Column Kleurrijk #1

Proud to announce: mijn eerste column gepubliceerd in het magazine ‘Kleurrijk’ van Pleegzorg Provincie Antwerpen.

De deadline van deze column – mijn allereerste by the way – valt toevallig samen met de verjaardag van ons jongste zoontje, Laurens. In tegenstelling tot de verjaardagen van onze andere drie kinderen word ik die dag niet overspoeld door de herinneringen aan zijn geboorte. We vieren uitbundig zijn verjaardag maar voor de rest zijn er weinig emoties mee gemoeid, om de simpele reden dat we er niet bij waren toen hij voor het eerst van zich liet horen.

De periode dat deze Kleurrijk in jullie brievenbus valt daarentegen, roept elk jaar mooie herinneringen op. Hét telefoontje van pleegzorg, in allerijl een crèche en babyspullen zoeken, de rit naar het ziekenhuis en dan… dat piepkleine, hulpeloze wezentje dat daar in zijn knalblauwe pyjama onder een klein, oranje dekentje lag. Moederziel alleen, wachtend op ons, op onze liefde, onze knuffels en warmte.

Hij kwam bij ons in crisisopvang maar nu drie jaar later maakt hij nog steeds deel uit van ons gezin. We hebben al een hele weg afgelegd met veel wondermooie momenten maar af en toe ook verdriet en zorgen. Na het eerste anderhalf jaar zonder bezoeken noch contacten waren we haast vergeten dat hij niet echt van ons was. Zijn mama wist dat ze niet voor hem kon zorgen en was enorm dankbaar dat wij hem wilden geven wat zij niet kon bieden. Er was een klik met haar en de weinige keren dat ze op bezoek kwam, hadden we telkens een gezellige koffieklets maar interesse in haar kind toonde ze helaas nooit. Ze gaf het dan ook snel op en verbrak zo goed als elk contact.

Toen zijn vader plots ten tonele verscheen en de bezoeken werden opgestart, bloedde ons hart. Maar alles went en een mens kan meer aan dan hij denkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben uit ons pleegzorgverhaal.

De bezoeken en het contact met de papa verlopen goed. Een gezin met vier kinderen vergt sowieso heel wat organisatie en de tweewekelijkse bezoeken inplannen in een weekend met voetbalmatchen, muzieklessen, verjaardagsfeestjes en uitstapjes is niet altijd even simpel maar gelukkig is alles bespreekbaar en kan er al eens geschoven worden met de bezoekuren.

Het is me wat, je gezin openstellen voor een ander zijn kind en je hart eraan verliezen. De onzekerheid, de emoties, de angst voor wat de toekomst brengt… Maar het is en blijft de moeite waard. Het is een verrijking voor je gezinsleven, een eye opener, een blik op een totaal andere wereld waar je eigenlijk liever zo weinig mogelijk van af weet maar waar je willens nillens van heel nabij mee geconfronteerd wordt.

Voor de meesten van jullie zal dit herkenbaar zijn. Of net niet. Ieder verhaal is anders maar ik hoop jullie de komende tijd te kunnen boeien met óns verhaal, ons avontuur, ons leven als (pleeg)gezin. Ik kijk er alvast naar uit om af en toe een beetje van onze chaos met jullie te delen.

Stop de tijd

Heeft het te maken met het naderende einde van 2017, ik weet het niet, maar de laatste tijd overpeinzen we regelmatig de dingen. Het leven. Ons leven.

Elke keer opnieuw komen we tot het besluit dat het goed is zoals het is. Dat er niks meer moet veranderen, niet het kleinste detail. Alles lijkt te kloppen … evenwicht, balans, controle.

Controle over alles wat ons het liefste is: ons gezin, onze kinderen. Voorlopig vormen we nog één blok. Altijd samen op pad, samen thuis, samen ruzie, samen gelukkig. Maar dat kan niet blijven duren. De tijd kan je niet stoppen. Onze kinderen groeien, worden ouder, zelfstandiger en hebben ons minder nodig.

