Week van de Pleegzorg: dag 1

De Week van de Pleegzorg ging van start. Als pleeggezin zijn we dagelijks getuige van wat Pleegzorg kan betekenen in het leven van een kind. We hadden de eer een aantal kinderen tijdelijk een thuis te geven. Elke keer opnieuw was het een zeer leerrijke en positieve ervaring.

Week pleegzorg 2018

Wij zijn alleen maar enthousiast. De meeste mensen rondom ons ook, maar zelf de stap zetten en het pleegzorgavontuur aangaan lijkt een brug te ver. Dat begrijp ik ook, het is niet niks, het vraagt een inspanning van het hele gezin en van je omgeving. Maar, neem het van mij aan, je krijgt er zó veel voor terug.

Pleegzorg blijft, ondanks alle campagnes en activiteiten, een grote onbekende. Het blijft me verbazen hoeveel mensen nog steeds niet weten wat Pleegzorg is. Heel graag zou ik daar verandering in brengen. Daar móet verandering in komen.

Dat is ook waarom ik op mijn blog af en toe vertel over ons leven als pleeggezin. Dat is waarom ik op facebook en instagram alle posts van Pleegzorg Vlaanderen consequent like en deel.

Dat is ook waarom ik tijdens deze Week van de Pleegzorg elke dag een blogpostje zal schrijven met daarin telkens een goede reden om je kans als pleeggezin te wagen. Dat ik mijn lezers daarmee kan overtuigen om naar een info-avond te gaan of al was het maar een kijkje te nemen op de website van Pleegzorg Vlaanderen, zou mooi meegenomen zijn. Maar hé, voel je niet verplicht en geniet gewoon van mijn verhaaltje.

Pleegzorg is een verruiming van je eigen leefwereld.

De wereld ligt aan onze voeten. We kunnen overal naartoe, alle kennis ligt binnen handbereik, met één muisklik wordt onze wereld oneindig groot. Toch blijft onze leefwereld vaak heel klein. We hebben vrienden, kennissen, collega’s waar we mee omgaan. Doorgaans zijn dat mensen die op dezelfde lijn zitten, veelal hetzelfde denken over de meeste dingen. Het is aangenaam om in die beperkte kring te vertoeven. Het is bekend, vertrouwd, het voelt veilig.

Toch kan het interessant zijn, bevrijdend zelfs om je leefwereld een beetje te verruimen door nieuwe dingen te proberen: een opleiding volgen, van job veranderen, een andere dan je stamkroeg binnenstappen, nieuwe mensen met andere verhalen leren kennen.

Door Pleegzorg is er voor ons een hele andere wereld opengegaan. Een wereld die niet altijd even mooi is, waar we liever zo min mogelijk mee te maken hebben. Je vangt een kind op en leert noodgedwongen zijn of haar ouders kennen. Het zijn mensen, zoals jij en ik, met een eigen verhaal. Een drama, een thriller, … nooit een komedie.

Mijn man heeft er absoluut geen behoefte aan om de ouders te leren kennen. Hoe minder hij weet, hoe neutraler hij zich kan opstellen tegenover het kind, hoe makkelijker het voor hem is om het kind een tijdje gewoon graag te zien.

Ik daarentegen ben wat nieuwsgieriger van aard en heb het net nodig om min of meer te weten wat er schuilgaat achter de situatie. Hoe moeilijk ook, ik probeerde steeds onbevooroordeeld naar hen te luisteren. Het heeft me geleerd dat álle ouders die we leerden kennen hun kinderen écht graag zien en oprecht het beste voor hen willen, maar door omstandigheden lukt het hen niet. Allemaal worden ze verteerd door schuldgevoel. Ze zijn boos op ‘het systeem’ dat hun kinderen afpakte, op Pleegzorg, op de consulente van Jeugdzorg, op iedereen … maar vooral op zichzelf.

Ik verwachtte dat die boosheid ook tegen ons zou gericht zijn, maar niets is minder waar. Ondanks al die negatieve emoties, waren ze steeds dankbaar. Dankbaar dat hun kind bij ons terecht kon, dat wij dit voor hen wilden doen. Dat op zich vind ik al heel wat: ondanks de boosheid en verdriet om het  verlies van je kind, toch nog die dankbaarheid kunnen opbrengen en zelfs heel expliciet uiten. Respect!

