broer werd goedgekeurd! Tegen de avond aan zag Jo dat hij niet langer nodig was en vertrok weer. Hij zou de volgende dagen elke voormiddag even langskomen om de nodige controles te doen.

Het opperste gezinsgeluk in je eigen huiselijke warmte ervaren, is voor ons onbetaalbaar. ’s Avonds gewoon in je eigen bed kunnen kruipen met je baby’tje naast je. ’s Nachts niet gestoord worden door een verpleegster om de zoveel uur. Je oudste dochtertje niet moeten missen. Kleine details, maar voor ons van grote waarde.

Dat kleine Jefke is nu al een hele kerel. Ene die elke dag een warm bad neemt omdat hij daar naar eigen zeggen rustig van wordt. Hij maakt het ons niet altijd even makkelijk. Zijn grote drang naar vrijheid en zijn innerlijke onrust maken van ons gezinsleven vaak een hele uitdaging.  Zijn humor, zijn lieve knuffels en kusjes, zijn enorme behoefte aan liefde en warmte maken dat dan weer ruimschoots goed.

Jef, geniet van je verjaardag! We zien je graag, elke dag opnieuw.

img_7411

Week van de Pleegzorg: dag 9

Pleegzorg is zoveel meer …

Zoveel meer dan wat ik de voorbije week heb verteld. Ik ben nog lang niet uitgeschreven, maar de Week van de Pleegzorg zit erop.

Het was een uitdaging om elke dag opnieuw iets uit mijn mouw te schudden. Een uitdaging … net als pleegzorg zelf.

We zijn gelukkig nogal avontuurlijk aangelegd. We kunnen wel wat chaos en drukte aan. Het hoeft voor ons allemaal niet zo perfect te zijn.

Pleegzorg is een verrassing. Verrast worden door een telefoontje met de vraag of we een kindje kunnen opvangen. Verrast worden door het kind dat onverwacht voor de deur staat. Verrast worden door een aangenaam gesprek met de ouders.

We houden gelukkig wel van een verrassing. We laten dingen graag op hun beloop en zien wel wat er gebeurt.

Pleegzorg is voor ons de perfecte match. Laurens is onze perfecte match!

Week van de Pleegzorg: dag 6

Pleegzorg is gratis gezinstherapie.

De voorbije dagen heb ik het al vaak gehad over de ouders die je er willens nillens bij krijgt. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. In ons geval verloopt het contact heel vlot en met wederzijds respect.

Wie je er nog zomaar bij krijgt is de pleegzorgbegeleider/ster. In ons geval een toffe, vooral heel gedreven jongedame die geregeld op bezoek komt om het over Laurens te hebben. Het zijn altijd gezellige babbels, hoewel ik er soms een beetje tegenop zie, want het moet weer ingepland worden en het is niet altijd makkelijk om met de vier kinderen erbij een rustig gesprek te voeren. Toch heb ik na elk gesprek steeds weer een goed gevoel.

Je wordt verplicht om kritisch na te denken over je eigen gezinsleven, over hoe het gaat. Meer nog, je moet er over práten. Zo worden er soms pijnpunten binnen het gezin blootgelegd waar ik niet van wist dat ze er waren. Er wordt naar oplossingen gezocht indien nodig. Of je kan gewoon je ei kwijt. Het is eigenlijk free counseling, gratis therapie.

Het is geruststellend om te weten dat er een heel team van hulpverleners ter beschikking staat. Voorlopig is hij zich nog niet bewust van zijn complexe situatie: wij zijn zijn mama en papa. Hij heeft twee zussen en een broer. Om de twee weken gaat hij slapen bij zijn andere papa. Zo is het nu eenmaal, hij weet niet anders. Zodra hij zich vragen begint te stellen en onze antwoorden misschien niet meer volstaan, kunnen we bij Pleegzorg terecht om het van ons over te nemen.

Je staat er dus niet alleen voor als pleeggezin. Niet elke plaatsing is een succesverhaal, maar je wordt intensief begeleid en hulp is voorhanden indien nodig.

Week van de Pleegzorg: dag 5 – Lang leve Lau!

Pleegzorg is extra blij zijn met elke verjaardag.

Vier jaar geleden kwam onze jongste ter wereld. Het blijft een raar idee dat we er die dag niet bij waren. Hij kwam pas  een maand later in ons leven, toen we als crisisgezin van Pleegzorg de vraag kregen of we een pasgeboren jongetje met de naam Laurens wilden opvangen. Twee dagen later gingen we hem halen in de couveuseafdeling van de materniteit.

Zijn moeder zette hem vier weken voordien op de wereld. Hoe hard ze ook probeerde, het lukte haar niet om hem in haar hart te sluiten. Ze vertrok uit het ziekenhuis zonder haar zoontje. Pleegzorg werd ingeschakeld en zo kruisten onze paden.

Je kan haar verwijten dat ze haar kind in de steek liet.  Je vindt haar ongetwijfeld een slechte moeder.Je mag haar beslissing onbegrijpelijk en onmenselijk noemen. Misschien is dat allemaal een beetje waar, maar ik weet ook dat ze die beslissing uit liefde heeft genomen.

Het is dankzij haar beslissing dat wij vandaag feest vieren. Vier jaar wordt hij, bijna vier jaar bij ons. Het is en blijft dubbel, maar zolang hij zichzelf niet bewust is van die beladenheid, geven wij er een lap op.

We zien hem graag en hoewel ik hem niet zelf op de wereld zette, zijn we enorm dankbaar dat hij hier bij ons is.

Lau, kleine man, een gelukkige verjaardag! Dat we nog vele verjaardagen samen mogen vieren.