Voorlopig weten wij, als ouders, altijd waar onze kinderen zijn. Wij bepalen waar en met wie ze zijn. Ze zijn veilig. Maar ooit zal het anders zijn. Ooit zullen ze thuis vertrekken en van het leven gaan genieten, van hun vrijheid proeven. Ze zullen van het ene feestje naar het andere trekken. Ze zullen omgaan met mensen die je niet kent en op plaatsen vertoeven die jij niet kent. Ze zullen je vertrouwen op de proef stellen én beschamen.

Maar hopelijk komen ze steeds terug. Zoeken ze steeds weer de geborgenheid en veiligheid op van ons gezin. Ik hoop het …

Het is nu moeilijk te vatten, maar ooit zullen we niet elke seconde van elke dag weten waar onze vier schatten uithangen. Ze zullen niet langer elke nacht onder ons dak slapen.

Loslaten heet dat dan. Een onvermijdelijk iets, maar zolang het niet moet, gaan we het niet doen. En gaan we genieten van onze kroost, dicht bij ons, altijd bij ons, 24/7, …

Schreef ik daar ooit geen stukje over? Over die ettertjes die werkelijk altijd rond mij hangen? Zelfs wanneer ik op toilet zit of eindelijk eens onder de douche sta?

Ach ja, je weet wel wat ik bedoel. Als ouders groeien we ook, hoop ik. Ooit zullen we er de voordelen van zien, zullen wij ónze herwonnen vrijheid appreciëren en met beide handen grijpen.

Mijn kind dat ik niet ken

Vandaag is het exact drie jaar geleden dat ik een kind op de wereld zette. Een kind dat ik niet ken. Ik schaam me ervoor, maar ik wou hem niet. Ik kon dat roze hoopje niet eens bekijken, laat staan vastnemen, liefde geven.

De zwangerschap was een hel. Een emotionele marteling. Er groeide een kind in mij dat ik niet wilde.  Ik heb het verwenst, vervloekt … het kind, de vader, die nacht, de grootste stommiteit van mijn leven. Ach neen, ik heb nog grotere flaters begaan én ervoor geboet, dubbel en dik. Maar toen was alleen ik er de dupe van, nu groeide er iets in mij dat ongevraagd in deze puinhoop terecht zou komen.

Ik heb gehoopt dat het misliep, ik heb gedacht aan abortus en het bijna gedaan. Had ik het maar gedaan … Nu lag ik daar met een kind waar ik niet voor kon zorgen, waar ik niet voor wílde zorgen. Wat heb ik hem te bieden? Mijn leven was één hoop ellende, ik heb het nooit anders geweten. Mijn kindertijd was een aaneenschakeling van traumatische gebeurtenissen die ervoor gezorgd hebben dat het nooit meer goed kan komen met mij. Mijn jeugd was één lange vlucht van de harde, pijnlijke realiteit. Drugs, alcohol, medicatie, … Ik gebruikte alles om de hopeloze chaos in mijn leven te vergeten.

En zo is het eigenlijk altijd gebleven. De ene stommiteit volgde de andere op, in sneltempo. De ene fout na de andere, flater na flater … en nu dit. Een kind in dat bedje naast mij. In het ziekenhuis merkten ze al gauw mijn afkeer, ze stuurden iemand om te praten. Iemand die luisterde, maar me, zoals altijd, niet begreep. Ze zijn getraind om hun afschuw niet te laten blijken, maar er is altijd wel iets dat hen verraadt. Iets in hun blik of een trekje om hun mond dat ze niet onder controle hebben.

Ik wilde niet rond de pot draaien. Ik wilde dat kind niet. Punt. Zoek maar een oplossing. Er zijn vast mensen die hem wel willen, die hem alles kunnen geven wat ik niet te bieden heb. Want ik heb niets. Ik ben niets.