Verslaving, financiële problemen, gezondheids- of mentale problemen, … er zijn heel wat redenen die een mens het noorden doen verliezen. Zelf hebben we een achterban die het even van ons kan overnemen, maar lang niet iedereen heeft die luxe. Ze staan er alleen voor, wat minder stevig in hun schoenen en dan loopt het al eens mis. Daar moeten we begrip voor opbrengen én ervoor zorgen dat ook die mensen, maar vooral hun kinderen ergens terecht kunnen.

open mind open heart

Er is een baby’tje dood

Er is een baby’tje dood.

Ik veronderstel dat dat wel meer gebeurt. Dagelijks. Wereldwijd misschien wel om het uur, elke minuut, elke seconde …  In de buik, in het kraambed, in zijn wiegje, in de armen van zijn ouders, omringd door liefde en tranen, zoon of dochter van …

Er is een baby’tje dood.

Gevonden, ergens langs de kant van de weg. Om de hoek of in een ver arm land, in oorlogsgebied, moederziel alleen, omringd door kogels, bloed en haat. Zoon of dochter van …

Er is een baby’tje dood.

Een baby’tje dat we kennen. Amper, maar genoeg. Genoeg om ons te raken, om ons uit het lood te slaan. Graag gezien, enorm gemist. Nog maar net, heel plots, onverwachts, heel snel en zinloos. Badend in liefde, onschuldig en onterecht. Onrechtvaardig en onjuist. Zoontje van S en S, broertje van W, neefje, kleinkind, petekind van … Slechts zes maanden op handen gedragen door een grote, warme familie. Slechts één zomer vertroeteld, gesust en gewiegd. Een zomer die oneindig leek te duren, tot dinsdag …

Er is een baby’tje dood.

Weer een sterretje erbij. Weer een bedje leeg.

Een piepklein kistje gevuld. Een immens grote leegte nagelaten.

Weer een papa die verzuipt in zijn oerverloos verdriet.

Weer een mama die zich wanhopig vastklampt aan de herinneringen. Een glimlach op het netvlies gebrand. Het gekir in het geheugen gegrift.

Een broer, een zus, een lieve oma & opa, een tante, een nonkel, een meter, een peter, een …

Weer een waarom zonder antwoord.

baby loss

Tinder voor asieldieren

Weyts lanceert Tinder voor asieldieren‘ lees ik in de krant. Er zitten in Vlaanderen naar schatting 40 000 dieren  in een asiel te wachten op een nieuwe thuis. De Vlaamse regering investeert bijgevolg 30 000 euro in zo’n tinderachtig platform.

Dat zijn er best wel veel. Ik kijk naar onze hond en voel oprecht een zweem van medelijden voor die 40 000 beestjes die het minder goed hebben. Dan kijk ik in de ogen van onze jongste en voel verontwaardiging en onbegrip.

Vorige week zat toevallig ‘Kleurrijk’, het driemaandelijks krantje van Pleegzorg Antwerpen in onze bus. Helaas krijgen alleen pleeggezinnen dit.  De septembereditie geeft altijd de cijfers van het vorige jaar weer. Daarin staat o.a. goed nieuws: het aantal pleeggezinnen is in 2017 met 8% gestegen t.o.v. 2016. Helaas is ook het aantal pleegkinderen/pleeggasten* evenredig gestegen.

Er waren op 31/12/2017 in Vlaanderen 5181 pleeggezinnen voor 6507 pleegkinderen/gasten. Dat wil dus zeggen dat er 1326 kindjes ergens wachten op een nieuwe thuis.

Dát zijn cijfers die mij doen duizelen. Dát zijn cijfers die schreeuwen om 30 000 euro.  Ik weet het, een dier is ook een levend wezen en ja, dat verdient evenzeer liefde, respect en een warm nestje, maar een kind naar mijn mening toch een beetje meer.

Heeft een mens daar niet meer recht op dan een dier?