Week van de Pleegzorg: dag 4

Pleegzorg is een bron van geluk.

Hoewel er soms ook zorgen en verdriet aan te pas komen, denk ik dat we, door pleeggezin te worden, gelukkiger zijn. Dat waren we daarvoor ook al en dankbaar voor dat geluk, wilden we iets teruggeven. Daar had ik het gisteren nog over.

Door zelf te beseffen dat je het goed hebt, heb je sowieso volgens mij al een streepje voor wat ‘gelukkig zijn’ betreft. Wanneer je dan door Pleegzorg in contact komt met mensen van allerlei pluimage die het duidelijk veel minder goed en moeilijker hebben, dan besef je des te meer hoe gelukkig je jezelf mag prijzen. Je wordt regelmatig met de neus op je eigen geluk gedrukt.

Het is onbegonnen werk om op te noemen welke kleine en grote dingen dagelijks voor geluk zorgen. Een heel concreet voorbeeld wil ik toch nog even delen. We vingen in 2015 als crisisgezin een jongetje op van 16 maanden. Hij was verwaarloosd waardoor hij niet méér kon dan liggen en zitten. Tijdens de twee maanden dat hij bij ons was, zette hij zijn eerste stapjes, brabbelde zijn eerste woordjes en bloeide helemaal open door de aandacht die hij van ons en de kinderen kreeg. Dát maakte mij gelukkig!

img_7794-1

Te weinig van mij voor iedereen

“Mama, ik heb kaka gedaan!”

“Ik kom eraan, eerst nog even je zus haar haren kammen. Mooi blijven zitten, he!”

Wanneer ik op weg ben om de kleinste zijn billen te vegen, vraagt de oudste me waar die donkere jeans is met die letters op.

“In jouw kast, Marie!”

“Nee, mama, die met die andere letters.”

“In de was, op de draad, op de strijkplank of in de mand die al drie dagen op de trap staat om mee naar boven te nemen …”

Terwijl ik dat zeg, merkt mijn linkeroog een plas melk op de grond en mijn rechteroog een half opgegeten appel onder de salontafel.

“Wie heeft er hier verdorie gemorst! En wie heeft zijn appel hier laten liggen! We verspillen geen eten en we ruimen onze eigen rommel en viezigheid op. Hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen! Jef, pak een schoteldoek en kuis dat op. Josefien gooi die appel bij de kippen.”

Dit oponthoud doet me de kleinste vergeten die ondertussen heel flink zelf zijn billen probeerde te vegen met de halve wc-rol waardoor het toilet verstopt zit.

“G*dverd*mme!!!”

Terwijl ik de natte brij toiletpapier met een pollepel uit de pot in een emmer aan het scheppen ben, roept de volgende al.

“Mamaaaaa, ik heb dorst!”

“Sta recht en pak het zelf. Je weet alles staan.”

Ondertussen is de hond het huis in geglipt op zoek naar stinkende kousen en vuile onderbroeken. Het is zo’n exemplaar met te korte poten en hele lange oren die altijd over de grond slepen en binnen een spoor van viezigheid achterlaten.

“Mama, wil je met mij een spelletje spelen? Je zegt al drie dagen dat je dat met mij gaat doen …”

“Vraag het maar aan papa.”

“Schatje, waar liggen de Uno-kaarten?”

Are you F*CKING kidding me?

Ik doe mijn best en probeer een alomtegenwoordige moeder te zijn, maar soms lijkt er gewoon niet genoeg van mezelf te zijn voor iedereen.

Het gaat niet alleen om de dagdagelijkse taken en brandjes die geblust moeten worden, dat is nog het minste waar ik me zorgen over maak. Vaak gaat het ook om aandacht en liefde, knuffels en zeemzoete blikken.

De jongste krijgt sowieso zijn portie omdat hij nog veel hulp nodig heeft en constant aan mijn rokken hangt. De tweede jongste is een floddermie en vraagt onomwonden de aandacht en liefde die ze nodig heeft en soms tekort komt. De oudste zoon eist meestal de aandacht op een negatieve manier op, waardoor veel van mijn energie verloren gaat, ten koste van de anderen. De puberdochter is ondertussen op een leeftijd gekomen dat die aandacht van mama niet meer zo nodig hoeft. Dat zou gemakkelijk moeten zijn, maar het kwetst mijn tere moederziel.

Het is schipperen tussen wat er in mijn hoofd allemaal moet gebeuren om het huishouden niet te laten ontsporen en wat de kinderen verlangen en verdienen. Ze verdienen mijn knuffels, ze snakken naar mijn liefde, maar mijn schoot is soms te klein en mijn armen te kort om ze allemaal tegelijk te geven wat ze zonder woorden vragen.

En eerlijk, te vaak zijn de was en de plas in mijn hoofd belangrijker dan die vier wezentjes van vlees en bloed die tastbaar voor me staan.

“Kijk maar wat tv! Ik kom er straks bij zitten. Ik moet nog gauw even 5 wasmanden strijk wegwerken.”

Nog twee weken ploeteren en dan zal het allemaal anders zijn. Eventjes toch … Dan is papa er om het roer af en toe over te nemen. Dan komt er 50% van mij vrij en kan ik de moeder zijn die ik wil zijn. Eentje die alle tijd van de wereld heeft om knuffels te geven en spelletjes te spelen. Of om aan de rand van het zwembad mijn kinderen gade te slaan en overspoeld te worden door een gevoel van trots en contentement. Wie weet is er zelfs nog tijd voor een boek.

Ik denk dat ze dat vakantie noemen …