Ik vertrok uit het ziekenhuis en liet het kind achter. Pleegzorg werd erbij geroepen en drie weken later kreeg het kind een thuis. Een paar keer nog ben ik op bezoek geweest, om mijn geweten te sussen, om met eigen ogen te zien dat hij het daar veel beter zou hebben dan hier, bij mij. Daar is hij nu, 3 jaar later nog steeds. Af en toe denk ik nog aan hem, droom ik van hem, maar ik mis hem niet. Denk ik. Kan je iemand missen die je niet kent? Kan je van iemand houden die je niet kent?

een-kans

Bron afbeelding: Onderwijs Maak Je Samen

Verloren zoon

We waren hem kwijt, onze zoon. Geen spoor meer van ons vurig, maar lief en bij wijlen vrolijk ventje. Hij werd ongemerkt vervangen door een onherkenbaar, nors, in zichzelf gekeerd jongetje. We noemden hem altijd al ‘licht ontvlambaar’, maar de laatste maanden was hij ronduit agressief. Een verkeerde blik, een achteloze aanraking, … alles kon zijn korte lontje doen ontsteken en dan kon je je maar beter uit de voeten maken. Scheldtirades, gebrul, gevloek, allerhande verwensingen, zelfs een slag of stoot … We kregen het allemaal naar ons hoofd geslingerd.

Op geen enkel moment was hij nog voor rede vatbaar. We hadden het gevoel alle grip op hem te verliezen. We werden bang voor de toekomst en dachten met doodsangst aan de puberteit die binnen enkele jaren alles zo mogelijk nóg complexer zou maken.

img_2372

We twijfelden aan onszelf, als ouders. Nóg meer dan anders. Wat deden we mis? Waren we te streng, of net te laks? Maakten we niet genoeg tijd voor onze kinderen? Meerdere keren stelden we onszelf en elkaar die vraag, vaak met de tranen in de ogen.

Op een bepaald moment voel je als ouder dat het niet meer lukt. Daar is niks mis mee, maar wat is het moeilijk om toe te geven dat je je kind niet meer de baas kan.  Het gevoel te falen in je belangrijkste taak, in je rol als moeder … het maakt je gelijk met de grond en raakt je tot in de kern van je bestaan.

Tijdens een gesprek op school legde zijn juf voorzichtig de link met de medicatie die hij ondertussen een jaar nam voor zijn ADHD. Zelf had ik daar ook al aan gedacht, en ja, we gaven het de laatste maanden meer, niet meer uitsluitend voor school, maar ook op vrije dagen om het thuis aangenamer te maken.

Ze verzekerde ons dat hij ondertussen een stevige basis van de leerstof had en dat het concentratieprobleen opgevangen kon worden. Reden genoeg voor ons om de Rilatine overboord te gooien, want dat was oorspronkelijk de enige reden waarom we vorig jaar toch onze toevlucht namen tot medicatie: zijn concentratieprobleem met als gevolg een grote leerachterstand.

img_2030
Wat er toen gebeurde, is moeilijk te geloven. Na amper 2 dagen keerde geleidelijk aan de rust in huis weer terug. Elke dag vonden we een stukje van onze zoon terug. Hij herontdekte de lego, de auto’s, zijn eigen fantasie en creativiteit. Hij zocht weer meer contact met ons, met zijn broer en zussen. Hij leefde minder en minder in zijn eigen wereldje en beleefde weer zichtbaar plezier in de interactie met de mensen om zich heen.

Na een week hadden we onze zoon helemaal terug. Vurig, maar handelbaar. Van al onze kinderen vraagt hij nog steeds de meeste aandacht en niet altijd op de juiste manier, maar er zijn weer meer goede dan slechte momenten. Hij heeft nog regelmatig uitbarstingen, maar krijgt zichzelf meestal weer net op tijd in de hand. Die zelfbeheersing was hij volledig kwijt.