Ik kan me daar druk in maken. Echt waar. Vorig jaar nog deed ik wat ‘research’ omdat het me opviel hoe weinig berichten van pleegzorg op de sociale media geliked en/of gedeeld worden terwijl dit met berichten van honden- en kattenasielen waarin ze o.a. dieren voorstellen ter adoptie soms massaal gebeurt.

Ik vind dat raar.

Gisteren was het Werelddierendag. Pleegzorg Vlaanderen (6 345 volgers) postte op facebook een leuk berichtje met een foto van een schattig kindje. Goed voor amper 24 likes.

img_7290

Hart voor Dieren (284 000 volgers) postte gisteren ook iets ter ere van hun feestdag en scoort met een foto van een schattig poesje 235 likes.

Let u ook even op het aantal volgers?

Ik vind dat raar.

Pleegzorg lanceerde onlangs de campagne ‘doneer je jeugdbeweging’ en Pleegzorg Antwerpen (2008 volgers) post regelmatig iets hieromtrent. Op 26 september krijgen ze 28 likes, 2 opmerkingen.

Koninklijke Maatschappij Het Blauwe Kruis Wommelgem (17 976 volgers) stelt in een filmpje van een minuut Jackson voor, een vijfjarige reu. Hij krijgt in een mum van tijd 113 likes en 71 opmerkingen.

Ik vind dat raar.

Ik vind het raar dat er nog steeds mensen zijn die Pleegzorg niet kennen. Dat er campagnes gevoerd worden waar – buiten de pleeggezinnen zelf – weinig mensen zich van bewust lijken te zijn. Dat de posts van pleegzorg op sociale media voornamelijk alleen de pleeggezinnen bereiken. Dat op basis van wat je ziet op facebook de mensen meer geraakt worden door, meer belang lijken te hechten aan dierenleed dan aan de miserie van hun medemens.

Ik ben ervan overtuigd dat Ben Weyts mensen ook belangrijker vindt dan dieren en misschien had hij het geld ook liever aan Pleegzorg gegeven, maar als minister voor Dierenwelzijn kan dat niet.

Het is aan zijn collega Mijnheer Van Deurzen om in mensen en dus ook Pleegzorg te investeren. Ik zocht het even op en blijkt dat er dit jaar €30 000 000 extra geïnvesteerd wordt in jeugdhulp. Dertig miljoen. Extra. 1000 keer meer dan Ben Weyts.

Ik vind dat niet raar

www.pleegzorgvlaanderen.be

www.adopteereendier.be

* Een pleeggast is een volwassene met een beperking die opgevangen wordt in een pleeggezin.

Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder

Te weinig van mij voor iedereen

“Mama, ik heb kaka gedaan!”

“Ik kom eraan, eerst nog even je zus haar haren kammen. Mooi blijven zitten, he!”

Wanneer ik op weg ben om de kleinste zijn billen te vegen, vraagt de oudste me waar die donkere jeans is met die letters op.

“In jouw kast, Marie!”

“Nee, mama, die met die andere letters.”

“In de was, op de draad, op de strijkplank of in de mand die al drie dagen op de trap staat om mee naar boven te nemen …”

Terwijl ik dat zeg, merkt mijn linkeroog een plas melk op de grond en mijn rechteroog een half opgegeten appel onder de salontafel.

“Wie heeft er hier verdorie gemorst! En wie heeft zijn appel hier laten liggen! We verspillen geen eten en we ruimen onze eigen rommel en viezigheid op. Hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen! Jef, pak een schoteldoek en kuis dat op. Josefien gooi die appel bij de kippen.”

Dit oponthoud doet me de kleinste vergeten die ondertussen heel flink zelf zijn billen probeerde te vegen met de halve wc-rol waardoor het toilet verstopt zit.

“G*dverd*mme!!!”

Terwijl ik de natte brij toiletpapier met een pollepel uit de pot in een emmer aan het scheppen ben, roept de volgende al.

“Mamaaaaa, ik heb dorst!”

“Sta recht en pak het zelf. Je weet alles staan.”

Ondertussen is de hond het huis in geglipt op zoek naar stinkende kousen en vuile onderbroeken. Het is zo’n exemplaar met te korte poten en hele lange oren die altijd over de grond slepen en binnen een spoor van viezigheid achterlaten.