Het is afwachten wat de invloed op zijn schoolresultaten zal zijn, maar eerlijk gezegd is dat het minst van mijn zorgen. Hij komt er wel, het is een volhouder, hij weet wat hij wil en gaat er ook voor.

Wij hebben onze zoon terug, hij is weer gelukkig en dat is voorlopig meer dan genoeg.

aandachtvragen

 

De liefde vieren

We vieren graag. Het leven, de liefde, … Noem maar op. Vorig weekend hebben we de liefde gevierd, én het leven. Het werd een feest om nooit te vergeten, het was een avond van intens genieten en voelen, van dankbaar zijn en graag zien.

LG_2

Het was een nacht om te koesteren. Samen feesten met de mensen die je graag ziet. Daar heb je geen reden voor nodig, geen enkel excuus. En toch doen we het veel te weinig.

We zijn dit jaar 15 jaar getrouwd en 20 jaar samen. En nog steeds gelukkig welteverstaan. Reden om een feestje te bouwen … en of we dat gedaan hebben!

LG_27Een mooie bezinning om de liefde te vieren. Even stilstaan bij ons huwelijk, ons gezin, ons leven. Beseffen dat het goed gaat, dat we gelukkig zijn, elkaar graag zien … zonder meer.

15 jaar later elkaar opnieuw de liefde verklaren in het bijzijn van onze warme familie en dierbaarste vrienden. Het waren intense momenten, ontroerend mooi, heel bijzonder.

Veel beter dan dit wordt het niet, zei mijn wederhelft. En dat besef leidt tot puur geluk.

LG_53

Daarna een spetterend feest. Eten, drinken, babbelen, muziek, dansen, lachen, knuffelen en luid meebrullen. Het was er allemaal bij! We voelden ons weer 15 jaar jonger. We waren weer even de pubers van 20 jaar geleden die konden feesten tot ’s ochtends vroeg en de katers makkelijk verteerden. Helaas zijn we ondertussen allemaal ouder en duurt het herstel een paar dagen langer. Maar het was elke seconde hoofdpijn waard.

LG_280

Kom, dan vieren we het leven en dansen we tot de zon opkomt!

LG_21

Bedankt aan iedereen die erbij was!

Photo credit: Kristof Verschueren

Geen verlof voor pleegouders: flashback

Vandaag las ik in de krant van gisteren dat pleegouders nog steeds geen recht op verlof hebben wanneer ze een kindje verwelkomen in hun gezin. Het deed me terugdenken aan de tijd dat onze pleegzoon, toen net geboren, in ons gezin kwam. Aanvankelijk in crisisopvang, maar nu, bijna 3 jaar later, is hij – godzijdank – nog steeds in ons leven.

Op een winterse maandagavond kregen we een telefoontje van pleegzorg. Of we een pasgeboren baby’tje wilden opvangen. Mijn hart deed een vreugdesprongetje … eindelijk een boeleke. De oudste dochter die tegen mijn wang geplakt het gesprek volgde, kon evenmin haar enthousiasme onder stoelen of banken steken. Natúúrlijk wilden wij dat baby’tje even een thuis geven. Zonder er verder over na te denken… Maar dan, de hoorn op de haak, de adrenalineshot neemt af, reality checks in.

Oei, een baby’tje moet naar een crèche of onthaalmoeder wanneer ik ga werken. Vlug alle crèches opzoeken in de buurt en opbellen. Welke babyspullen hebben we nog allemaal in de kelder steken? Veel, maar niet genoeg. Even een sms’je rondsturen. Allerlei dingen waar je normaal 9 maanden de tijd voor hebt, moesten nu in sneltempo geregeld worden. Maar kijk, het lukte en toen we 2 dagen later die wolk van een baby op de materniteit gingen halen, waren alle praktische zaken tip top in orde.

Waar we echter niet op waren voorbereid, waren de onderbroken nachten. Je zit met een pasgeboren baby’tje en alles wat erbij hoort, maar het leven gaat gewoon door. Die wekker begint nog steeds te kwelen om 6u30. Je wordt verwacht op je werk, ook wanneer je amper 2 uurtjes geslapen hebt. Geen ouderschapsverlof, geen kraamhulp, niks.

Toen leek dat best te lukken, je leeft op automatische piloot, je cijfert jezelf volledig weg en doet wat je moet doen. Een mens is vaak sterker dan hij denkt en een moeder kan bergen verzetten, maar er zijn grenzen. Ook bij mij was na een half jaar het vat af. Ik ben diep in het rood gegaan en dat heb ik nog lange tijd moeten bekopen.

Maar kijk, die baby wordt een peuter en is ondertussen een kleuter. Hoe onmenselijk zwaar die eerste maanden ook waren, het zijn momenten als de eerste schooldag, enkele weken geleden, waar je het voor doet. De zelfzekerheid waarmee ons ventje vrolijk door de schoolpoort stapt, daar hebben wij mee voor gezorgd. Hoe ons pleegzorgverhaal ook afloopt, wij hebben hem alvast een stevige basis gegeven, weerbaar gemaakt, hopelijk bestand tegen het harde leven dat hem te wachten staat. Dat gevoel is onbetaalbaar en geeft ons enorm veel voldoening.

Wij zouden het zo opnieuw doen, maar ik begrijp dat anderen ervan terugschrikken. Je wil een kind in nood opvangen en alles geven wat het op dat moment zó nodig heeft: een stabiele omgeving, rust, een warme thuis en liefde, … veel liefde. Dat kost niks, alleen maar tijd. Tijd die er niet is, tenzij je heel veel opoffert en je je eigen leven eventjes on hold zet. Tijd die de overheid kan bieden door ook pleegouders eindelijk recht op verlof te geven. Tijd die ongetwijfeld meer gezinnen over de streep zal trekken om pleegzorg een kans te geven.

Elk jaar zijn er ongeveer 500 kinderen in Vlaanderen die in de kou blijven staan bij gebrek aan pleeggezinnen. Dat zijn 2 op 3 pleegzorgaanvragen die niet positief beantwoord kunnen worden.

Komaan politici, het wetsvoorstel ligt klaar, waar wachten jullie op?

time

 

 

Het concept ‘vakantie’

Sinds anderhalf jaar werk ik niet meer in het onderwijs. Tegen alle verwachtingen in heb ik geen heimwee. In het begin miste ik het contact met de collega’s en de leerlingen, én de voldoening die je voelt wanneer je erin slaagt om een stelletje pubers toch een lesuur te boeien. Al het overige was er nét iets te veel aan.

Wat ik nu vooral mis, elk jaar opnieuw rond deze tijd, is het gevoel dat je hebt op het einde van het schooljaar. Het aftellen en vurig verlangen naar de vakantie, de laatste loodjes die je op school met iets meer plezier dan anders afwerkt. En dan … die zee van tijd die voor je ligt en waar je niet kan over kijken. Twee volle maanden verlof, één uitgestrekte vakantie waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Het gevoel dat even alles kan en niks echt moet, dat mis ik elk jaar opnieuw.

De eerste week zat ik nog kwijlend voor mijn scherm te kijken naar de eerste vakantiefoto’s die op facebook en instagram passeerden. De zonsondergangen op het strand, de wandelingen in de bergen, de english breakfasts in Spanje, … Een weekje later, zat ik heimelijk te grijnzen bij de foto’s van hopen vuile was en lege reiskoffers. Zij zijn weer thuis en hun vakantie voor dit jaar zit er al op. 

Zo kom ik bij dat andere gevoel dat ieder jaar de kop opsteekt. Elke zomer opnieuw bedenk ik bij mezelf hoe absurd ‘vakantie’ is. Een heel jaar kijken we er met zijn allen naar uit, naar die week of 2 weken dat we massaal uitwijken naar ergens waar het beter is. De meesten vertrekken op dezelfde momenten en staan gezellig samen in lange rijen op de luchthaven of aan de péage op weg naar het zuiden aan te schuiven. Een week later staan we dan weer en masse te wachten aan de andere kant, terug richting thuis, routine, dagelijkse sleur, drukte en stress.