“Mama, wil je met mij een spelletje spelen? Je zegt al drie dagen dat je dat met mij gaat doen …”

“Vraag het maar aan papa.”

“Schatje, waar liggen de Uno-kaarten?”

Are you F*CKING kidding me?

Ik doe mijn best en probeer een alomtegenwoordige moeder te zijn, maar soms lijkt er gewoon niet genoeg van mezelf te zijn voor iedereen.

Het gaat niet alleen om de dagdagelijkse taken en brandjes die geblust moeten worden, dat is nog het minste waar ik me zorgen over maak. Vaak gaat het ook om aandacht en liefde, knuffels en zeemzoete blikken.

De jongste krijgt sowieso zijn portie omdat hij nog veel hulp nodig heeft en constant aan mijn rokken hangt. De tweede jongste is een floddermie en vraagt onomwonden de aandacht en liefde die ze nodig heeft en soms tekort komt. De oudste zoon eist meestal de aandacht op een negatieve manier op, waardoor veel van mijn energie verloren gaat, ten koste van de anderen. De puberdochter is ondertussen op een leeftijd gekomen dat die aandacht van mama niet meer zo nodig hoeft. Dat zou gemakkelijk moeten zijn, maar het kwetst mijn tere moederziel.

Het is schipperen tussen wat er in mijn hoofd allemaal moet gebeuren om het huishouden niet te laten ontsporen en wat de kinderen verlangen en verdienen. Ze verdienen mijn knuffels, ze snakken naar mijn liefde, maar mijn schoot is soms te klein en mijn armen te kort om ze allemaal tegelijk te geven wat ze zonder woorden vragen.

En eerlijk, te vaak zijn de was en de plas in mijn hoofd belangrijker dan die vier wezentjes van vlees en bloed die tastbaar voor me staan.

“Kijk maar wat tv! Ik kom er straks bij zitten. Ik moet nog gauw even 5 wasmanden strijk wegwerken.”

Nog twee weken ploeteren en dan zal het allemaal anders zijn. Eventjes toch … Dan is papa er om het roer af en toe over te nemen. Dan komt er 50% van mij vrij en kan ik de moeder zijn die ik wil zijn. Eentje die alle tijd van de wereld heeft om knuffels te geven en spelletjes te spelen. Of om aan de rand van het zwembad mijn kinderen gade te slaan en overspoeld te worden door een gevoel van trots en contentement. Wie weet is er zelfs nog tijd voor een boek.

Ik denk dat ze dat vakantie noemen …

Column #3: Hoe graag mogen we hem zien?

Je houdt van iemand of niet. Zo simpel is dat. Ik zie mijn kinderen graag. Alle vier.

Af en toe stellen ze me dé vraag, de aartsmoeilijke vraag die een nauwkeurig afgewogen en diplomatisch antwoord vereist. “Mama, van wie van ons hou jij het meest?”

“Ik zie jullie alle 4 even graag.”

“Ja, maar als je moet kiezen?”

“Euh, …”

Soms wordt me die vraag voorgeschoteld door volwassen mensen wanneer we het over ons pleegzorgverhaal gaat.

“Kan je zo’n kind even graag zien als je eigen kind?”

Ik denk het wel … Alle kindjes die we opvingen in crisis heb ik graag gezien, voor zolang ze hier waren. Ook nadien kregen ze een warm plekje in ons hart. Dat is wel het minste wat ze verdienen. En geloof me, wanneer er een klein dutske voor je staat dat op die moment niemand anders heeft, dan komt de liefde vanzelf.

Ons pleegzoontje Lau maakt ondertussen al drie jaar en half deel uit van ons nest. Hij kwam als pasgeboren baby en is blijven plakken in ons gezin, maar vooral in ons hart. Ik durf te zeggen dat ik hem even graag zie als onze andere drie kinderen, maar het is complexer. Je denkt er meer over na … Zie ik hem effectief even graag als de anderen? Is het een ander soort liefde? Hoort het wel dat we hem zo graag zien? Hoe graag mogen we hem zien? Is er een grens die ons beschermt tegen de pijn en het verdriet wanneer hij misschien ooit ons nest zal moeten verlaten?

Ik vrees van niet. Je ziet iemand graag of niet. Punt. Je kan er ook niet zo maar mee ophouden of er even de rem op zetten. Gelukkig maar! Het komt allemaal vanzelf, dat merk ik bij onze andere kinderen en bij mijn man.

Het maakt me ontzettend trots wanneer ik zie hoe de andere drie omgaan met hun kleine broertje. Hoe ze ervoor zorgen en hem missen wanneer hij bezoek heeft. Hoe ze naar de deur rennen en hem verwelkomen wanneer hij weer thuis komt. Ik voel warme liefde wanneer ik mijn man met de kleinste zie ravotten, net zoals hij met de anderen deed. Ik zie hem vertederd kijken naar dat vinnig ventje en soms zie ik de verwondering op zijn gezicht wanneer ook hij plots beseft dat hij hem even graag ziet als die andere drie.

img_5553

Schijn bedriegt

Af en toe deel ik een blogpostje op facebook. Héél af en toe, wanneer ik denk dat het misschien toch wel een leuk stukje is. Er volgen dan reacties, toffe en positieve commentaren, bemoedigende woorden.

Wanneer het een verhaaltje over pleegzorg is, valt het op dat veel virtuele vrienden me een fantastische mama vinden. Dat we zo’n geweldig gezin zijn. Hoe prachtig het is wat we doen. Het streelt mijn ego, daar ga ik niet flauw over doen, maar tegelijkertijd voel ik me de grootste bedriegster die er bestaat. Ik voel me namelijk allesbehalve een geweldige mama.

Ik roep, ik tier, ik zeur … Dagelijks. Meerdere malen per dag. Ik kan hen soms niet rond me verdragen. Ik stuur hen wandelen wanneer ze zonder woorden om affectie vragen. Ik laat hen schaamteloos uren tv kijken of gamen om zelf even te kunnen niksen. Ik blijf al eens ’s ochtends in bed liggen terwijl zij beneden het kot afbreken en de snoepkast plunderen. Ik verwaarloos hen, laat hen aan hun lot over, denk alleen maar aan mezelf …

Mijn kinderen gedragen zich soms als een bende onbeschofte, ongemanierde wilde dieren. Meestal alleen maar thuis, maar soms ook op een ander en dan bekruipt me een gevoel van schaamte. Dan voel ik me een gefaalde moeder die door de mand valt, betrapt, in de val gelokt en voor schut gezet door haar eigen vlees en bloed.

‘s Avond kruip ik in bed met een torenhoog schuldgevoel en sus mezelf in slaap in de overtuiging dat het vanaf morgenvroeg allemaal anders zal zijn. Dat ik mijn kinderen alleen maar complimentjes zal geven en knuffels in plaats van boze blikken en verwijten. Dat dan alle problemen vanzelf zullen verdwijnen en we eindelijk het perfecte gezinnetje zijn, een soort van familie Von Trapp in plaats van familie Flodder.

Maar soms valt alles toch heel mooi in de plooi. Er zijn van die momenten dat ik zen ben en de kinderen happy. Dan knuffelen we, lachen we en zijn we intens gelukkig. Dan zie ik hoe de grootste zich liefdevol om de kleinste ontfermt. Hoe de andere twee samen uitdokteren hoe iets werkt. Hoe ze elkaar troosten, helpen, complimentjes geven en aanmoedigen. Dan durf ik heel voorzichtig denken dat ik het misschien toch niet zo slecht doe, dat er nog hoop is voor mijn kinderen.

Ach, ik overdrijf een beetje. Ik vergroot het uit en vergeet hier en daar het woordje soms, maar het is er wel … altijd … het gevoel een slechte moeder te zijn, niet goed genoeg mijn best te doen.

Ik weet dat heel veel mama’s hiermee worstelen. Daarom heb ik maar één goed voornemen gemaakt voor 2018: de mama’s, de ploetermoeders om mij heen op tijd en stond laten weten dat ze goed bezig zijn, dat ze fantastische mama’s zijn.

Wie weet, als we het vaak genoeg te horen krijgen, geloven we het na een tijdje ook echt. Want geef toe, er is niets leuker dan een complimentje krijgen. Het geeft je vleugels, al is het maar heel even.