Dat was het dan weer voor dit jaar … maanden naar uitgekeken en hup, het is alweer voorbij. Waarom voelen we in godsnaam de noodzaak om minstens een week op een andere plaats te vertoeven? Zijn we dan zo ongelukkig in ons eigen huis? Ontevreden met ons dagelijks leven?

Ik alvast niet, meestal ben ik héél blij met wat ik thuis heb en kan ik ook écht wel genieten van het leven in mijn eigen tuin. Toch voel ook ik elk jaar de behoefte om twee weken met het gezin weg te trekken naar een plek onder de zon, ons paradijsje in the middle of nowhere.

2543497018_552c9e90-039c-4f9c-8bd2-4b9262c15083

De locatie op zich is minder belangrijk, maar het gaat er voor ons vooral om om even met het gezin alleen te zijn, weg van verplichtingen en verwachtingen. Daar in ons huisje, in het grootste boerengat van Frankrijk. Geen buren, geen familie, geen gedwongen sociaal contact. Alleen wij, onze kinderen én tijd. Tijd voor elkaar, tijd om te puzzelen, verstoppertje te spelen, te lezen en te genieten van elkaar zonder op de klok te hoeven kijken.

Dát is vakantie. Zalig, maar tegelijkertijd absurd. Waarom kan dat gezinsgeluk alleen pieken gedurende die 2 weken in de zomer? Is er dan geen manier om ons thuis ook af te sluiten van de buitenwereld? Hoe ouder de kinderen worden, hoe moeilijker het lijkt. Ze leiden meer en meer hun eigen leven, buiten de grenzen van onze cocon.

Toch kijken ook zij jaar na jaar reikhalzend uit naar die twee weken vakantie met het gezin en hebben ze genoeg aan zichzelf, aan ons en elkaar. Die gedachte maakt me gelukkig en doet me alleen maar meer uitkijken naar wat ons binnen enkele weken te wachten staat. Het vluchtige, het absurde motiveert me alleen maar om er ook dit jaar weer meer en nog bewuster van te genieten.

Ik heb 4 kinderen

img_9371-1

Ik heb 4 kinderen. Wie de puntjes echt op de i wil, kan daar moeilijk over doen. Ik heb er hier nochtans 4 rondlopen, 4 prachtexemplaren die mij mama noemen. En ja, 3 met helderblauwe ogen en eentje met donkerbruine kijkers. 3 die trekken hebben van mij, van mijn man en van elkaar. En ja, eentje die wat dat betreft niet helemaal in het rijtje past.

img_9587

1 van de 4 heb ik er met heel veel moeite zelf uitgeperst, een andere vond wat makkelijker zijn weg naar buiten. Nog een andere hebben ze er via mijn buik uit moeten halen. En eentje kregen we zomaar cadeau, die lag kant en klaar en moederziel alleen op ons te wachten in de couveuse op de materniteit. Dat cadeautje ging maar enkele weken bij ons blijven, maar nu – 2,5 jaar later – is hij er nog steeds.

Het enige dat hem, wat ons betreft, van de andere 3 onderscheidt, is dat hij misschien ooit eens weggaat. Dat we dat wonderbaarlijk geschenkje weer moeten inleveren. Het lijkt ondenkbaar en onmogelijk, het is hartverscheurend en onmenselijk, maar het kan. Of toch niet …

bokrijkHet is die onzekerheid die moeilijk is, soms zelfs ondraaglijk, maar tegelijkertijd ook hoop geeft. Het is die onzekerheid die me af en toe wanhopig verdrietig maakt, maar me nog vaker van het beste doet uitgaan. Door die onzekerheid krijgt hij vaak dubbel zo veel liefde, zolang het nog kan … en wordt hij soms extra verwend, zolang hij er nog is …

Het eerste anderhalf jaar van zijn leven was hij helemaal van ons. Een klein wezentje dat niemand anders had, behalve ons. Geen bezoeken met biologische ouders om rekening mee te houden. Een moeder zou voor minder vergeten dat hij niet van haar is.