1 maart 2018: complimentendag

img_3249

 

Stoornis hier, stoornis daar

Ik schoot weer vol, daar in dat piepkleine kamertje van het diagnosecentrum. De logopediste vertelde me nochtans niets wat ik nog niet wist. Ze bevestigde alleen maar wat we al lang vermoedden: onze oudste zoon heeft dyslexie en dysorthografie. Weer twee vakjes uit het gamma der  stoornissen die we kunnen aanvinken op het gezinslijstje.

Waarom raakt het me zo als een of andere deskundige me vertelt wat er ‘scheelt’ met één van mijn kinderen? Ik hoef nochtans geen perfecte kinderen. Ik hou van de scheve hoekjes en scherpe kantjes die ze hebben. Het maakt ons gezinsleven boeiend, maar zeker niet altijd makkelijk. Steeds weer vinden we samen een manier om ermee om te gaan, al is het soms met hard vallen en wankel opstaan.

Waarom heb ik steeds opnieuw een tijdje nodig om te aanvaarden wat de ‘specialist’ terzake ons vertelt? Is het omdat er meestal ook een heel traject met een of andere therapie, extra maatregelen en gesprekken op school bij hoort?

Of is het omdat ik als leerkracht weet wat een weg hem in het onderwijs te wachten staat? Dat hij dubbel zo hard zal moeten werken om hetzelfde te bereiken?

Is het omdat ik als moeder bang ben dat het mijn kind ongelukkig zal maken. Dat hij het oneerlijk zal vinden en al de extra inspanningen beu zal worden. Dat hij zal kiezen voor de gemakkelijke weg en daardoor zijn dromen niet waar kan maken.

Of is het gewoon het oermoederinstinct dat wakker wordt en gevaar ruikt om dan elke vezel in mijn lichaam te activeren zodat ik mijn kind kan beschermen voor de grote, boze wereld die hem te wachten staat? Een wereld die voor iedereen hard kan zijn, laat staan voor iemand die op een of andere manier niet is zoals hij zou moeten zijn.

Wat er ook van zij, als leerkracht weet ik dat het onderwijs van vandaag heel wat aanbiedt om ook kinderen met leerstoornissen de beste kansen te geven.

Als moeder weet ik dat mijn zoon een vechter is, een volhouder wanneer hij een doel voor ogen heeft.

Als mama weet ik dat ons gezin, hoe chaotisch en crazy het er soms ook aan toe gaat, sterk genoeg is om dit kleine obstakeltje te overwinnen.

Yes, we can!

Column #2: Pleegzorg – over graag zien en gebroken harten

Zelf beschouwen we hem als ons eigen kind en houden we even veel van hem als van de rest. Dat gaat verrassend vanzelf, dat groeit spontaan. Dan vergeet je weleens dat dat voor de mensen rondom je gezin niet zo is.

Sommige mensen die je andere drie kinderen automatisch in hun hart sluiten hebben blijkbaar meer tijd nodig om dat met de vierde ook te doen.

Bij enkelen komt het helaas nooit. Je kan het hen natuurlijk niet kwalijk nemen. Wij kozen voor pleegzorg, zij niet.

Ik snap dat dat liefdevolle gevoel er bij hen niet is, daar kan ik echt wel begrip voor opbrengen. Wat ik echter niet begrijp, is dat je je daar als volwassene niet kan overzetten en je even verplaatsen in het kind, het welzijn van het kind voorop stellen.

Het breekt mijn fragiele moederhart wanneer ik denk aan dat moment in de toekomst waarop onze pleegzoon zal beseffen dat niet iedereens hart groot genoeg is om ook hem een plekje te geven. Dat niet iedereen genoeg liefde heeft om ook hém gewoon graag te zien.

Het zit ‘em in de details: vergeten verjaardagen, geen sms’je op zijn allereerste schooldag, geen tijd om te babysitten, minder of zelfs geen centjes op speciale dagen … Hij is nog klein nu, hij kan nog niet lezen of rekenen. Het gaat voorlopig aan hem voorbij. Maar ooit

Misschien zit ik er te dicht op, want ik wil mijn kind beschermen. Hij zal ooit beseffen dat hij anders is en dat zijn wereld complexer in elkaar zit dan die van zijn broer en zussen. Dat hij een echte moeder heeft die niet voor hem kon zorgen. Daar zal nog heel wat verwerking aan te pas komen, veel vragen en ongetwijfeld verdriet. Hij zal zijn andere papa, tussen de bezoeken door missen, verscheurd worden tussen ons en hem, zich schuldig voelen omdat hij ons allemáál graag ziet.

Ik was er altijd van overtuigd dat iedereen het kan, een pleegkind een thuis geven en het (even) graag zien. Gaandeweg besef ik helaas meer en meer dat dit niet het geval is.

Maar … er is nog hoop voor de mensheid. Het gaat hier gelukkig over een zeer kleine minderheid die jammer genoeg een grote indruk nalaat. De meeste mensen rondom ons verrassen ons met hun grenzeloze hart, ontroeren ons met de overvloed aan liefde en knuffels voor ons ventje, met hun medeleven, oprechte interesse en begrip.

Daar kunnen we alleen maar heel dankbaar om zijn. Ze beseffen het waarschijnlijk zelf niet, maar ze maken echt het verschil voor ons, voor hem, voor pleegzorg.

Photos of “Every year we take a photo in front of that door @bokrijk Reality check time flies, my kids are…” (1)

Mama is ziek

Ik breng al 3 dagen door op onze doorgezakte zetel. Alles doet pijn, koorts, hoesten, snotteren … Klinkt als de griep. Uitzieken, meer kan ik niet doen.

Zondag was hels, want dan liepen de kinderen hier rond. Behalve de oudste, gedroegen ze zich alsof ik niet ziek was. Ze leken het niet te zien. Hoewel papa er was, richtten ze zich tot mij voor eten, drinken, grote boodschap, kleine boodschap, aandacht, gezelschap, …

Dan pas merk je hoe alles hier in huis rond jou draait. Hoe iedereen op jou rekent. Hoe alles evident is.

Wanneer ik halfdood in de zetel lig, rillend van de kou, verstopt onder een dikke dons gaat alles min of meer zijn gewone gangetje. Manlief, als hij er is, doet zijn best, maar ziet niet de dingen die ík zie. Manlief hanteert andere … euh … normen wat het huishouden betreft.

Wanneer de medicatie zijn werk doet en ik weer even rechtop kan zitten en helder denken, zie ik het slagveld rondom mij. Een oorlogszone om u tegen te zeggen. Speelgoed overal. Lege potjes yoghurt, drankflesjes, papflessen, vuile borden en glazen, half opgegeten fruit, … het blijft liggen waar de kinderen het droppen.

Niets, maar dan ook niets lijkt voor hen evident. Een deur sluiten, het licht doven, afval in de vuilnisbak, vuil servies in de afwas, speelgoed in de juiste bak.

Dit besef doet me nadenken, want dat is waar je eindelijk tijd voor hebt als je alleen thuis bent en in alle rust kan uitzieken.

Stel je voor dat ik er niet meer ben, ernstig, langdurig ziek of erger … dood. Wat als ik er niet meer ben om alle rommel van mijn kroost op te ruimen, om voor schone kleren te zorgen, eten op tafel te toveren. Ik weet dat de oudste dan zal doen wat ze moet doen. Dat heeft ze al vaker bewezen. Zo is ze nu eenmaal, maar dat zal niet genoeg zijn en het is ook niet haar taak om een uit de kluiten gewassen gezin en bijhorend huishouden draaiende te houden. Daar zijn mama’s en gelukkig soms ook papa’s voor.

Conclusie: er moet hier thuis dringend iets veranderen. Hoog tijd dat mijn kinderen beseffen dat wat ik voor hen en in hun plaats doe niet evident is.

Halleluja! Deze griep is een echte eye opener: er is werk aan de winkel. Heel wat huishoudelijke taken zullen hier voortaan ‘intern uitbesteed’ worden. De tafel dekken en weer afruimen, de was vouwen, afstoffen, stofzuigen, … voor ieder wat wils.

Of ben ik nu aan het ijlen door de koorts?