Na anderhalf jaar kwam er een biologische vader in the picture. Bezoeken werden opgestart en langzaam opgebouwd. Even stond onze wereld stil. De kans bestaat dat …

Elk bezoek haalt me onderuit, drukt me met mijn neus op de feiten. Hij is niet van mij, ik ben niet zijn moeder. Maar ík ben het die hij mama noemt. Het is de warmte van míjn schoot die hij opzoekt wanneer hij moe is. Hij loopt huilend naar míj toe om zich in míjn armen te nestelen wanneer hij zich bezeert heeft.

Ik kus zijn tranen weg, wieg hem in slaap en blijf minutenlang naar hem kijken, vertederd, maar vooral verbaasd over de intense liefde die ik kan voelen voor dit kind dat niet van mij is.

img_9348 Hij weet natuurlijk niet beter, is zich van geen kwaad bewust. Hij voelt zich net hetzelfde als die andere 3 koters waar hij mee opgroeit, die hij broer of zus noemt en waarvan  hij zoveel onvoorwaardelijke liefde krijgt. En om de 2 weken gaat hij met zichtbaar plezier ‘spelen’ bij iemand die hem verwend en hem ongetwijfeld ook heel graag ziet. Iemand die hem waarschijnlijk heel erg mist wanneer hij niet bij hem is. Die keer op keer de dagen aftelt tot het volgende bezoek.

Ik begrijp die man ook, voel met hem mee en bewonder zijn volhardendheid en het engagement dat hij wil aangaan. Ik gun hem van harte de kostbare tijd met zijn zoon en ik weet ergens diep vanbinnen dat het voor ‘ons’ kind belangrijk is om die man in zijn leven te hebben.

Maar meer kan mijn moederhart niet aan. Meer zou ons gezin verscheuren en verweesd achterlaten, vol ongeloof en in immens verdriet.

En toch, als je zou vragen of we het weer zouden doen, dan zeggen we zonder twijfelen JA! want een leven zonder onze kleine ukkepuk zouden we ons niet kunnen voorstellen, hoe moeilijk het soms ook is.

Gretig leven

Ik sta tegenwoordig nogal gretig in het leven. Het lijkt alsof ik na een jarenlange winterslaap weer ben ontwaakt en vol in het leven sta. Ik wil genieten, nieuwe dingen proeven en gewoon gelukkig zijn. Ik wil gretig liefhebben, vol overgave beminnen en eindeloos bemind worden. Dat klinkt goed, duidelijk en simpeler dan het is.

Je hoeft me nog steeds niet op elk feestje of op een barkruk aan de toog van één of ander hip café te verwachten. Ik wil vooral thuis genieten … van de zon, van de rust in huis of misschien net van de drukte, van mijn kinderen, mijn man en ons gezin. Ik wil genieten van het plezier in de tuin, van warme zomerdagen met de kinderen en zwoele zomeravonden met manlief.

Ik weet best hoe ik moet genieten, ik doe het elke dag, van de kleinste dingen, maar uiteindelijk is het heel vluchtig en blijft er weinig van hangen. Te weinig naar mijn zin. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik al bijna heel mijn leven de drang voel om alles neer te schrijven, vast te leggen op papier zodat de mooie momenten niet verloren gaan. Daarom ook waarschijnlijk dat ik élke dag tientallen foto’s neem, kleurrijke bewijzen van onbenullige momentjes waar ik met volle teugen van genoot.

Daarom ook heb ik al jarenlang hetzelfde parfum omdat dat onlosmakelijk verbonden is met een heleboel gelukzalige momenten die bij elk pufje een fractie van een seconde voorbij flitsen en een amper waarneembare glimlach op mijn gezicht uitlokken. Het is heel abstract, ik kan niet echt zeggen om welke herinneringen het precies gaat, maar het draait meer om het warme gevoel dat die herinneringen weer oproepen.

herinneringen

Er zijn mensen die zich de kleinste details van 20 jaar geleden herinneren. Details van gebeurtenissen, memorabele momenten zelfs, waar ik naar het schijnt bij was. Wanneer die mensen beginnen te vertellen, komt veel terug en worden de herinneringen – of flarden ervan – weer geactiveerd.

Zo gebeurt het ook wanneer ik oude foto’s bekijk. Ik sta op die foto, het bewijs dat ik erbij was, of ik heb de foto zelf genomen zoveel jaren geleden, maar het verhaal erachter zit veel te ver weg.

Het lijkt alsof ik niet bewust genoeg leef. Ik doe, ik beleef, ik proef, ik geniet, ik neem het allemaal in mij op … En toch is het niet genoeg, te tijdelijk, te beperkt.

Kan je het misschien leren? Bewuster leven, herinneringen opslaan in je geheugen en actief houden? Misschien wel, maar een herinnering blijft een herinnering, hoe levendig ook. Je verliest altijd een beetje de sfeer die er hing, het gevoel dat het opriep, de emoties, de geuren, de smaken … Het totaalpakket krijg je nooit meer terug.

Yoga, mindfulness, meditatie, … kunnen deze hippe dingen me helpen nog voller in het leven te staan, nog meer te genieten, nog gelukkiger te zijn? Alvast het proberen waard.

leefvandaag

Ons leven met Bart Peeters

Eigenlijk zijn wij geen gezin van 6, maar van 7. Al is het moeilijk dat zevende lid te omschrijven. Hoort hij eerder bij de kinderen of is er veeleer sprake van een ménage à trois? Zijn taak varieert, afhankelijk van de stemming hier in huis, of beter in de auto.

Net als mijn kinderen zorgt hij voor momenten van puur geluk en uitbundig plezier. Of  ontroert hij mij tot in het diepste van mijn hart. Evenzeer zijn er momenten dat het genoeg geweest is, dat ik het liefst van al mijn wagen bruusk aan de kant van de weg zet om hem eruit te gooien … met al zijn drukte en lawaai.

Net als mijn man zorgt hij voor rust, momenten van romantisch mijmeren en stilstaan bij ons groot en klein geluk van alledag . Net als mijn man is hij er als ik hem nodig heb. Maar even goed haalt hij soms het bloed vanonder mijn nagels onderuit en werkt hij eindeloos op mijn zenuwen. Niemand is tenslotte perfect …

Hoewel hij het zelf niet weet, delen we een leven samen. Hij zorgt voor de soundtrack van ons gezinsleven, of toch een deel ervan. We kennen hem door en door. We kunnen ondertussen zijn gedachten lezen en weten perfect wat hij gaat zeggen. We voelen het feilloos aan wanneer zijn stemming zal omslaan van  pretentieloze spielerei in bittere ernst.

Elk liedje van hem draagt een herinnering, elke intro neemt ons mee naar een tijdje terug, toen we net vertrokken waren naar onze persoonlijke hemel op aarde en nog een helse rit van 7 uur voor de boeg hadden. Of toen we op weg waren naar de dierentuin en de sfeer gespannen was, tot we zijn hulp inriepen en iedereen in een mum van tijd met een brede lach op het gezicht zijn wijze woorden meebrulde. Elk refrein voert ons in gedachten naar ons eigen paradijs op aarde, naar een plek waar we als gezin alleen maar gelukkig zijn, elkaar onbeschrijflijk graag zien en niet anders dan dankbaar kunnen zijn om al wat we hebben.

BartPeeters_3778